Berichten
uit de
Samenleving


> startpagina

> index berichten uit de samenleving


tussen taal en beeld
.
.





ballongezelschap





Theatre de Parapluie

Met het Amsterdams Ballon Gezelschap op reis
Het is 1979 en we zijn in Gianichigorion op de Peloponnesos neergestreken.
Ik ben enorm verbrand.
Van Theo krijg ik een grote zwarte paraplu om me tegen de zon te beschermen.
Met een stuk vitrage er omheen maak ik er een wandelende tent van.
Als er een beetje wind is, is het er heerlijk koel.
Ik wandel ermee naar het café en Roos wil er ook wel inzitten.
Samen aan het tafeltje in 'Johns Place' ontstaat het plan om van de paraplu een tweepersoons theater te maken.

Alle stukken moeten voor twee personages geschreven zijn.
Meestal begeeft het publiek zich naar het theater. In dit geval beweegt het theater zich naar het publiek dat zich meestal tegoed doet aan eten en drank.

Nog diezelfde middag gaan we aan de slag om het plan uit te voeren.
We maken decors van stof die de zon, de maan en de zee voorstellen.
Het zijn stroken die we aan de baleinen op kunnen hangen. Nog voor we precies weten wat voor uitvoering we gaan maken hebben we al de zetstukken: een vegetarische krokodil, een komkommer die verwijst naar de plastic groentekassen waar sommigen van de groep werken.
Een wolk, die is altijd bruikbaar, een ster ook.
Verder maken we een vlinder met grote borsten. Alles met gekleurd papier op karton geplakt en uitgeknipt.

Het 'Theatre de Parapluie' staat klaar om de spelers en het publiek te ontvangen.

Het is volle maan
Volgens de traditie moet er storm komen. Die komt inderdaad maar niet hevig en zonder regen. Iedereen is er nu op voorbereid en alle slaapzakken liggen in de Luchtbus opgestapeld.

In mijn paraplutheater zwerf ik als een geest door het maanlicht.
De dunne witte doeken die als sluiers aan de paraplu hangen geven het een mysterieus aanschijn. Het paraplutheater ontmoet het meetbouwwerk uit bamboestokken. Er ontstaat een schijngevecht. De meeste reizigers zijn een beetje stoned en raken in trance als ze het bewegende theater zien. Maar ook de nuchtere bezoekers ervaren de schoonheid van het samengaan van landschap en theater.
Aan het eind deel ik, vanuit mijn paraplu, gesuikerde amandelen uit. Roze en blauwe snoepjes zoals ze in de kerk uitgedeld worden. Men neemt ze aan als waren het hosties.
Sommigen durven ze zelfs helemaal niet aan te nemen zo zijn ze onder de indruk van de handeling.

Als sloteffect komt Camillo hangend aan de kabelbaan die over de hele vallei gespannen is naar beneden gesuisd met een brandende fakkel in zijn hand.
Als hij in een grote stofwolk de grond raakt spuwt hij vuur. Dat is het teken voor het ontsteken van Bengaals vuur langs de heuvels. Het zet de bomen en tenten in een kitscherig rood licht.
Het is allemaal prachtig.


Gedichten van de koude berg

De ene ploeg kookt nog lekkerder en mooier dan de andere. Het moet ergens ophouden, er zal ergens een punt van verzadiging van oog en maag zijn. Vandaag fraai gevulde tomaten met visjes en soep. Ik denk dat iemand maar weer eens bij het nulpunt moet beginnen.

Vlak voor deze maaltijd is de eerste voorstelling van het Theatre de parapluie, waarmee Roos en ik optreden. Een speelplek op vier benen onder een zwarte paraplu.
We voeren Zen gedichten uit 'de koude berg' op.
We hebben besloten tot minimaal theater. Per uitvoering iets over één van de scènes, de berg, de zee, de zon of de maan.
Er kunnen slechts twee mensen onder de paraplu, daarom moeten de stukken voor twee personages geschreven zijn.
Meestal begeeft het publiek zich naar het theater. In dit geval beweegt het theater zich naar het publiek dat zich tegoed doet aan eten en drank.
Ik lees de gedichten.


