Taalbeheersing


> startpagina tussen taal en beeld

> index taal

> index tekens

> index documenten


> index beeldende kunst

> index kinderteksten en -tekeningen


tussen taal en beeld


.

Studenten wordt soms een
'gebrek aan taalbeheersing' verweten.
Wanneer lijd je daaraan?
En wie is bevoegd om dat te constateren?
Welke normen worden daarbij gehanteerd?
En wanneer ben je weer beter?


Taalbeheersing

Een slechte taalbeheersing slaat meestal op een slechte beheersing van het Nederlands.
Maar wanneer is iets Nederlands?
Waarom zou ons taalgebruik uitdrukkingen als 'Unique Selling Proposition' wel toestaan en waarom 'ik zet water op de bloemen' niet?

Zou het zo kunnen zijn dat het gebruik van U.S.P. niet beschouwd wordt als een onvermogen om iets gewoon in het Nederlands te zeggen?
Surinaamse Nederlanders zetten overal iets op 'ik zet rode lak op mijn nagels', ook als ze gieten of doen bedoelen.
Hoewel we zetten zelf ook wel eens thee.
Geen probleem toch, weetjewel.

Taalonderwijs als panacee

Taal is niet statisch.
Als een samenleving verandert, verandert de taal ook.

Als we van een taal eisen dat zij (hij?) onveranderbaar is en dat de taalregels die wijzelf ooit geleerd hebben, de enig juiste zijn, dan gebruiken we taal al gauw als selectiemiddel.
Moeilijke regels, afwijkingen: ze mogen dan door taalliefhebbers gezien worden als uitdaging, voor veel allochtone studenten maakt dat soort taalaandacht het onderwijs onplezierig, moeilijk en vol valkuilen.
Het draagt daardoor juist niet bij aan een betere communicatie.
Dan wordt taal ingezet als afweermiddel in plaats van als integratie- en dus als communicatie- en dus als hulpmiddel.

Taal is dan een onderdeel van een Deltaplan, als barrière tegen invloeden van buitenaf.
Of, anders bekeken, taalonderwijs wordt ingezet als panacee voor allerlei andere maatschappelijke problemen.

Bovendien:
als je de matige taalbeheersing van het Nederlands - wat dat dan ook moge zijn- van onze allochtone studenten definieert als taalachterstand, is taalachterstand een versluierend begrip.
Een aanpak van die taalachterstand garandeert nog lang niet dat er sprake is van integratie.

En ook nog
Als taal zo'n noodzakelijk middel is om goed mee te draaien op school en in de maatschappij, waarom zouden dan alleen allochtone studenten een stoomcursus nodig hebben? Vele, echt talloze, autochtone studenten komen dan evenzeer in aanmerking voor zo'n cursus. Maar zij krijgen veel minder vaak het predikaat 'taalachterstand' bij een zwakke taalbeheersing.


Enclisevorming

Aan het eind van de negentiende eeuw kwam de nadruk meer op de spreektaal dan op al die ingewikkelde spellingsregels te liggen.

Jacob van Lennep en Multatuli waren de eerste schrijvers die gebruik van 'Poldernederlands' maakten.
Vanzelfsprekend kwam er een Vereniging tot het Vereenvoudiging van onze Spelling.
Die stelden er. de altijd noodzakelijke, regels voor op.

Hatti en Datti
In het werk van Nescio, die een groot bewonderaar van Multatuli was, zijn prachtige voorbeelden van die nieuwe spelling te vinden.
Het biggelt van 'hatti' en 'datti' op plekken waar een ander 'had hij' en 'dat hij' schreef.
Erg consequent was hij daarbij ook niet en af en toe grepen zijn vrouw, die al zijn teksten overtypte, en zijn redacteuren in.

"Toen kreeg i haar.
Negentien jaar was i.
Hij schreef haar een briefje datti twee dagen in Amsterdam was en datti haar graag wilde spreken".


