Pianopoëzie


> startpagina
> meer pianoverhalen


tussen taal en beeld  


Op de piano dansend dorst uw hand begaan,
Wat zelfs hyena's slechts bij nacht bestaan:
Met onbarmhartig-smeltend teer klaviergeluid
Trok ze al mijn dode dromen weer hun graven uit.

Piet Paaltjens (1835-1894)
(fragment)



Herman de Coninck

Een poes
die voorzichtig over een toets of tien
van een piano is gelopen en omkijkt:
heb je dat gehoord?
Heb je me gezien?

Herman de Coninck (fragment)



J.A. dèr Mouw

Blond kindje speelt piano
Plechtig staan, als was 't een kerk, twee kaarsen.
't is, als ragt
't verleden blauw nevelend op, en tracht
Naar lichte kring van 't Nu terug te gaan.
Als kwam 't van ver, hoor 'k de oude stukjes aan,
Waar zalig Mozart's kindervroomheid lacht,
En uit berijpte grasjes, rits'lend zacht,
Zilv'ren getinkel glipt langs straal van maan.
Vroom kijkt mijn kindje naar het notenblad -
't is plots'ling, of ik 't vaak gezochte vind,
Alsof mijn moeder daar te spelen zat,
En 'k zelf weer was gelovig luist'rend kind;
En 'k zie door tover van die oude wijs
Mijn moeder jong, en mijn kindje oud en grijs.

J.A. dèr Mouw (1863-1919)




Paul Rodenko

Februarizon
Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan
arbeiders bouwen met aluinen handen aan
een raamloos huis van trappen en piano's.
De populieren werpen met een schoolse nijging
elkaar een bal vol vogelstemmen toe
en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig
helblauwe bloemen op helblauwe zijde.
De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.
Ik draag het donzen masker van
de eerste lentewind.

Paul Rodenko (1920 - 1976)


Noch de stem van de sombere stenen,
zomin als de schim van de dichte piano,
of het zwijgen van het ranse water ooit
zonder huiver een streling zou velen

Serge Patrice Thibodeau (Fragment)





Oude Salon
Zes zware stoelen staan hier langs de muren
En de piano is van ebbenhout;
Aan grijze wand landschappen met figuren
In zwarte lijnen met een streepje goud.

In zulke kamers is men altijd oud,
De zomerdagen en de winteruren
Zijn even lang, alles is sterk gebouwd.
En kan, ofschoon bouwvallig, eeuwen duren

Jan van Nijlen (1884-1965) (fragment)


Het zwijgen der partituren
Nog enkel twee kandelabers
brandden
op je piano
op het terras.
Je speelde de macarena
en blauwe oden aan de maan
Ik -luchtig veulen-
naderde
uit de tuin,
door licht en muziek aangetrokken.
Je streelde mijn hals en manen.
Zwijgend wachtten de partituren.

Piet Labian


Herfstgedachte
Ik hoor het tikken van een klok
een auto rijdt voorbij
Pianospel, heel zachtjes maar
verdwijnt al even snel

Anne (fragment)


Snaar
Mijn piano had een valse snaar,
die was echt heel gemeen.
Ik pakte dan een grote schaar
en knipte hem in tweeën.

Toen, na dat verdiende loon
- ze moesten het eens wagen -
heeft men tegen mij zo'n toon
nooit meer aangeslagen.

Marnix Izeboud


Dubbelspel
Een amateurtje uit Lugano
had dubbelmatig speltalent.
Hij speelde door de week piano,
daar neven voetbal in 't weekend.

De dubbelspeler was tot veler
misnoegen slechts een spelbarbaar.
't Was alleszins als vleugelspeler
een eigenwijze pingelaar.

Aubrey


Je speelt piano op de toetsen van mijn vingers...

Je leest een blinde partituur
In de ogen van mijn ziel
Je vingers branden van verlangen
Om te spelen op dit late uur

Je speelt piano op de toetsen
van mijn vingers, verkleumd
Stijf bevroren...
Je streelt de noten warm...

