de Jordaan

> Jordaan index

> Latijnse scholen
> Theo Thijssenschool
> Montessorischool De Jordaan
> Aloysiusschool
> Snelliusschool
> St.Maria en St.Jozefschool
> Da Costaschool
> Armenschool
> Licht in de Jordaan
> Eben Haëzerschool voor Havelooze Kinderen
> St.Vincentiusschool
> andere scholen in de jordaan

tussen taal en beeld


Een klaslokaal met zg. Kunzebanken. Artsen pleitten voor banken met rechte leuningen tegen de Engelse ziekte. De banken stonden aan elkaar gekoppeld om geschuifel te voorkomen.
Foto Jacob Olie [1891]

Hier onderwijst men de jeugd

In de stad zijn scholen en schooltjes van verschillend aard en achtergrond.
De kinderen van arbeiders zitten op stadsarmenscholen of scholen van liefdadigheidsinstellingen.
De huisvesting was vaak niet zo gezond. Gegoede burgerkinderen gaan naar particuliere scholen of nog duurdere kostscholen. De wet op het lager onderwijs van 1857 was een voorzichtig begin van verbetering.
Als gevolg van de 'Schoolstrijd' komt het bijzonder, confessionele onderwijs in beeld.



Tyrocinium linguae Latinae, Lesboek voor de Latijnseschool uit 1560
Geschreven door Petrus Apherdianus, gedrukt in Antwerpen

Meester Cornelius Crocus

[1343]
Er stonden twee Latijnse scholen onder het bestuur van de stad.
Cornelius Crocus
was in 1522 de eerste gestudeerde onderwijzer aan een van de twee stadsscholen.
Het stadsbestuur vond dat er in de voorgaande eeuwen hutspot van het klassieke Latijn gemaakt was en dat moest maar eens gezuiverd worden. Farrago sordidorum verborum!

In het begin was onderwijs niet voor alle kinderen weggelegd. Meisjes mochten helemaal niet naar school. Jongens die de kost verdienden konden alleen maar naar de zondagsschool.
De scholen waren strikt betrokken bij de kerken. Er werd veel tijd aan koorzang besteed. Als er iets kerkelijks te vieren was moesten de jongens in koorzang uitbarsten. Daarmee kwam van enig ander onderwijs dan de Latijnse kerkgezangen weinig terecht.

Er verschenen min of meer gedoogde particuliere scholen, de zogenoemde Bijscholen, die meer op de handel gericht waren. Ze gaven les in lezen, schrijven, rekenen en Frans. Dat was tegen de zin van de stadsbestuurders, want wie moest er nu in de kerk zingen?
In 1521 stelde het stadsbestuur een soort schoolreglement vast. De jongens moesten goede manieren en poëtische Latijnse teksten leren. Ze konden zich daarmee in het openbaar uitdrukken en namen deel aan toneelspelen en koorzang die bol stonden van moraliserende teksten.
Om het latijn goed te kunnen beheersen moesten de jongens 'harden', vroeg opstaan, koude trotseren, onmatigheid uit de weg gaan, veel lezen, veel vragen stellen, altijd pen en papier bij de hand hebben en vooral geen ketterse teksten tot zich nemen.
De Amsterdamse schoolmeesters begonnen ook schoolboeken te produceren die, vanwege de ruimere verspreidingsmogelijkheden, in Antwerpen of Keulen uitgegeven werden

In 1556 kwam de vooruitstrevende meester Petrus Aperdianus (Pieter van Afferden) naar de stad.
Zij verlichte opvatting was: "De stok mag nooit aanvullen wat aan 's meesters lesgeven ontbreekt"
Hij was er van overtuigd dat alle ellende op de wereld uit onwetendheid voortkwam.
Zijn lesboek latijn gaat van de leefwereld van de jongens uit. Het handelt over de kennis van het lichaam, kleding, spelen, de natuur, de stad en vooral des koopmans gebruiken en handelingen.
Voorwaar een bijzondere man.

naar boven



Theo Thijssen [L] en Jan Ligthart [R]

Twee onderwijsmensen uit de Jordaan

De twee mannen die voor het onderwijs aan arbeiderskinderen een bijzondere betekenis gehad hebben.
Beide opgegroeid in slechte omstandigheden maar zich ontwikkelend als bevlogen besnorde onderwijzers.

