DADA


> startpagina
> visuele en concrete poëzie

> Dada in Nederland

De danseressen van
Cabaret Voltaire


Op de plek van de geboorte van Dada speelden vrouwen een actieve rol, maar ze werden door de Dada mannen niet op waarde geschat. Erger nog, ze vonden bijvoorbeeld medeoprichtster
Emmy Hennings maar een hysterisch kindvrouwtje

Korte biografie van Dada-kunstenaressen
Ze hebben op een of andere manier een rol gespeeld in Dada
en het leven van de Dada-heren.

Hannah Höch
[1889-1978]
Samen met Raoul Hausmann maakt ze fotocollages, een nieuwe kunstvorm. Zie: 'Schnitt met dem Kuchenmesser' Daarnaast maakt ze ook Dada-poppen.
Ze werkt ook samen met de Merzkunstenaar
Kurt Schwitters

Emmy Hennings [1885-1948]
Samen met haar man Hugo Ball aan de piano treedt ze op als danseres van Ausdrucktanz in vreemde kostuums van kartonnen kokers.
Ze zingt met iel meisjesstemmetje mystieke liederen en draagt gedichten voor. Na de dood van Hugo moet ze haar geld in een fabriek verdienen en schrijft 's-nachts gedichten.

Sophie Täuber- Arp [1889-1943]
Ze is een leerling van de danser Rudolf von Laban. Oorspronkelijk volgt ze een opleiding in textiele werkvormen. Ze borduurt ontwerpen van haar echtgenoot Hans Arp en maakt ook Dada-poppen.
Ze ontwerpt samen met van Doesburg en Arp de decoraties van cultureel centrum Aubette in Straatsburg op basis van een integratie van kunst en leven.

Elsa von Freitag-Loringhoven [1874-1927]
Ze is de moeder van de Dada-beweging in New York. Ze woont met haar man, baron Freitag-Loringhoven, in het Ritz Hotel. Maar die pleegt zelfmoord als protest tegen de Eerste Wereldoorlog.
De barones danst schaars gekleed in bizarre typische Dada-kostuums, kaalgeschoren met een kolenkit op haar hoofd in de kunstgalerieën.
Ze maakt ze collages en assemblages geïnspireerd door wolkenkrabbers en industriële ontwikkelingen in de USA
Ze moet na de dood van haar man haar brood verdienen met naakt poseren voor Man Ray en Marcel Duchamp.
Dat is niet zo gebruikelijk in het toen preutse Amerika.
In 1923 keert ze op kosten van vrienden terug naar Duitsland maar ze heeft de pest aan Duitsers gekregen en gaat in 1926 naar Parijs.
Ze sterft een jaar later door het verkeerd gebruik van een gaskachel.

Rose Sélavy [1887-1968]
Een populair lid van de New Yorkse Dada. Ze maakt, net zoals Duchamp, ready mades. Bestaande voorwerpen die haar ingrepen een dubbele betekenis krijgen.
In wezen is zij zelf een ready made 'Fresh Widow', een creatie van Duchamp.

Suzanne Duchamp [1889-1963]
Suzanne is de zuster van Marcel en Raymond Duchamp en Jacques Villon.
Marcel en Suzanne hebben een innige relatie en haar huwelijk is een schok voor hem. Daar komen zijn voorkeur voor sexualiteit in zijn werk mogelijk uit voort.
Onder invloed van Jean Crotti, een vriend van Marcel met wie ze in 1918 trouwt, begint Suzanne dadaistisch te werken. Beeldend, literair, grafisch en theater Ze gebruikt vormen van machines, het zogenoemde mechanisch symbolisme.

Adya van Rees-Dutilh [1878-1959]
Samen met haar man, de schilder Otto van Rees maakte ze deel uit van de kunstenaarsgemeenschap Monte Verità, vrije individuele ontwikkeling in kunst en wetenschap was het doel.
Samen met Hans Arp exposeert ze in Galerie Tanner. Een begin van Dada in Holland?
Ze maakt, net zoals Sophie Täuber-Arp borduursels.