Mag ik je vragen de laatste strofe
te herhalen met gebaren
Gebruik nu nog geen woorden
Het zegt meer als je ogen open staren

Speel mijn vriend, speel nog een keer
Wil je niet stoppen voor de zon opkomt
Laat me rusten in je armen
Asjeblieft speel het nog eens weer

Lenore Lotte Nuyts




Simon Vestdijk en Adriaan Roland Holst spelen quatre mains

In Ernst
Tel van uw Brein licht ook de rijkste vangst:
Het edelst in uw denken blijft uw angst.
Wie ‘t Eeuwig Wezen loochent,
kán nog groot zijn –
Wie ’t zonder wanhoop doet, is derderangsch.

Roland Holst 1888-1976
NB. Roland Holst kon niet pianospelen, Simon Vestdijk wel.


Waarom
Waarom, vroeg jij mij laatst.
Waarom, ik van jou hou.
Waarom, altijd dat waarom.
Waarom brandt een piano langer, dan een lucifer.
Waarom schijnen elke dag en nacht de zon en maan.

Piano
in de stille kamer
kruipen de tonen
tegen de muur

en dragen een
polonaise naar
mijn gehoor

dat wat ik graag
horen wil
herhaalt zich

de rest zijn
afgevallen noten
die aan het
behang zijn
blijven plakken

Henk Knibbeler



Anna Enquist

Voor hobo en piano
Zij heeft het riet in huis gehaald, waar altijd
met een zweem van streling, snaren klonken.
Zij wil niet als de klarinet behagen, niet verlokken
als de fluit. Zij stelt.
Zo eenzaam heb ik haar als meisje nooit gehoord.
Met haar oprecht en puur geluid
blaast zij zich daaglijks verder weg.
Wat nu? Ik bied haar fluisterende tegenstemmen
op het aangetast gebit van mijn klavier, ik vang
mijn grote kind nog in een uitgerekt accoord
maar ga haar toevertrouwen aan de tegenwind.

Anna Enquist (1945)


At ik de piano bespylje
glide dyn fingers
my nei op 'e toetsen
yn in spultsje fan hearlik
hurd hin' en wer

yn myn hannen
hâld ik stil de foto.

Miranda Mei (fragmint)

Als ik piano speel
glijden jouw vingers
me na op de toetsen
een spel van heerlijk
snel heen en weer

in mijn handen
houd ik stil de foto.

Miranda Mei (fragment)



Hermans en Campert aan de piano in kunstenaarssociëteit De Kring in Amsterdam


omhoog




De wereld is kut
en het leven is zwaar

koop een piano of steel een gitaar
Drink
Rook een joint
Neem een snuif
Zet een spuit
Als het maar lekker is maakt het niet uit
Wordt niet te oud want dan voel je te goed
Dat het er allemaal niet meer toe doet
Het leven is kort doe ermee wat je wil
Want straks ben je dood en dan is alles stil
alles stil... alles stil...
alles stil... alles stil
Hans Teeuwen




Mag ik je piano zijn?

Liefje,
Mag ik je piano zijn?
Zo mooi en bespeelbaar,
Zo teder en zacht
Als jij met je vingers,
Zo liefdevol en vrolijk,
Met zoveel variatie
Laat me zingen,
Laat me krijsen,
Maar zo mooi
Toe liefje
Mag ik je piano zijn?

Annebeth Bonthuis




Stuurloos

Zijn vrouw zocht geen enkel vertier
Ze zat overdag te zuchten en te blazen
s'nachts speelde ze de klavier
Hij ergerde zich meer en meer
Terwijl ze haar vingers op de toetsen zetten
Sloeg hij de klep met een klap neer

Chanette Kreulen




Ik ben niet mooi meer,

ik ben niet jong meer,
ik heb in het gesticht gezeten,
mijn vingers staan stijf van de medicijnen,
en toch ga ik een blues spelen op de piano

Rogi Wieg




























poëziezomer


19 03 2015