Imposante
kerken worden gebouwd
De
grote monumenten van Amsterdam zijn de kerken
Kijk naar de Oude Kerk, het oudste gebouw van Amsterdam. Rond 1300 stond
er op die plek al een kerkje.
De Nieuwe Kerk op de Dam is jonger.
Daarnaast waren er nog vele kapellen, de Olofskapel, kloosterkapellen,
de Agnietenkapel, de Engelse Kerk en Waalse Kerk.
De Middeleeuwse gotische kerken en kapellen waren van oorsprong katholiek,
maar werden na de Alteratie protestants.
Zij verloren toen ook hun oorspronkelijke namen.
Kerken werden ondergebracht in illegale behuizing, gedoogde schuilkerken.
Voorgangers komen en gaan, raken van hun geloof af of raken slaags,
met elkaar of met de socialisten.
Kerkgebouwen veranderen van functie, een rooms-katholieke kerk wordt
moskee, een remonstrantse kerk wordt tv studio, een bedehuis van de
Vrije Gemeente wordt een poptempel, kerken worden supermarkten en kantoren.
Schuilkerken
De 17de eeuwse kerken zijn gebouwd in de stijl van de renaissance.
De officiële kerken uit deze periode, de kerken met torens, waren
gereformeerd.
Niet-gereformeerden mochten geen publieke godsdienstoefeningen houden.
De overheid gedoogde dat ze bijeen kwamen in gebouwen zolang die er
van buiten niet als kerk uitzagen.
Maar iedereen wist waar die waren en je kon de orgelklanken en het gezang
op straat duidelijk horen.
Dat waren de schuilkerken, zoals Ons' Lieve Heer op Solder.
In
de 19de eeuw mogen de katholieken weer kerken bouwen
Dat gebeurde volop in neogotisch en andere neostijlen.
Voorbeelden zijn de Mozes en Aäronkerk op het Waterlooplein en
de Sint Nicolaaskerk op de Prins Hendrikkade.
Synagogen
Een aparte positie namen de joden in, die mochten grote synagogen bouwen,
zoals de Portugees Israëlitische Synagoge, maar deze gebouwen hadden
geen torens.
Protestanten
De eerste kerken die speciaal voor het protestantisme werden gebouwd
zijn de Zuiderkerk, Noorderkerk en Westerkerk.
De Zuider- en Westerkerk hebben een traditionele basiliekbouw, maar
de Noorderkerk week daarvan sterk af.
Tijdens de renaissance werd de centraalbouw beschouwd als een ideale
vorm, omdat de heldere, geometrische opzet het meest aansluit bij de
humanistische principes. Ook de Ronde Lutherse Kerk, de Koepelkerk,
heeft een bijzondere, cirkelvormige vorm.
naar
boven

Noorderkerk / IJspret
bij de Noordermarkt schilderij J v. Beerstraten [1691]
[1620]
De
Noorderkerk
De
e erste protestantse kerk
De eeuwenoude Noorderkerk was de eerste kerk in Amsterdam, speciaal
voor de protestantse erediensten gebouwd
De reden om de kerk te bouwen werd als volgt omschreven:
"De luyde, woonende op t'Nieuwe Werck by de
Prinsengraft ende den qaertiere daar omtrent seer doleerden van de groote
discommodatie ende onbequamheyt die sy hebben om Godes woord te hoore,
doordien sy soo verre geseten syn van de kercken in de oude stad staende"
De kerk is gebouwd tussen 1620 en 1623. naar een ontwerp van
Hendrick de Keyser
Net als de Westerkerk, is het gebouw neergezet om de in de 17e eeuw
snel groeiende bevolking van de Westelijke Grachtengordel en Jordaan
een protestantse kerk te bieden.
De stadstimmerman
Hendrik Jacobsz Staets en
de toenmalige stadsmetselaar
Cornelis Danckerts
hebben het werk van Hendrick de Keyser, na diens dood samen,
met diens zoon Pieter, voltooid.
Dat wijst op de grote betrokkenheid van het stadsbestuur en de voorname
plaats die kerkenbouw toen in Amsterdam innam.
De plattegrond heeft de vorm van een Grieks kruis. Een klein open koepeltorentje
is op de kruising gezet. Die centrale opzet van de ruimte was volgens
het protestantse ideaal om de verkondiging van de boodschap van God
in het midden te laten plaatsvinden. De kansel staat op een voet van
rood en zwart marmer.
De kerk werd in 1929 gesloten omdat er te weinig kerkgangers kwamen.
Restauratie
De Noorderkerk is gerestaureerd tussen 1993 en 1998.
De kerk is nog steeds in gebruik bij de Hervormde gemeente, maar bij
de restauratie is bedongen dat de kerk ook voor culturele activiteiten
wordt gebruikt. Er worden regelmatig, op zaterdagen Noordermarktconcerten
gehouden.
Rond de kerk werden oproerige vergaderingen gehouden.
Bij de ingang van de Noorderkerk staat een monument ter herdenking aan
het Jordaanoproer in de week van
4 juli 1934.
Er vielen zes doden en vele tientallen gewonden.
Het beeld stelt twee vrouwen en een man voor, verbonden door een brede
band. Hiermee wordt de solidariteit onder de mensen, en de belangrijke
rol die de vrouwen hebben gespeeld, gesymboliseerd. "Eenheid
is de sterkste keten"
Als voorbeeld is de vrouw genomen die op de avond van 4 juli 1934 op
de tafel ging staan en zei: "Ik krijg nu zeven gulden minder".
Het bronzen beeld is gemaakt door Sophie Hupkens.
Aan de zuidzijde van de kerk is een plaquette aangebracht die herinnert
aan de Februaristaking van 1941,
in verband waarmee op de Noordermarkt toen verboden openbare bijeenkomsten
waren om te protesteren tegen het wegvoeren van 400 joodse Amsterdammers.

De
Eilandskerk
In 1659 besloot de vroedschap houten preekschuren te bouwen op de Oostelijke
en Westelijke Eilanden en het Amstelveld.
Niet lang daarna konden die gewijd worden.
De bedoeling was de houten kerken zo snel als mogelijk te vervangen
door een stenen gebouw.
Dat lukte voor de Eilandskerk in 1739, voor de Oosterkerk al in 1671.
De Amstelkerk is nooit in steen gebouwd.
In 1879 kwam er een spoorlijn vlak langs de Eilandskerk op het Bickerseiland.
Dat heeft het gebouw geen goed gedaan.
De weke grond bood geen weerstand tegen het gedreun van de treinen en
de kerk zakte langzaam scheef.
Om het gewicht te verminderen werd in 1910 de torenkoepel afgebroken
maar dat hielp niet. In 1939 was de toestand zo slecht dat de kerk buiten
gebruik gesteld moest worden.
In 1950 werd de kerk gesloopt. Bij de afbraak in 1950 bleef de kosterswoning
voorlopig staan.
Toen de Eilandskerk in 1939 dicht ging,
werd de Noorderkerk weer opgeknapt en gebruikt.
Lees verder over > het Jordaanoproer
Lees verder over > de Februaristaking
Lees verder over > de Noordermarkt
naar
boven

[1620 -1631]
De
Westerkerk
De
grootste Protestantse kerk ter wereld
De stadsuitleg van 1613 maakte het noodzakelijk om nieuwe kerken te
bouwen.
De eerste steen werd gelegd op 9 september 1620. Op Pinksterdag 1631
was de eerste predikatie.
De Westerkerk moet een grote kerk worden en daarom werdde bevolking
van de Jordaan alvast aan een kleinere kerk geholpen:
de Noorderkerk.
De Westerkerk is ontworpen door Hendrick de
Keyser en lijkt veel op Zuiderkerk, maar is monumentaler.
De kerk is een basiliek, met één middenbeuk en twee zijbeuken.
Omdat de middenbeuk hoog is komt er meer licht binnen, daarom wordt
die de 'lichtbeuk' genoemd.
Een kerk voor de Jordaan
De Westerkerk was niet alleen bedoeld voor de grachtengordel, maar vooral
voor de bewoners van de Jordaan.
De beroemde Westertoren is vanuit de hele Jordaan te zien en te horen.
De klokken werden niet alleen geluid bij begrafenissen en voor andere
godsdienstige doeleinden. Vooral geven de klokken de tijd aan, dag en
nacht.
Het is de toren waarvan de carillonklanken doordrongen tot het
Achterhuis waar Anne Frank
haar in haar dagboek schreef:
Lieve Kitty,
vader, moeder en Margot kunnen nog steeds niet aan het geluid van de
Westertorenklok wennen, die om het kwartier zegt hoe laat het is. Ik
wel, ik vond het dadelijk zo fijn en vooral 's nachts is het zo iets
vertrouwds.
In de veertiende eeuw werd de beiaard met zijn 50 klokken bediend door
een speeltrommel.
Later werd het carillon bespeeld met een stokkenklavier waarmee, muzikaal,
prachtige klanken over de Jordaan uitgestort werd. Vanzelfsprekend waren
het de klokkengieters Hemony de mannen die in 1658 zuivere klokken maakten.
Amsterdam heeft vier Hemony beiaarden in respectievelijk de toren van
de Oude kerk, de Zuidertoren, de Munttoren en de Westertoren. De klok
die de uren slaat, de zogenoemde bourdon, is in 1636 door klokkengieter
Assuerus Koster gegoten.
Twee keer per jaar wordt een nieuw deuntje op de speeldoos aangebracht.
De Westerkerk wordt nog steeds gebruikt. Op zondag luiden de klokken.
De bijnaam van de Westertoren is Lange
Jan of De ouwe Wester.
Lees verder
over > het Carillonoproer
Vorstelijk huwelijk [1966]
In de kerk werd op 10 maart 1966 het huwelijk
van prinses Beatrix
en prins Claus ingezegend.
Lees verder over > het huwelijk

