de Jordaan


> Jordaan index




tussen taal en beeld



Spreek je moerstaal

Drukkerij Weltevreden in de Bloemstraat, is kennelijk tevreden over de woorden die gedrukt en verspreid worden.
Als het bedrijfje afgebroken wordt verschijnt de taal van de graffiti, een Jordaanse discussie met spuitbussen.
Maar wat is die Jordaanse Moerstaal eigenlijk?


Het Jordaans, lotgevallen van een taal


In de 16e eeuw hebben zich veel deskundigen bezig gehouden met de spelling van de Nederlandse taal.
Dat waren onderzoekers, drukkers, leden van zogenoemde Rederijkkamers, dichters zoals Vondel en Cats.
En er werden deftige vergaderingen met Resolutiën gehouden.
Er werden dikke boeken gedrukt.

De Renaissance had grote waardering voor de Klassieken en wilden deze ook bekend maken bij een publiek dat geen Latijn of Grieks machtig was. Men sloeg aan het vertalen.
De Reformatie verdreef het Latijn uit de eredienst en men gaf een voorkeur aan de volkstaal.
Er moest een nieuwe bijbelvertaling komen.

Een ontwakend nationaal bewustzijn, een gevoel van historische en culturele eenheid ontstond en de beste uitdrukking daarvan zou een algemeen verstaanbare en aanvaarde volkstaal zijn.
Men streefde naar verheerlijking en opbouw van het Nederlands.


Joost van den Vondel [1587-1679]
Vondel schreef in 1650 Aenleidinge ter Nederduitsche dichtkunste waarin Vondel zijn collega's voorschrijft hoe hun taal en stijl er behoren uit te zien. Dat kwam precies op het moment dat de Jordaan gebouwd werd en dan mag er ook wel iets aan de opbouw van het Nederlands gebeuren.

De eerste eeuwen zal die bovengewestelijke eenheidstaal vooral de schrijftaal zijn; de gesproken vorm een zaak van "lieden van goede opvoedinge".
De groei en uitbouw van de standaardtaal had directe gevolgen voor de taal van Amsterdam.
Het Amsterdams, dat eens een streekgebonden taal was en later een verzameling buurtgebonden dialecten, werd een sociolect, dat wil zeggen de taal van bepaalde maatschappelijke groep.
Het oudste overgeleverde Amsterdamse dialect, dat van de zeventiende eeuw, paste helemaal in het omringende taallandschap. Van een eigen stadstaal was toen nog geen sprake.

Hoe de voornaamste klanken eruit zagen heeft Peter Commandeur overzichtelijk in kaart gebracht.
Vooral de taal van de kluchten geven de levende volkstaal van toen weer.

Taal komt in beweging
Al gedurende de 17de eeuw was de taal in Amsterdam aan het veranderen.

Bredero noemde in de Voor-Reden van zijn Geestich Liedtboecxken, de oude Aemsteldamsche en Waterlandsche Taal in één adem. Die taal werd enerzijds door 'boeren' en anderzijds door 'oude lieden' gesproken. De jongere generatie in Amsterdam ging een andere taal spreken. 'Want out Amsterdamsch is te mal, en plat Antwerpsch te walgelijck', volgens Vondel.

Lees hier meer over het Jordaans



Amsterdamse stadstaal [1870]

De Friese huisarts en amateur-dialectoloog Johan Winkler verzamelde gegevens voor een groot overzichtswerk van de Nederlandse, Nederduitse en Friese dialecten. Hij deed dat via een netwerk van correspondenten aan wie hij verzocht een bijbeltekst, de parabel van de Verloren zoon, in het plaatselijk dialect te vertalen.

Dat was in zijn tijd een gebruikelijke methode voor dialectonderzoek. Je neemt één vaste tekst en door die in verschillende dialecten te vertalen en die vertalingen vervolgens naast elkaar te leggen zie je meteen de verschillen en overeenkomsten.

Voor Amsterdam deed Winkler een beroep op Johan ter Gouw, schoolmeester en kenner van de geschiedenis en de taal van Amsterdam bij uitstek.

In een uitgebreide briefwisseling legde Ter Gouw aan Winkler uit dat men niet kon spreken van één Amsterdams dialect, volgens hem had bijna elke wijk wel een speciaal taaltje.


Onderzoek [1885]
prof. W.W. van Lennep en Mr. J.A. Alberdingk Thijm stelden een onderzoek in naar de Amsterdamse volkstaal.Het is de moeite waard stil te staan bij hun bevindingen, want nu gaan we kennis maken met de onmiddellijke voorganger van het hedendaagse Amsterdams.

Binnen het dialectologisch onderzoek in Nederland is deze Amsterdamse enquête een primeur, het is de eerste echte vragenlijst waarin naar klanken, woorden en uitdrukkingen wordt gevraagd. Daarvóór maakte de dialectonderzoekers gebruik van één vaste tekst die in dialect vertaald moest worden.

