de Jordaan tussen taal en beeld
> Jordaan index

1300 Begijnhofkapel
1306 Oude Kerk
1345 Heilige Stede
1397 Agnietenkapel
1408 Nieuwe Kerk
1440 Olofskapel
1620 Noorderkerk
1620 Westerkerk
1628 het Boompje
1630 De Rode Hoed
1630 Onze Lieve Heer op Zolder
1632 Oude Lutherse Kerk
1639 Portugese Synagoge
1649 Mozes en Aaronkerk
1668 Ronde Luthersekerk
1669 Oosterkerk

Kerken in en om de Jordaan


1672 de Papegaai
1736 Eilandskerk
1765 Uilenburger Synagoge
1817 St. Catharinakerk
1825 Apostolische Kerk
1858 De Duif
1860 Posthoornkerk
1868 Amstelveldkerk
1879 Vrije Gemeente/ Paradiso
1881 De Krijtberg
1993 Eben Haëzer
1884 Sint Nicolaaskerk
1899 De Zaaier
1912 Tichelkerk
1971 Fatih Moskee
1974 Heilige Nicolaas van Myra



Imposante kerken worden gebouwd

De grote monumenten van Amsterdam zijn de kerken
Kijk naar de Oude Kerk, het oudste gebouw van Amsterdam. Rond 1300 stond er op die plek al een kerkje.
De Nieuwe Kerk op de Dam is jonger.
Daarnaast waren er nog vele kapellen, de Olofskapel, kloosterkapellen, de Agnietenkapel, de Engelse Kerk en Waalse Kerk.
De Middeleeuwse gotische kerken en kapellen waren van oorsprong katholiek, maar werden na de Alteratie protestants.
Zij verloren toen ook hun oorspronkelijke namen.
Kerken werden ondergebracht in illegale behuizing, gedoogde schuilkerken.
Voorgangers komen en gaan, raken van hun geloof af of raken slaags, met elkaar of met de socialisten.

Kerkgebouwen veranderen van functie, een rooms-katholieke kerk wordt moskee, een remonstrantse kerk wordt tv studio, een bedehuis van de Vrije Gemeente wordt een poptempel, kerken worden supermarkten en kantoren.


Schuilkerken

De 17de eeuwse kerken zijn gebouwd in de stijl van de renaissance.
De officiële kerken uit deze periode, de kerken met torens, waren gereformeerd.
Niet-gereformeerden mochten geen publieke godsdienstoefeningen houden.
De overheid gedoogde dat ze bijeen kwamen in gebouwen zolang die er van buiten niet als kerk uitzagen.
Maar iedereen wist waar die waren en je kon de orgelklanken en het gezang op straat duidelijk horen.
Dat waren de schuilkerken, zoals Ons' Lieve Heer op Solder.

In de 19de eeuw mogen de katholieken weer kerken bouwen
Dat gebeurde volop in neogotisch en andere neostijlen.
Voorbeelden zijn de Mozes en Aäronkerk op het Waterlooplein en de Sint Nicolaaskerk op de Prins Hendrikkade.

Synagogen
Een aparte positie namen de joden in, die mochten grote synagogen bouwen, zoals de Portugees Israëlitische Synagoge, maar deze gebouwen hadden geen torens.

Protestanten
De eerste kerken die speciaal voor het protestantisme werden gebouwd zijn de Zuiderkerk, Noorderkerk en Westerkerk.
De Zuider- en Westerkerk hebben een traditionele basiliekbouw, maar de Noorderkerk week daarvan sterk af.
Tijdens de renaissance werd de centraalbouw beschouwd als een ideale vorm, omdat de heldere, geometrische opzet het meest aansluit bij de humanistische principes. Ook de Ronde Lutherse Kerk, de Koepelkerk, heeft een bijzondere, cirkelvormige vorm.

naar boven



Noorderkerk / IJspret bij de Noordermarkt schilderij J v. Beerstraten [1691]

[1620]
De Noorderkerk

De e erste protestantse kerk
De eeuwenoude Noorderkerk was de eerste kerk in Amsterdam, speciaal voor de protestantse erediensten gebouwd
De reden om de kerk te bouwen werd als volgt omschreven:

"De luyde, woonende op t'Nieuwe Werck by de Prinsengraft ende den qaertiere daar omtrent seer doleerden van de groote discommodatie ende onbequamheyt die sy hebben om Godes woord te hoore, doordien sy soo verre geseten syn van de kercken in de oude stad staende"

De kerk is gebouwd tussen 1620 en 1623. naar een ontwerp van Hendrick de Keyser
Net als de Westerkerk, is het gebouw neergezet om de in de 17e eeuw snel groeiende bevolking van de Westelijke Grachtengordel en Jordaan een protestantse kerk te bieden.
De stadstimmerman Hendrik Jacobsz Staets en de toenmalige stadsmetselaar Cornelis Danckerts hebben het werk van Hendrick de Keyser, na diens dood samen, met diens zoon Pieter, voltooid.
Dat wijst op de grote betrokkenheid van het stadsbestuur en de voorname plaats die kerkenbouw toen in Amsterdam innam.

De plattegrond heeft de vorm van een Grieks kruis. Een klein open koepeltorentje is op de kruising gezet. Die centrale opzet van de ruimte was volgens het protestantse ideaal om de verkondiging van de boodschap van God in het midden te laten plaatsvinden. De kansel staat op een voet van rood en zwart marmer.
De kerk werd in 1929 gesloten omdat er te weinig kerkgangers kwamen.

Restauratie
De Noorderkerk is gerestaureerd tussen 1993 en 1998.
De kerk is nog steeds in gebruik bij de Hervormde gemeente, maar bij de restauratie is bedongen dat de kerk ook voor culturele activiteiten wordt gebruikt. Er worden regelmatig, op zaterdagen Noordermarktconcerten gehouden.
Rond de kerk werden oproerige vergaderingen gehouden.
Bij de ingang van de Noorderkerk staat een monument ter herdenking aan het Jordaanoproer in de week van 4 juli 1934.
Er vielen zes doden en vele tientallen gewonden.
Het beeld stelt twee vrouwen en een man voor, verbonden door een brede band. Hiermee wordt de solidariteit onder de mensen, en de belangrijke rol die de vrouwen hebben gespeeld, gesymboliseerd. "Eenheid is de sterkste keten"
Als voorbeeld is de vrouw genomen die op de avond van 4 juli 1934 op de tafel ging staan en zei: "Ik krijg nu zeven gulden minder".
Het bronzen beeld is gemaakt door Sophie Hupkens.
Aan de zuidzijde van de kerk is een plaquette aangebracht die herinnert aan de Februaristaking van 1941, in verband waarmee op de Noordermarkt toen verboden openbare bijeenkomsten waren om te protesteren tegen het wegvoeren van 400 joodse Amsterdammers.



De Eilandskerk

In 1659 besloot de vroedschap houten preekschuren te bouwen op de Oostelijke en Westelijke Eilanden en het Amstelveld.
Niet lang daarna konden die gewijd worden.
De bedoeling was de houten kerken zo snel als mogelijk te vervangen door een stenen gebouw.
Dat lukte voor de Eilandskerk in 1739, voor de Oosterkerk al in 1671. De Amstelkerk is nooit in steen gebouwd.
In 1879 kwam er een spoorlijn vlak langs de Eilandskerk op het Bickerseiland. Dat heeft het gebouw geen goed gedaan.
De weke grond bood geen weerstand tegen het gedreun van de treinen en de kerk zakte langzaam scheef.
Om het gewicht te verminderen werd in 1910 de torenkoepel afgebroken maar dat hielp niet. In 1939 was de toestand zo slecht dat de kerk buiten gebruik gesteld moest worden.
In 1950 werd de kerk gesloopt. Bij de afbraak in 1950 bleef de kosterswoning voorlopig staan.
Toen de Eilandskerk in 1939 dicht ging, werd de Noorderkerk weer opgeknapt en gebruikt.

Lees verder over > het Jordaanoproer
Lees verder over > de Februaristaking
Lees verder over > de Noordermarkt

naar boven



[1620 -1631]
De Westerkerk

De grootste Protestantse kerk ter wereld
De stadsuitleg van 1613 maakte het noodzakelijk om nieuwe kerken te bouwen.
De eerste steen werd gelegd op 9 september 1620. Op Pinksterdag 1631 was de eerste predikatie.
De Westerkerk moet een grote kerk worden en daarom werdde bevolking van de Jordaan alvast aan een kleinere kerk geholpen:
de Noorderkerk
.

De Westerkerk is ontworpen door Hendrick de Keyser en lijkt veel op Zuiderkerk, maar is monumentaler.
De kerk is een basiliek, met één middenbeuk en twee zijbeuken. Omdat de middenbeuk hoog is komt er meer licht binnen, daarom wordt die de 'lichtbeuk' genoemd.