Keizerskroon
Moet de kroon Blauw, geel of roze?
De spits met de keizerskroon is van 1638 en bevat klokken van François
Hemony.
De toren wordt bekroond met de keizerskroon van
Maximiliaan I van Oosterijk.
In de negentiende eeuw was over de vorm en de kleur van de kroon onduidelijkheid
ontstaan.
De kroon van Rudolph II wordt sinds
de ondergang van het Heilige Roomse Rijk wordt in Wenen bewaard.
Uit onderzoek bleek dat de twee schelpvormige punten van de mijter uit
goud waren vervaardigd en daarom werd de kleur van de mijter van de
kroon boven het nieuwe Amsterdamse stadswapen in 1898 officieel goudgeel.
De oorspronkelijke blauwe kleur van de mijter is echter nog op vele
plaatsen in de stad te zien.
Op veel openbare gebouwen en gevelstenen, ook op de Westertoren zelf
staa, halverwege de toren, prijkt op het stadswapen de blauwe keizerskroon.
De
kroon heeft haar oorspronkelijke blauwe kleur teruggekregen
In 1489 schonk Maximiliaan I van Oostenrijk Amsterdam het recht zijn
kroon op het stadswapen te dragen uit dank voor bewezen diensten. Nadat
Maximiliaan in 1493 tot keizer werd gekozen en in 1508 werd gekroond,
verving de stad de koningskroon door een keizerskroon. Die is samengesteld
uit een koningskroon en een bisschopsmijter, een rijksappel: een wereldbol
met een kruis. Keizers van het Roomse Rijk werden gekroond door de paus,
vandaar die mijter en daar overheen werd een koningskroon geschoven.
De kroon,
die op allerlei andere plaatsen in de stad in zijn blauwe verschijningsvorm
te zien is, werd pas in de twintigste eeuw geel geschilderd, om de kleur
in overeenstemming te brengen met die van de kroon in het stadswapen.
Een
roze hoed
Toch is ook de blauwe hoed niet onomstreden.
Er zijn mensen die zeker weten dat de kroon van keizer Maximilliaan
van Oostenrijk in werkelijkheid rood was.
Iemand suggereerde zelfs om de kroon dan maar roze te schilderen, als
verwijzing naar het homomonument aan de voet van de kerk.
En zo is de toren ineens een bron van verdeeldheid en felle discussie,
in plaats van de trots van Amsterdam.
Rembrandt
begraven [1669]
Aan de kant van de Prinsengracht was het kerkhof dat al in 1655 gesloten
werd.
In de noordelijke zijhoek van de kerk werd Rembrandt
van Rijn in 1669 begraven.
Ook Rembrandt's zoon Titus
en minnares Hendrickje Stoffels
liggen er begraven.
Andere schilders die in deze kerk werden begraven zijn Nicolaes
Berchem, Gillis Claesz. de Hondecoeter
en
Melchior de Hondecoeter
naar
boven
Van
een broedplaats van het Socialisme, via Katholiek Godshuis,
naar een Moskee
Het socialistische vergadergebouw
Constantia aan de Rozengracht is
in 1899 aangekocht om plaats te maken voor RK
kerk de Zaaier. Na de sluiting van De Zaaier in 1971 werd
het gebouw enige tijd gebruikt als opslag voor tapijten en muziekinstrumenten.
in 1980 werd er de Fatih Cami (spreek
uit dzámi) in gevestigd.

Fatih Cami de Turkse moskee aan de Rozengracht
/ Mimbar (preekstoel) / interieur met Mirab, de gebedsnis in de richting
Mekka
[1899]
De
katholieken kopen een Socialistisch bolwerk
Het plan werd opgevat het verenigingsgebouw
Constantia, Rozengracht 152, van de
Vrije Socialistische Arbeidersbeweging, dat wegens hypotheekschuld
op 20 maart 1899 in veiling zou komen, aan te kopen.
Kerkmeester J.A.A.
Grijpink, kaashandelaar, kocht het op eigen naam voor
f. 30.100,- en verkocht het voor diezelfde som aan het kerkbestuur van
'de Zaaier'.
Zo kon, nog juist vóór het einde van de 19e eeuw de eerste
katholieke kerk in de Jordaan worden gesticht.
Het doel was
om de provisorische kapel te vervangen door een flinke nieuw te bouwen
kerk. Men begon dan ook dadelijk met de aankoop, voorzover tegen redelijke
prijzen mogelijk, van de aangrenzende panden aan Rozengracht, Bloemstraat
en Akolijenstraat. In 1899 werden 8 panden aangekocht en in 1900 nog
2. De 4 percelen die men nog nodig had om een één geheel
vormend complex te formeren, waren voorlopig te duur.
Zullen
we de Noorderkerk ook inpikken?
De geestelijkheid van de pastorie van 'de Zaaier' wilde over steunpunten
in het volkrijke en zorg-eisende Jordaangebied beschikken. In de hele
Jordaan was nog nooit een statie gevestigd geweest.
In 'de Franse tijd' probeerde men de Noorderkerk te pakken te krijgen.
Het lukte niet om de protestanten tot afstand van hun vele ruime kerkgebouwen
te bewegen.
[1921]
Roothaanhuis
Van 1921 tot 1929, werd de nieuwe Zaaierkerk met pastorie aan de Rozengracht
en een groot parochiegebouw, het clubhuis 'Joannes Roothaan', aan de
overzijde, met kracht aangepakt.
Voor het parochiegebouw liet men eerste het oog vallen op het
verenigingsgebouw 'de Harmonie', Rozengracht 207-213.
Daarna gingen de gedachten uit naar de oostelijke hoek van de 2e Rozendwarsstraat
en de Rozengracht.
Door aankoop, tenslotte van de panden Rozenstraat 146 en 148 en Rozengracht
129-135, kreeg men de beschikking over een terrein, recht tegenover
de te bouwen kerk en pastorie, dat zich van de Rozengracht tot de daarachter
gelegen Rozenstraat uitstrekte.
De nieuwe
kerk en pastorie kwamen vóór Kerstmis 1928 gereed en het
Roothaanhuis kon in het voorjaar van 1929 in gebruik worden genomen.
Zij waren ontworpen door de architect
W. Valk.
Exodus
Hoewel bij de ingebruikneming van kerk en clubhuis aan de Rozengracht
het werkgebied van 'de Zaaier', met het Jordaangedeelte tussen Rozengracht
en Lauriersgracht was uitgebreid, en het parochieleven, ook dank zij
de activiteiten die vanuit het Roothaanhuis konden worden ontplooid,
aanvankelijk sterk opbloeide, kon de langzame neergang toch niet worden
tegengegaan.
Na de tweede wereldoorlog raakte de Jordaan als woonwijk achter bij
wat de nieuwbouw te bieden had, zodat jonge gezinnen meer en meer de
buurt verlieten zonder dat andere daarvoor in de plaats kwamen.
Zo verloren kerk en clubhuis steeds meer hun functie.
Al rond 1960 probeerde men het Roothaanhuis aan de Erven
Lucas Bols te verkopen, dat lukte niet.
Nadat in 1964 nog op bescheiden wijze het derde eeuwfeest van 'de Zaaier'
was gevierd, ging het clubhuis in 1968 over aan de stichting
Wijkwerk Zuid-Jordaan.
[1971]
Opheffing
van de parochie van de H. Ignatius 'de Zaaier'
De kerk aan de Rozengracht gaat dicht.
Een tapijthandelaar en een winkel in elektrische gitaren aan de overkant
van de Rozengracht gebruiken het gebouw als opslag plaats.
[1980]
Fatih
Cami
Het gebouw wordt overgenomen door de Turkse Fatih Moskee.
Er moet veel gebeuren voor er gebeden kan worden. Het dak lekt en het
kost het enige miljoenen om alles droog te houden.
Inmiddels is het dak grondig gerestaureerd.
Fatih is de naam van een grote en wijze koning van het Ottomaanse Rijk.
Die wijsheid probeert het bestuur van de Moskee uit te dragen door een
'opendeurgedachte' te gebruiken om bewoners van de Jordaan,
ook niet Moslims, voor alle mogelijke ontmoetingen uit te nodigen.
Samen met de Westerkerk zijn er gezamenlijke vieringen op bevrijdingsdag.
naar
boven