(uit: Dichtertje)

Idee nummer 47
Multatuli schrijft 1282 genummerde overwegingen en stellingnames over een schrijfwijze die aan een spreektaal gelieerd is, het schrijven van enclitische vormen:

"Hij of hy is ook niet mooi, tenzy er een klemtoon op valt. Melis Stoke*) en ik vinden 'zegti' en 'doeti' goed. Komaan laat ons dat doen... we winnen daardoor kracht in hy:"

Neen zegt-i snel, wat-i wil, wil-ikzelf
omdat hy dat begeerd heeft.

Wat-i denkt, wat-i zegt, wat-i doet,
werd in zyn ziel geboren...doet Hy

*) De 'Rijmkronieken van Melis Stoke' van journalist "Herman Salomonson", verschijnen in de jaren 1923-1926 in de Java-bode waar Salomonson hoofdredacteur van is.


Bronnen: 'Verlangen zonder te weten waarnaar' over Nescio door Maurits Verhoeff en 'Verzameld proza en nagelaten werk', bezorgd door Lieneke Frerichs.




Integratie

Ik bepleit taalcursussen waar expliciet gekozen wordt voor taalonderwijs waarbij taal gezien wordt als middel tot verdieping, ontwikkeling en bevrijding.
En waarbij expliciet stelling genomen wordt tegen taal als middel om je aan te passen.


Taalonderwijs waarbij we studenten leren om de taal te kneden en naar eigen hand te zetten.
Een voortzetting van dat wat ze allang doen. Al doen ze dat misschien niet altijd volgens de technische regels. En dat zal taalgebruikers opleveren die zich niet meteen allemaal ontpoppen als plichtsgetrouwe burgers… Ja, wie verwondert zich niet over de dingen die taal allemaal vermag?

Taalcursussen als communicatie- en expressiemiddelen

Omdat taal en denken nadrukkelijk met elkaar verbonden zijn, zal de nadruk erop liggen om taal optimaal te gebruiken als communicatiemiddel. Als een manier om gedachten, gevoelens en ervaringen onder woorden te brengen en over te dragen.
Hoe erg dat ook verafschuwd wordt, soms zullen allochtone studenten eerst in hun eigen taal moeten schrijven, om hun gedachten helder te krijgen.

Het vak 'Creatief schrijven' dat derdejaars studenten van de School of Communication, Media & Art in het vak 'Tekst' volgen, is niet voor niets een succes.
"Waarom krijgen we dit niet al in het eerste jaar? Nu weet ik weer waarom ik eigenlijk schrijf."
Zulke opmerkingen geven aan dat er behoefte is aan taallessen waarbij je je bezint op de functies die taal voor je heeft.

Taalcursussen die, jazeker, ook aandacht besteden aan taaltechnische zaken. Juist omdat spelling een struikelblok is, moet zo'n struikelblok weggenomen worden.
Maar daarbij moet die spelling niet klakkeloos geleerd worden, maar de zin en het effect ervan bevraagd worden.

Tot voor kort besteedden we in de les geen aandacht aan spelling, maar werden studenten geacht dat zelf te oefenen. Sinds ik wel weer expliciet stil sta bij spellingproblemen, valt me op hoe geïnteresseerd studenten zijn, hoeveel vragen ze hebben en hoe graag ze de spelling meester willen worden. De opluchting, ook bij autochtone, studenten is groot als ze handvatten (nee, geen handvaten) aangereikt krijgen om de regels machtig te worden.

Kortom
Ik deel de zorg over een zwakke taalbeheersing bij allochtone studenten.
Maar onder taalvaardige studenten versta ik niet studenten die doen wat van hen verwacht wordt. Als mensen hun taal goed beheersen, is dat een opening naar keuzes.
Als ik taalles geef, is dat niet omdat ik vind dat studenten niet voldoen aan heersende eisen en dat ze, ten koste van alles, met een compensatieprogramma moeten leren.
Ik wil taalles geven omdat ik wil dat deze studenten, nu ze zo ver gekomen zijn, gesteund worden.
Niet door ze voorschriften op te leggen, maar door die voorschriften te onderzoeken.
Pas dan worden studenten weerbaar.
Is dat geen goede Unique Selling Proposition?