Een kerk voor de Jordaan
De Westerkerk was niet alleen bedoeld voor de grachtengordel, maar vooral voor de bewoners van de Jordaan.
De beroemde Westertoren is vanuit de hele Jordaan te zien en te horen. De klokken werden niet alleen geluid bij begrafenissen en voor andere godsdienstige doeleinden. Vooral geven de klokken de tijd aan, dag en nacht.

Het is de toren waarvan de carillonklanken doordrongen tot het Achterhuis waar Anne Frank haar in haar dagboek schreef:

Lieve Kitty,
vader, moeder en Margot kunnen nog steeds niet aan het geluid van de Westertorenklok wennen, die om het kwartier zegt hoe laat het is. Ik wel, ik vond het dadelijk zo fijn en vooral 's nachts is het zo iets vertrouwds.


In de veertiende eeuw werd de beiaard met zijn 50 klokken bediend door een speeltrommel.
Later werd het carillon bespeeld met een stokkenklavier waarmee, muzikaal, prachtige klanken over de Jordaan uitgestort werd. Vanzelfsprekend waren het de klokkengieters Hemony de mannen die in 1658 zuivere klokken maakten.
Amsterdam heeft vier Hemony beiaarden in respectievelijk de toren van de Oude kerk, de Zuidertoren, de Munttoren en de Westertoren. De klok die de uren slaat, de zogenoemde bourdon, is in 1636 door klokkengieter Assuerus Koster gegoten.
Twee keer per jaar wordt een nieuw deuntje op de speeldoos aangebracht.

De Westerkerk wordt nog steeds gebruikt. Op zondag luiden de klokken.
De bijnaam van de Westertoren is Lange Jan of De ouwe Wester.
Lees verder over > het Carillonoproer

Vorstelijk huwelijk [1966]
In de kerk werd op 10 maart 1966 het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus ingezegend.
Lees verder over > het huwelijk


Keizerskroon

Moet de kroon Blauw, geel of roze?
De spits met de keizerskroon is van 1638 en bevat klokken van François Hemony.
De toren wordt bekroond met de keizerskroon van Maximiliaan I van Oosterijk.

In de negentiende eeuw was over de vorm en de kleur van de kroon onduidelijkheid ontstaan.
De kroon van Rudolph II wordt sinds de ondergang van het Heilige Roomse Rijk wordt in Wenen bewaard.
Uit onderzoek bleek dat de twee schelpvormige punten van de mijter uit goud waren vervaardigd en daarom werd de kleur van de mijter van de kroon boven het nieuwe Amsterdamse stadswapen in 1898 officieel goudgeel.
De oorspronkelijke blauwe kleur van de mijter is echter nog op vele plaatsen in de stad te zien.
Op veel openbare gebouwen en gevelstenen, ook op de Westertoren zelf staa, halverwege de toren, prijkt op het stadswapen de blauwe keizerskroon.

De kroon heeft haar oorspronkelijke blauwe kleur teruggekregen
In 1489 schonk Maximiliaan I van Oostenrijk Amsterdam het recht zijn kroon op het stadswapen te dragen uit dank voor bewezen diensten. Nadat Maximiliaan in 1493 tot keizer werd gekozen en in 1508 werd gekroond, verving de stad de koningskroon door een keizerskroon. Die is samengesteld uit een koningskroon en een bisschopsmijter, een rijksappel: een wereldbol met een kruis. Keizers van het Roomse Rijk werden gekroond door de paus, vandaar die mijter en daar overheen werd een koningskroon geschoven.
De kroon, die op allerlei andere plaatsen in de stad in zijn blauwe verschijningsvorm te zien is, werd pas in de twintigste eeuw geel geschilderd, om de kleur in overeenstemming te brengen met die van de kroon in het stadswapen.

Een roze hoed
Toch is ook de blauwe hoed niet onomstreden.
Er zijn mensen die zeker weten dat de kroon van keizer Maximilliaan van Oostenrijk in werkelijkheid rood was.
Iemand suggereerde zelfs om de kroon dan maar roze te schilderen, als verwijzing naar het homomonument aan de voet van de kerk.
En zo is de toren ineens een bron van verdeeldheid en felle discussie, in plaats van de trots van Amsterdam.

Rembrandt begraven [1669]
Aan de kant van de Prinsengracht was het kerkhof dat al in 1655 gesloten werd.
In de noordelijke zijhoek van de kerk werd Rembrandt van Rijn in 1669 begraven.
Ook Rembrandt's zoon Titus en minnares Hendrickje Stoffels liggen er begraven.
Andere schilders die in deze kerk werden begraven zijn Nicolaes Berchem, Gillis Claesz. de Hondecoeter en Melchior de Hondecoeter

naar boven


Van een broedplaats van het Socialisme, via Katholiek Godshuis,
naar een Moskee


Het socialistische vergadergebouw Constantia aan de Rozengracht is in 1899 aangekocht om plaats te maken voor RK kerk de Zaaier. Na de sluiting van De Zaaier in 1971 werd het gebouw enige tijd gebruikt als opslag voor tapijten en muziekinstrumenten.
in 1980 werd er de Fatih Cami (spreek uit dzámi) in gevestigd.


Fatih Cami de Turkse moskee aan de Rozengracht / Mimbar (preekstoel) / interieur met Mirab, de gebedsnis in de richting Mekka

[1899]

De katholieken kopen een Socialistisch bolwerk
Het plan werd opgevat het verenigingsgebouw Constantia, Rozengracht 152, van de Vrije Socialistische Arbeidersbeweging, dat wegens hypotheekschuld op 20 maart 1899 in veiling zou komen, aan te kopen.
Kerkmeester J.A.A. Grijpink, kaashandelaar, kocht het op eigen naam voor f. 30.100,- en verkocht het voor diezelfde som aan het kerkbestuur van 'de Zaaier'.
Zo kon, nog juist vóór het einde van de 19e eeuw de eerste katholieke kerk in de Jordaan worden gesticht.
Het doel was om de provisorische kapel te vervangen door een flinke nieuw te bouwen kerk. Men begon dan ook dadelijk met de aankoop, voorzover tegen redelijke prijzen mogelijk, van de aangrenzende panden aan Rozengracht, Bloemstraat en Akolijenstraat. In 1899 werden 8 panden aangekocht en in 1900 nog 2. De 4 percelen die men nog nodig had om een één geheel vormend complex te formeren, waren voorlopig te duur.

Zullen we de Noorderkerk ook inpikken?
De geestelijkheid van de pastorie van 'de Zaaier' wilde over steunpunten in het volkrijke en zorg-eisende Jordaangebied beschikken. In de hele Jordaan was nog nooit een statie gevestigd geweest.
In 'de Franse tijd' probeerde men de Noorderkerk te pakken te krijgen.
Het lukte niet om de protestanten tot afstand van hun vele ruime kerkgebouwen te bewegen.

[1921]
Roothaanhuis
Van 1921 tot 1929, werd de nieuwe Zaaierkerk met pastorie aan de Rozengracht en een groot parochiegebouw, het clubhuis 'Joannes Roothaan', aan de overzijde, met kracht aangepakt.

Voor het parochiegebouw liet men eerste het oog vallen op het verenigingsgebouw 'de Harmonie', Rozengracht 207-213.
Daarna gingen de gedachten uit naar de oostelijke hoek van de 2e Rozendwarsstraat en de Rozengracht.
Door aankoop, tenslotte van de panden Rozenstraat 146 en 148 en Rozengracht 129-135, kreeg men de beschikking over een terrein, recht tegenover de te bouwen kerk en pastorie, dat zich van de Rozengracht tot de daarachter gelegen Rozenstraat uitstrekte.
De nieuwe kerk en pastorie kwamen vóór Kerstmis 1928 gereed en het Roothaanhuis kon in het voorjaar van 1929 in gebruik worden genomen. Zij waren ontworpen door de architect W. Valk.

Exodus
Hoewel bij de ingebruikneming van kerk en clubhuis aan de Rozengracht het werkgebied van 'de Zaaier', met het Jordaangedeelte tussen Rozengracht en Lauriersgracht was uitgebreid, en het parochieleven, ook dank zij de activiteiten die vanuit het Roothaanhuis konden worden ontplooid, aanvankelijk sterk opbloeide, kon de langzame neergang toch niet worden tegengegaan.
Na de tweede wereldoorlog raakte de Jordaan als woonwijk achter bij wat de nieuwbouw te bieden had, zodat jonge gezinnen meer en meer de buurt verlieten zonder dat andere daarvoor in de plaats kwamen.
Zo verloren kerk en clubhuis steeds meer hun functie.
Al rond 1960 probeerde men het Roothaanhuis aan de Erven Lucas Bols te verkopen, dat lukte niet.
Nadat in 1964 nog op bescheiden wijze het derde eeuwfeest van 'de Zaaier' was gevierd, ging het clubhuis in 1968 over aan de stichting Wijkwerk Zuid-Jordaan
.

