Met mijn tent op pad



tussen taal en beeld

De geit wier melk ik drink
staat op hetzelfde veld met mijn tent
het kan haar niets schelen.

De vier schapen komen,
elkaar vervangend, op mij af
maar ik heb niets dat ze nodig hebben.

De vijf rammen zijn mooi om te zien
vier hebben zwarte koppen
alle vijf dragen kloten die bijna de grond raken.

Er zijn kippen die fazanteneieren uitgebroed hebben
de kuikens zien er duidelijk anders uit
maar de moederliefde blijkt blind te zijn.

De vliegen zijn met z'n allen
en lastig
vooral als ik moe en bezweet aankom.





Mijn tent op Samothraki

Eerst één nacht zonder schaduw en zonder muggen. Daarna op een plek in de schaduw van bomen en varens waar de bloeddorstige wezens wonen.
Tussen de varens verschijnt af en toe een kudde geiten of schapen en zelfs een dik vet groot varken.
Netjes kamperen lukt niet. Er is geen petroleum en ik kook op een Grieks gastoestelletje.
Dan komen er Grieken naast ons kamperen. Er verschijnt een vrachtauto waaruit een groot aantal kisten geladen wordt. Met veel geweld wordt een plek tussen de varens schoongemaakt. Rollen kippengaas omzomen de kampeerplek. Er staan nu hele keukenkasten en grote vaten voor het drinkwater. Er is zelfs een kist met ijs om de gevangen vis in te bewaren.
De constructie duurt twee dagen. De vrachtauto dreunt in en uit de rivier. De moeder staat er bij met de handen op de omvangrijke heupen, net als thuis. De tomaten moeten gesneden worden en de bonen gedopt.




Mijn tent op de waddeneilanden
Het is pikdonker als ik op de camping aankom. De schippersvrouw heeft met de marifoon laten weten dat er nog eilandhoppers aankomen. In het donker moet ik mijn tentje opzetten op een onmogelijke plek vlak naast het receptiegebouwtje, de wasserette en de telefooncellen. Naast mij komt een troep doofstomme hoppers te staan. Zoals je weet kunnen die behoorlijk veel lawaai maken als ze elkaar uitleggen hoe een tent opgezet moet worden. Vroeg in de ochtend verplaats ik mijn tentje naar een andere plek. De beste tentenplekken zijn voor de gezinnen die langere tijd daar kamperen met hun luifels en voorluifels, terrasstoelen en windschermen om hen heen. Slierten rood verbrande vakantiegangers trekken op hun huurfietsen langs mijn tentje. Heen en weer. Even verderop staan de caravans op vaste staplaatsen met eigen tuintje, De Waard kampeerkastelen en vooral horden Duitse jongeren met gitaren en Gettoblasters. Voor mijn rust moet ik daar niet zijn, maar ik ben tot die plek veroordeeld tot ik weer naar een ander eiland kan gaan.




Mijn tent in Ierland
De kampeerplek is zoals die moet zijn, een weilandje tussen opgestapelde stenen muren. De zee vlak bij, de wind om je oren. Geen caravan of bungalowtent in de buurt.
Als ik uit de pub kom staan er toch een paar tenten vlak om mij heen. Ik knor verbaasd en een meisje vraagt of ik 'a problem' heb. Zij heeft zelf een probleem, t ze moet haar tent verplaatsen.
Er staat een hoge indianentent van zwaar canvas gevuld met Duitse padvinders. Hij kan in vier delen van twee kilo gedragen worden, vertellen ze mij. De vijfde padvinder heeft dan drie kilo stokken en pennen. Hun hemden zijn volgenaaid met insignes en tekens. Als die nat worden weegt dat ook lekker mee. Afijn dat is scouting.

Ongeorganiseerde kampeerders om mij heen worstelen met binnenlopend water.
Ik kampeer bij een boer die met zijn tractor bezig is geweldige hooirollen op te stapelen. Dat stoort mijn rust wel enige tijd.
De vliegende mieren kiezen mijn tent als luchthaven. Dat doen ze vaker. Ze gebruiken uitsluitend het tentvlak dat naar de zon gekeerd is. Ze komen nog niet binnen.
's Nachts kruipen door een klein gaatje de tent in waarbij ze hun vleugeltjes achterlaten. 's Morgens vind ik een hoopje vleugeltjes en begrijp waar dat gekriebel in mijn slaapzak vandaan kwam.



