de Jordaan


> Jordaan index

> Suikerproductie

> Drukkers

> Cartografie

> Straathandel

> Markten

> Fietsenfabriek RIH

> Vroom en Dreesmann


tussen taal en beeld Bedrijvigheid in de Jordaan

Ambachten

Binnen de deftige grachtengordel mochten geen ambachten uitgeoefend worden.
De Jordaan is door de daarheen verdreven bedrijven een ongezonde omgeving geworden.
Langs de straten liepen diepe goten, open riolen.
Na het afschaffen van de gilden werd er gewoon op straat geslacht. Uitwerpselen, slachtafval en vervuild water van alle mogelijke ambachten, alles bleef bij droogte liggen en stroomde als het regende naar de grachten. Het koelwater van de stoommachines van de suikerfabrieken warmde het grachtenwater op en de rotte eierenstank die daar uit opsteeg tastte zelfs het schilderwerk van de huizen aan. Daar kwamen dan nog de vette rookwolken bij die de schoorstenen van de talrijke industrieën uitbraakten.

Brandgevaarlijk
In dit dichtgebouwde stadsdeel is brandgevaar niet denkbeeldig.
Het bouwen van houten huizen was weliswaar verboden, maar over de talrijke houten werkplaatsen en opslagplaatsen werd niets gezegd. Ook als de fabriekjes niet in brand stonden kwamen zware stinkende rookwolken uit de schoorstenen.
De kopergieterijen, de 'geelgieters' en de smederijen waren wat dat betreft berucht. Die kwamen, behalve met omwonenden, ook met de andere ambachtslieden in conflict.




De Legaturenmakers
Die weefden een soort stof die op brokaat of goudlaken lijkt. De fijne zijde stoffen met gouddraad en linnen werden voor rijke wandbekleding en stoffen voor pronkkleding gebruikt. Later werd dit weefsel gebruikt voor goedkopere bedbehangsels en stoelovertrekken. Het was duidelijk dat ze de smerige roetdeeltjes uit de fabrieksschoorstenen niet konden verdragen.

Blau- en Couleurverwers
Aan de Bloemgracht was tot voor kort nog een verfmengerij in bedrijf, dit tot grote bezorgdheid van omwonenden. Rond de Raamstraat en Bloemstraat zaten de wevers en ververs, die hun geverfde wollen lappen op een raamwerk spanden en buiten de stadsmuur te drogen legden.
Eén poort in de stadsmuur was voor de ververs beschikbaar, waar de Raampoort nu nog zijn naam aan dankt.
De leerlooiers vestigden zich rond de Elands- en Looiersgracht
De pottenbakkers rond de Anjeliersgracht (nu Westerstraat) en Tichelstraat.
De suikerwerkers komen later er bij.

Behalve de suikerfabrieken waren er de textielweverijen, de schoen- en hoedenmakers, de zeep- en verffabriekjes.



[1597]

De suikerproductie in de Jordaan



Suikerraffinaderij aan de Lauriergracht

Welke de oudste suikerbakkerij van Amsterdam was, is onbekend.
We weten alleen dat in 1597 het stadsbestuur vaststelde dat de “raffineurs van suycker” samen in geval van brand recht hadden op achttien brandemmers: aangezien zes per bedrijf de norm was, moeten er toen drie suikerbedrijven zijn geweest, en zo veel waren er nog steeds volgens een lijst uit 1605.

Het werden er snel meer. In 1672 schreef men:
" In deze stad zijn veel suykerbakkerijen, wel meer als 50. 't Zijn grote huysen daar al te met wel voor 2 tonne goudts aan suyker in één suykerbakkerij is, hier zijn ketels of groote diepe pannen daar de suyker ingedaan en met wit water, dat op kalk heeft ghestaan, gekookt worden en zijn tijdt genoden hebbende, doet men de suyker in potten, die duyzenden in werkhuyzen zijn; ja een suykerbakker heeft wel voor vijfigh od tsestigh duysend guldens alleen aan ptten van doen, zoo groote als kleyne: in deze potten staat het van onder tot boven op alle solders zoo vol, dat er maar een deurgank is om een mens door te laten gaan, en dese huysen zijn gemeenlijk vijf en zes verdiepingen hoogh"

De grote suikerfabrieken staan zoals aan de voormalige Schans. Dat is nu de Marnixstraat.
De grootste is de Suikerraffinaderij De Bruyn & Zn., die later Amstel-suikerraffinaderij heette.
De kleinere staan hier en daar in de Jordaan.


