
Ambachten
Binnen
de deftige grachtengordel mochten geen ambachten uitgeoefend worden
De
Jordaan is door de daarheen verdreven bedrijven een ongezonde omgeving
geworden.
Langs de straten liepen diepe goten, open riolen.
Na het afschaffen van de
gilden werd er gewoon op straat geslacht.
Uitwerpselen, slachtafval en vervuild water van alle mogelijke ambachten,
alles bleef bij droogte liggen en stroomde als het regende naar de grachten.
Het koelwater van de stoommachines van de suikerfabrieken warmde het
grachtenwater op en de rotte eierenstank die daar uit opsteeg tastte
zelfs het schilderwerk van de huizen aan. Daar kwamen dan nog de vette
rookwolken bij die de schoorstenen van de talrijke industrieën
uitbraakten.
In dit dichtgebouwde stadsdeel is brandgevaar niet denkbeeldig
Het bouwen van houten huizen was weliswaar verboden, maar over de talrijke
houten werkplaatsen en opslagplaatsen werd niets gezegd. Ook als de
fabriekjes niet in brand stonden kwamen
zware stinkende rookwolken uit de schoorstenen. De kopergieterijen,
de 'geelgieters'
en de smederijen waren wat dat betreft berucht. Die kwamen, behalve
met omwonenden, ook met de andere ambachtslieden in conflict.

De Legaturenmakers
Die weefden een soort stof die op brokaat of goudlaken lijkt. Die fijne
zijde stoffen met gouddraad en linnen werden voor rijke wandbekleding
en stoffen voor pronkkleding gebruikt. Later werd dit weefsel gebruikt
voor goedkopere bedbehangsels en stoelovertrekken. Het was duidelijk
dat ze de smerige roetdeeltjes uit de fabrieksschoorstenen niet konden
verdragen.
De Bloemgracht is aangewezen voor Blau- en
Couleurverwers.
Aan de Bloemgracht is heden ten dage nog een verfmengerij in bedrijf,
dit tot grote bezorgdheid van omwonenden. Rond de Raamstraat en Bloemstraat
zaten de wevers en ververs, die hun geverfde wollen lappen op een raamwerk
spanden en buiten de stadsmuur te drogen legden.
Eén poort in de stadsmuur was voor de ververs beschikbaar, waar
de Raampoort nu nog zijn naam aan dankt.
De leerlooiers vestigden zich rond de Elands- en Looiersgracht
De pottenbakkers rond de Anjeliersgracht (nu Westerstraat) en Tichelstraat.
De suikerwerkers komen later er bij.
Behalve de suikerfabrieken waren er de textielweverijen, de schoen-
en hoedenmakers, de zeep- en verffabriekjes.
Suikerraffinaderij aan de Lauriergracht
1663
De suikerproductie
in de Jordaan
In
deze stad zijn veel suykerbakkerijen, wel meer als 50. 't Zijn grote
huysen daar al te met wel voor 2 tonne goudts aan suyker in één
suykerbakkerij is, hier zijn ketels of groote diepe pannen daar de suyker
ingedaan en met wit water, dat op kalk heeft ghestaan, gekookt worden
en zijn tijdt genoden hebbende, doet men de suyker in potten, die duyzenden
in werkhuyzen zijn; ja een suykerbakker heeft wel voor vijfigh od tsestigh
duysend guldens alleen aan ptten van doen, zoo groote als kleyne: in
deze potten staat het van onder tot boven op alle solders zoo vol, dat
er maar een deurgank is om een mens door te laten gaan, en dese huysen
zijn gemeenlijk vijf en zes verdiepingen hoogh
De
grote suikerfabrieken zoals aan wat vroeger de Schans was en nu Marnixstraat
de Suikerraffinaderij De Bruyn & Zn., die later Amstel-suikerraffinaderij
heette.
De kleinere her en der in de Jordaan.
[Fokkens 1672 in: De suikerhandel van Amsterdam 1908]
Suikerverwerkende
fabrieken zoals Klene en Petrovitch en vele kleine snoep-
en dropfabriekjes vestigen zich in de Jordaan. Johnny Kraaikamp en Willy
Alberti hebben er gewerkt.