Schrijver en onderwijzer Theo Thijssen
O, waarde vrienden, schreef
Theo Thijssen

Ik ken de solide verontwaardiging over die 'verslappende pedagogiek'.
"Niet de letters van den man aan de schrijftafel, maar de daden van den man voor de klasse zijn paedagogiek"
Ik ken dat gewaarschuw: maak het de jeugd niet zo gemakkelijk, durf wat van de kinderen te eisen, laat ze gerust maar eens ploeteren, da's versterkend.
Ik ken die opschepperij van: wij hebben het in onzen tijd óók niet zo gemakkelijk gehad, wij werden heus niet zo met zijden handschoentjes aangepakt als de kinderen van tegenwoordig.
Maar al die goedkope fermiteit van veilige volwassenen, voor negentig procent trouwens nog fantasie van mensen die in werkelijkheid niet zo hard werden aangepakt, al die zogenaamde gezonde hardheid is een stuk zielkundige stommiteit.
Ik wil het kind niet 'sparen', ik wil het laten werken harder dan ooit iemand kan hebben gewild.
Maar het werk moet passen bij de kinderaard, het moet mogelijk zijn voor het kind.
Aldus Theo Thijssen in 'Het grijze kind'

Lees verder over Theo Thijssen

Onderwijsvernieuwer Gerrit Jan Ligthart
Jan Ligthart was een onderwijzer en pedagoog die zich ontwikkelde tot één van de origineelste onderwijsvernieuwers van Nederland.
Vooral omdat hij het belang van individualisering van het lager onderwijs op een nuchtere en praktische wijze aangaf.
In een opvoedingsrelatie kan volgens Ligthart steeds weer een nieuw begin gemaakt worden en de basis gelegd worden voor een betere wereld. Als deze wereld nog te redden is dan moet die te vinden zijn bij het kind en zijn opvoeder.
Lees verder over Gerrit Jan Ligthart

naar boven


Theo Thijssenschool
Anjelierstraat



Theo Thijssenschool / Gevelsteen

Er werden vanzelfspreken in Nederland veel scholen naar deze bijzondere onderwijsman genoemd. De eerste stond in de Amsterdamse Jordaan op de Westerstraat. Die is afgebroken en de Aloysiusschool is er voor in de plaats gekomen. De gevelsteen is mee verhuisd naar de school In de Anjelierstraat waar eerst een kleuterschool was. Die was in 1927 in de stijl van de Amsterdamse School gebouwd.
De ingang en de speelplaats zijn tegenwoordig in de Tuinstraat.
De Theo Thijssenschool heeft ook een dependance in de Palmstraat
.
De gevel van de school moet het opnemen tegen graffiti van de jongeren die mogelijk vroeger de schoolkinderen waren die Theo beschreef.
Het was een echte volksbuurt en er werd regelmatig gevochten op het Madeliefplein.

Van een autoritaire naar een anti-auroritaire school?
Het is niet bekend hoe de denkbeelden van Theo in de hoofden van de hedendaagse schoolgaande jeugd aankomen.
Op de oude school in de Westerstraat, waar Lucebert ook op zat, stonden strenge schoolmeesters voor de klas. Er waren geen schoolbanken meer, maar de losse tafeltjes en stoeltjes stonden wel strak op een rij. Het was een autoritaire school, met klassikaal onderwijs.

In 1973 kwam er een nieuwe directeur die wél oog had voor het individuele onderwijs. Er werd gewerkt met lesmaterialen, die per kind konden verschillen. De Jordanese ouders begrepen er niet zo veel van en vonden dat hun kinderen maar gewoon moesten leren.
De anti-autoritaire opvoeding paste niet in de buurt van toen en veel ouders brachten hun kind naar de katholieke Aloysiusschool.
Behalve dat trokken veel jordanezen weg omdat ze de huur van hun gerenoveerde woning niet meer konden betalen. Jonge mensen, vaak van buiten de stad, namen de buurt over. De Jordaan verloor daardoor wel veel van het volkse karakter, maar voor de buurt en de de school was het wel de redding.
Er kwam zo langzamerhand een ander type kind de school binnen. Het was gemotiveerder, stond meer open voor de aanpak van de school. Onder leiding van directeur Peter Sargentini bloeide 'de Theo Thijssen' op. In juli 2012 gaf die het stokje over aan Eric Molenveld.
Het leerlingvolgsystemen, CITO-toetsen en prestaties worden steeds belangrijker. Maar de Theo Thijssenschool blijft de culturele, sociale en creatieve kant van het onderwijs centraal zetten.