[Fokkens 1672 in: De suikerhandel van Amsterdam 1908]

Suikerverwerkende fabrieken
Vele kleine snoep- en dropfabriekjes vestigen zich in de Jordaan. Dat waren de firma's Klene en Petrovitch.
Johnny Kraaikamp en Willy Alberti hebben er gewerkt.


Suikerverwerkende industrie aan de Looiersgracht


Brand bij de suikerraffinaderij Beuker en Hulshof


Beuker en Hulshof
De suikerfabricage ging wel eens mis, zoals hier aan de Lauriergracht 86 op de hoek van de Tweede Laurierdwarsstraat, bij de brand in de Suikerraffinaderij Beuker en Hulshof.
De stoombrandspuiten, een nieuwe uitvinding van Van Der Heijden, braakten minstens evenveel rook uit als de brand zelf maar het vuur werd eigenlijk geblust door het neervallende puin.

De fabriek werd niet herbouwd en 400 arbeiders zijn werkloos geworden. (7 januari 1880)

Pakhuis De Pelikaan
In 't wester deel der stad, dichtbij de grijze wallen.
In het platte Amsterdams wel eens genoemd Jordaan.
Verrijst er een fabriek, de grootste van hen allen,
Waar voor de gevel prijkt een steenen Pelikaan


[lofdicht op Hendrik Harmsen Klijn, suikerraffinadeur door G.J.Boissevain]

Suikerraffinaderij de Berg Etna
Oorspronkelijk is De Pelikaan een deel van een Suikerraffinaderij 'De Berg Etna', tot 1881 gesitueerd op het achterterrein van Lauriergracht nr.107. Dat is nu een siertuin.

De Pelikaan is aan de kant van de Lauriergracht één perceel breed. Er was een toegang naar het woonhuis op nr.111. In het achterdeel was de raffinaderij met suikerbrood- en kandijstoven en een hoge fabrieksschoorsteen. Op de bovenverdiepingen werd suikerriet verwerkt. Via de Kaatsballengang kon je naar de Elandsstraat
.

'De drie Suykerbroden'
De suikerfabriek aan de Lauriergracht nr.125, was van van suikerbakker J. Reisig. Die schreef een uitgebreid boek over de voorwaarden voor een suikerfabriek. Het water moest makkelijk uit de gracht gehaald kunnen worden. Rondom de fabriek moest voldoende frisse lucht naar binnen kunnen komen voor de afkoeling van de potten met suiker. Hoge schoorstenen waren nodig om geen roet in het product te laten neerslaan. Via de gracht moesten de suikerbroden gemakkelijk verzonden kunnen worden.


Van Suikerfabriek via Melkfabriek tot poppodium De Melkweg

Suikerraffinaderij 'De Granaatappel' 1916
Van suikerfabriek tot poptempel
op de Lijnbaansgracht. De twee delen van de fabriek waren verbonden met een loopbrug over het water van de gracht.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog lukte het niet om voldoende grondstoffen aan te voeren en moest de fabriek sluiten.
Na de suiker kwam de melkfabriek 'OVV De Eendracht'. Die sloot in 1969 omdat het toch wel een onhandige plek voor een fabriek was, zo vlak achter de schouwburg.

De Melkweg 1983
De plek waar het rammelen van de melkflessen klonk, is nu overgenomen door de drumstellen van de internationale popscene. Een ruimte vol grensverleggende multi media en 'crossing borders'

> lees meer over suikerraffinaderijen



[1575]

Likeurstokerijen hebben veel suiker nodig


De familie Bols begon in dat jaar een distilleerderij 'Het Lootsje', de oudste distilleerderij in de wereld.
Al snel was het lootsje te klein en Lucas Bols zag kan er in de Gouden Eeuw een prachtige onderneming van te maken. Dat kwam vooral omdat de VOC, waarvan Lucas aandeelhouder was de meest interessante kruiden voor alle mogelijke likeuren importeerde.
In 1664 begon Bols met jenever een borrel die sindsdien overal gedronken werd.
In 1816 toen de laatste mannelijke Bols stierf, liet die een erfenis van 250 handgeschreven geheime recepten na voor de Erven Lucas Bols.

