
[1
maart 1879]
Het
weekblad 'Recht voor Allen' verschijnt
Het wordt uitgegeven door de opvolger van Domela
Nieuwenhuis, Jan Antoon Fortuyn, in diens boekwinkeltje in de
Tuinstraat dat later als de 'Algemeene en Sociale Boekhandel'
in de Nieuwe Leliestraat gevestigd was.
Tussen 1883 en 1886 groeide de oplage enorm.
Op de zaterdagavonden werd het blad met veel kabaal verspreid.
De verkopers kregen het regelmatig aan de stok met het volk uit de Jordaan
en met de politie.
In de Jordaan, een eilandenrijk met modderpoelen, waren hele straten
werkloos.
Het was de ideale doelgroep van het blad, maar juist de koningsgezinde
Jordanezen keerden zich menig maal tegen de idealistische verkopers.
Ze groeiden uit tot excentrieke straatfiguren.
Veel mensen kenden de felle antimonarchist Jacobus de Zwart en
de kameraden Anton Belderok en de 'held' Karel Anthonie Bos.
Colporteren van het weekblad Recht voor Allen
Politiebureau op de Lauriergracht
Een bende was zo geestdriftig voor vaderland en vorstenhuis, dat zij
op de kleine steentjes voor het Paleis het volkslied stonden te zingen.
Na dit eerbetoon kon het huis van de burgemeester niet worden overgeslagen.
De troep trok naar de Keizersgracht, zong daar het 'Wien Neerlands
Bloed' en begaf zich hossend naar de Westermarkt. Daar werd besloten
'die Bos es mores te leren'.
Karel Anthonie Bos is de beroemde of beruchte colporteur van socialistische
pamfletten en van het weekblad Recht voor Allen.
Toen de bende in de Hazenstraat arriveerde, stond een tiental socialisten
op de stoep van het boekwinkeltje van Bos.
De vereerders van het vorstenhuis hosten nog een paar keer Hop, hop,
hop, hang de socialisten op. Ze begonnen met vlaggenstokken, waaraan
de vaderlandse en de oranjevlaggen waren bevestigd, te slaan en te rammen,
vernielden de ruiten en drongen de
verdedigers, machteloos tegen een dertigvoudige overmacht, in het winkeltje
terug.
Die sloten de deur en moesten aanzien dat alle ruiten werden ingeslagen.
Pas na meer dan een half uur brullen en lallen kwamen de agenten van
het posthuis, dat in het voormalig Luthers Weeshuis om de hoek op de
Lauriergracht gevestigd was.
Ze zetten de brug voor de Hazenstraat af en geloofden het verder wel.
Het gemeentebestuur laat zich verleiden door hun haat tegen de sociaal-democraten
en schrijft de verwoesting van winkeltje toe aan eigen schuld.
Is dat niet een bedenkelijk gemis aan zelfbeheersing?

Koning
Gorilla
In het Nationaal archief ligt een brochure getiteld: 'Uit
het leven van Koning Gorilla'.
Hoewel de anonieme schrijver van het pamflet Koning Willem III nergens
met naam en toenaam noemt, is het iedereen duidelijk dat het over de
toenmalige impopulaire koning gaat.
Het pamflet komt uit socialistische hoek en verschijnt aan de vooravond
van de 70e verjaardag van de koning op 19 februari 1887
De brochure vindt gretig aftrek, er vindt een stormloop op de boekhandels
plaats.
Majesteitsschennis
Opmerkelijk is dat er geen
stappen worden ondernomen tegen auteurs, uitgever en verkopers, zelfs
geen gerechtelijk vooronderzoek vindt plaats.
Normaal is men wel voortvarender, regelmatig verdwijnt een socialist
in de gevangenis.
De enige die in verband met de affaire wordt vervolgd is Jozef Alexander
Cohen, (1864-1961) medewerker van het socialistisch partijblad 'Recht
voor Allen'.
Hij heeft naar de koning "Weg met Gorilla!" geroepen.
Hij werd bij verstek veroordeeld wegens majesteitsschennis en vluchtte
naar Frankrijk.
Blijkbaar vinden de autoriteiten het beter zo min mogelijk aandacht
aan de zaak te besteden. Het zou alleen nog maar meer koren op de molen
van de socialisten zijn en het koningshuis verder beschadigen.
Cohen
is opgegroeid in een gelovig joods middenstandsmilieu. Hij brak met
het oude geloof zoals hij zich tegen iedere vorm van gezag zou verzetten.
Zijn Indische jaren (1882-1887) bracht hij grotendeels door in militaire
gevangenissen.
Eenmaal gerepatrieerd bewoog hij zich in anarchistische kringen. Werd
medewerker aan anarchistische blaadjes en aan de Figaro. Via Londen
ging hij weer naar Holland, waar hij het non-conformistische eenmansblad
De Paradox (1897-1898) uitgaf.
Vanaf 1899 vestigde hij zich definitief in Frankrijk, waar hij meewerkte
aan Le Temps en Figaro en genaturaliseerd werd.
Van 1906 tot 1922 is hij in Parijs correspondent van De Telegraaf
[1892]
Recht
voor Allen is naar de hoofdstad gekomen
De strijd tusschen de "revolutionnairen" en de "parlementairen",
ook wel "mannen van den ge-lei-de-lij-ken weg" genoemd.
Aan
den eenen kant dus Troelstra en Van der Goes, aan den
anderen Domela Nieuwenhuis en Cornelissen.
Van der Goes was al een poos geleden uit den Bond geroyeerd, zodat Troelstra
het zaakje in de huishoudelijke vergaderingen alleen moest opknappen.
Partijgenoten De Levita, en Loopuit konden daarbij slechts
de rol van schildknaap vervullen, jong en onbedreven in het politieke
debat als zij waren.
Dolf de Levita had zijn sporen bij de diamantbewerkers verdiend.
Hij was tevens oprichter van de zangvereniging 'De Stem des Volks'
en schreef de overbekende 'Socialistenmars'
Na vele en herhaalde schermutselingen zou eindelijk de beslissende slag
geleverd worden:
Troelstra zou zich hebben te verantwoorden wegens het ongehoorde feit
dat hij niet alleen door zijn komst te Amsterdam het partijorgaan ongeoorloofde
concurrentie aandeed, doch dat hij bovendien den partijpaus Domela en
diens optreden in zijn blad openlijk dorst te kritiseeren.
[1890]
1 mei wordt voor
de eerste keer in Nederland gevierd
Het spreekt vanzelf dat Recht voor Allen op de Dag van de Arbeid met
een speciaal nummer uitkwam.
Men schreef: '
Koningschap, militarisme, geestelijkheid,
beurs en patroons
gaat ten onder
naarmate het schip der organisatie zich voortstuwt'
Bij Socialisme dacht Domela Nieuwenhuis aan
Utopische Socialisten
Als secretaris van de Sociaal-Democratische Bond
bracht daar Recht voor Allen als bondsorgaan in.
De redactie verhuisde in 1893 van Den Haag naar Amsterdam. De redactielokalen
waren aan het Damrak gevestigd, dicht in de buurt van het Antirevolutionaire
blad De Standaard.
Tekenaar Braakensiek maakt een spotprent waarin de twee dominees
Domela Nieuwenhuis en Kuyper elkaar de hand schudden. Samen zijn ze
een dreigend gevaar voor de bestaande orde van de liberale orde van
de heren.
|