|

De
leden van 'De Blauwe Schuit'
in de drukkerij waar Werkman de Chassidische
Legenden drukte.
vlnr: Zuidhoff, Henkels, Werkman en Buning
foto
Persbureau Folkers Groningen
Druksels
Druksels
zijn Werkmans unieke bijdrage
aan de Nederlandse kunst
Ze zijn het resultaat van de artistieke toepassing van de druktechniek
die hij in 1923 had ontwikkeld met behulp van materialen uit zijn
commerciële drukkerij, en die zich onderscheiden van de gebruikelijke
prentkunst, omdat er altijd sprake is van unica.
Daarom voerde Werkman zelf de term druksels in, ter onderscheiding
van het drukwerk dat hij daarnaast in oplage vervaardigde.
Werkmans druksels kregen voor het eerst bekendheid door de negen
nummers van het tijdschrift The
Next Call
(1923-1926).
Dit tijdschrift, dat Werkman zelf uitgaf, werd gevuld met typografische
experimenten, druksels en grotendeels door hemzelf geschreven
teksten van expressionistische, lyrische en dadaïstische
aard.
Werkman verspreidde The Next Call internationaal en dit bracht
hem in contact met allerlei avant-gardisten over heel Europa,
zoals Michel Seuphor, Jean Arp, Antoine
Pevsner en Wassily Kandinsky.
|
|
Chassidische
legenden
De serie die tot zijn beroemdste werken hoort, werd
geïnspireerd door de bundel
Die Legende des Baalschem [1932]
van Martin Buber.
Deze joodse vertellingen werden door Werkman tussen 1942 en 1943
verbeeld in twintig druksels.
Ze maakten deel uit van een reeks illegale uitgaven die verschenen
onder de naam De
Blauwe Schuit
en waren bedoeld als geestelijk verzet tegen de Duitse bezetting.
In de laatste
jaren van zijn leven maakte Werkman daarnaast ook meer abstracte
druksels, die zich onder andere onderscheiden van zijn vroegere
abstracte werk doordat er organische, meer vloeiende vormen in
voorkomen.
Zijn vormentaal en techniek waren veel rijker geworden, mede dankzij
het werken met sjablonen.
[bron: Groninger
Museum]

Straatbeeld met treintje
/1943
|
|