de Jordaan


> Jordaan index

> recht en orde
> cultuur


tussen taal en beeld Aardappeloproer


[1917]
Het Aardappeloproer

De Nederlander heeft één afgod, dat is de aardappel

In de supermarkt op de Elandsgracht is duidelijk wat volksvoedsel nummer één is. Het vak met de aardappels is goed gevuld met die knollen in alle soorten en maten van Krieltjes tot Eigenheimers, vast afkokend of kruimig, in plastic verpakt.
In de Jordaan waren veel aardappelhandelaren en die supermarkt was ook begonnen als een aardappelkeldertje op de hoek van de Hazenstraat.



Donderdag 28 juni 1917

Wie de Heilige Aardappel aantast, krijgt het volk tegen zich


Dat bleek toen op die dag aan de voet van de Westertoren waar een oproer om aardappelen begon.
Op de voedselbonnen was geen pieper meer te krijgen. De arbeidersvrouwen gingen massaal de straat op om uit te zoeken waar die aardappels bleven. Werden er soms voorraden achtergehouden of gingen die naar het oorlogvoerende buitenland?
Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal. Vanaf het uitbreken van de oorlog waren er tekorten aan voedsel in de oorlogvoerende landen.
Rond 1915 trof de voedselschaarste ook ons land en gingen aardappelen op de bon.
In haar scriptie 'Onvoltooid verleden' verbindt  Anne Petterson de partijpolitieke gevolgen met het activisme van de bevolking op de Amsterdamse straten.




Arbeiders posten voor het Stadhuis


Radicale socialisten mengen zich onder de roerige vrouwen

Ze hadden nog geen bestuurlijke invloed en zetten zich af tegen de houding van de meer gematigde sociaal-democraten.
Ze probeerden met propaganda de arbeiders en de gewapende macht te manipuleren.
Het was niet zo dat het de 'gewone' vrouwen en mannen, agenten en soldaten aan politiek besef ontbrak. Sterker nog, het was voor de radicale socialisten soms moeilijk vat op het volk te krijgen.
Het ging om een politieke strijd tussen twee arbeiderspartijen, de Socialistisch Democratische Partij SDP, radicale socialisten verzameld in het Revolutionair Socialistisch Comité RSC onder leiding van David Wijnkoop aan de ene kant.
De SDP was de voorloper van de Communistische Partij Holland. Wat later de CPN werd.
De meer gematigde Sociaal-democratische Arbeiders Partij SDAP stond aan de andere kant van de strijd.


Een week lang is Amsterdam een belegerde stad
Toen baldadige jongens en stakende mannen zich met de onlusten gingen bemoeien, liep de situatie uit de hand.
Politie, marechaussee en militairen werden in de volksbuurten ingezet tegen de bevolking die winkels en pakhuizen plunderden op zoek naar levensmiddelen en aardappelen.
Dat leidde in de Jordaan en op de Oostelijke Eilanden tot heftige confrontaties tussen arbeiders, socialisten en de gewapende macht.
Eindresultaat 9 doden en 114 gewonden, maar de aardappelen waren voor het volk.


Niet schieten!

De volksschrijver Jan Mens beschrijft op de laatste pagina van Godt alleen d'eere hoe de hoofdpersoon,
Griet Manshanden
, om het leven komt tijdens het aardappeloproer:


Dat zijn soldaten die daar schreeuwen, valt haar plotseling helder in, ze zijn gekomen om de orde te bewaren.
Orde? Welke orde? denkt ze gejaagd en ze voelt zich giftig worden.
De orde, die het arme volk naar de duivel voert…
Eensklaps hoort ze een fluitend gesuis, dicht langs haar hoofd. Ze richt zich op, ze weet niet waarom ze het doet. '
Niet schieten!' roept ze, 'Jezus Christus, niet schieten!!'.
Plotseling lijkt het, alsof een vurige adder in haar borst bijt. Een hete pijn slaat door haar heen, de armen vallen neer, haar lichaam zakt naar de grond. 'Godt alleen de ere,' prevelt ze.


Het gezag wankelt

Op de Oostelijke Eilanden weigerden militairen het bevel met scherp op de menigte te schieten uit te voeren.
De weigeraars werden voor de Krijgsraad gebracht.
Het handelen van het gewone volk, laat staan hun eisen en politieke bewustzijn, is verborgen achter de verhalen van ooggetuigen. Hun actie is af te lezen van politiek gekleurde kranten en pamfletten tot foto's en volksliedjes, van archieven van politie en burgemeester tot verhalen van ooggetuigen. Iedere bron heeft een eigen vorm en inhoud. Het is niet gemakkelijk de waarheid tussen de overleveringen te vinden. Zeker niet als ze in de Jordaanse traditie smeuïg opgediend wordt.



Vincent VanGogh / Aardappeleters

De grens tussen arm en rijk

De Jordaan is met zeven- en de Oostelijke Eilanden door twee bruggen met de stad verbonden. Die bruggen vormen tot ver in de twintigste eeuw de grens tussen arm en rijk. De overvolle volksbuurten worden door de bewoners van de grachtengordel gemeden.

Al in 1916 trokken vrouwen uit de volksbuurten over die bruggen naar het centrum van de stad met leuzen als:
'Als de regering zoekt zijn de levensmiddelen te vinden' en 'Tot hier toe en niet verder'.
Deze demonstraties verliepen meestal zonder incidenten.

Maar in 1917 was de grens bereikt. In plaats van demonstraties werden nu hongeroptochten gehouden.
Als iemand dacht dat er ergens in de buurt levensmiddelen te vinden waren, stoven die groepen er op af.
In armoedebuurten werden voedseltransporten vóór de oorlog al af en toe geplunderd.
Militairen werden ingezet om de politie bij te staan in het voorkomen van plundertochten.

Donderdag 28 juni
Eén aardappelen, allemaal aardappelen!


