Fietsen



tussen taal en beeld
.



De fiets van monsieur Sivrac



Baron von Drais op zijn fiets


Fiets uit 1861

 



H.J.Lawsonfiets 1880


Fiets met spandraden in het frame



 


de geschiedenis
van de fiets


De fiets was in principe een revolutionaire uitvinding. Een voertuig dat niet door paarden getrokken werd maar door de mens zelf aangedreven kon worden.

Het begon allemaal met een houten loopfiets zonder stuur of trappers. Je kon er uitsluitend, en heel moeizaam, rechtuit mee rijden.
Baron von Drais verbeterde dit model in 1816 en noemde het de Draisienne.
Ze werden een hobbypaard genoemd.
Kirkpatrick Macmillan, een Schotse smid, maakte in 1839 pedalen aan het achterwiel van de fiets.
Ernest Michaux vond het beter om pedalen aan het voorwiel te monteren. Hij noemde z’n fiets de Vélocipède.
Met dat grote voorwiel kon met met elke trap op het pedaal een aardige afstand afleggen.

In Nederland werd in 1869, door Henricus Burgers in Deventer de Eerste Nederlandse Fabriek van Vélocipèden opgericht.
Later werden die voertuigen 'fiets' genoemd. Spaken en kogellagers waren wel de belangrijkste vernieuwingen. In 1876 kwamen er remmen op de fiets. Daarna fietskettingen en versnellingen.

H.J.Lawson was de eerste die een model introduceerde dat op de moderne fiets lijkt, met het enige verschil dat het voorwiel veel groter was dan het achterwiel. Wielen werden nog steeds van licht metaal gemaakt.


 



Peugeot [ca.1920]


Solex, ontwerp Donald Brun [1960]



Bij C&A koopt men fietscostumes

 



The Humber England [1940]




Fietsen moet eerst geleerd worden.

 



Triumph [ca.1950]


Oh wat is het fijn een fietsbabe te zijn.


Het gaat niet altijd goed


The Western Flyer uit de USA

De IKEA fiets










 

Moderne fietsen

In 1885 werden door de Starley familie uit Coventry in Engeland de Rover fietsen gemaakt. Twee lichtmetalen spakenwielen van gelijke grootte, een zadel en een pedaal in het midden, met een versnelling en ketting aan het achterwiel verbonden. Ze hadden het bekende ruitframe en werden 'Safety' genoemd.

Dit was de fiets die bijna gelijk was aan onze moderne fietsen en bekend stond als veiligheidsfiets.
Een uitvinding waren de fietsbanden van Dr.John Boyd Dunlop in 1888.

Tegenwoordig vouwen we fietsen op, bedenken alle vormen van kindervervoer per bakfiets en sluiten een accu op de versnelling aan. We toeren naar de hoogste bergtoppen met racefietsen van titanium en raggen door mooie bossen met mountainbikes.




Eén van de renners is de richting kwijt.




De kunstenaar Tinguely op zoek naar materiaal voor zijn kunstwerken



Tinguely op weg met zijn 'fiets' van zijn atelier naar de Galerie des Quatre Saisson in Parijs [1960]

 

Wielerwedstrijden

De eerste wielerwedstrijden werden in de 18e eeuw gehouden. Dat ging dan met van die fietsen die een groot voorwiel en een klein achterwiel hadden. Maar vreemder was dat die eerste loopfietsen geen stuur en geen trapper hadden.
Maar in de parken werden toch al wielerwedstrijden gehouden.



Pierre Lallement maakte iets dat wel leek op een fiets, maar dan helemaal van hout.
Het voorwiel moest steeds groter worden om snelheid te winnen, dat gaf vaak ongelukken.

Toen kwamen er academies voor de fietssport en werden overal plaatselijke wedstrijden gehouden. Daarbij waren algemene spelregels noodzakelijk.
Arthur Zimmerman was rond 1890 de eerste bekende wielrenner. In het begin werden die wedstrijden in een 'Velodrome' gehouden. Later ging men de bergen in en wie het langst op de wielrenparcoursen kon volhouden had gewonnen.

In het begin van de 20e eeuw standaardiseerden de Europese en Amerikaanse organisaties de regels voor de wielrensport en werd in Chicago het eerste wereldkampioenschap wielrennen georganiseerd. In Europa zijn de Tour de France, Giro d'Italia, La Vuelta de grootste evenementen.
Paris-Rouen is een andere beroemde race, van de Arc de Triomphe naar Rouen. verder de Tour de Suisse, Paris-Nice en Criterium de Dauphine Libre. Tijdens de Olympische spelen vinden er ook wielerkampioenschappen plaats.



