Het teken
en de betekenis


naar startpagina

naar woorden
naar tekens
naar beelden
naar documenten


bijgewerkt 14 08 05


welke werkelijkheid?

De discussies rond de funderende werking van het subject en de ontologische status der dingen kregen door de Saussures opmerkelijk taal en tekentheorie een geheel nieuwe wending

wat betekent dat?

Het teken valt uiteen in dat wat betekend wordt, het betekende of de betekenis: siginifié en dat wat betekent, het betekenende of betekenaar: signifiant.

klanken en strepen?

Stel je voor dat je plotseling in een volstrekt vreemde cultuur terecht komt.
Wanneer iemand tegen je spreekt, hoor je geen woorden maar een keten van klanken.
Word je met het schrift geconfronteerd dan zien je slechts lijnen en punten.
Geen enkele gedachte laat zich uit deze klanken of strepen afleiden. Alles is willekeurig en arbitrair.
Er is geen talige communicatie.

De alledaagse,
vanzelfsprekende verbinding
van klank en begrip
en van grafisch beeld en begrip
is vernietigd

zijn tekensystemen riten?

In zoverre "taal (langue) een systeem van tekens is" is zij vergelijkbaar met andere tekensystemen zoals riten, gebruiken of leger en politieke organisaties.

De eenheid van het teken heeft in de taal altijd al een positieve betekenis:
we denken bij het horen van 'boek' onmiddellijk aan een gebonden hoeveelheid bedrukte bladeren en niet aan een oliebol.

semiotische analyse

Semiologie is de leer van de betekenissen.

De Saussure verklaarde dat er slechts een arbitrair verband bestaat tussen een teken en de betekenis van dat teken.

Een teken bestaat volgens hem uit een betekenaar

het ‘fysiek’ bestaan van het teken in onze taal, ofwel de signifier en
het betekende

het mentaal concept, ofwel de signified.

De semiotische analyse
als kwalitatieve analysemethode is geinspireerd op dit model van De Saussure.
Het wordt veelal gebruikt voor tekstanalyse en analyse van stilstaande beelden, zoals foto’s of advertenties, maar ook in filmstudies

Een voorloper is de semioticus Roland Barthes.
Ook binnen feministische mediastudies is semiotiek populair omwille van de mogelijkheden die het biedt om betekenisstructuren te ontrafelen naast het louter kijken naar aan- of afwezigheid van vrouwen in de media.

taalgebruik en klanknabootsing
Kinderen leren terwijl ze taal gebruiken en klanken nabootsen hun wereld kennen.
Op die manier ontwikkelen ze
hun denkkracht

tussen taal en beeld




De Saussure en
de structurele grondslag van het teken

 

De Zwitserse taalkundige Ferdinand de Saussure (1851-1913)
De Saussures werk blijkt een immense, filosofische, potentialiteit te bezitten.

De Saussure was voor alles een taalwetenschapper. Zijn aandacht vor de taal deelt hij met Nietzsche en Freud. Deze drie denkers zijn dan ook van belang voor een specifieke wending naar de taal.

De Saussures taaltheorie wordt echter pas interessant, nadat zijn theorie over het taalteken naar andere takken van wetenschap: etnologie, psychoanalyse, literatuurkritiek en filosofie worden vertaald.

Vanuit zijn inzichten kan een geheel nieuw methodisch perspectief theoretisch worden onderbouwd:

Structuralisme

De naam komt van de structurele linguïstiek. Maar De Sausure gebruikt 'structuur' vrijwel niet, maar de term 'systeem'. Die komen later vrijwel met elkaar overeen.
De ontwikkeling van deze taaltheorie wordt indirekt wel gemotiveerd door een kritiek op een tweetal filosofische posities:

Atomisme
en Historisme
Onder atomisme wordt de filosofische leer verstaan die probeert de werkelijkheid op enkelvoudige, niet verder te analyseren elementen terug te brengen.

Taal is volgens De Saussure onmogelijk tot enkelvoudige elementen terug te voeren.
Woorden zijn niet de laatste betekenisdragende elementen. Ze zijn nog in kleinere eenheden te op te breken: klanken en fonemen. Die staan weer niet op zich, maar hebben een principieel relationeel karakter.

