Andriessen,
Jurriaen [1742-1819]
Behangschilder
Zijn werk is in het Rijksmuseum en het Paleis op de Dam te vinden. Hij
woonde op de Bloemgracht. Jurriaan was vier jaar in de leer bij de historie-
en decoratieschilder Anthony Elliger.
Hij werkte in verschillende behangselfabrieken. Samen met Izaäk
Schmidt richtte hij in 1766 een eigen fabriek op, die zich
specialiseerde in mythologische en allegorische voorstellingen. Ook
behang met mooie landschappen.
Aan het einde van de 18e eeuw liep de belangstelling voor beschilderd
behang terug. Als gevolg hiervan ging Jurriaan Andriessen toneeldecoraties
schilderen voor de Amsterdamse Stadsschouwburg. Bovendien had Jurriaan
vanaf 1805 met zijn zoon Christiaan een academie in zijn woning. Een
van zijn leerlingen was D. Dupré.
Deze activiteiten konden niet voorkomen dat Andriessen aan het einde
van zijn leven grote financiële zorgen kende.
Bayens, Hans [1924-2003]
Schlder en beeldhouwer
Hij maakte drie belangrijke beelden voor de Jordaan.
Multatuli op de Torensluis, Stuyvesant op de binnenplaats
van het West-Indisch Huis, en Theo Thijssen aan het begin van
de gedempte Lindengracht.
Multatuli met zijn dynamische profetenkop op een schetsmatig aangegeven
halffiguur. Stuyvesant op een fontein vanwaar hij kwaad kijkt naar de
ramen van de Compagniezaal. Daar vergaderden de Heren Negentien van
de West Indische Compagnie. En dan de schoolmeester Theo Thijssen op
een bankje naast een leerling op de Lindengracht. De vaderlijke zorg
van de onderwijzer en de aandacht van de leerling zijn kenmerkend voor
dit beeld. Het is jammer dat de marktkooplui af en toe hun kramen aan
het beeld vastmaken. Op 19 juli 2003 overleed hij op 79-jarige leeftijd.
Beets, Nicolaas [1814-1903]
Schrijver
Hij behoort tot de bekendste Nederlandse schrijvers
van de negentiende eeuw. Hij schreef de Camera Obscura, gepubliceerd
onder zijn pseudoniem Hildebrand. Hij was een van de belangrijkste figuren
binnen de ethische richting in de Nederlands Hervormde Kerk en stond
in nauw contact met de beweging van het Amsterdamse Reveil,
met name met Isaac da Costa.
Braakensiek, Johan [1858-1940]
Tekenaar
Braakensiek maakte prenten voor het Algemeen Handelsblad e.d. Hij illustreerde
het verhaal van het Fort van Sjako, met een bedstede waaronder
het begin van de ontsnappingsgangen op de Elandsgracht moest liggen.
Breitner, George Hendrik [1857-1923]
Schilder en fotograaf
Hij heeft op verschillende plekken in de stad gewoond en die buurten
zijn ook terug te vinden in zijn werk. Van 1893 tot 1899 woonde Breitner
aan de .Lauriergracht. Zijn onderwerpen waren ontleend aan mensen die
zich door Amsterdam bewogen, zoals dienstbodes en winkelende dames.
Hij documenteerde ook veel bouwwerken in de stad.
Bien, Waldo
[1949]
Beeldend kunstenaar
Hij heeft zijn atelier in de voormalige werkplaats
van de orgelbouwers Adema Scheurs op de Lauriergracht 123. Bien
is vriend van Kloppenburg en zorgde ervoor dat diens Artchive
for the Future wereldwijd bekend werd. Hij stichtte daarvoor de
FIU, Free International University Amsterdam.
Bilderdijk,
Willem
[1756-1831]
Dichter
Zijn huis stond op de Westermarkt. Met hem begon
het Reveil in Nederland en hij had volgelingen van naam.
Het Reveil was vooral een Amsterdamse affaire. Niet specifiek
Jordaans, maar groot was haar invloed en haar werk in de Jordaan zeker.
Men vindt er hervormden, doopsgezinden, lutheranen en remonstranten
onder, hooggeplaatste en eenvoudige gemeenteleden, professoren en studenten,
mannen en vrouwen.
Omdat hij door een ongeluk aan zijn linkervoet van zijn zesde tot zijn
zestiende jaar thuis zat las hij veel. Na enkele jaren op het belastingkantoor
van zijn vader, voormalig arts, gewerkt te hebben, studeerde hij rechten
in Leiden van1780 tot 1782. Hij vestigde zich daarna als advocaat in
's-Gravenhage en kreeg bekendheid als verdediger van onvermogende
Oranjeklanten die in de tijd van de 'Patriotten' voor de rechtbank
werden gedaagd.
Bij de komst der Fransen in 1795 weigerde Bilderdijk de van advocaten
geëiste eed op het nieuwe bewind af te leggen en werd als gevolg
daarvan het land uitgewezen. Hij vertrok via Duitsland naar Engeland,
met achterlating van zijn vrouw en twee kinderen. In Engeland werkte
hij als vertaler, geneesheer, portrettist en docent Latijn en Italiaans.
In deze laatste baan kwam hij in contact met de jonge en intelligente
Katharina Wilhelmina Schweickhardt, voor wie hij liefde opvatte.
Buijs,
Joep [1962]
Kunstschilder
De meeste kunstenaars werken op hun al dan niet riante atelier aan hun
schilderijen tot het moment dat het werkstuk op reis gaat naar een bestemming
in een galerie of museum. Dan kan iedereen het werk bewonderen of afkeurend
bekijken zonder dat de kunstenaar meekijkt. Zo niet bij Joep Buijs.
Hij maakt schilderijen van honden, zijn dochtertje en zo meer, in de
etalage van zijn kleine atelier in de Hazenstraat. Iedere voorbijganger
kan zien hoe het werk vordert en de kunstenaar naar het hoe en waarom
ervan vragen.
