Dada Documentatie


> startpagina


> Dada de bron

> Dada kunstenaars

> Dada woorden en begrippen



 

tussen taal en beeld






 

een nihilistische
kunstbeweging


Dada is gebaseerd op de principes van vooropgezette irrationaliteit, anarchie, cynisme en het verwerpen van de wetten van schoonheid en sociale organisatie.

Op deze pagina een aantal korte beschrijvingen die opdoken uit verschillende bronnen en daarbij de associaties die een aantal lezers van de verzameling mij toezonden.




 
 




Alpinist-dadaïst #001



Alfred Emanuel Ferdinand Gruenwald, [1892-1927]

Gruenwald was de enige Alpinist-Dadaïst in die tijd: een rijkelui's zoon. In Stettin geboren en in Keulen opgegroeid.
Na het gymnasium, studeerde hij rechten en economie in Oxford en daarna aan de universiteit in Bonn. Toen de oorlog in 1914 uitbrak diende hij in het leger als reserve luitenant.
Hij was een verwoed alpinist.

In zijn korte leven sloot hij zich eerst bij marxistische anarchisten aan.
Daarna richtte hij onder het pseudoniem Johannes Theodor Baargeld met Hans Arp en Max Ernst de 'Kölner Dada Dreigestirn' op.
Hij noemde zichzelf Zentrodada.

Hij schreef lyrische en politieke teksten voor het blad Die Aktion. en werd Baargeld lid van de Onafhankelijke Socialistische Partij Duitsland (USPD).
Max Ernst richtte in Keulen een Dada-groep op en Baargeld financierde het links georiënteerd blad Der Ventilator,
het was een satirisch satirisch, politiek en artistiek platform van de Keulse Dada activiteiten.

Baargeld hield zich vooral bezig met publicaties zoals die Schammade, a compilatie van dada activiteiten in Keulen, Parijs en Zurich.
Ondanks dat hij voornamelijk politieke teksten en poëzie schreef, maakte hij ook beeldende kunst.
Hij had een voorkeur voor niet-traditionele media zoals collages, fotomontages en typografie.
Zijn dadaïstische werken voorzag hij van provocatieve raadselachtige teksten en uitgeknipte illustraties en foto's.

Op 17 of 18 augustus 1927 kwam hij bij een klimpartij in het Montblanc-massief om het leven.
Hij was vijfendertig jaar oud.
Zijn ouders gooiden toen al zijn anarchistische en dadaïstische werken weg.

* associatie:
Wat doet een Dadaïst in de Nacht op de kale berg?
Op de berg Triglaw, (bij Kiev), komen heksen bijeen om de duivel te ontmoeten.


Anarchie #002
Dada is gebaseerd op de principes van vooropgezette irrationaliteit, anarchie, cynisme en het verwerpen van de wetten van schoonheid en sociale organisatie
.
* associatie:
Dat was opvoeding in trainingspak.



Tekenen waar het pijn doet

Dat was het motto van de dadaïst George Grosz.
Ik tekende dronken en kotsende mannen, mannen die met gebalde vuist de maan vervloeken... vluchtende mannetjes, die eenzaam en als waanzinnigen door lege straten holden.
Of een dwarsdoorsnede van een huurkazerne; achter het ene raam gaat een man zijn vrouw met een bezem te lijf, achter het tweede een vrijend paar, achter het derde hangt iemand omzwermd door een wolk vliegen aan het vensterkruis.
Ik tekende soldaten zonder neus, oorlogsinvaliden met kreeftachtige schalen tentakels, twee hospitaalsoldaten die een door razernij aangegrepen infanterist in een paardendeken wikkelen, een eenarmige die met zijn gezonde hand een met onderscheidingen behangen dame, die een koekje uit een zak op zijn bed legt, een saluut brengt.
Een kolonel die met losgeknoopte broek een dikke ziekenzuster omarmt. Een lazarethulp die allerlei menselijke lichaamsdelen uit een emmer in een kuil kiepert. Een skelet in rekruten uitmonstering, dat op zijn militaire geschiktheid wordt beproefd.

Deze ‘cultuurbolsjewist’ werd voor de oorlog Duitsland uitgejaagd en vervloekte in zijn latere leven zijn eigen werk.
Het scheelde overigens weinig of het was ook met Grosz slecht afgelopen.
Midden in de Eerste Wereldoorlog werd hij onder de wapenen geroepen en na een zenuwinzinking kwam hij in een hospitaal terecht, om vervolgens van desertie te worden beschuldigd en veroordeeld te worden tot het vuurpeloton.
Een jonge officier was voor Grosz in de bres gesprongen. Anders hadden we nooit meer iets van deze kunstenaar gehoord.
Nu verdween Grosz, tot vlak voor het einde van de oorlog, in een inrichting voor oorlogs-krankzinnigen.



Anti-tendenskunst
#003



Het ontwerp van de Tatlintoren. (1920)
Die moest drie keer groter worden dan de Eiffeltoren.
De onderdelen moesten van onder naar boven respectievelijk 1x per jaar, per maand of iedere dag gedraaid worden.
Het is er niet van gekomen.

Monument voor de Derde Internationale (1919):
“Een proletarische kunst bestaat niet, omdat wanneer de proletariër, wanneer hij kunst creëert, niet langer proletariër blijft, maar kunstenaar wordt". Vladimir Tatlin
.
De kunstenaar is proletariër noch bourgeois en wat hij creëert behoort tot het proletariaat noch de burgerij, maar is van iedereen.
De alledaagse werkelijkheid wordt het kunstbedrijf binnengehaald door middel van het zogenoemd 'dilettantisme', dat is kunst uitvoeren
met behulp van alledaagse middelen, waarmee in principe iedereen aan de slag kan gaan.
Daarmee is een grens tussen 'hoge' en 'lage' kunst en cultuur getrokken. de grens tussen kunst en leven wordt in materieel opzicht min of meer opgeheven. 'Dilettanten aller raue vereinigt euch'


Als de kunst nu tendentieus proletarische instincten zou moeten oproepen, dan bedient zij zich in feite van dezelfde middelen als de kerkelijke of nationalistische kunst. De kunst moet enkel en alleen met haar eigen middelen de scheppende krachten in de mens oproepen, haar doel is de volle mens, niet de proletariër of de burger.”

* associatie:
Anti-tendenskunst is kunst waarvan mensen zeggen: “dat kan mijn kleine broertje ook”



Activisme
#004



De avant-garde in de vroege twintigste eeuw is een netwerk van groepjes kunstenaars.
Die noemen zich dan bijvoorbeeld futuristen.
Het gaat meestal om relatief kleine clubjes die allemaal hetzelfde nastreven: een nieuwe kunst creëren tegen de stroom van de
conventionele kunst in. De etiketten wisselen in rap tempo, maar de uitvoering draait altijd om het activeren en provoceren van het publiek en het creëren van chaos.
De kunstenaars doen vrolijk mee met het plakken van steeds nieuwe etiketten op hun kunst.
Kurt Schwitters, bijvoorbeeld, presenteerde zijn Merzkunst als Dadakunst omdat dit in Nederland goed klinkt.
Het is nauwelijks anders dan wat in Tsjechië 'antidada' genoemd werd. Men haalt het dada-etiket van stal als er vraag naar is.

Marinetti plaatst in 'Le futurisme mondial' de hele avant-garde onder zijn label.
Dada lijkt soms op een mens van turf met ogen van wormstekige appels.
Toch is dada elke dag mooier dan de vorige. (Hans Arp)



Ausdrucktanz #005


Mary Wigman met Hexentanz (1914), in het Münchner Künstlerzentrum.

Als Rudolf von Laban een dansschool in Zürich opent, maken de dansmeiden van zijn Ausdrucktanz(dansexpressie)een essentieel hoogtepunt van de avonden in "Cabaret Voltaire".
De onmiddellijkheid, de directheid van de fysieke expressie, de overdrijving, de zoektocht naar het eenvoudige en het originele werden gevonden in de collages van de dadakunstenaars, evenals in de klankgedichten van Hugo Ball.

Bij het dadaïsme, op de zogenoemde dada-soirees, worden deze expressionistische dansen uitgevoerd, zoiets is bij andere ismen meestal niet het geval.

Nelly van Moorsel
[1900-1975] Een Nederlandse pianiste, is geïnteresseerd in Ausdrucktanz.
Ze gaat met Van Doesburg naar Duitsland om diens lezingen over De Stijl met pianospel te begeleiden.
Nelly heet eigenlijk Petronella en treedt op als Pétro van Doesburg.

* associatie:
Niet echt leuk om naar te kijken. Met onderwerpen als angst, het noodlot en de slechtheid van de mens die steeds aan bod komen.
*associatie:
Een Ausdrucktanz werd in 2018 door premier May van Engeland uitgevoerd, toen ze voor de verzamelde pers ging vertellen dat ze nog steeds gelooft in een goede afloop van de Brexitonderhandelingen.


Aires Abstraites
#006



In haar boek Aires Abstraites beschrijft Gabriëlle Buffet-Picabia het werk van de Dada-beweging in New York.

“Rond 1940 schilderde Frances Picabia merkwaardige schilderijen”, het waren een soort pin-ups. Dat noemde hij zijn peinture alimentaire, zijn levensmiddelenkunst. In de oorlog had hij namelijk geld nodig voor de dagelijkse maaltijd.
De sultan van Marokko heeft veel van zijn erotische schilderijen gekocht om in zijn harem op te hangen. Voor hem heeft hij ze speciaal gemaakt.
"
Maakte Picabia een onderscheid tussen kunst en leven?
Voor hem was schilderen een acte d'amour. Een soort circulatie in het bloed, dat hem dwong om vormen te maken en nooit heeft hij geprobeerd om iets anders te doen.” (K. Schippers, Hollands Diep, 1977)



Alfabet achterstevoren
#007

Dadaïsten maakten voornamelijk nonsensgedichten, puur gericht op klankuitingen. Bij simultaan gedichtenlezen declameren een paar
kunstenaars verschillende gedichten, tegelijkertijd en door elkaar, voor terwijl anderen op de achtergrond kabaal maken.
De invoering van het simultaangedicht geldt als communistisch staatsgebed.

Niet de weergave van de natuur, niet de ervaring, maar de waardering voor de delen, de letters, van het gedicht maken de poëzie.
Een woord is een compositie van letters, klank en betekenis. Het is de drager van ideeën en associaties. Dan moeten ook de achterstevoren verzamelde losse letters iets uitdrukken: zxy / wvu / ts r q / po n m / l k i h / g f e / dc b a / (Kurt Schwitters)

* associatie:
Zoals Charlotte Mutsaers, die spontaan achterstevoren begint te praten.
* associatie:
Zoals Fie van Dijk (1934-2002) en Tineke Krol van de Universiteit van Amsterdam, spreken over 'Schappenweters'. Steeds meer wordt duidelijk dat de wetenschap gericht op emancipatie van mensen met minder kansen, in het strenge academische klimaat van de Letterenfaculteit voor de bijl gaan.



Assemblages
#008



Why not sneeze Rrose Sélavy [1919]
een vogelkooi met 152 'suikerklontjes' van marmer

Een ironische sceptische houding tegenover kunst.

Marcel Duchamp [1887-1968] durfde de traditionele kunst met zijn assemblages aan te pakken.
In 1913 verklaarde hij een krukje met daarop een fietswiel gemonteerd tot kunst.
Veel rumoer om een urinoir op een expositie in 1917 in New York. Hij definieerde het voorwerp als 'schoonheid van onverschilligheid', de absolute afwezigheid van goede of slechte smaak. Het begrip schoonheid moest buitenspel gezet worden bij het gebruik van zogenoemde 'ready mades'. Dat leidde tot een bijzondere carrière met een opmerkelijk geringe productie.

* reactie:
Wim T Schippers: "De geest van Duchamp en van Dada is niet alleen voorbehouden aan de jaren negentienhonderd. Die mentaliteit is van alle tijden. Duchamp kon de geur van olieverf nauwelijks verdragen." Schippers en zijn a-dynamische vrienden moeten ook niets van olieverfschilderijen hebben. "Wij verwerpen het tachisme (schilderen met verfspatten), het denkbeeld van de geïnspireerde kunst, inspiratie, de dynamiek in het algemeen".


Artiste: rien
#009




De dadaïsten verklaren in bijna al hun manifesten uitdrukkelijk, dat zij niets willen, niets weten en niets zijn.
De manifesten eindigden in een Babylonische spraakverwarring omdat bevestiging en ontkenning in het dadaïstische denken
onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom telde de beweging ook evenveel dadaïsten als anti-dadaïsten.
Frances Picabia schrijft: "DADA lui ne sent rien, il n'est rien, rien, rien."

Hans Arp:
"Dada praat met een mensentong over zijn talloze volle flessen."


Atavisme
De onverwachte verschijning van primitieve eigenschappen werd Atavistisch genoemd; ofwel een nieuwe verschijning van eigenschappen die wel aanwezig waren in een bepaalde tijd in het verleden, maar die in tussenliggende generaties afwezig waren. Kubisten, Surrealisten, Dadaïsten, Stijl-kunstenaars, Dodekafonisten, Nieuw-Zakelijken, allemaal meenden ze een nieuwe artistieke taal te hebben ontwikkeld die zou doordringen in het dagelijkse leven van de moderne massamens: een moderne beeldtaal, een moderne muzikale taal, een moderne bouwstijl, een modern levensgevoel.



Bambla
#010



Dadaïsten schuiven de gebruikelijke taal als communicatiemiddel opzij.
Hugo Bal maakt klankgedichten. Een dichter en onvermoeibaar propagandist voor Dada, Tristan Tzara verknipt krantenartikelen en plakt de stukjes willekeurig aan elkaar. Aanvankelijk schreef Tristan Tzara gedichten onder invloed van symbolistische schrijvers.
Onder invloed van Hans Arp en anderen ontstonden avant-gardistische gedichten, waarin kunstzinnig gebruik van de typografie een belangrijk onderdeel vormde.

* associatie:
Bambla is een juwelier in Sevilla, en ook de naam van een vogeltje, en volgens Google translate is het Catelaans voor bamboe, als je tenminste naar het Engels vertaalt. Naar het Nederlands is het dan weer bambla


Burgerlijke Bierbauchepoche #011



De dadaïst toont de bourgeoisie hoe zwakzinnig, hoe stumperig, belachelijk, dom en waanzinnig ze geworden is.
Dat wil men niet geloven en gaat aan het schelden tegen dada, vooral als 't de Heilige Kunst betreft.
De publicist Anton Constandse [1899-1985] legt uit waarom impressionisme de kunst van de bourgeoisie is en expressionisme
‘de uitbeelding van de gedachte is van de actieve persoonlijkheid’. Constandse kwam pas echt op dreef als hij het christendom kon aanvallen en als linkse revolutionair natuurlijk ook het kapitalistische Amerika.

Volgens Marcel Janco [1895-1984] was het dat alleen de daad van het abstraheren de kunst kon bevrijden van een 'sentimentele slavernij'. Abstractie zou een einde maken aan het gif van de 'zuivere Hoge kunst', 'net zoals SO4H2 vlooien doodt'.
Dialogue entre le bourgeois mort et l'apòtre de la vie nouvelle. (1925)




Hannah Höch [1889-1978] snijdt met een keukenmes door het laatste 'bierbuikcultuur-tijdperk' van de Weimar Duitsland heen.
Ze werd wel 'Das Klebemädchen mit Schneiderschere' genoemd. De collage'Schnitt met dem Kuchenmesser' is daar een goed voorbeeld van.

Toen Höch en Hausmann met vakantie aan de Oostzee waren beweerden ze dat ze het principe van de fotomontage ontdekt hadden, toen ze de uitgeknipte plaatjes zagen die de soldaten aan het front naar hun familie stuurden.
Samen met die krantenfoto's gebruikte Höch ook andere materialen zoals kant en andere handwerk technieken in haar montages, op
deze manier verbond ze de traditionele taal van vrouwen handwerkjes met die van de moderne cultuur.
Ook maakte ze dadapoppen, marionetten, die vaak een rol speelden in de Dada voorstellingen.
De exotische vlinder met vrouwelijk charisma en ordenend vermogen bleek voor de Duitse beeldende kunst van belang te zijn. Veel kritiek verstomde en interesse ontstond.

Dada is de schrik van den club-fauteuil-bourgeois, van den kunstcriticus, van de artist, van de konijnenfokker, van de hottentot .
(L.J. Jordaan in het weekblad Het Leven.)

Dada in onzen tijd is de hoogste spanning de contrasten bereikt.. Een algemeen controlemiddel bestaat niet meer.
Dit komt in alles tot uiting. In de dollar en de mark. Het rekenen met astronomische getallen.
De onmogelijkheid een draaiorgel van een altaar te onderscheiden, of nonsense van geest.
Aldus de zogenaamde 'anti dadaïst' Theo van Doesburg.


Bebuquin
#012

Bebuquin oder die Dilettanten des Wunders is een korte roman van Carl Einstein [1885-1940] opgedragen aan André Gide en gepubliceerd in het blad van de expressionisten ‘Die Aktion’.
Einstein is, behalve criticus, in de eerste plaats filosoof.
‘Hier gaat het niet om weten, dat is een fantastische tautologie.’
laat hij Bebuquin zeggen,
‘Hier gaat het om denken, denken. Het denken denkt niet meer iets; het denkt nog alleen voor zichzelf’.
De naam Bebuquin kan een samenstelling zijn van bébé (pop), bébête (onnozel, naïef), bouquin (boek, mondstuk), mannequin en harlequin.


Tenderenda der Phantast
De roman van Hugo Ball, verwijst naar Einstein, maar die is niet zo te spreken over Dada hij noemt het 'Biertisch-Dadaïsmus, bij gebrek aan schandaal een miskraam' en 'een scheet die te lang nagalmt'.

Bebuquin is voor Einstein het type van de revolteur – revolte is in zijn werk een centraal begrip; en niet alleen in zijn literaire en kritische werk. In 1918 nam hij deel aan de Spartacusopstand en later vocht hij aan republikeinse zijde in de Spaanse burgeroorlog.
In Parijs was hij werkzaam als kunsttheoreticus, hij was een pleitvoerder voor het kubisme en onderkende al vroeg het artistieke belang van primitieve kunst.
Hij werkte onder meer samen met Bataille en Leiris.
In zijn nalatenschap zouden nog autobiografische fragmenten te vinden zijn bedoeld voor een vervolg op Bebuquin;
in elk geval draagt de hoofdpersoon dezelfde naam
.

* associatie:
Verbastering van 'beboquins', dat weer een samentrekking is van 'bebogeen' en 'mannequins', verwijzend naar een groep mannequins, die om slank te blijven zich uitsluitend voedden met bebogeen. Met name in de zestiger jaren van de vorige eeuw.

* associatie:

Herinnering aan het bebogeen-dieet, dat verboden werd nadat een flink aantal mannequins eraan was overleden.


Bourgeoisie
#013
De dadaïst toont de bourgeoisie hoe zwakzinnig, hoe stumperig, belachelijk, dom en waanzinnig ze geworden is.
Dat wil men niet geloven en gaat aan het schelden tegen dada, vooral als 't de Heilige Kunst betreft. (Anton Constandse 1923)

Volgens Marcel Janco was het dat alleen de daad van het abstraheren de kunst kon bevrijden van een 'sentimentele slavernij'. Abstractie zou een einde maken aan het gif van de 'zuivere Hoge kunst', 'net zoals SO4H2 vlooien doodt' (1925)

Dada is de schrik van den club-fauteuil-bourgeois, van den kunstcriticus, van de artiest, van de konijnenfokker, van de hottentot. (L.J.Jordaan 1923 )

Dada in onzen tijd is de hoogste spanning de contrasten bereikt. Een algemeen controlemiddel bestaat niet meer.
Dit komt in alles tot uiting. In de dollar en de mark. Het rekenen met astronomische getallen.
De onmogelijkheid een draaiorgel van een altaar te onderscheiden, of nonsense van geest. (Theo van Doesburg.)


Belatafelen #014
Het publiek vocht er voor een plaatsje in theater Bellevue te veroveren teneinde zich te laten belatafelen door een botte pias, die daarvoor expresselijk uit Duitschland was overgekomen.
Geen wonder die wellustigheid van het publiek! Uit den aard van de trieste vertoning had het immers het recht zich vlegelachtig te gedragen in een volle zaal! Een buitenkansje waarvan het publiek, vooral als de lichten uit waren, profiteerde. Als het licht op ging hielde de dames en heren zich kalmer: zelf tegenover elkaar nog gesteld op hun fatsoen.
De vertoning was minstens zo banaal en vlegelachtigals de houding van het publiek.
Het was niet eens lollig van dwaasheid, het was alleen maar grof, smakeloos, ruw en volstrekt onbeschaafd.
Maar de guldens waren binnen. Een les voor theaterdirecteuren. Laten ze dadaïst worden en het publiek op vlegelachtigheden tracteren, daarbij per advertentie maken dat het publiek vrijelijk mag tonen hoe beschaafd het precies is, en hun fortuin is gemaakt.

Dit schreef de prozaschrijver A.M. de Jong 20 januari 1923 in het Amsterdamse Socialistische dagblad 'Het Volk'.

* associatie:
Er werden in de kranten regelmatig woorden gebruikt zoals belatafelen, bedonderen en belazeren
die regelrecht van het Waterlooplein afkomstig waren.



Barones #015
Moeder van de Dada-beweging in New York, barones Elsa von Freitag-Loringhoven [1874-1927]
Ze woont met haar man, baron Freitag-Loringhoven, in het Ritz Hotel. Maar die pleegt zelfmoord als protest tegen de Eerste Wereldoorlog.
Ondanks haar titel 'de barones' danst ze in de kunstgalerieën, schaars gekleed in bizarre typische Dada-kostuums, kaalgeschoren met een kolenkit op haar hoofd, of gekleed in twee lege tomatenblikjes.



Bordeelhouder #016
De socialistische prozaschrijver A.M.de Jong schrijft in dagblad Het Volk van 20 januari 1923 over een voorstelling in Bellevue te Amsterdam: 'Vlegels voor en achter de schermen'.
Zijn partijgenoot prof R.N.Roland Holst reageert op het artikel: "Als ik er ooit ernstig over zou denken bordeelhouder te worden, dan zal ik er heen gaan, want dan kan ik door hen leren, hoe je een schaamteloos publiek moet aanpakken"
De Jong vind de typering: "onvriendelijk maar niet onjuist".

* associatie:
Zou een dadakunstenaars-atelier ook niet een soort bordeel kunnen zijn?