De Saussure transformeert het woord 'betekenis' naar het fonologische.
In de 19e eeuwse taalwetenschap, met name in de comperatieve filologie wordt de oorsprong van de betekenissen bij uitstek in hun ontstaansgeschiedenis gezocht.
Door de ontdekking van de overeenkomsten tussen het Sanskriet en het Grieks neemt deze methodische inzet een norme vlucht.
Dit taalonderzoek concentreert zich hoofdzakelijk op transformaties die door (dia) de tijd (chronos) heen plaats hebben gevonden.
De Saussure breekt met deze diachrone, historiserende aanpak:
"Deze exclusieve vergelijkende methode brengt een samenstel van onjuiste opvattingen voort die met niets in de werkelijkheid overeenstemmen, en die geheel vreemd zijn aan de werkelijke voorwaarden van de taal"
.
In zijn opvatting verschuift het accent naar de bestudering van een gegeven toestand van de taal op een bepaald tijdstip. Hij vat de taal op als een autonoom systeem, dat zich in zijn vele relaties los van een historische ontwikkeling laat bestuderen: synchroon in plaats van diachroon. Gegeven deze kritiek kunnen zijn een tweetal theoretische uitgangspunten van de structurele linguistiek geformuleerd:

Taal is een systeem van tekens
Het laat zich van binnenuit beschrijven als een dynamisch samenstel van relaties . Deze relationele verbanden vereisen geen historische, maar een structurele analyse.

Taaltheorie
Een gedachtenexperiment verduidelijkt wellicht de vanzelfsprekendheid van de eenheid van het taalteken.

Stel je voor dat je plotseling in een volstrekt vreemde cultuur terecht komt.
Wanneer iemand tegen je spreekt, hoor je geen woorden maar een keten van klanken.
Word je met het schrift geconfronteerd dan zien je slechts lijnen en punten.
Geen enkele gedachte laat zich uit deze klanken of strepen afleiden.
Alles is willekeurig en arbitrair.
Er is geen talige communicatie.


De alledaagse, vanzelfsprekende verbinding van klank en begrip, van grafisch beeld en begrip is vernietigd.
Een band waarover "filosofen en linguïsten altijd overeenstemmen in de erkenning dat zonder hulp van de tekens we niet in staat zouden zijn ideeën op een duidelijke en blijvende wijze te onderscheiden".

Op de een of andere manier zijn beide stromen klanken en gedachten altijd op elkaar afgestemd: "de klank, een complexe akoestisch vocale eenheid vormt met het idee een complexe fysiologische en mentale eenheid".
Deze band vormt een minimumvoorwaarde voor het bestaan van communicatie in de taal.
Er is vanuit deze optiek geen sprake van een expressie van ideeën in woorden.
Noch van een funderende werking van de eerste ten aanzien van de laatste.
De taal bemiddelt tussen gedachte en geluid, en wel zo dat hun verbinding in een correlatieve afbakening van eenheden resulteert.
De gedachte die uit zichzelf chaotisch is, wordt gedwongen tot analytische uiteenzetting.

Ontwikkeling van het taalvermogen
Overgezet naar een het domein van de ontwikkelingspsychologie:
Een kind leert al taalgebruikend en klanknabootsend zijn wereld kennen.
Taal (langage) bestaat uit een gesproken dimensie (parole) en een systeem (langue). Gaat het in het eerste geval om het individuele gebruik, het tweede betreft het door regels bepaalde systeem dat constitutief is voor de parole. Dit houdt echter niet in de eerste los van de tweede kan bestaan. "de 'langue', los van de 'parole', is een object dat men gescheiden kan bestuderen".

Valt bij de bestudering van de taal de historische dimensie nu helemaal weg? Nee. Alleen werpt De Saussure een ander licht op de rol van deze diachrone beschrijving.

Tekentheorie
Het filosofisch belang van deze taaltheorie ligt voornamelljk in zijn analyse van het teken (signe).
Voor De Saussure is de bestudering van de taal een deel van een omvattender wetenschap: de semiologie, de leer der tekens.
In zoverre "taal (langue) een systeem van tekens is" is zij vergelijkbaar met andere tekensystemen zoals riten, gebruiken of leger en politieke organisaties. Het accent bij de analyse van het taalteken bijv. het visuele beeld 'boek' komt niet op de externe relaties het echte boek op tafel te liggen, maar op de verbinding tussen het akoestische of visuele beeld "boek" en het concept dat door deze klank in ons hoofd wordt opgeroepen. De interne structuur van het teken is altijd al complex: "Het linguïstische teken is dus een psychische eenheid met twee gezichten, die voorgesteld kunnen worden met de figuur:

akoestisch beeld
Verbondenheid en wisselwerking worden schematisch door de pijlen weergegeven.
Bij het horen van een vreemde klank zijn proberen we er achter te komen of er enige betekenis aan gehecht kan worden. Meestal gaat het daarbij om woorden als betekeniseenheden: stoel, bank, boek.
Stellen we de vraag naar de betekenis op louter klankvlak fonologisch niveau dan lijkt de betekenisvraag onzinnig: immers, wat is de betekenis van de klank /p/?
De vraag naar de betekenis van /p/ krijgt als antwoord: de plaats die deze medeklinker in het taalsysteem van gelijkwaardige elementen inneemt: "wat in het woord van belang is, is niet de klank zelf, maar de fonische verschillen die het mogelijk maken dit woord van alle andere te onderscheiden".
We zullen om zijn waarde te bepalen de minimale verschillen met andere elementen na moeten gaan. En zo komen we tot de waardebepaling: /p/ is dat wat het onderscheidt van de /b/ en de /ph/.