[1971]
Opheffing van de parochie van de H. Ignatius 'de Zaaier'
De kerk aan de Rozengracht gaat dicht.
Een tapijthandelaar en een winkel in elektrische gitaren aan de overkant van de Rozengracht gebruiken het gebouw als opslag plaats.

[1980]
Fatih Cami
Het gebouw wordt overgenomen door de Turkse Fatih Moskee.
Er moet veel gebeuren voor er gebeden kan worden. Het dak lekt en het kost het enige miljoenen om alles droog te houden.

Inmiddels is het dak grondig gerestaureerd.
Fatih is de naam van een grote en wijze koning van het Ottomaanse Rijk.
Die wijsheid probeert het bestuur van de Moskee uit te dragen door een 'opendeurgedachte' te gebruiken om bewoners van de Jordaan, ook niet Moslims, voor alle mogelijke ontmoetingen uit te nodigen.
Samen met de Westerkerk zijn er gezamenlijke vieringen op bevrijdingsdag.

naar boven


[1628]
Schuilkerk 't Boompje

De R.K. Kerk ´t Boompje is als een schuilkerk gebouwd door de franciscaanen in de Kalverstraat 215 doolopend tot Rokin 168, op de plaats waar nu Vroom & Dreesman gevestigd is.
In 1676 werd de kerk vergroot tot aan het Rokin en midden 18e eeuw verbouwd.
De kerk is in 1911 gesloten en afgebroken.
Er is een nieuwe Boomkerk aan de Admiraal de Ruyterweg gebouwd, de "S. Franciscus van Assisie".

De franciscaan Pater Steven Hontgens richtte in een pand aan het Rokin een huiskerk in.
In dit pandje was daarvoor een bierbrouwerij gevestigd, waar 'het Boompje' uithing. Zo kwam de kerk aan zijn naam.
Na de gedeeltelijke nieuwbouw en de verbouwing van 1730 kreeg het Boompje aan de Rokinzijde een nieuwe gevel.
De kerk mocht in verband met de toen geldende regels geen 'kerkelijk' uiterlijk hebben en kreeg daarom drie pakhuisachtige gevels. Boven de ingangen werden ter herinnering aan het bouwjaar van 1730 twee gevelstenen ingemetseld.
Deze stenen zitten nu in de noordelijke buitenmuur van de nieuwe Boomkerk .
In 1909-1910 werd volgens ontwerp van architect Bekkers deze nieuwe neo-romaanse koepelkerk gebouwd aan de Adm. de Ruyterweg. Een groot deel van het interieur van "De Boom" is afkomstig uit de oude huiskerk aan het Rokin, zoals de zijaltaren, het orgel, diverse beelden, schilderijen en het kerkzilver.

naar boven




De Rode Hoed Keizersgracht / Sonja Barend /

[1630]
De Rode hoed

Van Remonstrantse kerk naar TV studio

In tegenstelling tot het socialistische bolwerk, gebouw Constantia dat 'degradeerde' tot kerk en moskee, is ook een omgekeerde beweging waar te nemen.
De Rode Hoed is een debatcentrum geworden in een voormalige Remonstrantse schuilkerk aan de Keizersgracht.

[1629]
Een hoedenmakerij
Het gebouw werd voor de Remonstrantse Gemeenschap aangekocht door wijnkoper Antoni de Lange en doctor Jan van Hartoghvelt. De hoedenmakerij werd afgebroken en in 1630 werd er een schuilkerk gebouwd, die tot 1957 dienst deed als Remonstrantse kerk.

[1989]
Nieuw links
Huub Oosterhuis ontdekte dat het gebouw leegstond.
Hij besloot er zijn studentenecclesia en een discussiecentrum in te vestigen .
In de Rode Hoed werd de talkshow van Sonja Barend opgenomen en later Het Lagerhuis.
In 1991 werd er het Sociaal Democratisch Vernieuwingsplatform van André van der Louw opgericht.

naar boven



[1860]
De Posthoornkerk

Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen
Het gebouw is ontworpen door P.J.H. Cuypers.
De kerk verving de schuilkerk De Posthoorn aan de Prinsengracht.
Omdat de kerk niet vrijstaand kon worden gebouwd werd zij extra hoog uitgevoerd. Om de beperkte ruimte optimaal te benutten werd de kerk inwendig voorzien van galerijen boven de zijbeuken.
De Posthoornkerk werd in 1963 buiten dienst gesteld.
In 1986 gebruikte een stichting voor tentoonstellingen en concerten. De kerk wordt verhuurd als kantoorruimte en voor recepties en diners.

naar boven




Inwijding Russisch-ortodoxe kerk

[1912]
Tichelkerk

De Tichelkerk is nu de nieuwe kerk van de Russisch-orthodoxe parochie Heilige Nikolaas van Myra [2006]
Op zaterdag 16 december 2006 heeft de Russisch-orthodoxe bisschop van Nederland en België de nieuwe kerk gewijd.
Aartsbisschop Simon [Ishoenin] voltrok de kerkwijding precies elf jaar na de wijding van de vorige kerk van de parochie.
Aan de plechtigheid namen tien priesters, drie diakenen en enkele honderden leden en belangstellenden deel.
Onder hen waren ook vertegenwoordigers van o.a. het Bisdom Haarlem, de Minderbroeders Kapucijnen, de Grote Nikolaaskerk, de Koptische Kerk, de Oud-katholieke Kerk, de Raad van Kerken in Amsterdam en de Katholieke Vereniging voor Oecumene. Bij de receptie was ook de bisschop van Haarlem, mgr Punt, aanwezig.

[1912]
Kloosterkerk
De Tichelkerk aan de Lijnbaansgracht in de Jordaan, is in 1912 gebouwd als kloosterkerk van de Minderbroeders Kapucijnen.
Ten gevolge van het teruglopende aantal broeders moest het klooster in 2004 de deuren sluiten.
De wens van de kloosterorde om de kerk voor de christelijke eredienst te behouden werd vervuld toen met de Russisch-orthodoxe parochie een overeenkomst kon worden gesloten.
In de Orthodoxe Kerk omvat de kerkwijding het oprichten van een altaar, het zegenen van de kerkmuren met myron [chrismaolie],
het plaatsen van relieken in het altaar en het wijden van de altaarkleden.
Aangezien het altaar uit de vorige kerk was meeverhuisd, beperkte de viering in de Tichelkerk tot het wijden van de altaarkleden en de muren en het plaatsen van nieuwe relieken. Ook de vroegere altaarsteen van de Tichelkerk berust onder het altaar van de kerk.

[1974]
Heilige Nikolaas van Myra
De Russisch-orthodoxe parochie
is opgericht door Russische, Servische en Nederlandse Orthodoxe christenen.
Vanaf het begin had de parochie een multicultureel karakter en werd de eredienst in twee talen, het Kerkslavisch en Nederlands, gehouden.
Vandaag de dag heeft de parochie enkele honderden leden met ruim twintig nationaliteiten.
Achtereenvolgens heeft de parochie ruimtes gebruikt aan de Prins Hendrikkade [bij de Nikolaaskerk], de Utrechtsedwarsstraat [bij “De Duif”] en in de Kerkstraat.
In 1995 brachten de parochieleden de middelen bijeen om het gebouw “Emmanuel” in de Kerkstraat te kopen.
Ook het nieuwe gebouw is door de parochie zelf bekostigd.

naar boven




Apostolische Zendingskerk op de Bloemgracht

[1825]
Apostolische gemeente

Schipperskerk
Op de Bloemgracht 96-100 staat het gebouw van de Apostolische Zendings Kerk, stam Juda.

Als Schipperskerk was het voor preekdiensten gericht op de vele beurtschippers die Amsterdam aandeden.

De kerk kwam op de plaats van Pakhuis Aken.
De kerkgangers noemden het graag een preekschuur om te benadrukken dat men voor de eredienst niet meer nodig had dan een ruimte, een kansel en een doopfont.

Het was de eerste gereformeerde Schipperskerk in 1927 in gebruik genomen door Apostolische gemeente.
Het was oorspronkelijk een Christelijk Gereformeerde Kerk.
Tot de zogenoemde 'doleantie' in 1892 was de kerk Nederduits Gereformeerd. dr. Abraham Kuyper preekte er regelmatig.
In 1926 werd het gebouw verbouwd voor de huidige kerkgemeente
.
De bouwstijl wordt tot de zogenoemde Willem II gotiek gerekend.

De Hersteld Apostolischen verwijzen naar de eerste Kerk die door de Apostelen is gesticht nadat de Heilige Geest was uitgestort.

naar boven




Paradiso Weteringschans

[1879]
De Vrije Gemeente

Paradiso: Van kerk tot jongerencentrum, een cultureel centrum van belang
Paradiso is gevestigd in een kerkgebouw van de Vrije Gemeente te Amsterdam.
Het gebouw stamt uit 1879. Het staat aan de Weteringschans, vlakbij het Leidseplein.
De poptempel is het beroemdste podium van Nederland.
Bekende bands zoals Nirvana, Prince, U2, Pearl Jam en de Rolling Stones traden er op.

