|
|
|
|
|
|
Kinderen
en
Visuele Poëzie

|
|
tussen
taal en beeld

|
|
Opvattingen
over de relatie tussen taal en beeld
en de toepassingen ervan in
de taalmethodes
voor het basisonderwijs |
|
|
|
Een
A is een A
Soms is de A sierlijk weergegeven,
soms bijna onleesbaar slordig neergeschreven, een andere keer groot
en plomp op een affiche afgedrukt. Maar als kinderen eenmaal weten hoe
een A
eruitziet, herkennen ze al die andere A's
op de een of andere manier wel.
Die A is de eerste letter van het
alfabet.
Dat alfabet wordt gebruikt voor geschreven taal.
Die A wordt, samen met de daarvoor
benodigde andere letters en volgens vaste afspraken aaneengevoegd tot
woorden en zinnen, die een betekenis hebben.
Kinderen gebruiken woorden en zinnen nog voor ze die kunnen schrijven
Mijn kleinzoon Arne herkende die A al heel jong als de eerste letter
van zijn voornaam en gebruikte hem om overal talige sporen na te laten.
|
|
|
|
De
letter als kunstobject
Vormentaal
en beeldtaal
Er is vrijwel geen beeldonderdeel te vinden dat, vergelijkbaar met een
letter uit het alfabet, deel uit kan maken van wisselende taalbetekenissen.
In die zin gedraagt een vorm zich elitair.
Het beeld is voor een unieke situatie ontworpen en alleen de ontwerper
ervan bepaalt de 'grammatica' ervan.
Kunstenaars gebruiken soms letters in hun visuele
werken, maar geven die beeldend gebruikte letters en woorden een andere,
eigen, betekenis.
Geldende afspraken over beelden kunnen met de kunstenaar niet gemaakt
worden.
De symbolen, losgerukt uit hun dienende functie,
worden in die gevallen gebruikt, of misbruikt, voor een ander doel.
De symbolen staan in zulke gevallen niet langer ergens voor, ze zijn
een zelfstandig kunstobject.
De handeling van het ontkoppelen van teken en betekenis is de inbreng
van de kunstenaar.
Taal wordt zelf tot kunst verheven in plaats van dat ze het voertuig
ervan is.
Als taal kunst is, vervalt
de voertuigfunctie en andersom
Als taal kunst is geworden, ontbreekt de inhoud van de taal of is vervangen
is door een andere inhoud.
Kunst moet het hebben van emoties en laat die op het verstand voorgaan.
Of laat het verstand ongebruikt. De ratio en emotie staan met elkaar
op gespannen voet.
Die tweeslachtigheid is mijn bezwaar tegen het gebruiken van visuele
poëzie in het onderwijs aan jonge kinderen.
In dit artikel beschrijf ik de hardnekkige zinloosheid van het gebruiken
van oppervlakkige voorbeelden uit de rijke cultuur van de Visuele Poëzie
om daarmee het taalonderwijs leuker te maken.
|
|
|
|
|
|
|