Suikerverwerkende industrie aan de Looiersgracht

Brand bij de suikerraffinaderij Beuker en Hulshof
De suikerfabricage ging wel eens mis,
zoals hier aan de Lauriergracht 86 op de hoek van de Tweede Laurierdwarsstraat,
bij de brand in de Suikerraffinaderij Beuker en Hulshof
De stoombrandspuiten, een nieuwe uitvinding van Van Der Heijden,
braakten minstens evenveel rook uit als de brand zelf maar de brand
werd eigenlijk geblust door het neervallende puin.
De fabriek werd niet herbouwd en 400 arbeiders waren werkloos geworden.
(7 januari 1880)
Pakhuis
De Pelikaan en Suikerraffinaderij de Berg Etna
In 't wester deel der stad,
dichtbij de grijze wallen.
In het platte Amsterdams wel eens genoemd Jordaan.
Verrijst er een fabriek, de grootste van hen allen,
Waar voor de gevel prijkt een steenen Pelikaan
[lofdicht op Hendrik Harmsen Klijn, suikerraffinadeur
door G.J.Boissevain]
Oorspronkelijk is dit pakhuis deel van een Suikerraffinaderij
'De Berg Etna', tot 1881 gesitueerd op het achterterrein van
Lauriergracht nr.107, dat nu een siertuin is.
De Pelikaan is aan de kant van de Lauriergracht één perceel
breed. Er was een toegang naar het woonhuis op nr.111. In het achterdeel
was de raffinaderij met suikerbrood- en kandijstoven en een hoge fabrieksschoorsteen.
Op de bovenverdiepingen werd suikerriet verwerkt. Via de Kaatsballengang
kon je naar de Elandsstraat.
'De drie Suykerbroden'
Suikerfabriek
aan de Lauriergracht nr.125, was van van suikerbakker
J. Reisig. Die schreef een uitgebreid boek over de
voorwaarden voor een suikerfabriek. Het water moest makkelijk uit de
gracht gehaald kunnen worden. Rondom de fabriek moest voldoende frisse
lucht naar binnen kunnen komen voor de afkoeling van de potten met suiker.
Hoge schoorstenen waren nodig om geen roet in het product te laten neerslaan.
Via de gracht moesten de suikerbroden gemakkelijk verzonden kunnen worden.

Van Suikerfabriek via Melkfabriek tot poppodium
De Melkweg
1916
Van suikerfabriek tot
poptempel
Suikerraffinaderij 'De Granaatappel' op
de Lijnbaansgracht. De twee delen van de fabriek waren verbonden met
een loopbrug over het water van de gracht.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog lukte het niet om voldoende grondstoffen
aan te voeren en moest de fabriek sluiten.
Na de suiker kwam de melkfabriek 'OVV De Eendracht'. Die sloot
in 1969 omdat het toch wel een onhandige plek voor een fabriek, zo vlak
achter de schouwburg, was.
1983 De Melkweg
De plek waar het rammelen van de melkflessen klonk, is nu overgenomen
door de drumstellen van de internationale popscene. Een ruimte vol grensverleggende
multi media en 'crossing borders'
>
lees meer over
suikerraffinaderijen
1575
Likeurstokerijen hebben veel suiker nodig
De familie Bols begon in dat jaar een distilleerderij 'Het Lootsje',
de oudste distilleerderij in de wereld.
Al snel was het lootsje te klein en Lucas Bols zag kan er in de Gouden
Eeuw een prachtige onderneming van te maken. Dat kwam vooral omdat de
VOC, waarvan Lucas aandeelhouder was de meest interessante kruiden voor
alle mogelijke likeuren importeerde.
In 1664 begon Bols met jenever een borrel die sindsdien overal gedronken
werd.
In 1816 toen de laatste mannelijke Bols stierf, liet die een erfenis
van 250 handgeschreven geheime recepten na voor de Erven Lucas Bols.
De onderneming werd aan de familie Moltzer verkocht die Bols wereldwijd
bekend maakte.
De productie kon niet meer op de Rozengracht blijven en verhuisde in
1969 naar Nieuw Vennep.
Zoals dat meestal gaat kwam Lucas Bols in buitenlandse handen en werd
overgenomen door Rémy Cointreau, inclusief een rij merken zoals
Bokma, Hartevelt, Coebergh, Pisang Ambon, Hoppe and Henkes. In 2006
kwam Bols weer in Nederlandse handen en keerde het merk weer in Amsterdam
terug.