Clercq, Willem de [1795-1844]
Prozaschrijver
en dichter
Hij is een afstammeling van een Gentse emigrantenfamilie,
die zich rond 1600 in Noord-Nederland vestigde. Vanaf zijn vijftiende
werkzaam in de graanhandel. In 1824 werd hij secretaris van de Nederlandse
Handelmaatschappij. Toen die in 1831 verplaatst werd naar Amsterdam,
verhuisde hij mee. Hij werd secretarisdirecteur en in 1834 directeur.
Hij was doopsgezind maar werd in 1831 lid van de Waals-Hervormde gemeente.
Van 1834-1839 was De Clercq medewerker van het tijdschrift Nederlandsche
Stemmen onder redactie van Da Costa en H.J. Koenen.
Zijn invloed is groot geweest, vooral door zijn bezielende persoonlijkheid.
Hij is een van de belangrijkste figuren van de de start van het Reveil.
Eerst was hij voor een 18de-eeuws gekleurde zedelijke braafheidreligie,
maar werd hij na zijn kennismaking met Da Costa, een vurig belijder
van de nieuwe ondogmatische gevoelsreligie, die kenmerkend is voor het
Reveil. Later raakt hij onder de invloed van dr. H.F. Kohlbrügge
[1803-1875] met zijn separatistische en aan het antinomisme verwante
opvattingen. Hij vervreemdde van de kerk, maar ook van de wereld. Alleen
de worsteling om Gods nabijheid vervulde zijn ziel.
Costa,
Isaäc
Da
[1798-1860]
Dichter schrijver
Hij was een bekeerde Jood uit een
Portugees Joods geslacht. Een leerling en vriend van Willem Bilderdijk.
Hij schreef o.a. Bezwaren tegen de geest der eeuw. In zijn huis
aan de Rozengracht gaf hij op zondagavonden vanaf 1826 druk bezochte
lezingen over theologische onderwerpen. Hij was een van de meest vooraanstaande
figuren van het Reveil.
Davids,
Louis [1883-1939]
Cabaretier en revueartiest
Hij was vooral bekend als vertolker van volkse liedjes. Hoewel Rotterdammer
van geboorte, zong hij de Amsterdamse liedjes met het juiste Mokumse
accent. Beroemd zijn de shows in het Edison-theater
aan de Elandsgracht. Er spelen zich daar taferelen af die
uitgebreid de pers halen. Davids was een superster.
Descartes, René [1596-1650]
Filosoof en wiskundige
In het latijn heet hij Cartesius. Hij
schreef in 1634, in zijn huis aan de Westermarkt 6, zijn boek: De
passies van de Ziel. In Amsterdam woonde hij in de Kalverstraat
en op de Westermarkt. Daar had hij zijn enige liefdesaffaire. Hij werd
vader van een dochter Francine, die hij verwekte bij het dienstmeisje
Helène Jansdochter.
Hij riep uit: "Ik denk, dus ik besta!"
Doorn, Johnny van [1944-1991],
alias Johnny The Selfkicker
Dichter
Hij is voormalig Errenemmer in Mokum.
In 1962 ontvlucht hij het benauwde, kleinburgerlijke milieu van zijn
ouders en de middelbare school in Arnhem en vertrekt naar Amsterdam.
Hij is bekend van het gedicht de ' Magistraal Stralende Zon'
dat hij op een dichtersavond in Carré luidkeels uitschreeuwde.
Johnny the Selfkicker is prominent aanwezig in de Leidsepleinscene rond
Simon Vinkenoog, Aat Veldhoen en Robert Jasper Grootveld.
Douwes Dekker, Eduard
[1820-1887], alias Multatuli.
Schrijver en Indisch ambtenaar
De behandeling van de inlanders door hun eigen
bestuurders en de Nederlanders zaten hem behoorlijk dwars. Hij schreef
daarover zijn roman Max Havelaar. Ter herinnering aan Droogstoppel
is op het overbekende Lauriergracht nummer 37 een steen ingemetseld:
Last & Co Makelaars in koffy.
Op de Noordermarkt staat een beeldje van Woutertje Pieterse en
Femke iedere zaterdag tussen de planten van een marktstal. De
hoofdpersoon uit het jeugdboek van Multatuli, Woutertje Pieterse, groeit
op in een kleinburgerlijk milieu in Amsterdam. Multatuli geeft een mild-satirische
beeld van het bekrompen 19de-eeuwse burgerdom. Het is ook een boeiend
psychologisch portret van een kind, iets dat in zijn tijd uniek was.
Etty, Elsbeth
Jane [1951]
Journaliste en hoogleraar
Zij schreef in de Jordaan de biografie van
Henriëtte Roland Holst.
'Liefde is heel het leven niet', de titel van deze biografie,
is een citaat van Henriëtte.
Aan de makkers onverloren
Waarmee ik streed;
Aan de toekomst ongeboren
Waarvoor ik leed.
Deze dichtregels van Henriëtte Roland Holst maken haar, in zekere
zin ook een dichteres met een band met de sociale geschiedenis van de
Jordaan.
Flinck, Govert
[1515-1660]
Kunstschilder
Hij was een leerling van Rembrandt,
woonde en werkte op de Lauriergracht.
Hij werkte aanvankelijk in de stijl van Rembrandt. Flincks vroege schilderijen
werden wel als Rembrandts verkocht, zózeer leken zij op die van
zijn leermeester. Later schilderde hij meer als diens rivaal Van
der Helst: gladder en eleganter. Dit legde Flinck geen windeieren
- hij kreeg onder meer opdrachten voor het Amsterdamse stadhuis.
Nog voor het werk af was overleed Flinck.
Vondel schreef over hem:
Hier ziet men Flinck, gelijk hij leeft,
Die 't leven aan zijn doeken geeft.
Hobbema, Meindert
[1638-1709]
Kunstschilder
Hij woonde
in de Konijnenstraat, maar volgens andere bronnen op de Rozengracht
tegenover Rembrandt. Hobbema was een leerling van de landschapsschilder
Jacob van Ruisdael. Samen met zijn leermeester maakte Hobbema
studiereisjes naar het oosten van het land.