Mina Loy [1882-1922]
Een Engelse dame die schildert en gedichten schrijft. Ze ontmoet in Parijs Apollinaire en Picasso.
In New York wordt ze in de Arensberg Galerie uitgeroepen als het prototype van de moderne vrouw.
Ze maakt kennis met de Dadaïstische dichter en bokser Arthur Cravan uit Parijs en trouwt met hem. Als ze zwanger is en in Parijs wil bevallen verdwijnt Cravan spoorloos.
In 1923 ontmoet ze de dada-kunstenaars Tristan Tzara, Erik Satie, André Breton en sluit zich aan bij de Dada-beweging.

Beatrice Wood [1893-19..]
Een rebelse New Yorkse tiener gaat als protest tegen haar burgerlijke opvoeding naar Parijs om te schilderen en te dansen.
In 1914 keert ze terug en gaat een relatie met Marcel Duchamp aan. Ze richt samen met hem het tijdschrift The Blindman op, dat wegens onkuise inhoud niet verkocht mag worden. Een engagement bij het French Repertory Theater is het einde van haar Dada periode.

Gabriëlle Buffet-Picabia [1881-1984] In 1909 trouwt Gabriëlle met Francis Picabia. Ze vluchten voor de oorlog naar New York waar ze het tijdschrift '391' uitgeven. Gabriëlle beschrijft in haar boek Aires Abstraites het werk van de Dada-beweging in New York.

Greta Knutson [1899-1983]
Ze verhuist van Stockholm naar Parijs en trouwt daar in 1925 met Tristan Tzara.

Käte Steinitz [1889-19..]
Samen met Schwitters richt ze Aposs Verlag op. A van Aktief, P van Paradox, OS van Ohne Sentimentalität en S van Sensibel.
Ze geven dadaïstische kinderboekjes uit waaraan Theo van Doesburg ook meewerkt.


Til Brugman [1888-1958]
Ze is secretaresse van Schwitters Merz tijdschrift. Ze schrijft ook klankgedichten en zogenoemde Grotesken, met aatschappijkritiek.

Nelly van Moorsel [1900-1975]
Een Nederlandse pianiste, geïnteresseerd in Ausdrucktanz.
Ze gaat met Van Doesburg naar Duitsland om diens lezingen over De Stijl met pianospel te begeleiden. Nelly heet eigenlijk Petronella en treedt op als Pétro van Doesburg. Ze speelt stukken van een 'Stijlcomponist' Jacob van Domselaer en verder werken van Arnold Schönberg, Bela Bartok, Zoltán Kodály en Vittorio Rietie.
Na de Dada-veldtocht in Nederland gaat ze met Van Doesburg naar Parijs. Na de dood van Van Doesburg in 1931 legt ze het werk van hem in het Stijlarchief vast.


[Bron: Dames in Dada, door Giola Smid, uitg. Amazone]


Cut-Up
dat is het verknippen en opnieuw rangschikken van tekst en beeld.
Het stamt af van de Dadaïsten

Beroemd is het voorbeeld van Tristan Tzara:


Hoe maak je een Dada-gedicht?
Neem een krant.
Neem een schaar.
Kies uit de krant een artikel dat ongeveer de lengte heeft die je aan het gedicht wilt geven.
Knip het artikel uit.
Knip vervolgens alle woorden uit die in het artikel staan en doe ze in een hoge hoed.
Schud voorzichtig.
Trek één voor één de knipsels uit de hoed.
Schrijf de woorden zorgvuldig over in de volgorde waarin ze uit de hoed gekomen zijn.
Het gedicht zal op u lijken
En u zult zien, u bent een ongelooflijk origineel schrijver met feeling, hoewel miskend door het publiek.

Waar Is Dada gebleven?
Na 1922, verbleekte Dada en veel Dadaïsten waren meer geïnteresseerd in het Surrealisme.
In 1924 is DADA officieel opgeheven maar de effecten denderen tot op vandaag de dag door.


Wat zeggen de kunstenaars zelf?

"Dada is prachtig als de nacht die een jonge dag in de armen wiegt"
Hans Arp

"Dada spreekt met je, het is alles, het omvat alles, het hoort bij elke religie,
Dada kan niet overwinnen of verliezen, het leeft in ruimte en niet in tijd"
Francis Picabia

"Dada is zon, DaDa het ei. Dada is de Politie van de Politie."
Richard Huelsenbeck


tussen taal en beeld

 

Wat is Dada?