Boksergrappen #017



"Gisteravond hebben we in Diligentia nog eens een Dada avond gehad. We hebben weer gebruld en gekrijst, onverschillig of Heine gereciteerd werd, Mendelsohn gespeeld werd, of onzin uitgekraamd. We hebben Vilmos Huszar voor Landru uitgescholden, van Doesburg en diens vrouw gemeenheden toegevoegd. We hebben gehuild en gejengeld, geblèrd en stommiteiten verkocht, kroegbazen- en boksergrappen gelanceerd, alles om maar te bewijzen dat wij niet Dada zijn. We hebben zo’n hels en volmaakt onzinnig spektakel gemaakt, dat het nu wel zonneklaar bewezen is, dat wij nog bij ons volle verstand zijn; dat is dus in orde". (uit: Het Vaderland, 1923)

Hans Arp [1886-1966], was een Duits-Franse beeldhouwer, schilder en dichter.
Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de moderne kunst en was één van de voormannen van de Dada-beweging. Hij beweert: "Dada heeft kop en staart die steeds dingen ondernemen die kop noch staart hebben, heeft een verstand dat steeds het verstand verliest en een emmer die steeds voor emmer staat"


Met zijn poëtische 'biomorphe' vormentaal slaat hij een brug tussen het dadaïsme, het surrealisme en de abstracte kunst.
Hij begon zijn carrière als dichter. Later ging hij werken als schilder, beeldhouwer en graficus.
Een bekend voorbeeld van zijn werk zijn de snippers papier die hij liet vallen en vastplakte op de plek waar ze neervielen,
al hielp hij het toeval ook een handje als het mooier was om de snippers net iets anders te plaatsen.
In zijn collages van papiersnippers ligt ‘toevallig’ geen enkel snippertje over een ander heen.



Boerenbedrog #019
“Dada is ’n kolossaal boerenbedrog.”
“Dada is ’n dood-ordinaire geldklopperij.”
“Dada is ’n hoon en ’n vernedering van alle geachte aanwezigen.”
“Dada is een grof-betaalde clownerie - ’n brutale aanval op uw Hollandsche guldens!”
en over Schwitters:
“Op ’t tooneel? O, ja da’s waar - daar stond een zekere heer Kurt Schwitters en sprak wartaal. ’t Interesseerde echter niemand - en hijzelf citeerde z’n nonsens met ’n dood-ernstig en zelfs eenigszins melancholiek gezicht. Hij zal eerst gelachen hebben, vermoed ik, toen-ie de recette van Hollandsche guldens natelde”
Aldus L.J. Jordaan, 27 januari 1923 in het geïllustreerde weekblad Het Leven.

In een provinciaal dagblad staat geschreven: ik ben verbaasd, dat trots enkele verslagen in grootere bladen, deze fleschentrekker en Hochstapler (Schwitters) nog zoo lang zijn gang heeft kunnen gaan!
Onder de wijdsche titel van Dadaïsme uit de Griekse Oudheid wordt het Nederlandsche publiek op brutale, schaamtelooze wijze beetgenomen.



Beschimmelde schijncultuur #020
Een schijnbare evolutie is slechts verandering van vorm, de zogenaamde geestelijke inhoud onverschillig van welk product, wordt slechts bepaald door de ogenblikkelijke en subjectieve stemming.

Bevattingsmogelijkheid:
Er bestaan ideeën waarvoor de organen ons ontbreken, om ze te begrijpen. Het komt niet aan op tijdelijke begrippen, maar op oerbegrippen; bijv.: leven, godheid, kunst. deze zijn onbegrensd en wellicht, in hunne onbegrensdheid identiek.

Dada wijst elke logische begripsassociatie onverbiddelijk van de hand.

* associatie:
Zoals die nieuwe markthal in Rotterdam.
* associatie:
Een beschimmelde sidekick bij een talkshow die voornamelijk en in rap tempo ja en nee zegt.
* associatie:
Al met al zag het er wel behoorlijk anti-esthetisch uit, maar een uiting van een beschimmelde schijncultuur kunnen we het niet goed noemen.



Bruïstisch #021



Het bruïtisme ontstond in de jaren tien in Italië, met als belangrijkste representanten Marinetti en Luigi Russolo.
Met name diens Risveglio di una citta is een grote bron van inspiratie geweest voor de dadaïsten.
Russolo vertolkte dit stuk op zijn zelf ontworpen intonarumori, zogeheten ruis apparaten die allerhande gekraak, geloei en geruis voortbrachten.
Richard Huelsenbeck, een van de belangrijkste dada-ideologen, noemde het bruïtisme een anti-muziek, een terugkeer naar de natuur in al haar brutaliteit en wreedheid.
"Muziek is meestal een harmonische aangelegenheid, een kunst, een proeve van verstand — bruïtisme is het leven zelf.
Het bruïtisme is een levenshouding die mensen tot een definitieve stellingname dwingt.
Er bestaan slechts bruïtisten en de anderen".

* associatie:
Kunst is beleven. Kort geleden ben ik in de fontein van het rijksmuseum gestapt ? .... nat van mijn tenen tot mijn kruin. Maar een mooi plaatje. Het bezoekje rijksmuseum vergeet ik nu nooit meer.

We voeren grote sabbatten op
De mensen roepen, lachen en maken gebaren.
Wij antwoorden met verliefde zuchten, hikaanvallen, blaffen en miauwen van primitieve bruïtisten (lawaaimuzikanten).
Tzara
laat zijn achterwerk draaien als de buik van een oosterse danseres.
Janco speelt op een onzichtbare viool.
Madame Hennings probeert met haar madonnagezicht een split te maken.
Huelsenbeck
slaat onverstoorbaar de grote trom, terwijl Ball, bleek als een gipsen pop, op de piano speelt.
(uit: Jean Arp, On my way, Poetry and Essays 1912-1947)


Al in 1929 voorspelde de dirigent Stokovsky:
It is only a few years before we shall have entirely new methods of tone production by electrical means..

De eerste ontwikkeling van elektronische muziek kwam in Nederland tussen 1950 en 1970.
Michel Waisvisz
experimenteerde met de 'Kraakdoos'. Het ontwerp was eenvoudig: een paar versterker chips op een stukje printplaat gesoldeerd, in een oud sigarenkistje gemonteerd en door de speler aangeraakt. De huidweerstand en de uitgeoefende druk beïnvloeden het klankresultaat op een uiterst rechtstreekse, zij het niet geheel controleerbare, wijze.

* associatie:
Het brutaalste jongetje uit de klas krijgt van zijn juf een draai om zijn oren en begint te schreeuwen om de andere kinderen te laten horen welk onrecht hem aangedaan is.
* associatie:
Een nieuw levensfenomeen onder Engelse politici, die wellicht nerveus geworden zijn, nu de scheiding van moeder Europa gevaarlijk dichtbij komt.


Blennorhagia #022
Een woord gerelateerd aan 'vaginaal vocht'


Bankroetjazz #023



Bankroetjazz is een antidada filmscript van Paul van Ostayen.
Hij vond dat dada staat gelijk aan bluf, zwendel, geldmakerij en bankroet. Maar in bijvoorbeeld Bezette stad nadert hij erg dicht de vormgeving, stijl en thematiek van Dada. In de Nederlandse kritieken wordt hij ook min of meer als dadaïst beschreven.
In het gebruik van concrete beelden spreekt duidelijk de verwantschap met het dadaïsme. Hij gebruikt de kunstvorm van het Berlijnse dadaïsme, de fotomontage. Hij werkt met uit hun verband geknipte en in een nieuw verband geplakte, bestaande afbeeldingen en in Bezette stad gebruikt hij fragmenten van bestaande teksten, zoals van straat- en cabaretliedjes, reclameteksten, filmtitels, opschriften op uithangborden, etiketten, affiches e.d.
Hij benadert hiermee wat tegenwoordig met‘concrete poëzie’ wordt aangeduid.


Concrete kunst
In 1915 zijn de werken geconstrueerd met lijnen, vlakken, vormen en kleuren.
Zij willen iets bereiken voorbij de menselijke waarden en ze raken het eeuwige en het oneindige. Ze zijn een ontkenning van het menselijk egoïsme.

'Concrete' kunst is een elementaire, natuurlijke en gezonde kunst die de sterren van vrede, liefde en poëzie doet vonken in de hersenen van de mens.
Overal waar de Concrete kunst binnenkomt verdwijnt de melancholie en sjouwt zijn grijze valiezen weg, die volgestouwd zijn met zwarte zuchten.


"Dada wil voor alles actief zijn. Het wil geen stemming maar beroering wekken..."

* associatie:
Tadi tada
Strooie strooie met die biljette
Tadi tada
Strooie die rooie
Die rooie rugge
Van die hoge brugge
 


Cabaret Voltaire #024



Hoe het begon
Als begin van Dada wordt meestal 5 februari 1916 genomen. Het tijdstip waarop Cabaret Voltaire in Zürich werd opgericht door de Duitse filosoof en schrijver Hugo Ball.
Spoedig ontmoette Ball de Roemenen Marcel Janco en Tristan Tzara, de uit de Elzas afkomstige Hans Arp
en de Duitser Richard Huelsenbeck.

De naam Dada verscheen voor het eerst op 15 mei 1916 in het enige uitgegeven nummer van het tijdschrift Cabaret Voltaire.
Eerder al, te weten vanaf de lente van 1914, had de waard onderdak geboden aan het Cabaret Pantagruel, een literair gezelschap dat vermaak van hoogstaander allooi dan de alom tierende tingeltangel, wilde bieden.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had dat cabaret als een magneet gewerkt op emigranten.


De kunststroming Dada springt als een pierlala uit een doosje om een paar jaar later, zo rond 1924, weer even plotseling te verdwijnen.
Ze is het absurde antwoord op de absurditeit van de oorlog, een bijtende satire op de zelfingenomenheid van de burgerij, een lachspiegel waarin de lachwekkende ‘rationaliteit’ van de ‘beschaving’ wordt gespiegeld en daarbij de gedaante aanneemt van een Medusa die met haar blik de toeschouwer van schrik doet verstenen. Dada is de nar die met grappen en grollen, maar bitter en wanhopig gestemd, een cultuur geselt die in leugens en schijn verstrikt is geraakt.

'Zonder dat we het ook maar hadden kunnen bevroeden, bewogen we ons in de meest vreemde figuren, gedrapeerd en behangen met van alles en nog wat, waarbij de één nog vindingrijker was dan de ander. Het was treffend hoe de motorische kracht van die kostuums onweerstaanbaar op ons oversloeg. De maskers vereisten gewoon dat de dragers ervan zich in een tragisch-absurde dans begonnen te bewegen.'

Dada is begin en einde, begint met het einde, laat dan het begin volgen en besluit niet met het dikke middendeel.
Daarom ziet dada er zo gezond uit, is het rechtvaardig en vrij van vooroordelen in het hanteren van grote leuzen.
Waarom zou dada de mens in de rug springen, hem walgelijk betasten, krauwen, belikken en wurgen zodat hij de volgende ochtend dood ontwaakt? (Hans Arp)


Het einde van de Eerste Wereldoorlog was ook het einde van Dada in Zürich.
Tzara vertrok naar Parijs en ging de competitie met de surrealisten zoals André Breton aan.
Breton schreef aan Tzara: "Meneer Janco maakte weinig indruk op me. Het schijnt dat deze persoon op verschillende punten een zekere besluitvaardigheid mist en ik had ook last van misverstanden tijdens ons gesprek. Zijn ideeën over architectuur leken mij bizar net zoals jij dat vond."
De polemiek was, zoals later bleek, niet geheel vrij van antisemitische ondertonen.

meer hier


Concrete poëzie #025



Statische gedichten
Kurt Schwitters
schreef in Merz: Om te beginnen heb ik verschillende kunststijlen met elkaar gemengd. Woorden en zinnen zo aan elkaar geplakt dat het er als een ritmische tekening uitziet. Omgekeerd heb ik afbeeldingen en tekeningen aan elkaar geplakt dat het als een tekst gelezen kan worden. Ik heb schilderijen zo bewerkt dat er een plastische beeldwerking ontstaat. Dit alles teneinde de grenzen van de kunststijlen uit te wissen.

Het Statische gedicht maakt de woorden tot individuen, van de drie letters 'bos' komt het bos met zijn bomen kruinen, de boswachter, het wilde zwijn, en misschien ook het hotel Bellevue of Bella Vista tevoorschijn. Dadaïsme leidt tot ongekende nieuwe mogelijkheden en uitingen van alle kunsten.

In 1915: zijn de werken geconstrueerd met lijnen, vlakken, vormen en kleuren. Zij willen iets bereiken voorbij de menselijke waarden en ze raken het eeuwige en het oneindige. Ze zijn een ontkenning van het menselijk egoïsme.
'Concrete' kunst is een elementaire, natuurlijke en gezonde kunst die de sterren van vrede, liefde en poëzie doet vonken in de hersenen van de mens. Overal waar de Concrete kunst binnenkomt verdwijnt de melancholie en sjouwt zijn grijze valiezen weg, die volgestouwd zijn met zwarte zuchten.

"Dada wil voor alles actief zijn. Het wil geen stemming maar beroering wekken..."
Hoe geheel anders klinkt echter de regel uit een gedicht van Hans Arp, geschreven bij de dood van Theo van Doesburg: '
(Er) beisst keinen Biss mehr in einen Imbiss' (vrij vertaald: hij kauwt geen kroket meer weg bij een patatkraam)

* associatie:
Ik ben een heel grote fan van concrete poëzie, ook wel visuele poëzie genoemd. Ik schrijf vaak voor beginnende lezers en omdat het aantal woorden dat je kan gebruiken vaak zo gering is, ben ik ook gaan tekenen met taal. Naast in concrete poëzie doe ik het nu ook steeds vaker in proza. Dat oogt altijd mooi en lezers vinden het wel fijn. En ik ook.



Cijfergedichten #026

1 2 3 4 5
5 4 3 2 1
2 3 4 5 6
6 5 4 3 2
7 7 7 7 7
8 1
9 1
10 1
11 1
10 9 8 7 6
5 4 3 2 1



Club-fauteuil-bourgeois #027
Dada is de schrik van den club-fauteuil-bourgeois, van den kunstcriticus, van de artiest, van de konijnenfokker, van de hottentot. (L.J. Jordaan in het geïllustreerde weekblad Het Leven 1923 )

Dada in onzen tijd is de hoogste spanning de contrasten bereikt. Een algemeen controlemiddel bestaat niet meer. Dit komt in alles tot uiting. In de dollar en de mark. Het rekenen met astronomische getallen.
De onmogelijkheid een draaiorgel van een altaar te onderscheiden, of nonsense van geest, volgens de anti dadaïst Theo van Doesburg.

Volgens Marcel Janco was het dat alleen de daad van het abstraheren de kunst kon bevrijden van een 'sentimentele slavernij'. Abstractie zou een einde maken aan het gif van de 'zuivere Hoge kunst', 'net zoals SO4H2 vlooien doodt' ('TSF Dialogue entre le bourgeois mort et l'apòtre de la vie nouvelle. febr.1925)


Club dada #028
In januari 1918 houdt Richard Huelsebeck zijn lezing waarmee hij dada in Duitsland introduceert; in maart richt hij met Raoul Hausmann en ‘de geweldmens’ Franz Jung Club Dada op; dan breekt de dadaïstische hel los.
De Neue Jugend krijgt een nieuwe uitgever: Malik Verlag, om de censuur te ontlopen.Het blad Die Aktion is de spreekbuis van de expressionistische beweging tegen de oorlog. 12 april verschijnt dan het Dadaïstische Manifest Iedereen kan lid worden van de Club Dada er is geen voorzitter en iedereen kan meepraten over kunst.
Overigens is dat betrekkelijk want toen Kurt Schwitters een aantal litho's wilde exposeren werd de map dichtgeplakt met een opschrift 'Aus sanitären Gründen zugeklebt. Vorscht: Anti Dada'. Schwitters was namelijk geweigerd als lid van de Club Dada.

Het gaat om een bepaalde geestesgesteldheid.
Er komt voor de club bijval uit de hele wereld. Als je vóór vernieuwing bent ben je Dadaïst, als je tegen het Manifest bent óók. De politie onderzoekt de club en de censuur neem het Manifest in beslag. De drukker ervan komt in het gevang.



Caminoscopie #029



Aldo Camini / I.K. Bonset / Theo Doesburg / Theo van Doesburg


Antiphilosofische levensbeschouwing zonder draad of systeem.
In De Stijl, januari 1932, wordt Theo van Doesburg ontmaskerd. Hij is kunstschilder en architect, en wilde als Aldo Camini de filosofie verbannen uit de literatuur en als I.K. Bonset ‘de innerlijke bewogenheid rechtstreeks beelden in de klank vertalen.
’Want: ‘poëzie is geen philosofie'.
Theo van Doesburg: ‘er schijnt echter in hen die de wereld als citroenpers gebruiken een bepaald soort intuïtie aanwezig te zijn, waarmee het hen vergund is zonder veel inspanning de sappigste citroenen te vinden.’

Doesburg deed zich tijdens de tournee zelf als anti-dadaïst voor.

* associatie:
Afwijking die zich uit in de onbedwingbare aandrang om het opschrift van elke voorbijrijdende vrachtwagen hardop te lezen. Sommige caminoscopen gaan zo ver dat zij een verzameling aanleggen van vrachtwagenopschriften. Beroemde caminoscopen zoals Viktor von Gegendreck en Elmert Rosendaal hebben hun verzameling ook gepubliceerd. Deze afwijking komt niet voor bij vrouwen.


Cultuurbolsjewisme #030
‘Tekenen waar het pijn doet’ was het motto van de dadaïst George Grosz.
Deze ‘cultuur bolsjewist’ werd voor de oorlog Duitsland uitgejaagd en vervloekte in zijn latere leven zijn eigen werk.
Het scheelde overigens weinig of het was ook met Grosz slecht afgelopen.
Midden 1917 werd hij onder de wapenen geroepen en na een zenuwinzinking kwam hij in een hospitaal terecht, om vervolgens van desertie te worden beschuldigd en veroordeeld te worden tot het vuurpeloton. Een jonge officier was voor Grosz in de bres gesprongen. Anders hadden we nooit meer iets van de kunstenaar gehoord.
Nu verdween Grosz tot vlak voor het einde van de oorlog in een inrichting voor oorlogs-krankzinnigen.

In de pers worden de dadaïsten beschuldigd van belediging van de Reichswehr en sympathie voor het Bolsjewisme.
Net zo min als het bolsjewisme konden ook de zelfbewuste erfgenamen van Dada rekenen op blijvend krediet.
Aan het eind van de eeuw begon er twijfel te rijzen aan een kunst die haar status ontleende aan de overschrijding van steeds weer nieuwe grenzen.



Christenen
#031
Wanneer christenen die eenzelfde Heiland volgen, onder elkaar twisten en 'ketteren' over bijkomstigheden, in plaats van met één hart en één ziel zich op te maken om de brandende wereld te redden, is dat dan soms verstandig? Neen we willen niet spotten met de Dadaïsten zonder de hand te steken in eigen besmetten boezem!
Daar zit een lelijke Dadaïst in ons aller hart!"



Dada manifesten #032



De dadaïsten verklaren in bijna al hun manifesten uitdrukkelijk, dat zij niets willen, niets weten en niets zijn.
Frances Picabia schrijft:

DADA lui ne sent rien, il n'est rien, rien, rien.
Il est comme vos espoir:rien
Comme vos idoles: rien
Comme vos paradis: rien
Comme vos hommes politiques: rien
Comme vos héros: rien
Comme vos artistes: rien
Comme vos réligions: rien

Dada is niet gemaakt maar ontstaan.
Dadaïst kan men niet worden, slechts zijn
Dada is het kaartspel van den burger om een tiende 'Pfennig'.
Dada is te vergelijken met iemand die met een D-trein de heide oprijdt, om in een slootje te gaan roeien.
Dada is iemand die te paard zijn huis binnenrijdt.
Dada is de valuta de smokkelhandel, het Schiebertum, het Duitsche gemoed.
Dada is Enrico Caruso op de grammophoon, de aeroplaan, maar ook de hengelaar die twaalf uur enthousiast hengelt en niet één stekeltje vangt.


Antipyrine / Vladimir Tatlin

Antipyrine
Het eerste manifest verschijnt in het Zunfthaus in Zürich op 14 juli 1916. 'Manifeste de monsieur Antipyrine': Dada is onze identiteit die zonder gevolg bajonetten op het Sumatrahoofd (?) van Duitse baby's richt. Dada is het leven zonder pantoffels of parallellen [enz.]
De manifesten eindigden in een Babylonische spraakverwarring omdat bevestiging en ontkenning in het dadaïstische denken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom telde de beweging ook evenveel dadaïsten als anti-dadaïsten.
Toen Huelsenbeck in april 1918 het dadaïstisch manifest in het openbaar verkocht, werd het provocatieve artikel geconfisqueerd door de politie en Raoul Hausmann kwam in de gevangenis terecht.
Club Dada zal hiervan niet volledig herstellen, dat gebeurde pas toen Duitsland de oorlog verloor en een Republiek werd.

De dialectiek is een grappige machine die ons, op een banale manier, naar opinies leidt die we anders toch ook wel gehad zouden hebben.
Al met al leidt dit tot de dadaïstische spontaniteit. De dadaïst streeft naar ‘actieve eenvoud’. Elke handeling is echter vergeefs, gemeten naar de eeuwigheidsschaal, de mens is machteloos. (Manifest door Tristan Tzara 1918)

De kunstenaar André Breton declameert in Parijs luidkeels uit het manifest. Een aantal anarchisten discussiëren in Club du Fauburg liever over het ware socialisme dan over Dada.

Het gezicht van Dada
Men had genoeg van laboratoria waar men de kunst microscopisch onderzoekt en op sterk water zet. Waarom is er kunst en met welk gezicht kijken dadaïsten er naar? Klinken de sonnetten van onze beroemde dichters niet even hol als de geldstukken die men er voor betaalt? Is kunst niet als een bank waar de munten rondgaan en de lieve burgerij zonder het gezicht te vertrekken kan speculeren? Men denkt wel eens in een wei met bloemen te zitten, doch zit op een closet.


Duister gedicht #033
"DADA is geen dwaasheid, geen wijsheid, en geen ironie, kijk naar mij, vriendelijke burgerman.
Een manifest is als een duister gedicht, waarin duidelijk is dat Tristan Tzara niet de bedoeling heeft dada helder uit te leggen,
maar meer op een irrationele manier duidelijk maakt dat dada een vat vol tegenstrijdigheden is.
Aanvankelijk schreef Tristan Tzara gedichten onder invloed van symbolistische schrijvers.
Onder invloed van Arp en anderen ontstonden avant-gardistische gedichten, waarin kunstzinnig weergegeven typografie een belangrijk onderdeel vormde
.
Statisch gedicht
Het maakt de woorden tot individuen, van de drie letters 'bos' komt het bos met zijn bomen kruinen, de boswachter, het wilde zwijn,
en misschien ook het hotel Bellevue of Bella Vista, tevoorschijn.

Dadaïsme leidt tot ongekende nieuwe mogelijkheden en uitingen van alle kunsten.