Aan de Jordaankant van de Prinsengracht lag een schuit met tweehonderd zakken aardappelen, van ieder een half mud, dat is 17,5 kilo, afgemeerd. Die was bestemd voor het garnizoen Amsterdam. Op de walkant lagen al een groot aantal zakken klaar voor verder vervoer. De schuit lag onbewaakt in de stralende zon.

Aardappelen voor het grijpen? In overvloed! 'Hier zijn aardappelen!' werd gegild en in een oogwenk stormden van alle kanten de vrouwen toe. Eén vrouw maakte een zak open en vulde daarmede haar mandje. Dit was het sein voor een gehele menigte om te nemen wat daar voor het grijpen lag.
De zus van mevrouw Krijvenaar, was wel drie keer heen en weer gelopen:
Zo'n half mud aardappelen nam ze dan op d'r schouders of het een zakkie luciferhoutjes was.

Binnen tien minuten was de hele schuit leeg.

De heer Lammers was er ook bij en vertelde over de medewerking van de bootwerkers.
De aardappelwerkers die erop zaten hebben wij zo weten te bewerken dat ze weggelopen zijn.
Zogenaamd omdat zij bang waren. Bij hun bazen hebben zij dat weer afgemaakt dat ze weggeslagen zijn. Zodoende hebben wij die schuit maar even voor ze gelost.

De groep trok verder naar Prinsengracht 241 waar de firma Ekkelmans aardappelen opslaat.
Politieagenten konden niet voorkomen dat de vrouwen de kelder binnendrongen en schorten en manden met aardappelen vulden. Er kwam meer politie en toen werd de kelder gesloten.
Er waren daar twintig vrouwen binnen die gedwongen werden de aardappelen terug te geven.
Een gedeelte van de vrouwen bestormde pakhuis De Eikeboom van aardappelgrossier Bouwman op nr. 168, maar de politie belette dat. Er waren daarbij 25 agenten te voet, 4 te paard en 3 inspecteurs ingezet.
Bouwman werd er bij gehaald en die wilde een deputatie der vrouwen wel laten zien dat er geen aardappelen in het pakhuis opgeslagen waren.
Verscheidene vrouwen werden gearresteerd.
Er werd ook geprobeerd om schuiten met briketten geladen leeg te halen.
Dat lukte niet omdat de brandstoffenhandelaren onmiddellijk de schuiten verlegden.




Voor het stadhuis

Donderdag 28 juni
Een telegram naar de regering


Onder begeleiding van inspecteur Van Zoelen trekken de vrouwen naar het stadhuis.
Daar waren de grote hekken gesloten en werd een delegatie van zeven vrouwen toegelaten. Zij vroegen de burgemeester te spreken. Die was er niet.
Ze werden door wethouder Josephus Jitta, waarnemend burgemeester en wethouder Wibaut ontvangen.

Een van de vrouwen vertelde dat ze al vanaf 6 uur vanmorgen op de straat was om op de bonnen aardappelen te krijgen.
Er zijn geen oude aardappelen en de nieuwe zijn te duur.
In de Prinsengracht liggen schepen met aardappelen en de vrouwen willen daarvan hun deel hebben.
Wibaut zegt dat die voor de militairen bestemd zijn. Het gemeentebestuur doet al het mogelijke om aardappelen te krijgen.
De directeur van het Marktwezen is gisteren met twee grossiers naar Rotterdam geweest waar 22 schepen met aardappelen liggen. Het bleek echter dat er maar drie goed waren, maar die waren al bestemd voor Den Haag. De rest was onbruikbaar en al zo verrot dat ze niet meer vervoerd konden worden.
De waarnemend burgemeester heeft een telegram naar minister Posthuma gestuurd om te melden dat het zo niet langer gaat.

Alle levensmiddelen moeten in beslag genomen worden om ze centraal te distribueren.
Dit om de zwarthandel tegen te gaan en om de levensmiddelen over alle bevolkingslagen gelijkelijk te kunnen verdelen.


De zwarthandelaren, de oorlogswinstmakers, kortweg OW-ers vormden het grootste probleem. Met grote creativiteit hadden die een netwerk ontwikkeld dat een enorme toename van de handel met Duitsland mogelijk maakte.

De vrouwen werd verzekerd dat het gemeentebestuur alles op alles had gezet om bij de minister een voldoende aanvoer en een redelijke prijs af te dwingen, maar dat Amsterdam zich de komende dagen toch met rijst en erwten zou moeten behelpen.

Met dit antwoord namen zij echter geen genoegen:
Rijst, rijst en nog eens rijst, terwijl je de nieuwe aardappelen voor je neus aan de dames ziet verkopen.
Een zekere Piet Blom, groentehandelaar in de Hazenstraat, zou mandjes achterhouden voor zijn vaste klanten.
De vrouwen willen wel op de hulp van B&W vertrouwen, maar komen er geen aardappelen dat gaan wij naar het Entrepot en halen de voorraad uit de Veemen.



Zaterdagochtend, 30 juni
Het geduld is op


Op de Lijnbaansgracht was een vrouw opgepakt voor diefstal van aardappelen, maar buurtbewoners brachten haar zes, vermoedelijk hongerige, kinderen naar het bureau, waarop de vrouw werd vrijgelaten.
's Ochtends vroeg meldde zich opnieuw een delegatie vrouwen bij het stadhuis, om te spreken over de hoeveelheid van nog geen kwart kilo slechte aardappelen die zij had ontvangen.
Mevrouw Huiben-Van Stek beschreef hoe haar moeder, mevrouw Van Stek-Punt, de burgemeester te woord stond:
Zegt de burgemeester: "Als je ze kookt, zijn ze wel goed".
Zegt me moeder: "Rauw heb ik ze nog nooit gegeten", en ze knijpt zo een aardappel op dat bureau uit.

Een deel van de vrouwen gaat onder leiding van mevrouw N. Kist, secretaresse van de radicale Socialistische Vrouwenclub, naar de Rietlanden. De burgemeester zou telefonisch hebben geïnformeerd naar de beschikbaarheid van aardappelen, maar dit duurt de vrouwen te lang. Ze weten waar ze wagons met aardappelen, die volgens hen bestemd waren voor de uitvoer naar Engeland, konden vinden.

