de Jordaan


> Jordaan index

> Koperen Stelen Fonds
> Sanatorium Zonnestraal


tussen taal en beeld Diamantbewerkersbond

De Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond
opgericht in 1894


In 1900 betrok de bond het gebouw De Burcht gebouwd door H.P.Berlage
Tegenwoordig is er het Vakbondsmuseum gevestigd

Henri Polak
Het initiatief kwam van de bekende vakbondsleider Henri Polak [1868-1943]
Het was één van de eerste vakverenigingen in Nederland.
Er waren al eerder vakverenigingen van diamantbewerkers opgericht, maar die waren voor vakspecialisten zoals slijpers, verstellers en klovers, die allemaal een eigen organisatie wilden.
De meeste diamantwerkers in Amsterdam waren van joodse afkomst. Veel joodse vaklieden waren in deze periode socialistisch.



Diamant wordt geslepen op een gietijzeren schijf die rond draait met een snelheid van 3000 toeren per minuut.
Op deze schijf heeft de diamantslijper diamantpoeder aangebracht dat hij vermengd heeft met 3 druppels olijfolie.
Door de snelheid van de schijf en het diamantpoeder worden de facetten op de steen aangebracht die de diamant zijn schittering geven.
De diamant wordt in een dop geklemd die doormiddel van een koperen steel aan de tang verbonden is, doordat koper buigzaam is kan de diamantslijper de hoek bepalen waaronder het facet geslepen wordt.



Het Koperen Stelen Fonds


Jan van Zutphen was begin 1900, in een tijd van malaise, één van de voormannen van de ANDB.
Hij zocht naar middelen om hulp te bieden aan tuberculoselijders onder zijn vakgenoten.
Zijn werkzaamheden als tbc-bestrijder begon Van Zutphen in 1898 met een geldinzamelingsactie om voor zijn vriend en partijgenoot Johan Harttorff een sanatoriumkuur mogelijk te maken.

Het was onder diamantwerkers gebruik om op maandagochtend de opbrengst van de verkoop van slijpafval, en de gebroken koperen steeltjes van de diamanthouders, in sterke drank om te zetten.
Door een ijzeren discipline en het vaststellen van een goed doel maakte "Ome Jan" van Zutphen een einde aan dit "maandagochtendvieren" van de diamantwerkers.

Het geld werd in vanaf 1905 bijeengebracht voor de Stichting Diamantbewerkers Koperen Stelenfonds.
Maar dat was niet voldoende om alle zieken te helpen.
Er werd gezocht naar meer mogelijkheden, en het plan ontstond om uit het afvalslijpsel het zuivere diamantstof vrij te maken en dat te verkopen.
Een goed ingericht laboratorium was noodzakelijk maar dat zou veel geld kosten.
Was het verantwoord een onzekere poging te ondernemen om een diamantmijn aan te boren?

Ome Jan van Zutphen sprak zijn kameraden toe:
Als wij doorgaan op de oude paden, zullen we nooit komen waar we willen. We zullen misschien elk jaar een paar honderd patiënten kunnen helpen, maar van fondsvorming komt niets. Als we ervan overtuigd zijn dat de zwarte brij zuivere diamant bevat, dan zullen voor de duizenden, die we moeten uitgeven om het te zuiveren, honderdduizenden in onze kassen zien terugvloeien.

Toen het laboratorium begon te functioneren, werden vangranden om de slijpschijven aangebracht, om de drabbige pap op te vangen. De meeste vakgenoten geloofden niet erg in het plan, maar toch werkten ze loyaal mee. Ze verzamelden de zwarte brij in oude conservenblikjes, die een paar keer per week werden opgehaald.
De eerste proef zuiveringen, in het nieuwe laboratorium op de Hoogte Kadijk verricht, mislukte.
Toen er een nieuw chemisch procédé werd beproefd, weigerden de slijpers langer hun medewerking te verlenen.
'We hebben al zoveel kostbare uren verknoeid en zoveel schijven gemoerd met dit volkomen onbruikbare spul, dat we er schoon genoeg van hebben' zeiden ze tegen ome Jan.
'Hou er mee op! Dat zogenaamde gezuiverde zwarte poeder is zijn gewicht in zand nog niet eens waard.'

Kaken op elkaar
Hij ging naar Abraham Asscher, de directeur van de diamantslijperij, en legde uit waar zijn plan op dreigde vast te lopen.
'We moeten mensen hebben, die het laboratoriumproduct in de praktijk toetsen,' zei hij. 'Maar ik kan het de slijpers niet kwalijk nemen, dat ze er genoeg van krijgen. Verloren tijd is voor een arbeider minder loon aan het eind van de week.'
Asscher had eerder al met een gift de inrichting van een laboratorium gesteund en beloofde de slijpers, die met het gezuiverde zwarte poeder wilden werken, ongeacht hun productie, het volle loon uit te betalen.
En zo werd het resultaat van de nieuwe proefnemingen toch getoetst.
Maar het rapport van de slijpers was opnieuw vernietigend. 'Niets mee te beginnen, waardeloos.'

