|

Marcel Janco / Cabaret Voltaire in Zürich

Cabaret Voltaire / Bovenverdieping
van het café
[1916]
Dada
in Zürich opgericht door een groep kunstenaars:
/ Tristan Tzara / Hans Arp /
Hugo Ball / Richard Hülsenbeck / Sophie Taüber / Otto
van Rees / Marcel Janco /

Hugo
Ball / draagt het klankgedicht Karawane voor in het 'Bisschop'
kostuum gemaakt door Marcel en Jules Janco
De
naamgeving van Dada ontstond op een bijeenkomst in Cabaret Voltaire
in Zürich.
Hugo Ball draagt Karawane voor, de eerste regel is:
Jolifanto bambla o falli bambla
Tristan Tzara steekt een mes in een Frans-Duits woordenboek
en dat wijst het woord dada aan, het kinderwoordje voor stokpaard.
Richard Hülsenbeck beweert dat hij de naam verzonnen
heeft.
Dada werd in ieder geval geschikt bevonden voor de anti esthetische
ontwerpen.
Sophie
Täuber-Arp / Zelfportret met Dada-kopf [1920]
Centra
van de IK ervaring
Zürich
Hier waren het de pacifisten met de bijbehorende protestacties
die verwekt werden door walging voor de burgerlijke waarden en
wanhoop over de Eerste wereldoorlog.

Hannah Höch / Schnitt mit dem Küchenmesser Dada durch
die letzte Weimarer Bierbauchkulturepoche Deutslands [1919]
Berlijn
In 1917 verhuisde de Dada beweging naar Berlijn waar het een meer
politiek karakter kreeg, anti-nationalistisch met een walging
voor de bourgeoisie. De Duitse kunstenaars Hannah Höch,
Raoul Hausmann, John Heartfield, Richard Huelsenbeck en Georg
Grosz publiceerden in Club Dada, Der Dada, Jedermann sein
eigner Fussball en Dada Almanach.
In 1920 werd de Eerste Internationale DADA-MESSE georganiseerd.
In de pers worden de dadaïsten beschuldigd van belediging
van de Reichswehr en sympathie voor het Bolsjewisme.

Kurt Schwitters / Merz 94 Grunflec [1920]
Hannover
Onder de naam MERZ begint Kurt Schwitters in zijn geboorteplaats
een soort kunstbedrijf.
Merzkunst krijgt een plaats tussen het Expressionisme, Futurisme,
Dadaisme, Activisme, Suprematisme, Kubisme, en Constructivisme.
De naam van zijn éénmans bedrijf knipte Schwitters
uit een opschrift: 'Kommerz und Privatbank'.
Keulen
Daar krijgt Dada surrealistische trekken
Parijs
Hier werd Dada een duidelijk literaire beweging onder leiding
van de dichter Tristan Tzara. Meest belangrijk onder de
Dada pamfletten en uitgaven was Littérature [1919-1924],
met bijdragen van André Breton, Louis Aragon, Philippe
Soupault, en Paul Éluard.

Man Ray / [L] The gift [1919] [R]
Erotique voilée [1933]

Merit Oppenheim / Le déjeuner en fourrure, gazellenbont
[1936]
USA
In de Verenigde Staten was het centrum van Dada in New York in
Alfred Stieglitz 's gallery, en in het atelier van Louise en
Walter Arensberg.
Dada-achtige activiteiten ontstonden onafhankelijk maar wel gelijktijdig
met die in Zürich. Visuele kunstenaars zoals Man Ray,
de enige Amerikaanse Dadaïst, en Francis Picabia hielden
zich er mee bezig en werden bekend door publicaties als The Blind
Man, Rongwrong, en New York Dada.