Vanaf de Dam trok een optocht door de volksbuurten. De vrouwen riepen tegen ieder die het horen wilde:

Aan de Rietlanden staan wagons met aardappelen!!!
We gaan ze halen!
Wij kunnen niet wachten, geen dag geen uur!


Zóó joelden ze voort, ze zongen met de armen in de lucht.


Zaterdag 30 juni
Het spoorweghaventje aan den Cruqiusweg


Geconfronteerd met de menigte besluit politie-inspecteur Joosten op eigen initiatief de aardappelen te verkopen: Hij klimt op een wagon en deelt mede:

dat aan alle vrouwen, die aardappelen wenschten, drie kilo zal worden verstrekt tegen den gewone prijs van 39 cent voor de groote aardappelen en 33 cent voor de kleine.

De vrouwen die geen geld bij zich hadden, konden de aardappelen krijgen, onder opgaaf van naam en adres.
Deze zelfstandige beslissing was tekenend voor de manier waarop de vrouwen en de politie tot dan toe met elkaar om gingen. De agenten begeleidden het plunderen, de tocht naar het stadhuis, en spraken de vrouwen kalmerend toe. Ook toen een aantal burgers tijdens de eerste dagen van het oproer tot twee keer toe door verveelde huzaren werd gemolesteerd, had de politie direct ingegrepen.


Een vrouwenzaak


mevrouw P. Stek-Punt / Voor de slagboom

Eén vrouw organiseerde alles

Het gerucht dat er aardappelen verkrijgbaar waren, mobiliseerde de vrouwen in de nabijgelegen Czaar Peterbuurt.
Met emmers, manden en zakken snelden zij toe. Met grote moeite werden ze door de politie teruggedreven vóór de slagboom bij de spoorwegovergang, op honderd pas van de wagons.
Inspecteur Joosten sprak hen toe:
Menschen we zullen jullie helpen, je krijgt ze, je aardappelen, mits je ons waarborgt de orde te bewaren.

De vrouwen kozen uit hun midden een vrouw die de orders uitdeelde, controle uitoefende, vermanend sprak:
met lichaam en ziel sta ik borg een geregelden gang van zaken.

Die vrouw was mevrouw P. Stek-Punt, geboren 21 augustus 1876. Zij woonde al vanaf 1903 Blankenstraat 40 twee hoog.
Rietje Huiben-Stek,
haar dochter, geboren in 1903, vertelde dat haar moeder actief was in de Oosterspeeltuinvereniging. Mevrouw Stek-Punt maakte deel uit van een comité dat activiteiten voor de kinderen regelde. Zij had dus wel enig organisatorisch inzicht. De moeders van de kinderen kenden haar en zij wist ook hoe ze agenten moest aanpakken.
Van achter de spoorboom werden de vrouwen in groepen tot de wagons toegelaten.
Een inspecteur van politie woog de aardappelen en rekende met de vrouwen af.
Toen ruim 1.000 van de in totaal 17.000 kilo was verkocht, werd de verkoop op last van de hoofdcommissaris stopgezet.
Deze 17.000 kilo waren door het gemeentebestuur 'tijdelijk' gevorderd voor de distributie in de rest van de stad.
Het restant werd naar de Meermarkt in de Jordaan gesleept.



Zaterdag 30 juni

Een schuit vaart dwars door de stad


Die schuit uit de Rietlanden werd niet door de buitenste Singelgracht naar de Meermarkt geleid maar vreemd genoeg door de Nieuwe Vaart naar het Entrepotdok. Gekozen werd voor een route dwars door dichtbevolkte buurten, in plaats van de kortere buiten de stad om. De vrouwen die na sluiting van de verkoop zonder aardappelen naar huis waren gestuurd, volgden de schuit over de kade langs de Nieuwe Vaart. Ze gooiden stenen, waarop ruiters te paard in de lucht schoten.
Op een plein aan de kop van de Kadijken werd een menigte uiteengedreven. De werklieden weigerden de schuit verder te varen. In overleg met de eigenaren werd besloten de schuit die nacht in het Entrepotdok vast te leggen.



Zondag 1 juli
Naar de Meermarkt


Die dag wordt de schuit onder begeleiding van de sterke arm, zonder verdere incidenten, naar de Meermarkt gevaren.


Een rantsoen van een half kilo per persoon

Sterfte nam toe

Het gemeentebestuur, in het bijzonder burgemeester Tellegen, was van mening dat een distributiesysteem centraal geregeld moest worden. Dit om te voorkomen dat de allerarmsten het hardst onder de oorlogsomstandigheden zouden tijden.
De onderzoeksgegevens van dokter Sajet uit 1916 hadden in die richting gewezen.
In 1917 was hij met nieuwe gegevens gekomen die bevestigden dat de kindersterfte en de sterftecijfers van tuberculoseslachtoffers waren toegenomen.



Maandagochtend, 2 juli
Schiet maar op ons, het zijn toch maar losse flodders


De situatie is zo rustig, dat het gemeentebestuur het niet nodig achtte om de zaterdagmiddag aangekondigde demonstratie op de Dam te verbieden.
Rond twee uur 's middags hadden zich zeker duizend vrouwen verzameld en twee witte doeken met daarop het doel van de demonstratie werden omhoog gestoken:
Op vrouwen, ter vergadering tegen den aardappelnood, tegen den duurte: om 2 uur op den Dam.


David Wijnkoop, de leider van de SDP, sprak de vrouwen vanuit een lantaarnpaal toe en onder zijn aanvoering én zesentwintig man politie zette de stoet zich in beweging in de richting van de Groenmarkt.
Daar had de politie uit voorzorg alle toegangen afgezet.
De agenten krijgen een kanonnade van scheldwoorden te verduren, aardappelen of ander voedsel moest men hebben. Een voorhoede breekt door de afzettingen heen. Op de markt rukt men de latten van handkarren af en gooit die naar de politie; een jongen gooit een agent een mand naar het hoofd en wordt direct gearresteerd.