|
|
Zijn
beeld- en taal communicatie gelijk?
Samenhang
tussen beeld en taal is moeilijk aan te tonen
Kinderen hebben daar geen boodschap aan als ze zich met hun verbeeldingskracht
op de al dan niet zinvolle opdrachten van hun onderwijzers storten.
Er is een geweldige afstand tussen het aanleren van taalregels die voor
iedere taalgebruiker gelden en van beeldregels die per gebruiker verschillen.
Taal
heeft altijd met communicatie te maken
Als er geen open verbinding is tussen twee of meer deelnemers, kun je
wat mij betreft al niet meer van taal spreken. De onderlinge verbinding
is een eigenschap van taal, het ontbreken ervan maakt taal nutteloos.
Iets dergelijks is er ook aan de hand met beeldtaal.
Er moet sprake zijn van een open 'beeldverbinding' tussen de maker van
de beelden en de aanschouwer.
Verborgen
verleiders
Kinderen maken
in hun dagelijkse leventje kennis met vormentaal in prachtig opgepoetste
reclamebeelden. Die zijn per definitie onbetrouwbaar. De werkelijkheid
van het beeld is gemanipuleerd met als doel een boodschap zodanig over
te brengen dat men iets gaat kopen.
Er is sprake van communicatie, of het een open communicatie is betwijfel
ik.
Openheid in de communicatie moet zich kenmerken door een gelijkwaardigheid
aan beide kanten van de communicatielijn. Bij reclame is dat nooit het
geval. Als het wel zo zou zijn verloor de reclame haar bestaansrecht.
Reclame is een boosaardige verleider.
Toch mogen reclame-uitingen in het maatschappelijk verkeer niet ontbreken,
op voorwaarde dat iedereen ertegen gewapend is.
Taalonderwijs
In het basisonderwijs
worden spellen, stellen en grammatica in een strakke leerweg onderwezen.
Het technische taalonderwijs is een geheel van gefragmenteerde leseenheden.
Dat zoiets voor de kinderen, met hun speelse leerhouding, bijzonder
saai is en daarom ook niet altijd even effectief, heeft menige leerkracht
wel begrepen.
Opleuken
In het onderwijs denkt men dat de taallessen 'opgeleukt'
moeten worden met elementen uit het domein van de kunsten. Literaire
vorming en taalonderwijs zijn en blijven twee verschillende domeinen
met eigen ontwikkelingspatronen.
Leerkrachten dienen zich terdege af te vragen of hun deskundigheid in
gelijke mate tot beide domeinen reikt.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Visuele
poëzie en taal leren
Als een spruit vanuit
de Concrete Poëzie heeft de
Visuele Poëzie zich als een zelfstandige en wereldwijd verbreide
literaire kunstzinnige richting ontwikkeld.
Karakteristiek voor Visuele Poëzie
is het door elkaar gebruiken van letter- beeld- en tekstmateriaal, pictogrammen,
tekens en tekstfragmenten, zowel als verbale- semantische en figuratieve
elementen.
De visualiteit van de taal, schrift, beeld en tekst voegt literatuur
en beeldende kunst tot een nieuwe eenheid samen.
Grenzen tussen lezen en waarnemen zijn er niet en moeten door de kijker
of lezer zelf vastgesteld worden.
Gewenning aan wat er op dit gebied in de media aan taalbeeld-processen
zichtbaar wordt, lijkt te wijzen op een integratie ervan in het talige
domein, getuige het gemak waarmee een en ander in de taalprogramma's
voor het primaire onderwijs wordt opgenomen. Ik betwijfel de zinvolheid
van deze integratie.
De integratie van
het medium taal en het medium beeld lijkt voor kinderen aantrekkelijk
vanwege het verrassingselement en door de overzichtelijkheid en de indringendheid
van de esthetische informatie.
Eigen
inbreng van kinderen
Visuele poëzie laat verschijnselen uit de werkelijkheid in hun
samenhang of juist contrasterend met elkaar zien. Dat betekent nog niet
dat ze als zodanig gelezen kunnen worden. Voor de lezertjes geldt dat
de beknoptheid van elk visueel beeldgedicht samengaat met veel ruimte
voor eigen interpretatie.
Juist die eigen interpretatie is iets waar men in het onderwijs moeilijk
mee om kan gaan. Alle lesinhouden moeten immers 'ingeslepen' en 'getoetst'
kunnen worden. Voor het gebruiken van beeldtaal kunnen per definitie
geen methodes ingezet worden omdat de beeldregels zich daarin niet laten
vastleggen.
Is het mogelijk om Visuele Poëzie in het
onderwijs te introduceren?
Dat is wel het geval, maar dan gaat het niet meer om het aanleren van
taaltechnieken maar om het ontwikkelen van verbeeldingskracht bij kinderen.
Welke esthetische vooronderstellingen en vooroordelen hechten leerkrachten
aan visuele informatie?
Is onze smaak beperkter dan die zou moeten zijn?
Kan je persoonlijke smaak verruimd worden?
Kan de persoonlijke smaak van een leerkracht maatgevend zijn in het
onderwijs dat hij geeft?
|
|
|
|
|
|
|
|
|


|
|
Gedichtenposters
maken?
Kies een gedicht
waarbij je een illustratie wilt sjabloneren.
Het mag ook een eigen gedicht zijn, graag zelfs.
Zo staat het op een opdrachtkaart.
En: hoe klinkt het, welke kleuren en vormen passen erbij?
Waar komt het gedicht, naast de afdruk, erboven of door elkaar?
Zo zien de gedichtenposters van de stichting Plint
er ook uit.
Men kiest de beeldende kunst als de pels waarin de luis der poëzie
zich kan verplaatsen en geven beeldende kunstenaars opdrachten de combinatie
tussen beeld en tekst te realiseren.
De gedachte die er bij de oprichters van Plint achter zit, is: wil je
de scholieren bereiken dan moet je jezelf in de rij van beeldproducenten
plaatsen. Film TV en Glanstijdschrift hebben een grotere invloed dan
een typografisch fraai vormgegeven dichtbundel.
De meeste affiches vertonen een worsteling tussen taal en beeld. Het
gedicht krijgt een min of meer lichte plek in het schilderij toegewezen.
In veel gevallen moet de typografie het afleggen tegen het vormengeweld
van het schilderij.
Het is duidelijk dat er beeldende kunstenaars aan het werk gezet zijn
die niet tegelijkertijd de typografische eisen die je aan het drukken
van een gedicht mag stellen, beheersen.
Ik heb er bezwaar tegen dat kinderen door middel
van verkeerd begrepen opdrachten gedwongen worden te realiseren wat
volwassenen zelden lukt
Tekening en poëzie hebben behoorlijk last van elkaar en dat is
ook een soort afhankelijkheid. De affiches die ik zag zijn in algemeen
beeldende zin mooi verzorgd maar typografisch bar slecht ingericht en
dat doet het gedicht schade. Poëzie moet het hebben van de intimiteit
van bladzijde in een bundel. Een affiche moet de strijd met de reclameschreeuwerij
aangaan in een abri dat, het spijt me, geen plaats is voor tere teksten.
.
Visuele communicatie verdient alle aandacht. De nadruk moet daarbij
echter komen te liggen op de ontwikkeling van een nieuwsgierige houding
op het gebied van de eigen beleving. Kinderen moeten vertrouwen krijgen
in hun eigen verbeeldingskracht en zintuiglijke waarneming. De gedachte
dat ze die ingewikkelde relatie tussen taal en beeld zelfstandig in
de gedichtenmakerijhoek kunnen ontdekken en oplossen is een misvatting.
|
|