* associatie:
Een gedicht, geschreven bij kaarslicht, over een liefde tussen twee onweerswolken.




Dadasofie #034


Voorafgaand aan een optreden kon het publiek een'dadaïstisch bedrukt programma' kopen.
Op een Dada-avond worden eerst alle lichten gedoofd.
Alleen Theo van Doesburg in het zwart met een witte das en witte sokken, op een sofa naast een schemerlamp houdt de lezing 'Dadasofie'.
Halverwege de lezing staat Schwitters vanuit het publiek op en begint allerlei dierengeluiden te maken.
Van Doesburg gaat onverstoorbaar door met zijn lezing en draagt een gedicht van I.K. Bonset, zijn eigen pseudoniem,voor.
Nelly van Moorsel, voert tijdens de lezing een soort tableau vivant uit. Op de piano speelde ze het pianostuk Treurmars voor een krokodil van de Italiaanse componist Vittorio Rieti.
Schwitters las een verhaal voor over een man die, door alleen maar stil te staan, een revolutie ontketent in de vrijstaat Revon. Schwitters, gewapend met een gong, draagt ook zijn bekende gedicht 'An Anna Blume' voor.
Omdat het publiek geen Duits verstaat, draagt hij ook een aantal 'abstracte gedichten' voor,
zoals de cijfergedichten 'Drei', 'Zwölf' en '12' en het gedicht 'Z A elementar', waarin hij de letters van het alfabet achterstevoren opnoemt.



Dada veldtocht in Holland
#035
In 1923 organiseerde Theo Van Doesburg met Kurt Schwitters een Dada-veldtocht door Holland.
De ideeën voor een veldtocht hadden tot succesvolle Mécano soirees geleid, zoals in Weimar tijdens het International Congress of Constructivists and Dada, en andere avonden in Jena en Hannover.

In Duitsland organiseerde Theo van Doesburg eerder zulke dadaïstische voorstellingen, met voordrachten, muzikaal omlijst door zijn vriendin Nelly van Moorsel. Theo in het zwart met een witte das en witte sokken, op een sofa naast een schemerlamp houdt de lezing 'Dadasofie'. Halverwege de lezing staat Schwitters vanuit het publiek op en begint allerlei dierengeluiden te maken.



In Den Haag wilde Theo ook een Dada-congres organiseren en nodigde zijn dadaïstische vrienden Hans Arp, Frances Picabia, Georges Ribemont-Dessaignes en Tristan Tzara uit. Alleen Kurt Schwitters kwam omdat hij die winter toch in Rotterdam moest zijn voor een tentoonstelling.
In twaalf plaatsen, onder andere Den Haag, Rotterdam, Drachten en Amsterdam is vervolgens die Dada-veldtocht Holland gehouden.
De Vaderlandse dag- en weekbladen schreven er 'geschokt' over. De dadaïsten konden zelf rustig een sigaretje opsteken en bekijken hoe het publiek Dada geworden was. Een overwinning.

Een Dada-veldtochtbestond uit een reeks Dada soirees en één Dada matinee. Het was de bedoeling Dada voor een geïnteresseerd publiek te introduceren. De voorstellingen werden in samenwerking met plaatselijke kunstenaars georganiseerd. Van Doesburg's pamflet 'Wat is Dada?', was na de voorstelling te koop.

De eerste avond van de Nederlandse Dada tournee was op 10 januari 1923 in de Kunstkring, Binnenhof 8 den Haag. Opening vanzelfsprekend door: de zichzelf 'Anti-dadaïst' noemende Theo van Doesburg. Schwitters zegt: 'Dada is een voorgehouden spiegel. Der dadaïst is ein Spiegelträger'.

Dada Drachten
Schwitters werkte daar samen met Thijs Rinsema aan collages en beschilderde kistjes en doosjes. In het voorjaar van 1923 houdt Schwitters een Dada avond in zaal de Phoenix.
Drachten is daarmee de plek waar in Nederland de Stijl en Dada elkaar ontmoetten.


Na de Dada veldtocht verdampte in Holland de aandacht voor Dada snel.
Van Doesburg ging wel door met publicaties in het tijdschrift De Stijl. er een voorstelling in Bellevue te Amsterdam: 'Vlegels voor en achter de schermen'.

De prozaschrijver A.M.de Jong schrijft in dagblad Het Volk over de voorstellingen.
Zijn partijgenoot prof R.N.Roland Holst: "Als ik er ooit ernstig over zou denken bordeelhouder te worden, dan zal ik er heen gaan, want dan kan ik door hen leeren, hoe je een schaamteloos publiek moet aanpakken" de Jong vind de typering: "onvriendelijk maar niet onjuist".

Kurt Schwitters schrijft in De Haagsche Post van 20 januari een bijdrage onder de titel: "De zelfoverwinning van Dada. Dadaismus in Holland "
In Holland is aanvankelijk nog weinig te merken van de gebeurtenissen in Zürich.

Een Hollandse stem
In Duitsland maakt de daar geboren Nederlander Paul Citroen kennis met de kunstenaars Georg Grosz, John Heartfield, Raoul Hausmann. Daar introduceert Richard Huelsenbeck Dada.

Paul Citroen schrijft al in 1920 een open brief in de Dada Almanach onder de titel 'Eine Stimme aus Holland'.
Hij adviseert niet naar Holland met zijn kaas en tulpen te komen.
'De koningin ziet op haar zomerverblijf de koeien op de telegraafdraden schaak spelen' .
En er zijn toch maar drie dadaïsten in Holland, aldus 'Citroen-dada'


In 1921 had Kurt Schwittersde Nederlandse kunstenaar Theo van Doesburg ontmoet. En via van Doesburg kwam Schwitters in contact met de schoenmaker en kunstenaar Thijs Rinsema en zijn broer Evert Rinsema uit Drachten. Van Doesburg had de Friese schoenmaker in militaire dienst leren kennen.
De overlevering wil dat van Doesburg nieuwsgierig was hoe het kwam dat een compagnie-schoenmaker Socrates las.
Rinsema en van Doesburg werden vrienden voor het leven.

* associatie:
Het pseudoniem van Van Doesburg; I. K. Bonset, is dat afgeleid van 'Ik ben sot?'
Als ik door de polder de Rondehoep fiets, rust ik meestal even uit bij een bruggetje dat door voorbijvarende recreanten zelf open en dicht gedaan moet worden. De brug heeft een naam, de Jac.C.Keabrug. Ik moet altijd denken Wat als Jac nu I als tweede naam had gehad?
* asociatie:
Ik heb eens een taalles gegeven over gedichten in de tijd van De Stijl. In die les heb ik als introductie 'Oote' van Jan Hanlo in een video-filmpje laten zien. Het gevolg was dat de kinderen het tafereel, inclusief geïmproviseerde gerauschmachinen, spontaan in de pauze gingen naspelen op het schoolplein.



Dada Almanach #036
In opdracht van 'Zentralamt der Deutschen Dada Bewegung' gaf Richard Huelsenbeck manifesten en redevoeringen uit.
Hij nam het niet zo nauw met de juistheid van de teksten. Later bleek vaak het tegendeel van wat oorspronkelijk verkondigt was.
Hij had plezier in een 'omslag' die de grote internationale kunstbewegingen raakte' .
Zijn motto was: 'Ik hoop dat ik u geen letsel toebreng, maar wat wij te zeggen hebben zal u als een kogel treffen'.
De manifesten eindigden in een Babylonische spraakverwarring omdat bevestiging en ontkenning in het dadaïstische denken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Daarom telde de beweging ook evenveel dadaïsten als anti-dadaïsten.



Dadaïsme eist #037
De Dadaïstische Revolutionaire Centrale Raad, afdeling Duitsland stelt juni 1919 een aantal eisen op.
Als eerste punt:
De internationale, revolutionaire vereniging van alle verstandige en creatieve mensen over de hele wereld op basis van het radicale communisme.

Ten tweede:
De invoering van de geleidelijke werkloosheid door grondige mechanisering van de arbeid. Alleen door werkloosheid kan het individu zich bewust worden van de waarheid van het leven en eindelijk wennen aan de persoonlijke ervaring ervan;

Tenslotte:
De onmiddellijke onteigening van bezit (socialisering) en de communistische voedselbedeling voor iedereen, evenals de bouw van licht en tuinsteden, die eigendom zijn van de gemeenschap en waar de mensen zich tot vrijheid kunnen ontwikkelen.

Dada zou dada niet zijn als ze er niet een paar bizarre eisen aan toevoegt:

1) De eed van trouw aan de dadaïstische geloofspunten door geestelijken en leraren;
2) De invoering van het simultaangedicht als communistisch staatsgebed;

3) Het openstellen van de kerken voor de opvoering van bruïtistische, simultaneïstische en dadaïstische gedichten;
4) De onmiddellijke invoering van een dadaïstische monstercampagne met 150 circussen ter voorlichting van het proletariaat.
5) De mooiste, tevens geheimzinnigste eis: De onmiddellijke regulatie van alle seksuele betrekkingen in internationaal dadaïstische zin door de oprichting van een dadaïstische geslachtscentrale.

* associatie
Die eis lijkt mij niet zo bij de schone kunsten te horen. Maar in het dadaïstische spraakgebruik wellicht wel passend.



Dadaïstische-jaartelling
#038
Begin 1916, anderhalf jaar na aanvang van de Eerste Wereldoorlog, ontstaat één van de meest ongrijpbare en satirische bewegingen van de twintigste eeuw: het dadaïsme.
Het tijdstip van ontstaan is niet toevallig.
Dada is het absurde antwoord op de absurditeit van de oorlog.
Het is een bijtende satire op de zelfingenomenheid van de burgerij, die volgens de dadaïsten verantwoordelijk moet worden gehouden voor de oorlog.

Ondanks het korte bestaan van de beweging is de invloed ervan generaties later nog herkenbaar. CoBrA en Provo, maar ook het Surrealisme, de Situationisten, Fluxus, PopArt, Monty Python’s Flying Circus zijn afstammelingen van dada.
In 1920 verdwijnt de vernieuwende beweging achter de horizon waar het in 1953 in de New York met Marcel Duchamp in de hoofdrol weer opduikt.


Dada-centrale Amsterdam
#039




In 1920 ontstaat in Amsterdam een buitenpost, maar wel onder de Duitse invloed van de Centrale Commissie voor Kultur-dada.
Het ging er niet altijd even kunstzinnig aan toe.
Het ongevormde oer-dadaïsme werd publiekelijk opgevoerd als Anregung, Aufregung, Abregung.


Kinderlijke herinnering
De schrijver Jan de Hartog schrijft in zijn boek 'Herinneringen aan Amsterdam', dat hij als zesjarige door twee ongetrouwde nichten meegenomen werd naar de Koningszaal van Artis, voor een lezing van de beroemde dadaïst Kurt Schwitters.
Die plek is natuurlijk uitstekend geschikt voor de dierengeluiden die 'een magere vergeestelijke dromer in een soort priestergewaad' in zijn lezing uitsprak: 'Twiet twiet twiet. Lorre lorre lorre. Poeie poe poeie'.
Zeer waarschijnlijk was die lezing helemaal niet in Artis, maar in Bellevue. Het publiek was aanvankelijk verbijsterd, maar een bezoeker riep luid 'Kukeleku', en al snel begon iedereen te kakelen, te koeren en te fluiten.
'Een dik mannetje hupte gehurkt het gangpad op en neer, klapwiekend met de ellebogen, roepend 'Ka! Ka!'.
Het was zo aanstekelijk dat Jan zich op een gegeven moment losrukte uit de greep van zijn nichten, op de zitting van m'n klapstoel sprong en gilde met de ongebroken stem van de onschuld: 'Drolletje. Poep, poeperdepoep! Poepdrol!'


Op het hoogtepunt van de kakofonie maakte Schwitters een gebaar van zegen, de stilte viel in en hij verklaarde:
'Meine Damen und Herren, jetzt wissen Sie was das Dadaismus ist. Sie haben's ja selber geschaffen.'
Later, aldus De Hartog, 'vertelde Kurt Schwitters dat alleen in Amsterdam het dadaïsme onmiddellijk door zijn gehoor werd begrepen'. (vlg. Paul Arnoldussen en Hans Renders in Het Parool 1999)


Drie Dadaïsten
De Nederlandsche kunstenaar Paul Citroen schrijft in 1920 een open brief in de Dada Almanach onder de titel 'Eine Stimme aus Holland'. Hij adviseert niet naar Holland met kaas en tulpen te komen. 'De koningin ziet op haar zomerverblijf de koeien op de telegraafdraden schaak spelen' . En, er zijn toch maar drie dadaïsten in Holland, aldus 'Citroen-dada'


Dada-reklamegesellschaft
#041
In de Kantstraße 118 Berlijn was indertijd het Dada-Reklame-Gesellschaft gevestigd, het was ook het Centralamt der dadaistischen Bewegung in Deutschland. [1919]
Niemand had daar ooit van gehoord. Richard Huelsenbeck woonde daar voor hij naar New York geëmigreerd is.

Op een avond in januari 1918 sprak Richard Huelsenbeck het dadaïsdisch manifest uit in de kunstgalerie van Israel Ber Neumann op de Kurfürstendamm. In het manifest begon hij met het statement dat kunst zowel tijdloos als universeel zal moeten zijn. Vervolgens plaatste Huelsenbeck het dadaïsme tegenover andere kunstbewegingen en claimde dat dadaïsme tegen theorie is,
en tegen de pers en tegen reclame.
Het manifest eindigt met het statement dat de dadaïstische kunstenaar óók tegen het manifest zal moeten ingaan om een dadaïst te zijn.
De dadaïstische kunst is tegenstrijdig.
Waarschijnlijk was hij voor zichzelf ook een raadsel geworden en heeft zich van de poëzie in de psychiatrie teruggetrokken.
In Long Island,New York vestigde hij zich daar als psychiater.
Het ontwarren van zijn eigen geest lukte hem beter als arts in plaats van als patiënt.



Dadameter #042
De kunstenaar Marcel Duchamp laat drie touwtjes van een meter van de hoogte van één meter op drie schildersdoeken vallen.
De willekeurige vormen die ze bij die val krijgen worden vastgeplakt.
De drie doeken zijn gebruikt om drie houten linialen van te maken. De linialen worden gebruikt voor het 'standaardiseren van de toevallige curve'.

Hoewel hij het als een een grap over de maat van een meter beschouwt, is het resultaat een wiskundige stelling:
'Als een rechte horizontale draad, één meter lang, van een hoogte van 1 meter op een horizontaal vlak valt, vervormt die, en is een nieuwe afbeelding van de eenheid van lengte ontstaan'.



Dadamachine #043
Het belangrijkste idee was dat elk geluid muziek kan zijn.
Een gedachte die later door de componist John Cage werd opgepikt en verder ontwikkeld.

Elk geluid is muziek, dat lieten de dadaïsten zich geen twee keer zeggen.
Walter Mehring ontwierp een 'Muzikale wedstrijd tussen een naaimachine en een schrijfmachine'.
Alles is mogelijk, verklaarde Rolf Sievers in zijn Muzikaal Manifest Dada, waarin hij de term 'dadasik' opvoert: "Zij verstaat de kunst mensen het oor te ontnemen voor willekeurige stramklanken.
Verbindt het zefierruisen van de elektrische inktkoker met het klagende geschrei van hysterische draadnagels. Omvat het niezen van een automobiel en de prikkelend erotische ondertoon van de naaimachine."



Dadaïstische kinderboekjes
#044



Samen met Kurt Schwitters richt Käte Steinitz, 'Aposs Verlag' op. A van Aktief, P van Paradox, OS van Ohne Sentimentalität en S van Sensibel.
Ze geven dadaïstische kinderboekjes uit zoals 'Die Scheuche' (de vogelverschrikker) met die typische dada typografie.
Het experimenteren met de typografie is geen uitvinding van de dadaïsten, zoals de fotomontage, maar het werd door hen wel toegepast en is kenmerkend voor Dada.

Vriend Merzmensch schrijft: "Der BierBäuchige Bauer BreitBeinig, wat kan een dergelijk figuur in het kinderboek beter typeren als een vette letter B?" (1922)

* associatie:
Tata...ataaaa draladada ta. met prenten van muziek klanken stel ik me zo voor. Niet te verwaren met sadistische kinderboekjes.: beng beng ssssttttt...iiiiiiiii... Prenten met werktuigen van jouw favoriete illustrator.



Drekfranje #045
Wat wij het veiligst bewaren - zo leert ons de dadasofie - zijn onze slaappoeders.
Door zorgvuldig en regelmatig gebruik dezer slaappoeders bemerken wij niet, dat het gehele leven, met drekfranje (poepstrepen) versierd is.
En in één ogenblik ontwaakt ieder uit zijn slaapwandeling, welke hij leven noemt, en de doden richten zich op uit hun graven en beginnen te grijnslachen.
Het is onmiskenbaar dat wij ziek zijn van overtuigingen.
Hoe ook gespleten gescheurd en met drekfranje versierd meent ieder zich gerechtigd het leven te voeren.

* associatie:
Drek/modder op je lijf, en je ziet er toch leuk uit. Viezigheid die iets toch een bijzondere uitstraling geeft.
* associatie
Teleurgestelde kiezers denken dat het drekfranje is dat bij politieke besprekingen plaatsvindt.



Dagabaji verklaring
#046
Takahashi Shishinki is één van de eerste Japanse dichters die Dada introduceert.
Later bekeert hij van Dadaïsme naar Boeddhisme en wordt monnik.
Dat ontwikkelde zich op een vanzelfsprekende manier, want beide ismen hanteren de zelfde uitgangspunten:
"het woord is nutteloos en poëzie moet derhalve verdwijnen".
Het is ironisch dat dada hem dichter bij de eigen Japanse, literaire, tradities gebracht heeft.
Hij legt de volgende verklaring af: 'Dangen wa Dadaisuto'
[Het gele verleden ligt in de toekomst van gefermenteerde sojabonen besloten...]


Takahashi beweerde dat hij met één lucifer de oceaan kon aansteken.
Maar uiteindelijk verhangt hij zich aan een elektriciteitsdraad van een lamp in een bibliotheek.

* associatie:
Waren die Dadaïsten maar Haiku gaan schrijven. Het was er ongetwijfeld rustiger aan toe gegaan.




Expressionisme #047
Heeft het expressionisme onze verwachtingen van een zogenoemde kunst vervuld, die onze meest vitale aangelegenheden balloteert? Nee! Nee! Nee!
Hebben de expressionisten onze verwachtingen van een kunst vervuld, die ons de essentie van het leven in het vlees brandt?
Nee! Nee! Nee! [volgens het Dadaïstisch Manifest uit 1918]

De manifesten eindigden meestal in een Babylonische spraakverwarring omdat bevestiging en ontkenning in het dadaïstische denken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom telde de beweging ook evenveel dadaïsten als anti-dadaïsten.


Op een Expressionisten avond voerden we twee negerliederen liederen uit (altijd met de grote trom: bom bom bom bom - drabatja mo gere, drabatja mo bonooooooooooo -).’ Het hilarische optreden oogstte veel bijval.
Dit soort oerwoudgedichten waren de specialiteit van Richard Huelsenbeck.
In Berlijn had hij er zijn toehoorders al vaak mee vermaakt. Het waren zelfbedachte nonsensteksten, die steevast eindigden met het door de dichter vol pathos uitgebrulde refrein: ‘Umba, umba.
Huelsenbeck
wilde op deze manier de heersende literatuur de grond in stampen.
Volgens deze opmerkelijke opzet is Cabaret Voltaire ontstaan.

Oerwoudgedichten

Het begrip negerliederen stamt uit de Dada periode en het is de vraag of dit heden ten dage nog als zodanig gebruikt kan worden, maar het is hier historisch aangehaald.


Evolutie #048
Dada ontkent de evolutie.
Elke beweging verwekt een tegenbeweging van gelijke sterkte, die elkander opheffen.
Niets verandert wezenlijk.
De wereld blijft steeds aan zichzelf gelijk. (dadasofie, Theo v Doesburg)



Fatagaga #049

Fabrication de Tableaux Gazométriques Garantis.
Of: Fata [morgana] Gaga [gestoord] (in:Galerie Au Sans Pareil in Parijs op maandag 2 mei om 20.30 uur. bij de opening van een expositie van het werk van Max Ernst. Op de uitnodiging staat: om 22.00 uur de kangoeroe. 22:00 hoog frequent, 23:00 uitdelen van surprises, 23:00 tijd voor intimiteiten. Max Ernst kan er zelf niet bij zijn want hij kreeg als Duitser geen visum voor Frankrijk.

* associatie:
Van veel dingen waar mijn oog op valt ondervind ik een vreemd, en onverklaarbaar gevoel.
Bijvoorbeeld als ik een chiwawahondje zie poepen terwijl de dame, die het diertje aan de lijn meevoert, het wel een regenjasje aantrok, maar de keuteltjes te onbelangrijk vindt om op te ruimen.



Festival Dada #050
Het is de laatste grote manifestatie van de Parijse beweging, mei 1920, in Salle Garveau aan de Rue la Boétie.
Eerder werden de voorstellingen met boegeroep ontvangen maar nu worden ze bestookt met rot fruit en papieren vliegtuigjes, worden munten gegooid en dierengeluiden geschreeuwd.
De reactie van de bezoekers werd grotendeels door de dadaïsten zelf georganiseerd. In de pauze ging zelfs iemand naar de slagerij naast het theater om biefstukken en worsten te halen, als aanvulling van de groente en het fruit dat gegooid werd.



Fetisjistische instincten
#051



Uit fetisjistische instincten is, volgens den dadaïst, de menschheid geneigd zich te laten verblinden door zekere karakteristieke uithangborden: tegen vaandels, vaderlandsliefde trompetten en geld. Ze dienen als reclamemiddel en worden zo veel herhaald, dat zij een onuitwisbare indruk teweegbrengen.
De godsdienst door het kruis, Odol tandpasta door den gebogen flaconvorm, Nietzsche door zijn dikke snor, Oscar Wilde door zijn homosexualiteit, Tolstoy door kaftan en sandalen!

* associatie:
Het bekende Droste Effect!: een afbeelding in een afbeelding etcetera...


Futurisme
#052
De onverwachte verschijning van primitieve eigenschappen werd Atavistisch genoemd; ofwel een nieuwe verschijning van eigenschappen die wel aanwezig waren in een bepaalde tijd in het verleden, maar die in tussenliggende generaties afwezig waren.