Dada is een Nihilistische kunstbeweging gebaseerd op de principes van vooropgezette irrationaliteit, anarchie, en cynisme en het verwerpen van de wetten van schoonheid en sociale organisatie.


Marcel Janco / Cabaret Voltaire in Zürich


Cabaret Voltaire / Bovenverdieping van het café


[1916]
Dada in Zürich opgericht door een groep kunstenaars:
/ Tristan Tzara / Hans Arp / Hugo Ball / Richard Hülsenbeck / Sophie Taüber / Otto van Rees / Marcel Janco /


Hugo Ball / draagt het klankgedicht Karawane voor in het 'Bisschop' kostuum gemaakt door Marcel en Jules Janco

De naamgeving van Dada ontstond op een bijeenkomst in Cabaret Voltaire in Zürich.
Hugo Ball draagt Karawane voor, de eerste regel is:
Jolifanto bambla o falli bambla
Tristan Tzara steekt een mes in een Frans-Duits woordenboek en dat wijst het woord dada aan, het kinderwoordje voor stokpaard.
Richard Hülsenbeck beweert dat hij de naam verzonnen heeft.
Dada werd in ieder geval geschikt bevonden voor de anti esthetische ontwerpen.


Sophie Täuber-Arp / Zelfportret met Dada-kopf [1920]


Centra van de IK ervaring

Zürich
Hier waren het de pacifisten met de bijbehorende protestacties die verwekt werden door walging voor de burgerlijke waarden en wanhoop over de Eerste wereldoorlog.


Hannah Höch / Schnitt mit dem Küchenmesser Dada durch die letzte Weimarer Bierbauchkulturepoche Deutslands [1919]

Berlijn
In 1917 verhuisde de Dada beweging naar Berlijn waar het een meer politiek karakter kreeg, anti-nationalistisch met een walging voor de bourgeoisie. De Duitse kunstenaars Hannah Höch, Raoul Hausmann, John Heartfield, Richard Huelsenbeck en Georg Grosz publiceerden in Club Dada, Der Dada, Jedermann sein eigner Fussball en Dada Almanach.
In 1920 werd de Eerste Internationale DADA-MESSE georganiseerd. In de pers worden de dadaïsten beschuldigd van belediging van de Reichswehr en sympathie voor het Bolsjewisme.


Kurt Schwitters / Merz 94 Grunflec [1920]

Hannover
Onder de naam MERZ begint Kurt Schwitters in zijn geboorteplaats een soort kunstbedrijf.
Merzkunst krijgt een plaats tussen het Expressionisme, Futurisme, Dadaisme, Activisme, Suprematisme, Kubisme, en Constructivisme. De naam van zijn éénmans bedrijf knipte Schwitters uit een opschrift: 'Kommerz und Privatbank'.

Keulen
Daar krijgt Dada surrealistische trekken

Parijs
Hier werd Dada een duidelijk literaire beweging onder leiding van de dichter Tristan Tzara. Meest belangrijk onder de Dada pamfletten en uitgaven was Littérature [1919-1924], met bijdragen van André Breton, Louis Aragon, Philippe Soupault, en Paul Éluard.


Man Ray / [L] The gift [1919] [R] Erotique voilée [1933]


Merit Oppenheim / Le déjeuner en fourrure, gazellenbont [1936]

USA
In de Verenigde Staten was het centrum van Dada in New York in Alfred Stieglitz 's gallery, en in het atelier van Louise en Walter Arensberg.
Dada-achtige activiteiten ontstonden onafhankelijk maar wel gelijktijdig met die in Zürich. Visuele kunstenaars zoals Man Ray, de enige Amerikaanse Dadaïst, en Francis Picabia hielden zich er mee bezig en werden bekend door publicaties als The Blind Man, Rongwrong, en New York Dada.