Zijn beste werk maakte Hobbema in de jaren zestig: brede boslandschappen
met huizen, watermolens of zandwegen. Na 1668 verminderde zijn productie.
In dat jaar trad hij in het huwelijk en kreeg hij werk als wijnroeier.
Een wijnroeier is een beambte die komt peilen hoeveel wijn er in de
vaten bij slijters en verbruikers is. Op basis hiervan wordt de accijns
berekend die zij verschuldigd zijn.
Hondecoeter,
Melchior de [1636-1695]
Kunstschilder
Melchior
schilderde vooral pluimvee en exotische vogels. Hij had de gewoonte
om voor het slapen gaan hardop te bidden. Zijn moeder en oom twijfelden
of hij nu tot schilder of tot predikant moest worden opgeleid.
Hij woonde achtereenvolgens op de Lauriergracht, niet ver van Gerrit
van Uylenburgh en Joan Huydecoper van Maarsseveen en op de
Prinsengracht bij de Westermarkt. Hij had een bedilzuchtige vrouw en
vanwege haar inwonende zusters zat hij veel in de herberg en in zijn
tuin aan de Lijnbaansgracht. De Hondecoeter stierf in het huis van zijn
enige dochter Isabel in de Warmoesstraat en werd begraven in
de Westerkerk. Zijn schoonzoon weigerde de erfenis, vanwege de mogelijke
schulden. De inventaris bevatte bijna vijftig schilderijen, waaronder
twee portretten door Michiel Angelo.
Hooch, Pieter de [1629-1689]
Kunstschilder
De Hoogh woonde in de
Konijnenstraat. Zijn carrière als schilder begon in Delft. Hij
nog een tweede beroep: hij was in dienst bij een linnenhandelaar. De
Hooch specialiseerde zich in interieurs met mensen. Nadat Pieter de
Hooch in 1661 naar Amsterdam verhuisde, worden de door hem geschilderde
huishoudens eleganter en rijker. Uiteindelijk stierf De Hooch in het
Amsterdamse 'Dolhuis'
Wanneer dat precies was is niet bekend.
Hoekstra, Han [1906-1988]
Schrijver, journalist
Na het volgen van de opleiding tot onderwijzer, ging Hendricus
Gerard Hoekstra al snel in de journalistiek
werken. Van 1945 tot 1971 was hij verbonden aan Het Parool.
In die tijd trad hij samen met Annie M. G. Schmidt en Simon
Carmiggelt op in het journalistencabaret De Inktvis. Hij
werd bekend als dichter, tekstschrijver en als auteur van kinderversjes.
Vanwege de frisse toon en het plezier in taal kan Han G. Hoekstra beschouwd
worden als de grote vernieuwer van de naoorlogse kinderpoëzie.
De kinderen uit de Rozenstraat
De kinderen uit de Rozenstraat
hebben altijd vuile handen,
ze hebben meestal een gat in hun mouw,
en ongepoetste tanden.
De kinderen uit de Rozenstraat
hebben altijd slordige haren,
ze hebben vaak een splinter in hun hand,
en builen, bulten en blaren.
De kinderen uit de Rozenstraat
lopen meest op blote voeten,
ze zijn de hele dag op straat,
alsof ze nooit eten moeten.
De kinderen uit de Rozenstraat
schijnen zich nooit te verschonen,
ze mogen alles wat ik niet mag.
'k Wou soms wel in de Rozenstraat wonen ...
Huf, Paul
[1924-2002]
Glamour
portretfotograaf
In 1963 wordt fotostudio Huf in de Hazenstraat geopend. Hij fotografeert
bekende en gewone Nederlanders. De geportretteerden kijken "zoals
een scheepskapitein naar de horizon tuurt". Dertig jaar lang maakte
hij foto's voor Grols en de KLM, maar ook van voetballers. Misschien
geïnspireerd door Huf is de Hazenstraat een fotostraatje geworden.
Er zijn twee fotogaleries: Wouter van Leeuwen
en Blow Up Gallery. De laatste is, samen met het fotolaboratorium alweer
verdwenen.
Huismans,
Sipke [1930]
Graficus
Stiefbroer van Jacobus Kloppenburg, woonde op de Lauriergracht
111. Later werd hij directeur van AKI in Enschede.
Huydecoper van Maarsseveen,Joan
[1625-1704]
Burgemeester
Hij stamde uit het geslacht Huydecoper
van Maarsseveen, en was tussen 1673-1693 dertien keer burgemeester van
Amsterdam. Hij woonde in tegenstelling tot de meeste andere burgemeesters
niet op een van de hoofdgrachten, maar op de Lauriergracht in de Jordaan.
In 1666 werd hij bewindhebber van de VOC; in 1681 Raad in de Admiraliteit
van Amsterdam.
Jansen, Rika
alias Zwarte Riek
Zangeres
Haar meest bekende lied:'Mijn wiegie was een
stijfselkissie'
Het nummer was oorspronkelijk bedoeld voor Johnny Jordaan, maar
die kwam niet opdagen bij de plaatopname. Het lied was autobiografisch,
want ze hadden het thuis zo arm dat er inderdaad stijfselkistjes werden
gebruikt als wiegje. Haar vader verkocht vis op de Lindengracht, maar
zijn dochters zien een leven als garnalenpelster niet zitten. Rika werkte
aanvankelijk als acrobate in de revue van Kees Manders. Ze trouwde
met Kees, de acht jaar oudere broer van Tom Manders.
Jansen, Marie, alias
Maria Zamora
Zangeres
Zuster van Rika. Ze werd een internationale ster met een Spaanstalige
wereldhit: 'Mamá, el Bajón'.