Terwijl de menigte werd teruggedrongen, loopt de situatie in de Marnixstraat uit de hand.
De stoet was uiteen gevallen en een groep van zo'n honderd vrouwen heeft eigenhandig het pakhuis van de firma Schippers opengebroken. Ook worden op de Elandsgracht dekschuiten op voorraden onderzocht. Waar men door de politie werd weggedreven, kregen de plunderaars het soms te benauwd en werd de geplunderde waar weggegooid.

Een deel van de menigte was nog steeds in de buurt van kameraden Kist en Wijnkoop, die de mensen vanaf een handkar vermanend toe spreken.
Wijnkoop kalmeerde de vrouwen, er was niemand gearresteerd en morgen zouden er iets meer aardappelen zijn.
Ik geef u thans den raad, naar huis te gaan en uw mannen er toe over te halen, allen het werk neer te leggen.


De mensen roepen:
Maar dan de politie en de soldaten ook.


Wijnkoop vervolgt:
De politie en de soldaten zijn menschen als wij, die door hun chefs worden gedwongen, tegen ons op te treden. Maar gaat nu naar huis. Of iemand hier wat groente wegneemt, dat baat onze klasse niets.
We willen alleen maar laten zien, dat de toestand onhoudbaar is.


Wijnkoop riep op tot een nieuwe bijeenkomst donderdagavond en deelde mee dat de bootwerkers van de Hollandse Lloyd inmiddels uit sympathie met de vrouwen het werk hadden neergelegd.

De SDP heeft het eigenlijk niet zo op met plunderende vrouwen.
Een voedselrel is primitief en een uiting van het 'sloppen- en holenvolk'.
Na de toespraak probeerden de vrouwen opnieuw een pakhuis binnen te dringen en een schuit met bloemkolen moet er aan geloven.
Een vrouw uit de Leliestraat viel in het water en werd met de bloemkool nog stijf tussen de handen geklemd uit de gracht gevist.



Maandag 2 juli
O
p de Groenmarkt gaat het er grimmig aan toe


Ooggetuige meneer Zon:

Ik heb gezien dat een politieagent van z'n paard werd afgegooid door die vrouwen.
Ze sprongen van achteren tegen hem op en trokken hem aan z'n cape van het paard af.
Ik zie hem nog liggen met die helm.
Een politieagent op de grond is altijd een leuk gezicht.


De politie op straat trok kijkers: een vrouw sloeg een agent in het gezicht, jongens gooiden met stenen en er zouden ook mannen met messen aanwezig zijn.
De politie schiet met scherp in de lucht, maar de mannen en vrouwen roepen op hun borst wijzend:
Schiet maar op ons, het zijn toch maar losse flodders.

Maandagavond 2 juli
De de vrouwen trekken naar de Eilanden

Bij loods AA zouden wagons met aardappelen staan.
De vrouwen weten via de speelplaats van een school de politie en militairen te ontwijken en zo komen ze ongezien op de Handelskade. Daar delen ze zich op in kleine groepjes en gaan op de verspreid opgestelde manschappen af.

Volgens een ooggetuige, de heer Bakker, werd één vrouw aangehouden:
Ze dachten dat ze heel wat in d'r schort had. Zij heeft ze zo'n tien minuten aan de babbel gehouden.
Toen zegt die soldaat tegen d'r: Wat heb je eigenlijk in je schort zitten?
Zegt ze: Kijk maar.
Had ze een zooitje gras en rotzooi in haar schort gedaan.

Intussen werd de stemming feller.
Wagons worden opengebroken en men vecht om de manden en zakken met aardappelen, die al snel tussen de rails belanden.
Een agent waagt te zeggen:
Maar mensen, dat zal niet gaan!

Waarop geantwoord werd:
Dat zal voor den donder wèl gaan! Heb jou vrouw soms géén honger?
Toch had de menigte bij de loods het niet slecht met de politie voor.
Een paard dat onder een wagen was gekomen, werd weer op de been geholpen
Die arme bliksem op z'n knol kan er niets aan kon doen dat het volk niet te vreten heeft.
Een hoop voedsel blijft vertrapt op de grond achter.
Op wanhopige honger kon dit toch niet duiden.



Maandagavond 2 juli

Niemandsland

De arbeiders worden teruggedreven naar Kattenburg, waar de situatie volledig uit de hand loopt.
De voetbrug van de spoorweg wordt in een meterhoge barricade van trottoirbanden, balken en keien veranderd.
De menigte, nog steeds hoofdzakelijk vrouwen, wordt door rangerende treinen herhaaldelijk van de politie gescheiden.
Een 'niemandsland' ontstaat, met daarin nog enkele achtergelaten zakken met aardappelen.
Tegen een uur of negen trekken een paar inwoners uit de Czaar Peterstraat op naar de barricade bij de spoorbrug, maar ze stuiten op politie.
Na de eerste stenenregen van een troep jongens, blijkt ook mevrouw Van Stek weer aanwezig.
Ooggetuige de heer Spits vertelt over haar moed:
Ze trok d'r bloes open en riep tegen de anderen:
"Maar jullie gaan voor jullie kerels en voor jullie kinderen aardappelen halen!


Dienstplichtig militair Kerkhof,
stond op wacht voor de Oranje Nassau-kazerne en herinnerde zich:
Tegen de middag kwam een horde vrouwen van de eilanden.
Een hele dikke vrouw liep voorop, en die trok d'r bloes open:
Soldaat, schiet, maar vreten motten we hebben voor onze kinderen.
De wachtcommandant zei:
Daar had je op moeten schieten.
Ik zeg:
Ja, je ouwe moer, wat denk je eigenlijk?