Francis Picabia op zijn houten paardje Dada [1920]
/ rechts: Parade Amoureuse
François-Marie Martinez Picabia y Davanne werd op 22
januari 1879 te Parijs geboren. Zijn vader was een rijke Spanjaard,
die attaché was aan de Cubaanse ambassade in Parijs.
Picabia werd in New York als de woordvoerder van de kubisten beschouwd
Elsa von Freitag-Loringhoven poseert voor Man Ray en Marcel
Duchamp. Ondanks haar titel 'de Barones', danst ze gekleed in
twee lege tomatenblikjes. De kunstenaars probeerden de heersende
esthetische waarden neer te halen. Picabia werd de schakel tussen
de Dada groepen. Zijn Dada tijdschrift '291' werd in Barcelona,
New York, Zürich, en Parijs van 1917 tot 1924 uitgegeven.
Picabia is ook de man van het Mechanisch Symbolisme of Mechano-Dada.
In 1921 vertrekken Man Ray en Marcel Duchamp naar Parijs. Rose
Sélavy is eveneens naar Parijs vertrokken en noemt zich
daar Rrose.

Marcel Duchamp / Why not sneeze Rose Sélavy [1919]
Een kooi met 152 'suikerklontjes' van marmer
Was Rrose Sélavy Marcel Duchamp?
Volgens Duchamp is Rrose in New York geboren in de zomer van 1920.
Hij had de behoefte aan een andere identiteit.
Die daad was eigenlijk op zichzelf een ready-made 'Fresh Widow'
Rrose Sélavy is een Engelse verbastering van C'est la vie.
Eros is het leven.
Een en ander om over na te denken want is er een echte Rose Sélavy
geweest?
Marcel
Duchamp / de weduwe van een wielrenner
Dada
in Nederland
In Holland is vooralsnog weinig te merken
van de gebeurtenissen in Zürich. In Duitsland maakt de daar
geboren Nederlander Paul Citroen kennis met de kunstenaars
Georg Grosz, John Heartfield, Raoul Hausmann. Daar introduceert
Richard Huelsenbeck Dada.
In 1919 komt Paul Citroen naar Amsterdam en richt met zijn vriend
Blumenfeld, die zich Bloomfield noemt de Hollandse Dada
op. Die beweging krijgt weinig aandacht. In 1920 legt Theo
van Doesburg een verband tussen Dada en het gedachtegoed van
De Stijl en het Constructivisme.
Van Doesburg, Piet Mondriaan en de dichter Antony Kok stellen
in 1920 het Manifest II van de Stijl op, waarin vastgesteld
wordt dat het woord dood en machteloos geworden is. De
dorre frontale zinsbouw uit de oude literatuur moet verdwijnen.
Tegenstellingen tussen vers en proza, inhoud en vorm moeten verdwijnen
Hij organiseert een DADA Veldtocht. Een serie dadaïstische
voorstellingen die Theo van Doesburg, Kurt Schwitters, Nelly
van Moorsel en Vilmos Huszàr van 10 januari tot en
met 14 februari 1923 uitvoeren.