Jansen, Suzanna
[1964]
Journaliste/schrijfster
Ze bescheef de bewogen geschiedenis van haar voorouders. Haar betovergrootmoeder
Cato, weduwe met zes kinderen, verhuisde in 1861 van het armengesticht
Veenhuizen naar de Amsterdamse Jordaan
Het is artistiek gezellig in de Amsterdamse Jordaan, zo tegen
de kerst. De Negen Straatjes, vermeld in elke funshopping-gids, gaan
gehuld in sfeerverlichting, rood en groen. (...)
De Oude Looiersstraat is maar een paar minuten bij mijn huis vandaan.
Terwijl ik door de buurt loop, zie ik achter de ramen thuiswerkers in
krappe kamertjes over hun toetsenborden gebogen. Copywriters, publicisten,
consulenten. (...)
Deze buurt, gepland in 1612 voor het dienstvolk van de tegelijk gebouwde
grachtengordel, kende de afgelopen eeuwen een heel andere levensstijl.
Nu ik de geschiedenis van mijn familie onderzoek, raak ik daar steeds
meer van doordrongen. De halve Jordaan blijkt sporen te dragen van mijn
eigen achtergrond.
Cato was aanvankelijk met haar kinderen in een van de gangen van de
Willemsstraat gaan wonen kort voor haar komst nog een jeukende,
ziekteverspreidende gracht, die uit hygiënische noodzaak was gedempt.
Via kruip-door-sluip-doorsteegjes kwam je bij de halve woningen en sloppen
achter de gewone huizen, waar altijd nog meer mensen in pasten dan je
dacht.
Na een tijdje verhuisden ze naar de Passeerdersgracht, toen naar de
Laurierdwarsstraat, vervolgens naar de Rozenstraat, en zo verder. Dat
was het leven in de Jordaan: soms bleef je drie jaar op hetzelfde adres,
soms drie weken. Het was een kwestie van geld en geluk. Als de huisbaas
kwam beuren op een moment dat je niks had, pakte je je schamele boeltje
en trok je verder. (
)
Kal, Jan
[1946]
Schrijver en dichter
Jan Kal woonde ruim 20 jaar op diverse zolderkamers in de Jordaan,
en dichtte onder meer over de Laurierstraat.
Laurierstraat
48IV
Een straat die is genoemd naar dé laurier,
daar wil een dichter wel zijn tent opslaan
als hij dan ook nog komt in de Jordaan,
op de Laurierstraat 48IV.
In die twee weken heb ik veel gedaan,
al kreeg ik slechts drie regels op papier.
Maar wel dronk ik bij Rooie Nelis bier,
om niet op alle fronten droog te staan.
Ik deed histologie en anders niet.
Twaalf dagen ging ik 's avonds naar Margriet,
en we bekeken ieder preparaat.
Weg met de afbraakplannen van Han Lammers!
Onze Jordaan is voor de Amsterdammers
zolang de lepel in de brijpot staat.
Jan Kal is één van de bekendste sonnettendichters in Nederland.
Hij heeft het genre de laatste jaren populair gemaakt. Hij heeft er
intussen meer dan 1000 geschreven over allerlei onderwerpen, ook actuele
en triviale, zoals over voetbal, popsterren, het koningshuis, de moord
op Theo van Gogh.
Hij schreef ook:
Een dissident in de Jordaan
Een paar oude jenevers op, en bier,
zo stond ik op een brug, 's nachts om half vier.
Ik staarde naar de sterren, met mijn rug naar de straat.
Dat zou ik nou nooit meer doen.
Je moet altijd met je gezicht naar de straat naar de sterren kijken.
Zo zagen mij vier Marokkanen staan.
Een schopte hard tegen mijn enkel aan.
Twee sneed me in een vinger. Drie ging slaan.
Vier greep mijn geld. Toen zijn ze weggegaan.
En dat gebeurde bij ons in de Jordaan.
Ik zag ze gaarne in een vaste baan.
Kooiman, Dirk Ayelt [1946]
Schrijver
Het literaire leven, oplagecijfers, publieke belangstelling interesseren
hem niet erg. Hij leeft redelijk teruggetrokken. Hij is geboren en getogen
Amsterdammer in zijn huis in de Jordaan. Die tijdschriften waar hij
bij in publiceerde, eerst Soma en later De Revisor, leverden
een zekere context op. Van buitenaf moet dat interessanter geleken hebben
dan het in werkelijkheid was. Aan literaire discussies had hij niet
zon behoefte. Redactievergaderingen vond hij verschrikkelijk.
Kloppenburg,
Jacobus
[1930]
Beeldend kunstenaar
Zijn atelier was in het voormalig pakhuis De
Pelikaan, Lauriergracht 109.
Hij woonde vanaf zijn derde jaar met zijn ouders en stiefbroer Sipke
Huisman, die later ook kunstenaar werd, op de Lauriergracht 111.
Kloppenburg verzamelde dingen die hij op straat vond in zijn atelier
en benoemde dat als Archief voor de toekomst. Zijn buurman garagehouder
Ruska besloot van de panden dure appartementen te maken en stuurde
de brandweer op Kloppenburg af. Die vond alles brandgevaarlijk en de
gemeente ontruimde het atelier. Alle spullen werden in 13 zeecontainers
opgeslagen. Er ontstond internationaal protest tegen de ruwe wijze waarop
met kunst, die men 'vuilnis' vond, omging.
Kok-Polder, Helena, [1912-1992]
alias Tante Leen
Zangeres van het Jordaanse lied
Ze trad op 43-jarige leeftijd voor het eerst
op. Daarvoor was ze schoonmaakster en garnalenpelster.
Bij een talentenjacht haalde ze de tweede plaats achter Johnny Jordaan.
Ze werd de nachtegaal van de Willemsstraat genoemd.
Kossmann, Alfred [1906-1988]
Schrijver
Hij woonde in de Laurierstraat en schreef in 1971 het
'Schetsplan voor de Jordaan'
Hij schreef het nadat de gemeente een plan had gepresenteerd dat de
buurt grotendeels veroordeelde tot de slopershamer. Johnny
Jordaan mag dan gevoelig zingen over de Westerstraat, er
is helemaal niets moois aan de Westerstraat. Nee, er moet iets gebeuren.