Het haast symbolische, verhaal van de ontblote borst was niet alleen een vorm van 'martelaarschap', maar vooral een manier om de politie en soldaten van het schieten te weerhouden.
Terwijl bewoners voor hun huizen stonden na te praten, kwam een compagnie met trompetgeschal aan marcheren.
Moordenaars, gooi je geweren neer!
werd er geroepen en de soldaten werden met stenen bekogeld.
De situatie dreigt opnieuw uit de hand te lopen, maar toen het commando 'richten' klonk, stapte een soldaat uit de groep en riep: Ik verdom het!.

Sien Metz herinnerde zich hoe de politie weinig zin had om in te grijpen.

Het was buurtpolitie, die kende je. Ze scharrelden met de meisjes uit de buurt.
Een meisje waar ik mee op school ging, stond altijd met een politieagent voor de deur.

De Telegraaf schreef dat de soldaten die weigerden te schieten bij een compagnie uit Groningen hoorden:
En niet ééns Amsterdamse jongens, hoor! krijscht een felle vrouwenstem.
Ze binne uit Groningen! 't Kan me niet bomme, vanwaar of ze binne, maar ze binne flinke jongens, dat zeg ik maar!


De munitie gaat uit de geweren

Men heeft gezien, hoe de meeste soldaten de patronen uit hun geweer haalden en ze in hun patronentas opborgen.
Toch werd er geschoten, maar dat waren de officieren met hun revolver.
Nee, dat waren de agenten!, De officieren en de agenten! roept een ander 't donker.

Ondanks de herinnering van Sien Metz was de houding tegenover agenten in ieder geval een stuk minder vredelievend dan tijdens de plundering van de loods eerder die avond.

Inspecteur Tinholt had in de Kattenburgerstraat een kei tegen zijn hoofd gekregen en liep een flink bloedende wond op.
Luitenant Mol werd uit de tram gesleurd, gemolesteerd en van zijn sabel ontdaan.
Hij kwam er, volgens een dokter, met een fikse hersenschudding, ingedrukte rib en kneuzingen van af.


Ook inspecteur Tjassens Keizer werd ook slachtoffer van de menigte: hij werd uit zijn auto getrokken.
Zonder dat men wist wie hij was vermoedde men dat het een dienaar van wet en gezag was.
Zijn hoed werd van zijn hoofd geslagen, de jas en ambtspenning weggerukt.
Een omstander die dacht dat de inspecteur een dokter was, kon hem via de achterdeur van een café laten ontsnappen.
Een politierapport somde de schade op: hoed en penning waren kwijt en ook de knopen waren van de jas gescheurd.
Het is opvallend hoe men zich tegenover de autoriteiten opstelt en zich wreekt op de symbolen van het gezag: de sabel, hoed, penning en glimmende knopen.
Het toebrengen van lichamelijk letsel was in oproeren minder gangbaar.

Tijdschrift Het Leven noemde Tjassens Keizer een man die speciaal om zijn humaan optreden populair en bij 'het volk' in hooge mate gezien was.
De Vrije Socialist gaf hem juist de bijnaam 'De Tijger'
, vanwege zijn ellendige wreedheid tegenover de arbeiders. Onrechtvaardig optreden van de politie werd niet gedoogd.

Sien Metz herinnerde zich hoe dokter Brouwer tijdens het oproer iemand op straat had willen helpen en er vanuit het politiebureau op hem werd geschoten:
De politieagent die dat deed is later met een mes door iemand neergestoken.
Hij lag op een bank in het wachthuisje van de tram.



Maandag 2 juli
Het jongste slachtoffer van het oproer


Het was de 12-jarige Frits Schutte, uit de Oostenburger Middenstraat.
Mevrouw Lucke wist nog hoe ze haar jongere broertje, die tussen het schieten door aardappelen raapte, zocht en hem ternauwernood bij de hand had toen zij samen Frits zagen vallen.
Het Algemeen Handelsblad schreef dat men schrok dat er door de politie en militairen daadwerkelijk omlaag werd gericht en een jongetje werd weggedragen, bloedend aan alle kanten
Dokter Duker was met de oom van Frits, ziekenbroeder Schutte, in de buurt aan het werk.
Duker beschreef hoe oom Schutte rustig doorging met zijn werk, maar ondertussen door dit nieuws diep geschokt was.
De kogel was zijdelings in het hoofd van Frits binnengedrongen en er acht centimeter verder naar boven uitgekomen.
Het jongetje had niet lang te leven, hij braakte en bloedde uit zijn oor.


Gaat het nog wel om de aardappels?

Tussen de optocht die 's ochtends vroeg op de Dam was vertrokken en de dood van Frits Schutte was veel gebeurd.
De menigte voerde duidelijk een eigen tactiek, maar de eisen en doelen leken gedurende de dag te verschuiven.
's Ochtends hadden de vrouwen hun eisen keurig op een spandoek gezet en met de optocht naar het stadhuis en het aanspreken van omstanders lieten zij hun frustratie zien.
Het is opvallend dat een verslaggever het spontane karakter van de menigte noemde.
Van politieke invloeden leek nog geen sprake, terwijl men wel politieke eisen verwoordde.
Het is opvallend dat men naar de markt marcheert, dat zou kunnen wijzen op een eis die meer op voedsel gericht was.
De menigte trok zich van kameraad Wijnkoop niets aan en ging op oude voet verder met plunderen.
Wel veranderde het karakter ervan. Het oproer verspreidde zich meer over de stad en was sprake van samenwerking tussen de verschillende arbeiderswijken.

Uit een juwelierszaak werd goud gestolen, voedsel werd weggegooid of op straat vertrapt.
Men stelde zich veel brutaler en agressiever tegenover de politie en soldaten op. De samenwerking met de politie was voorbij. Van een hongergevoel, de eis van eerlijke verdeling, politiek verzet tegen de overheid was niet veel meer te merken en de oorspronkelijke aanleiding voor het oproer raakte steeds meer op de achtergrond.