Kerkgebouw
In de jaren zeventig zijn de oorspronkelijke glas-in-lood ramen van het kerkgebouw vervangen door spiegels aan de binnenkant en houten panelen aan de buitenkant. Tijdens de verbouwing in 1993 zijn door kunstenaars nieuwe glas-in-lood ramen gemaakt.

naar boven




Eben Haëzerkerk op de Lauriergracht

[1893]
Chr. Gereformeerde kerk Eben Haëzer
De Kerk is in 1893 in de zogenoemde Willem III gotiek gebouwd en werd 'De Buffel' genoemd.
De Chr. Gereformeerde gemeente had twee 'preekplaatsen' In 1985 werd de Eben Haëzerkerk op de Lauriergracht gesloten.
Sindsdien is er slechts één preekplaats over.
De kerk had een Flaes-orgel [1874] dat oorspronkelijk voor de Engelse kerk op het Begijnhof gebouwd was. In een nieuwe kast is het in deze kerk geplaatst. Tegenwoordig staat het orgel in Meppel.
De kerk is omgebouwd tot luxe appartementen.

naar boven



Kapel van de Begijnen

[1320-1578]
Kerk der Begijnen

De kerk was oorspronkelijk de kapel van de 14e-eeuwse begijnen
Met de Alteratie in 1578, toen het Calvinisme de staatsgodsdienst werd, werd het kerkje gemeente-eigendom.
De katholieken mochten de grote kerk die midden op het Begijnhof staat niet meer gebruiken voor hun diensten.
Ze moesten de kerk afstaan aan de calvinisten.
De huisjes bleven eigendom der Begijnen en zij gingen op andere plekken gewoon door met het houden van diensten.
Dat gebeurde eerst in verscheidene huizen op het Begijnhof.

[1607]
De kerk gaat weer open voor Engelssprekende protestanten in de stad
Ook de Pilgrim Fathers gingen gedurende enkele jaren naar deze kerk. Er zijn nog herinneringstekens voor hen binnen en buiten de kerk.
In 1817 kreeg de kerk, die toen bekend was als de English Reformed Church, behalve de gewone zondagmorgendienst ook andere diensten en activiteiten.

Een Engelssprekende gemeente die geassocieerd is aan de Kerk van Schotland en aan de Nederlandse Hervormde Kerk gaat er ter kerke.
Tegenwoordig heeft de kerk 320 leden met 30 nationaliteiten.
De Kerk
is één van de oudste gebouwen van Amsterdam. Er werd onlangs voor ongeveer één miljoen euro aan gerestaureerd.

Academie van het Begijnhof
De kerk is belangrijk voor kamermuziek in Amsterdam, met zo'n 70 concerten in verschillende stijlen per jaar. In het bijzonder heeft het veel jonge artiesten de kans gegeven hun carrière te beginnen. De Academie van het Begijnhof, gesticht door een voormalige organist van de kerk, is nu één van de belangrijkste barokorkesten van Amsterdam.

H.M.The Queen
De Engelse koningin Elizabeth II en de hertog van Edinburgh brachten op 5 februari 2007 een bezoek aan de Kerk. Aanleiding is de viering van het 400-jarig jubileum van het bestaan van de Engelse Hervormde Kerk.
Ter gelegenheid van het Jubileum werd er een speciale kerkdienst gehouden waar ook Koningin Beatrix bij aanwezig was


Begijnhofkapel / interieur van de kapel in 1929.

[1671]
R.K. Joannes en Ursulakapel
De begijnen bouwen tegenover hun oude kerk op nr. 29 in twee huizen een schuilkerk: de enige echte Begijnhofkapel.
De architect is Philips Vingbooms en de eerste steen voor deze kapel werd gelegd op 2 juli 1671.
Tegenwoordig is de kapel al lang geen schuilkerk meer, maar al die tijd is het een levende plek van de katholieke gemeenschap gebleven bekend als de Nieuwe Heilige Stede. Officieel is het een parochiekerk, gewijd aan St. Joannes en Ursula. De kerk heeft haar in en uitgang naar het Begijnhof via een portaal dat een kopie is van het oorspronkelijke portaal dat stond in de Wijde Kapelsteeg als onderdeel van De Heilige Stede [1345-1909] aan het Rokin.
De gevel van de Begijnhofkapel is min of meer in de vorm van een woonhuisgevel met empire vensters gebouwd. De kapel wordt door Toscaanse zuilen in drie beuken verdeeld. De twee buitenste hebben galerijen.
Het hoofdaltaar heeft gemarmerde Corinthische zuilen en een schilderij dat de Hemelopneming van Maria voorstelt. [Nicolaas Moeyaert 1649]. Een wijziging aan het altaar heeft in 2000 plaatsgevonden, nadat de verloren gewaande "Maria Tenhemelopneming" op een veiling in Amerika werd teruggevonden.
Ook de twee zijaltaren hebben schilderijen van Nicolaas Moeyaert, Links "De Kruisiging" en Rechts "De geboorte van Christus" Er is een notenhouten Rococo preekstoel uit 1757 met trapje.

naar boven



[1796]
De Duif

Duif is een monumentaal kerkgebouw aan de Prinsengracht nummer 756 in Amsterdam. Na de restauratie door Stadsherstel Amsterdam, wordt het verhuurd voor evenementen.
Het gebouw werd als Rooms-katholieke St. Willibrorduskerk gebouwd.
Op deze plaats stond vroeger de suikerfabriek Het Fortuyn. Toen deze afbrandde, werd de nieuwe Duifkerk gebouwd ter vervanging van het eeuwenoude schuilkerkje Het Vrededuifje aan de Kerkstraat, waar later een postkantoor was.
Het is de derde Duif-kerk in Amsterdam. De kerk is in neoclassicistische stijl gebouwd, en heeft een neobarokke voorgevel.
Hij valt eigenlijk alleen op vanaf de overkant van de gracht. In 2008 bestaat het huidige monument De Duif 150 jaar.

Kerk de Duif is van oorsprong een katholieke kerk
De geschiedenis van haar parochie neemt haar aanvang in 1671. In dit jaar bouwde meestertimmerman Gijsbert Pietersz. een schuilkerk tegen de achtergevels van wat panden die hij bezat in de Kerkstraat. Door de Alteratie in 1578, was Amsterdam veranderd in een protestantse stad. De katholieken mochten hun geloof niet meer openlijk uitoefenen.

Vrede-duifje
Pietersz. had zijn plan zorgvuldig uitgedacht. Hij bezat ook de panden aan de Keizersgracht, waarvan de achtertuinen uitkwamen op de huisjes aan de Kerkstraat. Hierdoor werd de schuilkerk voor buitenstaanders aan het oog onttrokken. Een pandje in de Kerkstraat met een vredesduif als gevelsteen verleende toegang tot de kerk die gauw bekendheid kreeg als het Vrede-duifje.

In 1795 werd met de intocht van de Franse troepen in Nederland de godsdienstvrijheid hersteld.
Al in 1796 bouwden de Duifparochianen een kerk aan de Prinsengracht. Het werd de eerste katholieke kerk aan de openbare weg sinds de Alteratie. Ze werd gewijd aan de Heilige Willibrordus, maar bleef de naam Duifkerk houden.

naar boven


[1672]
De Papegaai

De Papegaai is een voormalige schuilkerk die werd gebouwd in de tuin van het huis dat waarschijnlijk werd bewoond door een vogelhandelaar, vandaar de naam van de kerk.
In 1672 werd het woonhuis De Papegaai aan de Kalverstraat als rooms-katholieke statie ingericht.
Omstreeks 1710 werd het op kosten van het R.C.Armenkantoor verbouwd tot een huiskerk met drie beuken en galerijen.
Toen het rooms-katholicisme in Nederland geleidelijk weer openlijk beleden mocht worden, kon de huiskerk in 1848 vervangen worden door een nieuw en volwaardig kerkgebouw, ontworpen door Gerrit Moele jr. [1796-1857].
De kerk werd gewijd aan de Heilige Jozef maar bleef toch beter bekend onder de naam De Papegaai.
Eerst was De Papegaai een filiaal van de Franse kerk aan de Nieuwezijds Voorburgwal die aan de Heilige Petrus en Paulus was gewijd. Toen de Franse kerk in 1911 werd opgeheven, kreeg De Papegaai de status van parochiekerk, nu met de Heilige Petrus en Paulus als patroonheiligen.

De kerk lag aanvankelijk inpandig maar kreeg in 1899, door verlenging van het middenschip, een ingang direct aan de Kalverstraat.
In 1908 volgde een verlenging van het koor en werd het dwarsschip, de sacristie en kapellen gebouwd.
De ranke torenspits is vanaf de Postzegelmarkt op de Nieuwezijds Voorburgwal te zien.
De pastorie aan de Nieuwezijds Voorburgwal 293 dateert uit 1914.
Het portaal en de vestibule met trappenhuis werden in 1931-1932 in art deco-stijl verbouwd.

