de Jordaan


> Jordaan index

> recht en orde
> onderwijs

> cultuur


tussen taal en beeld Jan Antoon Fortuyn


Jan Antoon Fortuyn
[1855-1940]

Eén van de 'twaalf apostelen' van de SDAP

Fortuyn heeft de socialistische beweging in Amsterdam op gang gebracht en is een van de oprichters van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij.

Fortuyn is op 3 september 1855 in Amsterdam geboren en overleden in Castricum op 9 oktober 1940.
Hij was de zoon van Jan Fortuijn metselaar, en Antoinetta Frederica Petronella van der Huur.
Op 14 oktober 1885 trouwde hij met Trijntje Tolk, de huishoudster van Domela Nieuwenhuis.
Hij kreeg een dochter en twee zoons. Na haar overlijden op 23 mei 1920 hertrouwde hij vier maanden later met Maria Johanna Elisabeth Mater, directrice van de Coöperatie Samenwerkende Linnennaaisters, en bemiddelaarster op het Arbeidsbureau.

De vader van Fortuyn, medeoprichter van de metselaarsvereniging Door Eendracht Saâmgebracht, wilde niet dat zijn enig kind ook metselaar zou worden. Hij zorgde ervoor dat Jan procureursklerk op een advocatenkantoor werd.
Fortuyn ontwikkelde zich als vrijdenker en werd lid van de vrijdenkersvereniging De Dageraad.
In 1878 schreef hij een enkele keer een artikel tegen de godsdienst, tot verdriet van zijn moeder die gelovig was. Zijn echte belangstelling ging uit naar het algemeen stemrecht.
In 1879 werd hij bestuurslid en in 1882 secretaris van de Vereeniging Algemeen Stemrecht in Amsterdam.

De omgang met socialisten
Om het politieke leven een impuls te geven richtten Domela Nieuwenhuis en Fortuyn eind 1880 de staatkundige vereniging De Unie op. Fortuyn sprak begin 1881 op de eerste openbare bijeenkomst.
Door dit politieke werk ging hij veel met socialisten om.
Hoewel hij aanvankelijk sceptisch tegenover het socialisme stond, werd hij in 1882 lid van de Sociaal Democratische Vereeniging en werd er in 1883 voorzitter van.

De jonge garde
Fortuyn, die toen 28 jaar oud was en als klerk bij het advocatenkantoor van Wertheim en Gomperts werkte, versloeg bij zijn verkiezing als voorzitter Klaas Ris. Die sprak over een tragisch element:

In het zich toch telkens herhalende schouwspel,
degenen, die een zaak hebben voorbereid door soms levenslangen harden arbeid,
te zien overvleugelen door jongeren.


De oudere generatie vroeg zich morrend af wat er van de afdeling terecht moest komen, nu een 'heer' de leiding had gekregen. Het wantrouwen werd echter gelogenstraft.
De eerste jaren waarin Fortuyn met strakke hand de afdeling leidde, waren de meest succesvolle in de geschiedenis van Sociaal Democratische Vereeniging.
Naar het oordeel van Domela Nieuwenhuis was Fortuyn:
De man, die de beweging in Amsterdam groot gemaakt heeft.

Fortuyn, die in zijn gehele leven weinig publiceerde, schreef in de jaren 1882 en 1883 Amsterdamsche Brieven in het weekblad Recht voor Allen. In het laatste jaar kwam hij tevens in het landelijk bestuur van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht.
Hij was aanwezig op het Internationaal Vrijdenkerscongres in 1883 in Amsterdam.

Ziekte en ontslag
Fortuyn werd in 1884 onverwacht bestuurslid van De Dageraad, maar de niet-socialistische leden wisten hem en Domela Nieuwenhuis in dat jaar uit de vereniging te werken.
In 1884, het sterfjaar van zijn vader, werd Fortuyn ernstig ziek en voor zijn leven werd gevreesd.
Maar hij herstelde en ging weer geheel op in de strijd. Hij wist uit ieder voorval propagandistische munt te slaan en was een meester in het bedenken van pakkende titels en zinnen. Maar zijn werkgever, het advocatenkantoor, stelde hem voor de keus: matigen of ontslag. Hij nam ontslag en werd copiist van brieven.

Een eigen gebouw
Fortuyn was een knap organisator en wist in 1886 voor de Sociaal-Democratische Bond het Volkspark te huren, zodat zaalafdrijving niet meer dreigde.
In 1890 zorgde hij ervoor dat Joan Nieuwenhuis het Bondsgebouw Constantia voor de SDB bouwde.
Eigenaar werd de door Fortuyn gestichte Amsterdamsche Arbeidersma
atschappij.
Later, toen Constantia wegens hypotheekschulden verkocht moest worden, scholden tegenstanders hem uit voor 'Jan de dief'.