De ontwerper Piet Parra vroeg in ieder geval de kinderen een tekst van ten minste één regel over 'Spelen in de stad' te schrijven. De regel van de zevenjarige Lisa schilderde hij op de muur van het speelplein. 'Ik speel in de stad met alles wat er bestaat'.

Een beeld
Op de Lindengracht staat een bronzen beeld, door de beeldhouwer Hans Bayens (1924-2003) gemaakt.
Theo als schoolmeester, liefdevol gebogen over een van zijn leerlingen.
Het beeld is onthuld op een zaterdag toen er markt was, een niet zo handig gekozen tijdstip.
Ergerlijk was het dat de kinderen van de Theo Thijssenschool er nauwelijks aan te pas kwamen om hun bloemetjes te leggen.
Theo zou het zelf zo geregeld hebben dat de kinderen juist het middelpunt waren.
Als er tegenwoordig markt is dringen de mensen zich tussen het beeld van hem en de viskramen door. Een enkele keer waagt een marktkoopman zelfs het een dekzeil van zijn kraam aan het beeld te knopen.
Pas als er geen markt is staat het beeld er in volle glorie.

naar boven


14e Montessorischool De Jordaan
Elandsstraat


De oude school en de nieuwbouw er naast.
Het is de vraag of het ontwerp ervan de goedkeuring van Maria Montessori zou wegdragen.

De school van vandaag is een Kindercampus
Als Montessorischool hecht men grote waarde aan het scheppen van een optimaal leef- en werkklimaat binnen een kindvriendelijke, veilige en geordende omgeving, waarin kinderen uitgedaagd worden om veel te leren en vooral om samen veel te leren.
Maria Montessori had bij het ontwikkelen van haar denkbeelden zeker wel kinderen voor ogen zoals die indertijd in de Jordaan leefden. Ze was ook bij de school van Jan Ligthart op bezoek geweest.
De kinderen van vandaag zijn niet de arbeiderskinderen van toen. Ze hebben het beter maar blijven in principe gelijk. Ze willen zich graag ontwikkelen en daarin zelf een actieve rol spelen. Vandaar dat de kinderen op de Montessorischool de ruimte krijgen om zelf actief te zijn en eigen initiatief te ontplooien. Uiteindelijk gaat het er om dat kinderen zich op alle terreinen optimaal ontwikkelen. Van de ouders wordt gevraagd een actieve rol in de school als gemeenschap vervullen.

Uitbreiding
De school staat in de Elandsstraat en heeft ook de Mariaschool van de Zusters van 'de Voorzienigheid' in gebruik genomen.
De school groeit nog steeds en men zoekt naar meer plaats voor uitbreiding.

De annexatie van het gebouw van speeltuinvereniging 'Ons Genoegen' stuit op veel verzet.
Deze bestaat al 93 jaar en men is boos dat de plannen van het stadsdeel voorbij gaan aan het belang van deze buurtvoorziening.
Maar in 2010 start nieuwbouw waarbij de school wordt uitgebreid met 3 klaslokalen, ruimten voor naschoolse opvang, een ondergronds gymnastieklokaal en ruimte voor een speeltuinvereniging. Deze functies zijn ondergebracht in een nieuw, apart gebouw met daar achter een openbare binnenplaats met een speeltuin naast de speelplaats voor de schoolkinderen.
Buurtvereniging Ons Genoegen is opgenomen in de Kindercampus. De speeltuin is vernieuwd. Er zijn hoogteverschillen gemaakt met palen, autobanden en klimrekken.
Aan de straatkant heeft het gebouw een enorme glazen gevel waarop, met enige moeite, twee strofen van het gedicht 'Zomer' van Mies Bouhuys te lezen zijn. Mies heeft jarenlang in de buurt gewoond, vandaar.
29 mei 2013 is het gebouw officieel geopend