Ik eet een 'all dried food' maaltijd die toch lekker is. Uit alle pakjes heb ik iets gecombineerd met miso en boleten. Ik eet veel shortbread, verslavend lekker voor een fietser.
Niet alleen de mieren maar ook de koeien proberen bij mijn tent te komen. Die beesten zijn als altijd zeer nieuwsgierig, ze trappen hun drinkbak om en herkauwen luidruchtig. Het lukt ze gelukkig niet mijn groene spullen op te vreten.


Mijn tent in Limburg
Een oude weg die tot Keulen gaat en waarlangs Willibrordus trok om iedereen te bekeren en te dopen. Als er geen doopwater was stak hij een stok in de grond en er spoot een fonteintje omhoog. De bewoners bouwden daar vlug een kapel overheen, maar doen wel eerst de kraan dicht. Het moet geen geklieder worden.
Rust in de bossen van Ulvenhout. De fazanten klokken achter mijn tent. De nacht is koud.
Waarom stalt de boer zijn paard in een ijzeren container naast mijn tent? Waarom is het paard zo onrustig met zijn hoeven in de ijzeren bak? Het is een paard onterende plek.


Mijn tent in Zeeuws Vlaanderen
De boerin klaagt de traditionele klaagzang der Zeeuws Vlamingen. Ze horen nergens bij.
Mijn tent staat achter de boerderij. De boer haalt de bloemkolen van het land. De kleindochter van de boer is drie jaar oud maar helpt wel met de bloemkolenoogst. Ik heb geen trek in bloemkool.
In Vogelwaarde is maar één café open. Gasten zijn er niet. Ik drink witbier. Vanaf de dijk van de Westerschelde zie ik de schepen naar Antwerpen gaan.
Zeeuws Vlaanderen hoort alleen overdag bij Holland. De laatste pont gaat om half elf.


omhoog




Mijn tent op weg naar Zwitserland
Regen. Een verdomhoekje tussen stacaravans. De campinghouder wilde in DM betaald krijgen.
De regen houdt aan. Tenten in een modderveld.De regen houdt niet op.
Een kampeerplaats in de stad aan de oever van de Moezel. Kleine tentjes moeten in een verdomhoekje naast het hek van een zwembad.

Bij een boer, rustig in mijn eentje. Fiets tegen een enorme rol hooi.
Nieuw aangelegd areaal voor de recreatie op zondagen. Alle voorzieningen goed voor elkaar, maar de vette leemgrond blijft in dikke plakken aan je zolen kleven. Eten in een restaurant.

Drie families met acht pubers hebben hun tenten zo geplaatst dat ze voor iedere boterham over mijn scheerlijnen struikelen. Met grote losse Adidas-schoenen en een boze blik in de ogen trappen ze op mijn haringen. In de avond hoor ik dat een Frans knaapje mijn waterzak steelt. Ik grijp hem in zijn kladden. Ik kan niet verstaan of zijn moeder boos op mij of het zoontje is.

Een rustige plek na de colle du Donon, die ik bedwongen heb. Twee Hollandse fietsers vertellen mij dat ze bij iedere regenbui in een bushokje schuilen.
Echte Elzasser zuurkool met Elzasser wijn in een Elzasser restaurant. Fietsen tussen de gifwolken van de wijnvelden. Er is gelukkig een rustig hoekje onder een boom voor mijn tent..
Midden in een bos tref ik twee Nederlandse reizigers die dezelfde route volgen. Het is de vierde keer dat ik ze ontmoet en we besluiten samen door te scheuren naar Basel waar veel tentjes onder die ene boom staan.




Mijn tent op de vestingmuur van Langres
Ik kijk uit over het landschap van de Bourgogne. Een grote ronde toren met leisteen dakbedekking overheerst. Ik wordt begroet door een mannetje met een te grote motorhelm of een veel te klein hoofd. Hij is blij dat ik er ben omdat hij eenzaam en alleen in zijn caravannetje huist.
Later komt er een motorfanaat op een Harley aanbrommen. Op zijn zijspan heeft hij een opbouw geknutseld dat veel bekijks heeft. Het is een rood vierkant opgesierd met grote colaflessen. Een rijdende cola koelkast.