De Papegaai behoort tot de eerste fase van de neogotiek in Nederland, de zogenaamde stukadoorsgotiek of ook wel Willem-II gotiek genoemd, naar de regeerperiode van koning Willem II [1840-1849].
Het interieur lijkt op een echte gotische kerk compleet met zogenoemde bundelpijlers, schalken, spitsbogen en kruisribgewelven met ster- en netgewelven in het transept en koor.
Maar dat is allemaal nep. De gewelven zijn niet van steen, het is een gestuukt sierplafond.

Voor het publiek is de kerk een welkom rustpunt in de drukste winkelstraat van de stad.

naar boven


[1817]
De verdwenen Sint Catharinakerk


"Maria Hemelvaart" bijgenaamd "Geloof, Hoop en Liefde" ofwel de "Sint-Catharinakerk" op het Singel bij de Heiligenweg.
De Sint-Catharinakerk was de derde kerk met deze naam.
De eerste was de huidige Nieuwe kerk, die in 1408 werd gesticht en toegewijd werd aan de H. Maagd Maria en vanaf 1570 ook aan de Maagd van Alexandrie, Sinte Catharina.
In 1578 kwam deze kerk in handen van de hervormden, net zoals de zovele andere katholieke kerken en kloosters.

In het begin van de 17e eeuw, om precies te zijn in 1645 ontstond een huiskerkje "de Lely" tussen de Boommarkt bij het Spui en de N.Z. Achterburgwal (Spuistraat), tegenwoordig NZ. Voorburgwal 338 waar nu een groot restaurant gevestigd is.
Daar had pastoor Jacob Oly in de laatste jaren van zijn pastoraat de katholieken tezamen gebracht in een huis achter het Begijnhof, dat om zijn gevelsteen "De Lely" werd genoemd.
Deze aan Sint Catharina gewijde kerk werd veel te klein en raakte in het begin der 19e eeuw zwaar in verval en de gedachte kwam op om op een andere plek een veel grotere en mooiere kerk te bouwen.

De op 3 maart 1811 aangestelde Pastoor Gerardus Antonius van der Lugt vond een geschikte plaats in de naaste omgeving op het Singel bij het Koningsplein.
Op deze plaats stond tot dat moment de voormalige Voetboogdoelen, die de laatste jaren voor vele doeleinden was gebruikt, ondermeer tot vergaderplaats voor de West-Indische Compagnie en laatstelijk tot kazerne was gebruikt.
De Amsterdamse overheid maakte bezwaar tegen de plannen van de pastoor, maar door de bemiddeling van Koning Willem I en vele onderhandelingen gelukte het de pastoor het gebouw te kopen voor Fl 10.000,- in 5 jaarlijkse termijnen, onder beding dat na afbraak van het gebouw binnen 3 jaar er de kerk moest zijn verrezen.

Op 23 juni 1817 werd de eerste spade in de grond gestoken, op 1 augustus 1817 werd de eerste paal geheid en op 23 september van dat jaar werd de eerste steen gelegd.

De kerk "Geloof, Hoop en Liefde" was zeer waarschijnlijk ontworpen door Tieleman Franciscus Suijs [1783-1861] die later in 1823 de Ronde Lutherse kerk op het Singel na de brand herbouwde en ook de "Mozes en Aaronkerk" in 1835 op het Waterlooplein ontwierp, hoewel ook gedacht kan worden aan de bouwmeester Giudici die een grote vriend was van pastoor Van der Lugt en die in Warmond reeds een Seminarie had gebouwd.
Op 9 februari 1820 werd de kerk met een plechtige dienst door de aartspriester J.J. Cramer ingewijd, waarbij veel hoogwaardigheidsbekleders aanwezig waren.

Vanaf dat moment was de naam van de kerk "Kerk van Maria Hemelvaart, bijgenaamd Geloof, Hoop en Liefde".
Vijf dagen na de inwijding reeds werden er 80 kinderen tot de Heilige Communie aangenomen.

Op 15 januari 1821 werd het oude kerkje aan de Boommarkt geveild en bracht nog Fl 5230,- op.

In 1854 moest de kerk vergroot worden en architect Th. Molkenboer bracht de verbouwing tot kruiskerk tot stand, nadat er vier percelen achter de kerk in de Handboogstraat waren aangekocht. Vanaf dat moment werd de kerk officieel aan de H. Catharina toegewijd en aan haar alleen.

Op 31 december 1933 werd de parochie St. Catharina opgeheven.

In februari 1934 werd de inboedel van de St. Catharinakerk geveild en de Deken v. Noord kocht een aantal stukken voor de Begijnhofkapel.
Het orgel dat in 1826 door orgelbouwer Van Dam uit Leeuwarden was gebouwd, is naar de Heilig Hartkerk in Hilversum gegaan en is daar nog steeds in gebruik.

Tussen 1933 en 1950 was er in Amsterdam geen St. Catharinakerk.
Er waren plannen voor de bouw ergens in een buitenwijk, maar door de crisistijd en de 2e wereldoorlog werd pas op 14 juni 1950 de eerste steen gelegd de St Catharinakerk, op de hoek van de Burg. Eliasstraat en de Burg. Vening Meineszlaan.
De kerk werd 1993 de Syrisch Orthodoxen verkocht en heet nu St. Sharbil.
Dat is het einde van een
Sint Catharinakerk, die vanaf 1408 verbonden was met de stad.

naar boven



[1669]
Amstelveldkerk

In 1659 besloot de vroedschap houten preekschuren te bouwen op het Amstelveld en de Oostelijke en Westelijke Eilanden.
De bedoeling was de houten kerken zo snel als mogelijk te vervangen door een stenen gebouw.
Dat lukte voor de Eilandskerk in 1739, voor de Oosterkerk al in 1671. De Amstelkerk is nooit in steen gebouwd.

De Amstelkerk, is tussen 1668 en 1670 gebouwd als onderdeel van de aanleg van het tweede deel van de Grachtengordel.
Het ontwerp is van Daniël Stalpaert.

"het plein of veld aan die Kerk egter groot genoeg te laaten,
om op het zelve, t'eenigen tyde,
eene steenen Kerk te konnen zetten"


De kerk wordt tegenwoordig verhuurd door Stadsherstel Amsterdam, die er ook een kantoor heeft.
Een ander deel is een restaurant met een terras aan het Amstelveld geworden.
De kerk heeft een vierkant grondplan van 28,3 x 28,3 meter, wat neerkomt op 100 bij 100 voet, dezelfde maat als de Oosterkerk die ook door Stalpaert is ontworpen.
In 1840 is de kerk in neogotische stijl verbouwd onder leiding van Hendrik Springer.

naar boven



[1671]
De Oosterkerk

Een van oorsprong Nederlands Hervormde kerk aan de Wittenburgergracht . De kerk is gebouwd in de periode 1669-1671 naar een ontwerp van architect Adriaan Dortsman met medewerking van Daniël Stalpaert.
In 1659 is door het vroedschap van Amsterdam besloten om twee kerken te bouwen, de Oosterkerk en de Eilandskerk. Beide houten gebouwen zouden in de toekomst door stenen kerken worden vervangen. De oude Oosterkerk is later vervangen door een stenen kerk, echter niet op de oorspronkelijke plaats op het Rapenburg maar op Wittenburg.
De plattegrond is een vierkant, door pijlers met bogen verbonden, verdeeld in een gelijkarmig kruis.
De kerk werd in 1963 wegens bouwvalligheid werd gesloten.
In 1969 kwam de Oosterkerk in bezit van de gemeente Amsterdam en werd de kerk grotendeels in historische staat hersteld. Vóór de restauratie had de gemeente overigens plannen om de kerk te slopen als onderdeel van het grootschalige stadsvernieuwingsproject. Door optreden van de buurtbewoners is dat uiteindelijk niet gebeurd.
Sinds 1985 wordt de kerk gebruikt door instellingen op sociaal en maatschappelijk gebied.

naar boven



[1544]
De Heilige Stede

De Heilige Plaats is de naam van de kapel die werd gebouwd naar aanleiding van Het mirakel van Amsterdam [15 maart 1345],
op de plaats waar het wonder heeft plaatsgevonden aan de Amsterdamse Kalverstraat.
Na de Alteratie ging de kapel over in handen van de protestanten, die het gebouw de Nieuwezijds Kapel noemden.
Nadat ze het gebouw buiten gebruik hadden gesteld lieten de hervormden de kapel in 1908 slopen om te voorkomen dat deze ooit nog door katholieken zou worden gebruikt.
De functie van Mirakelkerk werd overgenomen door de schuilkerk aan het Begijnhof Amsterdam. Onderdelen van De Heilige Stede zijn te vinden in de Enge Kapelsteeg en op het dak van de 'De Papegaai' in de Kalverstraat. Enkele fragmenten van de kapel kwamen op Frankendael in de Watergraafsmeer terecht.
Op het Rokin is de Mirakelkolom samengesteld. Vanwege de bouw van de metro Noord-Zuidlijn is deze gedemonteerd en opgeslagen.

naar boven



[1654]
De Krijtberg

De Krijtberg heet officieel de Rooms-katholieke kerk van Sint Franciscus Xaverius.
Sinds 1654 wordt er aan het Singel in Amsterdam gebeden en gepreekt in een huis met de naam Crijtberg.
Dit huis diende als schuilkerk.
Met de bouw van de huidige kerk werd in 1881 begonnen. De neogotische kerk werd ontworpen door Alfred Tepe en gewijd in 1883.
De architect had de opdracht een kerk te bouwen tussen de bestaande grachtenpanden in. De kerk heeft daarom vooral ramen op grote hoogte. Naar achteren toe wordt de kerk steeds breder. Zo werd er op weinig grondoppervlak toch een gevoel van ruimte gecreëerd.

