Taalfilosofie


> startpagina

> index documenten



tussen taal en beeld





 

Geciteerde filosofen:
Aristoteles
Bochenski
Gusdorf
Michel Foucault
Condillac
Moreau de Maupertuis
Quine
Strawson
Protagoras
Socrates
Aristoteles
Ryle
Bertrand Russell
Roland Barthes
Jacques Lacan
Ferdinand de Saussure

 

 

 

 

 

 





Leo Vroman










Waarom is taal belangrijk voor de filosofie?

Wat is de rol van het teken
Is taalfilosofie meer dan filosoferen over taal, of is het ook filosoferen op basis van taal.

Onder taal moet verstaan worden het algemeen spraakvermogen van mensen.
Maar in de loop der tijd gaat het ook over geformaliseerde talen, de taal van godsdienst, van kunst en wetenschap.

Zodra men filosofeert op basis van taal zijn er banden met disciplines die eveneens taal als voorwerp hebben zoals taalkunde en literatuur(wetenschap)

Taalfilosofie is onder te brengen in de benadering van de semiotiek of tekenleer, omdat daarin een grensoverstijgend concept centraal staat, namelijk het teken(proces)

Filosofie van de taal:
domeinen en ontwikkelingslijnen, voorwerp, methoden en perspectieven.

Filosofie begint met het verwoorden van ideeën en vaststellingen die het mogelijk maken om er over te discussiëren. En daarom moeten we met taal beginnen.
"Daar wij bij een discussie niet de dingen zelf mee kunnen brengen, moeten wij ons bedienen van hun namen als symbolen in hun plaats"
[vgl. Aristoteles]

Vier types van terminologie [vlg. Bochenski]
Ontologische terminologie, het zijnde: dingen, eigenschappen en relaties
Psychologische terminologie, het weten: begrippen en oordelen
Semiotische terminologie, over de tekens: namen en zinnen.
Kentheoretische terminologie, over waarheid en onwaarheid: intuïtie en bewijs.

Taal is in alle vier noodzakelijk aanwezig en zit in alle vormen van filosofie.
Taal biedt een terminologisch kader aan waarbinnen over werkelijkheid, menselijke kennis, over de relatie tussen de objectieve en subjectieve wereld gesproken kan worden.
Het verlichtingsideaal ging uit van het ideaal dat een rationele verfijning van de taal zou leiden tot exacte kennis en daarmee tot een betere wereld, bevrijd van bedrog, fanatisme en onwetendheid.

Taal als cultuurvorm
Relatie tussen taal en denken.
Hoe wordt ons wereldbeeld bepaald door de taal die we spreken.
Bestaan er begrippen los van taal?
Een radicaal relativistische houding zou tot de stelling kunnen leiden dat elke vorm van taalfilosofie niet verder gaat dan dat de neus van de daar aan ten grondslag liggende taal lang is.

Onderzoek naar begrippen als betekenis, kennis en waarheid
Spreken is de basisvoorwaarde voor elke menselijke ontmoeting.
G Gusdorf 1952: La Parole
Het structureert een zinvolle werkelijkh
eid.
Dankzij de woorden die men aan de wereld geeft bestaat die. Het woord is niet alleen een neurologisch bouwsel, maar een bestanddeel van de menselijke realiteit.
Het verwoorden van een ervaring is een mogelijkheid om over het verleden en de toekomst te spreken.
Je presenteert jezelf door taal te gebruiken met de bedoeling dat een ander je aanvaardt.
Die aanvaardig is nodig opdat je jezelf wordt.

Niet alleen door het gebruiken van benamingen van ervaringen (nomenclatuur) maar ook als activiteit 'spreken' bepalen we de omgang in en met de wereld.
Kenmerkend is dat dit filosofische problemen oproept.
Zo zou je jezelf kunnen afvragen of wat je zegt overeen komt met de werkelijk zoals die in elkaar zit of zoals je dénkt dat die in elkaar zit.
Dat is veelal afhankelijk van de (soort) taal die men gebruikt. "hoe weet ik dat een ander bij hetzelfde woord hetzelfde denkt als ik?

