DaDa


> startpagina
> Dada in Nederland

tussen taal en beeld



een nihilistische
kunstbeweging


Dada is gebaseerd op de principes van vooropgezette irrationaliteit, anarchie, cynisme en het verwerpen van de wetten van schoonheid en sociale organisatie.


Dada
kunstenaressen en danseressen van
Cabaret Voltaire

Op de plek van de geboorte van Dada speelden vrouwen een actieve rol, maar ze werden door de Dada mannen niet op waarde geschat. Erger nog, ze vonden bijvoorbeeld medeoprichtster Emmy Hennings maar een hysterisch kindvrouwtje

Korte biografiën van
Dada-kunstenaressen

Ze hebben op een of andere manier een rol gespeeld in Dada
en het leven van de Dada-heren.



Hannah met haar poppen


Hannah Höch
[1889-1978]
Hannah is geboren in 1889, in Gotha. In 1910 ging ze naar de School voor Toegepaste kunst in Berlijn Charlottenburg. Ze studeerde glasontwerpen bij Harold Bengen tot de school bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog gesloten werd.

In Januari 1915 zette ze haar studie voort aan de school van het Koninklijk Museum voor Toegepaste kunst. Dat zelfde jaar ontmoette ze Raoul Hausmann, waar ze tot 1922 een heftige en moeilijke erotische relatie mee had.

Ze was ook hecht bevriend met de Merzkunstenaar Kurt Schwitters. Toen ze in Den Haag woonde en met Kurt Schwitters samenwerkte, had ze een relatie met de schrijfster Til Brugman zonder dat die lesbisch genoemd mocht worden. In 1936 gingen Til Brugman en Hannah Höch uit elkaar.

Tien jaar lang werkte Höch voor de Ullstein Verlag. In de zomer van 1918, toen Höch en Hausmann met vakantie aan de Oostzee waren beweerden ze dat ze het principe van de fotomontage ontdekt hadden, naar de uitgeknipte plaatjes die de soldaten aan het front naar hun familie stuurden.

Fotomontage werd het ideale medium voor de sociale kritiek van de jaren 1920. Samen met de krantenfoto's gebruikte Höch kant en andere handwerk patronen in haar montages, op deze manier verbond de traditionele taal van vrouwen handwerkjes met die van de moderne cultuur.
Zie bijvoorbeeld haar collage: 'Schnitt met dem Kuchenmesser'

Hanna Höch was de enige vrouw bij Dada Berlijn die met alle grote en kleine evenementen meedeed.
Ze maakte ook dadapoppen, marionetten die vaak een rol spelen in de Dada voorstellingen. Hoewel ze regelmatig in hun kring te vinden was beschouwt ze zichzelf niet als een Dadaïste.
Haar betrokkenheid was soms beperkt, zoals het spelen op een tinnen deksel in de anti-symfonie van Jefim Golyscheff op de eerste Dada tentoonstelling in Berlijn april 1919.
Op the Eerste Internationale Dada Jaarbeurs van 1920, in kunstgalerij van Burchard, de grootste van alle Dada tentoonstellingen, exposeerde Höch haar sociaal kritische fotomontages samen met haar Dada-poppen die beslist geen kinderspeelgoed zijn. Ze laat daarmee de diversiteit van kunstzinnige ingrepen in haar Dadakunst zien.
In hetzelfde jaar sloot ze zich aan bij de linkse Novembergruppe.

Ze was van 1938 tot 1944 met pianist Kurt Matthies getrouwd. In Duitsland werd ze als 'ontaarde' kunstenaar beschouwd.

Hannah Höch stierf in Berlijn op 31 mei 1978.



Emmy Hennings en Hugo Ball


Emmy Hennings
[1885-1948]
Emmy werd in 1885 in Flensburg onder de naam Emmy Cordsen geboren.
In 1913 woonde ze in München waar ze zich tussen de expressionistische dichters, toneelschrijvers en romanciers bewoog die de kunstenaarswijk bevolkten en die in het Café Simplizissimus populaire cabaretliederen zongen en hun gedichten voordroegen.
Een van haar vrijers was Hugo Ball, die ze ontmoet had toen ze in het café zong. Ze is later met hem getrouwd.

Ze ging in 1914 met Ball naar Berlijn, waar ze in restaurants optrad en als schildersmodel poseerde.
Om het opkomend nationalisme te ontvluchten vertrokken Ball en Hennings in mei 1915 naar Zürich. Ze kwamen daar met een vals paspoort aan en hadden geen verblijfsvergunning.
Emmy is aan morfine verslaafd en moet tippelen, zeer tegen de zin van Hugo in.
Geheel platzak leefden ze van de hulp van Hennings' literaire vrienden tot ze werk vonden in een vaudeville theatergroep.
In 1916 besloten ze een eigen cabaret te beginnen. Dat was Cabaret Voltaire.

Samen met Ball aan de piano treedt ze op als danseres van Ausdrucktanz in vreemde kostuums van kartonnen kokers.
Ze zingt met iel meisjesstemmetje mystieke liederen en draagt gedichten voor

Hennings was een van de ster attracties. Haar uitgebreide repertoire bevatte ook populaire songs uit Denemarken, Parijs en Berlijn, Chinese ballades, volksliederen en haar eigen gedichten en die van andere dadaïsten.
Hennings charisma als voordrachtskunstenares en haar cabaret ervaring zorgden voor een succesvolle onderneming.

