Utopische
woordschilderijen




naar startpagina

> Visuele en Concrete Poëzie

> Marinetti
> Umsprung der Schrift
> Merzkunst
> Apollinaire
> DaDa


tussen taal en beeld



.


Tussen 1998 en 2001 maakte Jacques van Alphen 25 schilderijen op een formaat van 30x40 cm.
Deze werken noemde hij utopische woordschilderijen.


maar waar is DaDa gebleven?





Jaques van Alphen / utopische woordschilderijen


Rene Magritte /
Het teken
De combinatie van beeld en betekenis zoals mensen het hanteren, vormen een te manipuleren grootheid.




Filippo Tomasso Marinetti /
De Italiaans futuristische dichters lieten een schrijfstijl zien die ze Parole in libertà, of wel vrijgelaten woorden, noemden.
Marinetti [1876-1944] is de oprichter en voorman van het Italiaans futurisme.




Tristan Tzara /
Cut-Up
dat is het verknippen en opnieuw rangschikken van tekst en beeld.
Het stamt af van de Dadaïsten.

Waar is DaDa gebleven?

Na 1922, verbleekte DaDa en veel Dadaïsten waren meer geïnteresseerd in het Surrealisme.
In 1924 is DaDa officieel opgeheven maar de effecten denderen tot op vandaag de dag door.


Wat zeggen
de DaDa kunstenaars zelf?


DaDa is prachtig als de nacht die een jonge dag in de armen wiegt
Hans Arp

DaDa spreekt met je, het is alles, het omvat alles, het hoort bij elke religie, DaDa kan niet overwinnen of verliezen, het leeft in ruimte en niet in tijd
Francis Picabia

DaDa is zon, DaDa het ei. DaDa is de Politie van de Politie.
Richard Huelsenbeck

Men moet het 'ik' in de literatuur vernietigen.
Filippo Tomasso Marinetti


10 11 2017


Woordschilderijen
Duisternis kan niet bestaan zonder licht, het goede en kwade evenmin zonder elkaars aanwezigheid.
Als er utopische woordschilderijen gemaakt kunnen worden zullen ook dystopische geschilderde woorden kunnen ontstaan.
Woorden en beelden zijn voor meerdere uitleg vatbaar en dringen zich dientengevolge in meerdere betekenissen aan lezers en beschouwers op.
Lucebert is als kunstenaar een prachtig voorbeeld van die ambiguïteit tussen woorden en beelden, bijvoorbeeld door het ontbreken van interpunctie in het onderstaande gedicht (fragment)

maar daaraan terstond zij maken bodemloze fotoos van de almacht
als was de nacht hun moeder niet de avond niet hun vader
zij steken de zon in de mond verorberen de wolken
zij beduimlen de bliksem met hun smeulende tongen
en bootsen de maan na met hun pluimstrijkende ogen
of gaan wonen in hoge wisselstromen onttronend de diepte


Uit: verzamelde gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam 2002

Aanschouwer of lezer?
De grenzen die er bestaan tussen het lezen van woorden en het waarnemen van de vorm waarin ze voor je oog verschijnen moet je zelf vaststellen. Het is daarbij noodzakelijk dat je voor jezelf vast stelt of je lezer dan wel kijker bent.
Als je leest volg je de regels die voor schrijvers en lezers van woorden algemeen gelden. Teksten zijn uit meerdere woorden samengesteld en dragen een inhoud over.
Als je kijkt stel je zelf regels voor vast voor het beschouwen van een beeld dat zich als een woord aandient, maar dat door de aanbieder ervan in een andere maar onmogelijke werkelijkheid geplaatst is.

Lezen is verzamelen
Zoals je korenaren kunt lezen, en paddenstoelen, bosvruchten of kruiden verzamelt doe je dat op een speciale, uitgelezen, manier. Lezen is dan kiezen. Je moet iets weten over wat je verzamelt.

Bij het aanschouwen van een kunstwerk moet ik denken aan vervormbaar materiaal dat als het ware door een matrijs geperst is.

