|
tussen
taal en beeld

Het
is donker als ik op Mytilini airport land Uitstappen
in een stinkende oliewalm afkomstig van het vliegtuig dat mij
bracht.
Ik neem een taxi, maar eerst moet iemand de sleutel van de uitgang
van het vliegveld vinden.
Met de zelfontspanner fotografeer ik in
het eerste koffiehuis van mijn speurtocht naar de stoelen van
Lesbos
De mannen kijken op als er een lichtflits komt.
Een andere manier van fotograferen zal beelden opleveren van trotse
tanige koppen, met de armen over elkaars schouders geslagen, grijnzend
in de lens.
De mannen betalen mijn ochtendkoffie, het traditionele kerasma,
en steken verhalen af die ik niet versta. Opnieuw flits ik mijn
aanwezigheid.
Ik
behoor op een wrakke stoel te zitten
Tussen de oude heren die op het plein kletsen.
Waarover ze het eindeloos hebben blijft een raadsel. Politieke
rituelen.
Ze kennen elkaar al zo lang en zitten er iedere dag.
Alle gesprekken moeten wel eens opgedroogd zijn, maar niets is
minder waar.
Af en toe laaien de stemmen zelf op als ware het een heuse ruzie,
maar er zijn geen verkiezingen, dus nauwelijks iets om je over
op te winden. Dan maar een beetje met je kralen slingeren.
|
|
Lesvos
Hellas Kafaneio
Nargilehs
en koffie
en theelepels jam
het oude koffiehuis
trots van de haven
Benen over
elkaar
backgammon bord en koffie
alle bitterheid opgeslokt
pijn brengt vreugde
Een ouzo
van mij
voor Nicolas, de visser
voor Thanassis, getaand
tussen zout en vis

In
de tavernes zitten de mannen urenlang te eten
De stoelen vergroeid met de bonkige lijven. Ze plukken de visjes
met vette vingers uit elkaar en soppen hun brood in alle mogelijke
prutjes. De stapel gefrituurde aubergines is enorm, vijfentwintig
gegrilde sardines op een rij. De ouzo uitsluitend per fles besteld,
wat tot behoorlijke dronkenschap kan leiden.

De
mannen schuiven hun stoelen recht
Op het gesleten tafeloppervlak blijven de lege waterglazen, de
kopjes met koffieprut en de schoongelikte jamlepeltjes, achter.
De patroon leunt in de deuropening.
|
|