Maandag 2 Juli
Oostelijke Handelskade


Rond 7:00 uur trekken mensen uit de Oostelijke eilanden en de Czaar Peterbuurt naar het havengebied.
Op de Handelskade wordt een aardappelschuit bestormd. De politie van bureau Kattenburg rukt samen met militairen uit. Versterking van ruiters en agenten te voet werd aangevraagd, maar die kwamen pas opdagen toen de schuit was leeggeplunderd. De menigte was zo overweldigend, zo'n 2000 personen, dat de politie en militairen niet ingrepen.
De mensen gingen vervolgens naar een schuit die in het IJ vóór Stoomvaart Maatschappij Oceaan lag.
Agenten proberen de schuit van de wal los te maken. Dat lukt. De inmiddels opgeroepen Havenpolitie sleept de schuit weg.
Rond 9.00 uur werd ook de afsluiting van de Hollandse Stoomboot Maatschappij,
Handelskade 3, verbroken.
Daar stonden 28 goederentreinen met aardappelen bestemd voor Engeland. Terwijl de massa zich op een drietal wagons stort, zorgt de politie ervoor dat de andere wagons worden weggereden.
De menigte groeit aan tot ongeveer 6000 personen. Eerst worden zij door politie en militairen tot rust gemaand, vervolgens met sabel, stok en revolver teruggedreven naar het Mariniersplein en de Czaar Peterstraat.



Maandag 2 Juli
Mariniersplein


Met zakken, manden en boezelaars gevuld met aardappelen trekken de mensen huiswaarts.
Ter hoogte van de Mariniersbrug worden zij opgewacht door de politie en militairen. Ieder wordt gelast de ontvreemding terug te geven.
De voetbrug over de spoorweg was tot een ware veste gemaakt. Er was een barricade van trottoirbanden en straatstenen opgeworpen. Politiemannen gingen, geassisteerd door militairen met bajonet op de geweren in gesloten gelederen voorwaarts. Een hagelbui stenen vloog hen tegemoet.
De brug tussen Kattenburg en het Oostelijke havengebied, is in handen van de Eilanders.
Na tevergeefs te hebben gesommeerd maken militairen gebruik van hun wapen.


Gewapend aardappeltransport

Wij schieten niet

De hele compagnie, zo'n 100 man, onder bevel van kapitein Wiegel weigert te schieten.
Een in Amsterdam geboren en getogen militair weigerde, omdat, zoals hij later voor de krijgsraad verklaarde:
het was zeer goed mogelijk dat mijn vader en moeder zich onder de volksoploop bevonden.
De compagnie verdomde het de Kattenburgerbrug, bij het Scheepvaartmuseum, af te zetten.
Veel ophef ontstaat als enkele soldaten gearmd met vrouwen worden gezien.
Om te voorkomen dat de menigte de stad intrekt, besluit een inspecteur de brug over de Scharbiersluis te laten ophalen en af te zetten. Toen was Kattenburg ook vanuit de stad niet meer te bereiken.

Hoog overleg

In het hoofdbureau van politie was de Hoofdcommissaris, Roest van Limburg, voor overleg bijeen met de burgemeester Tellegen en met Generaal-majoor A.B. Ophorst Commandant der Stelling van Amsterdam , de bevelhebber over de in Amsterdam gelegerde militairen. Commissaris A.F. Tsjassens Keiser was in Kattenburg en had voortdurend telefonisch contact met Roest van Limburg.

Een list
Politiecommissaris Tsjassens Keiser stelde voor het detachement op het Mariniersplein te laten inrukken bij wijze van list om daardoor de indruk te wekken dat het relletje was afgelopen.
Generaal-majoor Ophorst was van mening dat het leger geen politiediensten hoefde te verrichten. Dit terwijl de burgemeester de militairen juist had ingeroepen om de politie te assisteren.
De instructies van de burgemeester en de hoofdcommissaris voor de politie, militairen èn marechaussees waren zeer uitgesproken, zij moesten ervoor zorgen dat geen geweld werd gebruikt.
Zo wilden burgemeester Tellegen en hoofdcommissaris Roest van Limburg voorkomen dat de toestand zou escaleren en dat de regering een staat van beleg zou afkondigen voor Amsterdam.
Ophorst saboteerde het beleid van Tellegen en Roest van Limburg.

De optie van Tsjassens Keiser werkt.
Tellegen zou die avond gezegd hebben: de krijgslist is nu gelukt.
Tot 11 uur bleef het gebied bij de spoorwegbrug niemandsland. Vijf minuten over twaalf krijgt een sectie soldaten opdracht een barricade van stenen, aan het eind van de brug, met de linkerhand uit elkaar te halen en met de rechterhand het geweer gereed te houden. Ze voerden die taak uit onder het gehoon van de overkant.
Rond 1 uur 's nachts trokken politie en militairen zich terug in bureau Kattenburg.


Maandagavond 2 juli
De Czaar Peterstraat


Diezelfde avond tegen 9 uur bevocht een grote menigte de luchtbrug naar de buurt.
Het gaat er heftig aan toe.
De wagenbestuurders en conducteurs weigeren de Czaar Peterstraat in te rijden naar het eindpunt tegenover de luchtbrug.
Overal stonden de mannen en vrouwen aan de deur het voorgevallene te bespreken. Maar strijdlust was er op dat ogenblik niet. Totdat de krijgstrompetten van een aanrukkende compagnie soldaten klinken.
De troep marcheert door de straat maar aanvankelijk gebeurt er niets. Hoe verder de soldaten komen, hoe rumoeriger het werd. Uit de ramen wordt gegild moordenaars, gooi je geweren neer!

Nu en dan vliegt een steen tussen de troep in.
De situatie krijgt echter een heel ander aanzien toen voor de overweg van het spoor halt moest worden gehouden.
Het publiek dringt van alle kanten op en omringen vooral de officieren.
De soldaten, onder wie klaarblijkelijk vele bekenden uit de Czaar Peterstraat, worden man voor man bewerkt.
Dan klinkt het commando: legt aan!