De gedichten van Hennings gingen over haar leven buiten dat van de veilige bourgeois gemeenschap. Ze waren gericht op expressionistische thema's zoals eenzaamheid, extase, onvrijheid, ziekte en dood.
Hennings was instaat om haar ervaringen op plaatsen zoals in gevangenissen, ziekenhuizen, cabarets en het straatleven van prostitutie en drugverslaving sterk op te roepen. Verschillende van haar gedichten werden, hoewel ze niet strikt dadaïstisch waren, toch in de Dada tijdschriften gepubliceerd.

Hennings sprak zelden over haar ervaringen met het Katholicisme. Ze wilde liever nadruk leggen op haar intense bewondering voor Ball.

Na de dood van Hugo Ball in 1927, portretteerde ze zijn leven als een intellectuele zoektocht naar het absolute dat hij in het Katholicisme vond en kleineerde zijn dadaperiode als een jeugdig misverstand.
Ze moet haar geld in een fabriek verdienen en schrijft 's nachts gedichten.

Emmy Hennings stierf in Tessin in 1948.




Sophie Täuber-
Arp [1889-1943]
Sophie Henriette Gertrude Taeuber, of anders geschreven Täuber, werd 19 january1889 in Davos geboren.

Ze volgt een opleiding in textiele werkvormen aan de kunstacademie in Hamburg, maar ze nam ook deel aan een textiel workshop van de experimentele studio van Wilhelm von Debschitz.
Na een jaar aan de academie keerde ze terug naar de studio van Debschitz in Zürich.

Samen met Hans Arp werkt ze met abstracte vormen, Hans met uit karton geknipte vormen en zij met textiele weefsels, alles in strikt horizontale en verticale vormen.
Ze maakt ook houten 'Dadakoppen' van hoedenstandaards en beschildert die op de bekende geometrische manier. Zo maakte ze een houten portret van haar echtgenoot Hans Arp.




Zelfportret met Dada-kopf [1920]

Van1916 tot 1928 gaf ze les aan de Kunstnijverheidsschool in Zürich.
Daarnaast hield zich ook met de avant-gardistische Dada-dans bezig. Ze nam les moderne dans bij de choreograaf Rudolf von Laban. Ze trad op met de Duitse danseres Mary Wigman in het Cabaret Voltaire. Ook ontwierp ze marionetten die bij de verschillende Dada soirees en voorstellingen gebruikt werden.


Na haar huwelijk met Hans Arp in 1926 verhuisde ze naar Straatsburg en werd Frans staatsburger. Daar werkte ze samen met Arp en de Nederlandse Stijl kunstenaar Theo van Doesburg aan een een 18e eeuws gebouw dat gebruikt ging worden als cultureel centrum l'Aubette, een restaurant met een danszaal en een theater dat een verbinding moest maken tussen Kunst en Leven, maar het werd jammer genoeg niet gewaardeerd door de inwoners van Straatsburg die het interieur na oplevering veranderden. Wat er van overbleef is later door de Nazi's vernietigd.

Tussen 1920 en 1926 reisde het echtpaar intensief en gingen vaak op vakantie met de Dadaïstenclub.

In 1928 verhuisden het echtpaar naar Parijs, waar ze tot 1940 woonden. Sophie exposeerde haar werk samen met de Surrealisten.
Ze werden lid van een kunstenaarsgroep 'Cercle et Carré'.

Met de Duitse invasie van de in 1940 vlucht het echtpaar naar Parijs en in 1942 keren ze terug naar Zürich.

Sophie Täuber overleed in 1943 als gevolg van een koolmonoxide vergiftiging, terwijl het echtpaar bezig was een overtocht naar de Verenigde Staten te arrangeren.


Elsa von Freitag-Loringhoven [1874-1927]
Ze wordt beschouwd als de moeder van de Dada-beweging in New York.
Ze woont met haar man, baron Freitag-Loringhoven, in het Ritz Hotel. Maar die pleegt zelfmoord als protest tegen de Eerste Wereldoorlog.

De barones danst schaars gekleed in bizarre typische Dada-kostuums, kaalgeschoren met een kolenkit op haar hoofd in de kunstgalerieën.
Ze maakt ze collages en assemblages geïnspireerd door wolkenkrabbers en industriële ontwikkelingen in de USA
Ze moet na de dood van haar man haar brood verdienen met naakt poseren voor Man Ray en Marcel Duchamp.
Dat is niet zo gebruikelijk in het toen preutse Amerika.
Van haar is waarschijnlijk het idee voor The Fountain, dat gesigneerd is: 'R.Mutt 1917' maar waarvan aangenomen is dat Marcel Duchamp de kunstenaar was.

In 1923 keert ze op kosten van vrienden terug naar Duitsland maar ze heeft de pest aan Duitsers gekregen en gaat in 1926 naar Parijs.
Ze sterft een jaar later door het verkeerd gebruik van een gaskachel.


Rrose Sélavy [1887-1968]
Een populair lid van de New Yorkse Dada.
Volgens Duchamp is Rrose Sélavy in New York geboren in de zomer van 1920. Hij had de behoefte aan een andere identiteit.
Die daad was eigenlijk op zichzelf een ready-made 'Fresh Widow'
Rrose Sélavy is de Engelse verbastering van C'est la vie. En eros is het leven.
Een en ander om over na te denken want is er ooit een echte Rrose Sélavy geweest?