Mijn tent in Ruigoord
De mieren hebben bezit van mijn tent genomen. 's Nachts pesten ze mij een beetje maar overdag is er grote drukte. Ieder kruimeltje wordt zorgvuldig weggedragen. Mijn brood zit goed verpakt, daar kunnen ze niet bij. Mijn tent staat ver van het gewoel. Het geluid is wel te horen maar ik verwacht geen stoned konijnen rond mijn tent.

Het terrein achter Ruigoord is prachtig begroeid met wilgen en heide. Vanuit het dorp is een tuinslang aangelegd naar de douches en de keukentent. Langs deze gele lijn zitten de verkopers van Indiase sieraden voor de gelegenheid uit het Vondelpark overgekomen.
De douche heeft een speciale warm water voorziening, twee schuingeplaatsten radiatoren waar het water doorheen loopt. Er onder brandt een houtvuurtje. Achter de schermen zie je de silhouetten van de baders.

Als ik over de dijk loop springen honderden sprinkhanen op. In de maannacht vind ik mijn tent terug, gehuld in een nevel. In de morgen maken de krekels een Zuid Frans geluid terwijl op deze plek eigenlijk een petroleumhaven bedacht is.

Zes jongens zitten hand in hand te mediteren. Kinderen rennen gillend van de pret om hen heen. Dan gaan ze een concert geven op Aboriginal dingerydoo's. De kinderen worden weg gestuurd.
De sound pollution gaat buiten de tent onverminderd door.


Mijn tent in Engeland
Een Britse fietser maakt een foto van mij om te bewijzen dat er mensen zijn die met meer bagage onderweg zijn dan hij.
Een radioamateur zet behalve zijn tentje ook een geweldige antenne op. Gekraak en gekwel.
Een roodborstje dat meer op een bruinborstje lijkt, komt op bezoek en blijft een tijdje vanaf mijn fietsstuur naar me kijken. Een eend met haar kuikens komt langs. Ik zit aan de rand van een klein natuurreservaat waar ik niet met droge voeten doorheen kan. Ik luister naar de bewoners waar een live koekoeksklok tussen zit.

Mijn tent naast de rails
Verscholen tussen de struiken, naast mijn tent, bleken rails te liggen waarover regelmatig treinen denderden. In de verte een klaagroep van een scheepshoorn vanuit de haven van Dover.
De witte rotsen waren vanuit de zee nauwelijks te zien.
Op het Britse eiland schijnt de zon.

Droom:
Mijn tent opgezet bij het voetbalstadion in München. Even naar Amsterdam gegaan. Bij terugkomst staat alleen mijn tent er nog. Er was een wedstrijd en er hadden auto's om mijn tent geparkeerd gestaan. (dit was eigenlijk een nachtmerrie).


16 11 2017




Mijn tent in Portugal
Kamperen tussen de tieners. Steeds meer ongeorganiseerde jongeren zetten hun tenten vlak bij mijn tent. Het lukt hen niet de tentjes vast te zetten. Ze slapen in de toiletten.
Mijn tent staat aan een snelstromende rivier. Toch overstemt het geluid van de stroomversnelling het gejoel van de pubers niet.
Fraai opgetuigde sportvissers komen elke avond voorbij. Het groene pak één geheel met de laarzen. Hun lijf hangt vol zakjes, busjes en tasjes. Zwijgend zijn ze op weg naar hun stek. De forel zal ze niet ontsnappen.
Daar zijn de vissers weer. Ik heb ze nog niet met gevangen vissen gezien. De truttige forellen zitten met z'n allen gezellig in de kweekvijvers.

De valken cirkelen in het gebergte. Misschien zijn het andere roofvogels. Met gillende stem en scherpe blik zijn ze op jacht. Ik ben op weg naar een top, maar er is altijd weer een hogere top.