|
|
Dubbelschrijven?
Door de H
van het woord HOGESCHOOL
af te beelden als een ladder, het woord HEK
in een hekjesvorm en VUUR in een
vlammetjesvorm beweert men visuele poëzie te maken.
Het blijft voor mij een raadsel met welk doel en nut deze opdrachten
aangeboden worden.
In ieder geval is het cryptische karakter van de producten geen bijdrage
tot een zinvolle taalontwikkeling bij kinderen, integendeel. De zwakke
leerlingen raken volstrekt in verwarring en de slimme leerlingen zijn
trots als ze een cognitief puzzeltje opgelost hebben.
Het is een volkomen
absurde veronderstelling dat kinderen een ladder
gemaakt van de letter H associëren
met het feit dat je, als je op een hogeschool
zit, in je carrière hogerop komt.
Ze zullen zich afvragen wat je op het dak van die school zou moeten
doen.
Je zou het kunnen vergelijken met kinderen leren lezen en schrijven
aan de hand van het leesplankje, maar ze vervolgens niet in de gelegenheid
stellen er achter te komen wie Theun was, wat er met het vuur aan de
hand is, wat die aap op het dak doet en waarom schapen achter het hek
moeten blijven.
|
|


|
|
Kom
van dat leesplankje af
Het is een uniek moment als een groep kinderen begint met lezen en schrijven.
In de andere groepen zijn ook wel niveaus in taalontwikkeling aan te
wijzen, maar nooit zo bepaald als in groep drie.
Natuurlijk hebben de kinderen al kennis gemaakt met het begrip 'letter'
en kunnen sommige kinderen die letters al gebruiken om hun naam te schrijven.
Ze hebben 'boom, roos en vis' geleerd. Woorden uit een methode die,
hoewel aan slijtage en kritiek onderhevig, door de leerkrachten nog
niet massaal afgewezen worden.
Van mij leren ze de woorden 'fiets, auto, tekening en schoen'.
Niet omdat de kinderen er methodisch aan toe zijn om naast de v van
vis de f van fiets te kennen, of omdat ze toe zijn aan de letters 'sch'
aan het begin- en 'ing' aan het eind van een woord, of omdat ze moeten
weten dat er woorden met meer lettergrepen zijn zoals te-ke-ning.
Kinderen zijn er aan toe omdat het de woorden zijn die ze nodig hebben
bij het op papier vastleggen van hun verhalen. De verbeelding van wat
ze verteld hebben over hun ervaringen met fietsen, auto's en schoenen.
Henk
van Faassen
Dit
is een gedeelte van een artikel dat verscheen in: Moer, Tijdschrift
voor het onderwijs in het Nederlands, 2002-3
De
gehele tekst ontvangen: archief
taalvorming
|
|
|
|
|
|
|

Kleur is als water. Er
is een zee en er is een sloot.
De ogen luisteren naar een kleur en met de ogen komt het antwoord.
Voor kleuren zijn geen woorden.
In de kunstenaar zitten twee eigenschappen bijeen, het argeloze en het
op effect berekende.
Wat zal hij met die eigenschappen doen?
[Dick Elffers]
|
|

Als wij bij iedere kleur moeten nakijken of het
wel klopt dan is het net hetzelfde alsof we bij ieder woord
dat we schrijven eerst de spelling moeten opzoeken.
[Hoelzel]
Iedereen weet
dat geel, oranje en roodvoor vreugde en rijkdom staan.
[Delacroix] |
|

Er bestaat een logica van de kleuren
en de schilder moet die volgen en niet de logica van de hersenen.
[Cézanne]
|
|

Een kleur heeft twee eigenschappen
een hoedanigheid en een hevigheid. Een kleur is rood, groen of blauw en
in welke graad dan ook.
Een blauw is echter altijd blauw, of het nu licht of donker is.
[Gris] |
|

Het voornaamste doel
van kleuren
moet zijn
zoveel mogelijk
de expressie
te dienen.
[Matisse]
omhoog
>>
vervolg
>>
|
|