|
Woorden
Een
onderdeel van het gesproken woord is de klank, een aspect
van het geschreven en gedrukte woord is het visuele: de vorm van
de letters en hun plaats en rangschikking op de bladspiegel.
Het visuele element kan gebruikt worden,
zoals de klank bij het gesproken woord,
om iets naders over het woord of de taal in het algemeen uit te drukken.
Dit is in het verleden betrekkelijk weinig gebeurd; voornamelijk twintigste
eeuwse beeldende kunstenaars, afficheontwerpers en reclamemensen hebben
het visuele aspect van de taal uitgebuit.
De
dichters van de zogenoemde. 'concrete poëzie' isoleerden
bovendien het woord en ontbonden het soms in zijn componenten: letters,
waarna het in hoofdzaak een picturaal uitdrukkingsmiddel werd en verwijderd
raakte van zijn oorspronkelijke functie.
De dichters van een verwant genre, de 'visuele
poëzie', hebben, eveneens van het woordbeeld uitgaande,
een nog verdergaande consequentie getrokken: zij hebben de hele visuele
omgeving rond het gedrukte woord in hun creatie betrokken en het geheel,
woord en
beeld dus tot een specifieke poëtische uitdrukkingsvorm gemaakt.
De winst van deze vorm-van-poëzie,
zowel ten opzichte van de typische woordpoëzie als de 'concrete
poëzie', is dat de taal uit zijn geïsoleerde positie wordt
gehaald -vergelijkbaar met wat de multimedia-evenementen op het
toneel doe, en dat deze in de beste gevallen in een wijdere (sociale)
context wordt geplaatst; in andere lopen woord en beeld opzettelijk
asynchroon of is het picturale weer hoofdzaak geworden en bevindt
men zich op het terrein van de woordloze beeldende poëzie.
Het werk van Hans Clavin is
een stimulerend voorbeeld in het genre 'visuele poëzie' en daar
de bladen in dit boek bovendien thematische verbindingen hebben, hoewel
minder in het geknipte woord en de gecomponeerde letterstructuren dan
in het gesneden beeld en het handgeschreven citaat, maakt dit het doorbladeren
ervan tot een
boeiend avontuur en ook het lezen van de sterk vervreemde taalflarden
tot een leesavontuur.
"L
'angerie" toont aan
dat tussen beeldtaal en taalbeeld een nog grotendeels onontgonnen terrein
ligt, dat waard is geëxploreerd te worden.
Sybren Polet

|
|
|