Malasch, Rob
Galeriehouder
Directeur van galerie
Serieuze Zaken
op de Lauriergracht. Volgens hem kan elke boerenlul een galerie beginnen.
Galeriehouders zijn de profiteurs van andermans talent en daarmee een
soort bordeelhouders. De vele winkeltjes van melkboeren en kruideniers
in de Jordaan worden tot kunsthandels. Ze bieden expositieplek aan kunstenaars,
voornamelijk van buiten de Jordaan en ook aan kunstenaars uit het buitenland.
Het is jammer dat die ruimtes zelden bijdragen aan enige culturele activiteit
ter plaatse. Kenmerkend zijn de maandelijkse openingshandelingen met
bezoekers die zich, gezien de vaak beperkte ruimte binnen de galerie,
met een glas in de hand op straat bevinden. Aandacht voor het geëxposeerde
werk lijkt niet zo belangrijk, netwerken wel.
Als de opening voorbij is tref je zelden een kunstliefhebber in de witte
kale ruimte aan.
De galeriehouder zit eenzaam de adressen voor de volgende opening te
typen.
Maurik, Justus van, [1846-1904]
Schrijver van kluchten en blijspelen
In zijn in 1901 gepubliceerde boek "Toen
ik nog jong was" heeft Justus van Maurik over Jacob Frederik
Muller en de mythe van een ontoegankelijk en onoverzichtelijk rovershol
in de Jordaan geschreven. Hij noemde het een dievenrepubliek en vrijplaats
waar justitie niet op kon treden.
Het Fort van Sjako wordt in de verhalen gesitueerd aan de Amsterdamse
Elandsgracht.
Van Maurik beriep zich op wat hem werd verteld "door een man op
straat die het van zijn grootvader had gehoord die het op zijn beurt
weer van zijn vader wist".
Veel van zijn boeken werden geïllustreerd door de graficus Johan
Braakensiek.
Mens, Jan [1897-1967]
Schrijver
Hij leerde eerst voor meubelmaker op de ambachtsschool op de Westerstraat
187. Hij werkte bij de biljartfabriek Wilhelmina.
Zijn schrijverschap werd bij de 'echte' schrijvers zoals Jan Greshof
en Kees Fens, niet gewaardeerd.
Toch had hij een enorme productie. Hij schreef op een oude schrijfmachine
die hij van de meubelmakersbond kreeg. Zijn oude schoolmeester Theo
Thijssen zag wel wat in hem en corrigeerde zijn manuscripten. Dominee
Buskes ondersteunde hem. Jan Mens schreef ook voor 'de Vlam'
het blad van de Onafhankelijke Socialistische Partij.
De SDAP vond Jan veel te sloom.
Een van de hoofdpersonen uit zijn boeken, Griet Manshanden, leeft
voort in een restaurant van die naam op het Bickerseiland.
Mercier,
Hélène
[1839-1910]
Schrijfster
Zij begon rond 1870 te publiceren over sociale
verbetering, het feminisme en het maatschappelijk werk.
In 1887 nam zij het initiatief tot oprichting van de eerste volkskeuken
in de Jordaan.
Mercier heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van
de Woningwet van 1901.
Mercier was ook betrokken bij het eerste volkshuis Ons Huis in
1892 in de Rozenstraat
Ze stond aan de wieg van de eerste beroepsopleiding voor het sociaal
werk: de Opleidingsinrichting voor Sociale Arbeid, de latere School
voor Maatschappelijk Werk.
Meijer, Ischa [1943-1995]
Journalist, toneelschrijver, filmacteur en
televisiepresentator
In de jaren tachtig had hij een verhouding met Jenny
Arean, die hij aanmoedigde een solotheaterprogramma
op te zetten.
In de jaren voor zijn dood woonde hij samen met de schrijfster Connie
Palmen in de Reestraat.
Dat is formeel geen Jordaan, maar Ischa heeft er wel een sterke band
mee.
Meijer, Jan Cornelis,
[1912-1992] alias Johnny Meijer
Accordeonist
Hij kreeg de titel Koning
van de Accordeon. Behalve de Jordanese meezingers
speelde hij ook snelle swing-nummers, Roemeense muziek en klassiek.
Hij was wereldbekend virtuoos jazz-accordeonist. Hij trad altijd op
met een shaggie in de mondhoek.
Het was een driftig man met een drankprobleem waardoor hij grote optredens
misliep.
Musscher, Johannes Hendricus van [1924-1989],
alias Johnny Jordaan
Zanger van het Jordaanse lied
Geboren op 7 februari 1924 op de hoek van de Lijnbaans- en Rozengracht.
Na de ambachtsschool werkte Jan eerst bij de suikerwerkfabriek van J.C.
Klene & Co. aan de Looiersgracht. Hij heeft een zwakke gezondheid.
Op negenjarige leeftijd verliest hij bij een stoeipartij met zijn neef
Careltje Verbrugge
zijn linkeroog, waardoor hij het de rest van zijn leven met een glazen
oog moet doen.
Vanaf zijn veertiende zong hij ieder weekeinde in een buurtcafé,
en had hij succes met humoristische voordrachten en hij doet er zijn
travestienummer.
Na de bevrijding werkt hij bij een boekbinderij op de Elandsgracht,
tot hij een betrekking als zingende kelner krijgt in
café De Kuil in de
Oudebrugsteeg 27. Hier zou hij negen jaar werken.
Tot zijn doorbraak op zijn 31ste heeft Van Musscher het niet breed.
Die armoede is een belangrijk thema in zijn latere werk.
Johnny Jordaan sterft op zondag 8 januari 1989.