Suzanne Duchamp [1889-1963]
Suzanne is de zuster van Marcel en Raymond Duchamp en Jacques Villon.
Marcel en Suzanne hebben een innige relatie en haar huwelijk is een schok voor hem. Daar komen zijn voorkeur voor sexualiteit in zijn werk mogelijk uit voort.
Onder invloed van Jean Crotti, een vriend van Marcel met wie ze in 1918 trouwt, begint Suzanne dadaistisch te werken. Beeldend, literair, grafisch en theater. Ze gebruikt vormen van machines, het zogenoemde mechanisch
symbolisme.


Adya van Rees-Dutilh [1878-1959]
Samen met haar man, de schilder Otto van Rees maakte ze deel uit van de kunstenaarsgemeenschap Monte Verità, vrije individuele ontwikkeling in kunst en wetenschap was het doel.
Samen met Hans Arp exposeert ze in Galerie Tanner. Een begin van Dada in Holland?
Ze maakt, net zoals Sophie Täuber-Arp borduursels.


Mina Loy [1882-1922]
Een Engelse dame die schildert en gedichten schrijft.
Ze ontmoet in Parijs Apollinaire en Picasso.
In New York wordt ze in de Arensberg Galerie uitgeroepen als het prototype van de moderne vrouw.

Ze maakt kennis met de Dadaïstische dichter en bokser Arthur Cravan uit Parijs en trouwt met hem. Als ze zwanger is en in Parijs wil bevallen verdwijnt Cravan spoorloos.

In 1923 ontmoet ze de dada-kunstenaars Tristan Tzara, Erik Satie, André Breton en sluit zich aan bij de Dada-beweging.


Beatrice Wood [1893-19..]
Een rebelse New Yorkse tiener gaat als protest tegen haar burgerlijke opvoeding naar Parijs om te schilderen en te dansen.
In 1914 keert ze terug en gaat een relatie met Marcel Duchamp aan. Ze richt samen met hem het tijdschrift The Blindman op, dat wegens onkuise inhoud niet verkocht mag worden.
Een engagement bij het French Repertory Theater is het einde van haar Dada periode.


Gabriëlle Buffet-Picabia [1881-1984] In 1909 trouwt Gabriëlle met Francis Picabia. Ze vluchten voor de oorlog naar New York waar ze het tijdschrift '391' uitgeven.
Gabriëlle beschrijft in haar boek Aires Abstraites het werk van de Dada-beweging in New York.



Tzara met Greta

Greta Knutson [1899-1983]
Greta is schrijfster en schildert.
Ze verhuist van Stockholm naar Parijs waar ze door Dada beïnvloed wordt. Ze trouwt daar in 1925 met Tristan Tzara.


Käte Steinitz [1889-19..]
Samen met Schwitters richt Käte Steinitz Aposs Verlag op. A van Aktief, P van Paradox, OS van Ohne Sentimentalität en S van Sensibel.
Ze geven dadaïstische kinderboekjes uit zoals Die Scheuche (de vogelverschrikker) met die typische dada typografie.
Vriend Merzmensch schrijft: "Der BierBäuchige Bauer BreitBeinig" wat kan een dergelijk figuur in het kinderboek beter typeren als een vette letter B?





Til Brugman [1888-1958]
Til Brugman werd in 1888 geboren als oudste dochter in een welgesteld, streng katholiek gezin. Van haar vader erfde zij de literaire begaafdheid en het talent voor talen; van haar moeder de wilskracht en de principiële levenshouding.
Zij ging op kamers wonen in Amsterdam en werd correspondente vreemde talen.

In 1917 verhuisde ze naar Den Haag, waar zij ging samenwonen met de zangeres Sienna Masthoff.

Til Brugman had literaire ambities en begon met het schrijven van klankgedichten, geïnspireerd door de internationale avant-garde kringen waarin ze verkeerde.
De schilder Piet Mondriaan had zij al rond 1908 op dansles leren kennen in Amsterdam.
Later kwam zij in contact met Stijl-kunstenaars en -architecten als Theo van Doesburg, J.J.P. Oud, Cornelis van Eesteren en Vilmos Huszár.

Ze was ook secretaresse van Kurt Schwitters voor zijn Merz Magazin.

De klankgedichten van Til Brugman zijn gebaseerd op de Stijl-principes.Haar plaats in de Stijl-beweging is organisatorisch en minder een erkenning van haar werk als schrijfster.

In 1926 leerde Til Brugman de Duitse dadaïste Hannah Höch kennen, met wie zij ruim negen jaar samenleefde. Onder haar invloed begon ze Grotesken te schrijven, gedichten met een mengsel van het realistische met het fantastische.
Ze
schreef honderden grotesken, maar kreeg ze moeilijk gepubliceerd.

In 1936 gingen Til Brugman en Hannah Höch uit elkaar en keerde zij terug naar Nederland, samen met haar nieuwe, negentien jaar jongere vriendin Hans Mertineit-Schnabel. Ze woonden op een flatje in de Amsterdamse Rivierenbuurt, maar moesten daar tijdens de Duitse bezetting wegens hulp aan joden en verzetsmensen 'het veld ruimen'. Zij doken onder in Breukelerveen.