De
Lucas Bols fabriek voor en na de demping van de Rozengracht 1889

Een
opmerkelijk ambacht in deze industrie was dat van de 'kruikenruiker'.
De geleegde jeneverkruiken werden soms gebruikt om petroleum en dergelijke
te bewaren.
Het was de taak van de kruikenruikers om vast te stellen of er weer
drank in kon. Men beweerde dat ze zelfs konden ruiken of er een dode
vlieg in de kruik gezeten had. Ze moesten ongeveer 2000 kruiken per
dag beoordelen.
Waar
de meisjes werkten
De meisjes die niet in een 'dienstje' bij een
mevrouw werkten waren koffiepiksters bij de koffieverlezerij van Jonker
in de Haarlemmer Houttuinen.
De Waspitten
waren de meisjes die op de Kaarsenfabriek aan de Boerenwetering werkten.
Dan waren er nog meiden die op de Zakkiesplakkerij
aan de Looiersgracht werkten.
Voor de Jordaanse jongens waren het allemaal 'lekkere mokkels'

De koffiepiksters
Kuiperijen

[1755-1923]
Kuiperij Kiesouw Bloemgracht
187
Tonnen
waren nodig voor het bewaren en vervoeren van bier, wijn en drinkwater
ten behoeve van de scheepvaart.
Maar ook de visserij moest de gevangen vis tussen lagen zout opslaan
tot men weer een haven aandeed. Daarom zijn er in de buurt van scheepswerven
in de zestiende en zeventiende eeuw altijd kuiperijen te vinden. De
nieuwe kuipen werden in de gracht gegooid om daar de duigen goed bij
elkaar te voegen.
Koopman
in granen en meel
Als er een schuit met zakken meel in de Prinsengracht
lag werd een grote ploeg sjouwers gehuurd om de lading naar het pakhuis
van Osieck, Elandstraat 2-4 te dragen.
Daar klommen de sjouwers een wankele ladder op. De fabriek van Carels
Broodfabriek was op de Lauriergracht gevestigd en betrok waarschijnlijk
het meel uit de Elandsstraat.
Rechts van de Elandstraat het volksbierhuis en logement Pameijer.
Links de koloniale en grutterswarenhandel Loos

Lading
meel Prinsengracht, hoek Elandsstraat
In
de Jordaan woonden de drukkers
De
drukkers werkten in één van de 38 Amsterdamse drukkerijen.
In de Franse tijd moest iedere proefdruk eerst aan de autoriteiten voorgelegd
worden om te kijken of er niets instond dat de regenten onwelgevallig
was.
Als de drukkers daar tegen protesteren gaan veel drukkerij failliet
en raken de drukkers hun werk kwijt.
Machinale snelpers met handinleg / Houten drukpers
in gebruik bij Blaeu

[1637]
Cartografische drukkerij
Joan Blaeu, zoon van de beroemde cartograaf
Willem Janszoon Blaeu (1571-1638).
Deze laatste was net zo'n alleskunner als Mercator.
Aan het eind van de 16de eeuw vestigde hij zich in Amsterdam als graveur
en drukker. Hij bracht belangrijke verbeteringen aan in de drukpers,
waardoor deze sneller werkte. Hij maakte aard- en zeeglobes en mathematische
instrumenten en verrichtte landmetingen. Het meest bekend werd hij door
de atlassen en kaartboeken die hij uitgaf.
In 1637 opende hij een grote drukkerij aan de Bloemgracht in Amsterdam,
die wereldberoemd werd.
In 1672, een jaar voor de dood van Joan Blaeu, ging de drukkerij in
vlammen op, waardoor een groot deel van de voorraad verloren ging. In
1696 werd het bedrijf opgeheven.