De onderneming werd aan de familie Moltzer verkocht die Bols wereldwijd bekend maakte.
De productie kon niet meer op de Rozengracht blijven en verhuisde in 1969 naar Nieuw Vennep.
Zoals dat meestal gaat kwam Lucas Bols in buitenlandse handen en werd overgenomen door Rémy Cointreau, inclusief een rij merken zoals Bokma, Hartevelt, Coebergh, Pisang Ambon, Hoppe and Henkes.
In 2006 kwam Bols weer in Nederlandse handen en keerde het merk weer in Amsterdam terug.


De Lucas Bols fabriek voor en na de demping van de Rozengracht 1889


Kruikenruikers

Een opmerkelijk ambacht in deze industrie was dat van de 'kruikenruiker'.
De geleegde jeneverkruiken werden soms gebruikt om petroleum en dergelijke te bewaren.
Het was de taak van de kruikenruikers om vast te stellen of er weer drank in kon. Men beweerde dat ze zelfs konden ruiken of er een dode vlieg in de kruik gezeten had. Ze moesten ongeveer 2000 kruiken per dag beoordelen.


Waar de meisjes werkten
De meisjes die niet in een 'dienstje' bij een mevrouw werkten waren koffiepiksters bij de koffieverlezerij van Jonker in de Haarlemmer Houttuinen.
De Waspitten waren de meisjes die op de Kaarsenfabriek aan de Boerenwetering werkten.
Dan waren er nog meiden die op de Zakkiesplakkerij aan de Looiersgracht werkten.
Voor de Jordaanse jongens waren het allemaal 'lekkere mokkels'


De koffiepiksters



[1755-1923]
Kuiperij Kiesouw Bloemgracht 187



De kuipers

Tonnen waren nodig voor het bewaren en vervoeren van bier, wijn en drinkwater ten behoeve van de scheepvaart.
Maar ook de visserij moest de gevangen vis tussen lagen zout opslaan tot men weer een haven aandeed. Daarom zijn er in de buurt van scheepswerven in de zestiende en zeventiende eeuw altijd kuiperijen te vinden. De nieuwe kuipen werden in de gracht gegooid om daar de duigen goed bij elkaar te voegen.



Smederij Anjelierstraat



Koopman in granen en meel
Als er een schuit met zakken meel in de Prinsengracht lag werd een grote ploeg sjouwers gehuurd om de lading naar het pakhuis van Osieck, Elandstraat 2-4 te dragen. Daar klommen de sjouwers een wankele ladder op. De fabriek van Carels Broodfabriek was op de Lauriergracht gevestigd en betrok waarschijnlijk het meel uit de Elandsstraat.
Rechts van de Elandstraat het volksbierhuis en logement Pameijer.
Links de koloniale en grutterswarenhandel Loos



Lading meel Prinsengracht, hoek Elandsstraat

[1600]
In de Jordaan woonden de drukkers




Omstreeks 1612 werd de stad uitgebreid: ten westen van de Herengracht werd een nieuwe stadswijk, de Jordaan, aangelegd in een oud poldergebied. In 1610 verhuisde de drukkerij van Broer Jansz naar 't Margrietenpat, buijten Janroonpoort'. Er bestond een Margrietenpad, een veld dat vóór de stadsuitbreiding eigendom was geweest van het Margarethenklooster dat lag tussen de tegenwoordige Elandsstraat en Lauriergracht. Nu staan daar een school en het gebouw van de Vereniging ter Verbreiding der Waarheid.

De drukpers in Amsterdam was een erg belangrijke bedrijfstak, waar veel geld in omging.
Net als de stad groeide het aantal drukkers in de zeventiende eeuw explosief, van twintig in 1600 naar 107 in 1675, tegen 256 in de hele Republiek in dat jaar. Boeken vormden een van de belangrijkste neringen in Amsterdam. En omdat die vele drukkers werk wilden, was iedereen die iets te drukken had welkom.

De drukkers werkten in één van de 38 Amsterdamse drukkerijen.
In de Franse tijd moest iedere proefdruk eerst aan de autoriteiten voorgelegd worden om te kijken of er niets instond dat de regenten onwelgevallig was.
Als de drukkers daar tegen protesteren gaan veel drukkerij failliet en raken de drukkers hun werk kwijt.


Senefelder machinale snelpers met handinleg [ca.1900] / Houten drukpers in gebruik bij Blaeu



[1637]
Cartografische drukkerij

Joan Blaeu, zoon van de beroemde cartograaf Willem Janszoon Blaeu (1571-1638).
Deze laatste was net zo'n alleskunner als Mercator.