Ik woon op deze berg
Aan ieder onbekend
tussen witte wolken
Ben ik steeds alleen.


Er klinkt een teer bel geluidje.
Een kaarsje verlicht het doek.
Het is minimaal maar die eenvoud slaat aan.


Sedert ik hier woon, op de Koude Berg,
Zijn myriaden jaren al verstreken.
Gelaten vluchtte ik naar bos en bron.
Teruggetrokken schouw ik ongebonden.
Tussen de rotsen ben ik onbereikbaar.
De witte wolken drijven hoog voorbij.
Het zachte gras is mij een slaapmatras.
De blauwe hemel is mijn beddedeken.
Genoeglijk heb ik een rots als kussen
En laat Aard' en Hemel zich verand'ren.


Er volgen nog een aantal gedichten waarvan de laatste:

Sinds d'Aarde en de Hemel zijn gescheiden
Houdt tussen beiden in de mens verblijf
ze sturen mist om jou te laten dwalen.
Om jou te wekken doen ze winden waaien.


De Zee

We wilden een kindervoorstelling maken over de zee.
Dat plan kan even niet doorgaan omdat Roos de kookbeurt heeft en niet kan oefenen.
Iedereen dringt aan en Roos wil onvoorbereid iets doen.
Ze wordt daarbij gesteund door het feit dat er net iemand met nieuwe stuff aangekomen is.

Het wordt een mislukking en ik blaas het kaarsje maar weer uit.
De anderen vinden het toch goed.
We vergeten het en maken een nieuw stuk.
We vonden daar voor een tekst van Virginia Woolf.


'de golven'

De zon was nog niet gerezen.
De zee was niet te onderscheiden van het zwerk, alleen de zee was licht gerimpeld alsof een doek vouwen vertoonde.

Langzamerhand terwijl de lucht verwitte verscheen een donkere lijn aan de horizon die zee en zwerk van elkaar scheidde en de grijze doek werd doorstreept met dikke zwarte halen....

Iedere tekst begon met:
De zon rees hoger, of
De zon rees, en
De zon, gerezen nu..... als ook de zin:
De zon was gerezen en had haar hoogste stand bereikt.

Zo werd een prachtige beschrijving van zee en strand ingeleid door de zon.
Ook de meisjes op het strand werden door de duisternis verhuld.
De golven braken op het strand.
Een prachtige voorstelling waar we blij mee waren.
Toch waren er mensen die het te lang vonden duren en dat er te weinig dramatische handeling in zat. Dat klopt wel maar dat is het kenmerk van het paraplu theater.


de Zon

Het zijn twee verhalen die ineen vloeien.
Een verslag de reis naar de ruïne die een aantal reizigers ondernamen en een verhaal over Helios, de zonnegod.


Henk: Reizigers!
Vanavond de episode van de Zon.
Het is het verhaal van de God Helios, die door zijn ooms, de titanen in de oceaan verdronken werd om daarna in de lucht op te stijgen tot een stralende zon.

Roos: Reizigers!
Vanavond wil ik jullie vertellen hoe onze reis naar de ruïne van de oude vesting was.

H: Iedere morgen komt Helios vanuit een moeras in het Oosten in een gouden wagen aan. Voor de wagen zijn twee gevleugelde paarden gespannen. Ze zijn stralend wit en uit hun wijd open neusgaten komen glinsterende vlammen.

R: Gisteren gingen we in de Blauwe Eend op weg naar de ruïnes van een oud paleis.

H: Helios schijnt zijn licht gelijkelijk op Goden en Mensen. De krachtige stralen die uit zijn ogen komen flonkeren onder zijn gouden helm. Ook uit zijn borst komen lichtende stralenbundels. Om zijn lichaam draagt hij een glanzend doorzichtig gewaad dat wappert in de wind.

R: In de buurt van de zwavelbronnen dronken we iets op een terras van een dorpscafé dat uitsluitend door oude mannen en vrouwen bevolkt werd. De druiventrossen boven het terras waren bijna rijp. De 2VC werd achtergelaten aan de voet van de berg. Met onze rugzakken om begonnen we de berg te beklimmen.
Hij stond in de gloeiende middagzon en de klim bezorgde ons veel zweetdruppels.