Bloemgracht
134
[1851]
Lettergieterij Amsterdam, voorheen N. Tetterode
De lettergieterij begon in 1851 in Rotterdam en verhuisde enige jaren
later naar de Bloemgracht.
Sinds de 17e eeuw heet de Bloemgracht de lettergietersgracht.
Straathandel
Binnen de stadsuitbreiding van 1612 ontstonden een aantal nieuwe marktpleinen.
Nieuwmarkt, Herenmarkt, Noordermarkt en Westermarkt.
Deze markten konden de druk op de Dam als marktplein verlichten

Links:
Groentehandel op de Lindengracht / rechts: vishandel op de Elandsgracht
[1612]
de Nieuwe Haarlemmerpoort wordt gebouwd
De oude Haarlemmerpoort stond aan de Herenmarkt, daar werd vanaf 1612
een varkensmarkt gehouden. De markt werd ook bekend door het Soeploodsoproer.
Aan de kant van de Haarlemmerstraat werd in 1617 een vleeshal gebouwd
met er boven een wachthuis voor soldaten. Zeven jaar later kwam de West-Indische
Compagnie in het gebouw. Vanaf 1622 werd er op de Herenmarkt
een biermarkt gehouden.
Voor de nieuwe Haarlemmerpoort, ongeveer op de plek van de huidige
(vijfde) Haarlemmerpoort, lag binnen de omwalling een groot plein dat
werd gebruikt om de wagens en rijtuigen te stallen, het zogenaamde Wagenplein.
Vanaf dit plein vertrokken ook de diligences naar o.a. Haarlem.
Groenmarkt aan de Prinsengracht bij de Lauriergracht
In
de buurt van de Lauriergracht
De groenmarkt was in drie stukken opgedeeld. 1.op de Prinsengracht,
2. het Oude Kerksplein, 3. Nieuwe Herengracht.
Aan de Prinsengracht tussen de Looiersgracht en de Elandsgracht werden
kool, wortels en rapen aangevoerd.
Van
de Elandsgracht tot de Lauriergracht is de zogenoemde Meermarkt.
De plekken worden aan de wal met merkstenen aangegeven en daar moet
marktgeld voor afgedragen worden.
Deze plekken corresponderen met de lengte van de schepen die de producten
naar de stad brengen.
Aan de oostzijde van de Prinsengracht tussen de Reestraat en de Berenstraat
komen eveneens de groenteschuiten te liggen.
Tussen de Berenstraat en de Runstraat is in het seizoen een speciale
aspergemarkt.
Van de Reebrug tot de Rozenstraat komen de schepen met groente uit Leiden
en Leiderdorp en andere vaartuigen die Stoppel- en staartrapen aanvoeren.
Van de Rozenstraat tot de Rozengracht tot komen de schepen uit de Veenen
en Langeraar te liggen.
De aardappel en knollenschepen en ook die voor bonen en augurkjes zijn
geplaatst van de Rozengracht tot de brug bij de Prinsenstraat en zo
nodig verder naar het noorden. Als er tussen 1 oktober en 1 juli drukke
markt is ook zuidwaarts.
Schrijfvrouwen
zorgen ervoor dat er voor iedere schuit vier stuivers betaald wordt.
De marktmeester stuurt grote schepen naar de Brouwersgracht of de Binnen
Amstel.
Ieder product een eigen handel