Het laboratorium aan de Kadijk
'Jan, het is nou mooi geweest. Je prestige tegenover de leden van de bond staat op het spel. Niemand gelooft in je proefnemingen, ieder keurt het af dat daar zoveel geld aan wordt verknoeid.'
Er was een duur laboratorium, een dure chemicus, er waren arbeiders nodig om waardeloze zwarte brij uit de fabrieken te halen en er was een lege kas van het Koperen Stelen Fonds.
Jan liet het hoofd in de handen zakken.
'Als de proefnemingen mislukken heb ik vierendertigduizend gulden, die voor verpleging bestemd waren, weggegooid aan een hersenschim,' sprak hij hees.

Uiteindelijk slaagde de Delftse hoogleraar H. ter Meulen er in een procédé te realiseren om uit het afvalslijpsel het zuivere diamantstof vrij te maken en verwierf het Koperen Stelen Fonds grote inkomsten.
De idealistische plannen van Jan van Zutphen konden gerealiseerd worden.
Als dank voor de inspanningen van Prof. H ter Meulen werd later dit paviljoen van Zonnestraal naar hem vernoemd.


Het paviljoen in gerestaureerde staat.


Sanatorium Zonnestraal

Bij Hilversum werd het landgoed 'de Pampahoeve' gekocht.
In de villa kon een beperkt aantal van negentien patiënten kuren in zon en buitenlucht.
Met arbeidstherapie en nazorg werden goede resultaten behaald bij de behandeling van Engelse tuberculeuze oorlogsslachtoffers.
Jan van Zutphen wilde alles in het werk te stellen om deze vorm van behandeling ook in Nederland in te voeren.


Luchtfoto van Zonnestraal / Jan van Zutphen tussen directrice zr. Poortenaar en geneesheer-directeur v. Lier /
Ome Jan aan het bed van een patiënt

Sanatoriumplannen
Met de ervaringen van het begin kon de opgave voor een nieuw sanatorium geformuleerd worden:
verhouding tussen ziek zijn en herstellen en geleidelijk weer deelnemen aan de samenleving.
Te vaak was sprake van een terugval door geestelijke en lichamelijke overbelasting van een net verkregen evenwicht.
Architect Duiker, hielp mee met de ontwikkeling en het vaststellen van voorwaarden voor deze nieuwe vorm van behandeling.
Het was de bedoeling een sanatorium, met een voor- en nazorginrichting en arbeidstherapie, te bouwen.
Al in 1925 was de Nederlandse Vereniging 'Zonnestraal' opgericht.
Jan van Zutphen werd voorzitter.
KSF-patiënten zouden voorrang hebben bij plaatsing, maar het onderhoud zou geheel in handen komen van de vereniging.
Duiker kreeg de opdracht en in 1926 werd begonnen met de bouw van een uitgebreid complex voor 100 patiënten op het terrein van de Pampahoeve.

In 1927 nam de directeurgeneesheer, dr. Van Lier, de eerste patiënten op in het zusterhuis.
In juni 1928 werd het hoofdgebouw geopend.
Zonnestraal is gebouwd in beton, met stalen raamsponningen en enkel glas.
Architect Duiker heeft zijn standaardkleuren gebruikt: wit, zwart en een specifieke kleur lichtblauw, het zogenoemde "Duiker-blauw".
Er kwam een ziekenafdeling voor 28 patiënten, een hoofdgebouw met in drie evenwijdige vleugels: de medische afdeling in het noorden, terrassen, badgelegenheid en ketelhuis op het zuiden, keuken en apotheek in het midden. Ertussen de hoofdweg en daar overheen de grote eetzaal. Twee paviljoens aan weerskanten van het hoofdgebouw met elk twee afdelingen voor 25 patiënten met een conversatiezaal.


Werkplaatsen voor patiënten na restauratie.

De regering voor een dubbeltje op de eerste rang
Toen de eerste patiënten in 'Zonnestraal' werden opgenomen, stelde de regering een subsidie in uitzicht van elf centen per dag per patiënt. Maar de overheid vond bij nader inzien elf cent een lastig bedrag: het werd al gauw afgerond tot een dubbeltje.
Weer een jaar later kwam het bericht, dat. 'de zorglijke toestand van 's lands financiën' handhaving van het dubbeltje per dag helaas onmogelijk maakte. De subsidie werd tot zeven centen per dag verlaagd.
En nog een jaar later werden ook deze zeven centen geschrapt.
Het rijke Nederland bezuinigde op zijn stervenden.
Zo begon de grote crisis van de jaren dertig, die honderdduizenden zich later als een nachtmerrie zouden herinneren.
In de crisisjaren bleek het uiterst moeilijk om bij handhaving van de formule medische verpleging plus arbeidstherapie de begroting van Zonnestraal rond te krijgen. Doordat Van Zutphen met grote hardnekkigheid aan deze formule vasthield, raakte hij met verschillende dagelijkse bestuurders in de clinch.