[1628]
Schuilkerk
't Boompje
De R.K. Kerk ´t
Boompje is als een schuilkerk gebouwd door de franciscaanen in de Kalverstraat
215 doolopend tot Rokin 168, op de plaats waar nu Vroom & Dreesman gevestigd
is.
In 1676 werd de kerk vergroot tot aan het Rokin en midden 18e eeuw verbouwd.
De kerk is in 1911 gesloten en afgebroken.
Er is een nieuwe Boomkerk aan de Admiraal de Ruyterweg gebouwd, de "S.
Franciscus van Assisie".
De franciscaan Pater
Steven Hontgens richtte in een pand aan het Rokin een huiskerk
in.
In dit pandje was daarvoor een bierbrouwerij gevestigd, waar 'het Boompje'
uithing. Zo kwam de kerk aan zijn naam.
Na de gedeeltelijke nieuwbouw en de verbouwing van 1730 kreeg het Boompje
aan de Rokinzijde een nieuwe gevel.
De kerk mocht in verband met de toen geldende regels geen 'kerkelijk'
uiterlijk hebben en kreeg daarom drie pakhuisachtige gevels. Boven de
ingangen werden ter herinnering aan het bouwjaar van 1730 twee gevelstenen
ingemetseld.
Deze stenen zitten nu in de noordelijke buitenmuur van de nieuwe Boomkerk
.
In 1909-1910 werd volgens ontwerp van architect Bekkers deze nieuwe
neo-romaanse koepelkerk gebouwd aan de Adm. de Ruyterweg. Een groot
deel van het interieur van "De Boom" is afkomstig uit de oude
huiskerk aan het Rokin, zoals de zijaltaren, het orgel, diverse beelden,
schilderijen en het kerkzilver.
naar
boven

De Rode Hoed Keizersgracht
/ Sonja Barend /
[1630]
De
Rode hoed
Van Remonstrantse kerk naar TV studio
In tegenstelling tot het socialistische bolwerk, gebouw
Constantia dat 'degradeerde' tot kerk en moskee, is ook een
omgekeerde beweging waar te nemen.
De Rode Hoed is een debatcentrum
geworden in een voormalige Remonstrantse schuilkerk aan de Keizersgracht.
[1629]
Een hoedenmakerij
Het gebouw werd voor de Remonstrantse Gemeenschap aangekocht door wijnkoper
Antoni de Lange en doctor Jan
van Hartoghvelt. De hoedenmakerij
werd afgebroken en in 1630 werd er een schuilkerk gebouwd, die tot 1957
dienst deed als Remonstrantse kerk.
[1989]
Nieuw links
Huub Oosterhuis
ontdekte dat het gebouw leegstond.
Hij besloot er zijn studentenecclesia
en een discussiecentrum in te vestigen
.
In de Rode Hoed werd de talkshow van Sonja
Barend opgenomen en later Het Lagerhuis.
In 1991 werd er het Sociaal Democratisch Vernieuwingsplatform van André
van der Louw opgericht.
naar
boven

[1860]
De
Posthoornkerk
Onze
Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen
Het gebouw is ontworpen door P.J.H.
Cuypers.
De kerk verving de schuilkerk De Posthoorn
aan de Prinsengracht.
Omdat de kerk niet vrijstaand kon worden gebouwd werd zij extra hoog
uitgevoerd. Om de beperkte ruimte optimaal te benutten werd de kerk
inwendig voorzien van galerijen boven de zijbeuken.
De Posthoornkerk werd in 1963 buiten dienst gesteld.
In 1986 gebruikte een stichting voor tentoonstellingen en concerten.
De kerk wordt verhuurd als kantoorruimte en voor recepties en diners.
naar
boven

Inwijding Russisch-ortodoxe
kerk
[1912]
Tichelkerk
De Tichelkerk is nu de nieuwe kerk van de Russisch-orthodoxe parochie
Heilige Nikolaas van Myra [2006]
Op zaterdag 16 december 2006 heeft de Russisch-orthodoxe bisschop van
Nederland en België de nieuwe kerk gewijd.
Aartsbisschop Simon [Ishoenin] voltrok
de kerkwijding precies elf jaar na de wijding van de vorige kerk van
de parochie.
Aan de plechtigheid namen tien priesters, drie diakenen en enkele honderden
leden en belangstellenden deel.
Onder hen waren ook vertegenwoordigers van o.a. het Bisdom Haarlem,
de Minderbroeders Kapucijnen, de
Grote Nikolaaskerk, de Koptische Kerk, de Oud-katholieke Kerk, de Raad
van Kerken in Amsterdam en de Katholieke Vereniging voor Oecumene. Bij
de receptie was ook de bisschop van Haarlem,
mgr Punt, aanwezig.
[1912]
Kloosterkerk
De Tichelkerk aan de Lijnbaansgracht in de Jordaan, is in 1912 gebouwd
als kloosterkerk van de Minderbroeders Kapucijnen.
Ten gevolge van het teruglopende aantal broeders moest het klooster
in 2004 de deuren sluiten.
De wens van de kloosterorde om de kerk voor de christelijke eredienst
te behouden werd vervuld toen met de Russisch-orthodoxe
parochie een overeenkomst kon worden gesloten.
In de Orthodoxe Kerk omvat de kerkwijding het oprichten van een altaar,
het zegenen van de kerkmuren met myron
[chrismaolie],
het plaatsen van relieken in het altaar en het wijden van de altaarkleden.
Aangezien het altaar uit de vorige kerk was meeverhuisd, beperkte de
viering in de Tichelkerk tot het wijden van de altaarkleden en de muren
en het plaatsen van nieuwe relieken. Ook de vroegere altaarsteen van
de Tichelkerk berust onder het altaar van de kerk.
[1974]
Heilige
Nikolaas van Myra
De Russisch-orthodoxe parochie is opgericht door Russische,
Servische en Nederlandse Orthodoxe christenen.
Vanaf het begin had de parochie een multicultureel
karakter en werd de eredienst in twee talen, het Kerkslavisch
en Nederlands, gehouden.
Vandaag de dag heeft de parochie enkele honderden leden met ruim twintig
nationaliteiten.
Achtereenvolgens heeft de parochie ruimtes gebruikt aan de Prins Hendrikkade
[bij de Nikolaaskerk], de Utrechtsedwarsstraat [bij De Duif]
en in de Kerkstraat.
In 1995 brachten de parochieleden de middelen bijeen om het gebouw Emmanuel
in de Kerkstraat te kopen.
Ook het nieuwe gebouw is door de parochie zelf bekostigd.
naar
boven

Apostolische Zendingskerk
op de Bloemgracht
[1825]
Apostolische
gemeente
Schipperskerk
Op de Bloemgracht 96-100 staat het gebouw van de
Apostolische Zendings Kerk, stam Juda.
Als Schipperskerk was het voor preekdiensten gericht op de vele beurtschippers
die Amsterdam aandeden.
De kerk kwam op de plaats van Pakhuis Aken.
De kerkgangers noemden het graag een preekschuur om te benadrukken dat
men voor de eredienst niet meer nodig had dan een ruimte, een kansel
en een doopfont.
Het was de eerste gereformeerde Schipperskerk in 1927 in gebruik genomen
door Apostolische gemeente.
Het was oorspronkelijk een Christelijk Gereformeerde Kerk.
Tot de zogenoemde 'doleantie' in 1892 was de kerk Nederduits Gereformeerd.
dr. Abraham Kuyper preekte er regelmatig.
In 1926 werd het gebouw verbouwd voor de huidige kerkgemeente.
De bouwstijl wordt tot de zogenoemde Willem II gotiek gerekend.
De Hersteld Apostolischen verwijzen naar de eerste Kerk die door de
Apostelen is gesticht nadat de Heilige Geest was uitgestort.
naar
boven

Paradiso Weteringschans
[1879]
De
Vrije Gemeente
Paradiso: Van kerk tot jongerencentrum, een
cultureel centrum van belang
Paradiso is gevestigd in een kerkgebouw van de
Vrije Gemeente te Amsterdam.
Het gebouw stamt uit 1879. Het staat aan de Weteringschans, vlakbij
het Leidseplein.
De poptempel is het beroemdste podium van Nederland.
Bekende bands zoals Nirvana, Prince, U2, Pearl
Jam en de Rolling Stones
traden er op.
Kerkgebouw
In de jaren zeventig zijn de oorspronkelijke glas-in-lood ramen van
het kerkgebouw vervangen door spiegels aan de binnenkant en houten panelen
aan de buitenkant. Tijdens de verbouwing in 1993 zijn door kunstenaars
nieuwe glas-in-lood ramen gemaakt.
naar
boven

