|
tussen
taal en beeld
Monsters
bestaan voor jonge kinderen 'echt'
Ieder die
zijn jonge kind voorleest uit een prentenboek weet dat die boeken
bronnen zijn om met je kind over van alles en nog wat te praten.
Er zijn prentenboeken die over monsters gaan. Als je daar uit
voorleest kunnen de kinderen lekker griezelen, maar je kunt ze
tegelijkertijd geruststellen: Monsters bestaan niet.
Monsters
in een koffertje
Een uitgever van educatief materiaal is op de gedachte gekomen
om het hele monstergebeuren in monsterkoffertjes te stoppen.
In de koffertjes zitten een serie platen en informatie voor
ouders, grootouders en leerkrachten. De samenstellers van Monsterkoffertjes
beweren dat het zien van fantasiewezens een teken is dat het kind
leert omgaan met de complexe wereld.
Moeten
kinderen naar de dokter om van hun monsterangst genezen te worden?
De gebruikte platen zijn stereotiep van opvatting waar het monsters
betreft. De kinderen hebben beslist angsten en benoemen die soms
gemakshalve als monsters. Over hun werkelijke angsten krijg je
niets te horen als je over monsters begint.
Zo is de juf is bang voor spinnen, Oma bang voor een muis en ga
zo maar door.

Maar de werkelijke angsten van de volwassenen komen niet ter sprake.
Dat je daarvoor naar de dokter zou gaan is iets dat ik niet zo
snel met kleuters zou bespreken. Zeker niet als dat een een dokter
is met een monster op zijn rug dat van plan is een hap uit het
kale, geleerde, hoofd van de arts te nemen.

De volwassenen op de platen zetten een nogal grote mond op, is
dat om hun eigen angst te overschreeuwen?
[bron:
Boer, H. de Monsterkoffertjes Uitgever: CPS onderwijsontwikkeling
en advies]

Bijbelse
monsters
De gruwelijke relaas van Jonas die op zee regelrecht in de bek
van een walvis geworpen werd. Het beest kotste het blote mannetje
later weer uit waarna Jonas weer verder kon gaan met het verspreiden
van goede boodschappen.
|