Juffrouw Keizer, grutterswaren De Mercuur in de eerste Looiersdwarsstraat
/ Snoepwinkel in de Tuinstraat
De
visvrouwen uit
de Egelantiersdwarsstraat hadden panharing en 'Bokkes' De schol en aal
werd meteen van de vissersboot verkocht. Jongens gingen 'bothobbelen',
wijdbeens het bootje heen en weer hobbelen om de vis vers en levendig
te houden. Niemand wilde een 'dooievissiesvreter' zijn.
De grutter
verkocht bonen, erwten, meel en rijst, koffie en thee en daarmee uit.
De melkboer had
uitsluitend melk
De komenijsbaas
voor boter en vleeswaren, maar geen wijnen en bier en lucifers zoals
nu.
De ossenslager of vleeschhouwer
hieuw alleen kalfs- en ossenvlees en soms rolpens.
De spekslager Rink
uit de Nieuwe Leliestraat was er voor varkensvlees en worst.
De paardenslager Stinck
verkocht 'hortsik', paardenbiefstuk.
Hij was het ook die in zijn stallen een speciaal toestel had om paarden
mee uit de gracht te takelen.
Brooddepot van de broodfabriek
Ceres. Bij ieder brood zat een kaartje en honderd kaartjes
gaven recht op een paaschbrood.
Roggebrood van
Hermans
op de Bloemgracht en krentenbrood werd op zaterdag gekocht bij Simons
in de Leliestraat
Broodfabriek van
Carels
op de Lauriergracht bracht het brood door de hele stad.
De glaswerkventer verkocht 'lampeglaze'
voor de vele petroleumlampen en 'bierglaze'.
Wel handig want er was veel ruzie waarbij met glaswerk gesmeten werd.
Klompenhandel op de Elandsgracht / Vleeschhouwer
1e Leliedwarsstraat

Ezelinnenmelk te koop in de Passeerdersdwarsstraat
[1823]
Ezelinnenmelkerij
In het begin van de 18e eeuw waren er speciale melkezelinnenbedrijven
waar heren een glaasje ezelinnenmelk gingen drinken en waar deftige
dames een ezelin kwamen uitzoeken, die naar hun huis geleid moest worden
om voor de deur te worden gemolken.
In Amsterdam beëindigde de laatste melkezelinnenhouder zijn nering
in het jaar 1904. Deze firma, de Gebroeders Roding, had bestaan
sinds 1823. Volgens de advertenties kon men daar ook 'Melkgevende en
Rij-Ezelinnen' huren. Behalve Roding waren er in de 19e eeuw nog enkele
andere bedrijven met melkezelinnen in Amsterdam gevestigd.
De
markten
De groenteschepen aan de Groenmarktkade bij
de De Clerqstraat
[1930]
de Appeltjesmarkt
Bij de Groenmarkt,
zoals de naam oorspronkelijk was, leverden de tuinders hun waren voor
Amsterdam af. In 1934 kwamen de Centrale Markthallen.
Veel cafés op de Elandsgracht zorgden voor de dorstige schippers.
De Appeltjesmarkt, kreeg zijn naam omdat er na de markt talloze rotte
appels in de gracht dreven.
De markt speelde tijdens het Aardappeloproer een rol. Er werd geplunderd
en de politie voerde een charge uit.
>
lees meer over de
geschiedenis van de Groenmarkt

Biomarkt: lamsvlees naast lamsvachten
De
Biologische Boerenmarkt
Een kleinschalige markt aan de voet van de
Noorderkerk. Het spreekt vanzelf dat je er terecht kunt voor alle EKO
artikelen. De biologische groentestallen en de biologische broodbakkers
zijn ruim aanwezig. Kaas, vooral verse schapen- en geitenkaasjes, is
op verschillende plekken te koop.
Dat het niet helemaal vegetarisch hoeft blijkt uit de aanwezigheid van
twee slagers, waarvan Arno gespecialiseerd is in lamsvlees. Hij
verkoopt ook de schapenvachten. Sinds kort is er een stal met verse
vis.
Bijzondere stallen: de pannenkoekenbakster, en de paddenstoelenstal.
Natuurlijk zijn er veel plantjes in potjes voor in de tuin te vinden.
Maar er is meer. Hoeden en petten en dameskorsetten, spulletjes en speelgoedjes.
Als een herinnering aan de vogelmarkt staat er af en toe nog een stal
met duiven en wat fluitertjes.
De markt trekt bijzondere straatmuzikanten aan zoals harpisten, fluitisten
en meisjes met viooltjes. Soms hele koren en muziekgezelschappen.
Midden op de markt schommelen en glijden de kinderen op hun speelpleintje.
Rondom zijn de terrassen voor koffie en warme appeltaart.
Regelmatig zijn er op zaterdag de befaamde Noorderkerkconcerten.
De markt is er op zaterdag van 9:00 tot 17:00 uur.