Boekhandelaar in de Tuinstraat
Als spreker hanteerde Fortuyn de spot als krachtig wapen. Door zijn juridische kennis wist hij meestal buiten bereik van justitie te blijven. Maar toen hij eind 1885 sprak en relletjes uitbraken, werd hij verantwoordelijk gesteld en tot twee weken cel veroordeeld.
Fortuyn had zich na zijn huwelijk in 1885 als boekhandelaar en uitgever in de Jordaan gevestigd, waar hij met zijn vrouw en zijn moeder in de Tuinstraat woonde.
Tijdens het Palingoproer in 1886 verspreidde hij een pamflet, waarin de politie als stokslagersbende werd aangeduid. Hiervoor werd hij gearresteerd en zat zeventig dagen in voorarrest. Hij werd veroordeeld tot vier maanden celstraf, maar de Hooge Raad vernietigde echter dit vonnis.
Fortuyn wist de zaak volop in de publiciteit te krijgen, wat de andere veroordeelden hielp bij hun uiteindelijke vrijlating.

Het recht van de vuist of van de stem
Kort na het Palingoproer was Fortuyn weer middelpunt van volksoploopjes.
In 1887 werd Koning Willem III zeventig jaar en trokken Oranjeklanten naar bekende socialisten op om die te molesteren. De ruiten van Fortuyns winkeltje in de Tuinstraat gingen aan diggelen en hij moest gewapend over straat.
De colporteur van 'Recht voor Allen', Karel Anthonie Bos had een boekwinkeltje in de Hazenstraat en dat werd ook aangevallen.

Als bekende verschijning sprak Fortuyn in deze tijd door het hele land over Vuist- of Stemrecht.
Fortuyn was een heftig spreker met veel gebarentaal, maar van het opkomend anarchisme moest hij weinig hebben. Geen vechtpartijen onder de leus van Oranje, maar ook geen socialistische ordeverstoringen.
Hij bleef een aanhanger van de strijd voor algemeen stemrecht. Tijdens de verkiezingen van 1888 en 1891 stond hij kandidaat voor de Tweede Kamer.
Hij kwam in de hoofdstad op de achtergrond toen in 1890 de Centrale Raad van de SDB, in 1893 gevolgd door de redactie van Recht voor Allen en Domela Nieuwenhuis, zich daar vestigde.


Fortuyn vs. Domela
De verhouding met Domela, bij wie zijn vrouw nog als huishoudster had gewerkt, was gespannen en Fortuyn kreeg ruzie met een boekhandelaar. Die begon een lastercampagne tegen hem, waarbij Fortuyn werd omschreven als 'ploert'.
Toen Fortuyn in februari 1892 tot secretaris van de Centrale Raad was gekozen, wilde niemand, waarschijnlijk aangezet door Jan Rot, met hem in het bestuur zitting nemen.
Na het Kerstcongres van 1892 hield Fortuyn het voor gezien. Rot nam zijn plaats in.
Slechts na een bestuurscrisis keerde Fortuyn nog even terug. De oude vete met de broers Rot laaide weer op en na twee weken stapte hij weer op.

Eerst organiseren, dan revolutioneren
Fortuyn ging de geschiedenis in als één van de 'twaalf apostelen' van de SDAP. Maar zijn overgang kwam voor velen als een verrassing. Toch gaf zijn opstelling in de programcommissie van de SDB in 1892 al aan waar hij in de beweging stond.
Met wethouder Willem Vliegen bepleitte hij de opstelling van een 'program van demokratische hervormingen'. Vliegen raakte er toen van overtuigd dat onder het 'onstuimig doen' van Fortuyn een 'praktische natuur' schuilging. Die opstelling was al in 1888 naar voren gekomen, toen hij de anarchisten voorhield eerst te organiseren en pas dan te revolutioneren.

In 1894 werd Fortuyn 'als persoon' gevraagd het manifest te ondertekenen dat voorafging aan de oprichting van de SDAP.
De roemruchte vergadering op 1 oktober 1894 in Constantia, waar de SDAP zich presenteerde en die in een ordinaire vechtpartij eindigde met de aanhangers van Domela Nieuwenhuis, zal hem diep geschokt hebben. Met Henri Polak bemande hij het lokethokje bij de ingang van de zaal.
Als een dief in de nacht moest hij zich die avond met het geld uit de voeten maken.
Zelf had hij zijn bedenkingen tegen de 'heren'. In werkelijkheid speelde een oude vete over het begrafenisfonds van de SDB een rol, waarmee Troelstra hem, aldus Henri Polak, tot terugtreden dwong.

In 1898 verhuisde het gezin Fortuyn naar de Kerkstraat, waarmee een periode van twaalf bewogen jaren in de Jordaan werd afgesloten. Zijn functioneren binnen de SDAP werd bemoeilijkt door zijn gezondheid. Hij had een zwak zenuwgestel. Vliegen sprak van 'zenuwlijden', dat hem het werken een paar keer onmogelijk maakte, maar er was meer.
Fortuyn had als spreker de gewoonte het publiek zijn woorden toe te slingeren en wel zo snel dat men hem nauwelijks kon verstaan.

Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag ontving hij een verslaggever van Het Volk.
Toen deze Fortuyn zag zitten met zijn 'fleurige puntbaard' en 'levendige ogen' en zijn 'radde spraakje' hoorde, wist hij direct wat Vliegen bedoelde met zijn typering van Fortuyn als enige 'Fransman in de Partij'.



> naar boven
> terug naar Arbeiders in Beweging
> terug naar Jordaan index


> Aanvullingen en verbeteringen graag hier

Bronnen
o.a.
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, IISG /