Jacques Derrida


> startpagina

> index woorden

Stilte
is de rol en de betekenis
van het zwijgen in en voor de taal
.
Lezen
is een kunstwerk
en ieder beeld is schrift en dient gelezen te worden
.
Schrijven
is het achterlaten
van een leesbaar spoor.

Een teken
is de combinatie
van beeld en betekenis zoals mensen die hanteren,
een grootheid die te manipuleren is.

[woorden gevonden tussen taal en beeld]


tussen taal en beeld

Jacques Derrida is geboren
15 juli 1930 in El-Biar, Algerije
en overleden 9 oktober 2004
in Parijs.

De verhouding
tussen
gesproken taal
en schrift
onderzocht



Driehoek van begrippen

Prof.dr. H. Kimmerle:
In de geschiedenis van de westerse filosofie is veelal aan de gesproken taal de voorkeur gegeven en het schrift is lager gewaardeerd.
Derrida wil deze verhouding niet omkeren, maar beide als gelijk-oorspronkelijk beschouwen.

De voorkeur voor de gesproken taal of de stem heeft met de neiging tot het idealisme te maken.
De stem staat dichter bij de geest en het schrift is sterker aan de materie (van inkt, papier enz.) gebonden.
Als de spirituele kant van de gesproken taal nog meer wordt benadrukt, gaat het over een 'stem, die de stilte bewaart'.

Derrida's herwaardering van het schrift is alleen begrijpelijk als men ziet dat hij een volledig nieuw begrip van het schrift heeft geïntroduceerd.
Schrijven is niet alleen het vastleggen van wat mondeling gezegd is of gezegd kan worden met behulp van een systeem van tekens.
Schrijven is een heel eigen activiteit van de taal, het kan gedefinieerd worden als 'het produceren van een leesbaar spoor'.




Men kan ook voetafdrukken in het zand, een gebroken tak of een configuratie van stenen als schrift beschouwen


Een kunstwerk en ieder beeld is schrift en dient gelezen te worden. Verder kan men stellen dat schrijven bij het menszijn hoort en dat iedere cultuur haar type schrift kent.
Daarmee is het politieke verschil tussen geletterde en ongeletterde (schriftloze) culturen verouderd.

Het ligt in de lijn van dit nieuwe begrip van het schrift, dat Derrida een verschil maakt tussen de tekst en het boek.




Tekst is het oneindige stromen van de productie van leesbare sporen, terwijl een boek een willekeurig stuk tekst tussen twee omslagen afsluit
.

Met het oog op de steeds verder gaande uitbreiding van de samenhang van leesbare sporen zegt Derrida:
'Er is geen buiten de tekst'

Maar de tekst is ook naar binnen toe oneindig.

De grafische vorm van de lettertekens van een alfabetisch schriftsysteem, de witte ruimte tussen de letters en de regels, de randen van een pagina zijn als het ware de 'stilte van de tekst'
die de lezer eveneens dient te vernemen.


Structualisme


Jacques Derrida
maakte deel uit van de school van het Franse structuralisme, een stroming die in het begin van de jaren zestig ontstond in Parijs.
Het structuralisme gaat ervan uit dat alles wat bestaat en gebeurt een structuur heeft, en dat filosofen die structuur en de functie van die structuur moeten blootleggen.


Lévi-Strauss

De Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss gold als de aartsvader van het Franse structuralisme. Hij was de meest originele en waarschijnlijk de invloedrijkste Franse denker van de vorige eeuw. Toch kreeg hij bij het grotere publiek nooit zo'n brede faam als Derrida of zijn generatiegenoot Sartre. Hij is 3 nov 2009 op honderdjarige leeftijd overleden.

Volgens Lévi-Strauss krijgt een samenleving pas ordening als er scheidslijnen getrokken worden. Maar tegelijk wordt de samenhang ervan pas gegarandeerd als die lijnen worden overschreden: vooral in de meest fundamentele 'ruil' die een gemeenschap kent: het huwelijk. Daarom valt het incestverbod volgens hem samen met het ontstaan van de beschaving.
Exogamie, de verplichting te trouwen met iemand van een andere groep, is daarvan het verlengstuk - maar daartoe moeten er tussen of binnen de clans eerst grenzen worden geschapen.
In een notendop is dit het wetenschappelijk programma dat Lévi-Strauss zijn leven lang is blijven volgen.
Betekenis krijgt de wereld pas dankzij een structuur, die bestaat uit onderling tegengestelde elementen. Binnen dat rasterwerk is het individu niet meer dan een 'teken', dat de hem toegeschreven plaats inneemt in de tekst die de cultuur is.
Het is dus niet het individu dat de wereld zijn betekenis geeft, zoals het op dat ogenblik in Frankrijk nog altijd populaire existentialisme wil.
Het individu krijgt zelf pas betekenis doordat het is opgenomen in een netwerk dat hem overstijgt.