[1616]
De Noordermarkt
Het plein werd bij de aanleg als Prinsenmarkt
genoemd naar de markt die er oorspronkelijk langs de Prinsengracht gehouden
werd. Toen de Noorderkerk gebouwd was kreeg het plein in de volksmond
de naam Noordermarkt
Tot 1655 werd het plein grotendeels ingenomen door de bij de kerk behorende
begraafplaats. Op de Noordermarkt lag vanaf 1620, tussen drie muren
een kerkhof. Ruim 40 jaar later zou deze verhuizen naar een van de bolwerken.
Tussen de kerkhofmuur en de Prinsengracht werd de Prinsenmarkt
gehouden. De markt werd bij keur van
1627 verheven tot de rang van lappen - of voddenmarkt. Druk was het
hier vooral ´s maandags als de vrouwen gingen "lapjes
keeren", d.w.z. op de kraampjes katoenen coupons uitzochten.
Een heel aparte markt was de duivenmarkt
Langs
de waterkant werd allerlei aardewerk als potten, schotels etc. verkocht.
Ook de aardappelmarkt werd hier gehouden, daar dit de plaats
was waar de aardappelen door de boeren per schuit werden aangevoerd
en uit de schuiten in de pakhuizen werden gedragen.
Lindengracht
De
Lindengrachtmarkt
Een meer uitgebreide markt voor groenten, fruit, vis, kleding en van
alles en nog wat.
Niks biologisch, gewoon zoals alles al jarenlang in de Jordaan te koop
was, hoewel de gegrilde kippen en de versgebrande nootjes indertijd
nog niet op de markt waren, net zo min als vliegtuigkoffers en snelkookpannen.
De markt begint bij de Brouwersgracht waar het
beeld van Theo Thijssen
staat.
De marktkooplieden gebruiken dit beeld soms om hun dekzeilen aan vast
te maken. In ieder geval is het een tamelijke nauwe doorgang daar bij
de viskramen.
De markt loopt door tot de Lijnbaansgracht en wordt ook op zaterdag
van 9:00 - 17:00 uur gehouden.

Westerstraat
De
Westerstraatmarkt
Het is een wekelijkse markt met ruim 150 kramen die op maandag gehouden
wordt
In de volksmond wordt deze markt vaak Westermarkt genoemd.
De specialiteit van deze markt is de verkoop van en lapjes en wordt
daarom ook wel lapjesmarkt
genoemd.
De naam van de markt moet niet verward worden met het plein bij de Westerkerk
met dezelfde naam, waar echter geen markt meer gehouden wordt.
De markt wordt gehouden op maandag van 9:00 - 13:00 uur.
In het verlengde van de Westerstraat markt is er ook een rommelmarkt
op de Noordermarkt.
[1614]
Westermarkt is geen markt
De Vroedschap een tussen de Keizers- en Prinsengracht
gelegen erf tot plein in te richten dat aanvankelijk Keizersmarkt
genaamd was. In 1620 werd hier de Westerkerk gebouwd, de naam veranderde
toen van Keizersmarkt in Westermarkt. Een jaar daarvoor was er voor
de schutterij een stenen wachthuis gebouwd, de Westerhal, waarin
op de begane grond een vleeshal werd ondergebracht. Aan de zij -en achtergevels
van het wachthuis waren luifels aangebracht, waaronder op vrijdag de
vlas- en garenmarkt werd gehouden. Verder weren er oude en nieuwe kleren
verkocht.
Tramlijn
20 de Noordermarktlijn
Over de Westerstraat heeft vroeger een tram gereden. Het was de enige
die de Jordaan aandeed en had een eindpunt op de Noordermarkt. Het andere
eindpunt was op het Cornelis Troostplein.
Deze lijn 20 werd in de crisistijd opgeheven. Later reed lijn 20 nog
wel door Amsterdam als een ringlijn voor toeristen, maar het was voortdurend
onduidelijk welke route er gevolgd werd.
[1614]
Nieuwmarkt
De Nieuwmarkt is ontstaan door demping en overwelving
van de Kloveniersburgwal tot aan de Barnsteeg. Het poortgebouw werd
in 1617 ingericht tot waag, de St. Antoniswaag.
De markt noemde men de St. Antonismarkt.
Een nieuw waaggebouw was hard nodig omdat de Waag op de Dam overbelast
was.
In de Nieuwe Waag werden alle koopmansgoederen gewogen die bij
gewicht verkocht werden.
Omdat er veel scheepswerven op de Lastage waren werden veel ankers en
geschut gewogen.
Om de ankers te keuren was buiten op het plein een eiken mast opgericht
waaraan de ankers werden opgetrokken. Vervolgens werden de ankers met
een klap neergelaten op een zwaar stuk ijzer dat aan een blok in de
grond was bevestigd.
Op maandag werd op de Nieuwmarkt meel, gezouten
vis, bokking, Friese kopboter, kaas en eieren verkocht. Van de Barrevoetssteeg
tot de Koestraat mochten de hoveniers met kruiden staan. Daarnaast
waren er verscheidene linnen -en kantkramen, oude klerenverkopers, een
hoender -en duivenmarkt.
Aan de noordkant van het plein stonden degene die zoute vis en kaas
per pond mochten verkopen, op de Dam mochten alleen hele kazen verkocht
worden.
De markt werd druk bezocht door zeelieden en door boeren uit Noord-Holland
die er boter, kaas en eieren verkochten. Bij de Barnsteeg stonden
de Noordwijker tuinlieden met hun vruchten en ook met hun geneeskrachtige
Noordwijkse kruiden.
Speciale
straatberoepen en ambulante handel