Marleen Claessens
(docent communicatie)


naar boven



8 12 2016



Taalopstand

Britse slavenhouders waren als de dood voor een 'geletterde zwarte bevolking', die in boeken wel eens gevaarlijke revolutionaire denkbeelden zouden kunnen vinden.
Ze realiseerden zich dat slaven, als ze de bijbel konden lezen, in de Schrift opruiende gedachten van opstand en vrijheid zouden kunnen vinden.

Verheffing van het volk

In 1865 besloot de Cubaan
Saturnino Martínez

sigarenmaker en dichter, een krant te maken voor de arbeiders in de sigarenindustrie.
Er moesten niet alleen politieke onderwerpen in staan, maar ook artikelen over wetenschap en literatuur, gedichten en korte verhalen.
Zijn opzet was 'om op alle mogelijke manieren het volk te verheffen'.

Maar Martínez ondervond al gauw dat zijn krant door het analfabetisme niet echt populair was: slechts 15 procent van de werkende bevolking kon lezen. In overleg met de directeur van de fabriek werd een arbeider gekozen als voorlezer, betaald door zijn medearbeiders.
Voorgelezen werden geschiedenisboeken en didactische romans en een handboek over politieke economie.
Er werd hevig over de inhoud gediscussieerd.
De voorlezingen werden zo populair dat ze overgenomen werden door andere fabrieken.
Maar dat succes leverde ze al gauw de reputatie van subversiviteit, en in mei 1866 verbood de gouverneur van Cuba om 'de arbeiders van de sigarenfabrieken af te leiden door het voorlezen van boeken en kranten'.
De politie moest erop toezien dat dit verbod nageleefd werd.
Clandestien werd er nog hier en daar voorgelezen, maar tegen 1870 was er niets meer van over.


Dingen in de kring

In een van mijn lessen vroeg ik om een voorwerp mee te nemen uit je lagereschooltijd, dat iets met schrijven te maken had.
In de les besteedden we aandacht aan de functies die schrijven voor je kan hebben en hoe dat vaak op school verengd wordt.
Voor mij is de onderstaande tekst van Laila een ontroerend verhaal, omdat het geschreven is door een Marokkaans meisje dat heel erg goed meedoet, op het puntje van haar stoel.
Het is toch weer net of ik in die teksten iedereen veel beter leer kennen.

Een doos met prinsen en prinsessen
Na lang zoeken vond ik in de schuur een stoffige bruine grote doos.
Toen ik de doos opende lag het vol met schriften en verhalen van mijn broer en van mijzelf.
Stond ik daar, bladerend door de schriften en lachend om de leuke en grappige verhaaltjes.

Dit verhaal vond ik thuis bewaard.
Ik moest hier een jaartje of zeven zijn geweest.
Ik weet nog heel goed dat ik het leuk vond om verhalen te schrijven.
Als ik bij mijn oma was, schreef ik haar allemaal briefjes en verhalen.
Zo ook het verhaal over de prins en prinses.
Ik zie dat ik altijd al een romanticus ben geweest en toen al geloofde in eeuwige geluk.
Helaas, weet ik nu dat de werkelijkheid anders in elkaar zit.
Uit verhalen van mijn moeder weet ik dat ik het fantastisch vond om de namen Jan en Kees in mijn verhalen te verwerken.
Als ik nu terugdenk, wil ik best wel weten wat de reden daarvoor was.
Wat ik zo leuk vind aan mijn schrijftechniek van toen, is dat ik bij wed en gevied de r wegliet.
Waarschijnlijk komt dat omdat ook in de uitspraak de r niet zo krachtig is in die woorden.

Laila
(student communicatie)