Koperen Stelen Fonds

Tussen de aankoop van de Pampahoeve en de opening van het hoofdgebouw van Zonnestraal waren tien jaar voorbijgegaan.
Na de crisis van 1920-1923 waren de inkomsten van het Koperen Stelen Fonds snel omhoog gegaan.
.In 1919, het jaar waarin de ANDB zijn 25-jarig bestaan vierde, leverde de verkoop van boort, zoals het slijpafval genoemd werd, al een bedrag van vier en een kwart miljoen gulden op.
Driehonderd zeventig patiënten werden verpleegd, waardoor het totale aantal patiënten die het Koperen Stelen Fonds in ruim twintig jaar had bijgestaan, de drieduizend royaal overschreed.
Ome Jan zelf kreeg begin 1926 een gevaarlijke difteritis die hem aan de rand van het graf bracht.
Maar in november was hij weer present en op zijn agenda voor december stonden twaalf spreekbeurten.

Tweede Wereldoorlog
In maart 1943 heeft een oud-patiënt, die NSB'er was geworden, aan de Sicherheits Dienst verraden dat op Zonnestraal nog een aantal joden werd verpleegd.
Volkomen onverwacht raasde een overvalwagen het sanatoriumterrein op.
Er was geen verzet mogelijk, de kerels wisten precies waar ze zoeken moesten.
Een kwartier later stonden de Joodse zieken aangekleed opgesteld voor transport.
Het wachten was op een operatiepatiënt, die volgens dokter Bierhorst niet vervoerd mocht worden.
De Duitsers overlegden even en besloten de patiënt toch mee te nemen, doch 'de uiterste zorg' bij het transport te betrachten.
Ze gingen met een draagbaar naar binnen om de arme drommel te halen.
Op dat moment konden de onbewaakt op transport wachtende Joden het bos in vluchten.
Toen de Duitsers met de ten dode gedoemde patiënt naar buiten kwamen, waren de anderen al zo ver weg, dat achtervolging geen zin meer had.
Het was een trieste dag voor Zonnestraal, want de verpleging van joden in dit mede door joden gestichte sanatorium was nu onmogelijk geworden.

Uit protest tegen dit optreden van de Duitsers trad Van Zutphen af als voorzitter van het dagelijks bestuur van Zonnestraal.
Samen met zijn tweede vrouw nam hij bovendien de zorg op zich voor meer dan honderd joodse onderduikers.

Ook na 1945 bleef Van Zutphen actief betrokken bij de bestrijding van de sinds de oorlog weer sterk toegenomen tuberculose.
De verplichte doorlichting van scholieren is mede aan zijn intiatief te danken.
Pas in 1956 trok hij zich definitief terug uit het Zonnestraalwerk.

Voorbeeld van het Nieuwe Bouwen
Toen het werd ontworpen, dacht men dat tuberculose binnen dertig jaar uitgeroeid zou zijn.
Zonnestraal werd daarom ontworpen voor een relatief geringe levensduur.
Omdat later werd ingezien dat de gebouwen waarde hebben als monument, is vanaf de jaren negentig een omvangrijk restauratieprogramma in gang gezet, kostprijs 12 miljoen gulden.
De restauratie is uitgevoerd aan de hand van plannen van de architecten Henket en de Jonge die de stijl van het oorspronkelijke ontwerp gerespecteerd hebben.
Op het landgoed worden weer diverse vormen van zorg aangeboden.
Het hoofdgebouw is sinds mei 2004 in de oude glorie hersteld.


Het Koperen Stelenfonds heeft tot 2001 bestaan
Zonnestraal, ook wel Nieuwe Levenskracht genoemd, is letterlijk en figuurlijk een lichtend voorbeeld hoe met solidariteit nieuwe dingen tot stand kunnen worden gebracht.
De ongebruikelijke samenwerking tussen de arbeidersbeweging, gezondheidsdeskundigen en architecten brachten een gebouw en concept dat nu nog tot de verbeelding spreekt.
Niet de stenen, het staal en het glas, dat er nu weer prachtig bijstaat, maar vooral de geschiedenis van Jan van Zutphen is een voorbeeld. De maatschappelijke krachten van toen zijn er waarschijnlijk nog wel.
Ze moeten dan wel op een goede manier wakker gekust worden.

Een van de vele patiënten die in Zonnestraal hebben gelegen, was de dichter Cees Buddingh
Hij schreef er in 1942 zijn gedicht Blauwbilgorgel.

Ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel,
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind'ren van.
Raban! Raban! Raban!

[fragment]

De restauratie van Sanatorium Zonnestraal is bekroond met de World Monuments Fund / Knoll Modernism Prize 2010, die is toegekend aan Bierman Henket architecten en Wessel de Jonge architecten.
De prijs is in november 2010 in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York uitgereikt door Bonnie Burnham, president World Monuments Fund.



> naar boven


> terug naar Arbeiders in Beweging
> terug naar Jordaan index


> Aanvullingen en verbeteringen graag hier


Bronnen
o.a.
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, IISG /

Age Scheffer
, Ome Jan, het leven van Jan van Zutphen /