|

Immortelle IX
Op
`t hoekje van de hooigracht
En van den Nieuwen Rijn,
Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang
Mijn boezemvriend zou zijn.
En halverwegen
tusschen
De Vink en de Haagsche Schouw,
Daar brak hij, zes weken later zoowat,
Den eed van vriendentrouw.
Piet
Paaltjens (pseudoniem van François Haverschmidt,
1835-1894)

Vandaag ...
Vandaag
is de markt mijn gedicht
Ik zoek in het geruis
Zinnen van mijn gading
Een man loopt gehaast voorbij
Geen tijd voor bespiegelingen
Een ander hield ik staande
En gaande het gesprek
ontstond het woord.
Egon
Snelders

Nederlandse Spoorwegen
Tanja,
je kunt kiezen:
9.08
9.28
39
55
10.09
30
39
11.09
11.43
Doe
Amsterdam de groeten
en geen gesodemieter.
Cornelis
Bastiaan Vaandrager (1935-1992)

Poëzie is kinderspel
Over
het krakende ei
dwaalt een hemelse bode
op zoek naar zijn antipode
en dat zijt gij
mogelijk
dat men op zulk een kleine schaal
niet denken kan het maakt nijdig
of men is verveeld dus veel te veilig
dan is men verloren voor de poëzie
u
rest slechts een troost ligt gij op sterven
gij verveelt u dan ook niet
en plotseling kan dan pop en bal
laat herinnerd u laten weten
dit was ik en dat was het heelal
Lucebert
(L.J. Swaanswijk 1924-1994)

Wie niet ...
Wie niet verbaasd staat
over de kennis van professor Veth
heeft geen verstand van kennis.
Multatuli
(ps. Eduard Douwes Dekker, 1820-1887)
(Multatuli,
Volledige Werken III, Amsterdam 1951)

De trouw der burgerij heeft hier,
't geen door geweld der vlammen wierdt gesloopt,
in bet'ren staat hersteld,
Annoniem
Anno MDCCLXVI
|
|

VAL
Ich falle nach Venedig hinunter
und so weiter - bis zu den Sternen
Trakl
Val
lichtende
rank
die heelal
na heelal
ontbrandt
steen
dier
plant
Schal
grondeloos
lood
aan het snoer
diep door den schoot
van het al
slaat
aan den vloer
van den dood
Val
achter den
wal
van den dood
blind door
het luik
van de hal
boot
ster
dal
Hendrik
Marsman (1899-1940)
(Verzamelde
gedichten EM Querido's
uitgeverij, Amsterdam, 1940)

Taalles
Die
eerste mededele wat mens leer
vóór drie jaar oud is lewenslank genoeg
om die akuutste nood te formuleer
soos: ek het honger
hou van jou
is moeg
Plots uit
die soet ontmoeting weggeruk
het hulle 'n nuwe saamkomplek ontdek
om oor en oor, onnosel van geluk,
toereikend te verduidelik: jy en ek
'n Maand daarna
- want tyd bring raad - hanteer
hul moeiteloos diggeweefde sin,
die voegwoorde van kunstige verweer
soos: daarenteen
ondanks
desnietemin
Elisabeth Eybers, Zuid Afrika,
1915

Verborgenheden
Laat
niemand uit wat ik deed en zei
proberen af te leiden wie ik was.
Er was een belemmering, die vervormde
de daden en de wijze van mijn leven.
Er was een belemmering,
die weerhield mij vele keren als ik wou gaan spreken.
Mijn meest onopgemerkte daden,
en mijn meest verhulde geschriften -
daaruit alleen zal men mij begrijpen.
Maar misschien is het niet zoveel moeite,
zoveel inspanning waard om mij te kenen.
Later - in een volmaakter samenleving -
zal stellig iemand anders, zoals ik geschapen,
verschijnen en handelen in vrijheid.
K.P
Kaváfis, (1863 - 1933)
(vert. Hans Warren en Mario Molengraaf in Gedichten,
Amsterdam, Bert Bakker, 1986)

Regen
Het
komt van nergens. Weggaan?
Er is geen toverwoord dat deze sleur
doorbreekt, het staren, de sonore stilte
als van pijlen. De lente, en de overvloed
aan jaren en aan licht, liggen verloren
op de afgelegde weg. De verwachtingen doofden
op den duur volkomen. Opnieuw is alles volmaakt
in de leegte: de trage regen
gaat nergens heen.
Salvador
Espiriu (Catalonië, 1913-1985) (vert.Kees
Bakker)
|
|