H: In de middag komt Helios op het hoogtepunt van zijn dagelijkse reis en begint naar het westen af te dalen.

R: Camillo draagt een watermeloen op zijn hoofd. In de rugzak van Henk zit wijn en limonade. Niels draagt water- en slaapzak. Philippe sjouwt zijn elektrische scheerapparaat, de dikke I Tjing, zijn dikke kantooragenda en veel te veel kleren. Daniël vloekt: 'Guus, shit, mijn slaapzak valt steeds uit elkaar. Viktor roept hem tot de orde en probeert een echte bergbeklimmer van hem te maken. Ik kan in de hitte mijn Turkse broek uittrekken en klim dapper de anderen achterna.

H: Aan het eind van de dag komt Helios aan in het land van de Hesperiden, de godinnen van het Avondland. Het lijkt alsof hij in de zee duikt maar in werkelijkheid ligt daar een gouden bark op hem te wachten. In de bark hebben zijn moeder, zijn vrouw en zijn kinderen al plaats genomen.

R: Als we de oude muur aan het einde van de dag bereiken kunnen we uitzien over de zee, de dennen, de heuvels, het land. We zien duidelijk dat dit land er vroeger niet geweest is. De zee reikte tot de paleismuren. We inspecteren de gehele muur en kijken in alle hoeken en gaten.
Als de zon in de zee verdwijnt zoeken we een plek voor de nacht.


H: Toen de Goden de wereld verdeelden was Helios net onderweg en werd vergeten. Hij beklaagde zich bij Zeus en kreeg een eiland dat nog maar net uit de zee geboren was. Hij noemde het Rhodos, naar de nimf Rode waar hij erg veel van hield.

R: In de muur is een smalle poort waar zelfs Henk met veel duw en trekwerk doorheen komt.
We zien een vlak veld waar onder een boom een goede slaapplek te maken is. Tussen de stenen maken we vuur. Het droge gras eromheen wordt weggesneden. Even later liggen de kaasbroodjes warm te worden en kan het maal van vette worst, brood wijn en perziken beginnen.


H: Op een kwade dag kregen Helios en Poseidon ruzie over Korinthe. De reus Biareus, die moest bemiddelen, gaf de landengte van Korinthe aan Poseidon en een bergtop in de buurt van Pyrgos aan Helios, die daar een paleis liet bouwen. Onder het paleis, omgeven door een zware muur, graasden op een vlak veld zeven kudden schapen met prachtige vachten. Elke kudde bleef precies vijftig stuks groot. Een aantal dat net zoals de 350 dagen van het jaar gelijk bleef.

R: In de verte horen we de bellen van een schaapskudde. Snel daarna zien we een mooie vrouw op een ezel voor de kudde uitrijden. Ze roept ons een goede avond toe, maar ook waarschuwt ze ons. We moeten water hebben om het vuur te doven. We stellen haar gerust en ze gaat op ezelbenen verder. Niet lang daarna opnieuw bellen. Een herder op zijn witte muilezel fluit naar een andere herder in het dal. Hij rookt een sigaret bij ons, neemt wat voedsel en waarschuwt voor brand. De laatste slok wijn slaat hij af, springt als een cowboy op zijn paard en verdwijnt galopperend.

H: Toen Odysseus en zijn vrienden op een keer in de buurt van het paleis van Helios landden sloegen ze de waarschuwingen van hun leidsman in de wind en joegen de heilige kudden van Helios op. Ze sneden de prachtige dieren de strotten af waarbij het bloed in het rond spoot. De moten vlees regen ze aan het spit. Toen Helios dat vernam dreigde hij zijn koninkrijk te sluiten en zijn licht alleen nog maar op de doden te laten schijnen. Zeus kalmeerde hem door te beloven deze dwaze stervelingen met bliksem te raken. De bliksem kwam en trof niet alleen de slachters van de schapen, ook het paleis werd getroffen en verdween in een wolk van zwavel.

R: Op onze terugweg zien we busladingen oude vrouwtjes hijgend en puffend in de hitte. Ze wachten op hun beurt om te mogen baden in en drinken van de geneeskrachtige zwavelbronnen.