Aan het eind van de 16de eeuw vestigde hij zich in Amsterdam als graveur en drukker. Hij bracht belangrijke verbeteringen aan in de drukpers, waardoor deze sneller werkte. Hij maakte aard- en zeeglobes en mathematische instrumenten en verrichtte landmetingen. Het meest bekend werd hij door de atlassen en kaartboeken die hij uitgaf.
In 1637 opende hij een grote drukkerij aan de Bloemgracht in Amsterdam, die wereldberoemd werd.

In 1672, een jaar voor de dood van Joan Blaeu, ging de drukkerij in vlammen op, waardoor een groot deel van de voorraad verloren ging. In 1696 werd het bedrijf opgeheven.



[1851]
Lettergieterijen


Bloemgracht 134

Ten tijde van de beroemde drukkerij van Blaeu was de lettergieterij van Dirk Voskes op de Bloemgracht gevestigd.
Jean Baptiste de Passe & Menne begonnen er ook letters te gieten. Na het overlijden van De Passe raakt de lettergieterij in verval en wordt gekocht door Nicolaas Tetterode. In 1851 nam hij de lettergieterij Van Broese & Co in Breda over. In 1857 voegde hij de lettergieterij uit Rotterdam en die in Breda samen en vestigdde zich in Amsterdam op de Bloemgracht.

Tetterode werd een NV onder de naam Lettergieterij Amsterdam vh N Tetterode en vertrok eind 1902 van de Bloemgracht. Het was er te krap, aankoop van buurpanden was te duur. Er werd een geheel nieuw bedrijfspand gebouwd tussen de nieuw aangelegde Bilderdijkstraat en de Da Costakade. Een uitgebreide typografische bibliotheek, waarvan de inrichting door de architekt KPC de Bazel werd ontworpen, maakte deel uit van het complex.



Straathandel
Binnen de stadsuitbreiding van 1612 ontstonden een aantal nieuwe marktpleinen.
Nieuwmarkt, Herenmarkt, Noordermarkt en Westermarkt.
Deze markten konden de druk op de Dam als marktplein verlichten


Links: Groentehandel op de Lindengracht / rechts: vishandel op de Elandsgracht


Links: De Voddeman komt langs / rechts: Handel in vogelkooitjes in de Westerstraat




[1612]
de Nieuwe Haarlemmerpoort wordt gebouwd



De oude Haarlemmerpoort stond aan de Herenmarkt, daar werd vanaf 1612 een varkensmarkt gehouden. De markt werd ook bekend door het Soeploodsoproer. Aan de kant van de Haarlemmerstraat werd in 1617 een vleeshal gebouwd met er boven een wachthuis voor soldaten.
Zeven jaar later kwam de West-Indische Compagnie
in het gebouw. Vanaf 1622 werd er op de Herenmarkt een biermarkt gehouden.





Voor de nieuwe Haarlemmerpoort, ongeveer op de plek van de huidige (vijfde) Haarlemmerpoort, lag binnen de omwalling een groot plein dat werd gebruikt om de wagens en rijtuigen te stallen, het zogenaamde Wagenplein.
Vanaf dit plein vertrokken ook de diligences naar o.a. Haarlem.


Groenmarkt aan de Prinsengracht bij de Lauriergracht

De groenmarkt was in drie stukken opgedeeld. 1.op de Prinsengracht, 2. het Oude Kerksplein, 3. Nieuwe Herengracht.
Aan de Prinsengracht tussen de Looiersgracht en de Elandsgracht werden kool, wortels en rapen aangevoerd.
Van de Elandsgracht tot de Lauriergracht is de zogenoemde Meermarkt.
De plekken worden aan de wal met merkstenen aangegeven en daar moet marktgeld voor afgedragen worden.
Deze plekken corresponderen met de lengte van de schepen die de producten naar de stad brengen.
Aan de oostzijde van de Prinsengracht tussen de Reestraat en de Berenstraat komen eveneens de groenteschuiten te liggen.
Tussen de Berenstraat en de Runstraat is in het seizoen een speciale aspergemarkt.
Van de Reebrug tot de Rozenstraat komen de schepen met groente uit Leiden en Leiderdorp en andere vaartuigen die Stoppel- en staartrapen aanvoeren.
Van de Rozenstraat tot de Rozengracht tot komen de schepen uit de Veenen en Langeraar te liggen.
De aardappel en knollenschepen en ook die voor bonen en augurkjes zijn geplaatst van de Rozengracht tot de brug bij de Prinsenstraat en zo nodig verder naar het noorden. Als er tussen 1 oktober en 1 juli drukke markt is ook zuidwaarts.
Schrijfvrouwen zorgen ervoor dat er voor iedere schuit vier stuivers betaald wordt. De marktmeester stuurt grote schepen naar de Brouwersgracht of de Binnen Amstel.