Mijn tent in Denemarken
Een 'vagabund' zet zijn krat pils neer om naar mij te zwaaien. Tien kilometer ver staat hij er weer en roept me dwingend af te stappen en aan de kant van de weg een biertje met hem te drinken. Hij is 72, draagt een woeste baard en vertelt woeste verhalen over zijn zwerversbestaan in Deens-duits. Nu schept hij als los arbeider zand van hier naar daar. Met stevige meppen op elkaars schouders nemen we afscheid.

Zeven jonge hanen oefenen hun kraai in de morgen. Hun geluid is hard maar nog niet gemoduleerd zoals het een echte haan betaamt. De haan van de buren hoort het en doet voor hoe het moet. De zeven jonge hanen leren niet snel. Het blijft bij geluiden verwant aan het openen van roestige deuren. Dat alles naast mijn tent vijf uur in de morgen.




Mijn tent in Lapland
Naar Skierfe, een hoge top, 1200 mtr. Na tweeënhalf uur klimmen uitzicht over beroemde delta.
De Rappadalen heeft alle kleuren groen en grijs die te bedenken zijn. Alle armen van de delta een andere kleur. Vanaf de top een indrukwekkende 'widescreen' film van de Sarek, vooral als een piepklein watervliegtuig, als aan een draadje, door het dal komt gevlogen.
Als ik de flap van mijn tent open doe komen ze met z'n allen op bezoek, de muggen. Het kost een half uur om ze er uit te krijgen. Een enkele plakker zuigt zijn buik vol en geeft een bloederige spetter op het behang van mijn tent.

Weer de bergen in, nu met uitzicht over het meer.
Een vogel met oranje plastic poten protesteert hevig als ik de tent opzet. Iedere keer als ik opsta pikt hij in mijn spullen. Hij woont aan de andere kant van het meer, dus waar maakt hij zich druk over?
Ik kampeer op een door gletsjers gevormd eiland. Ik sta aan de rand van een afgrond. Aan de andere kant een riviertje. Meerdere ophogingen liggen daar als dode walvissen in de richting van het meer. Er is wat begroeiing, maar slechts een dunne laag. De meeste plekken zijn harde kale rots waarin de slijtplekken van de gletsjer duidelijk te zien zijn. Er blaast een ijskoude wind, regelrecht uit Noorwegen.
Elke keer als ik mijn kop buiten de tent steek begint die oranje poot te schreeuwen. Ik denk dat hij nog wel een steen naar zijn kop krijgt.




Mijn tent op de racebaan
Bordjes geven aan waar de eigenaars van de paarden hun plek hebben en waar de paardenknechten niet mogen komen.
Er mag niet gewed worden buiten de officiële bookmakers.
Toch staat mijn tent langs de racebaan en er denderen treinen langs.
Het is net alsof paarden vreemde mensen aantrekken. Ze zijn er nu niet, maar uit veel dingen blijkt dat ze er waren. De loketjes van de bookmakers, de gereserveerde plaatsen op de tribune.
De beheerder van de baan is waarschijnlijk een, van zijn paard gevallen, jockey. De man blijkt vervelende trekjes te hebben, vooral als ik met hem onderhandel over de veel te hoge prijs voor een kampeerplekje dat eigenlijk een autoparkeerplaats is. Als ik klaag over puntige stenen onder het gras, houdt hij vol dat God de aarde nu eenmaal zo ingericht heeft. Ik ben er zeker van dat het werk is van maniakken die geprobeerd hebben hun paardentrailers niet in de modder weg te laten zakken.
Als gebaar van goede wil biedt hij me een hamer aan om de punten van de stenen gelijk te kloppen. . Ik gebruik liever een steen om de andere plat te meppen. Later krijgt de beheerder spijt en laat me twee nachten voor de prijs van één staan.
In Engeland is de kampprijs altijd voor twee personen met uitgebreide caravan en tent. Eenzame fietsers moeten maar zien waar ze hun lichtgewicht tentje voor een schappelijke prijs neer kunnen zetten. De vrouw van de beheerder krijst dat ze Zuid Afrikaanse is. Ze denkt daarmee een band te scheppen met de fietsende Hollander. Ik ben hier om goed te douchen en mijn kleren te wassen en dat gaat goed want het water is gloeiend heet. Mijn drooglijnen span ik in de paardenboxen.