In alle soorten en maten:
Futuristen, Kubisten, Surrealisten, Dadaïsten, Stijl-kunstenaars, Dodekafonisten, Nieuw-zakelijken,
allemaal meenden ze een nieuwe artistieke taal te hebben ontwikkeld die zou doordringen in het dagelijkse leven van de moderne massamens: een moderne beeldtaal, een moderne muzikale taal, een moderne bouwstijl, een modern levensgevoel.
Het zijn labels die dienen om de verschillende avant-gardistische stromingen van elkaar te onderscheiden.
Afbakening vindt plaats op basis van stilistische en programmatische uitgangspunten, maar ook op basis van nationale kunstzinnige opvattingen en tradities.
Zo herken je Italiaans futurisme, Frans kubisme en Duits expressionisme.
In Nederland was futurisme indertijd in de pers synoniem met avant-gardistisch.



Frontale zinsbouw
#053
De dorre frontale zinsbouw uit de oude literatuur en tegenstellingen tussen vers en proza, inhoud en vorm moeten verdwijnen.
Van Doesburg, Piet Mondriaan en de dichter Antony Kok stellen in 1920 het Manifest II van De Stijl op, waarin vastgesteld wordt dat het woord dood machteloos geworden is.
Het experimenteren met de typografie is geen uitvinding van de dadaïsten, zoals de fotomontage, maar het werd door hen wel toegepast en is kenmerkend voor Dada. Er was veel overeenkomst met de typografie van Bezette stad (van Ostayen).
Er zijn twee richtingen in de typografische experimenten.
De de illustratieve typografie, de oudste vorm, die regels, woorden of letters een grafisch beeld geven van het object, bijvoorbeeld in de vorm van een das en een horloge.
De tweede richting is de typografie die in dienst staat van de tekst en dus uitsluitend een rol speelt binnenen niet naasthet gedicht.

*associatie:
Is dat niet de techniek van politici die tegenover elkaar de meest slecht onderstutte woorden uitstoten?



Flessenrek #054



Ready made
De kunstenaar Marcel Duchamp is de uitvinder van de ready made, dat zijn gebruiksvoorwerpen die tot kunstwerk worden verheven.

De eerste was een flessenrek, dat hij in 1914 exposeerde. In maart 1917 stelde Duchamp zijn beroemdste ready made ten toon, een urinoir met als titel Fontein, op een tentoonstelling in de Grand Central Gallery te New York.
Een replica van ready made Fountain, een gekantelde pisbak, werd door de conceptuele kunstenaar Pierre Pinocelli in 2006 met een hamer bewerkt.
Dat werd als een Dadaïstische ingreep gezien.
De Fountain van Marcel Duchamp had niets te maken met Dada. Toch werd Dada vaker als kunstvandalisme beschouwd.


* associatie:
Wim T Schippers: "De geest van Duchamp en van Dada is niet alleen voorbehouden aan de jaren twintig."
Die mentaliteit is van alle tijden. Duchamp kan de geur van olieverf nauwelijks verdragen.
Schippers en zijn a-dynamische vrienden moeten ook niets van olieverfschilderijen hebben.
"wij verwerpen het tachisme, het denkbeeld van de geïnspireerde kunst, inspiratie, de dynamiek in het algemeen"


Gadji beri bimba #055
Dadaïsten schuiven gebruikelijke taal als communicatiemiddel opzij.
Hugo Ball maakt klankgedichten zoals gadje beri bimba glandridi laula lonni cadori.
En Tristan Tzara verknipt krantenartikelen en plakt de stukjes willekeurig aan elkaar.
Aanvankelijk schreef Tristan Tzara gedichten onder invloed van symbolistische schrijvers.
Onder invloed van Arp en anderen ontstonden avant-gardistische gedichten, waarin kunstzinnig weergegeven typografie een belangrijk onderdeel vormde.

Het experimenteren met de typografie is overigens geen uitvinding van de dadaïsten, zoals de fotomontage, maar het werd door hen wel toegepast en is kenmerkend voor Dada.



Gemengde gevoelens
#056
Dada: In onzen tijd is de hoogste spanning der contrasten bereikt. Een algemeen controlemiddel bestaat niet meer.
Dit komt in alles tot uiting. In de dollar en de mark. Het rekenen met astronomische getallen.
De onmogelijkheid een draaiorgel van een altaar te onderscheiden, of nonsense van geest.

Enerzijds nieuwe mensen, die een nieuw onbetwistbare orde opeisen, en dit tonen door architectonische constructie, anderzijds 'chaos'. Aldus de 'anti dadaïst' Theo van Doesburg op 10 januari 1923 in de Haagse Kunstkring.


Gejengel #057

Wat de kranten schreven
We hebben gehuild en gejengeld, geblèrd en stommiteiten verkocht, kroegbazen- en boksersgrappen gelanceerd, alles om maar te bewijzen dat wij niet dada zijn.
We hebben zoo'n helsch en volmaakt onzinnig spektakel gemaakt, dat het nu wel zonneklaar bewezen is, dat wij nog bij ons volle verstand zijn, dus dat is in orde. (Het Vaderland 4 februari 1923)


Als deze dadaïsten (die niet eens waschechte dadaïsten zijn) hadden willen demonstreren, hoe dada hun publiek is, zoo is hun demonstratie volkomen gelukt.
De menschen zaten te brullen, te gillen, te blaffen, te miauwen, te snorken, op fluitjes en clarinetjes te blazen als een troep volslagen krankzinnigen en één meneer, die toch werkelijk behoorde te weten wat humor is,
Mr. Kamp, werd nijdig en begon geducht op te spelen tegen Kurt Schwitters.
Het was een herrie van belang.(Henri Borel in: Het Vaderland van 29 januari 1923
)

"Dada is 'n kolossaal boerenbedrog."
"Dada is 'n dood-ordinaire geldklopperij."
"Dada is 'n hoon en 'n vernedering van alle geachte aanwezigen."
"Dada is een grof-betaalde clownerie - 'n brutale aanval op uw Hollandsche guldens!"

"Dada is een gezicht".

Dada wil geleefd zijn.
Dada is de sterkste negatie van alle cultureele waarde-bepalingen, dada is” ... enfin, met dezen snorkenden nonsens ging de Hollandsche inleider van den glorieuzen Dada-avond nog ’n half uurtje door en eindigde met de ironische vraag aan ’t publiek:
“Weet U nu wat Dada is?”
(27 januari 1923 in het geïllustreerde weekblad Het Leven door L.J. Jordaan.)


Spoedig, nog voor het eindelijke tumult ontstond, klonken stemmen van verzet. Eerst recht kwam dit alles los, toen een Duitscher met gillen, fluiten en opzettelijk valsch zingen, eerst uit de zaal en toen vanaf het podium, de Dadabeweging wilde duidelijk maken. (Verslag uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 11 januari 1923)

Het was geweldig dat in Utrecht, het publiek plotsklaps ophield toeschouwer te zijn en met gesis als wurmen het toneel op kropen. Dada kreeg een verweerde grafkrans aangeboden. Toeschouwers bij de Dada voorstellingen beginnen dierengeluiden te maken, hanengekraai, hondengeblaf, het gehuil van krolse katten te maken. Maar ook dragen ze dadaïstische gedichten voor, interrumperen, snuiten hun neus en roepen allerlei onzin. Volgens de Vaderlandse pers.

De citaten uit de kranten van de jaren twintig in deze collectie zijn, in zekere zin, typerend voor de meningen die de schrijvers gaven.
De oubolligheid van van de 'schrijfwijzen der woorden' klinkt door in de kritische meningen.


Galerie DaDa #058

Hugo Ball verlaat Zürich en alle drukte van Cabaret Voltaire om als entertainer in hotellobby's wat geld te verdienen.
Tristan Tzara haalt hem over om weer terug te komen en ze heropenen de galerie van Han Coray in de sjieke Bahnhofstrasze.
Ze plakken een etiket: 'Galerie DADA' over de de catalogus van Coray. Dit is nu, als opvolger van Cabaret Voltaire, de speeltuin van de avant-gardisten geworden, een plek waar de beeldende kunst centraal staat.
Zelfs Paul Klee exposeert er en worden ook kindertekeningen en Afrikaanse sculpturen getoond.
Omdat de eigenaar van het gebouw, de chocoladefabriek Sprüngli bezwaar heeft tegen ophef en herrie, worden de literaire 'soirees' in besloten kring gehouden.
Er ontstaat ruzie onder de oprichters en Hugo Ball keert Dada voorgoed de rug toe. Tristan Tzara gaat moedig verder. [1917]



Grundsatze / Principes #059
Tristan Tzara schrijft de beginselverklaringen van het dadaïsme.
In het eerste dadaïstische manifest beweert hij 'absoluut tegen de toekomst' te zijn.
De kunstenaars van Dada wijzen de waarden van de Oude Wereld radicaal af.
De manifesten eindigden meestal in een Babylonische spraakverwarring omdat bevestiging en ontkenning in het dadaïstische denken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom telde de beweging ook evenveel dadaïsten als anti-dadaïsten.

De revolutionaire geest van Dada bleef doorwerken in literaire werken, schilderijen, muziek en films van bijvoorbeeld Man Ray, Max Ernst of Frances Picabia.
"
Picabia's houding tegenover de kunst, het kunstenaarschap en de goede smaak in het algemeen, is altijd verkwikkend subversief geweest. In dit opzicht was hij een echte geestverwant van de acht jaar jongere Franse pionier Marcel Duchamp, die hij in 1910 ontmoette en met wie hij zijn leven lang bevriend is gebleven. Je ziet ze voor je, de opgewonden Picabia en de introverte en ironische strateeg Duchamp die in hun pogingen om de kunst van een andere inhoud te voorzien op humoristische wijze en passant de gevestigde artistieke orde onderuit halen." (Betty v Garrel, NRC, 1998)


* associatie:
Altijd gedacht dat principes bij individuen behoren. Een verzameling kunstenaars met de naam Dada kan in principe geen principes erop na houden als die kunstprincipalen bijeen hokken.



Grüne leiche #060
Johannes Baader
schrijft een pamflet 'Die Grüne Leiche' ter gelegenheid van een grote propaganda avond in Berlijn.
Baader die zich toen 'Ober-Dada' noemde, ondernam op 16 juli 1919 een spectaculaire onderneming. In reactie op het Verdrag van Versailles (28 juni 1919) publiceert hij 'Buch des Weltfriedens, het Ober-dada-Handbuch'.
Tijdens de oprichting van de Republiek van Weimar, gooit hij strooibiljetten met de Dada publicatie 'Die Grüne Leiche' vanaf de tribune de vergaderzaal van de Nationale Assemblee in. Hij verklaarde daarbij zichzelf als President van de planeet Aarde en het Heelal.
Op dat moment werd de kracht van een politiek der anti-politiek zichtbaar. Programma's van de Pruisische Overheid werden belachelijk gemaakt en de 'oppermacht fantasieën' van al die politieke partijen werden geopenbaard.

In 1914 schreef hij "Veertien brieven aan Christus ', waarin hij zich uitgeeft als diens reïncarnatie. Hij gaf een verklaring uit tegen de oorlog, stuurde die naar Kaiser Wilhelm II en verbood hem om de strijd voort te zetten. Hij kreeg twee jaar gevangenisstraf.
Hij maakt tekeningen met utopische, messiaanse metafysische en monumentale proporties, die hij 'spirituele architectuur' noemt.

Eind 1918, verschijnt het manifest 'AK12', waarin hij een parallel trekt tussen de verzen van de Apocalyps en de datum van de wapenstilstand en de nederlaag van Duitsland.
Hij veroorzaakt een schandaal door in de kathedraal van Berlijn "Christus ist euch Wurst" voor te dragen. Hij werd gearresteerd voor godslastering, maar beriep zich op zijn recht op de vrijheid van meningsuiting.

Johannes Baader blijft opmerkelijk genoeg, als dadaïst een onbekende, als gevolg van de vernietiging van een groot deel van zijn manuscripten en collages. Voor hij Berlijn verliet vertrouwde hij ze aan een vriend toe. In 1939, werd het huis waar ze verstopt waren geplunderd door het Rode Leger. De documenten zijn desalniettemin in Berlijn bewaard gebleven tijdens de vernietiging van de hoofdstad.

Wat dada is weten de dadaïsten niet eens, alleen de Opper-Dada maar die vertelt het aan niemand.
 


Grijnslachen
#062
Dada: en één ogenblik ontwaakt ieder uit zijn slaapwandeling, welke hij levennoemt en de doden richten zich op uit hun graven en beginnen te grijnslachen.
Wat wij het veiligst bewaren - zo leert ons de dadasofie - zijn onze slaappoeders.
Door zorgvuldig en regelmatig gebruik dezer slaappoeders bemerken wij niet, dat het gehele leven, met drekfranje versierd is.
Maar bemerk hoe de ‘natuur’ een kreng is, bemerk het aan ‘le grand roue’ te Parijs aan de daklijst van uw woning
aan de rimpels op uw huid en aan de goedmoedige paardenvijgen op de boulevard St. Michel.
In een drijvend en naakt kreng drukt zich de Hypostrodon der Dramade uit. (I.K. Bonset / Theo v Doesburg)

* associatie:
Vergelijk het met lachen als een boer die kiespijn heeft.



Heitere abend #063
In Berlijn wordt een Heitere Abend, een vrolijke avond, gehouden die niet naar dada verwijst.
Onder andere met de satire Puffke Propageert Proletkult, waarin de communistische kring van voormalige dadaïsten rond Malik Verlag [1917] door Hausmann op de hak genomen wordt.


De uitgeverij Malik en Galerie Georg Grossz waren enige jaren in de kelder onder een boekhandel gevestigd.
De uitgever Wieland Herzfelde protesteerde fel tegen oorlog en fascisme.
Hij gaf boeken van zijn broer John Heartfield en van George Grosz uit. Hij verkocht alle boeken voor één Reichsmark en bereikte daarmee een groot publiek.

Toen de Nazi's aan de macht kwamen moest Herzfelde naar Praag vluchten.
In 1939 startte hij een uitgeverij in Londen en uiteindelijk emigreerde hij naar New York waar hij boekhandel 'The seven seas' begon.
Zijn broer John Heartfield en George Grosz maakten briefkaarten met collages en stuurden die naar het Duitse front.
Het was een subtiele en effectieve manier van anti-oorlogs- propaganda.
Heartfield werd ook regisseur bij het filmbedrijf UFA. De films die hij daar maakte zijn helaas verloren gegaan.
Herzfelde werd later ereburger van Berlijn.


Heldendaden
#064
Samen met Hans Arp hield Kurt Schwitters in 1922 een Dada-avond op de universiteit van Jena.
Voor een gehoor van zo'n drieduizend mensen las hij een klankgedicht voor terwijl naast hem op een tafel een glazen stolp stond met daarin twintig muizen. Toen het gedicht uit was, tilde hij de stolp op waarop de muizen alle kanten opstoven.
Dit was geen heldendaad of provocatie, maar een moment van pure paniek en angst.
Schwitters sprak vol trots van een 'extreem moment van waarheid, net zo oorspronkelijk als het moment waarop een kind geboren wordt'.



Holländerstübli Zürich #065
Een Nederlandse ex-zeeman Jan Ephráim, is uitbater van de Holländische Meierei in Zürich, omgedoopt tot Oome Jan's Grillroom 'Hollanderstubli'.

Hij vraagt aan de politie toestemming om in de bovenzaal Spiegelgasse nr.1, het Cabaret Voltaire te houden.
Het wordt een verzamelplaats voor artistiek amusement en intellectuele uitwisseling. Speciaal voor jonge kunstenaars, om elkaar te inspireren, te debatteren en hun eerste werk te laten zien.
Een dergelijk lokaal ontbreekt in Zürich en is noodzakelijk is als tegenwicht tegen de almaar talrijker opkomende mondaine en officiële cabarets en duistere tingeltangels.
Al eerder had de waard onderdak geboden aan het Cabaret Pantagruel, een literair gezelschap.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had het cabaret Duitse emigranten, zoals Hugo Ball en Emmy Hennings aangetrokken, die zaten met een vals paspoort en zonder verblijfsvergunning in Zürich. Emmy is aan morfine verslaafd en moet tippelen, zeer tegen de zin van Hugo in. (1916)
 


Hottentot #066
Dada is de schrik van den club-fauteuil-bourgeois, van de kunstcriticus, van de artiest, van de konijnenfokker, van de hottentot.
Dada is een gezicht. Dada wil geleefd zijn.
Dada is de sterkste negatie van alle culturele waardebepalingen,
Dada is ... enfin, met deze snorkende nonsens ging de Hollandsche inleider van den glorieuze Dada-avond nog 'n half uurtje door en eindigde met de ironische vraag aan 't publiek:
"Weet U nu wat Dada is?
Dada is ’n kolossaal boerenbedrog.
Dada is ’n doodordinaire geldklopperij. Dada is ’n hoon en ’n vernedering van alle geachte aanwezigen. L.J. Jordaan schreef dit op 27 januari 1923 in het geïllustreerde weekblad Het Leven.



Hypostrodon der dramade #067

Wat wij het veiligst bewaren - zo leert ons de dadasofie - zijn onze slaappoeders.
Door zorgvuldig en regelmatig gebruik dezer slaappoeders bemerken wij niet, dat het gehele leven, met drekfranje versierd is.

Dadaïstische meditaties bij een kreng.*)
Opwekking tot contra natuurlijke handelingen.
Het is onmiskenbaar dat wij ziek zijn van overtuigingen.
Hoe ook gespleten gescheurd en met drekfranje versierd meent ieder zich gerechtigd het leven te voeren.
Maar bemerk hoe de ‘natuur’ een kreng is,
bemerk het aan ‘le grand roue’ te Parijs aan de daklijst van uw woning aan de rimpels op uw huid en aan de goedmoedige paardenvijgen op de boulevard St. Michel.
In een drijvend en naakt kreng drukt zich de Hypostrodon der Dramade uit. (Hypostrodon der Dramade door I.K. Bonset / Theo v Doesburg)


*) kreng: dood dier.


Hirngeschwür
#068
Een manifest van Walter Serner heet Letzte Lockerung (Laatste verlossing).
Ein Handbrevier für Hochstapler und solche, die es werden wollen.
In Zürich werkt Serner aan het zoveelste tijdschrift getiteld Hirngeschwür (Hersenontsteking) maar wordt gearresteerd wegens vermeende Bolsjewistische activiteiten.
De politie doorzoekt zijn woning en zijn post wordt in beslag genomen.
Serner kwam een keer bij een dada voorstelling op in een smetteloos kostuum, als voor een bruiloft, en zette een kleermakerspop zonder hoofd op het podium. Hij legde een boeket kunstbloemen aan de voeten van pop. Vervolgens plaatste hij een stoel midden op het podium, ging er wijdbeens op zitten met zijn rug naar het publiek, en begon zijn manifest Letzte Lockerungvoor te dragen.
Na nog wat provocaties begon vooral jong publiek het meubilair van de zaal te vernielen, joeg Serner het podium af en het gebouw uit, smeet de kleermakerspop en de stoel kapot en stampte op het boeket.

* associatie:
Zo benoem je een hersenpan die een klap gekregen heeft waardoor woorden door elkaar raken.


Gebakken hersentjes
Een uiterst tumultueuze Dadasoirée werd tot in de kleine uurtjes nabesproken ten huize van Schwitters, die daarom iets te eten klaar ging maken. In zijn kühlschrank vond hij varkenshersentjes en die is hij in boter gaan bakken.
Het gesprek met de andere aanwezigen was echter zo boeiend dat hij vergat dat hij ze op het vuur had staan.
Het resultaat was gebakken hersentjes die zo taai waren dat ze aan het zwoerd van spek deed denken.
De dadaïsten denken aan de vastgebakken opvattingen in de hersenen van den burger.

Tristan Tzara reageert op het manifest:
Er zijn lieden die hun manifesten antedateren om iedereen wijs te maken dat hun idee van hun eigen grootsheid hem net iets eerder te binnen schoot.

Tijdens het naziregime stond het werk van Serner, vanwege zogenaamde 'decadentie', op de lijst van verboden boeken.
Zijn uitgever noemde hem iemand met het imago van 'gentlemen-oplichter'.
Hij woonde in verschillende Europese steden en was op het laatst leraar Duits in Praag.
Hij werd er in 1942 samen met zijn vrouw gearresteerd en naar Theresienstadt gedeporteerd.
Met vele anderen werd hij door SS'ers om het leven gebracht in het woud van Biķernieki ten oosten van Riga.
*associatie:
Het is natuurlijk wel de vraag of de kunstenaar voor, of na, het produceren van een kunstwerk een hersenafwijking gekregen heeft.


Irrationaliteit #069
Dada was erop uit het irrationele bedrog van de mens te vernietigen en de natuurlijke en irrationele orde terug te winnen.
Dada wilde de logische onzin van de mens van vandaag vervangen door het onlogische sans-sens (zinloos).

Om die reden sloegen ze uit alle macht op de grote trom van Dada en verkondigden de lof van het onverstand.
Dat alles volgens Hans Arp. een Duits-Franse beeldhouwer, schilder en dichter.

Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de moderne kunst en was één van de voormannen van de Dada-beweging.
Met zijn poëtische 'biomorphe' vormentaal sloeg hij een brug tussen het dadaïsme, het surrealisme en de abstracte kunst.
Hij begon zijn carrière als dichter. Later ging hij werken als schilder, beeldhouwer en graficus.
Een bekend voorbeeld van zijn werk zijn de snippers papier die hij liet vallen en vastplakte op de plek waar ze neervielen, al hielp hij het toeval ook een handje als het mooier was om de snippers net iets anders te plaatsen. In zijn collages van papiersnippers ligt ‘toevallig’ geen enkel snippertje over een ander heen.


Ik ervaring
#070
Het Centrum van de IK ervaring.
In Zürich waren het de pacifisten met de bijbehorende protestacties die geraakt werden door walging voor de burgerlijke waarden en wanhoop over de Eerste Wereldoorlog.
Onze grote trom overstemt het geluid van de kanonnen. De enorme slachtpartijen en kannibalistische heldendaden van de oorlog zullen door onze vrijwillige dwaasheid bestreden worden.




Intellectueel
#071
Het zou pretentieus zijn, wanneer ik in de mening verkeerde, dat het mogelijk ware het mysterie Dada intellectueel bevattelijk te maken. Dit is onmogelijk en zelfs de dadaïsten niet gelukt.
Dada verlangt geen intellectuele bevattingsmogelijkheid. (Theo v Doesburg)

De dorre frontale zinsbouw uit de oude literatuur en tegenstellingen tussen vers en proza, inhoud en vorm moeten verdwijnen.
Een schijnbare evolutie is slechts verandering van vorm, de zogenaamde geestelijke inhoud onverschillig van welk product, wordt slechts bepaald door de ogenblikkelijke en subjectieve stemming.


Imaginaties #072

Dada ziet in alle imaginaties die ons van de werkelijkheid hebben afgeleid - we mogen ze Tao, Om, Brahma, Jahweh, God, getal, geest, enz. noemen, slechts verschillende etiketten voor één en hetzelfde artikel dat, ‘uit een niets zich ontwikkelend’ met veel tam tam en boem boem den menschen wordt opgedrongen.