Theo van Doesburg / Soldaten [1916]
Theo van Doesburg / Affiche
Kleine Dadasoirée
in de Haagsche Kunstkring [1923]
Van
Doesburg
In
Duitsland organiseerde Theo van Doesburg al dadaïstische
voorstellingen, met voordrachten, muzikaal omlijst door zijn vriendin
Nelly van Moorsel.
Hij nodigt zijn dadaïstische vrienden Hans Arp, Francis
Picabia, Georges Ribemont-Dessaignes en Tristan Tzara naar
Nederland uit. Alleen Kurt Schwitters komt omdat die toch in Rotterdam
moest zijn voor een tentoonstelling.
De veldtocht bestond uit acht Dada soirees en één
Dada matinee.
Nelly van Moorsel was de enige die zich, als Pétro van
Doesburg, dadaïste noemde. Verder deden mee: Vilmos
Huszar lid van De Stijl, Theo van Doesburg zat achter de heteroniemen
I.K. Bonset en Aldo Camini. Doesburg deed zich tijdens de tournee
zelfs als anti-dadaïst voor.
Kurt Schwitters ontwikkelde, na in 1918 door de Berlijnse
'Club Dada' te zijn afgewezen, zijn eigen variant op het dadaïsme
die hij Merzkunst noemde
Dadasofie
Voorafgaand kon het publiek een 'dadaïstisch bedrukt programma'
kopen
Op een Dada-avond werden eerst alle lichten gedoofd. Theo van
Doesburg in het zwart met een witte das en witte sokken, op een
sofa naast een schemerlamp houdt de lezing 'Dadasofie'. Halverwege
de lezing staat Schwitters vanuit het publiek op en begint allerlei
dierengeluiden te maken. Van Doesburg gaat onverstoorbaar door
met zijn lezing en draagt een gedicht onder zijn pseudoniem I.K.
Bonset voor: 'De scherven van de kosmos vind ik in m'n thee'.
Het publiek schreeuwt: "leer dan thee zetten"
Pétro van Doesburg, had tijdens de lezing een soort tableau
vivant uitgevoerd Op de piano speelt ze de Treurmars voor een
krokodil van de Italiaanse componist Vittorio Rieti .
Schwitters leest een verhaal voor over een man die, door alleen
maar stil te staan, een revolutie ontketent in de vrijstaat Revon,
en draagt zijn bekende gedicht 'An Anna Blume' voor. Omdat het
publiek geen Duits verstaat, doet hij ook een aantal cijfergedichten
'Drei', 'Zwölf' en '12' en het gedicht 'Z A elementar', waarin
hij de letters van het alfabet achterstevoren opnoemt.
Simultaneïstisch-méchanische
dans
Op een wit scherm, verschijnt als een schaduwbeeld een door Vilmos
Huszar ontworpen, hoekige, aluminium, wajangachtige pop, die telkens
een arm of been optilt. De vlakken op de figuur zijn doorzichtig,
groen en rood. Ze bewegen door middel van tien toetsen. Elke beweging
is rechthoekig berekend, niets toevalligs.
De avond wordt afgesloten met 'Rag Time Parade' van Eric Satie,
die voor de gelegenheid omgedoopt werd tot 'Rag-Time-Dada' of
'Dada-Rag-Time'.
Dada was in Nederland nog onbekend.
Het publiek kwam dus tamelijk onbevangen naar de eerste dada-soiree
in Den Haag op 10 januari. Toen Schwitters vanuit de zaal begon
te blaffen was het publiek geschokt.
De pers sprak er schande van en dat zorgde er weer voor dat iedereen
erbij wilde zijn. Theater Bellevue in Amsterdam was afgeladen.
Men verwachtte provocatie en veel tumult. Tijdens Van Doesburgs
voordracht begon het publiek zelf al te blaffen, te kraaien en
te miauwen, waardoor Schwitters in Amsterdam zijn mond maar hield.
Eveneens in Amsterdam werd Nelly van Moorsel onder luid gebrul
een boeket aangeboden en Huszar's 'Simultaneïstisch-méchanische
dans' door een 'Hup Ajax!' beantwoord.
Het was geweldig dat in Utrecht, het publiek plotsklaps ophield
toeschouwer te zijn en als wurmen het toneel op kropen. Dada kreeg
een verweerde grafkrans aangeboden en er kwam een hele groentestal
op het toneel terecht. We konden rustig een sigaretje opsteken
en bekijken hoe het publiek Dada geworden was. Een overwinning.
