Kleuters en
vormstempels


> startpagina

> meer over kinderen

tussen taal en beeld

 

.

De kleuters maakten vormstempels,
drukten die af in het vakje en
ze vertelden er bij



De brug gaat niet open


Driehoeken die gaan lijmen want ze hebben snavels.
Harde wind, dan waaien ze weg [Lee]
Vogels kunnen vliegen maar niet zwemmen hoor!
Kleine eendjes wel en grote zwanen


Heel veel eekhoorntjes die gaan gewoon op mijn handen lopen,
dat kriebelt zo. [Maite]


Vissen eten hun eigen voer en ik eet vis.


Hokje voor het hondje.
[Maite]
En tunneltjes. [Sara]
Dan gaan ze botjes zoeken.


Dat is de bus, dan gaat ie vallen.
Er komt een auto tegen.
Er komt ook een auto tegen de broek.
[Sophie]


Ik had geen armbandjes. Ik had niks aan.
Ik kan al zwemmen zonder bandjes. [Sofie]


Hoe werk je met vormstempels?

De vormstempels zijn kleine houten blokjes waar de peuters vormpjes van zelfklevend cellrubber opgeplakt hebben.
In een dekseltje is wat Ecoline op een viltje gedruppeld.
Dat is het stempelkussentje.
De kinderen gebruiken elkaars stempels en combineren die met elkaar.
Ze bedenken waar een stempeltje moet komen en met welke kleur.
Je kunt het stempeltje ook heel vaak afdrukken.
Soms gaat een peuter met het stempeltje veegjes maken. Dat is de bedoeling niet, maar het is wel leuk om te zien.

Wat de kinderen vertellen
Ze kijken naar de stempelwerkstukken.
Soms benoemen ze slechts de vormen.
Maar als je doorvraagt krijgen de vormen een betekenis.
Dan komen er verhalen los.
Vaak zijn die verhalen verbonden aan de prentenboeken die ze kennen.
Het wordt pas echt spannend als ze vertellen over de dingen die ze zelf gedaan hebben
.



Een koning.
Hij ligt op de grond. Hij is dood. [Maite]


De broeken waaien allemaal weg. [Lee]
Heel hoog in de wolken [Jari]
Het ene rondje lijkt net alsof het kapot is [Ruben]
Die met gaatjes zijn ook wolken [Lee]

et kapot. Dat wordt een wasstraat voor een auto, schoonmaken. Er zijn ook borstels. Ook twee borstels die ronddraaien waar je door heen moet. [Ruben]



 



Als het gaat regenen er over heen dan zijn er allemaal raampjes, die worden nat. Er is een mevrouw en een meneer en kindertjes [Lee]


Een beer, die hoort niet bij ons in de bus. Toen kwam de jager aan die zei: "Wie heb jij opgegeten, Maite en Tamar? Ik ga jou doodschieten" [Maite]


Ronde billen die tegen elkaar aan zijn. [Sara]


Daar ben ik onder water. Een stokje daar boven, dan kan je adem halen en een brilletje aan. [Sara]


Drie biggetjes hebben een doek om hun been. Ze hebben kleren aan en doeken over hun ogen. Eén biggetje zag de wolf. [Maite]


De lucht is blauw.
Ja. [Silvra]


Na het eten krijg ik een toetje. Chocoladevla.
Eerst heb ik pasta met spinazie er door heen. Dat heet kadootjespasta. [Sara]


De kinderen van de crèche. Ik weet niet wat ze doen. [Sophia]


In het zwembad met papa en mama en Morris en Tamar en nog een oma er bij. Oma had geen bandje, want oma's kunnen zwemmen. [Maite]


Dat is kabeltouw, die maak je aan de boot vast.
Dan ga je uitstappen en los maken.
[Lee]


Sinterklaas of een heks, die gaat kadootjes brengen [Ruben]
En er is een veulentje die pas geboren is, die hoort bij het moederpaard, die moet in een ander hokje.
En Sinterklaas zegt: "Welkom in Nederland" [Lee]


Een rond maantje.
Een stukje van de maan.
Dan valt ie er af.
[Jari]



 


De stempels doen het ook in de sneeuw. De afdrukken smelten, dus moet je ze snel bekijken.


Het stormt, de maan is gekomen om de storm weg te halen. Toen ging de storm weer, hij ging gewoon niet weg, hij wou gewoon blijven.
Toen ging hij gauw woe woe woe zeggen [Maaite]


Hoe ging het precies in het atelier?

Toos [begeleidster] zet de cassetterecorder aan om op te nemen wat de kinderen vertellen.
Ruben [3j.] legt uit hoe het zit met de adapter en Maite [3j.] weet dat die in het stopcontact moet.

