pianoverhalen

Stof
op de piano
Na
zeventig dagen
wind en zon,
wind en wolken,
wind en zand,
na zeventig dagen,
wind en stof
kwam
een beetje
regen
Betoverd
In de keuken is ze mijn ma, in de stal en op de akkers is ze
de vrouw van mijn papa, maar in de salon is ma anders.
Mooi is ze niet, lang en mager, slechte tanden, haar donkere
haar altijd vuil, maar van toen ik vier was, weet ik dat ik
betoverd werd door haar als ze piano speelde.
Papa had de piano gekocht, een oude Cramer, het was zijn trouwcadeau
voor haar.
Zij kwam naar dit huis. Ze vond gaten in de muren, een roestig
bed, geen stromend water en die piano,
blinkend in de hoek.
Papa's ogen worden zacht, wanneer hij achter haar staat, wanneer
ze speelt.
Ik wil dat iemand zo ook naar mij kijkt.
Op mijn vijfde verjaardag ging ma naast mij zitten
en begon me muziek te leren, leerde mij spelen.
Karen Hesse
Maart 1934
[uit: Out
of the Dust. ''The Dust Bowl years of the Great Depression'
in Oklahoma].
|
|
|
|
|
tussen
taal en beeld

Lola
en haar Pianola
Ik ben
de wulpse Lola, de lieveling van het cabaret
Ik heb een pianola thuis naast mijn bed
Ik ben de wulpse Lola, het liefje van elke man
Maar aan mijn Pianola, daar komt niemand an
Ik ben
wulpse Lola, de lieveling van het toneel
Ik heb een pianola thuis in mijn bordeel
En wie mij wil begeleiden, daar beneden uit de zaal
Die mep ik in alle hoeken en trap op z'n pedaal
Lola, Lola
- iedereen kent mij, wie niet
Als je me hier op de planken ziet
Dan raak je compleet oververhit
Mannen, mannen - niemand kus ik, oh nee
Allen mijn Klavier zingt het lied met mij mee
Marlene
Dietrich
|
|
|
|