Til Brugman leed aan een chronische nierziekte leed, waar in 1946 nog angina pectoris bijkwam. Haar eerste roman Bodem werd wegens zijn vermeende anticlericale strekking door de katholieke media als verboden lectuur bestempeld. Uitgeverij De Bezige Bij besloot het contract met haar te verbreken.

Ze moest haar Stijlcollectie, met kunstwerken van Mondriaan, Lizzitzky en Kurt Schwitters, verkopen.
Ze ging kinderboeken, novellen, documentaire romans en een cultuurgeschiedenis van de kat, schrijven.

In 1952 kreeg Til Brugman de Novellenprijs van de stad Amsterdam en werd haar de Marianne Philipsprijs toegekend voor haar oeuvre.
[bron: Marleen Slob, NRC 1995]

 


Nelly van Moorsel [1900-1975]
Een Nederlandse pianiste, geïnteresseerd in Ausdrucktanz.
Ze gaat met Van Doesburg naar Duitsland om diens lezingen over De Stijl met pianospel te begeleiden. Nelly heet eigenlijk Petronella en treedt op als Pétro van Doesburg.
Ze speelt stukken van een 'Stijlcomponist' Jacob van Domselaer en verder werken van Arnold Schönberg, Bela Bartok, Zoltán Kodály en Vittorio Rietie.

Na de Dada-veldtocht in Nederland gaat ze met Van Doesburg naar Parijs.
Na de dood van Van Doesburg in 1931 legt ze het werk van hem in het Stijlarchief vast.


[Bron: Dames in Dada, door Giola Smid, uitg. Amazone]

naar boven


Cut-Up
dat is het verknippen en opnieuw rangschikken van tekst en beeld.
Het stamt af van de Dadaïsten

Beroemd is het voorbeeld van Tristan Tzara.


Hoe maak je een Dada-gedicht?
Neem een krant.
Neem een schaar.
Kies uit de krant een artikel dat ongeveer de lengte heeft die je aan het gedicht wilt geven.
Knip het artikel uit.
Knip vervolgens alle woorden uit die in het artikel staan en doe ze in een hoge hoed.
Schud voorzichtig.
Trek één voor één de knipsels uit de hoed.
Schrijf de woorden zorgvuldig over in de volgorde waarin ze uit de hoed gekomen zijn.
Het gedicht zal op u lijken
En u zult zien, u bent een ongelooflijk origineel schrijver met feeling, hoewel miskend door het publiek.


Waar Is Dada gebleven?
Na 1922, verbleekte Dada en veel Dadaïsten waren meer geïnteresseerd in het Surrealisme.
In 1924 is DADA officieel opgeheven maar de effecten denderen tot op vandaag de dag door.


Wat zeggen de kunstenaars zelf?
"Dada is prachtig als de nacht die een jonge dag in de armen wiegt"
Hans Arp

"Dada spreekt met je, het is alles, het omvat alles, het hoort bij elke religie,
Dada kan niet overwinnen of verliezen, het leeft in ruimte en niet in tijd"

Francis Picabia

"Dada is zon, DaDa het ei. Dada is de Politie van de Politie."
Richard Huelsenbeck





De Bron van Dada



Marcel Janco / Cabaret Voltaire in Zürich




Cabaret Voltaire was in 1916 in de 'Holländische Meierei' op de Spiegelgasse gevestigd.




Cabaret Voltaire / Bovenverdieping van het café

Dada in Zürich
Een groep kunstenaars,
Tristan Tzara, Hans Arp, Hugo Ball, Richard Hülsenbeck, Sophie Taüber, Otto van Rees
en Marcel Janco richten in 1916 in De Hollandische Meierei een kunstnaarscafé op.
Er is een klein toneeltje op de bovenverdieping en ze wisselen literaire lezingen met cabaretoptredens af.
Ze noemen het Cabaret Voltaire.



Hugo Ball / draagt het klankgedicht Karawane voor in het 'Bisschop' kostuum gemaakt door Marcel en Jules Janco van kartonnen kokers. De tekst gaat zo:
gadji beri bimba
glandridi lauli lonni cadori
gadjama bim beri glassala
(...)

De naamgeving van Dada
Die ontstond op één van de bijeenkomsten in Cabaret Voltaire.

Hugo Ball draagt daar het gedicht Karawane voor, de eerste regel is:
Jolifanto bambla o falli bambla

Tristan Tzara steekt een mes in een Frans-Duits woordenboek en dat wijst het woord dada aan, het kinderwoordje voor stokpaard.
Het woord Dada komt ook voor in de Larousse Illustré. Ook daar wordt vermeld dat kinderen hun stokpaardje dada noemen.

Richard Hülsenbeck beweert dat hij de naam verzonnen heeft.
Dada werd in ieder geval geschikt bevonden als een naam voor de nihilistische anti esthetischekunst en als een protest tegen de Eerste Wereldoorlog.


Centra van de IK ervaring
In Zürich waren het de pacifisten met de bijbehorende protestacties die geraakt werden door walging voor de burgerlijke waarden en wanhoop over de Eerste Wereldoorlog.

Hugo Ball sprak: "Ieder woord dat in ons Cabaret Voltaire gezongen wordt maakt duidelijk dat deze vernederende tijd respectloos is.
Onze grote trom overstemt het geluid van de kanonnen.
De enorme slachtpartijen en kannibalistische heldendaden van de oorlog zullen door onze vrijwillige dwaasheid bestreden worden.
Ons enthousiasme voor de illusie zal de schande van de oorlog aantonen.