Eben Haëzerkerk
op de Lauriergracht
[1893]
Chr.
Gereformeerde kerk Eben Haëzer
De Kerk is in 1893
in de zogenoemde Willem III gotiek gebouwd en werd
'De Buffel' genoemd.
De Chr. Gereformeerde gemeente had twee 'preekplaatsen' In 1985 werd de Eben Haëzerkerk
op de Lauriergracht gesloten.
Sindsdien is er slechts één preekplaats over.
De kerk had een Flaes-orgel
[1874] dat oorspronkelijk voor de Engelse kerk op het Begijnhof gebouwd
was. In een nieuwe kast is het in deze kerk geplaatst. Tegenwoordig
staat het orgel in Meppel.
De kerk is omgebouwd tot luxe appartementen.
naar
boven

Kapel van de Begijnen
[1320-1578]
Kerk
der Begijnen
De
kerk was oorspronkelijk de kapel van de 14e-eeuwse begijnen
Met de Alteratie in 1578, toen het Calvinisme de staatsgodsdienst werd,
werd het kerkje gemeente-eigendom.
De katholieken mochten de grote kerk die midden op het Begijnhof staat
niet meer gebruiken voor hun diensten.
Ze moesten de kerk afstaan aan de calvinisten.
De huisjes bleven eigendom der Begijnen en zij gingen op andere plekken
gewoon door met het houden van diensten.
Dat gebeurde eerst in verscheidene huizen op het Begijnhof.
[1607]
De kerk gaat weer open voor Engelssprekende
protestanten in de stad
Ook de Pilgrim Fathers gingen gedurende enkele jaren naar deze kerk.
Er zijn nog herinneringstekens voor hen binnen en buiten de kerk.
In 1817 kreeg de kerk, die toen bekend was als de English
Reformed Church, behalve de gewone zondagmorgendienst ook
andere diensten en activiteiten.
Een Engelssprekende gemeente die geassocieerd is aan de Kerk van Schotland
en aan de Nederlandse Hervormde Kerk gaat er ter kerke.Tegenwoordig
heeft de kerk 320 leden met 30 nationaliteiten.
De Kerk is één
van de oudste gebouwen van Amsterdam. Er werd onlangs voor ongeveer
één miljoen euro aan gerestaureerd.
Academie
van het Begijnhof
De kerk is belangrijk voor kamermuziek in Amsterdam, met zo'n 70 concerten
in verschillende stijlen per jaar. In het bijzonder heeft het veel jonge
artiesten de kans gegeven hun carrière te beginnen. De Academie
van het Begijnhof, gesticht door een voormalige organist van de kerk,
is nu één van de belangrijkste barokorkesten van Amsterdam.
H.M.The
Queen
De Engelse koningin Elizabeth II en de hertog van Edinburgh brachten
op 5 februari 2007 een bezoek aan de Kerk. Aanleiding is de viering
van het 400-jarig jubileum van het bestaan van de Engelse Hervormde
Kerk.
Ter gelegenheid van het Jubileum werd er een speciale kerkdienst gehouden
waar ook Koningin Beatrix bij aanwezig was

Begijnhofkapel /
interieur van de kapel in 1929.
[1671]
R.K.
Joannes en Ursulakapel
De begijnen bouwen tegenover hun oude kerk op nr. 29 in twee huizen
een schuilkerk: de enige echte Begijnhofkapel.
De architect is Philips Vingbooms
en de eerste steen voor deze kapel werd gelegd op 2 juli 1671.
Tegenwoordig is de kapel al lang geen schuilkerk meer, maar al die tijd
is het een levende plek van de katholieke gemeenschap gebleven bekend
als de Nieuwe Heilige Stede. Officieel
is het een parochiekerk, gewijd aan St. Joannes en Ursula. De kerk heeft
haar in en uitgang naar het Begijnhof via een portaal dat een kopie
is van het oorspronkelijke portaal dat stond in de Wijde Kapelsteeg
als onderdeel van De Heilige Stede [1345-1909] aan het Rokin.
De gevel van de Begijnhofkapel is min of meer in de vorm van een woonhuisgevel
met empire vensters gebouwd. De kapel wordt door Toscaanse zuilen in
drie beuken verdeeld. De twee buitenste hebben galerijen.
Het hoofdaltaar heeft gemarmerde Corinthische zuilen en een schilderij
dat de Hemelopneming van Maria voorstelt. [Nicolaas
Moeyaert 1649]. Een wijziging aan het altaar heeft in 2000
plaatsgevonden, nadat de verloren gewaande "Maria Tenhemelopneming"
op een veiling in Amerika werd teruggevonden.
Ook de twee zijaltaren hebben schilderijen van Nicolaas Moeyaert, Links
"De Kruisiging" en Rechts "De geboorte van Christus"
Er is een notenhouten Rococo preekstoel uit 1757 met trapje.
naar
boven

[1796]
De
Duif
Duif is een monumentaal kerkgebouw aan de Prinsengracht nummer 756 in
Amsterdam. Na de restauratie door Stadsherstel Amsterdam, wordt het
verhuurd voor evenementen.
Het gebouw werd als Rooms-katholieke St. Willibrorduskerk gebouwd.
Op deze plaats stond vroeger de suikerfabriek
Het Fortuyn.
Toen deze afbrandde, werd de nieuwe Duifkerk gebouwd ter vervanging
van het eeuwenoude schuilkerkje Het Vrededuifje
aan de Kerkstraat, waar later een postkantoor was.
Het
is de derde Duif-kerk in Amsterdam.
De kerk is in neoclassicistische stijl gebouwd, en heeft een neobarokke
voorgevel.
Hij valt eigenlijk alleen op vanaf de overkant van de gracht. In 2008
bestaat het huidige monument De Duif 150 jaar.
Kerk
de Duif is van oorsprong een katholieke kerk
De geschiedenis van haar parochie neemt haar aanvang in 1671. In dit
jaar bouwde meestertimmerman Gijsbert Pietersz. een schuilkerk tegen
de achtergevels van wat panden die hij bezat in de Kerkstraat. Door
de Alteratie in 1578, was Amsterdam veranderd in een protestantse stad.
De katholieken mochten hun geloof niet meer openlijk uitoefenen.
Vrede-duifje
Pietersz. had zijn plan zorgvuldig uitgedacht. Hij bezat ook de panden
aan de Keizersgracht, waarvan de achtertuinen uitkwamen op de huisjes
aan de Kerkstraat. Hierdoor werd de schuilkerk voor buitenstaanders
aan het oog onttrokken. Een pandje in de Kerkstraat met een vredesduif
als gevelsteen verleende toegang tot de kerk die gauw bekendheid kreeg
als het Vrede-duifje.
In 1795 werd met
de intocht van de Franse troepen in Nederland de godsdienstvrijheid
hersteld.
Al in 1796 bouwden de Duifparochianen een kerk aan de Prinsengracht.
Het werd de eerste katholieke kerk aan de openbare weg sinds de Alteratie.
Ze werd gewijd aan de Heilige Willibrordus, maar bleef de naam Duifkerk
houden.
naar
boven

[1672]
De
Papegaai
De Papegaai is een
voormalige schuilkerk die werd gebouwd in de tuin van het huis dat waarschijnlijk
werd bewoond door een vogelhandelaar, vandaar de naam van de kerk.
In 1672 werd het woonhuis De Papegaai aan de Kalverstraat als rooms-katholieke
statie ingericht.
Omstreeks 1710 werd het op kosten van het R.C.Armenkantoor verbouwd
tot een huiskerk met drie beuken en galerijen.
Toen het rooms-katholicisme in Nederland geleidelijk weer openlijk beleden
mocht worden, kon de huiskerk in 1848 vervangen worden door een nieuw
en volwaardig kerkgebouw, ontworpen door Gerrit Moele jr. [1796-1857].
De kerk werd gewijd aan de Heilige Jozef maar bleef toch beter bekend
onder de naam De Papegaai.
Eerst was De Papegaai een filiaal van de Franse kerk aan de Nieuwezijds
Voorburgwal die aan de Heilige Petrus en Paulus was gewijd. Toen de
Franse kerk in 1911 werd opgeheven, kreeg De Papegaai de status van
parochiekerk, nu met de Heilige Petrus en Paulus als patroonheiligen.
De kerk lag aanvankelijk
inpandig maar kreeg in 1899, door verlenging van het middenschip, een
ingang direct aan de Kalverstraat.
In 1908 volgde een verlenging van het koor en werd het dwarsschip, de
sacristie en kapellen gebouwd.
De ranke torenspits is vanaf de Postzegelmarkt op de Nieuwezijds Voorburgwal
te zien.
De pastorie aan de Nieuwezijds Voorburgwal 293 dateert uit 1914.
Het portaal en de vestibule met trappenhuis werden in 1931-1932 in art
deco-stijl verbouwd.
De Papegaai behoort
tot de eerste fase van de neogotiek in Nederland, de zogenaamde stukadoorsgotiek
of ook wel Willem-II gotiek genoemd, naar de regeerperiode van koning
Willem II [1840-1849].
Het interieur lijkt op een echte gotische kerk compleet met zogenoemde
bundelpijlers, schalken, spitsbogen en kruisribgewelven met ster- en
netgewelven in het transept en koor.
Maar dat is allemaal nep. De gewelven zijn niet van steen, het is een
gestuukt sierplafond.
Voor het publiek
is de kerk een welkom rustpunt in de drukste winkelstraat van de stad.
naar
boven