Mutsaers, Charlotte [1942]
Schrijfster en schilderes
Mutsaers laat haar eenzame hoofdpersoon van haar roman Koetsier
Herfst, Maurice Maillot met kat en hond, wonen in de Jordaan
tot een gevonden mobieltje hem in contact brengt met een mysterieuze
vrouw in Oostende.Ze schrijft:
Na alles wat ik in Europa heb aanschouwd aan overrompelende landschappen,
vurige zonsondergangen, voorname lanen, woon-avenues, faubourgs, boulevards,
alleeën, residentiële wijken of hoe het ook allemaal heten
mag, schreeuw ik nog altijd uit volle borst: hoed af voor de Nieuwe
Leliestraat!
Oosterhuis, Huub [1933]
Pastor, dichter en schrijver
Samen met pater van Kilsdonk was
hij voorganger voor de Studenten Eclesia in de Tichelkerk.
Later richtte hij de Rode Hoed op, een plek op de Keizersgracht
102 waar debatten, lezingen en culturele TV programmas gehouden
worden. De Grote Zaal is de grootste en oudste bewaard gebleven schuilkerk
van Nederland.
Ovens, Jurriaen [1632-1678]
Kunstschilder
Evenals Govert Flinck een leerling van Rembrandt.
Hij had samen met Flinck een atelier op een zolder aan de Lauriergracht,
waar in de kelder een bordeel was.
Palmen, Connie [1955]
Schrijfster
Ex van Ischa Meijer, ze schrijft heel
veel over Ischa. Ze is de weduwe van Hans
van Mierlo.
Connie beweert dat haar ideeën niet origineel zijn, maar dat ze
hun belang ontlenen aan haar stijl.
Een stijl die zonder meer vlot leest, maar die af en toe toch wat narcistische
trekjes heeft.
Connie doet meestal boodschappen op de Elandsgracht en dat is de enige
band die ze met de Jordaan heeft, want ze woont aan de andere kant van
de Prinsengracht.
Pieters, Cornelis,
[1919-1993] alias Manke Nelis
Zanger van het Amsterdamse levenslied
Manke Nelis begon als bassist en werkte samen
met zijn zwager, accordeonist Johnny Meijer.
Zijn artiestennaam was toen Carlo Pietro.
Toen hij na een motorongeluk zijn rechterbeen verloor, ging hij verder
onder de naam Manke Nelis
Onder deze naam behaalde hij zijn grootste successen. In 1987 had hij
een hit met "Kleine Jodeljongen".
In 1988 overleefde hij tijdens een Amerikaanse tournee met Nederlandse
artiesten een busongeluk in San Diego.
Polzer, Heinz Hermann
[1919] Alias Drs P
Zanger
Hij schreef en zong bijzondere liederen. Hij schrijft nog regelmatig
een column in de Wijkkrant Jordaan
Drs. P werd geboren op 24 augustus 1919 in het Zwitserse Thun. Zijn
moeder was een Nederlandse, zijn vader een Oostenrijker.
Na de scheiding van zijn ouders ging hij mee naar Nederland met zijn
moeder. Ondanks zijn Oostenrijkse vader en zijn Zwitserse nationaliteit
is Polzer zo Hollands als maar kan.
In Rotterdam studeerde hij economie en hij volgde pianolessen.
Over zijn privé-leven vertelt drs. P weinig. Hij trouwde in 1964,
dat is alles wat hij erover kwijt wil.
Sikkels klinken; Sikkels blinken
Ruischend valt het graan.
Als je iemand weg ziet hinken
Heeft hij het verkeerd gedaan!
Post, Mance [1925]
Illustratrice van kinderboeken
We gingen vaak naar de Jordaan Dat was een arme buurt, maar de
straten hadden bloemen- en bomennamen. We kochten er garnalen. De garnalenpelsters
zaten op de stoep voor hun huisje razendsnel garnalen te pellen. Het
waren sprietige, schele beestjes, die garnalen, maar het was gezellig
om in de Jordaan te zijn.
Ik werd er vrolijk van.
Querido, Israël
[1872-1932]
Naturalistisch schrijver en journalist
Bekend zijn vooral zijn boeken waarin het Amsterdamse
volk wordt beschreven in zijn cyclus 'De Jordaan'. Om dit werk
te kunnen schrijven ging hij in 1906 voor een paar jaar in de 1e Goudsbloemdwarsstraat
wonen. Iedere dag zat hij in café Manke Gerrit op de hoek
van de Willemsstraat te luisteren naar de Jordaners om hun taal en manier
van doen goed te kunnen begrijpen.
Reimsma, Tjit [1945] alias Nicolaas
Matsier
Schrijver
Hij heeft oog voor het bijna onzichtbaar gewone en dit is zijn schrijversthema.
Bijvoorbeeld dat men tegenwoordig het geluid van een fietsbel niet meer
hoort.
Dat zou best eens de reden kunnen zijn dat hij veel voor kinderen schreef,
die immers ook op de kleine dingen om hen heen letten.
Er zijn voorvallen, zo klein, dat ze onmiddellijk weer vergeten dreigen
te zijn.
Nicolaas Matsier (1945) woont sinds 1974 op de Palmgracht. In 1976 werd
hij redacteur van het literaire tijdschrift De Revisor, twee
jaar eerder opgericht ten huize van Dirk Ayelt Kooiman op de
Brouwersgracht. Vooral in zijn korte verhalen in NRC Handelsblad en
Vrij Nederland verwerkte hij veel eigen Jordaan-ervaringen.
Reve, Gerard Kornelis van het, [1923]
alias Gerard Reve
Schrijver
Reve heeft enige tijd met zijn vriend 'Teigetje'
in de Eerste Rozendwarsstraat gewoond. De ramen aan de achterzijde keken
uit op de kantoren van Erven Lucas Bols. De medewerkers klaagden bij
de zedenpolitie dat de heren poedelnaakt in huis rondliepen en schandelijke
handelingen verrichtten om het personeel te shockeren. Reve schreef
een brief aan de directeur met verontschuldigingen en moest beloven
dat het niet weer zou gebeuren. Het was in de tijd dat Reve optrad in
het TV programma 'Zo is het toevallig ook nog nog 's een keer'. Op het
programmaonderdeel over beelreligie kwamen van vele kanten klachten
van geschokte christenen. Reve moest in 1966 verhuizen nadat een stuk
van de voorgevel ingestort was.