Hannah Höch / Schnitt mit dem Küchenmesser Dada durch die letzte Weimarer Bierbauchkulturepoche Deutslands [1919]

Berlijn / Club Dada
In 1917 verhuisde de Dada beweging naar Berlijn waar het een meer politiek karakter kreeg, anti-nationalistisch met een walging voor de bourgeoisie.
De Duitse kunstenaars Hannah Höch, Raoul Hausmann, John Heartfield, Richard Huelsenbeck en Georg Grosz publiceerden in Club Dada, Der Dada, Jedermann sein eigner Fussball en de Dada Almanach.



Koe ist der Holländische Ausdruck für das Deutsche Wort Kuh und spricht sich genau so.
In een openingsartikel in het eerste tijdschrift Merz is een koe afgebeeld. Runderen worden in Holland mestvee genoemd, Schwitters maakt daar Merzvieh van.
Verder staat het manifest vol met dadaïstische adviezen, zoals dat men de melk van verschillende koeien ook in steeds verschillende emmers moet melken.
Een koe is een waardig dier en zal nooit de algemene moraal kunnen beschadigen.



Klankgedichten
'lettristisch-optophonischen' [L] Karawane van Hugo Ball dat bij een bijeenkomst op de flank van een koe geplakt werd. [R] Seelen automobil van Raoul Hausmann (1919)



L. John Heartfield / collage: Hoera de boter is op.
R. Men zocht een athleet met beroepskleding om een DaDa tentoonstelling in Berlijn te bewaken.



Das grosze Plasto-Dio-Dada-Drama / assemblage: Joh. Baader

In 1920 werd de Eerste Internationale DADA-MESSE georganiseerd.
In de pers worden de dadaïsten beschuldigd van belediging van de Reichswehr en sympathie voor het Bolsjewisme.



[L] Kurt Schwitters / Merz 94 Grunflec [1920]
[R] Het vitalistische elan van de groep Freie Strasse wil weer beweeglijk worden en roept: 'waarom zoekje rust, terwijl je voor onrust geboren bent'

Merzkunst
Onder de naam MERZ begint Kurt Schwitters in zijn geboorteplaats Hannover een soort kunstbedrijf.
Merzkunst krijgt een plaats tussen het Expressionisme, Futurisme, Dadaisme, Activisme, Suprematisme, Kubisme, en Constructivisme.
De naam van zijn éénmans bedrijf knipte Schwitters uit een opschrift: 'Kommerz und Privatbank'.



Das Kotsbild [1920] / Kurt Schwitters, Merz 15

meer Merzkunst


De vorm van het hoofd van een politiecommissaris.

John Heartfield was een DaDa kunstenaar.
Hij gebruikte zijn schaar voor het maken van fotocollages als wapen tegen het Nationaal Socialisme in Duitsland.


John Heartfield / DADA-Amerika

Uit protest tegen de Eerste Wereldoorlog veranderde hij ook zijn naam, Helmut Herzfeld, in John Heartfield.

Verspreiding
In Keulen krijgt Dada surrealistische trekken.
En in Parijs werd Dada een duidelijk literaire beweging onder leiding van de dichter Tristan Tzara.
Meest belangrijk onder de Dada pamfletten en uitgaven was Littérature [1919-1924], met bijdragen van André Breton, Louis Aragon, Philippe Soupault en Paul Éluard.



Man Ray / [L] The gift [1919] [R] Erotique voilée [1933]



Merit Oppenheim / Le déjeuner en fourrure, gazellenbont [1936]

In de Verenigde Staten was het centrum van Dada in New York Alfred Stieglitz's gallery, en in het atelier van Louise en Walter Arensberg.
Dada-achtige activiteiten ontstonden onafhankelijk maar wel gelijktijdig met die in Zürich. Visuele kunstenaars zoals Man Ray, de enige Amerikaanse Dadaïst, en Francis Picabia hielden zich er mee bezig en werden bekend door publicaties als The Blind Man, Rongwrong, en New York Dada.



[L] Francis Picabia op zijn houten paardje Dada [1920] / [R] Parade Amoureuse


François Picabia, zoon van een rijke Spanjaard, attaché aan de Cubaanse ambassade in Parijs, werd in New York als de woordvoerder van de kubisten beschouwd.
Danseres Elsa von Freitag-Loringhoven poseert voor Man Ray en Marcel Duchamp.
Ondanks haar titel 'de Barones', treedt ze gekleed in slechts twee lege tomatenblikjes op.
De kunstenaars probeerden de heersende esthetische waarden neer te halen.
Picabia werd de schakel tussen al die Dada groepen. Zijn Dada tijdschrift '291' werd in Barcelona, New York, Zürich, en Parijs van uitgegeven. Picabia is ook de man van het Mechanisch Symbolisme of Mechano-Dada.


Dada in Nederland [1919]

In Holland is vooralsnog weinig te merken van de gebeurtenissen in Zürich.
In Duitsland maakt de daar geboren Nederlander Paul Citroen kennis met de kunstenaars Georg Grosz, John Heartfield, Raoul Hausmann.
Daar introduceert Richard Huelsenbeck Dada.