Het kaarsje gaat uit.
De voorstelling heeft de sfeer van onze speurtocht en de verhalen van de Griekse goden goed weergegeven. We zijn er gelukkig mee.


De Maanzieke Maan

Een verhaal voor kinderen, speciaal voor Ieme en zijn vriendjes
Het gaat over de maan die verliefd wordt op een prachtige vlinder die hij iedere avond van bloem naar bloem ziet vliegen.

De maan en de vlinder besluiten samen op reis te gaan naar een eiland waar bloemen bloeien die nog nooit iemand geroken heeft. Maar als de maan op reis is moet er een plaatsvervanger zijn want anders zijn de kinderen s' nachts bang.

Ze vragen het de krekel, maar die heeft het te druk met tsjirpen.
De boom staat te vast in de aarde voor die nachtelijke tocht.
De aap zou alleen maar kwajongensstreken uithalen dus die komt ook niet in aanmerking.
Eindelijk komen ze bij de krokodil die er wel zin in heeft. Een probleem is hoe de krokodil als maan moet schijnen.
Ze gaan naar de bakker en laten een heel groot rond brood bakken. Dat moet wel op de maan lijken.

Vol goede moed gaan de maan en de vlinder op weg naar het eiland waar ze de hele nacht de heerlijke geuren opsnuiven die de vreemde bloemen verspreiden. Als ze aan het eind van de nacht wat op het strand uitrusten zien ze tot hun schrik dat er een stukje van de maan af gaat en nog een stukje. Op het laatst is zelfs het laatste stukje maanbrood door de krokodil opgegeten die honger van zijn nachtelijk werk gekregen had.

De zon die juist opkomt geeft de maan de raad om in het vervolg zijn werk maar zelf te doen. De maan was het er mee eens en was er tevreden mee om iedere nacht te kijken hoe zijn vlinder, waar hij zo veel van houdt, van bloem naar bloem vliegt.

Het verhaal boeit Ieme zodanig dat hij bij het horen van zijn naam besluit te kijken wat er achter de schermen van het Paraplu Theater gebeurt terwijl de voorstelling rustig verder gaat. Hij volgt de rest van het verhaal van binnen uit en blaast aan het eind het kaarsje uit.

Ik bedenk dat zoiets ook mogelijk moet zijn als kinderen naar de televisie zitten te kijken.
Ieme sluit de voorstelling met een stevige tik op de bel.
Dit was de vierde episode van de maan op maandag.

Het is vanavond volle maan
Volgens de traditie moet er storm komen. Die komt inderdaad maar niet hevig en zonder regen.
Iedereen is er nu op voorbereid en alle slaapzakken liggen in de bus opgestapeld.
Voor het eerst is er te weinig eten tijdens de lunch. We oefenen een beetje nederigheid na al die overvloedige maaltijden.
Het diner is een afscheidsmaaltijd voor de busmensen die morgen weer naar Amsterdam gaan.

In mijn paraplutheater zwerf ik als een geest door het maanlicht.
De dunne witte doeken die als sluiers aan de paraplu hangen geven het een mysterieus aanschijn.
Het paraplutheater ontmoet het meetbouwwerk uit bamboestokken.
Er ontstaat een schijngevecht.

De meeste reizigers zijn een beetje stoned en raken in trance als ze het bewegende theater zien.
Maar ook de nuchtere bezoekers ervaren de schoonheid van het samengaan van landschap en theater.
Aan het eind deel ik, vanuit mijn paraplu, gesuikerde amandelen uit. Roze en blauwe snoepjes zoals ze in de kerk uitgedeld worden.
Men neemt ze aan als waren het hosties. Sommigen durven ze zelfs helemaal niet aan te nemen zo zijn ze onder de indruk van de handeling.

Als sloteffect komt Camillo hangend aan de kabelbaan die over de hele vallei gespannen is naar beneden gesuisd met een brandende fakkel in zijn hand.
Als hij in een grote stofwolk de grond raakt spuwt hij vuur.
Dat is het teken voor het ontsteken van Bengaals vuur langs de heuvels. Het zet de bomen en tenten in een kitscherig rood licht.
Het is allemaal prachtig.

Henk van Faassen


> index berichten