Ieder product een eigen handel


Juffrouw Keizer, grutterswaren De Mercuur in de eerste Looiersdwarsstraat / Snoepwinkel in de Tuinstraat

De visvrouwen uit de Egelantiersdwarsstraat hadden panharing en 'Bokkes' De schol en aal werd meteen van de vissersboot verkocht. Jongens gingen 'bothobbelen', wijdbeens het bootje heen en weer hobbelen om de vis vers en levendig te houden. Niemand wilde een 'dooievissiesvreter' zijn.
De grutter
verkocht bonen, erwten, meel en rijst, koffie en thee en daarmee uit.
De melkboer
had uitsluitend melk
De komenijsbaas
voor boter en vleeswaren, maar geen wijnen en bier en lucifers zoals nu.
De ossenslager of vleeschhouwer hieuw alleen kalfs- en ossenvlees en soms rolpens.
De spekslager Rink uit de Nieuwe Leliestraat was er voor varkensvlees en worst.
De paardenslager Stinck verkocht 'hortsik', paardenbiefstuk.
Hij was het ook die in zijn stallen een speciaal toestel had om paarden mee uit de gracht te takelen.
Brooddepot van de broodfabriek Ceres. Bij ieder brood zat een kaartje en honderd kaartjes gaven recht op een paaschbrood.
Roggebrood van Hermans op de Bloemgracht en krentenbrood werd op zaterdag gekocht bij Simons in de Leliestraat
Broodfabriek van Carels op de Lauriergracht bracht het brood door de hele stad.
De glaswerkventer verkocht 'lampeglaze' voor de vele petroleumlampen en 'bierglaze'.
Wel handig want er was veel ruzie waarbij met glaswerk gesmeten werd.



Hoedjeshandel 'Linda' 2e Anjelierdwarsstraat


Klompenhandel op de Elandsgracht



Vleeschhouwer 1e Leliedwarsstraat



[1823]
Ezelinnenmelkerij


Ezelinnenmelk te koop in de Passeerdersdwarsstraat

In het begin van de 18e eeuw waren er speciale melkezelinnenbedrijven waar heren een glaasje ezelinnenmelk gingen drinken en waar deftige dames een ezelin kwamen uitzoeken, die naar hun huis geleid moest worden om voor de deur te worden gemolken.
In Amsterdam beëindigde de laatste melkezelinnenhouder zijn nering in het jaar 1904.
Deze firma, de Gebroeders Roding, had bestaan sinds 1823. Volgens de advertenties kon men daar ook 'Melkgevende en Rij-Ezelinnen' huren. Behalve Roding waren er in de 19e eeuw nog enkele andere bedrijven met melkezelinnen in Amsterdam gevestigd.



De markten



De groenteschepen aan de Groenmarktkade bij de De Clerqstraat

[1930]
de Appeltjesmarkt
Bij de Groenmarkt, zoals de naam oorspronkelijk was, leverden de tuinders hun waren voor Amsterdam af. In 1934 kwamen de Centrale Markthallen. Veel cafés op de Elandsgracht zorgden voor de dorstige schippers.
De Appeltjesmarkt, kreeg zijn naam omdat er na de markt talloze rotte appels in de gracht dreven.
De markt speelde tijdens het Aardappeloproer een rol. Er werd geplunderd en de politie voerde een charge uit.

> lees meer over de geschiedenis van de Groenmarkt


Biomarkt: lamsvlees naast lamsvachten

De Biologische Boerenmarkt
Een kleinschalige markt aan de voet van de Noorderkerk. Het spreekt vanzelf dat je er terecht kunt voor alle EKO artikelen. De biologische groentestallen en de biologische broodbakkers zijn ruim aanwezig. Kaas, vooral verse schapen- en geitenkaasjes, is op verschillende plekken te koop.
Dat het niet helemaal vegetarisch hoeft blijkt uit de aanwezigheid van twee slagers, waarvan Lombok gespecialiseerd is in lamsvlees. Hij verkoopt ook de schapenvachten. Sinds kort is er een stal met verse vis.
Bijzondere stallen: de pannenkoekenbakster, en de paddenstoelenstal.
Natuurlijk zijn er veel plantjes in potjes voor in de tuin te vinden. Maar er is meer. Hoeden en petten en dameskorsetten, spulletjes en speelgoedjes. Als een herinnering aan de vogelmarkt staat er af en toe nog een stal met duiven en wat fluitertjes.
De markt trekt bijzondere straatmuzikanten aan zoals harpisten, fluitisten en meisjes met viooltjes. Soms hele koren en muziekgezelschappen.
Midden op de markt schommelen en glijden de kinderen op hun speelpleintje. Rondom zijn de terrassen voor koffie en warme appeltaart.
Regelmatig zijn er op zaterdag de befaamde Noorderkerkconcerten.
De markt is er op zaterdag van 9:00 tot 17:00 uur.

