de Jordaan tussen taal en beeld
> Jordaan index


1535
Wederdopersoproer



Wederdopers verbranden hun kleren
Tijdens een bijeenkomst van de Wederdopers op 11 februari 1535 trekt één van de gelovigen tijdens het gebed zijn kleren demonstratief uit en gooit die op een vuur.
Onder het roepen van "Wee, de wrake Gods" stormt de hele groep naakt de straat op.
Dat was volgens hen een eerlijke naaktheid
. Ze beschouwden alle bezittingen, zelfs kleding, als aards slijk.


Stadhuis van Amsterdam / P.J.Saenredam

Op 10 mei 1535 bezet een groep Wederdopers onder leiding van Jan van Geel het stadhuis van Amsterdam, met de burgemeester en al. Ze dachten dat de burgerij hen zou steunen, maar dat gebeurde niet.

Ondanks alle sympathie voor hun doelstellingen hadden de burgers ook van alles gehoord over de aanhangers van het nieuwe geloof in de stad Munster. De wederdopers kregen daar een meerderheid in de gemeenteraad. Jan van Leiden, voormalig kleermaker Jan Beukelszoon, was hun leider. Hij noemde zichzelf koning van het Koninkrijk Sion en hield er een uitgebreide hofhouding op na. Hij liet alle boeken, op de Bijbel na, verbranden. Geld werd afgeschaft en polygamie en gemeenschap van goederen werden ingevoerd. Op overtreding van de tien geboden stond de doodstraf.
Er waren roddels over Jan van Leiden verspreid. Hij zou er 17 vrouwen op na houden en er eentje, toen die hem wilde verlaten, eigenhandig het hoofd afgehakt hebben.
Jan van Leiden, stond bekend als een man die door 'syne bedriechlicke scherpsinnicheydt ende cloeckheydt' de mensen om de tuin kon leiden. Vooral zijn 'looze vercierselen' zullen aanleiding gegeven hebben tot de zegswijze 'zich er met een Jantje van Leyen van afmaken'.
in de I7de eeuw luidde de uitdrukking het afleggen met Jan van Leiden, wat een belediging was voor verkopers van loze beloften.

Hij kwam akelig aan zijn einde nadat hij door soldaten van de bisschop en de landgraaf gevangen genomen was. Hij werd samen met medestanders doodgemarteld en in een ijzeren kooi aan de toren van de Lambertikerk opgehangen. Daar hingen ze vijftig jaar lang te verrotten. De kooien zijn daar nog steeds te zien.

In Amsterdam werden de bezetters van het stadhuis hard aangepakt.
Daarbij zijn op de dag van het oproer 19 burgers en 18 Wederdopers omgekomen. Vele andere aanhangers werden gearresteerd en publiekelijk vernederd en omgebracht.
Op de Dam werd hun hart levendig uit het lichaam gesneden en in hun aangezicht geworpen, de lichamen werden gevierendeeld en bij elke stadspoort werd een deel opgehangen.
De afgehakte hoofden van de Wederdopers werd op staken bij de stadspoorten geplaatst als afschrikwekkend middel.

In de 16de eeuw scheidden de Wederdopers zich af van de officiële Kerk.
Ze kwamen in opstand tegen een overheid die de katholieke kerk steunde en iedereen die het niet met de Paus eens was dwarsboomde. De wederdopers
streefden naar een Godsrijk op aarde, waar alle bezittingen gedeeld werden, met de Bijbel en de Tien Geboden, als uitgangspunt.
De wederdopers lieten zich opnieuw dopen wanneer zij de leeftijd bereikt hadden om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden .
In Amsterdam was veel armoede en werkloosheid. De ideologie van de wederdopers valt in daarom goed bij arme boeren en de kleine burgerij. De wederdopers vormden een bedreiging voor zowel de kerk als het stadsbestuur.
Daarom werden zij hard aangepakt.

Wederdopen heet in de geschiedenis Anabaptisme.
De aanhangers werden ook mennonieten genoemd naar de hervormer Menno Simons.
De kerkelijke stroming dateert uit de tijd van de Reformatie en volgens anabaptistische geschiedschrijvers al ver daar voor.

Bekende wederdopers of doopsgezinden zijn de socialist Klaas Ris, en de schrijver Eduard Douwes Dekker

naar boven


Aanvullingen en verbeteringen graag hier


terug naar meer oproer