[1817]
De verdwenen Sint Catharinakerk
"Maria Hemelvaart" bijgenaamd "Geloof, Hoop en Liefde"
ofwel de "Sint-Catharinakerk" op het Singel bij de Heiligenweg.
De Sint-Catharinakerk was de derde kerk met deze naam.
De eerste was de huidige Nieuwe kerk, die in 1408 werd gesticht en toegewijd
werd aan de H. Maagd Maria en vanaf 1570 ook aan de Maagd van Alexandrie,
Sinte Catharina.
In 1578 kwam deze kerk in handen van de hervormden, net zoals de zovele
andere katholieke kerken en kloosters.
In het begin van
de 17e eeuw, om precies te zijn in 1645 ontstond een huiskerkje "de
Lely" tussen de Boommarkt bij het Spui en de N.Z. Achterburgwal
(Spuistraat), tegenwoordig NZ. Voorburgwal 338 waar nu een groot restaurant
gevestigd is.
Daar had pastoor Jacob Oly in de laatste jaren van zijn pastoraat de
katholieken tezamen gebracht in een huis achter het Begijnhof, dat om
zijn gevelsteen "De Lely" werd genoemd.
Deze aan Sint
Catharina gewijde kerk werd veel te klein en raakte in het begin der
19e eeuw zwaar in verval en de gedachte kwam op om op een andere plek
een veel grotere en mooiere kerk te bouwen.
De op 3 maart 1811
aangestelde Pastoor Gerardus Antonius van der Lugt vond een geschikte
plaats in de naaste omgeving op het Singel bij het Koningsplein.
Op deze plaats stond tot dat moment de voormalige Voetboogdoelen, die
de laatste jaren voor vele doeleinden was gebruikt, ondermeer tot vergaderplaats
voor de West-Indische Compagnie en laatstelijk tot kazerne was gebruikt.
De Amsterdamse
overheid maakte bezwaar tegen de plannen van de pastoor, maar door de
bemiddeling van Koning Willem I en vele onderhandelingen gelukte het
de pastoor het gebouw te kopen voor Fl 10.000,- in 5 jaarlijkse termijnen,
onder beding dat na afbraak van het gebouw binnen 3 jaar er de kerk
moest zijn verrezen.
Op 23 juni 1817
werd de eerste spade in de grond gestoken, op 1 augustus 1817 werd de
eerste paal geheid en op 23 september van dat jaar werd de eerste steen
gelegd.
De kerk "Geloof,
Hoop en Liefde" was zeer waarschijnlijk ontworpen door Tieleman
Franciscus Suijs [1783-1861] die later in 1823 de Ronde Lutherse kerk
op het Singel na de brand herbouwde en ook de "Mozes en Aaronkerk"
in 1835 op het Waterlooplein ontwierp, hoewel ook gedacht kan worden
aan de bouwmeester Giudici die een grote vriend was van pastoor Van
der Lugt en die in Warmond reeds een Seminarie had gebouwd.
Op 9 februari 1820 werd de kerk met een plechtige dienst door de aartspriester
J.J. Cramer ingewijd, waarbij veel hoogwaardigheidsbekleders aanwezig
waren.
Vanaf dat moment
was de naam van de kerk "Kerk van Maria Hemelvaart, bijgenaamd
Geloof, Hoop en Liefde".
Vijf dagen na de inwijding reeds werden er 80 kinderen tot de Heilige
Communie aangenomen.
Op 15 januari 1821
werd het oude kerkje aan de Boommarkt geveild en bracht nog Fl 5230,-
op.
In 1854 moest de
kerk vergroot worden en architect Th. Molkenboer bracht de verbouwing
tot kruiskerk tot stand, nadat er vier percelen achter de kerk in de
Handboogstraat waren aangekocht. Vanaf dat moment werd de kerk officieel
aan de H. Catharina toegewijd en aan haar alleen.
Op 31 december 1933
werd de parochie St. Catharina opgeheven.
In februari 1934
werd de inboedel van de St. Catharinakerk geveild en de Deken v. Noord
kocht een aantal stukken voor de Begijnhofkapel.
Het orgel dat in 1826 door orgelbouwer Van Dam uit Leeuwarden
was gebouwd, is naar de Heilig Hartkerk in Hilversum gegaan en is daar
nog steeds in gebruik.
Tussen 1933 en 1950
was er in Amsterdam geen St. Catharinakerk.
Er waren plannen
voor de bouw ergens in een buitenwijk, maar door de crisistijd en de
2e wereldoorlog werd pas op 14 juni 1950 de eerste steen gelegd de St
Catharinakerk, op de hoek van de Burg. Eliasstraat en de Burg. Vening
Meineszlaan.
De kerk werd 1993 de Syrisch Orthodoxen verkocht en heet nu St. Sharbil.
Dat is het einde van een
Sint Catharinakerk, die vanaf 1408 verbonden was met de stad.
naar
boven