* associatie:
Zoiets als een maatbeker met streepjes er op.


I
voren closets #073
De dadaïst weet precies hoe men geest fabriceert.
Uit een heilige tegenzin voor de ivoren closets onzer ‘grote mannen’ pretendeert hij niet kunstenaar, filosoof of hervormer te zijn.
Vrij van eerzuchtige verlangens, beroemd te zijn of maatschappelijk te slagen, is hij de meest vrije, meest rustige, gelijkmoedige mens ter wereld.



Jolifanto #074
Hugo Ball: gedicht Karawane, Dada Almanach 1920

Karawane

jolifanto bambla o falli bambla
großiga m'pfa habla horem
egiga goramen
higo bloiko russula huju
hollaka hollala
anlogo bung
blago bung blago bung
bosso fataka
ü üü ü
schampa wulla wussa olobo
hej tatta gorem
eschige zunbada
wulubu ssubudu uluwu ssubudu
tumba ba-umf
kusa gauma
ba - umf



Jubelezel
#075
Tijdens de beruchte avonden in Cabaret Voltaire zorgde Hugo Ball voor ophef met het voorlezen van fragmenten uit zijn roman, Tenderenda de Fantast. Het vermakelijke zit in de suggestie van zinnigheid: in grammaticaal kloppende zinnen onzin verkopen.
Zoals in dit fragment: In een lift met tulpen en hyacinten ging Mulch Mulch naar het dakterras van het Grand Hotel metafysica.
De ceremoniemeester, die moest de astronomische apparaten nog in orde brengen.
De jubelezel (feestvarken) laafde zich gulzig aan een kom frambozensap. Toen hij zich vol gedronken had balkte hij met ver reikende stem: welkom.
Dit is de kwintessens van het fantastische, hoog op een dakterras, de jongeheer Foetus moet baren: Melke-Melkes ogen vatten vlam. Haar lichaam werd gevuld met graan, wierook en mirre, waardoor de beddendekens de hoogte in welfden.

Bijjna een halve eeuw bestond het boek alleen in de herinnering van de dadaïsten, maar niemand had het ooit gezien. Het werd een mythe. Tot het manuscript in 1967 weer opdook en alsnog in beperkte oplage werd gepubliceerd.

* associatie:

Ezel met jubeltenen ezel die een feestlied zingt engel vermomd als ezel
* associatie:
Ik zie het helemaal voor me: een schildersezel die helemaal uit zijn dak gaat als je iets moois hebt gemaakt, die aan alle kanten langs het doek uitkomt en je helemaal bejubeld. Aaaaaaaaah!


Karakteristiek
#076
Dada ist der sittliche Ernst unserer Zeit.
Dada heeft de wereld ontdekt zoals zij is en de wereld heeft zichzelf herkend.
Dada is een spiegel waarin de mensheid zichzelf ziet (K.Schwitters)
De idealisten zien de wereld zoals zij zich die wensen.
De dadaïsten wensen de wereld niet anders dan dat zij hem zien, namelijk dadaïstisch: een gelijktijdigheid van orde en wanorde, van ja en neen, van ik en niet ik. (T v.Doesburg)


Kanonnen #077


De film begint absurd: een kanon rijdt uit zichzelf heen en weer over het dak van een groot gebouw in een grote stad (Parijs),
draait een rondje om zijn as, en richt zich op de toeschouwer.
In slow-motion duiken Erik Satie en Frances Picabia het beeld in.
Ze pakken een kanonskogel, plaatsen die in het kanon en duiken meteen weer achteruit het beeld uit.
De kogel verlaat het kanon – recht op de toeschouwer af. (Entr'acte van René Clair uit 1924)


Küchenmesser
#078



De kunstenares Hannah Höch snijdt met een keukenmes Dada door het laatste 'bierbuikcultuurtijdperk' van de Weimar republiek Duitsland heen.

Fotomontages
In de zomer van 1918, toen Höch en Hausmann met vakantie aan de Oostzee waren beweerden ze dat ze het principe van de fotomontage ontdekt hadden, volgens de uitgeknipte plaatjes uit de krant die de soldaten aan het front naar hun familie stuurden.
Fotomontages werden het ideale medium voor de sociale kritiek van de jaren twintig.

Samen met de krantenfoto's gebruikte Höch ook andere materialen zoals kant en andere handwerk-technieken in haar montages.
Op deze manier verbond ze de traditionele taal van vrouwen handwerkjes met die van de moderne cultuur.
De collage 'Schnitt met dem Küchenmesser' is daar een goed voorbeeld van.
Hausmann heeft het over de 'Mittelstandsküche' waarbij een tweespraak over een keukenmes de kern is.



Kommerz #079
Het woord 'Merz' haalde Kurt Schwitters uit een reclame van de Kommerz- und Privatbank, dat op een gebouw stond waar hij toevallig voorbij kwam. Zijn kunstzinnige ingreep was om 'Kom' uit het woord Kommerz weg te laten en de rest van het woord in de compositie van een collage te verwerken.
Zoals bij de ontstaansgeschiedenis van het woord Dada toeval en zinloosheid een rol speelden, is het woord Merz een begrip geworden
in de kunst.
Schwitters zelf zegt: "Das Wort entstand organisch beim Merzen des Bildes, nicht zufällig, denn beim künstlerische Werten is nichts zufällig"



Klankgedichten #080
Bij de dadaïsten werd naar hartenlust 'gesampeld', woorden verknipt en opnieuw gerangschikt.
Het klankgedicht Cigarren van Kurt Schwitters is daar een goed voorbeeld van.
De laatste strofe wordt gezongen.

Cigarren
Ci
garr
ren
Ce
i
ge
err
err
e
en
Ce
CeI
CeIGe
CeIGeA
CeIGeAErr
CeIGeAErrEr
CeIGeAErrErr
CeIGeAErrErr
ErrEEn
EEn
En
Ce
i
ge
a
err
err
e
en
CI
garr
ren
Cigarren


* associatie:
Ja dat zijn die mensen die de klank van dada niet horen.
Zij horen in dada alleen maar rare onzin, en niet de waarheid die ermee aan het licht wordt gebracht.
Ook gezegd van geïsoleerde ruimten waarin geluidsopnamen worden gemaakt.
Van een ruimte die klankdicht is gemaakt. Potdicht. Met klankgedichten proberen dadaïsten die isolatie te doorbreken, ruimte te creëren, te openen.


Kroegbazengrappen
#081
"Gisteravond hebben we in Diligentia nog eens een Dadaavond [sic] gehad. We hebben weer gebruld en gekrijst, onverschillig of Heine gereciteerd werd, Mendelsohn gespeeld werd, of onzin uitgekraamd. [...]
We hebben gehuild en gejengeld, geblèrd en stommiteiten verkocht, kroegbazen- en boksergrappen gelanceerd, alles om maar te bewijzen dat wij niet Dada zijn.
We hebben zo’n hels en volmaakt onzinnig spektakel gemaakt, dat het nu wel zonneklaar bewezen is, dat wij nog bij ons volle verstand zijn; dat is dus in orde".
Dat schreef een ooggetuige in het Haagse dagblad Het Vaderland september 1927.



Katapeptisch #082
Door veel slaapmiddelen te gebruiken merken we niet dat wij ons van de natuur afsluiten. Na verloop van tijd zal het meest exacte gewrocht, product onze geestelijke genoegens katapéptisch (hetzelfde bevorderend) doorvreten zijn.
Wat wij het veiligst bewaren - zo leert ons de dadasofie - zijn onze slaappoeders. Door zorgvuldig en regelmatig gebruik dezer slaappoeders bemerken wij niet, dat het gehele leven, met drekfranje versierd is.

Opwekking tot contra natuurlijke handelingen.
Het is onmiskenbaar dat wij ziek zijn van overtuigingen.
Hoe ook gespleten gescheurd en met drekfranje versierd meent ieder zich gerechtigd het leven te voeren.

* associatie:
Katapeptisch vind ik vooral een mooi klinkend woord. Ik weet hoegenaamd niet wat het betekent.

Ik heb het niet opgezocht. Het heeft iets wetenschappelijks (biologie/anatomie) en iets van een interessante stijlfiguur.


Kosmische statica #083
De dadaïst zegt niet: ik lig hier in mijn bed en buiten 'mij' rijden de vrachtwagens, omnibussen, auto’s en treinen, jankt een hond of schreit een kind, maar hij is er zich van bewust, dat dit alles te gelijkertijd met dezelfde snelheid, in hetzelfde tempo en met dezelfde intensiteit plaats grijpt.
Kunst is voor hem: leven in ordeloze, anti-naturalistische verschijning, onevenwichtig rapport met de materie als contrast op kosmische statica, in welke laatste de natuur zich begrenst, maar waartegen de geest zich voortdurend verzet. (uit: Caminoscopie, 'n antiphilosophische levensbeschouwing zonder draad of systeem door: Aldo Camini, juli 1921)

Een kunstenaar van het verleden beeldde een stuk natuur zo getrouw mogelijk af.
Deze 'verbeelding' was echter toevallig, zij was plaatselijk en tijdelijk en het daaruit geboren kunstwerk miste eveneens het onbegrensde der kunst.
De kunstenaars noemden zichzelf expressionisten, namen zichzelf te ernstig en de kunst niet ernstig genoeg. In hunne extase zagen zij de wereld scheef, niet recht zoals zij is.
Zij beeldden de wereld uit zoals zij haar zagen, namelijk: scheef.



Kurfürstendammdadaïsmus #084
Op een avond in januari 1918 sprak Richard Huelsenbeck het dadaïstisch manifest uit in de kunstgalerie van Israel Ber Neumann op de Kurfürstendamm in Berlijn.
In het manifest begon hij met het statement dat kunst zowel tijdloos als universeel zal moeten zijn.
Vervolgens plaatste Huelsenbeck het dadaïsme tegenover andere kunstbewegingen – en claimde dat dadaïsme tegen theorie is, en tegen de pers en tegen reclame.
Het manifest eindigt met het statement dat de dadaïstische kunstenaar óók tegen het manifest zal moeten ingaan om dadaïst te zijn.
De dadaïstische kunst is tegenstrijdig.


Kaiserin Dada
#085
De Dada Kaiserin trad op als de assistente van Johannes Baader, de zelfbenoemde Oberdada.
Dat was het geval bij de actie ter gelegenheid van de Dada-Messe en later bij een missie van Baader, die architect was, om een dadaïstische wooncultuur in Detmold te stichten.
Achter de 'Keizerin' ging soms de vrouw van zijn vriend Raoul Hausmann, Elfriede Schaeffer, schuil, soms was dat Erna Hähne, een jeugdliefde.



Kulturschwindel #086
In alle hoeken van het Duitse vaderland probeert een literatorenkliek, met Dada als achtergrond, een vooraanstaande positie in te nemen. Je moet wel talent hebben om je eigen ondergang interessant en aangenaam te maken.
Per slot van zaken maakt het niet uit of de Duitsers hun Kulturschwindel verder ontwikkelen of niet. Laten ze maar onsterfelijk worden. Dada zal, als ze hier sterft, op andere planeten, met ratels en met tromgeroffel, de oude God er aan herinneren dat er lieden waren die de volkomen waanzin van de wereld herkend hadden.

* associatie
Het doet mij denken aan de regelmatige ontdekking van een nieuwe Rembrandt of een VanGogh.



Konstruktivisten #087
Tijdens de Russische revolutie hebben Malewitsch, Lissitzky e.a. een theorie ontwikkeld dat de kunst het uitgangspunt voor
een nieuwe samenleving moest zijn. Deze omgeving moest, in tegenstelling tot het roerige tijdgebeuren, rustig, zuiver en eenvoudig geconstrueerd worden.

De constructivistische kunst beïnvloedde Schwitter, de Stijl groep en het Bauhaus, behalve deze ook de dadagroep.
Gedichten met één enkel woord, getallen, gestempelde teksten, experimenten met een afwijkende typografie van zinnen en letters zijn de concrete poëzie die Kurt Schwitters tientallen jaren in zijn experimentele gedichten toepaste
Hij publiceerde die ook in verschillende Hollandsche avant-garde tijdschriften.

Het experimenteren met de typografie is geen uitvinding van de dadaïsten, zoals de fotomontage, maar het werd door hen wel toegepast en is kenmerkend voor Dada.



Letzte Lockerung #088
Een manifest van Walter Serner heet Letzte Lockerung (laatste verlossing).
Ein Handbrevier für Hochstapler (oplichters) und solche, die es werden wollen.
In Zürich werkt Serner aan het zoveelste tijdschrift getiteld Hirngeschwür (hersenontsteking) maar wordt gearresteerd wegens vermeende Bolsjewistische activiteiten. De politie doorzoekt zijn woning en zijn post wordt in beslag genomen.

Serner kwam een keer bij een dada voorstelling op in een smetteloos kostuum, als voor een bruiloft, en zette een kleermakerspop zonder hoofd op het podium. Hij legde een boeket kunstbloemen aan de voeten van pop. Vervolgens plaatste hij een stoel midden op het podium, ging er wijdbeens op zitten met zijn rug naar het publiek, en begon zijn manifest Letzte Lockerung voor te dragen.
Na nog wat provocaties begon vooral jong publiek het meubilair van de zaal te vernielen, joeg Serner het podium af en het gebouw uit, smeet de kleermakerspop en de stoel kapot en stampte op het boeket.

Tristan Tzara reageert op het manifest:
Er zijn lieden die hun manifesten antedateren om iedereen wijs te maken dat hun idee van hun eigen grootsheid hem net iets eerder te binnen schoot.
Tijdens het naziregime stond werk van Serner, vanwege zogenaamde 'decadentie', op de lijst van verboden boeken.
Zijn uitgever noemde hem iemand met het imago van 'gentlemen-oplichter'.
Hij woonde in verschillende Europese steden en was op het laatst leraar Duits in Praag.
Hij werd er in 1942 samen met zijn vrouw gearresteerd en naar Theresienstadt gedeporteerd.
Met vele anderen werd hij door SS'ers om het leven gebracht in het woud van Biķernieki ten oosten van Riga.

* associatie:
Springen, hoog, hoger. 1,2,3,4,5,6,7,8! Nog 2x8 x .... Nu ontspannen!

* associatie
Te denken is aan een laatste kans die je grijpt als iemand anders zijn klauwen naar je uitsteekt.


Levensfenomenen
#089



De vraag die aan dadaïsten voortdurend gesteld wordt: ‘wat is dada’ is theoretisch evenmin te beantwoorden als alle vragen betreffende andere levensfenomenen. Het antwoord op de vraag ‘wat is dada’ laat zich slechts in de spontane handeling omzetten.

De Dada veldtocht in Holland kwam in een twaalftal steden. Het was de bedoeling Dada voor een geïnteresseerd publiek te introduceren. Het werd in samenwerking met plaatselijke kunstenaars georganiseerd. Theo van Doesburg pamflet 'Wat is Dada?', was na de voorstelling te koop.
De Vaderlandse dag- en weekbladen schreven er 'geschokt' over. De dadaïsten konden zelf rustig een sigaretje opsteken en bekijken hoe het publiek Dada geworden was.


Liberismo
#090
'Tekenen waar het pijn doet’, zo zou je de activiteit van Georg Grosz tussen 1917 en 1932 het best kunnen omschrijven.
Dat zijn werk hard aankwam bleek uit de veroordelingen wegens smaad, belediging, obsceniteit en godslastering.
Hij werd als 'cultuurbolsjewist' Duitsland uitgejaagd.
Met een aantal kunstenaars en dadaïsten opende Grosz de aanval op Keizer, Kerk, Leger, Justitie en de Grootindustrie, de 'steunpilaren van de liberale maatschappij’.
In de pentekening Christus mit der Gasmaske (Jezus aan het kruis met gasmasker op en soldatenlaarzen aan) bracht Grosz communistische woede, dada en christendom onnavolgbaar samen.
Het scheelde overigens weinig of het was ook met Grosz slecht afgelopen. Midden 1917 werd hij weer onder de wapenen geroepen en na een zenuwinzinking kwam hij in een hospitaal terecht, om vervolgens van desertie te worden beschuldigd en veroordeeld te worden tot het vuurpeloton.
Een jonge officier was voor Grosz in de bres gesprongen. Anders hadden we nooit meer iets van de kunstenaar gehoord. Nu verdween Grosz tot vlak voor het einde van de oorlog in een inrichting voor oorlogs-krankzinnigen.

* associatie:
Een gezongen ode aan de vrijheid.


Lakaanalleshebberij
#091
De kunst zoals wij die willen hebben is noch proletarisch, noch burgerlijk, zij ontwikkelt krachten die sterk genoeg zijn de gehele cultuur te beïnvloeden, in plaats van door sociale verhoudingen beïnvloed te worden. Een antwoord op de vraag: moet de nieuwe kunst de massa dienen?

Proletarisch?
Een kunst, welke zich tot een bepaalde klasse van menschen beperkt, bestaat niet.
Mocht ze bestaan, ze was voor het leven onbelangrijk.
Hen, die proletarische kunst willen maken vraag ik: "wat is proletarische kunst? Is dat kunst door proletariërs zalf gemaakt? Of kunst die uitsluitend het proletariaat dient, of kunst die de proletarische (revolutionaire) instincten moet wakker maken? (Theo v Doesburg)


Larousse illustré
#092



De naamgeving van Dada ontstond op één van de bijeenkomsten in Cabaret Voltaire. Hugo Ball draagt het gedicht Karawane voor,
en Tristan Tzara steekt een mes in een Frans-Duits woordenboek en dat wijst dada aan, het kinderwoordje voor stokpaardje.
Het woord Dada komt ook voor in de Larousse Illustré. Ook daar wordt vermeld dat kinderen hun stokpaardje dada noemen.
In het logo van de zeepfabriek Bergmann&Co komen twee gekruiste stokpaardjes voor. In advertenties werden schoonheidsartikelen onder de naam Steckenpferd aangeprezen
Richard Hülsenbeck beweert echter dat hij de naam Dada verzonnen heeft.
Dada werd in ieder geval geschikt bevonden als een naam voor de nihilistische anti esthetische kunst en als een protest tegen de Eerste Wereldoorlog.


Letterklankbeelden
#093



Letterklankbeelden hebben veel weg van de testkaart van een oogarts, maar wees niet misleid want deze letterklankbeelden waren een vernieuwing in de poëzie.
Neem de leestekens en leesregels weg en draag de letterklankbeelden hardop voor.
Ervaar zelf het gedicht!
De klankconstructies waarbij het gaat om typografie, ritme en klankkleur, zonder verwijzingen naar de werkelijkheid, zijn gebaseerd op de Stijl-principes en vertonen overeenkomsten met de letterklankbeelden van I.K. Bonset.



Mavo-groep Murayama #094



In Tokio is een groep rond Tomoyoshi Murayama die zich MAVO noemt.
Ze hebben geen gezamenlijk kunstzinnig uitgangspunt, maar helpen elkaar bij het inrichten van exposities in moeilijke tijden, bijvoorbeeld als er in 1923 in Tokio weer eens een aardbeving is. Ze maken dan ook voor de verwoeste winkels nieuwe uithangborden.
Dat veroorzaakt een opleving voor de avant-garde en voor Dada. Er komt zelfs een café Dada in Tokio.



Manifest Koe #095



Het Duitse woord voor Koe is Kuh, maar dat spreek je precies hetzelfde uit.
In een openingsartikel, een manifest, in het eerste tijdschrift Merz is een koe afgebeeld. Runderen worden in Holland mestvee genoemd, Kurt Schwitters maakt daar Merzvieh van.
Verder staat het manifest vol met dadaïstische adviezen, zoals dat men de melk van verschillende koeien ook in steeds verschillende emmers moet melken. Een koe is een waardig dier en zal nooit de algemene moraal kunnen beschadigen.

* associatie:
Rund (meestal van het type Lakenvelder of in uitzonderlijke gevallen Kempens zwartbont) die als officiële drager van een dadaïstisch manifest naar het plein / het café / de bibliotheek werd geleid om aldaar het manifest te presenteren.
Het manifest werd voor de optocht in gestencilde vorm op de flank van het rund bevestigt.
In de vroeg-dadaïstische traditie ging dit met behulp van reepjes kauwgom die door de schrijvers van het manifest op plechtige wijze werden voorgekauwd.
Toen dit tot klachten leidde van de boer die de volgende dag met een taartvorkje de restjes kauwgom uit de vacht moest plukken werd overgegaan op diervriendelijke eier-lijm.
Op een bijzonder warme en zweterige zomerdag in 1918 verspreidde een met eier-lijm ingesmeerde manifest koe echter zo'n penetrante walm dat de optocht in chaos ontaarde en besloten werd in het vervolg maar geheel van de traditie af te zien.
Tegenwoordig wordt de term manifest koe wel gebruikt voor beroepsdemonstranten van het vrouwelijke geslacht die te pas en te onpas uit eigen dichtwerk voorlezen. Op de flank van de koe is het klankgedicht Karawane van Hugo Ball geplakt.
* associatie:
Grinnikend las ik de tekst. Je zou best zelf dadaïst kunnen worden.
Verander dada in data. Het zal je waarschijnlijk verwonderen, van iemand die aan het dataïsme onschuldig is, van een niet-dataïst één en ander over data te vernemen.
Data: de schrik van de beursgoeroe, van de privacy bewakers, van de designer, de cultuur-industrieel, de Gutmensch; van wie al niet.



Meikever #096
Dada is ook een courant die in een tot in finesses uitgewerkte relaas brengt van een misdaad
(waarvan de lezer onder voorwendsel van medelijden gretig smult)
waarbij in dezelfde kolom een annonce staat van een nieuw afdoend middel tegen reumatische aanvallen en direct daaronder de mededeling van de ontdekking der eerste meikever in Amersfoort. Alles is Dada.


Merzkunst
#097



Na in 1918 door de Berlijnse 'Club Dada' te zijn afgewezen, ontwikkelde Kurt Schwitters zijn eigen variant op het dadaïsme: Merzkunst.
Onder de naam MERZ begint Schwitters in zijn geboorteplaats Hannover een soort kunstbedrijf.
De onverwachte verschijning van primitieve eigenschappen werd Atavistisch genoemd; ofwel een nieuwe verschijning van eigenschappen die wel aanwezig waren in een bepaalde tijd in het verleden, maar die in tussenliggende generaties afwezig waren.
Merzkunst krijgt een plaats tussen het Expressionisme, Futurisme, Dadaïsme, Activisme, Suprematisme, Kubisme, en Constructivisme.

De naam van zijn éénmans bedrijf knipte Schwitters uit een opschrift: 'Kommerz und Privatbank', dat op een gebouw stond waar hij toevallig voorbij kwam.

Oorspronkelijk schreef Schwitters futuristische gedichten. Dat werden Merzgedichten genoemd.
Er is een duidelijke relatie met zijn beeldende werk waarin hij letters stempelde en teksten plakte.
Hij aarzelde tussen 'Sturmkunst' en 'Dadakunst' in ieder geval zijn de meeste in 'Sturm'-uitgaven gepubliceerd.