Jezuïeten
Vanaf de oprichting in 1654 tot op heden wordt de Krijtberg bediend door de paters en broeders van de Sociëteit van Jezus.
In de pastorie van de kerk was ooit het Roothaan-museum gevestigd rond de 19e eeuwse generaal-overste van de jezuïeten, Jan Philip Roothaan. De Krijtberg werkt ook samen met het om de hoek gelegen Ignatiushuis dat eveneens door de jezuïeten gedragen wordt.

Restauratie
Tussen 1979 en 2001 zijn de kerk en de pastorie volledig gerestaureerd. Als eerste werden in de kerk de fundering, het dak en de glas-in-loodramen hersteld. Vervolgens waren de altaren en de preekstoel aan de beurt. Eind 20e eeuw werd begonnen met de restauratie van de schilderingen, het stucwerk en de beelden. In 2001 werd de pastorie verbouwd en in 2003 kwamen er nieuw leien op het dak.

naar boven



[1686]
De Mozes en Aäronkerk

De Mozes en Aäronkerk, op het Waterlooplein, officieel de R.K. kerk Sint Anthonius van Padua, is ontstaan uit een schuilkerk.
Deze werd bediend door paters Franciscanen en was gevestigd in een huis aan de Jodenbreestraat.
In 1649 werd gekerkt in het huis "Moyses", ter hoogte van de huidige kerk.
Kort daarna werd ook het aangrenzende huis "Aäron" aan de Houtgracht erbij getrokken. In 1686 werd een grote kerk gebouwd die in 1759 verfraaid werd, zowel van binnen als van buiten.
Het huidige gebouw verrees tussen 1837 en 1841 in de stijl van het neoclassicisme.

Het barokke hoofdaltaar uit circa 1700 is afkomstig uit de oude schuilkerk en bevat een schilderstuk van Jacob de Wit.

naar boven



[1887]
De Sint-Nicolaaskerk

Een Rooms-katholieke kerk in de Binnenstad
.
De kerk, officieel de H. Nicolaas binnen de Veste, is gebouwd in de periode 1884-1887
De Sint-Nicolaaskerk is de tweede kerk van die naam in Amsterdam. De eerste, de huidige Oude Kerk, is tijdens de Alteratie in 1578 van de rooms-katholieken ontnomen.
De kerk is gebouwd als een driebeukige kruisbasiliek en bestaat uit een schip en een enkel transept of dwarsschip.
De kerk werd op 7 februari 1887 ingewijd. Na een periode van verwaarlozing werd de kerk in de jaren negentig gerestaureerd. In 1999 werd een kostbare restauratie van interieur en exterieur voltooid.

naar boven



[1408]
De Nieuwe Kerk

De kerk is gebouwd op de Dam in het begin van de 15e eeuw, op een plek waar tot dan een boomgaard was.
In 1408 kreeg de bouw van deze Nieuwe Kerk, toen nog Onze Lieve Vrouwekerk of Maria- en Catharinakerk geheten, de bisschoppelijke goedkeuring. De bouw was toen echter al ver gevorderd. Er is sindsdien veel aan de kerk verbouwd en herbouwd. Een van de laatste delen van de kerk die werden voltooid is de noordelijke dwarsarm uit 1530-1540, die stijlelementen uit de Renaissance vertoont.


Brand
Tot drie maal toe brandde de kerk af en vooral in de winter van 1645 was de schade groot toen het dak vrijwel geheel afbrandde.

Toren
Tot tweemaal toe is er een begin gemaakt met het bouwen van een kerktoren bij de kerk. In 1565 waren de fundamenten gelegd, maar door het veranderende religieuze en politieke klimaat werd de verdere uitvoer van de plannen onmogelijk gemaakt.
In 1646 werd een tweede poging gedaan. Jacob van Campen, ook de architect van het naastgelegen Paleis op de Dam, ontwierp een toren in een gotiserende stijl, maar in 1653 werd de bouw al gestaakt en in 1783 werd de onvoltooide romp gesloopt. Wat overbleef is de onderbouw voor de westgevel van de kerk.

Tussen 1959 en 1980 werd de kerk ingrijpend gerenoveerd. Door de ontkerkelijking kon de Hervormde Gemeente de kosten voor onderhoud en beheer niet meer opbrengen en daarom werd besloten om de kerk tot cultuurcentrum te verbouwen.
Tot op heden worden er afwisselende tentoonstellingen georganiseerd in de kerk, vaak van volkenkundige aard. Daarnaast vinden orgelconcerten plaats.

De Nieuwe Kerk wordt, sinds koning Willem I in 1814 in deze kerk de eed op de grondwet aflegde, ook gebruikt voor koninklijke huwelijken en inhuldigingen.
De inhuldiging van Koningin Beatrix vond er plaats op 30 april 1980. Op 2 februari 2002 trouwden Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima in de kerk.
In de kerk bevindt zich de graftombe van Michiel Adriaenszoon de Ruyter. De tombe is het werk van Rombout Verhulst en Willem de Keyser. Ook Jan van Galen en Joost van den Vondel hebben in de Nieuwe Kerk hun laatste rustplaats gevonden.

naar boven




St Olofskapel [1644] en een kaart met de oorspronkelijke kapel [1440]

[1440 / 1450]
De eerste Sint Olofskapel

De kapel werd in de Binnenstad van Amsterdam tussen 1440 en 1450 gebouwd tegen een grote stadspoort aan, de Sint Olofspoort.
In 1618 is het poortgebouw afgebroken, maar de vroegere doorgang heet nog steeds Sint Olofspoort.
Beschermheilige was Sint Olof.

Geschiedenis
Men heeft altijd gedacht dat het hier om de Noorse patroonheilige Sint Olaf ging, de vikingvorst die zich omstreeks het jaar 1000 tot het christendom bekeerde. De kapel zou dan verwijzen naar de Middeleeuwse handelscontacten met Scandinavië.
Het zou echter ook kunnen gaan om de Brabantse Sint Odulphus, de beschermheilige van dijken. De Sint Olofskapel ligt inderdaad aan een dijk: de Zeedijk.
Aan het einde van de 15de eeuw werd de kapel meerdere keren uitgebreid. Zo werd er een veelhoekig kapelletje aangebouwd: de Jeruzalemkapel, waarin een kopie van het Heilig Graf moet hebben gestaan. De Jeruzalemkapel is in 1644 gesloopt.


Na de Alteratie stond het gebouw een tijd leeg. Vanaf 1586 mochten kooplieden ervan gebruikmaken om beurs te houden.
In 1602 werd de kapel overgedragen aan de gereformeerden die er kerkdiensten hielden. Sindsdien sprak men van de Oudezijds Kapel.
De vergroting van de kapel in 1644 leverde het huidige gebouw op, een driebeukige kerk met een niet geheel regelmatige plattegrond.

Archeologische opgravingen
De kapel had een houten torentje dat in 1543 van een uurwerk was voorzien. Het torentje is in 1820 door brand verloren gegaan en werd niet herbouwd. Na de laatste kerkdienst in 1912 heeft de kapel de meest uiteenlopende bestemmingen gehad.
In de jaren vijftig werd er wekelijks kaasbeurs gehouden.
In 1964 werd het gebouw op last van de gemeente Amsterdam gesloten wegens instortingsgevaar, waarna het snel nog verder bergafwaarts ging.
In 1966 brandde de kapel vrijwel geheel af, waarna jarenlang de dichtgetimmerde ruïne de Zeedijk en omgeving heeft ontsierd.
In 1969 werd een nooddak aangebracht, omdat de restanten te beschermen. In hetzelfde jaar begonnen de eerste archeologische opgravingen.