[1616]
De Noordermarkt
Het plein werd bij de aanleg als Prinsenmarkt genoemd naar de markt die er oorspronkelijk langs de Prinsengracht gehouden werd. Toen de Noorderkerk gebouwd was kreeg het plein in de volksmond de naam Noordermarkt
Tot 1655 werd het plein grotendeels ingenomen door de bij de kerk behorende begraafplaats. Op de Noordermarkt lag vanaf 1620, tussen drie muren een kerkhof. Ruim 40 jaar later zou deze verhuizen naar een van de bolwerken.
Tussen de kerkhofmuur en de Prinsengracht werd de Prinsenmarkt gehouden. De markt werd bij keur van 1627 verheven tot de rang van lappen - of voddenmarkt. Druk was het hier vooral ´s maandags als de vrouwen gingen "lapjes keeren", d.w.z. op de kraampjes katoenen coupons uitzochten.


Een heel aparte markt was de duivenmarkt

Langs de waterkant werd allerlei aardewerk als potten, schotels etc. verkocht.
Ook de aardappelmarkt werd hier gehouden, daar dit de plaats was waar de aardappelen door de boeren per schuit werden aangevoerd en uit de schuiten in de pakhuizen werden gedragen.




Lindengracht

De Lindengrachtmarkt
Een meer uitgebreide markt voor groenten, fruit, vis, kleding en van alles en nog wat.
Niks biologisch, gewoon zoals alles al jarenlang in de Jordaan te koop was, hoewel de gegrilde kippen en de versgebrande nootjes indertijd nog niet op de markt waren, net zo min als vliegtuigkoffers en snelkookpannen.
De markt begint bij de Brouwersgracht waar het beeld van Theo Thijssen staat.
De marktkooplieden gebruiken dit beeld soms om hun dekzeilen aan vast te maken. In ieder geval is het een tamelijke nauwe doorgang daar bij de viskramen.
De markt loopt door tot de Lijnbaansgracht en wordt ook op zaterdag van 9:00 - 17:00 uur gehouden.



Westerstraat

De Westerstraatmarkt
Het is een wekelijkse markt met ruim 150 kramen die op maandag gehouden wordt
In de volksmond wordt deze markt vaak Westermarkt genoemd.
De specialiteit van deze markt is de verkoop van en lapjes en wordt daarom ook wel lapjesmarkt genoemd.
De naam van de markt moet niet verward worden met het plein bij de Westerkerk met dezelfde naam, waar echter geen markt meer gehouden wordt.
De markt wordt gehouden op maandag van 9:00 - 13:00 uur.
In het verlengde van de Westerstraat markt is er ook een rommelmarkt op de Noordermarkt.

[1614]
Westermarkt is geen markt

De Vroedschap een tussen de Keizers- en Prinsengracht gelegen erf tot plein in te richten dat aanvankelijk Keizersmarkt genaamd was.
In 1620 werd hier de Westerkerk gebouwd, de naam veranderde toen van Keizersmarkt in Westermarkt.
Een jaar daarvoor was er voor de schutterij een stenen wachthuis gebouwd, de Westerhal, waarin op de begane grond een vleeshal werd ondergebracht.
Aan de zij -en achtergevels van het wachthuis waren luifels aangebracht, waaronder op vrijdag de vlas- en garenmarkt werd gehouden. Verder weren er oude en nieuwe kleren verkocht.

Tramlijn 20 de Noordermarktlijn.
Over de Westerstraat heeft vroeger een tram gereden. Het was de enige die de Jordaan aandeed en had een eindpunt op de Noordermarkt. Het andere eindpunt was op het Cornelis Troostplein.
Deze lijn 20 werd in de crisistijd opgeheven. Later reed lijn 20 nog wel door Amsterdam als een ringlijn voor toeristen, maar het was voortdurend onduidelijk welke route er gevolgd werd.

