|
de
Jordaan
tussen
taal en beeld
>
Jordaan index
1748
Het Pachtersoproer

Impostmeesters
De steden waren voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk
van de indirecte belastingen (imposten) op de eerste levensbehoeften
als zout, boter, zeep en turf en geliefde genotmiddelen, als jenever,
wijn en bier. De drankaccijnzen leverden de stad vaak niet alleen
veel geld op, in 1556 konden alle stedelijke uitgaven ermee worden
gedekt, maar ook veel toestanden.
Het innen van de belastingen werd verpacht aan impostmeesters",
die zich bij de burgerij gehaat maakten door de vaak hardhandige
wijze waarop zij de belastinggelden inden. Burgers bedachten vaak
de slimste trucs om de accijnzen te ontduiken
Sluyken
De belastingontduikers werden daarbij niet zelden in de weg gezeten
door verklikkers, die tegen hoge beloningen "sluykers"
bij de impostmeesters aangaven.
De
pachters maakten uit hoeveel ieder moest betalen
Ze waren
daarbij vaak zeer onredelijk.
Ze bevoordeelden soms hun vrienden terwijl anderen weer extra
veel belasting moesten betalen. Veel van het geld bleef bij de
pachters hangen. Die hadden dus een zeer winstgevend baantje.
Dat onrechtvaardige systeem moest zich wreken.
Decreet
Op 24 juni 1748 werd van de pui van het stadhuis een publicatie
voorgelezen, waarin de Staten de praktijken veroordeelden waarmee
de pachters der belastingen in korte tijd schatrijk werden. Het
volk was na kennisname hiervan zo opgewonden, dat de schutterij
niet in staat was de massa's in bedwang te houden: tientallen
huizen van belastinginners werden volledig geplunderd.
Onrust
op de Botermarkt
Een dag later was er een rel op de Botermarkt, nu het Rembrandtplein.
Relschoppers mishandelden daar enkele belastingambtenaren. Ze
gooiden met vuil. Een vrouw tilde haar rokken op en toonde haar
achterwerk aan de schutters.
Die schoten vervolgens "dat vrouwmens
in haar blote fondament". Toen de vrouw
aan haar verwondingen overleed, brak de hel los.
Meubels
in de gracht
De rebellerende Amsterdammers dromden naar de huizen van de belastingpachters,
meestal rijke kooplieden die aan de grachten woonden. Tientallen
huizen werden geplunderd. Meubelstukken en kostbaarheden belandden
in het water.
De razernij van de veelal dronken meute duurde 4 dagen. In die
periode plunderden ze ook het huis van belastingontvanger
A.M. van Arssen aan het Singel.
Een
ooggetuigenverslag
In de Jiddische
kronike van Chaim Braatbard
stond geschreven:
Woedende burgers trokken naar de Keizersgracht waar de meeste
belastingpachters in kapitale herenhuizen woonden.
Het ene huis na het andere werd bestormd en geplunderd.
Alles werd kort en klein geslagen. Wie trachtte zichzelf te verrijken
werd met de buit en al in de gracht gegooid en verdronk.
Stedelijke
ambtenaren gaan innen
Op voorstel van Willem lV
werd in de Statenvergadering besloten het pachtsysteem af te schaffen.
De inning van de belastinggelden ging over in handen van stedelijke
ambtenaren, maar dat had een averechts gevolg.
Nu trok het gepeupel naar de huizen van de kruideniers en brood-
en banketbakkers en eiste hun waren op voor de prijzen die het
zelf vaststelde, met het gevolg dat de winkels spoedig waren "uitverkocht".
De schutterij moest de hulp van 300 met bijlen bewapende scheepstimmerlieden
inroepen om de orde te herstellen.
Twee oproerkraaiers opgehangen
Mat v.d. Nieuwendijk,
koopvrouw in schol en bokking, die bij alle plunderingen de leiding
had gegeven en twee anderen, waaronder de tuinier
Pieter van Dordt, werden tot de dood door ophanging
veroordeeld.
De terechtstelling had plaats aan de Waag op de Dam, waar de toeschouwers
opeengepakt stonden.
"Zodra
de drie gevangenen uit het raadhuis kwamen, begonnen de trommelslagers
hun roffels te slaan om al het volk te beletten het schreeuwen
van de vrouw te horen.
Maar zij schreeuwde zeer jammerlijk "wraak, wraak, mijn lieve
burgers, staat mij bij.
Want gij laat mij nu zo schandelijk sterven, terwijl ik toch niet
voor mijzelf gevochten heb.
Ik heb het toch gedaan voor het hele land, tegen de dwingelandij
van de pachters, door wie wij burgers zo gekweld werden en die
ons met geweld geld en goed afnamen voor de belasting."
Maar zij moest toch hangen. meteen zag men de katrol bewegen ...
Toen zij uit het venster werd gehesen hoorden men haar met de
strop om de hals schreeuwen
"Wraak, wraak!":
En zo hing zij uit het venster en spartelde tot zij dood was."
Pieter
van Dordt uit het raam van het stadhuis gehesen
Op dat moment vielen er echter een paar schoten, waardoor er paniek
onder de dicht opeengepakte menigte ontstond, als gevolg waarvan
tientallen onder de voet werden gelopen en dood getrapt. Andere
sprongen in het water, waardoor er 58 mensen verdronken. Op de
Dam zelf lagen honderden gewonden en doden.
De
rellen sloegen over naar Groningen en Friesland
Deze wantoestanden heersten daar ook. De huizen van de gehate
belastingpachters werden systematisch geplunderd.
naar
boven
Aanvullingen
en verbeteringen ontvang ik graag >hier
bijgewerkt 15 08
10
terug
naar meer oproer
|