Lezen
begint bij kijken

Taalbeheersing
Allochtone
studenten wordt een 'gebrek aan taalbeheersing' verweten.
Maar wat is dat eigenlijk, een gebrek aan taalbeheersing?
Wanneer lijd je daaraan?
En wie is gerechtigd dat te constateren?
Welke normen worden daarbij gehanteerd?
En wanneer ben je weer beter?
(...)
Taalonderwijs
als panacee
Taal is niet statisch.
Als een samenleving verandert, verandert de taal ook.
Als we van een taal eisen dat zij (hij?) onveranderbaar is en
dat de taalregels die wijzelf ooit geleerd hebben, de enig juiste
zijn, dan gebruiken we taal al gauw als selectiemiddel. (...)
Taal is een onderdeel van een Deltaplan, als barrière
tegen invloeden van buitenaf.
Of, anders bekeken, taalonderwijs wordt ingezet als panacee
voor allerlei andere maatschappelijke problemen.
Bovendien:
als je de matige taalbeheersing van het Nederlands van onze
allochtone studenten definieert als taalachterstand,
is taalachterstand een versluierend begrip.
Een aanpak van die taalachterstand garandeert nog lang niet
dat er sprake is van integratie. (...)
Taalcursus
als integratiemiddel
Ik bepleit taalcursussen waar expliciet gekozen wordt voor taalonderwijs
waarbij taal gezien wordt als middel tot verdieping, ontwikkeling
en bevrijding. En waarbij expliciet stelling genomen wordt tegen
taal als middel om je aan te passen. (...)
Taalcursussen
als communicatie- en expressiemiddelen
Omdat taal en denken nadrukkelijk met elkaar verbonden zijn,
zal de nadruk erop liggen om taal optimaal te gebruiken als
communicatiemiddel. (...)
Het vak 'Creatief schrijven' is niet voor niets een succes.(...)
Kortom
Ik deel de zorg over een zwakke taalbeheersing bij allochtone
studenten. Maar onder taalvaardige studenten versta ik niet
studenten die doen wat van hen verwacht wordt. (...)
Ik wil taalles geven omdat ik wil dat deze studenten, nu ze
zo ver gekomen zijn, gesteund worden.
Niet door ze voorschriften op te leggen, maar door die voorschriften
te onderzoeken.
Pas dan worden studenten weerbaar.
Marleen
Claessens
(docent communicatie)
|
|
|
|
|
tussen
taal en beeld

|
|
|

Alberto
Manguel
Manguels eigen boeken, zijn kinderboeken, waren allemaal geïllustreerd
'met plaatjes die het verhaal herhaalden of uitlegden'. De
beelden op de schilderijen die hij op een middag in het atelier
van zijn tante zag,
illustreerden geen enkel verhaal. '
Die beelden stonden op zichzelf, en ze verleidden me tot lezen.'
Er zat voor hem niets anders op dan staren naar die beelden: het
koperen strand, het rode schip, de blauwe mast. 'Ik bleef maar
naar ze kijken. Ik ben ze nooit vergeten.'
Gustave
Flaubert verzette
zich tegen het idee om woorden aan plaatjes te koppelen
Zelfs de mooiste literaire beschrijving, vond Flaubert, wordt
verslonden door de meest armzalige tekening.(...)
Terwijl een geschreven vrouw duizenden verschillende vrouwen voor
de geest brengt, lijkt een met potlood getekende vrouw op een
vrouw, dat is alles.'
Het
beeld schenkt leven aan het verhaal,
dat op zijn beurt leven schenkt aan het beeld.
(...)
Boeken
zijn de spiegel van het universum
Spiegels, schrijft Manguel , hadden in de Middeleeuwen de bijbetekenis
verworven van 'encyclopedieën'. Ze zijn in staat alles te
reflecteren, ze zijn 'een geslaagde metafoor voor een verzameling
kennis die de pretentie heeft allesomvattend te zijn'. (...)
Het lezen
van kunst is een allerindividueelste ervaring, de beelden worden
op een autobiografische manier beschreven, zoals die in het atelier
van Manguels schilderende tante. Zo heeft hij ook over het lezen
geschreven. (...)
Beeld en betekenis weerspiegelen elkaar
in een spiegelpaleis.
Het is moeilijk onder woorden te brengen. 'Alle dingen zijn onuitsprekelijk
vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor
wordt niet vervuld van horen.' (...)
Bronnen:
Alberto Manguel: Kunstlezen
- Over het kijken naar beeldende kunst.
Alberto
Manguel: Een geschiedenis van het lezen.
|
|
|
|
Cicero:
Ons scherpste zintuig
is het gezichtsvermogen
De filosoof merkte op dat we een tekst die we gezien hebben, beter
onthouden dan een die we slechts hebben gehoord.
De ogen zijn de plek waar de wereld binnenkomt.
Letters worden opgenomen door de ogen. |
|
Beheersing
van een Taalopstand
Britse
slavenhouders waren als de dood voor een 'geletterde zwarte bevolking',
die in boeken wel eens gevaarlijke revolutionaire denkbeelden zouden
kunnen vinden. (...)
ze realiseerden zich dat slaven, als ze de bijbel konden lezen,
in de Schrift opruiende gedachten van opstand en vrijheid zouden
kunnen vinden.

Verheffing
van het volk
In
1865 besloot de Cubaan
Saturnino Martínez
sigarenmaker en dichter, een krant te maken voor de arbeiders in
de sigarenindustrie.
Er moesten niet alleen politieke onderwerpen in staan, maar ook
artikelen over wetenschap en literatuur, gedichten en korte verhalen.
Zijn opzet was 'om op alle mogelijke manieren het volk te verheffen'.
Maar Martínez ondervond al gauw dat zijn krant door het analfabetisme
niet echt populair was: slechts 15 procent van de werkende bevolking
kon lezen. In overleg met de directeur van de fabriek werd een arbeider
gekozen als voorlezer, betaald door zijn medearbeiders.
Voorgelezen werden geschiedenisboeken en didactische romans en een
handboek over politieke economie.
Er werd hevig over de inhoud gediscussieerd.
De voorlezingen werden zo populair dat ze overgenomen werden door
andere fabrieken.
Maar dat succes leverde ze al gauw de reputatie van subversiviteit,
en in mei 1866 verbood de gouverneur van Cuba om 'de arbeiders van
de sigarenfabrieken af te leiden door het voorlezen van boeken en
kranten'.
De politie moest erop toezien dat dit verbod nageleefd werd.
Clandestien werd er nog hier en daar voorgelezen, maar tegen 1870
was er niets meer van over. (...)
De tekst is ingekort,
u kunt de tekst opvragen:

|
|
|
|