Over Montessori in de Jordaan
In 1942 werd tegen zuster Hippolyte, van de congregatie 'de Voorzienigheid' gezegd: "U gaat de opleiding volgen voor het Montessorionderwijs". In Amsterdam was het Montessorionderwijs alleen in het Openbare Onderwijs te vinden. De congregatie begon met twee Montessori-kleuterklassen op de Lauriergracht aan de rand van de Jordaan, er kwamen zowel kinderen uit de Jordaan als van de Grachtengordel. Uit de Jordaan als de ouders de extra schoolbijdrage er voor over hadden, de grachtengordel kwam speciaal op het schooltje af.
In die tijd betekende het dat je kinderen van 4 tot bijna 7 jaar bij elkaar had. Het hele jaar door kwamen kinderen binnenstappen die 4 jaar waren geworden.
Het principe van Montessori is dat er orde moet zijn, anders is er geen ontwikkeling mogelijk. Binnen die orde wordt dan veel vrijheid geboden. De kinderen kiezen zelf, maar jij moet dan opletten dat ze op hun eigen niveau werken. Na de oorlog waren er wel klassen van 40 kinderen, dat was niet gemakkelijk want het systeem was ingesteld op ongeveer 25 kinderen. Op den duur kwamen er steeds minder kinderen als gevolg van veranderingen in de samenstelling van de bevolking.
in Amsterdam was er indertijd geen vervolg op de Montessoriaanpak voor kleuters die het lager onderwijs gingen volgen. Wel was er samenwerking met de onderwijzers van de 1e klas van de lagere school. De kinderen zouden zich snel kunnen gaan vervelen in het gewone, strak klassikale, onderwijs. In het Montessorionderwijs boden we die kinderen een ontwikkeling die voor een volkswijk bijzonder was. Ze leerden om goed voor zichzelf op te komen, vanuit hun eigen kunnen dingen aan te pakken. Tegelijk was het een heel sociale opvoeding, waarin ze veel samen met anderen leerden doen, elkaar moesten helpen, telkens weer nieuwe kinderen moesten opnemen in een groep met groot leeftijdsverschil. Die kinderen brachten verschillende culturen mee. Dat zagen ze van elkaar en daarin leerden ze van elkaar. Ze vonden elkaars verschillen gewoon. Bovendien kon ieder zich in z'n eigen tempo ontwikkelen. Ik denk dat we daar de basis legden voor heel open, tolerante mensen.

naar boven


[1863]
St.Mariaschool
Lauriergracht / Elandsstraat


Klooster De Voorzienigheid / geheel links de St Mariaschool

Tussen de Elandsstraat en de Lauriergracht waren twee katholieke scholen, de Maria en de Jozefschool, onder de hoede van de Zusters van de Voorzienigheid, die daar ook hun klooster hadden.
De Congregatie de Voorzienigheid startte in 1852.
De Mariaschool opende 24 mei 1863 met 90 leerlingen als school voor gewoon lager onderwijs en kwam voort uit de noodzaak om onderwijs aan de eigen gestichtskinderen te kunnen geven.
Omdat er toen nog nauwelijks katholieke scholen waren in de stad, kwamen daar ook ‘buitenkinderen’ van buiten het gesticht, bij.
De Mariaschool was een ‘armenschool’, waar alleen de elementairste schoolvakken werden onderwezen. Maar onder de katholieke Amsterdammers was ook behoefte aan lagere scholen met iets meer vakken, zoals de belangrijkste buitenlandse taal van die tijd, het Frans.

[1870]
St.Jozefschool

Lauriergracht

Vooral voor de externe klandizie in augustus 1870 de Sint Jozefschool geopend, als ‘Fransche burgerschool’. Dat werd mogelijk door de aankoop van de suikerfabriek Sweden. In de beginnende Congregatie hadden verschillende zusters hun hoofdakte (staatsexamen) gehaald.
Hoewel opvoeding de belangrijkste taak van de Congregatie was kreeg hiermee het onderwijs ook een belangrijke rol. Daar had de orde natuurlijk ook financieel belang bij. Voor de Jozefschool kon veel meer schoolgeld gevraagd worden.
Dit aanvankelijke onderscheid tussen beide scholen is blijven bestaan. Bijna alle kinderen van de Voorzienigheid blijken echter steeds naar de Maria school te zijn gegaan.
Rond 1960 zat de Mariaschool in de Elandsstraat, net als de lagere klassen van de Jozefschool. De hoogste klassen van de Jozefschool hadden hun ingang op de Lauriergracht. De Voorzienigheid-kinderen hadden hun toegang tot de Mariaschool via hun inpandige speelplaats. De buiten-kinderen via hun eigen ingang. Zoals ook de Jozefschool binnendoor het complex bereikbaar was.
In het gebouw van de Mariaschool zitten nu een aantal klassen van de 14e Montessorischool Jordaa
n aan de overkant van de straat.

naar boven


Aloysiusschool
Westerstraat

Van en voor Jordanezen?
De Aloysiusschool is meer dan een eeuw oud. Na op diverse locaties in de Jordaan gevestigd te zijn geweest, kwam er in 1988 een nieuw gebouw aan de Westerstraat. 
Van oudsher staat de school bekend als de school van en voor de echte Jordanezen. Het komt dan ook vaak voor dat er kinderen, en zelfs kleinkinderen, van oud-leerlingen op de school zitten. Het etiket ‘Jordanese school’ is eigenlijk niet meer van toepassing. Natuurlijk zijn er nog altijd veel leerlingen met wortels in de Jordaan, maar een groot deel van de kinderen heeft een andere achtergrond.
 