Kiki de Kargadoor
Hoge bruggen waren een inkomstenbron voor de
kar-ga-door.
Mannen die de zware handkarren met een touw en haak over de brug trokken.
Hun gereedschap was een lang touw met een haak er aan. Meestal hadden
de bruggentrekkers nog een lap leer over hun schouder tegen het schuren
van het ouw.
Overigens was de kargadoor op zijn beurt weer een inkomstenbron voor
de kastelein van slijterij
de Grote Slok op de hoek.
Eén van de bruggen over de Prinsengracht was het werkterrein
van Kiki de Kargadoor.
Hij verliet zijn vaste stek als hij zes of zeven cent bij elkaar had.
Kiki verdween, zijn brug niet uit het oog verliezend, om zijn centen
om te zetten in drank.
Het was een klein mannetje met kromme beentjes, dat prachtig kon vloeken.
Kinderen beschouwden hem om zijn taalgebruik altijd als een goede leermeester.
Kiki is in 1865 geboren en had een onderkomen in de Boomstraat.
Hij is in het Gemeentelijk Verzorgingshuis aan de Roeterstraat in 1940
overleden.

Huldiging van Dirk de Waterduiker
op de Elandsgracht
Dirk de Waterduiker was kargadoor
De bruggentrekkers
waren ook mensenredders. Zo kreeg Dirk Rietveld een koninklijke
medaille omdat hij zeventig mensen uit de gracht gered had.
Omdat hij altijd bij de gracht
werkte hoorde hij vaak: 'D'r is er weer één in de plomp
gevallen!'
Dirk hoefde zich dan nooit lang te bedenken en dook achter de drenkeling
aan.
Door dit heldhaftig optreden was Dirk al gedurende zijn leven een legende
geworden.
Het verhaal doet de ronde, dat toen hij allang niet meer werkte en er
iemand in de majem was gevallen, hij zich in een wagen naar de plaats
des onheils spoedde, terwijl hij zich al in de auto ontkleedde.
Op zijn 82e verjaardag in 1940 overleed hij.

De porder op pad
Een speciaal beroep was dat van de porder
Die kon besteld worden bij de water en vuurhandel om 's morgens mensen
te manen naar hun werk te gaan.Hij klopte net zolang op de deur tot
men reageerde.
De scharensliep
kwam langs
Handel en ambachten op straat
In
vele gevallen had de scharensliep een zelfgebouwde aandrijving voor
de slijpsteen.
Waarom hij scharensliep genoemd werd is niet duidelijk want hij sleep
ook messen.