Francis Picabia op zijn houten paardje Dada [1920] / rechts: Parade Amoureuse

François-Marie Martinez Picabia y Davanne
werd op 22 januari 1879 te Parijs geboren. Zijn vader was een rijke Spanjaard, die attaché was aan de Cubaanse ambassade in Parijs.
Picabia werd in New York als de woordvoerder van de kubisten beschouwd

Elsa von Freitag-Loringhoven poseert voor Man Ray en Marcel Duchamp. Ondanks haar titel 'de Barones', danst ze gekleed in twee lege tomatenblikjes. De kunstenaars probeerden de heersende esthetische waarden neer te halen. Picabia werd de schakel tussen de Dada groepen. Zijn Dada tijdschrift '291' werd in Barcelona, New York, Zürich, en Parijs van 1917 tot 1924 uitgegeven. Picabia is ook de man van het Mechanisch Symbolisme of Mechano-Dada.
In 1921 vertrekken Man Ray en Marcel Duchamp naar Parijs. Rose Sélavy is eveneens naar Parijs vertrokken en noemt zich daar Rrose.


Marcel Duchamp / Why not sneeze Rose Sélavy [1919] Een kooi met 152 'suikerklontjes' van marmer

Was Rrose Sélavy Marcel Duchamp?

Volgens Duchamp is Rrose in New York geboren in de zomer van 1920. Hij had de behoefte aan een andere identiteit.
Die daad was eigenlijk op zichzelf een ready-made 'Fresh Widow'
Rrose Sélavy is een Engelse verbastering van C'est la vie. Eros is het leven.
Een en ander om over na te denken want is er een echte Rose Sélavy geweest?



Marcel Duchamp / de weduwe van een wielrenner



Dada in Nederland

In Holland is vooralsnog weinig te merken van de gebeurtenissen in Zürich. In Duitsland maakt de daar geboren Nederlander Paul Citroen kennis met de kunstenaars Georg Grosz, John Heartfield, Raoul Hausmann. Daar introduceert Richard Huelsenbeck Dada.
In 1919 komt Paul Citroen naar Amsterdam en richt met zijn vriend Blumenfeld, die zich Bloomfield noemt de Hollandse Dada op. Die beweging krijgt weinig aandacht. In 1920 legt Theo van Doesburg een verband tussen Dada en het gedachtegoed van De Stijl en het Constructivisme.
Van Doesburg, Piet Mondriaan en de dichter Antony Kok stellen in 1920 het Manifest II van de Stijl op, waarin vastgesteld wordt dat het woord dood en machteloos geworden is. De dorre frontale zinsbouw uit de oude literatuur moet verdwijnen. Tegenstellingen tussen vers en proza, inhoud en vorm moeten verdwijnen
Hij organiseert een DADA Veldtocht. Een serie dadaïstische voorstellingen die Theo van Doesburg, Kurt Schwitters, Nelly van Moorsel en Vilmos Huszàr van 10 januari tot en met 14 februari 1923 uitvoeren.



Theo van Doesburg / Soldaten [1916]


Theo van Doesburg /
Affiche Kleine Dadasoirée
in de Haagsche Kunstkring [1923]

Van Doesburg
In Duitsland organiseerde Theo van Doesburg al dadaïstische voorstellingen, met voordrachten, muzikaal omlijst door zijn vriendin Nelly van Moorsel.
Hij nodigt zijn dadaïstische vrienden Hans Arp, Francis Picabia, Georges Ribemont-Dessaignes en Tristan Tzara naar Nederland uit. Alleen Kurt Schwitters komt omdat die toch in Rotterdam moest zijn voor een tentoonstelling.
De veldtocht bestond uit acht Dada soirees en één Dada matinee.
Nelly van Moorsel was de enige die zich, als Pétro van Doesburg, dadaïste noemde. Verder deden mee: Vilmos Huszar lid van De Stijl, Theo van Doesburg zat achter de heteroniemen I.K. Bonset en Aldo Camini. Doesburg deed zich tijdens de tournee zelfs als anti-dadaïst voor.
Kurt Schwitters
ontwikkelde, na in 1918 door de Berlijnse 'Club Dada' te zijn afgewezen, zijn eigen variant op het dadaïsme die hij Merzkunst noemde

