de Jordaan


> Jordaan index

> recht en orde
> het nieuwe werck
> onderwijs

> cultuur


tussen taal en beeld Jan van Zutphen

Jan van Zutphen een rasechte Amsterdammer [1863-1958]


Jan van Zutphen aan zijn bureau in het kantoor van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkerbond.
Let op de twee telefoontoestellen: een voor de Gemeentetelefoon en een voor de huiscentrale,
een van de noviteiten van het ANDB-kantoor in 1900.

[Foto D.B. van der Heide, 1916 (IISG)]

Jan van Zutphen was secretaris Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond en voorzitter sanatorium Zonnestraal. Zijn roepnaam was Ome Jan.
Hij was de zoon van Johannes Anthonius van Zutphen, wijnkopersknecht, en Elisabeth Maria Grossenbach.
Hij was getrouwd met Emmetje Lamme, met wie hij twee dochters en twee zoons kreeg. Na haar overlijden hertrouwde hij met Bernardina Johanna Greger, met wie hij een dochter en een zoon kreeg.
Hij publiceerde onder pseudoniem: Brinio.

Hij maakte van zijn hart geen moordkuil.
Hij trok zich de slechte omstandigheden waarin zijn medeproletariërs zich bevonden enorm aan.

Als kind zag hij de uitbuiting van kinderen en van volwassen buurtgenoten.
Armoede veroorzaakte vele ziektes.
Zijn ouders vonden het vanzelfsprekend dat hij al op zesjarige leeftijd tussen vier en acht uur 's ochtends ging werken om wat bij te verdienen. Samen met andere kinderen moest hij scheepstouw uit elkaar pluizen.

Toen rond 1870 veel orthodox-protestanten aan de pokken bezweken omdat ze zich niet lieten inenten.
Het gezin van Van Zutphen dat wel ingeënt was bleef gespaard.
De volksziekte de tuberculose sloeg wel toe.
Zijn moeder en oudste zuster stierven toen hij tien jaar oud was.
Samen met zijn broer werd hij in een strengcalvinistisch pleeggezin opgenomen.
Daar hield hij een grondige afkeer van godsdienstig fanatisme aan over.
Later zou ook zijn eerste vrouw aan tbc overlijden.

Van leerling-timmerman tot diamantslijper
Hij ging naar de avondschool en wilde eigenlijk architect worden.
Toen hij dertien was viel hij van een steiger en was zo ernstig aan zijn benen gewond dat hij negen maanden lang rust moest houden. Daarna koos hij voor het veiliger beroep van diamantslijper.
Hij werd al op twintigjarige leeftijd briljantslijpersbaas.

Geïnspireerd door Domela Nieuwenhuis
Het duurde wel enige tijd voordat hij actief socialist werd, maar in oktober 1888 werd hij, 25 jaar oud, voorzitter van de Sociaal-democratische Diamantbewerkersvereeniging, een weidse naam voor een stuk of vijftien politieke geestverwanten.
Omdat de club uitgesproken socialistisch was werden de joodse diamantbewerkers er geen lid van.
In 1889 werd, los van de SDB, de Nederlandsche Diamantbewerkers Vereeniging opgericht.
Deze vakbond stelde eerst niet veel voor. De socialisten Henri Polak en Dolf de Levita en Herman Kuijper zorgden in 1892 voor nieuw leven in de vakbond.


Staking diamantbewerkers



Diamantslijperij

In november 1894 gaf van Zutphen leiding aan een staking.
Binnen twee dagen maakte hij van een kleine chipsslijpersstaking een algemene diamantbewerkerstaking, waar tienduizend vakgenoten in Amsterdam aan deelnamen.
Dat de joodse diamantbewerkers zich daarbij aansloten komt omdat Henri Polak in het stakingscomité ging zitten.
Van Zutphen had bijzondere contactuele kwaliteiten. Hij kon regelmatig tegenstellingen overbruggen en conflicten oplossen.
Met zijn overredingskracht, sociale bewogenheid, gevoel voor rechtvaardigheid en een bezielend enthousiasme was hij een groot propagandist.
Polak werd wel vergeleken met Mozes die de Joden door de woestijn naar het beloofde land bracht en dan was van Zutphen Aaron, de hogepriester, de zielverzorger, de idealist, de biechtvader.

In België actief
Van Zutphen was korte tijd leider van de stakende Antwerpse diamantbewerkers.
Vooral zijn toespraak tot de vrouwen van de stakers in het Hippodroom-paleis maakte indruk.
Begin 1910 hielp hij samen met Camille Huysmans de eenheid in de Belgische vakbeweging en de Antwerpse diamantbewerkers te herstellen.

Breuk met Domela Nieuwenhuis
In 1903 was hij lid van een commissie van vrije socialisten en vakbondsbestuurders, die onderzocht of sociaal-democraten al of niet terecht door Domela Nieuwenhuis en de zijnen van verraad tijdens de aprilstaking waren beschuldigd.
Bij deze gelegenheid keerde Van Zutphen zich in dagblad Het Volk fel tegen de socialistische voormannen.
Domela Nieuwenhuis, de man die hem eens de weg naar het socialisme had gewezen, viel voor hem van zijn voetstuk.

