Berichten
uit de
Samenleving


> startpagina

> index berichten uit de samenleving


tussen taal en beeld











Opening Charlotte Salomon Leven? of Theater?


Meestal neem ik deel aan de openingen in het Joods Historisch Museum.

Hoewel ik de toespraken moet aanhoren met relatief veel mooie woorden in de richting van alle overleden personen die een fonds gevuld hebben en wiens naam daarmee blijft voortleven. Ook de brave sponsors van bedrijven en stichtingen die de tentoonstelling 'mede mogelijk gemaakt' hebben, alsmede de bruikleengevers van de kunstschatten, worden opgesomd.
Een plichtmatig ritueel dat de interessante lezingen, van inhoudelijke- en persoonlijke aard, vooraf gaat.

De toespraken werden voorheen gehouden in de Grote Synagoge vanaf een plek tussen imposante zuilen waar meestal de Torarollen de hoofdrol speelden.

Meestal zorg ik ervoor bijtijds aanwezig te zijn waardoor ik de kans had een stoel te bemachtigen en een poosje de begroetingsrituelen van de 'misjpoge' in de prachtige ruimte aan te zien, alvorens de tentoonstelling te bezoeken.

Deze keer ging gaat het anders.
De vaste expositie in de grote synagoge wordt herbouwd en er is voorlopig geen plaats voor openingen.
Die worden in het museumcafé gehouden, ondanks dat daar geen plaats is voor veel mensen.

De aanpak is nu dat men zich tevoren kan aanmelden en dan een digitaal toegangsbewijs toegezonden krijgt dat je moet printen.
Mijn veronderstelling dat er evenveel toegangsbewijzen verstuurd worden als het aantal bezoekers dat proefondervindelijk in de beperkte ruimte past, blijkt niet juist.
Overigens is wel gewaarschuwd dat de meeste mensen niet kunnen zitten, behalve dan de erg belangrijke personen waarvan de namen op de eerste stoelenrij vermeld zijn en waar een stevige bewaker met een glimmende V op zijn revers naast staat om de zaak te regelen.


Meestal ben ik vroeg aanwezig, zoals ook nu.
Helaas moet ik geruime tijd buiten wachten voor de gesloten deur met twee poortwachters, met een V op de kraag, er voor.

In de rij sta ik naast een man die zonder enige aanleiding een klaagzang aanheft over de overlast die de jongeren, van ouders met grootouders die in een ander land dan Holland geboren zijn, in zijn buurt veroorzaken.
Dat de domme man dit verhaal uitbraakt op een plek waar het begrip 'Leven in de Diaspora' bijna tastbaar is, verontrust mij en de mensen om mij heen die meeluisteren.
Als de poortwachters vragen de geprinte toegangsbewijzen klaar te houden, blijkt dat de man er geen heeft.
Als ik eindelijk naar binnen mag, zijn er suppoosten die de toegangsbewijzen met een iPhone scannen. Dat lukt ze nog niet zo goed omdat ze gewend zijn een stukje van een papieren kaartje te scheuren.

Bij de toegang tot het museumcafé staan dames met welkomstchampagne.
Ik vraag iets alcoholvrij en krijgt een roze vloeistof, geserveerd in een slank champagneglas, dat smaakt naar kinderlimonade waar te veel water in gemengd is. Minder alcohol is niet denkbaar.

Ik vind een stoel naast een tafel waar de knabbels op armlengte staan, kleine zoute krakelingen.

Langzaam vult de ruimte zich met mensen.
De serveersters laveren met wonderbaarlijk gemak rond om de lege glazen op te halen.
Museum medewerkers, met een badge aan hun ceintuur, zijn zenuwachtig bezig nog even iets te regelen.
De man van de bewaking staat daar roerloos tussen, de benen gespreid, de handen gevouwen voor zijn kruis, kijkt hij naar eventueel verdachte personages. Die zijn er niet want die hebben geen geprint toegangsbewijs.

Dan verdikt de mensenmassa zich zodanig dat ik geen zichtruimte meer heb en nauwelijks kan ademhalen.
Het geluid van pratende mensen is oorverdovend en benauwend.

Ik besluit weg te gaan en op een rustige dag de tentoonstelling te gaan bekijken.


Met enige moeite bereik ik de uitgang.
Een moeder met een jong kind op haar arm en een aantal tassen aan haar arm vertrekt ook.
We staan in een ruimte waar vermeld staat dat de deuren pas open gaan als die achter je gesloten zijn.
De vrouw gaat op een traptrede zitten om haar kind en tassen op een goede manier te vervoeren. Ik blijf in de open deur staan en adviseer haar ook naar buiten te gaan omdat ze anders tussen twee deuren opgesloten zou komen te zitten.
De kans dat er snel nog mensen deserteren is redelijk klein. Ze volgt dankbaar mijn advies op.


Om de hoek staat mijn fiets.
Ik zie ik de vrouw hulpeloos naar haar fiets met kinderzitje kijken die inmiddels ingesloten is door meerdere slordig geparkeerde rijwielen.

Ik vraag of ik haar kan helpen, want ze heeft haar armen vol kind en tassen.
Ze wil haar fietssleuteltje aan mij geven, maar ik vind het handiger als ik de baby overneem terwijl zij haar fiets tussen de anderen uitpeutert.

Daar sta ik dan met een vrolijk kind op mijn arm dat niet onder de indruk geraakt is van alle chaotische toestanden die binnen en buiten het museum plaatsvonden.
Haar moeder is trots op haar dochtertje dat geen traan of kreet laat gaan en met belangstelling de klep van mijn pet bestudeert.


Binnen is de vernissage van Charlotte Salomon, Leven? of Theater?

Henk van Faassen


9 8 2018