[1614]
Nieuwmarkt

De Nieuwmarkt is ontstaan door demping en overwelving van de Kloveniersburgwal tot aan de Barnsteeg. Het poortgebouw werd in 1617 ingericht tot waag, de St. Antoniswaag.
De markt noemde men de St. Antonismarkt.

Een nieuw waaggebouw was hard nodig omdat de Waag op de Dam overbelast was.
In de Nieuwe Waag werden alle koopmansgoederen gewogen die bij gewicht verkocht werden.
Omdat er veel scheepswerven op de Lastage waren werden veel ankers en geschut gewogen.

Om de ankers te keuren was buiten op het plein een eiken mast opgericht waaraan de ankers werden opgetrokken. Vervolgens werden de ankers met een klap neergelaten op een zwaar stuk ijzer dat aan een blok in de grond was bevestigd.


Op maandag werd op de Nieuwmarkt meel, gezouten vis, bokking, Friese kopboter, kaas en eieren verkocht. Van de Barrevoetssteeg tot de Koestraat mochten de hoveniers met kruiden staan. Daarnaast waren er verscheidene linnen -en kantkramen, oude klerenverkopers, een hoender -en duivenmarkt.
Aan de noordkant van het plein stonden degene die zoute vis en kaas per pond mochten verkopen, op de Dam mochten alleen hele kazen verkocht worden.
De markt werd druk bezocht door zeelieden en door boeren uit Noord-Holland die er boter, kaas en eieren verkochten. Bij de Barnsteeg stonden de Noordwijker tuinlieden met hun vruchten en ook met hun geneeskrachtige Noordwijkse kruiden.



Speciale straatberoepen en ambulante handel



Kiki de Kargadoor


Hoge bruggen waren een inkomstenbron voor de kar-ga-door.

Mannen die de zware handkarren met een touw en haak over de brug trokken.
Hun gereedschap was een lang touw met een haak er aan. Meestal hadden de bruggentrekkers nog een lap leer over hun schouder tegen het schuren van het ouw.
Overigens was de kargadoor op zijn beurt weer een inkomstenbron voor de kastelein vanslijterij de Grote Slok op de hoek.
Eén van de bruggen over de Prinsengracht was het werkterrein van Kiki de Kargadoor.
Hij verliet zijn vaste stek als hij zes of zeven cent bij elkaar had.
Kiki verdween, zijn brug niet uit het oog verliezend, om zijn centen om te zetten in drank.
Het was een klein mannetje met kromme beentjes, dat prachtig kon vloeken.
Kinderen beschouwden hem om zijn taalgebruik altijd als een goede leermeester.
Kiki is in 1865 geboren en had een onderkomen in de Boomstraat.
Hij is in het Gemeentelijk Verzorgingshuis aan de Roeterstraat in 1940 overleden.


Huldiging van Dirk de Waterduiker op de Elandsgracht

Dirk de Waterduiker was kargadoor
De bruggentrekkers waren ook mensenredders. Zo kreeg Dirk Rietveld een koninklijke medaille omdat hij zeventig mensen uit de gracht gered had.
O
mdat hij altijd bij de gracht werkte hoorde hij vaak: 'D'r is er weer één in de plomp gevallen!'
Dirk hoefde zich dan nooit lang te bedenken en dook achter de drenkeling aan.
Door dit heldhaftig optreden was Dirk al gedurende zijn leven een legende geworden.
Het verhaal doet de ronde, dat toen hij allang niet meer werkte en er iemand in de majem was gevallen, hij zich in een wagen naar de plaats des onheils spoedde, terwijl hij zich al in de auto ontkleedde.
Op zijn 82e verjaardag in 1940 overleed hij.


De porder op pad / Er waren omstreeks 1900 ook porsters / Uithangbord op de Looiersgracht (1825)


Een speciaal beroep was dat van de porder.
Die kon besteld worden bij de water en vuurhandel om 's morgens mensen te manen naar hun werk te gaan.Hij klopte net zolang op de deur tot men reageerde.


De scharensliep komt langs

Handel en ambachten op straat
In vele gevallen had de scharensliep een zelfgebouwde aandrijving voor de slijpsteen.
Waarom hij scharensliep genoemd werd is niet duidelijk want hij sleep ook messen.