De haringkar op de Lindengracht

Garnalenpelster in de Palmstraat

De ijskar op de Elandsgracht

De hondenmeppers met de
kar
verlaten het voormalig Luthers Weeshuis op de Lauriergracht
naar boven
Vroom
& Dreesmann

Een van de eerste vestigingen van Vroom &
Dreesmann
op de hoek
van de Tweede Laurierdwarsstraat en de Rozenstraat.
Aan het einde van de 19e eeuw waren er twee succesvolle zakenlieden
in Amsterdam actief: Willem Vroom en Anton Dreesmann.
Beiden hadden manufacturenzaken. Ze besloten samen te gaan werken.
De heren opende hun eerste winkel in de Weesperstraat en daarna over
de hele stad en zo ook in de Jordaan.
Dreesmann gebruikte in zijn winkel een voor die tijd ongebruikelijke
strategie: lage en vaste prijzen tegen contante betaling. In die tijd
was het namelijk gebruikelijk dat men altijd korting kreeg.
V&D groeide en de beide heren woonden al snel met hun families in
panden aan de Amsterdamse grachten.
Fietsenfabriek
RIH

Joop
en
Willem Bustraan
waren in 1915 wielrenners die vonden dat de fietsen, waarmee ze hun sport
bedreven, wel beter konden.
Omdat ze bankwerkers en pijpfitters waren begonnen ze op zolder hun eigen
fietsen in elkaar te zetten.
De geometrie van het stalen frame hadden ze zo ontwikkeld, dat er een
heel goede 'loop' in de fiets ontstond, strak en wendbaar.
Die kwaliteit was zo goed, dat andere coureurs ook "Bustraan"
fietsen bij hen bestelden.
Toen
in de 1e Boomdwarsstraat
een werkplaatsje vrij kwam, besloten de broers "voor hun eigen"
te gaan beginnen en op 21 maart 1921 was de opening van
Gebr. Bustraan RIH SPORT Rijwielen.

RIH
betekende niet Rijwiel Industrie Holland, maar was de naam van de Arabische
hengst uit de boeken van Karl May.
In de avonturen, die zich afspeelden in de Oriënt, bereed de held
Kara Ben Nemsi een zwarte hengst: Rih.
Als Kara Ben Nemsi weer eens in het nauw werd gedreven en snel moest
vluchten, boog hij zich voorover, legde zijn hand tussen de oren van
de hengst en fluisterde hem het toverwoordje Rih toe. De zwarte hengst
vloog er dan vandoor, sneller dan de wind en onoverwinnelijk.
In
de crisistijd was het hard werken en weinig verdienen
Toch werd de vraag naar RIH fietsen steeds groter én de werkplaats
te klein.
De broers verhuisden naar de Westerstraat 150,
waar nog steeds RIH racefietsen gemaakt worden.
Een argeloze fietser die op een ander merk een lekke band krijgt wordt
de winkel uitgestuurd.
[1924]
de eerste wielerkampioen
van Nederland
In de crisisjaren van 1930 ging de wielersport
door. Arie van Vliet won op de Olympische spelen van 1936 zowel
goud op de 1000 meter als zilver op de sprint. Sprinter Jan Derksen
reed drie wereldtitels bij elkaar op RIH fietsen.
Na de oorlog, in 1946 pakte de Haarlemmer Gé Peters de
wereldtitel bij de profs. De "blonde reus" Gerrit Schulte
versloeg de Italiaan Fausto Coppi op het onderdeel achtervolging
profs.
Tussen 1989 en 1996 werden 10 Wereldtitels op RIH fietsen behaald, waarvan
de eerste Wereldtitel van Leontien van Moorsel op de dames achtervolging
in 1990 en vanaf 1991 de 5 titels van Ingrid Haringa op de sprint
en op de puntenkoers.
In
de loop der jaren werd de huidige eigenaar Wim van der Kaaij
in de Bustraan familie opgenomen. Hij nam in december 1972 de zaak van
de Bustraans over.
Tot grote spijt van de fietsfanaten werd de merknaam opgekocht door
de Cové fietsenfabriek uit Venlo.
Toch worden op de Westerstraat nog steeds frames voor racefietsen en
randonneurs met de hand gebouwd.
RIH is daarmee één van de laatste eigenbouwers in Nederland.
naar
boven
|