Het meest bekende gedicht is 'Die Blume Anna'*) [1922)
Er bestaan vele varianten van dit gedicht met verschillende typografie.
Bij politieke rellen werd geroepen 'Rote Blume, Rote Anna Blume' en Kurt zwaaide vanuit een autoraam als een 'Generalfeldmarchall' naar het opgewonden publiek.

Hij schreef een prijsvraag uit: 1. Anna Blume hat ein Vogel. 2. Anna Blume ist rot. 3. Welche farbe hat der Vogel?Tijdens de rijksdagverkiezingen worden briefjes namens de MPD ( Mehrheits Partei Dada of Merz Partei Duitschland) uitgedeeld met de oproep: "Wahlt Anna Blume"

* associatie:

Wat betekent het woord of de naam... er zijn veel woorden die mij niet iets zeggen maar wel tot de verbeelding spreken.

meer over Merz
kunst


Mechanisch symbolisme #098
De zuster van Marcel Duchamp, Suzanne Duchamp, gebruikt in haar dadaïstische werk, vormen van machines, het zogenoemde mechanisch symbolisme.
De vervanging van romantische sentimentaliteit door een voorliefde voor allerlei mechanische constructies die als afbeelding van de mens en zijn seksuele activiteiten moeten dienen. Marcel en Suzanne hebben een innige relatie en haar huwelijk met Jean Crotti, een vriend van Marcel is een schok voor hem.
Onder invloed van Crotti, is Suzanne begonnen dadaïstisch te werken, beeldend, literair, grafisch en vormen van theater.

*associatie
Zoiets als met de optocht meelopen, maar niet weten waar die heen gaat en waarom.


Mechano-Dada
#099
Een mechanische dans. van een, door Vilmos Huszar ontworpen, hoekige aluminium pop, die telkens een arm of been optilt.
Ze bewegen door middel van tien toetsen. Elke beweging is rechthoekig, berekend, niets is toeval.
De voorstelling wordt afgesloten met de 'Rag Time Parade' van Eric Satie, omgedoopt in: 'Rag-Time-Dada' of 'Dada-Rag-Time'.
Eric Satie was er niet de man naar om zich bij een beweging aan te sluiten, hij kreeg die kans niet eens van de dadaïsten.
Hij schreef zijn stukken in de vorm van een peer, en componeerde 'Meubelmuziek'. In het blad de Dadaphone werd Satie bespot en beschimpt door voorman Tristan Tzara.


De dansmaskers van Marcel Janco, dwingen eveneens tot een soort bewegingstheater. "Janco heeft voor de nieuwe dadasoiree een aantal gemaakt. We bonden elk meteen een masker op.
Toen gebeurde er iets vreemds. Het masker vroeg niet alleen om een kostuum, het dicteerde ons bovendien tot een pathetische manier
van bewegen, op het randje van de waanzin".



Machinekunst #100



"Die Kunst is tot. Es lebe die Maschinenkunst von Tatlin"

Zo luidde in 1920 het opschrift op een affiche van Berlijnse dadaïsten.
Ze wisten weinig van het werk van de Russische kunstenaar Vladimir Tatlin [1885-1953], want buiten Rusland was die indertijd nog niet tentoongesteld.

De dialectiek is een grappige machine die ons, op een banale manier, naar opinies leidt die we anders toch ook wel gehad zouden hebben.
Al met al leidt dit tot de dadaïstische spontaniteit. De dadaïst streeft naar ‘actieve eenvoud’.
Elke handeling is echter te vergeefs, gemeten naar de eeuwigheidsschaal, de mens is machteloos.

Elk product van de walging kan leiden tot een ontkenning van het gezin is 'dada'. DADA DADA DADA gevloek van irritante kleuren, ineen strengeling van tegenstellingen en van tegenstrijdigheden, van inconsequenties: HET LEVEN schreeuwen schreeuwen!
(Tristan Tzara 1918)

* associatie:
Een akoestisch verschijnsel dat in het grensgebied tussen Nederland en Duitsland werd waargenomen, meer in het bijzonder bij de grens tussen Drente en Duitsland. Er bestaan verschillende verklaringen voor dit verschijnsel, waarvan de meest waarschijnlijke is dat de olieboortoren die in drijfzand onder de grond verdween, nog altijd aan het draaien is. Meestal te horen op zondagen.



Menschen leben erleben #101



'Erleben', beleven, is voor dadaïsten een belangrijk begrip.
De groep 'Die Freie Strasze' wil een vitaal elan, wil weer beweeglijk worden,
De schrijver en medeoprichter van Dada Berlijn, Franz Jung zegt: "Maar zoals de literatuur niets zonder het 'leven' is ook het revolutionaire leven niets zonder literatuur".
Hij kiest als motto: 'Was suchst du Ruhe, da du zur Unruhe geboren bist' (Thomas von Kempen [1379-1471)


Franz Jung was oorlogsvrijwilliger zowel als deserteur, links-radicale activist en terrorist. Hij zat vijf keer in de gevangenis en in een concentratiekamp. Had zware depressies en was drie keer getrouwd.
Hij stierf in 1963, 74 jaar oud.



Mona Lisa #102


Voor een een Dada expositie in Parijs in 1920 stuurt Marcel Duchamp een kleurenreproductie van de Gioconda van da Vinci in,
Daarop heeft hij de Mona Lisa een baard en snor gegeven.
Hij noemde het werk: 'L.H.O.O.Q. dat staat voor: 'Elle a chaud au cul' (Ze is geil).

Het dadaïsme heeft de schone kunsten overvallen, heeft de kunst een magische stoelgang genoemd,
de Venus van Milo een lavement gezet en ‘Laocoön en zonen’ na hun duizendjarige worsteling met de ratelslang gelegenheid geboden
om er eindelijk uit te stappen.

Het dadaïsme heeft van het bevestigen en ontkennen nonsens gemaakt.
Om aanmatiging en verwaandheid te vernietigen was het destructief. (Hans Arp)


Melke-Melke
#103



Tijdens de beruchte avonden in Cabaret Voltaire zorgde Hugo Ball ophef met het voorlezen van fragmenten uit zijn roman,
Tenderenda de Fantast, geschreven tussen 1914 en 1920.

Het vermakelijke zit in de suggestie van zinnigheid: in grammaticaal kloppende zinnen onzin verkopen.
Zoals in dit fragment:
"In een lift met tulpen en hyacinten ging Melke-Melke naar het dakterras van het Grand Hotel metafysica.
De ceremoniemeester, die moest de astronomische apparaten nog in orde brengen.
De jubelezel (feestvarken) laafde zich gulzig aan een kom frambozensap. Toen hij zich vol gedronken had balkte hij met ver reikende stem: welkom.
Dit is de kwintessens van het fantastische, hoog op een dakterras, de jongeheer Foetus moet baren: Melke-Melkes ogen vatten vlam. Haar lichaam werd gevuld met graan, wierook en mirre, waardoor de beddendekens de hoogte in welfden".


Bijna een halve eeuw bestond het boek alleen in de herinnering van de dadaïsten, maar niemand had het ooit gezien.
Het verhaal werd een mythe. Tot het manuscript in 1967 weer opdook en alsnog in beperkte oplage werd gepubliceerd.



Negerliederen #104
Op Expressionistische avonden in Cabaret Voltaire werden wonderlijke negerliederen uitgevoerd.
Altijd begeleid met de grote trom: bom bom bom bom - drabatja mo gere, drabatja mo bonooooooooooo.
Het hilarische optreden oogstte veel bijval. Negergedichten waren de specialiteit van Richard Huelsenbeck.

Het waren zelfbedachte nonsensteksten, die steevast eindigden met het door de dichter vol pathos uitgebrulde refrein: ‘Umba, umba.

Volgens deze opzet is Cabaret Voltaire ontstaan. Hij wilde hiermee de klassieke literatuur de grond in stampen.
De pers heeft het over 'negersongs' en agressieve exhibitionistische verzen.


N.B.
Het begrip negersongs stamt uit de Dada periode en het is de vraag of dit heden ten dage nog als zodanig gebruikt kan worden. Hier is het historisch aangehaald.

* associatie
Dada mengt zich in de Zwarte Pieten discussie.



Nieuwe dichtkunst #105
Dadadichters laten alle conventionele taalopvattingen in stukjes uiteen vallen. Lust tot vernietiging leidt tot lust van scheppende verbeelding met een constructieve opbrengst.
Tristan Tzara geeft het recept:
Neem een krant en knip zorgvuldig alle woorden van een artikel uit en stop die in een zak. schud voorzichtig en haal één voor één de woorden uit de zak en plak of schrijf ze in die volgorde op.
De dichter zal een diepzinnig en fijngevoelig, maar toch onbegrepen, mens zijn. Het plebs snapt het niet.

Het algemene onderwerp der kunst is evenwichtige verhouding of harmonie.
In de meest moderne kunstuiting, althans in haar consequentie (Abstracte Kunst of Nieuwe Beelding) is een maximum van uitdrukking der kunstidee bereikt.


Neo-vitalisten
#106
Wij Neo-vitalisten, dadaïsten, destructieve constructivisten hebben het geheele etterveld, dat het lichaam der wereld verbergt bloot gelegd roepende: ‘Kijk kijk kijk hier hier hier niets niets niets.’
Zonder gummistok boven ons hoofd zouden wij de rust die wij genieten, verstoord voelen.
Wat wij echter het veiligst bewaren - zoo leert ons de dadasofie - zijn onze slaappoeders. (I.K.Bonset)


In het dada-manifest is geschreven:
Wij willen: opstijgen, omverwerpen, bluffen, treiteren, dood kietelen, zonder omhaal dompers en negatieven zijn.
Onze zaak, is de oorzaak van intensiteit, ascetisme, methodisch fanatisme, vlaggen en samenzwering.
We zullen altijd 'tegen' zijn.
We zullen het spirituele leiderschap op ons nemen.
We trekken te velde tegen de hersenwezens, de geestwezens, de systeemlingen.

* associatie:
Vitalis, de oude man die zich ontfermt over het jongetje Rémi, de hoofdpersoon in Hector Malot's boek "Alleen op de wereld", was voor een bepaalde groep mensen inspiratie om net als de man in het boek een zwervend leven te gaan leiden.
Anders dan Vitalis de romanfiguur waren het niet allemaal gederangeerde operazangers, maar de liefde voor het lied en voor straatoptredens was er niet minder om. Ze trokken rond met een aap en een paar honden die kunstjes vertoonden op marktplaatsen en overal waar ze een publiek vonden.



Non plus-ultra #107
Om een manifest uit te brengen moet je het ABC tegen het 1.2.3. laten fulmineren.
Zorg dat je in opstand komt en discrimineer het kleine abc.
Schreeuw, vloek, zorg voor absolute tegenstrijdigheden om je non plus ultra te bewijzen.
De manifesten eindigden meestal in een Babylonische spraakverwarring omdat bevestiging en ontkenning in het dadaïstische denken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Daarom telde de beweging ook evenveel dadaïsten als anti-dadaïsten.



Ome Jan's grillroom #108



Een Nederlandse ex-zeeman Jan Ephráim, is uitbater van de Holländische Meierei, omgedoopt tot Oome Jan's Grillroom 'Hollanderstubli'.
Hij vraagt aan de politie toestemming om in de bovenzaal Spiegelgasse nr.1 in Zürich het Cabaret Voltaire te houden.
Het wordt een verzamelplaats voor artistiek amusement en intellectuele uitwisseling. Speciaal voor jonge kunstenaars, om elkaar te inspireren, te debatteren en hun eerste werk te laten zien.
Een dergelijk lokaal ontbreekt in Zürich en is noodzakelijk als tegenwicht tegen de almaar talrijker opkomende mondaine en officiële cabarets en duistere tingeltangels.
Al eerder had de waard onderdak geboden aan het Cabaret Pantagruel, een literair gezelschap.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had dat cabaret Duitse emigranten, zoals Hugo Ball en Emmy Hennings aangetrokken, die zaten met een vals paspoort en zonder verblijfsvergunning in Zürich. Emmy was aan morfine verslaafd en moest tippelen, zeer tegen de zin van Hugo in.


Het is 1916.
Dada is de meest duidelijke vernieuwing van een vormloze tijd. Dada heeft echter geen eeuwigheidswaarde.
Toen Dada het overheersende bedrog uit die tijd zag, heeft zij de wereld failliet verklaard. Men zou het dadaïsme de a-nationale uitdrukking van de collectieve levenservaringen der mensheid in het interbellum kunnen noemen.
Dat wat in de moderne samenleving verborgen bleef, kwam door Dada tot herkenbaarheid.

* associatie
Een soort Dada Patatkraam?



Ontaarde kunst #109



In de zomer van 1937 werden de schilderijen en collages van Kurt Schwitters opgehangen op een tentoonstelling van zogenoemde Entartete Kunst in München.
Hitler had persoonlijk de kunstwerken uitgezocht met de gedachte dat alleen Nazi's konden vaststellen wat kunst was en wat niet.
Het was duidelijk dat terugkeer van Schwitters naar Duitsland voorgoed onmogelijk was.

Tijdens het Derde Rijk hield Schwitterszich koest en emigreerde naar Noorwegen. Maar de Gestapo was hem op het spoor.
Toen de Nazi's in 1940 Noorwegen binnenvielen moest hij opnieuw vluchten.
Hij kwam uiteindelijk in Engeland aan waar hij tot november 1941 geïnterneerd werd.
Het is moeilijk voor te stellen dat zijn mooiste werk gemaakt is in een tijd van toenemende isolatie en wanhoop voor een kunstenaar.


Onkuise inhoud #110


Beatrice Wood, met links Duchamp


Samen met Marcel Duchamp richt Beatrice Wood het tijdschrift The Blind Manop, maar dat mag, wegens onkuise inhoud, niet verkocht worden.
Geen nood, de exemplaren werden op tentoonstellingen verspreid. Daarbij werd gemeld dat indien men meer van deze inhoud wenste men een briefje naar de redactie moest schrijven. Jammer genoeg waren ze vergeten het adres te vermelden, dat werd haastig op de omslag gestempeld.

Via Duchamp werd Beatrice opgenomen in de kring rond de galerie van Walter en Louise Arensberg,
waar zij ook o.a. de fotograaf Man Ray en de schilder Frances Picabia ontmoette.
Walter Arensberg was een rijke dichter en liefhebber van moderne kunst.

Onder invloed van Duchamp ging Beatrice Wood weer tekenen en schilderen. In 1917 exposeerde zij op de tentoonstelling van de Society of Independent Artists.


Ophangen #111
Uitspraak van Kurt Schwitters over twee geschilderde portretten van respectievelijk Hitler en Goebbels:
"Wat zullen we doen?
Zullen we ze ophangen of tegen de muur zetten?" [1936]



Ober-dada #112



De architect en schrijver Johannes Baader [1875-1955] noemt zichzelf 'Oberdada'.
Hij studeerde architectuur aan de Nationale School van Stuttgart, in combinatie met een stage om te leren metselen.
Voor militaire dienst is hij ongeschikt wegens manisch-depressieviteit.

In 1914 schreef hij "Veertien brieven aan Christus ', waarin hij zich uitgeeft als diens reïncarnatie.
Hij schreef een pamflet tegen de oorlog, stuurde dat naar Keizer Wilhelm II en verbood hem om de strijd voort te zetten. Hij kreeg twee jaar gevangenisstraf.

Hij maakt tekeningen met utopische, messiaanse metafysische en monumentale proporties, die hij 'spirituele architectuur' noemt.

In 1915, ontmoet hij Raoul Hausmann.
Ze richten het tijdschrift 'Der Dada' op en leiden spectaculaire acties zoals het starten van een 'kerkheiligdom' om deserteurs te beschermen.
Eind 1918, verschijnt het manifest 'AK12', waarin hij een parallel trekt tussen de verzen van de Apocalyps en de datum van de wapenstilstand en de nederlaag van Duitsland. Hij veroorzaakt een schandaal door in de kathedraal van Berlijn "Christus ist euch Wurst" voor te dragen. Hij werd gearresteerd voor godslastering, maar beriep zich op zijn recht op de vrijheid van meningsuiting.

In 1919, kondigt hij met Hausmann, de geboorte van de republiek dadaïstische Nikolassee aan.
In reactie op het Verdrag van Versailles (28 juni 1919) publiceert hij 'Buch des Weltfriedens, een Oberdada-Handbuch'.
Tijdens de oprichting van de Republiek van Weimar, gooit hij folders tegen de Weimar dadaïsten in de vergadering van de Nationale Assemblee en noemt zichzelf 'president van de wereld en het heelal'.
Na zijn Dada periode studeerde bij Walter Gropius in het Bauhaus. In 1920 naar Hamburg als journalist.

In de jaren 1930, werd hij wegens zijn voorliefde voor mythologie ten onrechte voor een nazi gehouden.
Johannes Baader als dadaïst blijft een onbekende als gevolg van de vernietiging van een groot deel van zijn manuscripten en collages. Voor hij Berlijn verlaat ze vertrouwt hij ze aan een vriend toe. In 1939, werd het huis waar ze verstopt waren geplunderd door het Rode Leger. De documenten zijn in Berlijn bewaard gebleven tijdens de vernietiging van de hoofdstad.
Wat dada is weten niet eens de dadaïsten, maar alleen de opperdada en die vertelt het aan niemand.


Parade amoureuze #113



Het is de titel van een schilderij van Frances Picabia (1917)
Hij schildert veel zogenoemde machinebeelden en het werk is op het eerste gezicht niet wat men zich zou voorstellen bij een ‘parade amoureuse’. Toch zitten er in de afgebeelde mechanica, zoals vaker in het werk van dadaïsten, verwijzingen naar de geslachtsdaad.
Gabriëlle, de ex van Picabia beschrijft in haar boek 'Aires Abstraites' het werk van de Dada-beweging in New York. Over haar echtgenoot schrijft ze: “Rond 1940 schilderde hij merkwaardige schilderijen”, het waren een soort pin-ups. Dat noemde hij zijn peinture alimentaire, zijn levensmiddelenkunst. In de oorlog had hij namelijk geld nodig voor de dagelijkse maaltijd. De sultan van Marokko heeft veel van zijn erotische schilderijen gekocht om in zijn harem op te hangen. Voor hem heeft hij ze speciaal gemaakt."

* associatie:
Een parade amoureuze flirt met een soort Europeanenonderhandelaars, maar zeker niet een provocatie van een 'radikale künstlerin'.



Pantagruel #114
Dualisme brengt de dadaïst in verrukking. Te leven, deels als de zelfbewuste nieuwe mens:
Pantagruel (roman uit de zestiende eeuw door François Rabelais) en deels zoals de heilige Franciscus die voor vogels preekt en wormen veilig aan de andere kant van de weg brengt.

Vanaf de lente van 1914, had de waard van Künstlerkneipe Voltaire, onderdak geboden aan het Cabaret Pantagruel, een literair gezelschap dat vermaak wilde bieden van hoogstaander allooi dan de alom tierende tingeltangel.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had dat cabaret als een magneet gewerkt op emigranten, onder wie Marietta di Monaco en Walter Serner, die ook tot de dadakring zouden behoren.
Als 'Cabaret Voltaire' is het de bakermat van dada geworden.



Pessimistische filosofie #115
Voor de dadaïst is een boom slechts het toevallige middelpunt van een bewogen wereld die alweer verandert op met moment dat de dadaïst spreekt en dicht.

Wie dada verwisselt met data komt tot een opmerkelijke overeenkomst: "De werkelijke dataïst neemt voor niets stelling, noch voor kunst, noch voor politiek, noch voor filosofie of godsdienst.
Elk merk heeft aftrek zolang niet een nieuw merk is uitgevonden. Voor de dataïst berust de bestaansmogelijkheid van dezen ballast slechts op twee dingen: reclame en suggestie".

De godsdienst door het kruis, Apple door zijn logo, Facebook door zijn likes, Kurzweil door zijn singulariteit. Data wil niet bekeren.
(Virtuele tekst aangetroffen in een onbeheerde database in een uithoek van het digitale universum)

* associatie

Het paradigma hiervan lijkt Freud te leveren, namelijk met de speculatieve gedachte dat het leven ooit werd opgewekt door een traumatiserende inwerking van buitenaf op dode stof. Het leven wordt tot zichzelf opgeschrikt.

Dataïst

* betekenis:
Het antwoord op de vraag “wat is data” laat zich slechts in de spontane handeling omzetten.
Te menen dat dataïsme tot nieuwe kunstvormen als video games, digital art, computeranimatie, en cyborg art enz. behoort is een dwaling.
Data is geen kunstbeweging Data is een basale beweging die zich keert tegen alles, wat wij ons als levensbelang voorstellen. (uit: Wat is Dada. Virtuele tekst van Theo v Doesburg (1883-1931), door Jos de Mul aangetroffen in een onbeheerde database in een uithoek van het digitale universum.
.
* associatie:
Dat is wel een goeie. Iedereen lijkt tegenwoordig wel hetzelfde te doen met data dus hoog tijd om er eens iets anders van te maken.
Runderen worden in Holland mestvee genoemd, Kurt Schwitters maakt daar Merzvieh van. Zijn manifest staat vol met dadaïstische adviezen, zoals dat men de melk van verschillende koeien ook in steeds verschillende emmers moet melken. Een koe is een waardig dier en zal nooit de algemene moraal kunnen beschadigen.
Maar dat melken van verschillende koeien in verschillende emmers lijkt me wel onhandig.
Alhoewel ik de grootste lol had om met m'n genummerde eieren online te kijken of ik ook de fiproniel-lotto had gewonnen.
Als we straks ook fiproniel-melk krijgen zou je wel precies langs het juiste emmertje de besmette koe terug kunnen vinden.

Nog meer Data
Een stukje uit een dadamanifest getransponeerd in data ideologie: "Van elk ‘ja’ ziet Data gelijktijdig het ‘neen’. Wij post-vitalisten, dataïsten, destructieve constructivisten hebben het gehele etterveld, dat het wereldwijde netwerk verbergt, bloot gelegd roepende: “Kijk kijk kijk hier hier hier niets niets niets.”
Zonder firewall boven ons hoofd zouden wij de rust die wij genieten, verstoord voelen. Wat wij echter het veiligst bewaren - zo leert ons de datasofie - zijn onze digitale dromen.
Door zorgvuldig en regelmatig gebruik van deze antidepressiva bemerken wij niet, dat het gehele leven met digitale drekfranje versierd is."
Hiermee is het melken in verschillende emmers te verklaren.