Dadasofie
Voorafgaand kon het publiek een 'dadaïstisch bedrukt programma' kopen
Op een Dada-avond werden eerst alle lichten gedoofd. Theo van Doesburg in het zwart met een witte das en witte sokken, op een sofa naast een schemerlamp houdt de lezing 'Dadasofie'. Halverwege de lezing staat Schwitters vanuit het publiek op en begint allerlei dierengeluiden te maken. Van Doesburg gaat onverstoorbaar door met zijn lezing en draagt een gedicht onder zijn pseudoniem I.K. Bonset voor: 'De scherven van de kosmos vind ik in m'n thee'. Het publiek schreeuwt: "leer dan thee zetten"
Pétro van Doesburg, had tijdens de lezing een soort tableau vivant uitgevoerd Op de piano speelt ze de Treurmars voor een krokodil van de Italiaanse componist Vittorio Rieti .
Schwitters leest een verhaal voor over een man die, door alleen maar stil te staan, een revolutie ontketent in de vrijstaat Revon, en draagt zijn bekende gedicht 'An Anna Blume' voor. Omdat het publiek geen Duits verstaat, doet hij ook een aantal cijfergedichten 'Drei', 'Zwölf' en '12' en het gedicht 'Z A elementar', waarin hij de letters van het alfabet achterstevoren opnoemt.

Simultaneïstisch-méchanische dans
Op een wit scherm, verschijnt als een schaduwbeeld een door Vilmos Huszar ontworpen, hoekige, aluminium, wajangachtige pop, die telkens een arm of been optilt. De vlakken op de figuur zijn doorzichtig, groen en rood. Ze bewegen door middel van tien toetsen. Elke beweging is rechthoekig berekend, niets toevalligs.
De avond wordt afgesloten met 'Rag Time Parade' van Eric Satie, die voor de gelegenheid omgedoopt werd tot 'Rag-Time-Dada' of 'Dada-Rag-Time'.

Dada was in Nederland nog onbekend.

Het publiek kwam dus tamelijk onbevangen naar de eerste dada-soiree in Den Haag op 10 januari. Toen Schwitters vanuit de zaal begon te blaffen was het publiek geschokt.
De pers sprak er schande van en dat zorgde er weer voor dat iedereen erbij wilde zijn. Theater Bellevue in Amsterdam was afgeladen. Men verwachtte provocatie en veel tumult. Tijdens Van Doesburgs voordracht begon het publiek zelf al te blaffen, te kraaien en te miauwen, waardoor Schwitters in Amsterdam zijn mond maar hield. Eveneens in Amsterdam werd Nelly van Moorsel onder luid gebrul een boeket aangeboden en Huszar's 'Simultaneïstisch-méchanische dans' door een 'Hup Ajax!' beantwoord.
Het was geweldig dat in Utrecht, het publiek plotsklaps ophield toeschouwer te zijn en als wurmen het toneel op kropen. Dada kreeg een verweerde grafkrans aangeboden en er kwam een hele groentestal op het toneel terecht. We konden rustig een sigaretje opsteken en bekijken hoe het publiek Dada geworden was. Een overwinning.

Een ooggetuigenverslag
Gepubliceerd in Het Vaderland: "Gisteravond hebben we in Diligentia nog eens een Dada avond gehad. We hebben weer gebruld en gekrijst, onverschillig of Heine gereciteerd werd, Mendelsohn gespeeld werd, of onzin uitgekraamd. We hebben Huszar voor Landru uitgescholden, van Doesburg en diens vrouw gemeenheden toegevoegd. We hebben gehuild en gejengeld, geblèrd en stommiteiten verkocht, kroegbazen- en boksergrappen gelanceerd, alles om maar te bewijzen dat wij niet Dada zijn. We hebben zo'n hels en volmaakt onzinnig spektakel gemaakt, dat het nu wel zonneklaar bewezen is, dat wij nog bij ons volle verstand zijn; dat is dus in orde".