Taal verwijst naar taal

Derrida ontwikkelde het basisidee van het structuralisme verder voor de literatuurwetenschap.
Hij ging er daarbij vanuit dat taal alleen naar taal verwijst en niet in relatie staat tot een werkelijkheid daarbuiten.
Het is volgens Derrida mogelijk dat die werkelijkheid er is, maar hij acht het irrelevant daarnaar te zoeken.

Alle woorden verwijzen naar andere woorden
Die woorden verwijzen op zich ook weer naar andere woorden, waardoor een oneindige keten van woorden ontstaat, die een immense, nooit voltooide tekst vormen.
Doordat alle woorden op elkaar inwerken, is het volgens Derrida onmogelijk de betekenis van een woord of een reeks van woorden vast te leggen. Elke interpretatie van een tekst is daarom in principe goed.

In zijn filosofie probeert Derrida, het begrip differentie serieus te nemen. Dit leidt in de eerste plaats tot een nieuwe filosofie van de taal, in het bijzonder van de verhouding tussen gesproken taal en schrift.
De ethische, esthetische en politieke aspecten van het nieuwe differentiebegrip zijn eveneens van groot belang

Antisubjectfilosofie
Derrida wordt met Foucault, Lacan en Lyotard gerekend tot de belangrijkste representanten van de stroming in Franse filosofie die de antisubjectfilosofie genoemd wordt. Deze filosofie is een reactie op het traditionele eenheidsdenken ook wel identiteitsfilosofie genoemd.

De antisubjectfilosofie verwerpt het idee dat de individuele mens als grondslag kan dienen voor het filosofisch denken.
Dat de mens de waarheid in pacht zou hebben of via de wetenschap zou kunnen krijgen, vinden zij een grenzeloze overschatting van de kwaliteiten die toegeschreven worden aan het feit dat mensen kunnen denken.
Kortom het idee van de mens als subject van de geschiedenis vormt een misvatting.

De taal is in het werk van deze filosofen een belangrijk aanknopingspunt.
De mens die er prat opgaat, dat hij spreekt, is in feite horig aan de orde die de taal sticht.

Vier verschillen

De verschillen tussen deze filosofen spitsen zich vervolgens vooral toe op een viertal aspecten:
Het samenvallen van de taal en het vertoog (Foucault)
De plaats die het individuele spreken kent ten opzichte van de taal (Lacan)
Het verschil tussen spreken en schrijven (Derrida)
De pragmatiek van de verhalende kennis en de zelflegitimatie van de wetenschappelijke kennis (Lyotard).

Tekenleer
Derrida neemt de tekenleer van Ferdinand de Saussure als uitgangspunt.
Deze tekenleer die dateert van het begin van de 20e eeuw vormt een bron van inspiratie voor de Franse filosofen. Overigens voornamelijk door zich er tegen af te zetten.


Deconstructies

Derrida draait de taalconstructie van De Saussure om.
Hij stelt dat elke manier van denken en spreken de eigenschap van een tekst kent.
Deze eigenschap is de afwezigheid van wat er niet gezegd (niet `betekend') is. Ieder denken of spreken wordt gekenmerkt door een meervoudige afwezigheid.
De tekst die bij De Saussure juist het `positieve geheugen' vormt `van wat er te zeggen valt', is bij Derrida de creatie die ons het uitzicht belemmert op `wat er allemaal gezegd had kunnen zijn'.


Tekst van smeltend ijs op een Amsterdamse brug

Teksten gaan een eigen leven leiden:
spreken en denken hechten zich aan elkaar
`tekens-van-tekens-van-tekens-van-tekens enzovoort'.


Derrida dringt er op aan te letten op wat er niet staat.
Hij duidt zijn manier van werken als `schrijven in de marge'.
Zijn werk `deconstrueert' de tekst (het denken en spreken).
Naast de filosofische en theoretische reflecties kent met name het latere werk van Derrida allerlei voorbeelden van deze deconstructies.
In feite `ontdekt' Derrida opnieuw de kunst op het punt waar deze probeert de bestaande relaties tussen teken en betekenis uit elkaar te pluizen.
Het latere `kunstzinnige werk' van Derrida is dan ook beroemder dan de gedachtegang waarop het gebaseerd is.


Zie ook: De Saussure

omhoog





in de stilte

is de taal steeds aanwezig, zelfs als je de tekens die er bij horen niet ziet




als je leest
verliezen
de dingen om je heen
hun betekenis




schrijven
laat een spoor van tekens na




het teken

geeft aan
wat de betekenis
van het teken is

 




 

 

 


> lezen en zo meer


5 11 2017