Restauratie
In 1967 werd de ruïne overgedragen aan de Vereniging Hendrick de Keyser, maar de restauratie bleef uit.
Redding kwam in 1991 toen de gemeente de kapel kocht voor een symbolische gulden en het in erfpacht met restauratieverplichting aan de Stichting Restauratie Monumenten gaf, die op haar beurt een gebruiksovereenstemming na voltooiing sloot met het Barbizonhotel. Daarna begon de restauratie.
De kapel dient tegenwoordig als congrescentrum van het Golden Tulip Barbizonhotel.

naar boven



[1661]
Onze-Lieve-Heer-op-Zolder

Ons' Lieve Heer op Solder is een voormalige schuilkerk aan de Oudezijds Voorburgwal.
Evenals vroeger de nabijgelegen Oude Kerk was deze schuilkerk aan Sint Nicolaas gewijd, maar stond bekend onder de namen Het Haantje en Het Hert.
De naam Ons' Lieve Heer op Solder dateert uit de 19e eeuw.
De schuilkerk heeft meer dan twee eeuwen dienst gedaan totdat de grote nieuwe St. Nicolaaskerk het verving.
In 1888 is het als museum ingericht.


Gewoon grachtenhuis
Oudezijds Voorburgwal 40 lijkt een gewoon grachtenhuis.
Aan de puibalk kunnen we zien dat het pand 17e eeuws is; het dateert uit ±1630. Bijzonder is dat zich aan de voorgevel geen hijsbalk bevindt. Aan de zijgevel, in de Heintje Hoeksteeg, vinden we een hijsinstallatie die vaak bij pakhuizen wordt toegepast: een windkast. In de steeg valt op hoe diep het pand is.

Inrichting als schuilkerk
Het huis werd in 1661 gekocht door kousenkoopman Jan Hartman. Hij liet het verbouwen en uit deze periode dateert het fraaie interieur. Het pand staat in de eerste plaats bekend om zijn zolderkerk, gebouwd over de volle diepte van de zolders van het huis aan de Oudezijds Voorburgwal en het daarachter gelegen huisje in de Heintje Hoeksteeg. In de zolder van het woonhuis is een rooms-katholieke kerk gebouwd. De kerkgangers kwamen binnen via een ingang aan het naast het pand gelegen steegje.

naar boven



[1306]
De Oude Kerk

Het oudste nog bestaande gebouw van Amsterdam.
De kerk werd [waarschijnlijk in 1306] gewijd aan de heilige Nicolaas, bisschop van Myra, door Guy van Avesnes, de bisschop van Utrecht. Tot de Alteratie heette de kerk dan ook de Sint Nicolaaskerk. Sint Nicolaas was onder meer de patroon van de zeelieden en werd vooral in havensteden vereerd.


In september 2006 werd het 700-jarige gebruik van deze kerk gevierd.
Ter gelegenheid hiervan werd op 17 september een replica terug gehangen van het tijdens de Beeldenstorm van 1566 verdwenen Angelusklokje in het kleine torentje boven op het kerkdak.

13e eeuw

Op de plaats waar de Oude Kerk staat, stond in de 13e eeuw een kleine houten kapel met een begraafplaats.
Bekend is dat in 1280 de pastoor van Amestelle, het huidige Ouderkerk, de zorg heeft voor twee kerken. Vermoedelijk was de tweede, aan Ouderkerk ondergeschikte kerk, de [Oude] Kerk in Amsterdam. De kerk in Ouderkerk is de moederkerk, maar de dochter te Amsterdam groeide haar in korte tijd boven het hoofd.

In 1334 werd Amsterdam een zelfstandige parochie, dat wil zeggen kreeg een eigen pastoor, en werd de Oude Kerk de parochiekerk van Amsterdam. Hieraan kwam in het begin van de 15e eeuw een einde toen het westelijk deel van de stad een eigen parochie kreeg: de Nieuwe Kerk. Sindsdien sprak men van de Oudekerks- en Nieuwekerkszijde, wat spoedig verkort werd tot Oude- en Nieuwezijde.
De Oude Kerk bleef voorlopig de hoofdkerk van Amsterdam.

De stadsbranden van 1421 en 1452 hebben de Oude Kerk niet verwoest

De Oude Kerk heeft een rijke bouwgeschiedenis.
In de tweede helft van de 13e eeuw werd de houten kapel vervangen door een stenen zaalkerk.
Na 1300 bouwden de Amsterdammers een de eerste hallenkerk in Holland.

16e eeuw
In de eerste helft van de 16e eeuw is de kerk verhoogd. Eerst werd het schip verhoogd met een lichtbeuk, daarna, rond 1550, werd ook de kruising verhoogd. Tenslotte werd in 1558-1560 een lichtbeuk geplaatst op het koor [betaald uit een loterij in 1558] en werd in 1564 de toren verhoogd. Het laatste was noodzakelijk geworden door de verhoging van het schip met een lichtbeuk. In 1565 werd de huidige Oudekerkstoren gebouwd.

20e eeuw
Problemen met de fundering hebben echter in 1951 geleid tot de sluiting van de kerk wegens instortingsgevaar, waarna een 24 jaar durende restauratie plaatsvond. In 1994/1998 is de kerk opnieuw gerestaureerd.

Baksteengotiek
De Oude Kerk is een voorbeeld van Hollandse baksteengotiek. De constructie is licht, omdat de heipaaltjes waarop de kerk staat, niet genoeg draagvermogen hebben: de toegepaste heitechniek is nog primitief
Het verhaal dat de kerk gebouwd zou zijn op een uitloper van het Muiderzand is een fabel gebleken. Het karakter van een hallenkerk is bewaard gebleven.

Beeldenstorm
In de Beeldenstorm van 1566 werden de altaren van de Oude Kerk beschadigd. Na de Alteratie van 1578 werd de kerk ontdaan van zijn beelden en dergelijke, en werd de kerk heringericht voor de protestantse eredienst.
In 1584 mochten de kooplieden in de kerk beurs houden.
Vanaf 1632 vonden de vergaderingen van de Kerkenraad afwisselend plaats in de Oude en Nieuwe Kerk. Door de bouw van het stadhuis aan de Dam won de Nieuwe Kerk aan belang en werd definitief de hoofdkerk. Daarna nam het belang van de Oude Kerk af.

naar boven



[1633]
De Oude Lutherse kerk

Gebouwd aan het Spui, hoek Singel op de plaats waar vroeger de huiskerk van de Lutheranen stond. De kerk is in de periode 1632-1633
Al vanaf 1600 werd op deze plaats, een pakhuis genaamd De Vergulden Pot, gekerkt.
Via aankoop van naastgelegen panden werd de oppervlakte van de kerk steeds groter.
In 1631 gaf de stad Amsterdam toestemming om in plaats van de zeven gebouwen een nieuw kerkgebouw te plaatsen.
Even was er nog sprake van dat de kerk op de Lauriergracht, hoek Konijnenstraat, zou komen.

In 1633 werd de kerk in gebruik genomen
De kerk wordt behalve voor godsdienstige bijeenkomsten ook voor andere doeleinden gebruikt.
In 1790 hield de Mij tot Nut van 't Algemeen haar eerste algemene vergadering. Door het teruglopen van het kerkbezoek heeft het kerkbestuur sinds 1961 de kerk en bijgebouwen verhuurd aan de Universiteit van Amsterdam.
In een bijgebouw is plaats ingeruimd voor de Tetterode-bibliotheek van de architect
K.P.C. de Bazel.

naar boven




Ronde Lutherse kerk aan het Singel

[1668]
Ronde Lutherse Kerk

Een bijzondere koepelkerk
Gebouwd in 1668-1671 naar een ontwerp van Adriaan Dortsman.
De kerk werd in 1822 door brand verwoest en vervolgens herbouwd door T.F. Suys en Jan de Greef.
De ronde, door een koepel overdekte kerkruimte wordt voor de helft omgeven door een omgang met galerijen als een antiek theater. Het front aan het Singel is monumentaal van opzet met zijn Dorische hoofdgestel en zijn afwisseling van natuur- en baksteen. Alle vensters zijn rechthoekig. Bij de herbouw zijn enige veranderingen aangebracht. De koepel kreeg een sterkere helling en werd nu inwendig met cassetten afgewerkt. De zuilen in het interieur kregen Ionische in plaats van Dorische kapitelen.

[1935]
Secularisatie

De lutheranen verkochten de kerk in 1935. Na de sluiting werd zij voor concerten gebruikt.
Ook was er een tijdlang een tentenshow gevestigd.
In 1975 werd de kerk in gebruik genomen door het tegenoverliggende Sonesta Hotel, en werd een ondergrondse tunnel aangelegd waardoor hotelgasten de inmiddels als congres- en concertzaal dienende zaal kunnen bereiken.
Het orgel onderging in 1984 nog een grondige restauratie.
Hoewel er inmiddels een andere hotelketen is gevestigd, gebruiken veel Amsterdammers nog steeds de naam Sonesta Koepel om het gebouw aan te duiden.