Rijn, Rembrandt van [1606-1669]
Kunstschilder
De beroemdste bewoner van de Jordaan. Hij moest
wegens financiële problemen zijn statige koopmanshuis aan de Jodenbreestraat
verkopen en naar een huurhuis aan de toen nog ongedempte Rozengracht
184 verhuizen. Hij woonde er van 1655 tot zijn dood samen met Hendrickje,
Titus, en de kleine Cornelia.De huur is fl. 225
per jaar. Hendrickje en Titus zetten een kunsthandel op, waarvoor Rembrandt
schilderijen maakt.
Officieel zijn Hendrickje en Titius de eigenaars, zodoende ging het
verdiende geld niet naar de schuldeisers.
Rembrandt ligt begraven in de Westerkerk.
Rosenboom, Thomas [1956]
Schrijver
Hij geeft de Jordaan een plaats in zijn boek
'Publieke werken'
De Jordaan was tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw een
buurt voor arme lieden. En pas na 1920 werd het Jordanese volksleven
object van romantiserende boeken, revues, films en smartlappen. Tegenwoordig
is het allang geen arbeidersbuurt meer: er wonen nog wel een aantal
bejaarde bewoners met weinig inkomen, die hier zijn opgegroeid, maar
daarnaast ook veel artistiekelingen, studenten en welstandige intellectuelen,
zoals Thomas Rosenboom.
Santen, Sal [1915-1998]
Schrijver en trotskist.
Hij kwam uit een joods-socialistisch arbeidersgezin in de Jordaan. Zijn
vader Barend was schoenmaker.In zijn boek Jullie is Jodenvolk vertelt
hij over deze jeugd en over hoe zijn gehele familie werd vermoord in
de holocaust. Zelf overleefde Sal Santen de oorlog door zijn gemengde
huwelijk met Bep Blaauw, stiefdochter van de revolutionaire socialist
Henk Sneevliet. In 1960 kreeg hij 15 maanden gevangenisstraf,
omdat hij de Algerijnse verzetsbeweging had proberen te helpen met valse
Franse Francs. In 1967 brak hij teleurgesteld met zijn politieke "vrienden".
Hij schreef hierover Adios Companeros. Hierna wijdde Sal Santen
zich aan het schrijverschap.
Scholte, Rob [1958]
Spraakmakende kunstschilder
Op 24 november 1994 ontploft een autobom
in de Laurierstraat. Van liquidatiepogingen in de onderwereld met autobommen
kijkt in die jaren niemand meer op, maar déze bom houdt tot op
de dag van vandaag de gemoederen bezig, niet in de laatste plaats om
dat Scholte alle geruchten aanwakkert. Scholte verliest zijn benen,
zijn vrouw Micky Hoogendijk
haar ongeboren kind.
Schwart, Louis, alias
Louis Noiret
Zanger
Ontdekker van vele talentvolle Jordaanse zangers.
Straaten, Peter van [1935]
Tekenaar
Hij veroorzaakt ophef door levensgrote erotische
prenten in een galerie in de Hazenstraat tentoon te stellen. Ze zouden
aanstootgevend zijn voor de kleuters van de Montessorischool in de Elandsstraat.
Swaanswijk, Lubertus Jacobus [1924-1994].
alias Lucebert.
Dichter en beeldend kunstenaar
De keizer van de
vijftigers.
Hij is aan de Lauriergracht 50 geboren en woonde tot zijn 14e op de
Lijnbaansgracht 62a. Hij zat op de Westerstraatschool, de latere Theo
Thijssenschool.
Als hij een jaar of tien is, maakt hij het Jordaanoproer mee. Het straatgeweld
en het autoritaire machtsvertoon van de overheid maken een enorme indruk
op hem.
In 1939 krijgt de hij een beurs voor het Instituut voor Kunstnijverheid
Onderwijs, maar na enkele maanden al moet hij er van af, omdat zijn
vader hem nodig heeft in zijn bedrijf. Met baantjes moet geld in het
laatje komen. Hij is jongste bediende op een kantoor en tekenaar van
bioscoopreclames.
Op 15 september 1999 zou Lucebert 75 jaar geworden zijn. Voor De
Rode Hoed was dit de aanleiding
voor een programma rond Lucebert
Levend, in samenwerking met de Werkgroep
Kunst en Cultuur Jordaan. De presentatie was in handen van Huub Oosterhuis.
Thijssen, Theo [1879-1943]
Onderwijzer en schrijver
Net als zijn beroemde romanheld Kees
de jongen, groeide Thijssen op in de Jordaan.
Zijn vader had een schoenwinkel met werkplaats. Tot zijn tiende woonde
hij in de Eerste Leliedwarsstraat, daarna twee jaar in de Runstraat.
Hij ging op school in de Tuinstraat en naar de Tussenschool G aan de
Prinsengracht 239.
Hij kreeg les van meester Blokker, de
grootvader van Jan Blokker.
Toussaint, Dolf [1924]
Fotograaf
Toussaint fotografeerde de Jordaan op een intense manier. Hij richt
zijn lens in de eerste plaats op de mensen en hun bezigheden. Van de
kinderen en hun spel op straat tot de feestvierende volwassenen in die
'mooie en fine Jordaan' Daarnaast werd Dolf bekend om zijn foto's van
het politiek bedrijf in Den Haag.
Uylenburg, Hendrick [1587-1661]
Kunsthandelaar
De firma Uylenburgh had eent pand betrokken
op de Lauriergracht, voorheen bewoond door Govert Flinck en Jurriaen
Ovens.
Zijn zoon Gerrit van Uylenburgh volgde zijn vader op en breidde
de zaak internationaal uit.
Die kwam in 1671 in opspraak toen hij dertien valse schilderijen aan
Frederik Willem de keurvorst van Brandenburg, wilde verkopen. Gerrit
van Uylenburg en de firma ging in 1675 failliet.