Henk [Opa] vertelt het verhaal van Albertje en de wolkenkinderen en laat de platen zien.

Hoe Albertje van de berg viel en door de wolkenkinderen opgevangen werd omdat die een toverspreuk riepen waardoor Albertje zo licht als een veertje werd.


Ruben: "Ik was met een zwemband in Cahor en zag op de weg vrachtauto's".
Maite: "Ik heb een regenboog in de auto gezien".

Als ze een wolkenrace houden raakt Albertje achter en ziet alleen nog de maan.

Henk: "Hou je handen voor je oren want er gebeurt iets!"
Een vliegtuig komt brullend langs en Albertje valt van zijn wolkenraceauto.
Lee [3j.] : "Waar zijn de wolkenelfjes nou?"
Gelukkig kan Albertje over de streep van het vliegtuig terug lopen naar de kinderen.
Ruben: "Ik heb wel eens strepen achter een vliegtuig gezien, met batterijen"
Maite: "In de Dominicaanse republiek hebben de vliegtuigen ook strepen" Ze is met vakantie daar geweest en plakt de Dominicaanse republiek aan al haar ervaringen.

Ieder kind kiest een stempel en een stempeldoosje
Lee en Maite doen een beetje moeilijk over het blauwe stempelkussentje, dus moet dat maar tussen hen instaan.
Henk: "Zien jullie een stempel die we voor de wolken kunnen gebruiken?"
De kinderen: "De maan, een ster!"
Henk: "Op welk plekje ga je die stempelen?. Doe een beetje kleur op je stempeltje en druk stevig".
Puck [2j.] pakt meteen het stempeltje dat de stoel voorstelt, maar doet eerst inkt op de achterkant van het blokje. Dan krijg je geen afdruk. "Eerst omdraaien!"

Henk: "Welke dingen zijn er onder de wolken?"
Maite: "Ik heb een raam"
Henk: "Is er maar één raam? " De ramen niet schots en scheef stempelen hoor!". "Wie zit er achter de ramen? Wie zijn er in dat huis?"
Maite: "Er zitten allemaal mensen achter de ramen"
Ruben: "dit zijn regendruppels"
Henk: "zijn er maar twee druppels?"
Als Ruben er meer afdrukt roept hij: "Ha het regent nu ontzettend"
"Wat stempelt Puck?"
Lee: "Dat is een stoel"
"Misschien wel de stoel van Albertje" zegt Henk.

Bijschrijven
Henk: "Nu wil ik graag onder de stempeltekening schrijven wat jullie vertellen en dan zal ik het voorlezen"
Ruben vertelt over de brug en de wasstraat waar auto's door gaan.
Puck heeft gestempeld: Ze kijkt naar Toos, "Huis" zegt ze.
Henk: "Is dat jouw huis, woon jij daar?" Puck herhaalt: "Huis"

Met elkaar bedenken we wat je in een huis doet: "spelen en spelen en spelen maar ook TV kijken, slapen,
boek lezen, eten en weer slapen"
We kiezen allemaal een ander stempeltje en een andere kleur.
"Bedenk heel goed waar je stempelt en welk verhaal erbij hoort".
Puck kiest opnieuw de stempel van de stoel.
Henk doet voor hoe je een stempel meerdere keren achter elkaar kunt afdrukken en hoe dan de kleur steeds lichter wordt.
Lee en Maite lezen zelf voor wat Henk onder de stempelwerkstukken geschreven heeft. Ze kennen hun tekst uit hun hoofd.
Maite heeft vieze letters gemaakt en we bedenken alle dingen die vies zijn en welke schoon. "De letters
worden vies en dan kun je ze weer schoon maken"
We staan even stil bij het verschil tussen plakken en lijmen
"Wat gebeurt er met die blokken?"
"Die zijn geplakt en gelijmd". "Wat is het verschil?"
Maite: "Plakken betekent dat je het gaat lijmen"
Henk: "Maar wat gebeurt er nog meer?"
Ruben: "De auto gaat rijden"
Henk: "Daar vind ik niet zo bijzonder, dat doen alle auto's, maar waar gaat die auto eigenlijk naar toe?"
Ruben: "Naar Oostenrijk"
Henk: "Wat is daar?"
Ruben: "Heel goed speelgoed"

De stempeltjes gaan weer netjes in het blik, de dekseltjes op de stempeldoosjes, de tekeningen op een stapeltje en we gaan weer met de lift naar beneden.

Dan gaan we lekker met alle andere kinderen Pasta met Pesto eten.




16 6 2015




Er was eens een rode stip




en twee groene erbij maakt drie




met drie blauwe zijn er nu zes




ineens zijn er een boel stippen elk opgeborgen in een eigen hokje