[1993]
Brand
Nog geen 10 jaar na de orgelrestauratie van 1984 vloog de koepel weer in brand.
Op 3 februari 1993 werden het interieur en het dak van de Koepelzaal verwoest.
De uitgebreide restauratie die daarop volgde duurde 16 maanden, en in juni 1994 was de Koepel weer als vanouds.
Alleen was het koperen dak koperkleurig en niet meer groen.

naar boven



[1639]
De Portugees-Israëlietische Synagoge

De zogenoemde Snoge aan het Mr. Visserplein.
De eerste Joden die zich sinds het einde van de 16e eeuw in Amsterdam vestigden, kwamen uit Spanje en Portugal.
Aanvankelijk mochten deze Sefardim niet in het openbaar hun godsdienst belijden.
In 1639 bouwden de Portugese Joden aan de Houtgracht [het huidige Waterlooplein] voor het eerst een synagoge die vanaf de straat duidelijk zichtbaar was, waarmee een einde kwam aan de periode van onzichtbare huissynagogen.

Handelscontacten
Het zal zeker een rol hebben gespeeld dat de Portugese Joden met hun handelscontacten met de landen rond de Middellandse Zee een belangrijke bijdrage leverden aan de Amsterdamse Gouden Eeuw.
In de tweede helft van de zeventiende eeuw werd de Joden toegestaan synagogen te bouwen op markante plaatsen, terwijl de katholieken geen kerken mochten bouwen die vanaf de straat als zodanig herkenbaar waren

De Portugees-Israëlietische Synagoge werd gebouwd op de plaats waar tot de stadsuitbreiding van 1663 een nachtpost met de naam "Sint Antoniespoort" stond, een verwijzing naar de gelijknamige stadspoort, de huidige Waag, op de Nieuwmarkt.
De Synagoge kreeg geen begraafplaats in de directe nabijheid; als begraafplaats diende Beth Haim te Ouderkerk a/d Amstel.

Het kolossale gebouw domineerde de omgeving en doet dat eigenlijk nog steeds
Toen het gebouwd werd, was het de grootste synagoge ter wereld.
De vorm van het gebouw zelf, refereert aan de Tempel van Salomo in Jeruzalem.

Museum
De Snoge is onderdeel van wellicht het meest indrukwekkende synagogencomplex van de wereld. De Grote Sjoel vormt tegenwoordig samen met de Obbene Sjoel [1685], de Dritt Sjoel [1700] en de Neie Sjoel [1750/1752] het Joods Historisch Museum.
Slechts de Portugese synagoge vervult nog haar oorspronkelijke functie.

naar boven

[1765]
Uilenburger Synagoge

Voormalige Uilenburger Synagoge, thans Nationaal Restauratie Centrum
Temidden van de grote stroom immigranten die vanaf het einde van de 16de eeuw naar Amsterdam kwam, namen de joden een bijzondere plaats in.
Aan het einde van de 17de eeuw vestigden velen zich op het eiland Uilenburg, vooral de grote groep joden uit Duitsland, Polen, Rusland en Midden-Europa, de asjkenazim of Hoogduitse joden, die arm en berooid in Amsterdam aankwamen.

Al op 2 september 1724 werd op deze plaats een huissynagoge ingewijd.

Deze synagoge voor de asjkenazim was oorspronkelijk vanaf de Uilenburgerstraat bereikbaar via een gang: pas in 1906 ontstond door de sloop van enkele huizen het huidige voorplein.
De statige voorgevel heeft een iets risalerende [vooruitspringende] middenpartij met centrale ingang met klassieke omlijsting.

Interieur na restauratie
De synagoge heeft een traditionele indeling en ruimtelijk concept.
De eigenlijke synagoge of "sjoel" bevond zich in de driebeukige bovenruimte met houten tongewelven, gedragen door zuilen. De lange galerijen lopen voor de vensters langs.
Slechts de galerij boven het trappenhuis, achterin de ruimte, was voor vrouwen bestemd.
In de tweebeukige ruimte op de begane grond werden twee bruiloftslokalen ingericht.
Van 1791 tot 1808 was er één in gebruik als Poolse sjoel. In 1889 werd een deel van de benedenruimte bestemd tot rituele slachtplaats voor gevogelte.


De inventaris met hechal [arke, bewaarplaats voor de Torarollen in mantels], teba [bima, spreekgestoelte] en ner tamied [de eeuwige brandende lamp] is in de oorlog verloren gegaan.
Boven de arke was de tekst geschreven:
Ik stel mij de Eeuwige altijd voor ogen
.
Deze tekst is bij de laatste restauratie opnieuw aangebracht, uitgevoerd in glas.
De imposante kroonluchter is afkomstig uit de Westerkerk.

Na een restauratie in 1954 betrok een restauratieatelier onder leiding van Hans 't Mannetje de voormalige synagoge. Het atelier was opgericht door het Bureau Monumentenzorg en de restaurerende instellingen Diogenes en Stadsherstel en richtte zich zowel op de restauratie van materialen, de technieken van de oude bouwambachten, als op het vervaardigen van gevelstenen. De voormalige synagoge dient sinds 1988 als Nationaal Restauratie Centrum.

naar boven




Oudezijds Voorburgwal

[1470 / 1631 / 1921]
Agnietenkapel

Het Agnietenklooster werd in 1397 gesticht door zusters van het Clarissenklooster, volgens de kroniek van het klooster op 20 januari, de naamdag van St. Agnes. Bij de grote stadsbrand van 1452 is 'dit geheele convent verbrant totten pulver toe', alle - hoogstwaarschijnlijk houten - gebouwen gingen verloren. De herbouw begon met een groot huis aan de Oudezijds Voorburgwal. Dit herbergde in eerste instantie alle gebruikelijke onderdelen zoals kerk, keuken, refter, spinkamer en slaapzaal. Deze functies kregen langzamerhand een eigen onderdak naarmate meer gebouwen waren voltooid. Ter plaatse van de voormalige kapel kwam een bleekveld en iets ten noorden daarvan verrees in 1470 de nieuwe Agnietenkapel.

Op de vogelvluchtkaart van Cornelis Anthoniszoon uit 1544 is goed te zien dat in deze omgeving een ware 'religieuze enclave' binnen de stad was ontstaan. Amsterdam telde ruim twintig kloosters die merendeels in de zuidoosthoek van de stad stonden, die naar de aard van de deze complexen ook wel de 'stille zijde' werd genoemd. Zowel de burgwallen als de verkaveling en bebouwing van de gronden kenmerkten zich door bescheiden afmetingen. In deze omgeving vielen de kloostercomplexen op door hun grote omvang en hun gesloten karakter. De muren en vrijwel blinde straatgevels van de kloostergebouwen vormden vier vleugels rond de open binnenterreinen die in gebruik waren als kloosterhof, kerkhof, bleekveld en tuin [boomgaard, kruiden- en moestuin].
Deze 'in haarzelf gekeerde' wereld raakte langzamerhand sterker bij het stadsleven betrokken; om de financiële nood enigszins te verlichten verrezen vanaf het einde der vijftiende eeuw ook huurhuizen aan de randen van de kloosterterreinen. Na de Alteratie [1578] kwamen de kloostercomplexen in handen van de stad. Van het Agnietenklooster resteert alleen nog de voormalige kapel.

De Doorluchtige School [Atlas van Fouquet, 1760-1783]
Haar lange bouw- en gebruiksgeschiedenis kent drie fasen die in belangrijke mate haar voorkomen bepalen. Dat zijn de herbouwde vijftiende- eeuwse kloosterkapel [1470], de zeventiende-eeuwse verbouwing tot Athenaeum Illustre [1631] en de restauratie uit 1921 voor de Universiteit van Amsterdam waarbij A.A. Kok [1881-1951] de historie weer zichtbaar maakte en eigentijds vormgegeven onderdelen toevoegde.
Hij verrichte onderzoek ten behoeve van de werkzaamheden en deed daarvan schriftelijk verslag, waarbij een belangrijk deel van de geschiedenis werd ontrafeld. Omdat de voormalige kloosterkapel sinds deze werkzaamheden niet meer ingrijpend is gewijzigd vormt zij tevens een belangrijk restauratiehistorisch document. De Agnietenkapel is doordesemd van Koks hand en visie.

Sinds 1988 is hier het Universiteitsmuseum gehuisvest. Sinds 1991 hangt aan de wanden van geschuurd pleisterwerk weer een portrettengalerij van veertig 'geleerde en vermaarde mannen van allerlei staat en gezindheid', zoals wetenschappers en staatslieden. De afbeeldingen zijn onderdeel van de grote collectie die in 1743 werd geschonken door oud-schepen en koopmanverzamelaar Gerard van Papenbroeck. In de negentiende eeuw waren de portretten verspreid geraakt over allerlei verschillende locaties, maar de museumconservator bracht de verzameling weer naar geboortegrond van de Universiteit van Amsterdam.

naar boven



Aanvullingen en verbeteringen ontvang ik graag hier
Bijgewerkt 14 08 10

terug naar Jordaanindex

Bronnen onder meer
Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg /
Ger van Dijk, archivaris Begijnhofkapel