In 1905 was Van Zutphen een van de oprichters van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen (NVV)
Toen Polak in 1909, uit protest tegen uitsluiting van marxisten, alle openbare functies neerlegde, nam Van Zutphen zijn plaats over.
Hij zat twintig jaar voor de SDAP in de Provinciale Staten van Noord-Holland. En één jaar in de Amsterdamse gemeenteraad.
Vanaf het begin van de eeuw zat van Zutphen in veel besturen van sociale instellingen zoals de Kinderbescherming, Vrouwenraad, Vacantie-Kinderfeest, Voogdijraad, het Burgerlijk Armbestuur van Huiszittende Armen, Belangengroep van zenuw- en zielszieken, het Algemeen Steuncomité 1914 en het Nederlandsch Comité tot Reumatiekbestrijding.
Van Zutphen, die zelf nogal eens aan ischias leed, was van de laatste organisatie vice-voorzitter. In individuele gevallen lapte hij bureaucratisch-paternalistische procedures aan zijn laars.
Zo zorgde hij er als lid van het Algemeen Steuncomité 1914 voor, dat een oorlogswerkloze elke ochtend voor zijn deur een fles melk voor zijn zieke vrouw vond.

Het Koperen Stelen Fonds en Sanatorium Zonnestraal
Zijn werkzaamheden als tbc-bestrijder begon Van Zutphen in 1898 met een geldinzamelingsactie om voor zijn vriend en partijgenoot Johan Harttorff een sanatoriumkuur mogelijk te maken.
Vervolgens begon hij te zorgen voor regelmatige financiële steun aan door tuberculose getroffen diamantbewerkers.
In 1905 richtte hij zogenoemde Koperen Stelen Fonds op. De opbrengst van niet meer voor het slijpen bruikbare koperen stelen plus de centen die klovers en snijders dagelijks in bussen gooiden, was voor de verpleging van aan tbc en andere ziektes lijdende ANDB-leden.
Met een gift van diamantair Abraham Asscher kon het KSF op de Hoogte Kadijk een laboratorium voor de zuivering van slijpersafval in gebruik nemen.
In 1919 toen de bond zijn 25-jarig bestaan vierde bracht het gezuiverde diamantslijpsel al een bedrag van vier en een kwart miljoen gulden op.

Op advies van dokter Ben Sajet en architect Jan Duiker werd besloten op het terrein van de Pampahoeve bij Hilversum sanatorium Zonnestraal te bouwen.
In de crisisjaren was het moeilijk om medische verpleging in combinatie met arbeidstherapie te krijgen.
Doordat Van Zutphen met grote hardnekkigheid aan deze formule vasthield, raakte hij met verschillende dagelijkse bestuurders in de clinch. De directeur van de Amsterdamse G G D, Louis Heijermans beschuldigde hem van 'hobbyisme' en trok zich uit het bestuur terug.
Maar Jan was als geldinzamelaar met zijn spectaculaire baard een nationale figuur. Hij organiseerde bijvoorbeeld postduivenvluchten voor het goede doel. Dat bracht veel geld op.
Als jongen was het kweken van postduiven al een van zijn hobby's.

lees verder over de diamantwerkers >


Jan van Zutphen 92 jaar: 'We moeten er wat aan doen, mijn jongen!'

Van begin af aan beschouwde hij het socialisme slechts als één van de middelen om tot algemeen menselijk geluk te komen.
Om dit te bereiken had men volgens Van Zutphen God niet nodig maar wel de mensen van goede wil.
Hij werd daarom ook lid van het Humanistisch Verbond.
Ook het pacifisme was een belangrijk onderdeel van zijn levensfilosofie.

Tweede Wereldoorlog
Rijkscommissaris A. Seyss Inquart maakte Jan van Zuphen ongevraagd lid van de Ereraad van de Winterhulp en moest hij twee NSB-ers in het dagelijks bestuur van Zonnestraal op nemen.
Hij nam meteen ontslag uit de Ereraad.
In 1941 protesteerde hij fel tegen een smerig antisemitisch stuk van Rost van Tonningen, redacteur van Het Nationale Dagblad.Toen de Duitsers in maart 1943 de joodse verpleegden van Zonnestraal wilden deporteren, konden die met hulp van het sanatoriumpersoneel vrijwel allemaal vluchten. Uit protest tegen dit optreden van de Duitsers trad Van Zutphen af als voorzitter van het dagelijks bestuur van Zonnestraal. Samen met zijn tweede vrouw nam hij de zorg op zich voor meer dan honderd joodse onderduikers.

Ook na 1945 bleef Van Zutphen actief betrokken bij de bestrijding van de na de oorlog weer sterk toegenomen tuberculose.
De verplichte doorlichting van scholieren is mede aan zijn initiatief te danken.
Pas in 1956 trok hij zich definitief terug uit het Zonnestraalwerk.
Tijdens zijn lange arbeidzame leven schreef hij vele, vaak zeer levendige artikelen in verschillende tijdschriften
zoals het Weekblad van de ANDB, Het Volk, het Antwerpse blad De Volkstribuun en Zonnestraal, dat hij zelf redigeerde.

Zijn kunstzin bleek uit een jarenlang optreden als zanger in De Stem des Volks en het schrijven van gevoelige natuurpoëzie.



> naar boven


> terug naar Arbeiders in Beweging
> terug naar Jordaan index


> Aanvullingen en verbeteringen graag hier


Bronnen
o.a.
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, IISG /

Age Scheffer, Ome Jan, het leven van Jan van Zutphen /