[1669]
Amstelveldkerk
In 1659 besloot
de vroedschap houten preekschuren
te bouwen op het
Amstelveld en de Oostelijke en Westelijke Eilanden.
De bedoeling was de houten kerken zo snel als mogelijk te vervangen
door een stenen gebouw.
Dat lukte voor de Eilandskerk in 1739, voor de Oosterkerk al in 1671.
De Amstelkerk is nooit in steen gebouwd.
De Amstelkerk, is tussen 1668 en 1670 gebouwd als onderdeel van de aanleg
van het tweede deel van de Grachtengordel.
Het ontwerp is van Daniël Stalpaert.
"het plein of veld aan die Kerk egter groot genoeg te laaten,
om op het zelve, t'eenigen tyde,
eene steenen Kerk te konnen zetten"
De kerk wordt tegenwoordig verhuurd door Stadsherstel
Amsterdam, die er ook een kantoor heeft.
Een ander deel is een restaurant met een terras aan het Amstelveld geworden.
De kerk heeft een vierkant grondplan van 28,3 x 28,3 meter, wat neerkomt
op 100 bij 100 voet, dezelfde maat als de Oosterkerk die ook door Stalpaert
is ontworpen.
In 1840 is de kerk in neogotische stijl verbouwd onder leiding van Hendrik
Springer.
naar
boven
[1671]
De
Oosterkerk
Een van oorsprong Nederlands Hervormde kerk
aan de Wittenburgergracht . De kerk is gebouwd in de periode 1669-1671
naar een ontwerp van architect Adriaan
Dortsman met medewerking van
Daniël Stalpaert.
In 1659 is door het vroedschap van Amsterdam besloten om twee kerken
te bouwen, de Oosterkerk en de Eilandskerk. Beide houten gebouwen zouden
in de toekomst door stenen kerken worden vervangen. De oude Oosterkerk
is later vervangen door een stenen kerk, echter niet op de oorspronkelijke
plaats op het Rapenburg maar op Wittenburg.
De plattegrond
is een vierkant, door pijlers met bogen verbonden, verdeeld in een gelijkarmig
kruis.
De kerk werd in 1963 wegens bouwvalligheid werd gesloten.
In 1969 kwam de Oosterkerk in bezit van de gemeente Amsterdam en werd
de kerk grotendeels in historische staat hersteld. Vóór
de restauratie had de gemeente overigens plannen om de kerk te slopen
als onderdeel van het grootschalige stadsvernieuwingsproject. Door optreden
van de buurtbewoners is dat uiteindelijk niet gebeurd.
Sinds 1985 wordt de kerk gebruikt door instellingen op sociaal en maatschappelijk
gebied.
naar
boven
[1544]
De
Heilige Stede
De Heilige Plaats
is de naam van de kapel die werd gebouwd naar aanleiding van Het
mirakel van Amsterdam [15 maart 1345],
op de plaats waar het wonder heeft plaatsgevonden aan de Amsterdamse
Kalverstraat.
Na de Alteratie ging de kapel over
in handen van de protestanten, die het gebouw de Nieuwezijds
Kapel noemden.
Nadat ze het gebouw buiten gebruik hadden gesteld lieten de hervormden
de kapel in 1908 slopen om te voorkomen dat deze ooit nog door katholieken
zou worden gebruikt.
De functie van Mirakelkerk werd
overgenomen door de schuilkerk aan het Begijnhof Amsterdam. Onderdelen
van De Heilige Stede zijn te vinden in de Enge
Kapelsteeg en op het dak van de
'De Papegaai' in de Kalverstraat. Enkele fragmenten van de
kapel kwamen op Frankendael in de Watergraafsmeer terecht.
Op het Rokin is de Mirakelkolom
samengesteld. Vanwege de bouw van de metro Noord-Zuidlijn is deze gedemonteerd
en opgeslagen.
naar
boven
[1654]
De
Krijtberg
De Krijtberg heet officieel de Rooms-katholieke
kerk van Sint Franciscus Xaverius.
Sinds 1654 wordt er aan het Singel in Amsterdam gebeden en gepreekt
in een huis met de naam Crijtberg.
Dit huis diende als schuilkerk.
Met de bouw van de huidige kerk werd in 1881 begonnen. De neogotische
kerk werd ontworpen door Alfred Tepe
en gewijd in 1883.
De architect had de opdracht een kerk te bouwen tussen de bestaande
grachtenpanden in. De kerk heeft daarom vooral ramen op grote hoogte.
Naar achteren toe wordt de kerk steeds breder. Zo werd er op weinig
grondoppervlak toch een gevoel van ruimte gecreëerd.
Jezuïeten
Vanaf de oprichting in 1654 tot op heden wordt de Krijtberg bediend
door de paters en broeders van de Sociëteit van Jezus.
In de pastorie van de kerk was ooit het Roothaan-museum
gevestigd rond de 19e eeuwse generaal-overste van de jezuïeten,
Jan Philip Roothaan. De Krijtberg werkt ook samen met het om de hoek
gelegen Ignatiushuis dat eveneens
door de jezuïeten gedragen wordt.
Restauratie
Tussen 1979 en 2001 zijn de kerk en de pastorie volledig gerestaureerd.
Als eerste werden in de kerk de fundering, het dak en de glas-in-loodramen
hersteld. Vervolgens waren de altaren en de preekstoel aan de beurt.
Eind 20e eeuw werd begonnen met de restauratie van de schilderingen,
het stucwerk en de beelden. In 2001 werd de pastorie verbouwd en in
2003 kwamen er nieuw leien op het dak.
naar
boven
[1686]
De
Mozes en Aäronkerk
De Mozes en Aäronkerk, op het Waterlooplein,
officieel de R.K. kerk Sint Anthonius van Padua,
is ontstaan uit een schuilkerk.
Deze werd bediend door paters Franciscanen en was gevestigd in een huis
aan de Jodenbreestraat.
In 1649 werd gekerkt in het huis "Moyses",
ter hoogte van de huidige kerk.
Kort daarna werd ook het aangrenzende huis
"Aäron" aan de Houtgracht erbij getrokken.
In 1686 werd een grote kerk gebouwd die in 1759 verfraaid werd, zowel
van binnen als van buiten.
Het huidige gebouw verrees tussen 1837 en 1841 in de stijl van het neoclassicisme.
Het barokke hoofdaltaar uit circa 1700 is afkomstig uit de oude schuilkerk
en bevat een schilderstuk van Jacob de Wit.
naar
boven
[1887]
De
Sint-Nicolaaskerk
Een Rooms-katholieke kerk in de Binnenstad.
De kerk, officieel de H. Nicolaas binnen de
Veste, is gebouwd in de periode 1884-1887
De Sint-Nicolaaskerk is de tweede kerk van die naam in Amsterdam. De
eerste, de huidige Oude Kerk, is tijdens de
Alteratie in 1578 van de rooms-katholieken ontnomen.
De kerk is gebouwd als een driebeukige kruisbasiliek en bestaat uit
een schip en een enkel transept of dwarsschip.
De kerk werd op 7 februari 1887 ingewijd. Na een periode van verwaarlozing
werd de kerk in de jaren negentig gerestaureerd. In 1999 werd een kostbare
restauratie van interieur en exterieur voltooid.
naar
boven
[1408]
De
Nieuwe Kerk
De kerk is gebouwd op de Dam in het begin van
de 15e eeuw, op een plek waar tot dan een boomgaard was.
In 1408 kreeg de bouw van deze Nieuwe Kerk, toen nog Onze
Lieve Vrouwekerk of Maria- en Catharinakerk geheten, de bisschoppelijke
goedkeuring. De bouw was toen echter al ver gevorderd. Er is sindsdien
veel aan de kerk verbouwd en herbouwd. Een van de laatste delen van
de kerk die werden voltooid is de noordelijke dwarsarm uit 1530-1540,
die stijlelementen uit de Renaissance vertoont.
Brand
Tot drie maal toe brandde de kerk af en vooral in de winter van 1645
was de schade groot toen het dak vrijwel geheel afbrandde.
Toren
Tot tweemaal toe is er een begin gemaakt met het bouwen van een kerktoren
bij de kerk. In 1565 waren de fundamenten gelegd, maar door het veranderende
religieuze en politieke klimaat werd de verdere uitvoer van de plannen
onmogelijk gemaakt.
In 1646 werd een tweede poging gedaan. Jacob
van Campen, ook de architect van het naastgelegen Paleis
op de Dam, ontwierp een toren in een gotiserende stijl, maar in 1653
werd de bouw al gestaakt en in 1783 werd de onvoltooide romp gesloopt.
Wat overbleef is de onderbouw voor de westgevel van de kerk.
Tussen 1959 en 1980 werd de kerk ingrijpend gerenoveerd. Door de ontkerkelijking
kon de Hervormde Gemeente de kosten voor onderhoud en beheer niet meer
opbrengen en daarom werd besloten om de kerk tot cultuurcentrum te verbouwen.
Tot op heden worden er afwisselende tentoonstellingen georganiseerd
in de kerk, vaak van volkenkundige aard. Daarnaast vinden orgelconcerten
plaats.
De Nieuwe Kerk wordt, sinds koning Willem I
in 1814 in deze kerk de eed op de grondwet aflegde, ook gebruikt voor
koninklijke huwelijken en inhuldigingen.
De inhuldiging van Koningin Beatrix
vond er plaats op 30 april 1980. Op 2 februari 2002 trouwden Prins
Willem-Alexander en Prinses Máxima
in de kerk.
In de kerk bevindt zich de graftombe van Michiel
Adriaenszoon de Ruyter. De tombe is het werk van Rombout
Verhulst en Willem de Keyser.
Ook Jan van Galen en Joost
van den Vondel hebben in de Nieuwe Kerk hun laatste rustplaats
gevonden.
naar
boven
St Olofskapel [1644]
en een kaart met de oorspronkelijke kapel [1440]
[1440 / 1450]
De
eerste Sint Olofskapel
De kapel werd in de Binnenstad van Amsterdam tussen 1440 en 1450 gebouwd
tegen een grote stadspoort aan, de Sint Olofspoort.
In 1618 is het poortgebouw afgebroken, maar de vroegere doorgang heet
nog steeds Sint Olofspoort.
Beschermheilige was Sint Olof.
Geschiedenis
Men heeft altijd gedacht dat het hier om de Noorse
patroonheilige Sint Olaf ging, de
vikingvorst die zich omstreeks het jaar 1000 tot het christendom bekeerde.
De kapel zou dan verwijzen naar de Middeleeuwse handelscontacten met
Scandinavië.
Het zou echter ook kunnen gaan om de Brabantse
Sint Odulphus, de beschermheilige van dijken. De Sint Olofskapel
ligt inderdaad aan een dijk: de Zeedijk.
Aan het einde van de 15de eeuw werd de kapel meerdere keren uitgebreid.
Zo werd er een veelhoekig kapelletje aangebouwd: de
Jeruzalemkapel, waarin een kopie
van het Heilig Graf moet hebben gestaan. De Jeruzalemkapel
is in 1644 gesloopt.
Na de Alteratie stond het gebouw een tijd leeg. Vanaf 1586 mochten kooplieden
ervan gebruikmaken om beurs te houden.
In 1602 werd de kapel overgedragen aan de gereformeerden die er kerkdiensten
hielden. Sindsdien sprak men van de Oudezijds
Kapel.
De vergroting van de kapel in 1644 leverde het huidige gebouw op, een
driebeukige kerk met een niet geheel regelmatige plattegrond.
Archeologische opgravingen
De kapel had een houten torentje dat in 1543 van een uurwerk was voorzien.
Het torentje is in 1820 door brand verloren gegaan en werd niet herbouwd.
Na de laatste kerkdienst in 1912 heeft de kapel de meest uiteenlopende
bestemmingen gehad.
In de jaren vijftig werd er wekelijks kaasbeurs gehouden.
In 1964 werd het gebouw op last van de gemeente Amsterdam gesloten wegens
instortingsgevaar, waarna het snel nog verder bergafwaarts ging.
In 1966 brandde de kapel vrijwel geheel af, waarna jarenlang de dichtgetimmerde
ruïne de Zeedijk en omgeving heeft ontsierd.
In 1969 werd een nooddak aangebracht, omdat de restanten te beschermen.
In hetzelfde jaar begonnen de eerste archeologische opgravingen.
Restauratie
In 1967 werd de ruïne overgedragen aan de
Vereniging Hendrick de Keyser, maar de restauratie bleef
uit.
Redding kwam in 1991 toen de gemeente de kapel kocht voor een symbolische
gulden en het in erfpacht met restauratieverplichting aan de Stichting
Restauratie Monumenten gaf, die op haar beurt een gebruiksovereenstemming
na voltooiing sloot met het Barbizonhotel.
Daarna begon de restauratie.
De kapel dient tegenwoordig als congrescentrum
van het Golden Tulip Barbizonhotel.
naar
boven
[1661]
Onze-Lieve-Heer-op-Zolder
Ons' Lieve Heer op Solder is een voormalige
schuilkerk aan de Oudezijds Voorburgwal.
Evenals vroeger de nabijgelegen Oude Kerk was deze schuilkerk aan Sint
Nicolaas gewijd, maar stond bekend onder de namen Het Haantje en Het
Hert.
De naam Ons' Lieve Heer op Solder dateert uit de 19e eeuw.
De schuilkerk heeft meer dan twee eeuwen dienst gedaan totdat de grote
nieuwe St. Nicolaaskerk het verving.
In 1888 is het als museum ingericht.
Gewoon grachtenhuis
Oudezijds Voorburgwal 40 lijkt een gewoon grachtenhuis.
Aan de puibalk kunnen we zien dat het pand 17e eeuws is; het dateert
uit ±1630. Bijzonder is dat zich aan de voorgevel geen
hijsbalk bevindt. Aan de zijgevel, in de Heintje Hoeksteeg, vinden
we een hijsinstallatie die vaak bij pakhuizen wordt toegepast: een windkast.
In de steeg valt op hoe diep het pand is.
Inrichting als schuilkerk
Het huis werd in 1661 gekocht door kousenkoopman
Jan Hartman. Hij liet het verbouwen en uit deze periode dateert
het fraaie interieur. Het pand staat in de eerste plaats bekend om zijn
zolderkerk, gebouwd over de volle diepte van de zolders van het huis
aan de Oudezijds Voorburgwal en het daarachter gelegen huisje in de
Heintje Hoeksteeg. In de zolder van het woonhuis is een rooms-katholieke
kerk gebouwd. De kerkgangers kwamen binnen via een ingang aan het naast
het pand gelegen steegje.
naar
boven
[1306]
De
Oude Kerk
Het oudste nog bestaande gebouw van Amsterdam.
De kerk werd [waarschijnlijk in 1306] gewijd aan de heilige
Nicolaas, bisschop van Myra, door Guy
van Avesnes, de bisschop van Utrecht. Tot de Alteratie heette
de kerk dan ook de Sint Nicolaaskerk.
Sint Nicolaas was onder meer de patroon van de zeelieden en werd vooral
in havensteden vereerd.
In september 2006 werd het 700-jarige gebruik van deze kerk gevierd.
Ter gelegenheid hiervan werd op 17 september een replica terug gehangen
van het tijdens de Beeldenstorm
van 1566 verdwenen Angelusklokje in het kleine torentje boven op het
kerkdak.
13e eeuw
Op de plaats waar de Oude Kerk staat, stond in de 13e eeuw een kleine
houten kapel met een begraafplaats.
Bekend is dat in 1280 de
pastoor van Amestelle, het huidige Ouderkerk, de zorg
heeft voor twee kerken. Vermoedelijk was de tweede, aan Ouderkerk ondergeschikte
kerk, de [Oude] Kerk in Amsterdam. De kerk in Ouderkerk is de moederkerk,
maar de dochter te Amsterdam groeide haar in korte tijd boven het hoofd.
In 1334 werd Amsterdam een zelfstandige parochie, dat wil zeggen kreeg
een eigen pastoor, en werd de Oude Kerk de parochiekerk van Amsterdam.
Hieraan kwam in het begin van de 15e eeuw een einde toen het westelijk
deel van de stad een eigen parochie kreeg: de Nieuwe Kerk. Sindsdien
sprak men van de Oudekerks- en Nieuwekerkszijde, wat spoedig verkort
werd tot Oude- en Nieuwezijde.
De Oude Kerk bleef voorlopig de hoofdkerk van Amsterdam.
De stadsbranden van 1421 en 1452 hebben de Oude Kerk niet verwoest
De Oude Kerk heeft een rijke bouwgeschiedenis.
In de tweede helft van de 13e eeuw werd de houten kapel vervangen door
een stenen zaalkerk.
Na 1300 bouwden de Amsterdammers een de eerste
hallenkerk in Holland.
16e eeuw
In de eerste helft van de 16e eeuw is de kerk verhoogd. Eerst werd het
schip verhoogd met een lichtbeuk, daarna, rond 1550, werd ook de kruising
verhoogd. Tenslotte werd in 1558-1560 een lichtbeuk geplaatst op het
koor [betaald uit een loterij in 1558] en werd in 1564 de toren verhoogd.
Het laatste was noodzakelijk geworden door de verhoging van het schip
met een lichtbeuk. In 1565 werd de huidige Oudekerkstoren gebouwd.
20e eeuw
Problemen met de fundering hebben echter in 1951 geleid tot de sluiting
van de kerk wegens instortingsgevaar, waarna een 24 jaar durende restauratie
plaatsvond. In 1994/1998 is de kerk opnieuw gerestaureerd.
Baksteengotiek
De Oude Kerk is een voorbeeld van Hollandse baksteengotiek. De constructie
is licht, omdat de heipaaltjes waarop de kerk staat, niet genoeg draagvermogen
hebben: de toegepaste heitechniek is nog primitief
Het verhaal dat de kerk gebouwd zou zijn op een uitloper van het
Muiderzand is een fabel gebleken. Het karakter van een hallenkerk
is bewaard gebleven.
Beeldenstorm
In de Beeldenstorm van 1566 werden de altaren van de Oude Kerk beschadigd.
Na de Alteratie van 1578 werd de kerk ontdaan
van zijn beelden en dergelijke, en werd de kerk heringericht voor de
protestantse eredienst.
In 1584 mochten de kooplieden in de kerk beurs
houden.
Vanaf 1632 vonden de vergaderingen van de Kerkenraad afwisselend plaats
in de Oude en Nieuwe Kerk. Door de bouw van het stadhuis aan de Dam
won de Nieuwe Kerk aan belang en werd definitief de hoofdkerk. Daarna
nam het belang van de Oude Kerk af.
naar
boven
[1633]
De
Oude Lutherse kerk
Gebouwd aan het Spui, hoek Singel op de plaats waar vroeger de huiskerk
van de Lutheranen stond. De kerk is in de periode 1632-1633
Al vanaf 1600 werd op deze plaats, een pakhuis
genaamd De Vergulden Pot,
gekerkt.
Via aankoop van naastgelegen panden werd de oppervlakte van de kerk
steeds groter.
In 1631 gaf de stad Amsterdam toestemming om in plaats van de zeven
gebouwen een nieuw kerkgebouw te plaatsen.
Even was er nog sprake van dat de kerk op de Lauriergracht, hoek Konijnenstraat,
zou komen.
In 1633 werd de kerk
in gebruik genomen
De kerk wordt behalve voor godsdienstige bijeenkomsten ook voor andere
doeleinden gebruikt.
In 1790 hield de Mij tot Nut van 't Algemeen haar eerste algemene vergadering.
Door het teruglopen van het kerkbezoek heeft het kerkbestuur sinds 1961
de kerk en bijgebouwen verhuurd aan de Universiteit
van Amsterdam.
In een bijgebouw is plaats ingeruimd voor de Tetterode-bibliotheek
van de architect K.P.C. de Bazel.
naar
boven