Verbrugge,
Carel [1926-1985] alias Willy Alberti
Bel Canto-zanger
Geboren op 14 oktober 1926 in de Konijnenstraat.
Moeder Fie van Musscher en vader Ko Verbrugge hadden acht
kinderen. Careltje was het derde kind. Pa werkte in het café
van Nelis de Moor aan de Prinsengracht als de eerste zingende kelner
van Amsterdam. Daar had Careltje zijn gouden stem vandaan.
Careltje ging naar dezelfde school als zijn neef Jantje van Musscher.
Samen zongen ze bij de terrassen van het Rembrandtplein en het Leidseplein.
Ome Henk Schwarz, een vaste bezoeker van de cafés, raadde
de ouders van Careltje aan hem zangles te laten nemen. De eerste zangleraar
was Eimert Overdijk.
In 1939 won Careltje de eerste prijs in een zangwedstrijd in het Broadway
Cabaret op het Rembrandtplein. Dat was het begin van zijn carrière.
Henk Voogd, (Henvo), die al vele artiesten had ontdekt, introduceerde
Careltje in het Asta-theater. Na zijn vijftiende jaar ging het snel
met zijn hoge open tenor geschikt voor bel canto. Zijn Italiaans was
van eigen makelij.
Hij kreeg zang en spraaklessen van de concertzangeres Maria Hoving-van
Driel, die hem perfect Italiaans leerde zingen.
Hij trouwde met Ria Kuiper en in 1945 werd Willeke Verbrugge
(Willeke Alberti) geboren.
Het gezin woonde bij de grootouders aan de Lijnbaansgracht in.
Vanaf 1948 kwam de doorbraak voor de 'Tenore Napolitano' met radio-optredens
en platencontracten.
In 1958 kwam hij voor het eerst op de TV in het programma van Tom
Manders (Dorus). Van zijn hit 'Marina' werden 700.000 platen verkocht.
In 1959 trad hij zelfs in New York op en in 1980 voor koningin Juliana
bij haar aftreden.
Op 18 februari 1985 is Willy Alberti overleden.
Verbrugge, Willeke [1945] alias Willeke
Alberti
Zangeres
Maakte als dertienjarige haar podiumdebuut.
In 1958 maakt ze haar eerste singletje met haar vader: Zeg Pappie
ik wilde U vragen Ze valt succesvol in voor haar zieke vader. Dat
optreden is het begin van haar carrière. Maar eerst moet Willeke
de MULO afmaken. Vader Alberti ziet zijn dochter liever in een ordentelijk
beroep, bijvoorbeeld als pedicure.
Willy en Willeke hebben in 1965 een eigen televisieshow. Morgen ben
ik de Bruid dat betekent letterlijk en figuurlijk het einde van haar
jeugdjaren. Ze trouwt in datzelfde jaar met bassist Joop Oonk.
Als ze een Edison krijgt is dat de bekroning van haar carrière
als tienerster.
Skip Voogd schrijft: 'als ze blijft zoals ze nu is, wel, dan
zal ze een graag geziene vocaliste met een eigen 'personality' blijven.'
Verhoeven,
Nico [1925-1974]
Dichter
Verhoeven woonde geruime tijd in het voormalige huis van Breitner op
de Lauriergracht nr. 8. Hij had bemiddeld in het vinden van een huisje
voor Gerard Reve in Greonterp, waar hij zelf een landarbeidershuisje
had. Reve droeg zijn boek 'Het lieve leven' aan hem op.
Vinkenoog, Simon [1928-2009]
Schrijver en dichter
Hij woonde korte tijd op kamers Bloemgracht 8 in de Jordaan.
Daar schreef hij in 1962 zijn boek Hoogseizoen Alles kan en alles mag,
als het maar in het Nederlands is, en gedicht kan worden genoemd. Doe
mee, overschrijd de drempel, beluister hoe je eigen woorden klinken
voor publiek. Laat naar je kijken! Laat van je horen!
Vinkenoog werd in 1928 geboren in Amsterdam en groeide op bij zijn alleenstaande
moeder in de Pijp.
Hij was voorstander van het gebruik van geestverruimende middelen en
werd hierdoor wel de Wietambassadeur genoemd. Hij maakte deel uit van
de beweging van de Vijftigers die zich afzetten tegen de heersende kunstopvattingen
en conventies.
In 2004 was Vinkenoog ad interim Dichter des Vaderlands.
Hij is op 12 juli 2009 aan een hersenbloeding overleden nadat eerder
bij hem een been geamputeerd was vanwege vaatontstekingen.
Vondel, Joost van den
[1589-1679]
Dichter
Toen het "Nieuwe Werck"
bijna klaar was publiceerde hij Aenleidinge ter Nederduitsche dichtkunste
omdat hij vond dat oud Amsterdamsch te mal, en
plat Antwerpsch te walgelijk was.
Voogd, Henk, alias
Henvo
Zanger
Ontdekker
van bekende zangers in de Jordaan.
Vries,
Theun de [1907-2005]
Schrijver
Hij woonde op de Egelantiersgracht 66. Hij werd
verguisd omdat hij communist was.
Zat ook voor de CPN in de Gemeenteraad en 2e Kamer. Theun de vries schreef
o.a. 'Het meisje met het rode haar'
Gerard Reve had de pest aan Theun de Vries. Hij noemde hem een
vent met een karpatenkop.
Reve vroeg de Nederlandse Luchtmacht de bovenverdieping van de Vries,
tegen vergoeding van de kosten, met precisie te bombarderen.
Wout, Rob [1928-2001], alias Opland
Politiek
cartoonist
Hij woonde in de Egelantierstraat 52.
Ik ben een arbeider in continue-dienst. Een
prentenbakker, een vent die het doorgaans niet te lezen
commentaar een beetje populair voor de mensen vertalen kan. Tekeningen
die zorgen, dat hoop ik tenminste, dat de mensen een beetje blijven
nadenken."
naar
boven
|