De luitenant sommeert de menigte driemaal, terug te gaan.
Het hielp niet, men drong steeds verder op, schreeuwende: Schiet maar!
De voorste vrouwen ontblootten daarbij hunne borsten.
De luitenant geeft de mannen last in de lucht te schieten en toen ook dit niets uitwerkte werd na een hernieuwde waarschuwing een salvo met scherp gegeven.
De mensen stuiven weg, een paar bloedende knapen met zich meesleurend.
Weer wordt gecommandeerd op de menigte te schieten.
De mensen roepen: Schiet niet op jullie kameraden

Daar stapt een soldaat uit het gelid en roept "ik verd.., het!"
Daverend klinkt het gejuich. De anderen worden aangemoedigd dat voorbeeld te volgen.
Een meid hangt aan de arm van een soldaat.
Hein, dat doe je me toch niet aan!
En links en rechts klinkt het
Piet, Jan denk er om, niet schieten op je kameraden hoor!
Weer voegen zich een paar mannen bij de menigte en weer klinkt het gejuich.
Waren de officieren niet zeker van de anderen? We weten het niet. Alles gaat op zo'n ogenblik zo snel.
In ieder geval klinkt het bevel rechtsomkeert en onder donderend hoerageroep keren de militairen terug.
In gesloten gelederen van vier waren ze gekomen, met de krijgstrompet voorop.
Verspreid over de gehele Czaar Peterstraat aanvaarden ze de terugtocht.
Zingend trekken de soldaten, gearmd met de vrouwen, over de Kattenburgergracht.


Er wordt geschoten op de aardappelmarkt


De Groenmarkt / vrouwen rennen rond met politie op de hielen,
er klinkt een schot...


Maandagavond 2 Juli
Op de Groenmarkt in de Jordaan


Die avond gaan de bewoners van de Jordaan naar de Groenmarkt, ter hoogte van Rozengracht en Elandsgracht.
Die markt bestond uit twee delen. Waar nu het hoofdbureau van politie en het busstation zijn was de Meermarkt.
Naast de Meermarkt, aan westelijke zijde, was de Aardappelenmarkt.

De Aardappelenmarkt was hermetisch afgesloten.
De mensen vlogen op de schuiten af die in de waaigangen van de Meermarkt afgemeerd lagen. De schuiten en drie nabijgelegen pakhuizen werden geplunderd.



Woensdag 4 juli
Het sein bleef op rood staan


De heldendaad van seinwachter J.C. Alders.
Een trein uit Weesp, volgeladen met militairen die de orde in Amsterdam zouden komen herstellen, bleef tijdenlang voor een rood sein laten staan. Daarmee was de onderdrukking van het oproer, al was het maar voor even, uitgesteld.
De seinwachter was lid van de Internationale Anti-Militaristische Vereniging, onderdeel van het RSC.

In het blad De Vrije Socialist beschreef Alders de situatie:
Ik meende dat als ik de trein door zou laten, dienst verrichtte aan het militarisme en aan het kapitalisme.
Deze daad was niet plotseling bij mij opgekomen en ook niet met een warm hoofd verricht, doch daarover verkeerde ik den geheelen dag al in een inwendige tweestrijd. Ook was ik mij volkomen bewust dat hierop straf volgde en het geval als dienstweigering zou worden opgenomen. Ook wilde ik niet langer meewerken aan de ellende des volks en vond ik dat er al genoeg soldaten en goudvinken in de hoofdstad aanwezig waren.


David Wijnkoop telegrafeerde de Pravda over dit staaltje van solidariteit en van J.C. Alders werd een heuse ansichtkaart gemaakt.
Het beeld van de man, de staker, de dienstweigeraar, kortom de revolutionair.


Donderdagochtend, 5 juli
Het argument van de vuist


Amsterdam had vijfduizend hectoliter aardappelen binnen gekregen, voldoende voor een rantsoen van een half kilo per persoon.
De vrouwen waren naar huis en de stakers gingen weer aan het werk.
Alleen bij munitiefabriek de Hembrug waren nog problemen.
De minister van Oorlog had besloten dat daar tot maandag niet zou worden gewerkt, maar dat had niet iedere arbeider doorgekregen.
Volgens De Tribune waren de dienstplichtige militairen die in de fabriek werkten, onder de wapenen geroepen om de fabriek te beschermen. De overige werknemers staken totdat iedereen als gelijke arbeiders de fabriek weer in kan.

Alle onduidelijkheid leidde ertoe dat het 's avonds op het Haarlemmerplein nog één keer tot een treffen kwam tussen stakers en werkwilligen, arbeiders en politie.
Een groep werkwilligen die op weg was naar de nachtdienst werd door stakers zodanig lastig gevallen, dat de politie moest ingrijpen. Het was die hele dag al onrustig geweest in de Haarlemmerbuurt.



Memoires

Inspecteur Voordewind
beschreef: :

De oproermakers, die wij in de richting Haarlemmerdijk voor ons uit hadden gedreven, keerden langs stegen en zijstraten weer terug, zodat wij tenslotte totaal werden ingesloten.
Uit alle richtingen suisden projectielen op ons neer, die onmogelijk konden worden ontweken en waartegen wij geen dekking konden zoeken.
Verschillende manschappen werden getroffen; sommige zelfs vrij ernstig.
Ik zag aankomen dat wij onder de voet zouden worden gelopen en al vechtende, om ons de aanvallers van het lijf te houden, trokken wij op het posthuis terug.

Voordewind besloot op eigen verantwoordelijkheid gebruik te maken van vuurwapens, maar dreigen alleen was niet voldoende er werd geroepen:
Boerenpummels, jullie durft toch niet. Schiet maar, als je het lef hebt
Sommige raddraaiers, met verhitte drankgezichten, gingen met ontblote borst uitdagend voor de lopen van de geweren staan. Vooruit nou! waarom schieten jullie niet?
Enkele belhamels grepen zelfs de geweerlopen vast.

Donderdag 5 juli
Gewonden in de hal van de bioscoop
Pas toen er daadwerkelijk geschoten werd en de eerste slachtoffers vielen, leken de mensen tot bezinning te komen.Voordewind beschrijft:

Ik zag donkere plekken van het bloed op het asfalt.