Ronde Lutherse kerk
aan het Singel
[1668]
Ronde Lutherse Kerk
Een
bijzondere koepelkerk
Gebouwd in 1668-1671 naar een ontwerp van Adriaan
Dortsman.
De kerk werd in 1822 door brand verwoest en vervolgens herbouwd door
T.F. Suys en Jan
de Greef.
De ronde, door een koepel overdekte kerkruimte wordt voor de helft omgeven
door een omgang met galerijen als een antiek theater. Het front aan
het Singel is monumentaal van opzet met zijn Dorische hoofdgestel en
zijn afwisseling van natuur- en baksteen. Alle vensters zijn rechthoekig.
Bij de herbouw zijn enige veranderingen aangebracht. De koepel kreeg
een sterkere helling en werd nu inwendig met cassetten afgewerkt. De
zuilen in het interieur kregen Ionische in plaats van Dorische kapitelen.
[1935]
Secularisatie
De lutheranen verkochten de kerk in 1935. Na de sluiting werd zij voor
concerten gebruikt.
Ook was er een tijdlang een tentenshow gevestigd.
In 1975 werd de kerk in gebruik genomen door het tegenoverliggende Sonesta
Hotel, en werd een ondergrondse tunnel aangelegd waardoor hotelgasten
de inmiddels als congres- en concertzaal dienende zaal kunnen bereiken.
Het orgel onderging in 1984 nog een grondige restauratie.
Hoewel er inmiddels een andere hotelketen is gevestigd, gebruiken veel
Amsterdammers nog steeds de naam Sonesta Koepel om het gebouw aan te
duiden.
[1993]
Brand
Nog geen 10 jaar na de orgelrestauratie van 1984 vloog de koepel weer
in brand.
Op 3 februari 1993 werden het interieur en het dak van de Koepelzaal
verwoest.
De uitgebreide restauratie die daarop volgde duurde 16 maanden, en in
juni 1994 was de Koepel weer als vanouds.
Alleen was het koperen dak koperkleurig en niet meer groen.
naar
boven
[1639]
De
Portugees-Israëlietische Synagoge
De zogenoemde Snoge
aan het Mr. Visserplein.
De eerste Joden die zich sinds het einde van de 16e eeuw in Amsterdam
vestigden, kwamen uit Spanje en Portugal.
Aanvankelijk mochten deze Sefardim
niet in het openbaar hun godsdienst belijden.
In 1639 bouwden de Portugese Joden aan de Houtgracht [het huidige Waterlooplein]
voor het eerst een synagoge die vanaf de straat duidelijk zichtbaar
was, waarmee een einde kwam aan de periode van onzichtbare huissynagogen.
Handelscontacten
Het zal zeker een rol hebben gespeeld dat de Portugese Joden met hun
handelscontacten met de landen rond de Middellandse Zee een belangrijke
bijdrage leverden aan de Amsterdamse Gouden Eeuw.
In de tweede helft van de zeventiende eeuw werd de Joden toegestaan
synagogen te bouwen op markante plaatsen, terwijl de katholieken geen
kerken mochten bouwen die vanaf de straat als zodanig herkenbaar waren
De Portugees-Israëlietische
Synagoge werd gebouwd op de plaats waar tot de stadsuitbreiding van
1663 een nachtpost met de naam "Sint Antoniespoort"
stond, een verwijzing naar de gelijknamige stadspoort,
de huidige Waag, op de Nieuwmarkt.
De Synagoge kreeg geen begraafplaats in de directe nabijheid; als begraafplaats
diende Beth Haim te Ouderkerk a/d Amstel.
Het kolossale gebouw domineerde de omgeving
en doet dat eigenlijk nog steeds
Toen het gebouwd werd, was het de grootste synagoge ter wereld.
De vorm van het gebouw zelf, refereert aan de Tempel van Salomo in Jeruzalem.
Museum
De Snoge is onderdeel van wellicht het meest
indrukwekkende synagogencomplex van de wereld. De Grote Sjoel vormt
tegenwoordig samen met de Obbene Sjoel
[1685], de Dritt Sjoel [1700] en
de Neie Sjoel [1750/1752] het Joods
Historisch Museum.
Slechts de Portugese synagoge vervult nog haar oorspronkelijke functie.
naar
boven
[1765]
Uilenburger
Synagoge
Voormalige Uilenburger Synagoge, thans
Nationaal Restauratie Centrum
Temidden van de grote stroom immigranten die vanaf het einde van de
16de eeuw naar Amsterdam kwam, namen de joden een bijzondere plaats
in.
Aan het einde van de 17de eeuw vestigden velen zich op het eiland Uilenburg,
vooral de grote groep joden uit Duitsland, Polen, Rusland en Midden-Europa,
de asjkenazim of Hoogduitse joden, die arm en berooid in Amsterdam aankwamen.
Al op 2 september 1724 werd op deze plaats een huissynagoge ingewijd.
Deze synagoge
voor de asjkenazim was oorspronkelijk vanaf de Uilenburgerstraat
bereikbaar via een gang: pas in 1906 ontstond door de sloop van enkele
huizen het huidige voorplein.
De statige voorgevel heeft een iets risalerende [vooruitspringende]
middenpartij met centrale ingang met klassieke omlijsting.
Interieur na restauratie
De synagoge heeft een traditionele indeling en ruimtelijk concept.
De eigenlijke synagoge of "sjoel" bevond zich in de driebeukige
bovenruimte met houten tongewelven, gedragen door zuilen. De lange galerijen
lopen voor de vensters langs.
Slechts de galerij boven het trappenhuis, achterin de ruimte, was voor
vrouwen bestemd.
In de tweebeukige ruimte op de begane grond werden twee bruiloftslokalen
ingericht.
Van 1791 tot 1808 was er één in
gebruik als Poolse sjoel. In 1889
werd een deel van de benedenruimte bestemd tot rituele
slachtplaats voor gevogelte.
De inventaris met hechal [arke,
bewaarplaats voor de Torarollen in mantels], teba
[bima, spreekgestoelte] en ner tamied
[de eeuwige brandende lamp] is in de oorlog verloren gegaan.
Boven de arke was de tekst geschreven:
Ik stel mij de Eeuwige altijd voor ogen.
Deze tekst is bij de laatste restauratie opnieuw aangebracht, uitgevoerd
in glas.
De imposante kroonluchter is afkomstig uit de Westerkerk.
Na een restauratie in 1954 betrok een restauratieatelier
onder leiding van Hans 't Mannetje
de voormalige synagoge. Het atelier was opgericht door het Bureau Monumentenzorg
en de restaurerende instellingen Diogenes en Stadsherstel en richtte
zich zowel op de restauratie van materialen, de technieken van de oude
bouwambachten, als op het vervaardigen van gevelstenen. De voormalige
synagoge dient sinds 1988 als Nationaal Restauratie Centrum.
naar
boven