Kunst- en cultuureducatie
In samenwerking met Muziekschool Amsterdam wordt gewerkt met de muziekmethode ‘Moet je Doen’. Er is ook een plan voor samenwerking met het Concertgebouw. Onderdeel van de naschoolse activiteiten zijn cursussen op het gebied van dans, drama, muziek en beeldende vorming.

naar boven



Taallessen met de leesplank

[1855]
Licht in de Jordaan

Bittere armoe, dronkenschap, hier en daar kinderen die slechts op handen en voeten konden lopen.
Dat was de Jordaan halverwege de negentiende eeuw. Hier woonde de alleronderste laag van de stadsbevolking.
Hier huisden de armen en verminkten en kreupelen en blinden uit Lukas 14.
De kerk, het christendom, had afgedaan. Socialisme en anarchisme vonden breed weerklank.
In deze buurt werd, in 1855, de vereeniging Tot Heil des Volks opgericht.

Geestelijke vernieuwing
In diezelfde periode ontstond er een beweging van geestelijke vernieuwing die later zou worden aangeduid als het Reveil. Staatsman Groen van Prinsterer, dichter Isaäc da Costa en dominee O.G. Heldring waren drie van de voormannen van deze beweging. Verschillende predikanten die al jaren de christelijk boodschap preekten.. Eén van hen was dominee Jan de Liefde.

Bijbellezingen
Samen met een ouderling staat hij daar, op een van de vele bruggetjes in de Jordaan: de Reveilprediker ds.Jan de Liefde. Geschreeuw alom. Een doordringende vislucht. Her en der verwaarloosde kinderen. Grauwheid.
'Hoe zouden we Christus kunnen brengen in deze duisternis?'. Ds. De Liefde laat er geen gras over groeien. Hij stapt op een vrouw af die een eindje verderop haar viskisten aan het schoonmaken is en vraagt haar of hij in haar huis bijbellezingen mag gaan houden. Ze heeft er geen bezwaar tegen. De volgende avond zitten in de woning van vrouw Schouten vijf arbeidersvrouwen: en een blinde orgeldraaier onder zijn gehoor.

De 'Christelijke Bewaarschool voor Havelooze kinderen'
De bewaarschool die in januari 1855 werd opgericht in de Willemsstraat, was de eerste vrucht van de evangelisatiedrang.

naar boven


Eben Haëzerschool voor Havelooze Kinderen
Bijzonder Lager Onderwijs,
Bloemstraat 191


Leerkrachten van de Inrichting voor Havelooze Kinderen

Rechts zittend het schoolhoofd Dhr. van Zwieten. Rechts staand J. de Haan, de grootvader van Lya Dordregter, die herinneringen uit de familie verzamelde.

Volgens de akte van benoeming heeft haar grootvader daar van 1 januari 1915 tot 1 mei 1921 les gegeven.

Een bekend schrijver, dichter en verzetsman, H.M. van Randwijk is eveneens onderwijzer op de school geweest. De ellende van de crisis greep Van Randwijk aan. Hierover schreef hij in 1936 het boek Burgers in Nood. Door dit boek had hij moeite een betrekking als onderwijzer te vinden. Voor de 'rooie' van Randwijk was geen plaats op christelijke scholen. Met hulp van Ds. J.J. Buskes kreeg hij in 1937 werk op de Eben Haëzerschool.
In de oorlog was Van Randwijk betrokken bij de illegaliteit. Zijn schuilnaam was Sjoerd van Vliet. Hij was één van de oprichters van het illegale blad Vrij Nederland. Na de oorlog zou hij ook hoofdredacteur van het blad blijven. In 1942 werd hij door de Duitsers gearresteerd en zes weken lang verhoord. Hij ontkende stug en hield vol dat iemand met zijn theologische opvattingen geen verzetsblad kon uitgeven. Hij werd vrijgelaten met de uitroep: "U bent òf onschuldig, òf de grootste leugenaar die er bestaat".