 

Jos Dol, fietsenmaker

Ik bespeel de spaken als een harp
“Er is net een herenfiets binnengebracht
met een flinke slag in het achterwiel, en drie gebroken spaken.
De eigenaar had al een tijdje
het gevoel te slingeren, vertelde hij, maar had geen tijd gevonden de fiets weg te brengen.
Ik heb de fiets opgehangen.
Gelukkig
kon het wiel draaien, anders heeft het geen zin er tijd in te steken.
Er waren twee spaken
gebroken aan de kant van de kettingkast, een aan de andere kant – de makkelijke kant.
Is er aan de makkelijke kant één spaak gebroken,
dan laat ik het wiel vaak in de fiets zitten. Dat bespaart tijd en dus geld.
Met enige
moeite kan ik vanaf die kant een nieuwe spaak door een gaatje op de flens bij de naaf van het wiel rijgen. Daarvoor moet de spaak buigen, maar dat geeft niet, je kunt hemeenvoudig weer recht buigen en met de nippel in de velg draaien. Aan de andere kant lukt dat niet, daar zit het tandwiel in de weg.

Dit wiel moet eruit, er mankeert te veel
aan. Ik zet het wiel in een richtblok, een bankschroef met twee enigszins naar binnen gerichte wijzers. Kijk, nu ik het wiel draai, zie je het op verschillende plaatsen tegen de wijzer aan lopen: daar zitten de slagen. Omdat het wiel eerst tegen de ene en daarna tegen de andere veer loopt, noem ik deze slagen een golf.
Voordat ik er nieuwe spaken indraai, controleer
ik de andere spaken.
Met twee handen
pak ik aan beide kanten van het wiel telkens twee spaken vast, alsof ik een harp bespeel.
Zo voel ik hoeveel spanning op de afzonderlijkespaken staat.

Een wiel is opgebouwd
uit zesendertig spaken, achttien aan de linkerzijkant, achttien aan de echter.
Als
er eentje springt, verandert ook de spanning op de spaken ernaast en ertegenover, ze komen losser
te zitten, of juist vaster.

Afgezien van de ontbrekende spaken bungelen
er nog drie in het wiel. Ik probeer ze vast te draaien.
Lukt niet. Vastgeroest.
Uiteindelijk
moet ik zes spaken vervangen.
Nadat
de nieuwe spaken in de velg gedraaid zijn, breng ik ze op spanning met een stalen apparaatje. Dat zet je op de spaak, zodat je de nippel van de spaak vaster in de velg kunt draaien.
Hoe vaster de spaak, hoe hoger de
spanning. Door met die spanning te spelen, haal ik ook de golf uit het wiel. Hier raakt het wiel de veer van het richtblok rechts.
Ik draai de
tegenoverliggende spaken aan, zo trek ik het wiel naar links. Het kan ook zijn dat de spaak aan de rechterkant juist te strak zit. Door die losser te draaien ontspant de rechterkant, zodat het wiel ook rechter komt te staan.

Met mijn handen bespeel ik de spaken.
Toen
ik nog minder ervaren was, gebruikte ik er wel een theelepeltje voor. Als ik dan op de spaken tikte, hoorde ik aan de toonhoogte hoe strak de spaken stonden.
De golf is eruit.
Nu controleer ik alleen nog
of de spaken op dezelfde spanning staan, en dan is het wiel gericht.”

Uit: 'Zin in werk' de Volkskrant



 
 

Mijn fiets en de mensen

Ik ga te voet naar het zwembad

Mijn fiets kondigt al enige tijd aan dat hij er de brui aan wil geven.
De versnellingsnaaf kraakt als een kruiwagen en de ketting loopt vast.
Miezerige regen maakt me al nat voordat ik het bad bereik.
De druppels lopen van mijn pet regelrecht in mijn nek. Mijn zwembroek en handdoek, in een linnen tasje, nemen alvast water op dat meestal pas na mijn getrokken baantjes op mijn lijf zit.

De fietsenmaker bekijkt mijn fiets en zegt somber: “Het kan een kwestie van een kwak vet zijn, of de hele boel moet eruit gesloopt worden voor de prijs van een aardige tweedehands fiets”.
Het laatste blijkt het geval.
Toch laat ik er liever een nieuwe naaf in zetten dan dat ik op een fiets ga zitten die door iemand verstoten is.


Beelden schieten door mijn hoofd van junks die op de brug bij het voormalige Binnengasthuis voor vijfentwintig euro gestolen fietsen verkopen aan stomme studenten. Die begrijpen niet dat ze vanaf dat moment in een kringloophandel terecht gekomen zijn. De fietsen worden hen weer even snel weer ontnomen als ze nu aangeschaft zijn.

Een jongen bevestigt een papier aan het geraamte van een bakfiets: “Niet meenemen, er wordt aan gewerkt!”, alsof dat zal helpen tegen bakfietsendieven.
Hoewel, ik heb nog nooit een junk horen smiespelen: “Bakfiets kopen?, vijfentwintig euro!”

Henk van Faassen



 

 

 

14 11 2017