Oudezijds Voorburgwal
[1470 / 1631 / 1921]
Agnietenkapel
Het Agnietenklooster werd in 1397 gesticht door zusters
van het Clarissenklooster, volgens de kroniek van
het klooster op 20 januari, de naamdag van St.
Agnes. Bij de grote stadsbrand van 1452 is 'dit geheele convent
verbrant totten pulver toe', alle - hoogstwaarschijnlijk houten - gebouwen
gingen verloren. De herbouw begon met een groot huis aan de Oudezijds
Voorburgwal. Dit herbergde in eerste instantie alle gebruikelijke onderdelen
zoals kerk, keuken, refter, spinkamer en slaapzaal. Deze functies kregen
langzamerhand een eigen onderdak naarmate meer gebouwen waren voltooid.
Ter plaatse van de voormalige kapel kwam een bleekveld en iets ten noorden
daarvan verrees in 1470 de nieuwe Agnietenkapel.
Op de vogelvluchtkaart
van Cornelis Anthoniszoon
uit 1544 is goed te zien dat in deze omgeving een ware 'religieuze
enclave' binnen de stad was ontstaan. Amsterdam telde ruim twintig kloosters
die merendeels in de zuidoosthoek van de stad stonden, die naar de aard
van de deze complexen ook wel de 'stille zijde' werd genoemd. Zowel
de burgwallen als de verkaveling en bebouwing van de gronden kenmerkten
zich door bescheiden afmetingen. In deze omgeving vielen de kloostercomplexen
op door hun grote omvang en hun gesloten karakter. De muren en vrijwel
blinde straatgevels van de kloostergebouwen vormden vier vleugels rond
de open binnenterreinen die in gebruik waren als kloosterhof, kerkhof,
bleekveld en tuin [boomgaard, kruiden- en moestuin].
Deze 'in haarzelf gekeerde' wereld raakte langzamerhand sterker bij
het stadsleven betrokken; om de financiële nood enigszins te verlichten
verrezen vanaf het einde der vijftiende eeuw ook huurhuizen aan de randen
van de kloosterterreinen. Na de Alteratie [1578] kwamen de kloostercomplexen
in handen van de stad. Van het Agnietenklooster resteert alleen nog
de voormalige kapel.
De
Doorluchtige School [Atlas
van Fouquet, 1760-1783]
Haar lange bouw- en gebruiksgeschiedenis kent drie fasen die in belangrijke
mate haar voorkomen bepalen. Dat zijn de herbouwde vijftiende- eeuwse
kloosterkapel [1470], de zeventiende-eeuwse verbouwing tot Athenaeum
Illustre [1631] en de restauratie uit 1921 voor de Universiteit
van Amsterdam waarbij
A.A. Kok [1881-1951] de historie
weer zichtbaar maakte en eigentijds vormgegeven onderdelen toevoegde.
Hij verrichte onderzoek ten behoeve van de werkzaamheden en deed daarvan
schriftelijk verslag, waarbij een belangrijk deel van de geschiedenis
werd ontrafeld. Omdat de voormalige kloosterkapel sinds deze werkzaamheden
niet meer ingrijpend is gewijzigd vormt zij tevens een belangrijk restauratiehistorisch
document. De Agnietenkapel is doordesemd van Koks hand en visie.
Sinds
1988 is hier het Universiteitsmuseum
gehuisvest. Sinds 1991 hangt aan de wanden van geschuurd pleisterwerk
weer een portrettengalerij van veertig 'geleerde en vermaarde mannen
van allerlei staat en gezindheid', zoals wetenschappers en staatslieden.
De afbeeldingen zijn onderdeel van de grote collectie die in 1743 werd
geschonken door oud-schepen en koopmanverzamelaar
Gerard van Papenbroeck. In de
negentiende eeuw waren de portretten verspreid geraakt over allerlei
verschillende locaties, maar de museumconservator bracht de verzameling
weer naar geboortegrond van de Universiteit van Amsterdam.
naar
boven
|