Amsterdam
Zondag 22 februari leest Louis Saalborn gedichten uit de bundel Anna Blume van Kurt Schwitters voor in kunsthandel Heijstee in Amsterdam.
In 1919 komt Paul Citroen naar Amsterdam en richt met zijn vriend Blumenfeld, die zich Bloomfield noemt, de Hollandse Dada (Dada- Centrale) op.
Die beweging krijgt weinig aandacht.

In 1920 legt Theo van Doesburg een verband tussen Dada en het gedachtegoed van De Stijl en het Constructivisme. Het verschijnt met een foto van Picabia in De Nieuwe Amsterdammer .

Van Doesburg, Piet Mondriaan en de dichter Antony Kok stellen in 1920 het Manifest II van de Stijl op, waarin vastgesteld wordt dat het woord dood machteloos geworden is. De dorre frontale zinsbouw uit de oude literatuur en tegenstellingen tussen vers en proza, inhoud en vorm moeten verdwijnen.



Theo van Doesburg / Affiche Kleine Dadasoirée in de Haagsche Kunstkring [1923]

DADA Veldtocht.
Een serie dadaïstische voorstellingen die Theo van Doesburg, Kurt Schwitters, Nelly van Moorsel en Vilmos Huszàr van 10 januari tot en met 14 februari 1923 uitvoeren.
In Den Haag, Rotterdam, Drachten en Amsterdam zijn Dadasoiree's



Aankondiging Dadaavond in Drachten



Karikatuur door L.J.Jordaan over de voorstelling van Schwitters in Bellevue Amsterdam

De kranten schrijven er met gemengde gevoelens over. Vooral als Schwitters op het toneel gefluit, gesis en geblaf laat horen.
In Bellevue te Amsterdam komt er zo veel publiek dat politie te paard er orde moet houden.
A.M de Jong schrijft in Het Volk over 'vlegels voor en achter de schermen'.
Roland Holst werd gevraagd waarom hij er niet bij was: "Als ik ooit bordeelhouder ga worden, zal ik er heengaan om te leren hoe je een schaamteloos publiek moet aanpakken"
Schwitters publiceert in de Haagsche Post: 'De Zelfoverwinning van Dada '






Theo van Doesburg / Soldaten [1916]

Van Doesburg
In Duitsland organiseerde Theo van Doesburg al dadaïstische voorstellingen, met voordrachten, muzikaal omlijst door zijn vriendin Nelly van Moorsel.
Hij nodigt zijn dadaïstische vrienden Hans Arp, Francis Picabia, Georges Ribemont-Dessaignes en Tristan Tzara naar Nederland uit. Alleen Kurt Schwitters komt omdat die toch in Rotterdam moest zijn voor een tentoonstelling.
De veldtocht bestond uit acht Dada soirees en één Dada matinee.
Nelly van Moorsel was de enige die zich, als Pétro van Doesburg, dadaïste noemde. Verder deden mee: Vilmos Huszar lid van De Stijl, Theo van Doesburg zat achter de heteroniemen I.K. Bonset en Aldo Camini. Doesburg deed zich tijdens de tournee zelfs als anti-dadaïst voor.
Kurt Schwitters ontwikkelde, na in 1918 door de Berlijnse 'Club Dada' te zijn afgewezen, zijn eigen variant op het dadaïsme die hij Merzkunst noemde

Dadasofie
Voorafgaand kon het publiek een 'dadaïstisch bedrukt programma' kopen
Op een Dada-avond werden eerst alle lichten gedoofd. Theo van Doesburg in het zwart met een witte das en witte sokken, op een sofa naast een schemerlamp houdt de lezing 'Dadasofie'. Halverwege de lezing staat Schwitters vanuit het publiek op en begint allerlei dierengeluiden te maken. Van Doesburg gaat onverstoorbaar door met zijn lezing en draagt een gedicht onder zijn pseudoniem I.K. Bonset voor: 'De scherven van de kosmos vind ik in m'n thee'.
Het publiek schreeuwt: "leer dan thee zetten"
Pétro van Doesburg, had tijdens de lezing een soort tableau vivant uitgevoerd Op de piano speelt ze de Treurmars voor een krokodil van de Italiaanse componist Vittorio Rieti.
Schwitters leest een verhaal voor over een man die, door alleen maar stil te staan, een revolutie ontketent in de vrijstaat Revon, en draagt zijn bekende gedicht 'An Anna Blume' voor.
Omdat het publiek geen Duits verstaat, doet hij ook een aantal cijfergedichten 'Drei', 'Zwölf' en '12' en het gedicht 'Z A elementar', waarin hij de letters van het alfabet achterstevoren opnoemt.

Simultaneïstisch-méchanische dans
Op een wit scherm, verschijnt als een schaduwbeeld een door Vilmos Huszar ontworpen, hoekige, aluminium, wajangachtige pop, die telkens een arm of been optilt. De vlakken op de figuur zijn doorzichtig, groen en rood. Ze bewegen door middel van tien toetsen. Elke beweging is rechthoekig berekend, niets toevalligs.
De avond wordt afgesloten met 'Rag Time Parade' van Eric Satie, die voor de gelegenheid tot 'Rag-Time-Dada' omgedoopt werd.

Dada was in Nederland nog onbekend.