Proletkunst, manifest #116
Een antwoord op de vraag: moet de nieuwe kunst de massa dienen?
Een kunst, welke zich tot een bepaalde klasse van menschen beperkt, bestaat niet. Mocht ze bestaan, ze was voor het leven onbelangrijk.
Hen, die proletarische kunst willen maken vraag ik: "wat is proletarische kunst? Is dat kunst door proletariërs zelf gemaakt? Of kunst die uitsluitend het proletariaat dient, of kunst die de proletarische (revolutionaire) instincten moet wakker maken?" (Theo v Doesburg)




“Een proletarische kunst bestaat niet, omdat wanneer de proletariër, wanneer hij kunst creëert, niet langer proletariër blijft, maar kunstenaar wordt.
De kunstenaar is proletariër noch bourgeois en wat hij creëert behoort tot het proletariaat noch de burgerij, maar is van iedereen.
Als de kunst nu tendentieus proletarische instincten zou moeten oproepen, dan bedient zij zich in feite van de zelfde middelen als de kerkelijke of nationalistische kunst.
De kunst moet enkel met haar eigen middelen de scheppende krachten in de mens oproepen, haar doel is de volle mens, niet de proletariër of de burger.” (uit:Vladimir Tatlin, Ontwerp voor een Monument voor de Derde Internationale 1919)



Privatbank #117
Onder de naam MERZ begint Kurt Schwitters in zijn geboorteplaats Hannover een soort kunstbedrijf.
Hij ontwikkelde, nadat hij in 1918 door de Berlijnse 'Club Dada' was afgewezen, zijn eigen variant op het dadaïsme: Merzkunst.
De onverwachte verschijning van primitieve eigenschappen werd Atavistisch genoemd; ofwel een nieuwe verschijning van eigenschappen die wel aanwezig waren in een bepaalde tijd in het verleden, maar die in tussenliggende generaties afwezig waren.
Merzkunst krijgt een plaats tussen het Expressionisme, Futurisme, Dadaïsme, Activisme, Suprematisme, Kubisme, en Constructivisme.

De naam van zijn éénmans bedrijf knipte Schwitters uit een opschrift: 'Kommerz und Privatbank', dat op een gebouw stond waar hij toevallig voorbij kwam.


Publieke belediging
#118
Dada dreef de spot met de kunst van die tijd.
Gewone voorwerpen werden tot kunst verklaard.
Collages van advertenties werden gedichten.
Marcel Duchamp
wilde de oude kunst belachelijk maken door alledaagse objecten (ready mades) kunstvoorwerpen te noemen.
Het was de bedoeling het publiek te shockeren. Ze deden aan publieke belediging.
Er ontstonden regelmatig gevechten in het Cabaret Voltaire en bij andere gelegenheden waar Dada optrad.



Provocatie #119
Alles is zinloos, vanuit dit standpunt richten de dadaïsten hun pijlen vooral op de bourgeoisie, maar ook gevestigde kunst werd geprovoceerd. De provocaties hadden wel degelijk het gewenste effect.
Kurt Schwitters
hield een Dada-avond. Hij droeg gedichten voor, met naast hem een glazen stolp met daarin twintig muizen.
Na afloop tilde hij de stolp op waarop de muizen naar alle kanten wegrenden.
Hij wilde daarmee zeggen: dit is geen provocatie maar een moment van pure paniek en angst.



Parallelerscheinung #120
Ondanks, of als gevolg van, de antiartistieke toon die de dadaïsten aansloegen, gaven ze de eerste stoot naar een artistieke avant-garde en het daaraan parallelle verschijnsel van anarchistische ideeën.
Dada ist die große Parallelerscheinung zu den relativistischen Philosophien dieser Zeit,
Dada ist kein Axiom,
Dada ist ein Geisteszustand, der unabhängig von Schulen und Theorien ist, der die Persönlichkeit selbst angeht ohne sie zu vergewaltigen.
Man kann Dada nicht auf Grundsätze festlegen.“Hört man diese Sätze, fühlt man sich zu Recht an den deutschen Philosophen Friedrich Nietzsche erinnert".

* associatie:

Het verschijnsel waarbij twee mensen die het oneens zijn en tegen elkaar in praten, onverwacht op hetzelfde moment hetzelfde zeggen.



Ploeploesj en Plimplamplasko #121
Ieder ding heeft een woord, maar dat woord is een ding op zichzelf geworden.
Waarom kan een boom niet 'ploeploesj' heten en als het geregend heeft: 'ploeploebasj'?
Het woord, mijne heren! Het woord is, om zo te zeggen, een publieke aangelegenheid van de eerste orde.
Hugo Ball schrijft in Ticino gedichten en stuurt een convoluut (een bundel samengebonden losse bladen) met dadaïstische poëzie Plimplamplasko Der Hohe Geist naar zijn uitgever in Berlijn. (Hugo Ball 1916)


Radikale künstler #122
De groep Radikale Künstler ( Hans Richter e.a.) maken in 1919 de revolutionaire ontwikkelingen in München mee.
Daar is een Radenrepubliek in voorbereiding. Ze willen een revolutionaire kunstenaarsgroep oprichten.
Die moet voor de 'Nieuwe Kunst' een centrale rol opeisen. Maar die rol blijft toch wel voorbehouden aan een constructieve voortzetting van Dada.

Marcel Janco was redacteur van het blad Contimpornul, het belangrijkste avant-gardeblad van Roemenië. Hij schreef dat 'Alleen de daad van het abstraheren, de kunst kon bevrijden van een 'sentimentele slavernij'.
Abstractie zou een einde maken aan het gif van de 'zuivere Hoge kunst', 'net zoals SO4H2 vlooien doodt'



Reichswehr #123
De Reichswehr, het leger van de Republiek van Weimar, doet aangifte van ‘Beleidigung der Reichswehr’ door de organisatoren van de Eerste Internationale Dada-Messe en een aantal deelnemende kunstenaars.
De ergernis betreft een tekening van George Grosz, waarop Jezus aan het kruis hangt met een gasmasker op. Vooral het gebruik van de woorden: ‘Gott mit uns’, de lijfspreuk van het leger, die op de sluiting van de koppelriem staat, wordt als belediging opgevat.


Ready mades #124



De uitvinder van de ready made is Marcel Duchamp.
Het zijn gebruiksvoorwerpen die tot kunstwerk worden verheven. De ready mades verschenen in de kunstwereld.
De eerste was een flessenrek, dat hij in 1914 exposeerde. In maart 1917 stelde hij zijn beroemdste ready made ten toon, een urinoir met als titel Fontein, op een tentoonstelling in de Grand Central Gallery te New York.
Een replica van ready made Fountain, een gekantelde pisbak, werd door de conceptuele kunstenaar Pierre Pinocelli in 2006 met een hamer bewerkt.
Dat werd als een Dadaïstische ingreep gezien.



Republik Nicolassee #125
"De Zentralamt van de Dadaïstische Beweging kondigt aan dat op 1 april 1919 de Dada Republiek Nikolassee opgericht wordt.
Dat moet haast wel tot grote troepenbewegingen leiden.
Er waren 40.000 soldaten in Berlijn om een communistische opstand te voorkomen. (Raoul Hausmann)



Rastaquouère
#126
In zijn dadaïstisch-philosofisch werk: Jésus-Christ Rastaquouère, geeft Frances Picabia een geestige uiteenzetting van wat onder rastaquouère verstaan moet worden.
De Rastaquouère is bezeten door het verlangen om diamanten te eten.
Hij bezit een paar uiteenlopende lompe en naïeve gevoelens.
Hij is eenvoudig en teder.
Hij jongleert met alle voorwerpen die hij te pakken krijgt, maar hij weet niet hoe hij ze moet gebruiken.
Hij wil uitsluitend jongleren.
Maar de Rastaquouère is niet een soort koorddanser.

Deze uitleg typeert volkomen de dadaïst.
Het is iemand die op grote voet leeft, zonder dat men weet waarvan.



Revon #127
Onder het motto: 'Wat zijn dat toch voor bomen, waar grote olifanten onder wandelen, zonder zich er aan te stoten', schreef Kurt Schwitters in zijn stuk 'Die Grosze Glorreiche Revolution in Revon'.
Op één van de Dada-avonden leest hij het verhaal van een man die, door alleen maar stil te staan, een revolutie ontketent in de vrijstaat Revon.



Simultanistisch #128
Het Simultanistische gedicht is een verstrengeling van alles.
Op de activistische happenings, een reeks soirees, werden klankgedichten en simultaan gedichten voorgedragen, bijvoorbeeld over een wedstrijd tussen een typemachine en een naaimachine.
Het waren voornamelijk provocaties van het publiek.
Een paar kunstenaars lezen verschillende gedichten, tegelijkertijd en door elkaar, voor terwijl anderen op de achtergrond kabaal maken.
De invoering van het simultaangedicht geldt als communistisch staatsgebed.



Statisch #129
Een woord van zijn betekenis ontdoen en zo zinloos maken, dat is dada in zijn pure vorm.
Woorden worden klanken, klanken worden woorden.
Dit principe van knippen en plakken, woorden of voorwerpen uit hun context halen en in een nieuw verband plaatsen, is de directe voorloper van het huidige samplen.
Verschillende kunststijlen zijn met elkaar gemengd.
Woorden en zinnen zo aan elkaar geplakt dat het er als een ritmische tekening uitziet.
Omgekeerd zijn afbeeldingen en tekeningen op een manier bewerkt dat die als een tekst gelezen kunnen worden. Schilderijen zodanig bewerkt dat er een plastische beeldwerking ontstaat.
Dit alles teneinde de grenzen van de kunststijlen uit te wissen.

Het Statische gedicht maakt de woorden tot individuen, van de drie letters 'bos' komt het bos met zijn bomen kruinen, de boswachter, het wilde zwijn, en misschien ook het hotel Bellevue of Bella Vista tevoorschijn. Dadaïsme leidt tot ongekende nieuwe mogelijkheden en uitingen van alle kunsten.


Stokpaardje Steckenpferd #130
De naamgeving van Dada ontstond op één van de bijeenkomsten in Cabaret Voltaire. Hugo Ball draagt het gedicht Karawane voor, en Tristan Tzara steekt een mes in een Frans-Duits woordenboek en dat wijst het woord dada aan, het kinderwoordje voor stokpaard.
Het woord Dada komt ook voor in de Larousse Illustré. Daar wordt vermeld dat kinderen hun stokpaardje dada noemen.
In het logo van de zeepfabriek Bergmann &Co komen twee gekruiste stokpaardjes voor. In advertenties kwamen schoonheidsartikelen onder de naam Steckenpferd voor. [1906]
Richard Hülsenbeck beweert echter dat hij de naam Dada verzonnen heeft.
Dada werd in ieder geval geschikt bevonden als een naam voor de nihilistische anti esthetische kunst en als een protest tegen de Eerste Wereldoorlog.


Suprematisme #131
Malevich (1879-1935) wilde de kunstzinnige expressie laten bepalen door de beeldende middelen zelf. In zijn beeldende taal probeerde hij menselijke emoties op een rationele manier te ordenen.
Hij gebruikte meetkundige, geometrische vormen op een wit of grijs vlak.
In zijn schilderijen ontstaat vaak een ongrijpbare ruimtewerking, zoals bijvoorbeeld 'Zwart Suprematistisch Vierkant' (1915).
Malevich noemde zijn kunst Suprematisme.



Seksualiteit
#132
Richard Huelsenbeck herinnert zich: "Ik liep met Tristan Tzara, de beroemde dadazanger, 's avonds over de Bahnhofstrasze.
De jurken van de voorbijkomende vrouwen waren je reinste glasarchitectuur qua doorzichtigheid" ‘
De dadaïstische inventarisatie van de contemporaine onderbuik van de maatschappij – met de genitaliën in het midden’.
Seksualiteit heeft in de dadaïstische kunst en literatuur vaak een vaak een commercieel randje, gesitueerd in nachtclub of cabaret.



Sentimentalität
#133
De vervanging van romantische sentimentaliteit door een voorliefde voor allerlei mechanische constructies die als afbeelding van de mens en zijn seksuele activiteiten moeten dienen. Op een wit scherm verschijnt als een schaduw een hoekige, aluminium, mechanische figuur, die telkens een arm of been optilt.
De vormen zijn doorzichtig, groen en rood.
Ze bewegen door middel van tien toetsen.
Elke beweging is rechthoekig berekend, niets is toeval.
De dans wordt begeleid met claxon- en houtbegeleiding, 'Dada-Rag-Time'.



Sincopations #134
Op Expressionisten avonden werden liederen uitgevoerd die altijd met de grote trom: bom bom bom bom - drabatja mo gere, drabatja mo bonooooooooooo - begeleid werden.’
Het optreden oogstte veel bijval.
Dit soort oerwoudgedichten waren de specialiteit van Richard Huelsenbeck.
Het waren zelfbedachte nonsensteksten, die eindigden met het door de dichter uitgebrulde refrein: ‘Umba, umba.
Op een dadaïstenavond in Berlijn (1918) waar het gaat over 'Het Dadaïsme in het Leven en de Kunst' presenteert George Grosz eigen verzen onder de titel 'Sincopations'. De pers heeft het over 'negersongs' en agressieve exhibitionistische verzen.
Grosz is een liefhebber van jazz.


Het begrip oerwoudgeluiden kwam in de pers terecht zoals tegenwoordig in verslagen van voetbalwedstrijden. Hier is het historisch aangehaald.


Silbergäule #135
In het tijdschrift Die Silbergäule (Schimmelpaard ?) verscheen een reeks met gedichten en collages van verschillende dadaïsten zoals 'Anna Blume' van Kurt Schwitters en werk van Hans Arp. zoals 'Die Wolkenpumpe'.
De uitgeverij, die ook van plan was een parodie: Mein Krampf uit te geven, werd in 1935 gesloten en de directeur, Paul Steegemann, kreeg een Berufsverbot.



Stijl, de #136


Ontwerp Vilmos Huszár


In 1917 werd in Leiden het tijdschrift De Stijl door Theo van Doesburg opgericht.
Een avant-gardistische kunstbeweging was het gevolg.
De leden van De Stijl streefden naar een radicale hervorming van de kunst, gekoppeld aan de technische, wetenschappelijke en sociale veranderingen in de wereld. Theo van Doesburg, aliasI.K. Bonsetwas een tijdje dadaïst, maar hij noemde zich in zijn voordrachten graag 'anti-dadaïst".
Internationaal is De Stijl beter bekend onder de naam Neoplasticisme of Nieuwe Beelding.


Dada heft de algemeen erkende dualiteit tussen materie en geest, man en vrouw, geheel op en schept hierdoor het Indifferenzpunkt een punt boven het menselijk begrip van tijd en ruimte.
Hierdoor bezit dada het vermogen het vast oog- en distantiepunt, dat ons in onze drie dimensionale waanvoorstellingen gevangen houdt, mobiel te maken.
Dada is een der sterkste manifestering van de vierde dimensie, getransponeerd in het subject. (Theo v Doesburg in De Stijl 1923)

Er was sprake van een ideologische coalitie van avant-gardistische beeldende kunstenaars en van hervormingsgezinde pedagogen.

De Werkschuit en CoBrA
Het is 1950: Kunstenaars en maatschappelijk betrokkenen richten in Amsterdam de Werkschuit op als een varend laboratorium voor Vernieuwing van Kunst en Cultuur.
Er worden cursussen kunstzinnige vorming voor kinderen, ouders en leerkrachten gegeven.
In het Stedelijk Museum wordt een tentoonstelling van het werk van kinderen ingericht. Er is een 'vuilnishoop' van kindertekeningen te zien die, volgens de idealisten, op een verwerpelijke 'kopieermanier' gemaakt zijn.


Belangrijk voor de vrije-expressie gedachte waren het optreden van Willem Sandberg, en het artistiek primitivisme van een groep kunstenaars onder de naam CoBrA.


Simultaneïstisch-méchanische dans #137



Op een wit scherm zien de toeschouwers van een dadasoiree een door Vilmos Huszar ontworpen, hoekige, aluminium, wajangachtige pop, die telkens een arm of been optilt.
Deze mechanische dansfiguur verschijnt als een schaduw, een schim.
De vlakken op de figuur zijn doorzichtig, groen en rood. Ze bewegen door middel van tien toetsen.
Elke beweging is rechthoekig, berekend, niets is toeval.
De dans wordt begeleid met 'claxon- en houtbegeleiding' door Schwitters en Van Moorsel.

Het publiek in Amsterdam kan niet nalaten aan het eind van de dans luidruchtig 'Hup AJAX te roepen.
De voorstelling wordt afgesloten met 'Rag Time Parade' van Eric Satie, voor de gelegenheid omgedoopt werd tot 'Dada-Rag-Time'.



Spiegelträger #138
Dada is een spiegel, waarin de menschheid zichzelf ziet.
De idealisten zien de wereld zooals zij zich die wenschen.
De dadaïsten wenschen de wereld niet anders dan zooals zij hem zien, namelijk dadaïstisch: een gelijktijdigheid van orde en wanorde, van ja en neen, van ik en niet ik.
‘Der dadaïst ist ein Spiegelträger’ aldus Kurt Schwitters.



Snikkenrijders #139
De dadaïsten zijn de eerste die met een overvloed van levenskracht en Optimisme, op niet-caricaturale wijze den lach in de kunst geschapen hebben. Echter niet den kunstlach.
Men heeft muziek gemaakt waarbij met het hoofd in de handen 'peinsde' over het leed in de wereld.
Lach en waardering kunnen samen gaan. In plaats van tranen huilen, kan men zich ook tranen lachen, zonder dat dit de diepere betekenis behoeft te verstoren. (aldus Theo van Doesburg)


In de Nieuwe Rotterdamse Courant van 11 januari 1923, schrijft de verslaggever: Te weinig geestig of van geest vervuld om snobisme te mogen heten, heeft deze avond bewezen dat de dadaïstische snikkenrijders hun matten kunnen oprollen.


Sjamanenhoed #140



De 'magische bisschop' Hugo Ball draagt een klankgedicht voor.
Op zijn hoofd draagt hij een hoge cilindervormige, blauwwit gestreepte 'sjamanenhoed', ontworpen door Marcel Janco. Zijn kostuum bestaat uit glanzend blauwe kartonnen kokers rond zijn lijf en zijn benen, een grote kraag gemaakt van een vel karton. Zijn armen zijn ook in kokers gestoken en de handen zijn bedekt met klauwachtige vormen.
Omdat hij in dat kostuum nauwelijks zelf kon lopen, liet hij zich in het donker op het podium tillen, en begon langzaam en plechtig te declameren.
De krachtige woorden en klanken stammen voor een deel uit oeroude toverteksten.

* associatie:
Ik ben geïnteresseerd in sjamanen.
Bij dit woord probeer ik mij een voorstelling te maken en dat lukt niet.
Hoe ziet een sjamenhoed eruit?


Symbolisch
#141

De nieuwe kunstenaar protesteert: hij schildert niet meer, maar schept meteen in steen, hout, metaal, bewegende organismen die alle kanten kunnen opdraaien door een zuivere ademstroom. Een kortstondige sensatie.
De dadaïsten gebruiken vormen van machines, het zogenoemde mechanisch symbolisme.
De Dada gedichten zijn beïnvloed door het Franse symbolisme.

Aanvankelijk schreef Tristan Tzara gedichten onder invloed van symbolistische schrijvers.
Onder invloed van Arp en anderen ontstonden avant-gardistische gedichten, waarin kunstzinnig weergegeven typografie een belangrijk onderdeel vormde. Het experimenteren met de typografie is geen uitvinding van de dadaïsten, zoals de fotomontage, maar het werd door hen wel toegepast en is kenmerkend voor Dada.



Seelen automobil #142

De bevrijding van 'kunst' in de zin van 'kunstig' betekent voor Raoul Hausman het menselijk vermogen om geluid uit te brengen zijn natuurlijkheid en oorspronkelijkheid terug te geven.
Hij maakte klankgedichten, 'lettristisch-optophonischen' die hij 'Seelenautomobile' noemde.

* associatie:
Een nieuw model elektrische auto waarin je ziel en zaligheid beleeft.
* associatie:
Mrs. May zal in haar seelenautomobil stappen en roepen: 'Goede dag heren, nu ga ik thee zetten!'.



Tenderenda der Phantast #143




Hugo Ball begint te schrijven aan zijn roman die pas veertig jaar na zijn dood verschijnt: Tenderenda der Phantast.
Het is de belangrijkste Dada-roman waar, uit het manuscript, bij verschillende gelegenheden voorgelezen wordt. Zoals in Cabaret Voltaire uit de Dada-Almanach: het klankgedicht 'Karawane' 1920.

Tijdens die beruchte avonden zorgt Hugo Ball voor veel ophef. Het vermakelijke zit in de suggestie van zinnigheid: in grammaticaal kloppende zinnen onzin verkopen. Zoals in dit fragment:
"In een lift met tulpen en hyacinten ging Mulch Mulch naar het dakterras van het Grand Hotel metafysica.
De ceremoniemeester, die moest de astronomische apparaten nog in orde brengen. De jubelezel (feestvarken) laafde zich gulzig aan een kom frambozensap
Toen hij zich vol gedronken had balkte hij met ver reikende stem: welkom".

Bijna een halve eeuw bestond het boek alleen in de herinnering van de dadaïsten, maar niemand had het ooit gezien.
Het werd een mythe. Tot het manuscript in 1967 weer opdook en alsnog in beperkte oplage werd gepubliceerd.
De roman verwijst naar Einstein, maar die is niet zo te spreken over Dada, hij noemt het 'Biertisch-Dadaïsmus, bij gebrek aan schandaal een miskraam' en 'een scheet die te lang nagalmt'.


Thee zetten #144
Theo van Doesburg draagt een gedicht (onder zijn pseudoniem I.K. Bonset) voor:

'De scherven van de kosmos vind ik in m'n thee'.

Het publiek schreeuwt:"leer dan thee zetten"


Tableau vivant #145
Het waren variété-achtige spektakels met voordrachten, dans, muziek en theater. Nelly van Moorsel voert tijdens de Dadasofie lezing van Theo van Doesburg een soort tableau vivant uit.
Schwitters
onderbreekt die met alle mogelijke dierengeluiden.

Het was letterlijk de kunst zo aanstootgevend mogelijk te zijn. Hoe meer herrie, hoe beter, hard door elkaar schreeuwen en dansen op onfatsoenlijke muziek. Twee dansvormen worden daarbij ingezet.
De Simultaneïstisch-méchanische dans. een schaduwspel van Vilmos Huzar waarbij figuren, hoekig en vooraf berekend, door middel van tien toetsen bewegen. Niets is toeval.
Daarnaast is er de Ausdrucktanz, met levende danseressen in vreemde kostuums van kartonnen kokers.

* associatie:
Het dansje dat Jeremy Corbin bij zijn politieke speech uitvoerde, zichtbaar zonder leed.