Nieuwe kleren
De school was in het begin bedoeld voor haveloze kinderen die in grote armoede leefden en nooit enig onderwijs hadden ontvangen. Haveloos is een benaming voor mensen zonder bezit, maar ook voor armoedig en slordig gekleed. De kinderen kregen op school vaak nieuwe kleding. Het gebeurde nogal eens dat het kind de volgende dag weer in z'n oude kloffie kwam omdat de nieuwe kleding naar de pandjesbaas was gebracht. Dat leverde immers weer geld op.
Regelmatig werd er een kind uit de klas gehaald vanwege luizen. De jongens kwamen dan kaalgeschoren terug. De meisjes kregen een verband op hun hoofd waar een of ander goedje gesmeerd was om de luizen te doden. Zo'n verband noemde men "pedikelkap" of "luizenkap"
De kinderen waren erg aanhankelijk, als zij op school kwam hingen er altijd wel kinderen aan de arm van mijn grootmoeder of sloegen hun armen om haar nek. Ondanks dat zij het daarmee wel eens moeilijk had vanwege de vlooien en luizen begreep zij dat de kinderen veel liefde nodig hadden omdat zij dat thuis vaak misten.

Streng maar rechtvaardig
Mijn grootvader had goed contact met Opoe Kabalt. Opoe runde het hele gezin. Vader had een orgel, was orgeldraaier en moeder ging altijd met hem mee. Alle kinderen Kabalt zaten bij mijn grootvader op school. Opoe Kabalt kwam daar nog al eens en zei dan altijd tegen mijn grootvader: "vreten de kinderen wat uit, geef ze dan op hun lazer".

Tussen de middag gingen de kinderen naar de Willemsstraat om daar in een zaal van het Willemshuis warm te eten. Tijdens de warme maaltijd moest er altijd een van de leerkrachten toezicht houden. Dat liep nogal een uit de hand. Het voedsel zat wel eens op de muren. Wie kon het hards met zijn vork zijn eten tegen de muur kwakken. Mijn grootvader werd daar altijd heel erg kwaad over en dreigde hun ouders ter verantwoording te roepen waarna men ook geen maaltijd meer kreeg aangeboden.
Ik heb mijn grootvader nog goed gekend, heel rechtvaardig maar je mocht beslist niets verspillen.


De kinderen gingen wel eens op een schoolreisje
Hier een uitstapje naar de witte herberg Kraantje Lek' in Overveen aan de voet van duintop 'de Blinkert'
Daar zijn in de loop der jaren al heel wat kinderen met schoolreisje naar toe geweest.


Schoolreisje naar Kraantje Lek in Overveen


Leerkrachten en hun partners in Kraantje Lek


De beroemde holle boom van Kraantje Lek
Achteraan in de boom mijn grootvader en grootmoeder, een pas getrouwd stel. Zij hebben elkaar in Utrecht ontmoet en toen zij trouwden moest mijn oma haar baan als leerkracht opzeggen. Zo ging dat nu eenmaal in die tijd.
Rechts zittend de heer en mevrouw van Zwieten. Achter hen, Dien Hofer (met plat kapje).
Dien Hofer was een leerkracht. Waarom zij een plat kapje en de leerkracht naast haar een puntkapje droeg, was volgens mijn tante heel persoonlijk. Mijn oma droeg bijvoorbeeld niets op haar hoofd. Mijn opa heeft op diverse scholen les gegeven en op foto's met leerkrachten ben ik die kapjes nergens tegengekomen. Dien Hofer is verhuisd naar Rotterdam, is gehuwd met Cor Slijper en zij hadden 4 kinderen. Na het bombardement in de oorlog hebben zij tijdelijk bij mijn grootouders in Scheveningen gewoond.


naar boven


[1876]
Da Costaschool

Rozengracht 113


Da Costaschool (lage gebouw op de foto)

De eerste steen voor de Da Costaschool werd op 26 september 1876 door kleinzoon van de schrijver Isaac da Costa met een zilveren troffeltje ingemetseld aan de Rozengracht 113. Da Costa was van Portugees-joodse afkomst maar had zich onder invloed van Willem Bilderdijk tot het protestantisme bekeerd. Hij was een verklaard voorstander van het christelijk onderwijs als tegenhanger van de rooms-katholieke scholen. De school is in 1953 gesloopt.

Een dramatische herinnering aan de school:
Op de school werd ons vanaf de eerste Meidagen in '40 al duidelijk gemaakt nergens over te praten en ook niet verder te vertellen wat je ouders met elkaar bespraken of deden.
Tijdens de Februaristaking werd de deur 's middags om 12 uur door de meester geopend om ons naar huis te laten gaan. Toen we naar buiten gingen verscheen de hoofdonderwijzer in de deuropening en werd op hetzelfde moment voor onze ogen doodgeschoten.