Een
ooggetuigenverslag
Gepubliceerd in Het Vaderland: "Gisteravond hebben we in
Diligentia nog eens een Dada avond gehad. We hebben weer gebruld
en gekrijst, onverschillig of Heine gereciteerd werd, Mendelsohn
gespeeld werd, of onzin uitgekraamd. We hebben Huszar voor Landru
uitgescholden, van Doesburg en diens vrouw gemeenheden toegevoegd.
We hebben gehuild en gejengeld, geblèrd en stommiteiten
verkocht, kroegbazen- en boksergrappen gelanceerd, alles om maar
te bewijzen dat wij niet Dada zijn. We hebben zo'n hels en volmaakt
onzinnig spektakel gemaakt, dat het nu wel zonneklaar bewezen
is, dat wij nog bij ons volle verstand zijn; dat is dus in orde".
De pers sprak schande van de Dada-tournee
L.J. Jordaan schreef op 27 januari 1923 in het geïllustreerde
weekblad Het Leven over Van Doesburg: "Wat is Dada?
"Dada is de schrik van den club-fauteuil-bourgeois, van den
kunstcriticus, van de artist, van de konijnenfokker, van de hottentot.
Dada is een gezicht. Dada wil geleefd zijn. Dada is de sterkste
negatie van alle culturele waardebepalingen, dada is" ...
enfin, met deze snorkenden nonsens ging de Hollandsche inleider
van den glorieuzen Dada-avond nog 'n half uurtje door en eindigde
met de ironische vraag aan 't publiek: "Weet U nu wat Dada
is?" Ik betwijfel het! Want hij verzuimde enige der meest
interessante kwalificaties van Dada op te sommen. Hij zei niet:
"Dada is 'n kolossaal boerenbedrog." "Dada is 'n
dood-ordinaire geldklopperij." "Dada is 'n hoon en 'n
vernedering van alle geachte aanwezigen." "Dada is een
grof-betaalde clownerie - 'n brutale aanval op uw Hollandsche
guldens!" en over Schwitters: "Op het tooneel? O, ja
dat is waar, daar stond een zekere heer Kurt Schwitters en sprak
wartaal. Het Interesseerde echter niemand, en hijzelf citeerde
z'n nonsens met 'n dood-ernstig en zelfs enigszins melancholiek
gezicht. Hij zal eerst gelachen hebben, vermoed ik, toen hij de
recette van Hollandsche guldens natelde".
De
Christelijke Amsterdammer schreef op 31 januari:
"Maar waarom zouden we de voorbeelden vermenigvuldigen, terwijl
we ze vlak bij, in onze eigen kring en in ons eigen hart voor
het grijpen hebben. Hoeveel gedachten in ons leven zijn dwaze
gedachten, hoeveel woorden dwaze woorden, hoeveel daden waanzinnige
daden? Wanneer christenen die eenzelfde Heiland volgen, onder
elkaar twisten en 'ketteren' over bijkomstigheden, in plaats van
met één hart en één ziel zich op te
maken om de brandende wereld te redden, is dat dan soms verstandig?
Neen we willen niet spotten met de Dadaïsten zonder de hand
te steken in eigen besmetten boezem! Daar zit een lelijke Dadaïst
in ons aller hart!"
De
Dada-tournee was
georganiseerd door kunstenaars die zichzelf geen dadaïsten
noemden. Schwitters schreef dat hij het publiek een spiegel wilde
voorhouden, waarin het kon zien hoe 'stijlloos' en 'dada' het
zelf was, en door de spontane reactie van zowel pers als publiek
vond hij dat hij daar zeer in was geslaagd. Ons publiek gaf de
beweging een doel. Wij hielen hen een spiegel voor en nu weet
ieder waarom wij Dada niet willen. Daarom zijn we de echte dragers
van Dada-beweging en zetten we ons in voor de stijlvorm Dada.
Achterhaald
Volgens Dada-kenner Marco Entrop was de gebeurtenis 'mosterd
na de maaltijd'. Dada was toen al over haar hoogtepunt heen en
in Parijs had het dadaïsme zich inmiddels ontwikkeld in het
Surrealisme. Toch was het in Nederland het eerste in zijn soort
en zijn latere kunstenaars als Wim T. Schippers met zijn
toneelstuk 'Going to the dogs' uit 1986, waar de pers ook schande
van sprak, schatplichtig aan Dada.
|