Treurmars #146

Treurmars voor een krododil

Theo van Doesburg, in het zwart met een witte das en witte sokken, zit op een sofa naast een schemerlamp en houdt de lezing 'Dadasofie'.
Nelly van Moorsel, had tijdens de lezing een soort tableau vivant uitgevoerd. Op de piano speelde ze het pianostuk Treurmars voor een krokodil van de Italiaanse componist Vittorio Rieti .
Kurt Schwitters, gewapend met een gong, draagt het gedicht 'An Anna Blume' voor.
Omdat het publiek geen Duits verstaat, draagt hij ook een aantal 'abstracte cijfergedichten' voor.


Tegen de muur zetten #147
Een uitspraak van Kurt Schwitters over twee geschilderde portretten van respectievelijk Hitler en Goebbels:
"Wat zullen we doen?
Zullen we ze ophangen of tegen de muur zetten?" [1936]



Tendentieus-proletarische instincten #148
“Een proletarische kunst bestaat niet, omdat wanneer de proletariër, wanneer hij kunst creëert, niet langer proletariër blijft, maar kunstenaar wordt.
De kunstenaar is proletariër noch bourgeois en wat hij creëert behoort tot het proletariaat noch de burgerij, maar is van iedereen.
De alledaagse werkelijkheid wordt het kunstbedrijf binnengehaald door middel van zogenoemd 'dilettantisme', kunst uitvoeren met behulp van alledaagse middelen, waarmee in principe iedereen aan de slag kan gaan.
Daarmee is een grens tussen 'hoge'en 'lage' kunst en cultuur getrokken. de grens tussen kunst en leven wordt in materieel opzicht min of meer opgeheven. 'Dillettanten aller raue vereinigt euch'

Als de kunst nu tendentieus proletarische instincten zou moeten oproepen, dan bedient zij zich in feite van de zelfde middelen als de kerkelijke of nationalistische kunst.
De kunst moet enkel met haar eigen middelen de scheppende krachten in de mens oproepen, haar doel is de volle mens, niet de proletariër of de burger.”
(uit:Vladimir Tatlin, Ontwerp van een Monument voor de Derde Internationale 1919)



Urinoir
#149



Marcel Duchamp is de uitvinder van de ready made, gebruiksvoorwerpen, die tot kunstwerk worden verheven. De ready mades verschenen ten tonele. De eerste was een flessenrek, dat hij in 1914 exposeerde.
In maart 1917 stelde hij zijn beroemdste ready made ten toon, een urinoir, gekanteld tentoongesteld met als titel Fontein, en gesigneerd R.Mutt, in de Grand Central Gallery te New York.
Een replica van ready made Fountain, een gekantelde pisbak, werd door de conceptuele kunstenaar Pierre Pinocelli in 2006 met een hamer bewerkt. Dat werd als een Dadaïstische ingreep gezien.


Uithangborden #150
Dada als uithangbord van de nieuwe kunst: tegen vaandels, vaderlandsliefde, trompetten en geld. Uit fetisjistische instincten is, volgens de dadaïst, de mensheid geneigd zich te laten verblinden door uithangborden.
Ze dienen als reclamemiddel en worden zo vaak herhaald, dat zij een onuitwisbare indruk teweegbrengen.
De godsdienst doet dat door het kruis,
Odol tandpasta door de gebogen flaconvorm,
Nietzsche door zijn dikke snor,
Oscar Wilde door zijn homoseksualiteit,
Tolstoy door een kaftan en sandalen!
(Theo v Doesburg)



Upanishad #151



Van elk 'ja' ziet dada gelijktijdig het 'neen' dada is ja-neen: een vogel op vier poten, een ladder zonder sporten, een kwadraat zonder hoeken.
Wanneer men bijvoorbeeld in de Upanishad's leest dat het universum gelijk is aan een boom wiens wortels in de hemel en wiens kruin in de aarde groeit, dan is men hiervoor (vooral bij 'n schemerlamp) in grote bewondering.
Als men echter in onzen tijd van dada zegt: dat het is een vogel met vier poten, een kwadraat zonder hoeken, dan is dit klinkklare onzin!

Voor dada er was – daar! – was dada er.
Dada is een ouderwetse kruisboog met vier poten die met een hondje aan de lijn loopt. (Hans Arp)

(Een Upanishad is een filosofisch geschrift of gedicht, onderdeel van de hindoeïstische Shruti - geschriften)

* associatie:
Upanishaden en shade als in schaduw de upanishaden belichamen voor mij een mystieke wereld waarin ik soms contouren van wijsheid zie als schaduwen van mijzelf



Université Populaire #152
De derde dada-manifestatie in de anarchistische Université Populaire van de Faubourg St Antoine.
Met de opdracht: dadaïstisch voortbewegen, leven, schaatsenrijden, dadaïstische taartjes, architectuur, moraal, chemie, tatoeage, financiën en schrijfmachines. (donderdag 19 februari 1920 om 8.30 uur)

De deelnemers, anarchistische arbeiders, voelen zich niet echt aangesproken.


Union fortschritlicher internationaler Künstler #153



Deelnemers aan het dada-constructivistische congres in Weimar, Theo van Doesburg in het midden, met een nummer van De Stijl op zijn hoofd, daarnaast Nelly van Moorsel, Tristan Tzara geeft een kushand aan Nelly, Hans en Sophie Arp-Taeuber, Hans Richter ligt op de grond, Lissitzky met pet en pijp, László Moholy-Nagy bovenste rij rechts


Op een Congres in Düsseldorf, met kunstenaars uit verschillende Europese landen, fauvisten, expressionisten, futuristen, kubisten en puristen, keren de dadaïsten zich tegen het gematigde karakter van de Internationale Kunstausstellung.
Van Doesburg verveelde zich er stierlijk. Hij vond het een idiote en reactionaire aangelegenheid.
Daarom nam hij samen met de constructivisten László Moholy-Nagy en El Lissitzky, het initiatief tot een tweede congres, een ‘Internationaal Constructivistisch congres’ in september 1922 in Weimar.

Maar een poging om een Constructivistische Internationale op te richten mislukt.


Vorm #154



Een woord van zijn betekenis ontdoen en zo zinloos maken,— dat is dada in zijn pure vorm.
Woorden worden klanken, klanken worden woorden.
Dit principe van knippen en plakken, woorden of voorwerpen uit hun context halen en in een nieuw verband plaatsen, is de directe voorloper van het huidige samplen. Verschillende kunststijlen zijn met elkaar gemengd. Woorden en zinnen zo aan elkaar geplakt dat het er als een ritmische tekening uitziet.
Omgekeerd zijn afbeeldingen en tekeningen op een manier bewerkt dat die als een tekst gelezen kunnen worden. Schilderijen zodanig bewerkt dat er een plastische beeldwerking ontstaat.
Dit alles teneinde de grenzen tussen de kunststijlen uit te wissen.


Statische gedicht
Het maakt de woorden tot individuen, van de drie letters 'bos' komt het bos met zijn bomen kruinen, de boswachter, het wilde zwijn, en misschien ook het hotel Bellevue of Bella Vista tevoorschijn.
Dadaïsme leidt tot ongekende nieuwe mogelijkheden en uitingen van alle kunsten.



Veelvormigheid van Dada #155


Fragment van een gedicht van I.K.Bonset

De dadaïst hecht iet aan enige positieve waarde aangezien hij de waarheid onbestaanbaar acht.
Het spreekt vanzelf dat dada geen bepaalde vorm heeft. Er zijn vele vormen die tot uiting kunnen komen
Bij elke gulp hoort een pantalon. (I.K.Bonset)


De kunststroming Dada springt in 1916 als een pierlala uit een doosje om een paar jaar later, zo rond 1924, weer even plotseling te verdwijnen.
Ze is het absurde antwoord op de absurditeit van de oorlog, een bijtende satire op de zelfingenomenheid van de burgerij, een lachspiegel waarin de lachwekkende ‘rationaliteit’ van de ‘beschaving’ wordt gespiegeld en daarbij de gedaante aanneemt van een Medusa die met haar blik de toeschouwer van schrik doet verstenen.
Dada is de nar die met grappen en grollen, maar bitter en wanhopig gestemd, een cultuur geselt die in leugens en schijn verstrikt is geraakt.



Vlegels voor en achter de schermen #156
Het publiek vocht in Amsterdam om een plaatsje in theater Bellevue te veroveren teneinde zich te laten belatafelen (bedotten) door een botte pias, die daarvoor expresselijk uit Duitsland was overgekomen.
Geen wonder die wellustigheid van het publiek!
Uit den aard van de trieste vertoning had het immers het recht zich vlegelachtig te gedragen in een volle zaal! Een buitenkansje waarvan het publiek, vooral als de lichten uit waren, profiteerde.
Als het licht op ging hielden de dames en heren zich kalmer: zelfs tegenover elkaar nog gesteld op hun fatsoen. De vertoning was minstens zo banaal en vlegelachtig als de houding van het publiek.
Het was niet eens lollig van dwaasheid, het was alleen maar grof, smakeloos, ruw en volstrekt onbeschaafd.

De guldens waren binnen
Een les voor theaterdirecteuren.
Laten ze dadaïst worden en het publiek op vlegelachtigheden trakteren, daarbij per advertentie bekend maken dat het publiek vrijelijk mag tonen hoe beschaafd het precies is, en hun fortuin is gemaakt.

Dit schreef de prozaschrijver A.M de Jong 20 jan. 1923 in het Amsterdamse Socialistische dagblad 'Het Volk'.

Er werden in die krant regelmatig woorden gebruikt, zoals bedonderen en belazeren, die regelrecht van het Waterlooplein afkomstig waren.
"Dada is 'n hoon en 'n vernedering van alle geachte aanwezigen.
Toch kent de dadaïst den mensch eenige positieve waarden toe: het instinkt om te domineren en de behoefte elkander op te eten.
Alle ethische drijfveren: goedertierenheid, barmhartigheid, medelijden enz., zijn voor den dadaïst slechts dekmantels om des menschen waren aard te verbergen. (T.v.Doesburg)



Vrije individuele ontwikkeling #157
Samen met haar man, de schilder Otto van Rees, maakte Adya van Rees-Dulith deel uit van de kunstenaarsgemeenschap Monte Verità.
Vrije Individuele Ontwikkeling in kunst en wetenschap was het doel.
Voor de ontwikkeling van de Dada-beweging, die 'geëmigreerd' was van Duitsland naar Zürich, was de Monte Verità niet onbelangrijk. Rudolf von Laban leidde zijn dansschool in de zomer op Monte Verità.



Samen met de dadaïst Hans Arp experimenteert Adya daar met de abstracte vormen, Hans met uit karton geknipte vormen en zij met textiele weefsels alles strikt horizontale en verticale vormen.
Is dat een begin van Dada in Holland?
Er was sprake van een ideologische coalitie van avant-gardistische beeldende kunstenaars en van hervormingsgezinde pedagogen.




De Werkschuit en CoBrA
Het is 1950: Kunstenaars en maatschappelijk betrokkenen richten in Amsterdam de Werkschuit op als een varend laboratorium voor Vernieuwing van Kunst en Cultuur.
Er worden cursussen kunstzinnige vorming voor kinderen, ouders en leerkrachten gegeven.
In het Stedelijk Museum wordt een tentoonstelling van het werk van kinderen ingericht. Er is een 'vuilnishoop' van kindertekeningen te zien die, volgens de idealisten, op een verwerpelijke 'kopieermanier' gemaakt zijn.

Belangrijk voor de vrije-expressie gedachte waren het optreden van Willem Sandberg, en het artistiek primitivisme van een groep kunstenaars onder de naam CoBrA.


Verblinding #158
Uit fetisjistische instincten is, volgens den dadaïst, de menschheid geneigd zich te laten verblinden door zekere karakteristieke uithangborden. Deze dienen als reclamemiddel en worden zoveel malen herhaald, dat zij een onuitwisbare indruk teweegbrengen.
De godsdienst door het kruisbeeld, Odol tandpasta door den gebogen flaconvorm, Nietzsche door zijn dikke snor, Oscar Wilde door zijn homoseksualiteit, Tolstoy door kaftan en sandalen!

Dada ziet in elk dogma, in elke formule, een spijker waarmede men poogt een vermolmde en zinkende schuit (onze westerse cultuur) bijeen te houden.(Theo v Doesburg)

* associatie:
Soms zou ik even willen verdwijnen en van een afstand alles bekijken.
Ik zie alles wel. Alles ziet mij niet.



Vogel op vier poten #159
Van elk 'ja' ziet dada gelijktijdig het 'neen'
Dada is ja - neen: een vogel op vier poten, een ladder zonder sporten, een kwadraat zonder hoeken.

Wanneer men bijvoorbeeld in de Upanishad's leest dat het universum gelijk is aan een boom wiens wortels in de hemel en wiens kruin in de aarde groeit dan is men hiervoor (vooral bij 'n schemerlamp) in grote bewondering.
Als men echter in onzen tijd van dada zegt: dat het is een vogel met vier poten, dan is dit klinkklare onzin!
(Een Upanishad is een filosofisch geschrift of gedicht, onderdeel van de hindoeïstische Shruti - geschriften)

Dada voert een strijd tegen de heerschappij van het Vuil, anders dan de Impressionisten, die zich met het Vuil verzoend hadden.
Hele generaties hebben gretig de verderfelijke uitwasemingen van filosofie, van godsdienst en van kunst ingeademd, menend dat de katalepsis (verstarde houding), welke daarvan het gevolg was de ware levenstoestand was.
Dadaïstische meditaties bij een kroeg. Opwekking tot natuurlijke handelingen.
(uit: Hypostrodon der Dramade door I.K. Bonset.)

* associatie:
Dat is moeilijk voor biologen. Ook moeilijk voor biologen is: waarom hipt een merel en waggelt een duif om vooruit te komen?



Walging #160
In Zürich waren het de pacifisten, met hun protestacties, die geraakt werden door walging voor de burgerlijke waarden en wanhoop over de Eerste Wereldoorlog.
Hugo Ball
zei: "Ieder woord dat in ons Cabaret Voltaire gezongen wordt maakt duidelijk dat deze vernederende tijd respectloos is".
Eerder al, vanaf de lente van 1914, had de waard onderdak geboden aan het Cabaret Pantagruel, een literair gezelschap dat vermaak wilde bieden van hoogstaander allooi dan de alom tierende tingeltangel. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had dat cabaret als een magneet op emigranten gewerkt.




Kurt Schwitters moest zijn Merzbau stoppen en ging naar Oslo. Maar toen de Nazi's in 1940 Noorwegen binnenvielen moest hij opnieuw vluchten. Hij kwam uiteindelijk in Engeland aan waar hij tot november 1941 geïnterneerd werd. Het is moeilijk voor te stellen dat zijn mooiste werk gemaakt is in een tijd van toenemende isolatie en wanhoop voor een kunstenaar.


Wartaal
#162
De Nederlandse pers was niet zo te spreken over het optreden van de dadaïsten.
"Op ’t toneel? O, ja da’s waar - daar stond een zekere heer Kurt Schwitters en sprak wartaal. ’t Interesseerde echter niemand - en hijzelf citeerde z’n nonsens met ’n doodernstig en zelfs enigszins melancholiek gezicht.
Hij zal eerst gelachen hebben, vermoed ik, toen ie de recette van Hollandsche guldens natelde" aldus de schrijver L.J.Jordaan in het geïllustreerde weekblad Het Leven.
In een provinciaal dagblad schreef men: ik ben verbaasd, dat trots enkele verslagen in grotere bladen, deze fleschentrekker en Hochstapler Schwitters nog zo lang zijn gang heeft kunnen gaan!
Onder de wijdsche titel van Dadaïsme uit de Griekse Oudheid wordt het Nederlandsche publiek op brutale, schaamteloze wijze beetgenomen.

* associatie:
Kijk goed uit als je een podium beklimt. een zekere Willie Wartaal (de Jeugd van Tegenwoordig), een zogenoemde rapper van professie, viel er tijdens zijn optreden van af en werd per ambulance naar het ziekenhuis gebracht.



Weltantschaungen #163
Dada hat die Weltanschauungen durch seine Fingerspitzen rinnen lassen,
Dada ist der tänzerische Geist über den Moralen der Erde.
Dada ist die grosse Parallelerscheinung zu den relativistischen Philosophien dieser Zeit,
Dada ist kein Axiom, Dada ist ein Geisteszustand
(Richard Huelsenbeck)

Dada heft de algemeen erkende dualiteit tussen materie en geest, man en vrouw, geheel op en schept hierdoor het Indifferenzpunkt een punt boven het menselijk begrip van tijd en ruimte. Hierdoor bezit dada het vermogen het vast oog- en distantiepunt, dat ons in onze drie dimensionale waanvoorstellingen gevangen houdt, mobiel te maken. Dada is een der sterkste manifestering van de vierde dimensie, getransponeerd in het subject. (Theo v Doesburg in De Stijl 1923)

* associatie:
Voor je het weet zitten we weer uitgebreid aan onze moraliteiten te morrelen.



Waanvoorstellingen
#164
Dada heeft het vermogen het vaste oog- en distantiepunt, dat ons in onze (drie dimensionale) waanvoorstellingen gevangen houdt, mobiel te maken. Zo werd het mogelijk, in plaats van slechts één facet, het wereldprisma als een geheel te zien.
In dit verband is Dada een der sterkste manifestaties der vierde dimensie, getransponeerd in het subject.

Dada heft de algemeen erkende dualiteit tussen materie en geest, man en vrouw, geheel op en schept hierdoor het Indifferenzpunkt
een punt boven het menselijk begrip van tijd en ruimte. Hierdoor bezit dada het vermogen het vast oog- en distantiepunt, dat ons in onze drie dimensionale waanvoorstellingen gevangen houdt, mobiel te maken.
Dada is een der sterkste manifestering van de vierde dimensie, getransponeerd in het subject. (Theo v Doesburg in De Stijl 1923)

* associatie:
Ik denk aan je, ben je de wanhoop al nabij met dit experiment?


Wolkenpumpe
#165



Hans Arp, was een Duits-Franse beeldhouwer, schilder en dichter. [1886-1966]
Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de moderne kunst en was één van de voormannen van de Dada-beweging.
Met zijn poëtische 'biomorphe' vormentaal sloeg hij een brug tussen het dadaïsme, het surrealisme en de abstracte kunst.
Hij begon zijn carrière als dichter. Later ging hij werken als schilder, beeldhouwer en graficus.
Hij was één van de initiatiefnemers van de kunstbeweging Dada in Zürich.
Een bekend voorbeeld van zijn werk zijn de snippers papier die hij liet vallen en vastplakte op de plek waar ze neervielen, al hielp hij het toeval ook een handje als het mooier was om de snippers net iets anders te plaatsen.
In zijn collages van papiersnippers ligt ‘toevallig’ geen enkel snippertje over een ander heen.
Hij was getrouwd met Sophie Tauber. Samen werkten met abstracte vormen, Hans met karton en zij met textiele weefsels, alles in strikt horizontale en verticale vormen.


De dadaïsten wensen dat de wereld niet anders is dan zoals zij hem zien, namelijk dadaïstisch: een gelijktijdigheid van orde en wanorde van ja en neen, van ik en niet ik.
De dadaïstische lyricus Hans Arp geeft ons in Die Wolkenpumpe op dichterlijke wijze raad ons te hoeden voor namaak.

De Wolkenpomp

Tegenwoordig staan er dadaïsten op, maar dat zijn eigenlijk vermomde Defregger's. 1)
Ze imiteren de tongval en het likken van de Wolkenpomp.
Een vreselijk 'mene tekel' luchtschip zal voor hen worden ingericht.
En de dadaïstische huisband zal voor ze blazen.
Men zal ze knollen te vreten geven, en hun baarden zullen op verkeerde plaatsen groeien.
Aan sterrenslingers zullen ze bungelen.
De ware dadaïsten zijn alleen de dadaïsten van de Spiegelgasse.
Pas op voor namaak.
Vraag in de boekwinkels alleen naar Spiegelgasse-dadaïsten,
of in ieder geval werken waarvoor dada-waterverf van de spirituele leider tsaar Tristan gebruikt is.


* associatie:
Met deze pomp in huis kun je iedere dag mooi weer maken.
* associatie:
Wolkbreuk, Sibi busi: Surinaams begrip voor korte, zeer hevige regenbui die het bos schoonspoelt. De naam van een kabouter die in de wolken woont en daar regen maakt.

1) Franz von Defregger was een Oostenrijks schilder van genre- en geschiedenisstukken.
In de Spiegelgasse in Zürich was het Cabaret Voltaire gevestigd waar Dada opgericht is.



Zelfoverwinning
#166
Op 20 januari 1923 schreef de Haagsche Post, in haar rubriek 'Nuttige wenken':
'Vlekken op messen kunnen verwijderd worden met een rauwen aardappel die in wat steengruis gedoopt is'.
Boven die rubriek stond een lang artikel onder de kop 'De zelfoverwinning van Dada'.
De auteur van dat artikel, Kurt Schwitters schreef onder meer:
'Dada is in geen geval humoristisch, zoals de meeste bezoekers der dada-soirées menen.
Dada is ook niet mythisch of transcendentaal.


Dada is het gezicht van onzen tijd.
Dada is het lawaai der machine.
Dada is het kaartspel van den burger om een tiende 'Pfennig'.
Dada is wanneer iemand met een D-trein de heide oprijdt, om in een slootje te gaan roeien.
Dada is iemand die te paard zijn huis binnenrijdt.
Dada is de valuta de smokkelhandel, het Schiebertum, het Duitsche gemoed.
Dada is Caruso op de grammophoon, de aeroplaan en de hengelaar die twaalf uur enthousiast hengelt en niet één stekeltje vangt.


Er bestaan in het leven dingen waarvoor ons de organen ontbreken om ze te begrijpen. Stellingen gebruikt de dadaïst slechts als motief. Ze kunnen ernstig gemeend zijn en ook niet. Door het stemmen van gevoelens tegen elkaar ontstaan klanken en misklanken en door rangschikking van deze beide waarden, de dichterlijke beweging. (uit 'De Zelfoverwinning van Dada' door K.Schwitters, vertaald door v Doesburg)

* associatie:
Een overwinning die je voelt als je in een vreemde kroeg niet weet wat daar de gebruikelijke gebaren zijn voor het bestellen van een glas bier. Als dan toch een biertje krijgt.


Zwijmelneiging
#167



Wij hebben onze zwijmelneiging afgedankt.
Elk filtraat van dien aard is gekonfijte diarree.
Het leven is voor de dadaïst de zin van kunst.
Kunst kan de middelen verkeerd begrijpen en in plaats van beperkte middelen oneindige middelen gebruiken.
Dan wordt slechts leven, slechts natuur voorgewend in plaats van leven geschapen.
Academische schilderkunst beschrijft, wekt illusies in plaats van leven en natuur.
Academische schilderkunst doet alsof ze leven en natuur is.

* associatie:
Dada, een hele bijzondere, zo niet bizarre verzameling woorden! Geweldig om – licht zwijmelend – door te nemen.





6 4 2020