Een kruikenruiker
Bij de Erven Lucas Bols fabriek, naast de school, was iets vreemds te zien. Daar was namelijk een kruikenruiker in dienst. Het bijzondere aan hem was dat hij twee kruiken tegelijk kon besnuffelen en feilloos wist te sorteren. Het ging er om of de kruiken nog geschikt waren voor de drank, want er werd soms ook wel een litertje petroleum voor het petroleumstelletje in gehaald.
Die ruiker heb ik vanaf de speelplaats aan het werk gezien. Er lagen hopen met kruiken om hem heen.

Behalve op de Rozengracht was er ook een Da Costaschool op de Elandsgracht op de plek waar nu het buurthuis Claverhuis is.

naar boven


Armenschool
[1851]
Sint-Vincentiusvereniging
In 1848 start men activiteiten in Amsterdam
De eerste armenschool voor jongens, de St.Aloysiusschool, werd in de Jordaan in de Nieuwe Leliestraat, gesticht. Dat was het gebied dat later aan de parochie 'de Zaaier' werd toegewezen.

[1845]
De Vereniging tot Weldadigheid van de Allerheiligste Verlosser
Men zag ook een taak in de bevordering van katholiek onderwijs voor meisjes.
Deze vereniging stichtte haar eerste school, in de jaren 1845-1847, aan de Anjeliersgracht, na demping de Westerstraat.
Het onderwijs werd toevertrouwd aan de Zusters van Liefde, uit Tilburg.

Het opregte verlangen om meisjes onderwijs te geven
'Bij deze heb ik de eer Ued. Te berichten, dat ik eergisteravond het pakhuis Java met den nevenstaanden stal zeer voordelig gekocht heb, met het doel, om daar eene Bewaar- en Meisjesleerschool op te rigten.
Het zijn dezelfde percelen, in 't hart van de Jordaan gelegen Egelantiersgracht tusschen de laatste dwarsstraat en de baangracht, op welker aankoop ik tegen het einde des vorigen jaars bij de geachte Vereeniging, aan wier hoofd Ued. Staat, heb aangedrongen.
Met het opregte verlangen bezield om met Uw Bestuur samen te werken, en tevens eene geschikte gelegenheid te openen, waardoor in de dringende behoefte zal worden voorzien, om aan alle meisjes en de kinderen boven de twee jaar een katholieke opleiding te kunnen geven, hernieuw ik thans het verzoek, dat het de Vereeniging, die in verscheidene andere streken der stad zoo ijverige pogingen voor dit doel aanwendt, behagen moge de bovenvermelde lokalen van mij over te nemen en tot eene ruime school in te rigten'.

[1877]
St Ignatiusschool
De school van de Vereniging tot Weldadigheid, Sint-Ignatiusschool, onder leiding van de zusters van Tilburg, werd in 1877 in gebruik genomen. In het gebouw werd ook het 'Maria-Agnespatronaat' gevestigd. Dat was mogelijk het eerste patronaat in Amsterdam. Patronaten waren oorspronkelijk onderwijsinstellingen die op zondag kinderen en jongeren opvingen en hen godsdienstles gaven. Om het gezinsinkomen aan te vullen, moesten kinderen en jongeren mee uit werken gaan en kregen daarom weinig of geen onderwijs.

naar boven


Sint Vincentius Armenschool
Nieuwe Leliestraat 169


Sint Vincentiusschool [1815] / Nieuwe Leliestraat 169 [2000]

Theo Thijssen schreef in zijn dagboek van 13 augustus 1921
’k Loop door de Nieuwe Leliestraat in Amsterdam. Een oude Jordaanstraat.
Dichtbij het eind is een schoolpoort die ik me uit mijn jongenstijd nog herinner. ‘St. Vincentius Armen-School’ stond er indertijd boven die poort, in stenen letters.
En de kinderen die ik door die poort zag gaan, waren voor mij toppunten van schooierachtigheid.
Ik raak aan ’t nadenken: wat ’n brutale wreedheid toch, wat ’n ongeneerdheid , om het zo in stenen letters te zetten: Armen-school.
Om hele geslachten kinderen dát aan te doen, ze onder die letters elke dag te laten doorgaan…
Daar is de poort; daar zijn weer de stenen letters…Maar wat zie ik? Het woordje ‘Armen’ is weggehakt.
De open plek is er nog en daarop staat nog de ‘moet’ en heel flauw is zo nog te zien wat er vroeger zo brutaal stond.
Een klein beetje schijnt de wereld toch wel vooruit te gaan, denk ik onder ’t verder lopen:
men gaat zich schamen voor sommige ongerechtigheden tegenover het kind.