De GGD liep achter de politie aan om de doden en gewonden van de straat op te rapen. Op de
Haarlemmerdijk werden slachtoffers de bioscoop binnen gedragen: "De directie liet, om geen
paniek bij het publiek te verwekken, de film doordraaien.
En terwijl de muziek in de zaal speelde, lagen in de hal de gewonden te kermen van de pijn."
Achteraf bleek een domme fout medeverantwoordelijk voor het grote aantal slachtoffers: de
soldaten waren, in plaats van met wachtpatronen, met oorlogspatronen bewapend.
Die hebben een grotere kruitlading en daardoor vlogen de kogels verder door.



Tragische verhalen

De huishoudster van fruitwinkel 'Zwart Jan', Johanna Eggers, met haar 72 jaar het oudste slachtoffer, was die dag vermoedelijk door een verdwaalde oorlogskogel getroffen.
Het verhaal van Hendrika Sturm was zo mogelijk nog tragischer.
De 17-jarige Hendrika had in haar ouderlijk huis op de Brouwersgracht 169 samen met haar verloofde,
de hospitaalsoldaat Jan Willem Dupon, in de voorkamer gezeten.
Haar vader zat in de achterkamer toen hij gekerm hoorde: een verdwaalde kogel was afgeketst op het raamkozijn en had Hendrika in haar buik getroffen. Het meisje overleed direct.
Al snel ging het gerucht dat het paar, dat de volgende week zou gaan trouwen, een kind had verwacht.


Hoe men een portie aardappelen bestelt



Achteraf / Wie had schuld?
Amsterdam had sinds de 'Kattenburgernacht' in 1911 niet zo veel geweld meegemaakt.
In een nota van de burgemeester werd de schade van het oproer vastgesteld op:
twee kelders, twee schuiten, twee pakhuizen, vier wagons, vijf karren en zeven winkels.

Was het redelijk dat hier negen doden en meer dan honderd gewonden tegenover stonden?
De geweldskwestie leidde tot heftige debatten in de gemeenteraad over wie de politieke schuld van het oproer droeg.
De politie zou plundering en diefstal hebben getolereerd, sterker nog ze hadden onder begeleiding van de politie plaatsgevonden.
Inspecteur Joosten had zijn taak van politie verruild voor die van aardappelkoopman.
Onder politietoezicht sloeg men feitelijk de hand aan de eigendommen van derden.
Burgemeester Tellegen en Hoofdcommissaris Roest van Limburg zouden zich niet gehouden hebben aan de regel: voor alles en onder alle omstandigheden krachtige handhaving van orde en gezag.
De hoofdcommissaris concludeerde dat legercommandant Generaal-majoor Ophorst
tegen de wet had gehandeld. Krachtens artikel 184 van de gemeentewet had het militaire gezag het primaat van het burgerlijk gezag moeten aanvaarden.

Gesteld kan worden dat dankzij tactvol en zeer standvastig optreden van Tellegen en Roest van Limburg is voorkomen dat in Amsterdam het militair gezag optrad alsof er een staat van beleg heerste. Ze hebben voorkomen dat de militairen onder de eigen bevolking een slachting aanrichtten. De SDAP had geprobeerd om via de regering een grotere aardappelaanvoer te bewerkstelligen en de bevolking tot kalmte te bewegen.
De gewelddadigheid werd volgens de sociaal-democraten veroorzaakt door ophitsing van kant van de SPD

Schrijver Jef Last beschreef hoe het Amsterdamse gemeentebestuur als een soort generale staf rond de
bestuurstafel boven een kaart van Amsterdam hing en termen gebruikte als 'barricaden', 'assistentie',
'vitale bedrijven' en 'verdedigingslinie'.
Roest van Limburg vreesde in zijn analyse voor een stelselmatig voorbereide omwenteling,
Wethouder De Miranda noemde in de gemeenteraad het streven van de SDP smalend een kleine Russische revolutie, en het blad de Proletarische Vrouw bekritiseerde Henriëtte Roland Holst, die de vrouwen 'in den hoek geduwd' had.

De nadruk lag in eerste instantie op de gewelddadigheid van het oproer
Er waren op zeer grote schaal stakingen uitgebroken, waarbij de arbeiders in de munitiefabrieken een voorhoede vormden en waarbij de politie op het volk schoot en als antwoord door de arbeiders werd gemolesteerd. Hier tegenover stond de verbroedering van de arbeiders met soldaten, die uitgebreid werd verheerlijkt. Het aardappeloproer van 1917 was in de kern niet meer dan een voedseloproer, een vorm van protest waarbij zowel vrouwen als mannen opkwamen voor hun gezamenlijk belang van een rechtvaardige verdeling van de schaarse aardappelen.
Het plunderen, de organisatie binnen de buurten en het eisen van maatregelen op het stadhuis behoorden tot een tactiek die ook vóór 1917 werd toegepast.
Het aardappeloproer was echter een 'verlaat' oproer en vond in tegenstelling tot eerdere voedselrellen plaats binnen een modern politiek kader en ook nog eens in oorlogstijd.

naar boven



achtergronden bij
een oproer




< terug naar index oproer
> Jordaan index

Aanvullingen en verbeteringen graag hier

Bronnen
o.a.
Anne Petterson, Aardappelnood, een scriptie die in zijn geheel te lezen is: onvoltood verleden
Mieke Krijger,
Het boezelaarsoproer in: NRC, 18 juni 1988.
Stadsarchief Amsterdam: Archief van het Kabinet van de burgemeester / Archief van Algemene Zaken / Archief van de Politie /
Periodieken: Algemeen Handelsblad / De Amsterdammer: christelijk volksdagblad / De Arbeid / De Gemeentearbeider /
Het Leven / De Notenkraker / De Proletarische Vrouw / De Telegraaf / De Tribune / Het Volk / De Vrije Socialist /
Het Weekblad: bijvoegsel van Het Volk /