De enquête van Thijm en Van Lennep laat duidelijk zien dat er aan het einde van de 19e eeuw verschillende Amsterdamse uitspraakvarianten waren, samenhangend met sociale status en religie. Interessant is, dat de taal van de zogenaamde gegoede burgerij nog allerlei elementen bevatte die later als plat-amsterdams worden gekarakteriseerd. Voorbeelden zijn de ui die als oi klonk; de ij die als aa of een werd uitgesproken.


Geschiedenis van het dialectonderzoek

Op de dialectkaart van Johan ter Gouw kwamen maar liefst 19 verschillende dialecten voor.
Helaas ontbraken de harde taalkundige feiten. We zien dan ook een paar jaar later, eerst in 1879 en vervolgens in 1895, als in Nederland door het Aardrijkskundig Genootschap de eerste grote algemene dialectenenquêtes worden gehouden, dat deze opvattingen geen steek houden. Een van de medewerkers aan deze enquête, mr. W.W.van Lennep, die zelf onderzoek naar het Amsterdams had gedaan, zegt dat hij geen onderscheid maakt tussen Kattenburghs, Haarlemmerdijks en Jordaansch, omdat deze drie spraakverscheidenheden, niet goed meer te onderscheiden zijn".

Maar Justus van Maurik laat naar aanleiding van het onderzoek van 1895 weten: "In de Jordaan spreekt het volk anders dan op Kattenburg en op Oostenburg, zelfs is het dialect nog verschillend met dat van het vlak er naast liggende Kattenburg" Deze wijken werden Oostelijke eilanden genoemd omdat die stadsdelen door een gracht omringd waren. Hij doelt dan op het feit dat de uitspraak der woorden in de Amsterdamse wijken zo verschillend is: bijvoorbeeld hois-heuis-huijs-huis; sterreve-sterve-stereffe-sterfte. En dat is nu nog zo.

Als in 1930 het dialectenonderzoek gecentreerd wordt in een eigen wetenschappelijk onderzoeksinstituut, het zogenoemde Dialectenbureau, de voorloper van het tegenwoordige Meertens Instituut, beroemd geworden door de romancyclus van J.J.Voskuil, krijgt de Amsterdamse taal opnieuw aandacht.

In 1969 verscheen deel 13: Dialectatlas van Noord-Holland. Het deel was samengesteld door Dr.Jo Daan, hoofd van het Dialectenbureau.
De reeks is een van de grootste ondernemingen uit de geschiedenis van het dialectonderzoek binnen het Nederlandse taalgebied. Het was een initiatief van de Gentse hoogleraar Edgard Blancquaert.

Jo Daan maakte voor Amsterdam drie verschillende opnames, en wel van Kattenburg, Spaarndam en de Jordaan. Ze deed dat rond 1950. Amsterdam was toen al volop in beweging, maar men nam aan dat iets van de oude dialectverschillen in verschillende wijken nog aanwezig was.
De opname van de Jordaan springt er echt uit; Kattenburg en de Spaarndammerbuurt lijken veel op elkaar en vertegenwoordigen het wat algemenere Plat Amsterdams.
Voor de Jordaan beschikte dr. Jo Daan slechts over één zegsman, Willem Bruyn, beter bekend als de muzikant 'Ome Willem'. Ten tijde van het onderzoek was hu 69 jaar oud. "Zegsman gaf er de voorkeur aan geen andere zegslieden naast zich te hebben. Kent uitstekend Jordaans".


[foto: Jaap Droeser 1947]

Taalkundige observaties
[1959]

De Nijmeegse Neerlandicus Joop Mittelmeijer bevestigt dat dat het Jordaans van Ome Willem Bruyn, de zegsman van dr.Jo Daan, wel wat aangedikt was.
Hij onderzocht de klanken van de schoolgaande jeugd in de Jordaan. Dat dialect maakt op sommige punten nog een conservatieve indruk, maar verschilt behoorlijk van de taal van Ome Willem op de rond 1950 gemaakte bandopname.
Mittemeijer heeft zeer naarstig gezocht naar gevallen van sk in plaats van sch en meer als een enkele maal booskap kon hij niet vinden.
Wel hoorde hij 'de nozems van de Lindengracht', van bioschoop spreken, w. Een jongen van 14 jaar zei: hangt (hand) en langt (land). Bij een paar meisjes wangele (wandelen) en angere (andere). Voor Sinterklaas hoorde hij wel Sunterklaas.