Het publiek kwam dus tamelijk onbevangen naar de eerste dada-soiree in Den Haag op 10 januari. Toen Schwitters vanuit de zaal begon te blaffen was het publiek geschokt.
De pers sprak er schande van en dat zorgde er weer voor dat iedereen erbij wilde zijn. Theater Bellevue in Amsterdam was afgeladen. Men verwachtte provocatie en veel tumult.
Tijdens Van Doesburgs voordracht begon het publiek zelf al te blaffen, te kraaien en te miauwen, waardoor Schwitters in Amsterdam zijn mond maar hield.
Nelly van Moorsel onder luid gebrul een boeket aangeboden en Huszar's 'Simultaneïstisch-méchanische dans' werd door een 'Hup Ajax!' beantwoord.
Het was geweldig dat in Utrecht, het publiek plotsklaps ophield toeschouwer te zijn en als wurmen het toneel op kropen. Dada kreeg een verweerde grafkrans aangeboden en er kwam een hele groentestal op het toneel terecht. We konden rustig een sigaretje opsteken en bekijken hoe het publiek Dada geworden was. Een overwinning.

Een ooggetuigenverslag
Gepubliceerd in Het Vaderland: "Gisteravond hebben we in Diligentia nog eens een Dada avond gehad. We hebben weer gebruld en gekrijst, onverschillig of Heine gereciteerd werd, Mendelsohn gespeeld werd, of onzin uitgekraamd. We hebben Huszar voor Landru uitgescholden, van Doesburg en diens vrouw gemeenheden toegevoegd. We hebben gehuild en gejengeld, geblèrd en stommiteiten verkocht, kroegbazen- en boksergrappen gelanceerd, alles om maar te bewijzen dat wij niet Dada zijn. We hebben zo'n hels en volmaakt onzinnig spektakel gemaakt, dat het nu wel zonneklaar bewezen is, dat wij nog bij ons volle verstand zijn; dat is dus in orde".

De pers sprak schande van de Dada-tournee
L.J. Jordaan schreef op 27 januari 1923 in het geïllustreerde weekblad Het Leven over Van Doesburg: "Wat is Dada?"
"Dada is de schrik van den club-fauteuil-bourgeois, van den kunstcriticus, van de artist, van de konijnenfokker, van de hottentot. Dada is een gezicht. Dada wil geleefd zijn. Dada is de sterkste negatie van alle culturele waardebepalingen, dada is" ... enfin, met deze snorkenden nonsens ging de Hollandsche inleider van den glorieuzen Dada-avond nog 'n half uurtje door en eindigde met de ironische vraag aan 't publiek: "Weet U nu wat Dada is?" Ik betwijfel het! Want hij verzuimde enige der meest interessante kwalificaties van Dada op te sommen. Hij zei niet: "Dada is 'n kolossaal boerenbedrog." "Dada is 'n dood-ordinaire geldklopperij." "Dada is 'n hoon en 'n vernedering van alle geachte aanwezigen." "Dada is een grof-betaalde clownerie - 'n brutale aanval op uw Hollandsche guldens!" en over Schwitters: "Op het tooneel? O, ja dat is waar, daar stond een zekere heer Kurt Schwitters en sprak wartaal. Het Interesseerde echter niemand, en hijzelf citeerde z'n nonsens met 'n dood-ernstig en zelfs enigszins melancholiek gezicht. Hij zal eerst gelachen hebben, vermoed ik, toen hij de recette van Hollandsche guldens natelde".

De Christelijke Amsterdammer schreef op 31 januari:
"Maar waarom zouden we de voorbeelden vermenigvuldigen, terwijl we ze vlak bij, in onze eigen kring en in ons eigen hart voor het grijpen hebben. Hoeveel gedachten in ons leven zijn dwaze gedachten, hoeveel woorden dwaze woorden, hoeveel daden waanzinnige daden? Wanneer christenen die eenzelfde Heiland volgen, onder elkaar twisten en 'ketteren' over bijkomstigheden, in plaats van met één hart en één ziel zich op te maken om de brandende wereld te redden, is dat dan soms verstandig? Neen we willen niet spotten met de Dadaïsten zonder de hand te steken in eigen besmetten boezem! Daar zit een lelijke Dadaïst in ons aller hart!"

De Dada-tournee was georganiseerd door kunstenaars die zichzelf geen dadaïsten noemden. Schwitters schreef dat hij het publiek een spiegel wilde voorhouden, waarin het kon zien hoe 'stijlloos' en 'dada' het zelf was, en door de spontane reactie van zowel pers als publiek vond hij dat hij daar zeer in was geslaagd. Ons publiek gaf de beweging een doel. Wij hielen hen een spiegel voor en nu weet ieder waarom wij Dada niet willen. Daarom zijn we de echte dragers van Dada-beweging en zetten we ons in voor de stijlvorm Dada.

Achterhaald
Volgens Dada-kenner Marco Entrop was de gebeurtenis 'mosterd na de maaltijd'. Dada was toen al over haar hoogtepunt heen en in Parijs had het dadaïsme zich inmiddels ontwikkeld in het Surrealisme.
Toch was het in Nederland het eerste in zijn soort en zijn latere kunstenaars als Wim T. Schippers met zijn toneelstuk 'Going to the dogs' uit 1986, waar de pers ook schande van sprak, schatplichtig aan Dada.