De pers sprak schande van de Dada-tournee
L.J. Jordaan schreef op 27 januari 1923 in het geïllustreerde weekblad Het Leven over Van Doesburg: "Wat is Dada?
"Dada is de schrik van den club-fauteuil-bourgeois, van den kunstcriticus, van de artist, van de konijnenfokker, van de hottentot. Dada is een gezicht. Dada wil geleefd zijn. Dada is de sterkste negatie van alle culturele waardebepalingen, dada is" ... enfin, met deze snorkenden nonsens ging de Hollandsche inleider van den glorieuzen Dada-avond nog 'n half uurtje door en eindigde met de ironische vraag aan 't publiek: "Weet U nu wat Dada is?" Ik betwijfel het! Want hij verzuimde enige der meest interessante kwalificaties van Dada op te sommen. Hij zei niet: "Dada is 'n kolossaal boerenbedrog." "Dada is 'n dood-ordinaire geldklopperij." "Dada is 'n hoon en 'n vernedering van alle geachte aanwezigen." "Dada is een grof-betaalde clownerie - 'n brutale aanval op uw Hollandsche guldens!" en over Schwitters: "Op het tooneel? O, ja dat is waar, daar stond een zekere heer Kurt Schwitters en sprak wartaal. Het Interesseerde echter niemand, en hijzelf citeerde z'n nonsens met 'n dood-ernstig en zelfs enigszins melancholiek gezicht. Hij zal eerst gelachen hebben, vermoed ik, toen hij de recette van Hollandsche guldens natelde".

De Christelijke Amsterdammer schreef op 31 januari:
"Maar waarom zouden we de voorbeelden vermenigvuldigen, terwijl we ze vlak bij, in onze eigen kring en in ons eigen hart voor het grijpen hebben. Hoeveel gedachten in ons leven zijn dwaze gedachten, hoeveel woorden dwaze woorden, hoeveel daden waanzinnige daden? Wanneer christenen die eenzelfde Heiland volgen, onder elkaar twisten en 'ketteren' over bijkomstigheden, in plaats van met één hart en één ziel zich op te maken om de brandende wereld te redden, is dat dan soms verstandig? Neen we willen niet spotten met de Dadaïsten zonder de hand te steken in eigen besmetten boezem! Daar zit een lelijke Dadaïst in ons aller hart!"

De Dada-tournee was georganiseerd door kunstenaars die zichzelf geen dadaïsten noemden. Schwitters schreef dat hij het publiek een spiegel wilde voorhouden, waarin het kon zien hoe 'stijlloos' en 'dada' het zelf was, en door de spontane reactie van zowel pers als publiek vond hij dat hij daar zeer in was geslaagd. Ons publiek gaf de beweging een doel. Wij hielen hen een spiegel voor en nu weet ieder waarom wij Dada niet willen. Daarom zijn we de echte dragers van Dada-beweging en zetten we ons in voor de stijlvorm Dada.

Achterhaald
Volgens Dada-kenner Marco Entrop was de gebeurtenis 'mosterd na de maaltijd'. Dada was toen al over haar hoogtepunt heen en in Parijs had het dadaïsme zich inmiddels ontwikkeld in het Surrealisme. Toch was het in Nederland het eerste in zijn soort en zijn latere kunstenaars als Wim T. Schippers met zijn toneelstuk 'Going to the dogs' uit 1986, waar de pers ook schande van sprak, schatplichtig aan Dada.


Sponnen praten voeren, mauwden hielden nu maar op na, kon je nu ooit eens alleen met iemand. Kan je of tenminste andere had ze met hen. Maar hoe. Als ze altijd hetzelfde dan een 'ja' en 'nee', regel, gesprek gezegd er een, die zegt?


Altijd hetzelfde zegt? Als ze nu met iemand die maar eens alleen nu ooit praten 'ja' sponnen. Maar hoe kan je met hen voeren. En 'nee' mauwden, tenminste een gesprek of er een andere, dan kon je regel op na gezegd, had ze hielden.


Als ze kon je kan je nu met iemand maar eens hen voeren nu alleen 'ja' en 'nee'. Of er een ooit praten altijd die zegt? sponnen mauwden, Maar hoe andere regel een gesprek met op na, dan tenminste gezegd hielden, had ze


Als ze nu maar eens alleen 'ja' sponnen en 'nee' mauwden, of er een andere regel op na hielden, had ze gezegd, dan kon je tenminste een gesprek met hen voeren. Maar hoe kan je nu ooit praten met iemand die altijd hetzelfde zegt?


Uit:
De avonturen van Alice in Wonderland
door Lewis Carrol


terug >>
vervolg >>