|
Begripsbeperking



Een werkloze arbeider
[1930]
Het is duidelijk de man met de pet die daar met zijn handen in de
zakken staat.
Links: het ontwerp van Gert Arntz: de rug gestrekt, hoofd
opgeheven, vol vertrouwen in een betere toekomst. Hij ontwikkelde
deze 'figuratief-constructieve' vormentaal vanuit een politiek links-radicale
visie
Rechts: het ontwerp van de Amerikaan Modley. Met een gebogen
rug staat hij daar, verslagen door de crisis.
|
|
tussen
taal en beeld

Het
is 1933, werklozen staan in de rij bij een stempellokaal
De arbeiders hebben een pet op en de kantoormensen een hoed, maar verder
staat voor allen de werkverschaffing voor de deur.
Begripsmatige
beperking
Als
je een beginnende begripsmatige beperking voelt aankomen ga je daarmee
naar je huisarts om te vragen wat er met je aan de hand is?
Was is dat, met een beperking leven?
Onze politieke voormannen zoeken naar een politiek correct antwoord.
Ze zeggen dat het onaanvaardbaar is dat in een beschaafd land de rekening
voor de crisis wordt gelegd bij mensen met een werkbeperking. Door de
maatregelen van de huidige regering zullen tienduizenden hardwerkende
mensen met een arbeidsbeperking hun baan verliezen.
De ILO, de VN-organisatie voor arbeidszaken, vindt dat iedereen recht
heeft om te werken in vrijheid, gelijkheid, veiligheid en menselijke
waardigheid.
Het
is 2011, werkloos noemen we arbeidsbeperking
Goed, men vindt werkloosheid een maatschappelijk een onwenselijk begrip.
En werkverschaffing is, nu het Amsterdamse bos klaar is, geen oplossing.
Daar is de Wet werk en bijstand voor in de plaats gekomen.
Eufemistisch
taalgebruik is 'in'
Doven
en slechthorenden noemen we tegenwoordig mensen met een auditieve beperking.
Blinden en slechtzienden hebben een visuele beperking.
Dommeriken lopen rond met een begripsmatige beperking,
als het heel erg is hebben ze een verstandelijke beperking.
Arbeidsongeschikt noemen we een werkbeperking.
Dat klinkt allemaal een stuk beter, maar het blijft hetzelfde of je
door de hond of de kat gebeten wordt.
Verhullend taalgebruik belemmert je vrijheid van meningsuiting, werkt
ongelijkheid in de hand, geeft je een gevoel van onveiligheid en is
in strijd met de menselijke waardigheid.
Henk van Faassen
|