Het moderne onderzoek [1985]

Het moderne Amsterdams is beschreven in het Amerikaanse proefschrift van dr.Henriëtte Schatz:
Plat Amsterdams in its Social Context.
Eén jaar later volgde van haar hand een meer populaire studie van het Amsterdamse dialect:
Lik op stuk, Het Dialect van Amsterdam.
Het verscheen in 1985 bij het P.J.Meertens-Instituut / BZZTÔH in druk.
Het onderzoek van Dr.Schatz is gebaseerd op een uitgebreid corpus Amsterdamse spreektaal, dat in de jaren 1975-1976 verzameld werd door de afdeling Dialectologie van het Meertens Instituut.

Haar vier hypothesen waren:
1. Hoe lager de sociale klasse, hoe meer dialect er gesproken zou worden.
2 Ouderen waren dialectvaster dan jongeren.
3. In een informele situatie zou men meer plat spreken dan in een formele.
4. Vrouwen spraken netter dan mannen.



[Foto: Jaap Droeser]

Het taalgebruik van Amsterdamse vrouwen
[1989]
Dr.Dédé Brouwer onderzocht in haar proefschrift Gender variation in Dutch: A socilolinguistic study of Amsterdam speech uit 1989 het taalgebruik van Amsterdamse vrouwen, vooral in verband met 'zowel de ondergeschikte positie van vrouwen in de maatschappij als de uiteenlopende sociale normen voor vrouwen en mannen'.
Haar onderzoek is een heel verfijnde uitwerking en verdieping van de vraag of het taalgebruik van vrouwen anders is als dat van mannen en of dat samenhangt met de maatschappelijke positie van de vrouw.
Haar antwoord op de laatste vraag was een volmondig ja.

Lees hier meer over Volkstaalonderzoek


Negentien Amsterdamse Dialecten [1870]

De beschrijving van de Amsterdamse stadstaal lijkt wel een soort stadswandeling door de binnenstad rond 1870.



Beschrijving van de 19 dialecten:




Interieur Goudsbloemstraat 101

Elders in de stad gaat het er heel wat vriendelijker aan toe
In de Jordaan is iedereen 'oom' en 'tante' en 'neef en 'nicht' van elkaar, lopen alle vrouwen in 'baaje rokken' en alle mannen in 'pilobroek en boezeroen', heeft iedereen als kind in een 'stijfselkissie' gelegen, drinkt men "pikke-tanussies', krijgen de bewoners een brok in de keel bij de aanblik van de Westertoren, en wordt het geld verdiend als orgeldraaier, garnalenpelster of porder, de man die de slaapkoppen in de buurt wakker maakt. Althans als we de liedjes over dat stadsdeel mogen geloven.

Amsterdams plat

Het is een taal die in de loop van de eeuwen aan veranderingen onderhevig is geweest. Het grote breukpunt valt ergens tussen de 18de en de 19de eeuw, als een eigen sociaal gebonden Amsterdams zich gaat ontwikkelen uit een regionaal Noord-Hollands dialect.

De schrijver Israël Querido wilde een socialistisch kunstenaar zijn en ging midden tussen het proletariaat in de Jordaan wonen om daar zijn indrukken op te doen voor zijn boeken.
Hij verzamelde veel Jordaanse woorden in het Bargoens dat afkomstig van het Jiddisch was.


Buurtgebonden dialecten zijn er niet meer
Als er voor een bepaalde klank meer uitspraakvarianten zijn, komen die naast elkaar voor.
Duidelijk is ook dat die stadstaal zeer sterk onder de invloed komt van het standaard Nederlands.
Wat betreft de houding ten opzichte van het Amsterdams, zullen we zien dat de waardering nauw samenhangt met de positie van de gesproken standaardtaal.


Wat is Amsterdams?

We kunnen nu een eerste antwoord geven

Het is een taal die vooral in klank, maar ook wel wat de woordenschat en bepaalde grammaticale verschijnselen betreft, afwijkt van de Nederlandse standaardtaal en die gesproken wordt door mannen en vrouwen die tot de lagere sociale klasse behoren en die in Amsterdam geboren en getogen zijn.

Het is een taal die merkwaardigerwijs door de sprekers ervan minder gewaardeerd lijkt te worden dan door de niet-sprekers en die in de loop der jaren steeds meer aan prestige heeft gewonnen en typisch Amsterdamse artiesten grote faam bezorgde, zangers, toneelspelers, cabaretiers en schrijvers.

In Amsterdam wordt standaard Nederlands gesproken, met alle mogelijke accenten en verder heel veel andere talen, daarnaast is er het plat Amsterdams.

In de loop van de eeuwen hebben allerlei talen invloed gehad op die ene variëteit, maar het hoofdbestanddeel bleef Nederlands.

Jan Berns

Lees ook: Taalarm of Taalrijk



> naar boven


> Jordaan index


Aanvullingen en verbeteringen
ontvang ik graag hier


Bron:
Dr.J.B.Berns, Meertens Instituut, onderzoek Nederlandse taal en cultuur/