De haringkar op de Lindengracht


Garnalenpelster in de Palmstraat



Uienpellen en sorteren


De ijskar op de Elandsgracht



De draaiorgelman met 'De Pipo'


De hondenmeppers met de kar
verlaten
het voormalig Luthers Weeshuis op de Lauriergracht


naar boven



Vroom & Dreesmann


Een van de eerste vestigingen van Vroom & Dreesmann
op de hoek van de Tweede Laurierdwarsstraat en de Rozenstraat.


Aan het einde van de 19e eeuw waren er twee succesvolle zakenlieden in Amsterdam actief: Willem Vroom en Anton Dreesmann.
Beiden hadden manufacturenzaken. Ze besloten samen te gaan werken.
De heren opende hun eerste winkel in de Weesperstraat en daarna over de hele stad en zo ook in de Jordaan.
Dreesmann gebruikte in zijn winkel een voor die tijd ongebruikelijke strategie: lage en vaste prijzen tegen contante betaling. In die tijd was het namelijk gebruikelijk dat men altijd korting kreeg.
V&D groeide en de beide heren woonden al snel met hun families in panden aan de Amsterdamse grachten.
In 2016 stort de hele handel in en gaat V&D failliet



Fietsenfabriek RIH




Joop en Willem Bustraan
Het waren de wielrenners die 7b 1915 vonden dat de fietsen, waarmee ze hun sport bedreven, wel beter konden.
Omdat ze bankwerkers en pijpfitters waren begonnen ze op zolder hun eigen fietsen in elkaar te zetten.
De geometrie van het stalen frame hadden ze zo ontwikkeld, dat er een heel goede 'loop' in de fiets ontstond, strak en wendbaar.
Die kwaliteit was zo goed, dat andere coureurs ook "Bustraan" fietsen bij hen bestelden.
Toen in de 1e Boomdwarsstraat een werkplaatsje vrij kwam, besloten de broers "voor hun eigen" te gaan beginnen en op 21 maart 1921 was de opening van Gebr. Bustraan RIH SPORT Rijwielen.

De Arabische hengst Rih
RIH betekende niet Rijwiel Industrie Holland, maar was de naam van de Arabische hengst uit de boeken van Karl May. In de avonturen, die zich afspeelden in de Oriënt, bereed de held Kara Ben Nemsi een zwarte hengst: Rih.
Als Kara Ben Nemsi weer eens in het nauw werd gedreven en snel moest vluchten, boog hij zich voorover, legde zijn hand tussen de oren van de hengst en fluisterde hem het toverwoordje Rih toe. De zwarte hengst vloog er dan vandoor, sneller dan de wind en onoverwinnelijk.
In de crisistijd was het hard werken en weinig verdienen
Toch werd de vraag naar RIH fietsen steeds groter én de werkplaats te klein.
De broers verhuisden naar de Westerstraat 150, waar nog steeds RIH racefietsen gemaakt worden.
Een argeloze fietser die op een ander merk een lekke band krijgt wordt de winkel uitgestuurd.

[1924]
De eerste wielerkampioen van Nederland
In de crisisjaren van 1930 ging de wielersport door. Arie van Vliet won op de Olympische spelen van 1936 zowel goud op de 1000 meter als zilver op de sprint. Sprinter Jan Derksen reed drie wereldtitels bij elkaar op RIH fietsen.
Na de oorlog, in 1946 pakte de Haarlemmer Gé Peters de wereldtitel bij de profs. De "blonde reus" Gerrit Schulte versloeg de Italiaan Fausto Coppi op het onderdeel achtervolging profs.
Tussen 1989 en 1996 werden 10 Wereldtitels op RIH fietsen behaald, waarvan de eerste Wereldtitel van Leontien van Moorsel op de dames achtervolging in 1990 en vanaf 1991 de 5 titels van Ingrid Haringa op de sprint en op de puntenkoers.

In de loop der jaren werd de huidige eigenaar Wim van der Kaaij in de Bustraan familie opgenomen. Hij nam in december 1972 de zaak van de Bustraans over.
Tot grote spijt van de fietsfanaten werd de merknaam opgekocht door de Cové fietsenfabriek uit Venlo.
Toch worden op de Westerstraat nog steeds frames voor racefietsen en randonneurs met de hand gebouwd.
RIH is daarmee één van de laatste eigenbouwers in Nederland.


naar boven



> Jordaan index

Aanvullingen en verbeteringen graag hier

Bronnen
o.a.
Minne Dijkstra, Jordaanlezingen /
Bureau Monumenten en Archeologie /
Stadsarchief Amsterdam /
Ons Amsterdam /