Marcel Duchamp [1887-1968]

Vanaf 1910 kwam een groot aantal kubisten bij elkaar in het atelier van de gebroeders Duchamp in de Parijse voorstad Puteaux. Tot deze Puteaux-groep behoorden onder anderen Léger, Metzinger, de la Fresnaye, le Fauconnier en Delaunay. Ook Guillaume Apollinaire nam vaak aan de discussie deel.
Ze exposeerden gezamenlijk.
In 1911 leerde Marcel Duchamp de schilder Francis Picabia kennen. Het was het begin van een levenslange vriendschap.
Terwijl zijn vrienden, Apollinaire en Picabia, en zijn broers in dienst gingen bleef hij afgekeurd wegens een zwak hart achter in Parijs.
Duchamp vertrok in 1915 per schip naar New York. Hij ontmoette daar de fotografen Man Ray en Alfred Stieglitz.
Op 4 december 1916 begeleidde Duchamp de zussen Florine en Ettie Stettheimer naar een diner waar ook Edgar Varèse was. Hier ontmoette Duchamp de pas uit Frankrijk gekomen Franse journalist Henri-Pierre Roché.
In New York kwam Duchamp ook zijn vriend Francis Picabia weer tegen.



[l] Marcel Duchamp: De eerste ready made: flessenrek, (1914) [R] Een pisbak, gekanteld tentoongesteld met de titel Fontein van Duchamp, gesigneerd R.Mutt 1917 Fountain (Grand Central Gallery New York.)

Ready Mades
De eerste was een flessenrek, dat hij in 1914 exposeerde.
In maart 1917 stelde Duchamp zijn beroemdste ready made ten toon, een urinoir met als titel Fontein, op een tentoonstelling in de Grand Central Gallery te New York. Elke kunstenaar mocht tegen betaling van 6 dollar een werkstuk inleveren voor de jury-vrije tentoonstelling.
Onder het pseudoniem R. Mutt werd het werk met medewerking van Walter Arensberg ingeleverd, maar het organisatiecomité weigerde het werk tentoon te stellen.

Wie heeft het gedaan?
Overigens is het nooit zeker geworden dat Duchamp de maker / bedenker van het werk was. In het kunsttijdschrift 'See All This' is beschreven dat The Fountain gemaakt is door de Dadakunstenares barones Elise von Freitag-Loringhoven.
In ieder geval is de mystificatie, door Duchamp de wereld in gestuurd, is een reden om nog eens na te denken over verwisselbare kunst. Wie 'maakt' een Piece of Art of wie bedenkt een 'concept'.
Voor het tweede nummer van The Blind Man werd een foto gemaakt door Alfred Stieglitz. Zo is de gebeurtenis weergegeven en voor de toekomst bewaard gebleven..



Marcel Duchamp / de weduwe van een wielrenner



Duchamp / 'Elle a chaud au cul'

Het begrip schoonheid moest buitenspel gezet worden bij het gebruik van 'readymades' Duchamp pakte ook de Mona Lisa aan. Door deze iconoclastische daad gaat de raadselachtige glimlach van 'la Jaconde' nu schuil achter een snor en een sik.
Maar het effect werd krachtiger toen hij het de titel gaf L.H.O.O.Q, spreek uit als: 'Elle a chaud au cul'. Een ernstige ontheiliging van een beroemd werk.

Na de eerste wereldoorlog keerde hij via een verblijf in Buenos Aires in 1919 naar Parijs terug en sloot hij zich daar aan bij een Franse Dada-groep, die in 1920 rond de schrijver André Breton was ontstaan.
Begin 1920 keerde hij terug naar New York waar hij verder werkte aan het 'Het grote glasraam'.



Marcel Duchamp / Why not sneeze Rose Sélavy [1919]
Een kooi met 152 'suikerklontjes' van marmer


Rrose Sélavy was het alterego van Marcel Duchamp
Volgens Duchamp is Rrose in New York geboren in de zomer van 1920. Hij had de behoefte aan een andere identiteit.
Die daad was eigenlijk op zichzelf een ready-made 'Fresh Widow'
Rose Sélavy is een Engelse verbastering van C'est la vie. Eros is het leven.
In 1921 vertrekken Man Ray en Marcel Duchamp naar Parijs.
Rose Sélavy is eveneens naar Parijs vertrokken en noemt zich daar Rrose.

Een en ander om over na te denken want is er een echte Rose Sélavy geweest?

Marcel Duchamp overleed op 2 oktober 1968 aan een hartaanval te Neuilly-sur-Seine, een voorstad van Parijs. Zijn as werd bijgezet in het familiegraf op het Cimetière Monumental te Rouen. Op zijn gedenksteen staat: D'ailleurs, c'est toujours les autres qui meurent
(vert: Trouwens, het zijn altijd anderen die sterven).


Bronnen o.a.:
Berg, Hubert vd, DADA, een geschiedenis, uitg. Vantilt 2016
Doesburg, Theo van, Hollands bankroet door DADA, uitg. Ravijn 1995
Smid, Giola, Dames in Dada, uitg. Amazone 1989
Sern, Radu,Van dada tot surrealisme, uitg.Joods Historisch Museum 2011

Webster
, Dr Gwendolen , ‘Kurt Merz Schwitters’ uitg.University of Wales Press 1997
Lach, Friedhelm 'Der Merz Künstler Kurt Schwitters' uitg.DuMont Schauberg 1971



dada woorden


29 6 2018