Op het niveau van de structurele analyse is er geen sprake van een positieve, eigen inhoud. Het teken valt uiteen in dat wat betekend wordt (het betekende of de betekenis: siginifié en dat wat betekent (het betekenende of betekenaar: signifiant). Signifié (Sé) is van psychische, signifiant (Sa) van fysiologische aard.

Deze eenheid het teken als geheel heeft in de taal echter altijd al een positieve betekenis: we denken bij het horen van de betekenaar 'boek' onmiddellijk aan een gebonden hoeveelheid bedrukte bladeren en niet aan een oliebol.

Toch is structureel bezien de relatie tussen Sé en Sa willekeurig of arbitrair. Immers, in de verschillende talen zijn er verschillende woorden voor hetzelfde concept.

Bovendien veranderen in de loop der tijd woorden en hun betekenissen. Betekenissen worden voor andere woorden gebruikt.

Naast het relationele, differentiële en arbitraire karakter van de tekens is er ten slotte sprake van negativiteit:
"Hun meest exacte kenmerk is dat ze zijn wat de ander niet is”.
"Enerzijds verschijnt het concept ons als tegenhanger van het akoestische binnen het teken en anderzijds is dit teken zelf, dat wil zeggen de band die twee elementen verbindt, tevens en zonder uitzondering, tegenhanger van andere taaltekens".
Het teken kan dus altijd vanuit twee perspectieven beschreven worden.
Saussure licht dit toe aan de hand van een voorbeeld.
Wat is de waarde van een vijffrankstuk?
We kunnen er een brood voor kopen (zijn waarde) en het is tevens vijf 1 frankstukken waard.

In het eerste geval lijkt de ruilwaarde zich positief te vormen, er kan iets tastbaars voor teruggegeven worden. In het tweede geval ligt de waarde in de differentie, in het verschil van gelijke elementen.
Het belang van deze analyse van het teken betreft hoofdzakelijk het tweede differentiële aspect. Maar ook al meent De Saussure dat "in de taal (langue) slechts differenties bestaan", tegelijkertijd stelt hij dat positieve waarde zich articuleert in de letterlijke vanzelfsprekendheid van de taal die we gebruiken (parole). Daarin treden niet differenties maar de betekenisgevende oppositie op de voorgrond. De betekenis wordt als 'noodzakelijk' en 'positief' ervaren in plaats van het arbitraire, negatieve en differentiële van de structurele analyse.

Wijsgerige implicates
De Saussures tekentheorie blijkt een filosofisch potentieel te bezitten. Een tweetal filosofische discussies worden door zijn analyse van de taal op een geheel ander spoor gezet: de funderende werking van het subject en de aanname van buiten de taal bestaande zelfstandige entiteiten. Dat het sprekende individu de betekenissen of waarden van zijn taal niet bepaalt, is altijd al duidelijk geweest. Echter, in zoverre dit individu een rationeel wezen is en zich de status van een kensubject aanmeet, meent hij dat betekenissen toch uiteindelijk terug te voeren zijn op de werkingen van het zelfbewustzijn. In de structuralistische analyse is het 'sprekende subjekt' echter het produkt van het taalsysteem en zeker niet de oorsprong.

De taal als systeem constitueert het subject.
Bij Kant hangt de waarheid van het oordeel of de ware betekenis niet zozeer samen met de overeenstemming van het concept met het akoestisch beeld alswel met de overeenstemming van deze eenheid als geheel met een ding of een stand van zaken in de wereld: de referent.
De aristotelische taalopvatting beriep zich reeds op deze correspondentie.
De Saussure gaat met zijn synchrone taalanalyse echter voorbij aan het bestaan der dingen. Hij omzeilt de netelige discussie rond hun
Ontologische status.

Ten slotte biedt zich met de structurele analyse een geheel nieuw methodisch uitgangspunt aan: de beschrijving van identiteiten vanuit een systeem van differenties.
Het is met name Hegels
identiteitsdenken dat hiermee onder druk komt te staan. Het 'anders' zijn of het onderling verschillen der dingen wordt in een dialectische beweging nog opgeheven om in een nieuwe identiteit hernomen te worden.
Bij De Saussure wordt het Verschil constitutief voor het denken van een mogelijke identiteit. De ethische en politieke implicaties van deze gedachte voor een multiculturele samenleving kunnen pas scherp aan het licht treden als dit structuralisme in allerlei andere wetenschapsgebieden gaat doorwerken.
Dat het franse differentiedenken aanvankelijk
'post structuralisme' werd genoemd, duidt minstens op de bepalende invloed van de structuralistische analyse op hun kentheoretische en sociaalpolitieke analyses, waarmee zij vanaf het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw een nieuwe benadering van de werkelijkheid optuigen.

Literatuur:
De Saussure, F., Cours de linguistique Generale. Parijs 1949.

naar boven