Taal is ingepakt in een geheel van overtuigingen, principes en wetenschappelijke inzichten die bij een bepaalde tijdgeest horen.
Michel Foucault
De diversiteit van culturen, koloniaal tijdperk en dekolonisatie en alle mogelijke politieke structuren. Instabiliteit, wereldoorlogen, regionale conflicten, gebrek aan overgeleverde waarden, depersonalisering van onze cultuur, antropocentrisme (verlichtingsidealen, afkeer van fanatisme, streven naar persoonlijke autonomie, secularisatie, comfortgerichtheid en ga zo maar door, zijn meer en meer een centrale stuwkracht.

Belangstelling voor taal
Die ontstond in het westen rond de 5e/4e eeuw v.Chr. in Griekenland.
Het is frappant hoe die tijd parallellen vertoont met de onze.
Toen de discussies over de kosmos waren vastgelopen kwam de mens centraal te staan. Sofisten twijfelden aan overgeleverde meningen.
Protagoras [490-420 vChr] stelde voor zich meer op waarde- dan op zijnsoordelen te concentreren nadat discussies over zijn en worden waren vastgelopen.
Ze vonden dat taal maar zwak was, want hoe kon je bijvoorbeeld kleuren en klanken meedelen?
Ze vonden dus dat kennis (als die al bereikbaar was) niet meedeelbaar kon zijn.


De filosofische belangstelling voor taal
in de moderne tijd

1. Taal en denken zijn dialectisch verbonden want wij denken in taal
We kunnen pas ideeën overdragen als anderen het verstaan en daarvoor is het nodig dat we ons zelf eerst verstaan. Het is dus onzin om taal alleen te gebruiken voor het eigen denken.
In de middeleeuwen en volgens cartesiaanse opvattingen dacht men dat taal achteraf uitdrukking gaf aan reeds gevormde denkinhouden.
Condillac [1749]

2. taal en denken ontwikkelen zich dialectisch maar niet op een universele manier
De algemene methode is dezelfde, maar de tekens en de combinaties ervan, verschillen van taal tot taal en zijn ook niet even precies.
Toch meent Condillac dat denken bij alle mensen hetzelfde is.
Pierre-Louis Moreau de Maupertuis [1698-1759] wijst er echter op dat er verschillen zijn in de talige articulatie van ideeën.
Hij dacht waarschijnlijk aan indianentalen, beschreven door missionarissen.

De tekens waarmee mensen hun eerste ideeën aangeduid hebben zoveel invloed op onze kennis hebben dat het nuttig is te onderzoeken hoe de opbouw ervan is.
Dat gebeurt immers ook met systemen waarvan men de betekenis van woorden opdiept.
Het gaat dan niet om de verschillende schrijfwijzen van het woord brood in andere talen. Er zijn echter talen van volkeren die gebouwd zijn op andere denkschema's dat ze nauwelijks te vertalen zijn.

De indruk dat taal centraal staat in filosofische discussies is van deze tijd. Hoewel sinds de 18e eeuw het begrip antropologie bestaat waarbij men zich afvraagt wat de rol van taal voor het mens-zijn heeft. Sinds die tijd is er een verwijdering tussen natuur- en menswetenschappen die elk een eigen taal gebruiken.
Mens en waarheid zijn historisch, niets kan begrepen worden donder aangepaste interpretatie(kunde).
De natuurlijke talen worden steeds meer opengetrokken. We vervreemden van de politieke taal en computertalen zorgen voor desinformatie.

De filosoof heeft nu precies taal nodig om afstand te nemen van de onmiddellijke situatie om verschillen en verschuivingen te kunnen benoemen.