De onlangs overleden dichter Leo Vroman schreef:

Gedrukte letters laat ik u hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken;
wat kan ik doen? Ik kan u niet bereiken.

(fragment uit het gedicht 'Voor wie dit leest' 1949)

Henk van Faassen


De betekenis van een woord
versluiert de schoonheid van dat woord
Een utopisch woordschilderij bestaat uit een harmonische rangschikking van woorden en geometrische figuren.
Het surrealisme van René Magritte, het dadaïsme van Francis Picabia en Hugo Ball en het futurisme van Marinetti zijn stromingen uit de twintigste-eeuwse avantgardekunst waaruit vele woordschilderijen zijn voortgekomen.

Ik heb utopische woordschilderijen gemaakt omdat ik de zuivere schoonheid van woorden wilde schilderen.
Door woorden te tonen zoals ik denk dat ze in wezen zouden kunnen zijn, namelijk in hun ware gedaante. Dat wil zeggen als louter vormen die hun betekenissen te boven gaan.
Woorden zijn voertuigen van de gedachten. Bij elk woord moet ik mij dus altijd iets voorstellen. Hoe is het dan mogelijk om woorden te tonen in hun ware gedaante?
Woorden in hun ware gedaanten zijn slechts mogelijk als een utopie. Een utopie is een voorstelling van een idee dat in wezen ongrijpbaar is, maar dat wel zichtbaar gemaakt kan worden.
Het is kenmerkend voor een utopisch kunstwerk dat daarin een ideële waarheid wordt uitgedrukt.

De betekenis van een woord versluiert de schoonheid van dat woord. Schoonheid ontstaat mijns inziens altijd door een zuivering van overbodigheden.
De zuivere schoonheid van woorden kan dan ook slechts aan het licht komen als zij zuiver worden getoond, dat wil zeggen bevrijd van elke gangbare betekenis.

Ik heb mij daarbij laten inspireren door het essay:
“De Woorden en de Beelden”,
uit 1929 van de surrealistische schilder René Magritte.

Magritte toont in dit essay dat de zogenaamde vertrouwde relatie tussen taal en beeld in feite erg onzeker is. Zo zegt hij bijvoorbeeld:
”Geen voorwerp is zozeer met zijn naam verbonden dat wij het geen andere zouden kunnen geven die er beter bij past.”
Magritte geeft in zijn essay hiervan een voorbeeld door onder een tekening van een boomblad het woord kanon te plaatsen.
Volgens mij wil Magritte hiermee zeggen dat woorden en beelden in wezen niets met elkaar te maken hebben, dat zij eigenlijk altijd vreemden voor elkaar zullen zijn.
Een woord is immers nooit gelijk aan een ding.
In mijn utopische woordschilderijen tracht ik te tonen dat woorden zonder dingen een zuivere schoonheid bezitten.

Ik heb mij afgevraagd: hoe kan ik de zuivere schoonheid van woorden schilderen? Ik ontdekte dat dit niet mogelijk is door slechts woorden te schilderen.
Een schilderij dat slechts uit louter woorden bestaat heeft volgens mij als kunstwerk niets te zeggen. Toen ontdekte ik dat ik dit wel kon bereiken door woorden en geometrische figuren in een harmonische rangschikking te schilderen op een egaal gekleurde achtergrond.
Op deze wijze zijn mijn utopische woordschilderijen ontstaan.

De cirkels, lijnen en vlakken evenals de kleuren op mijn utopische woordschilderijen beschouw ik als immateriële vormen.
Slechts met behulp van deze immateriële vormen is het mogelijk om woorden in vrijheid te tonen, dat wil zeggen los van de dingen.

De futurist Marinetti heeft in zijn gedichten de woorden los gemaakt van de zinnen, maar deze woorden moesten nog wel beelden oproepen.
Daardoor kon hij dus de woorden nog niet geheel vrij maken.
Mijn utopische woordschilderijen zijn een uitdrukking van het verlangen om op radicale wijze de schoonheid van woorden in vrijheid te tonen.

Jacques van Alphen
April 2014

naar boven