|
Iedere
reis begint ergens
Mijn
reis begint met de gedachte:
ik pak mijn fiets en mijn tent
stap op de vleugelboot naar IJmuiden.
Neem daar de boot naar Newcastle en dan zie ik wel verder
Op een topografische kaart volg ik
de wegen en paden met een beeld van het landschap in mijn geheugen

Wheedlement
De weg loopt omhoog. Ik moet op de trappers van mijn fiets gaan
staan om boven te komen. Op de top van de heuvel staat een beeld
van een wijzende vrouw. Ik volg met mijn blik de wijzende hand
en ontdek, half verscholen achter bosjes, een begraafplaats. In
de graven liggen de slachtoffers van WOII.
Het is doodstil, alleen een zuchtje wind beweegt de bladeren.
Ik pak mijn fiets en suis de berg af.

Mijn
pad door het droeve landschap
West Vlaanderen waar regen de militaire dodenakkers nog
droever maakt dan ze al zijn
De paden zijn eerst gezien op de kaart
De route is uitgezet en alles kan beginnen.
De werkelijkheid is anders, komt niet overeen met de nauwkeurigheid
van de kaart.
Paden leven, verplaatsen zich als er een bron de grond doorbreekt.
Iedere wandelaar kiest een eigen route om de waterplek heen.
Na verloop van tijd is het pad verlegd.

Ik
zag Ormos Soudas van ver schitteren
De mensen aan het strand zijn zwart. Ik stap in het water, maar
voel niets. Nog een stap, tot mijn knie, nog niets. Na vier stappen
krijgen mijn benen het moeilijk. Ik laat mij achterover vallen.
Zou het dan echt waar zijn? Mijn benen komen als luchtgevulde
balonnen boven. Ik drijf. Ik ben een boot. Op mijn lippen proef
ik zout.

East
Fringle
Het is voor Engelse begrippen erg heet. Ik stop mijn etenspullen
onder een steen bij het riviertje naast mijn tent. 's Morgens
is het waterpeil gestegen. De kaas en de worst moet ik stroomafwaarts
uit het water vissen.
|