Filosofie van de linguïstiek
Er is een belang van een filosofische reflectie.
Filosofische vragen komen niet alleen van filosofen maar ook van linguïsten, psychologen, etnologen, theologen, moralisten en zo meer. En dan kruisen veel vragen over moraal, godsbeeld, wereldbeeld, logica elkaar.
Uit studies van verwijzende uitdrukkingen kan men besluiten tot wat er is Quine of wat het meest fundamentele op de wereld is.
Strawson.
Linguïsten houden zich niet zo met ontologische zaken bezig.
Dan is er ook de vraag hoe taal mogelijk is, hoe het ontstaan (afgezien van de werking van mond en oor) is anders dan hoe een taal beschreven wordt.
Al die '-logen' doen wel aan betekenis onderzoek, maar het is niet altijd duidelijk om welke woorden het precies gaat. Het is lekker als er iets gevonden wordt dat voor meerdere talen geldt, bijvoorbeeld 'cultuurwoorden'
Afijn de filosofen komen bij het stellen van vragen gelukkig ook bij andere aspecten van taal terecht.
Strikt genomen is filosofie van de linguïstiek een tak van wetenschapsleer. Er is ook filosofie van fysica en filosofie van sociologie.
Het draait allemaal om taal, teken en betekenis en de verschillende vormen van betekenisrelaties.

Linguïstische filosofie
Filosofie op basis van taal. Socrates en Aristoteles deden al zoiets.
E kunt wel tegelijk zeggen 'ik zie het' en 'ik heb het gezien, maar niet 'ik leer het' en 'ik heb het geleerd' omdat 'ik leer het' het voor een proces staat en de andere zinnen niet. Je kunt je kop breken of 'rust' een ding of een toestand is.
Het is wel goed als je iets beter kijkt hoe je je taal gebruikt.
Als je zegt 'er staat een harde wind' ga je er van uit dat wind een soort ding is. Beter is dan te zeggen 'het waait hard'
Ryle [1949] / onderzocht woordgebruik voor het mentale (weten, de wil, emoties, waarneming, vebeelding etc.) Hij bestrijdt er Descartes' dualistisch mensbeeld mee, maar hoopt ook een betere kijk op de mens als éénheid te krijgen.

Taalanalytische filosofie kan ook positief gericht zijn.
Zo bijvoorbeeld waar Bertrand Russell [1872-1970] uit de noodzakelijke bestanddelen van de taal (symbolische of formele logica) besluit wat er moet zijn in de werkelijkheid.
Vormen van filosofie zijn te vinden in de cultuursemiotiek van / Roland Barthes /, of de structurele psychoanalyse van Jacques Lacan [1901-1981].
Ze worden ondergebracht binnen de hermeneutiek, dat is de kunst om teksten te verstaan en ze in te passen in ons denkpatroon en ons wereldbeeld. Filosofie, geschiedenis en tekstwetenschappen raken elkaar en taal als voorwerp van reflectie is nooit afwezig Gadamer, Heidegger, Ricceur en Derrida.

Filosofie van de taal in engere zin
Filosofie die de taal als eigenlijk voorwerp neemt.
Bijvoorbeeld: wat is taal als symboolsysteem en hoe gebruiken mensen dat? Hoe bepaalt dat ons wereldbeeld en kennisverwerving.
Wat heeft de menselijke taal als filosofische inhoud (hebben alle talen dat?)
Is onze taal een grens voor het denken?
Bestaat er betekenis buiten taal?
Wat zijn de ethische en logische dimensies?
Hoe en waar staat taal in onze beleving van de werkelijkheid?
Dat is anders dan taalkunde en linguïstiek

Ferdinand de Saussure [1857-1913] heeft het taalteken als centraal object van de taalkunde geïntroduceerd. Het is voor hem een eenheid van een klankbeeld en een afbeelding in de geest van de spreker of toehoorder.
Voor het woord 'boom' zijn dat een klankimpressie [boom] en het beeld van een boom in onze herinnering. Dat is vanzelfsprekend afhankelijk van de taal die je gewend bent te gebruiken en alle bomen die je tot dan gezien hebt. Dat is dus voor ieder anders. Waarderelaties bestaan slechts synchroon, binnen één taalstadium.


Aantekeningen uit: Taal en Teken,
een historisch-systematische inleiding in de taalfilosofie
door: W.A. de Pater en P. Swiggers