Bloemgracht 150

St. Vincentius Tusschenschool
Hoofdonderwijzer Kannegieter woonde op de Bloemgracht en in de kelder van zijn huis was de ingang van het schooltje.


Gevel Nieuwe Leliestraat 169

De Sint Vincentiusschool Letter A, stond eigenlijk in de Leliestraat, maar daar was de ingang van de Sint Vincentius Armenschool. Die was gelijkvloers en werd de 'benedenschool' genoemd.
De kinderen van de 'bovenschool' gingen door een poort met grote deuren op de Bloemgracht nummer 152 en over een binnenplaats naar hun klassen. Verschil  moest er zijn en daarvoor betaalden men 2 dubbeltjes per week en de armen geen rooie cent.
Het woord "Tusschen" blijkt voornamelijk te slaan op het schoolgeld.
Het schoolgeld voor de Stadsarmenscholen was gratis en voor de Stadsburgerscholen was het schoolgeld zes gulden per kwartaal. Waarschijnlijk was het verschil ook te merken aan de grootte van de klassen en de kwaliteit van het onderwijs.
De schooltijden waren van half negen tot  twaalf uur en van half twee tot half vijf, maar in de winter tot vier uur. Op woensdag was er het hele jaar tot half vier les. Zaterdagsmiddag was vrij. In 1906 waren er zeven klassen en was ook de vrije woensdag-middag ingevoerd.

naar boven


De Snelliusschool
Hazenstraat


Hazenstraat / Voormalige Snelliusschool [1980]
De school is verplaatst naar de Elandsstraat als 14e Montessorischool De Jordaan.

Mijn meisjesnaam is Neeltje Onink. Ik ben geboren op 2 augustus1942 op de Lauriergracht 67. Ik zat op de Snelliusschool in de Hazenstraat. Jammer dat ik niet meer foto's zie van de school waar ik 8 jaar opgezeten heb, 2 jaar kleuterklas en alle zes klassen. Het was best een mooie school van binnen, met marmeren trappen dacht ik en een grote speeltuin buiten.


3e en 4e klas van de Snellius school in 1952.

Meester Galema was een geliefde meester voor vele jaren. Zeker meer dan twintig jaar,heeft hij daar les gegeven.
Ik heet nu Neeltje Wilson. Sinds 1968 woon ik in Virginia Williamsburg USA.

naar boven


School ter bevordering Christelijk Onderwijs
Lindengracht 83-85

Gereformeerd Christelijke School
Bloemgracht 92

Het openbaar onderwijs was in hoofdzaak een staatsaangelegenheid met daarnaast het particulier initiatief van de welbekende Maatschappij tot Nut van 't Algemeen en de Vrijmetselaarsbeweging. Als hoofdtaken van het onderwijs zagen zij het ontwikkelen van de verstandelijke vermogens, het aanleren van de christelijke en maatschappelijke deugden en de godsdienstige vorming op niet leerstellige basis.
De eerste lagere scholen "met den Bijbel" werden in de loop van de jaren veertig opgericht, als uitvloeisel van de Afscheidingsbeweging in 1834, toen een tak van gereformeerden zich van de hervormde kerk losmaakten. Een interessant detail is in dit verband dat Jan Ligthart op de eerste in 1841 te Amsterdam aan de Bloemgracht gevestigde "School van de Christelijk Gereformeerde Gemeente" in de jaren zestig zelf enkele jaren lager onderwijs heeft gevolgd.


Goudsbloemstraat 109-113


Lindengracht 200


Lindengracht 93


Lauriergracht nr. 4 Huis van de bovenmeester

Op de Lauriergracht was in de 19e eeuw een Openbare Lagere School gevestigd waar de bekende wiskundige, Peter Wijdenes [1872-1972] op twintigjarige leeftijd voor fl. 600,- per jaar les gaf.

naar boven


Aanvullingen en verbeteringen graag hier

terug naar Jordaanindex

Bronnen o.a.:
Marijke Carasso-Kok in: Geschiedenis van Amsterdam, uitg. SUN
Stadsarchief Amsterdam /
Lya Dordregter: Herinneringen