|
de
Jordaan
tussen
taal en beeld
>
Jordaan index
>
Meer over de Lauriergracht
>
Herinneringen van weesjongens
>
Het verhaal van een bewoner van het OPC
>
Een Jordanees kan veel verhalen
>
Café Rooie Nelis
Het
Jongensweeshuis aan de Lauriergracht

haeC.
stat. Caritate DoM.Vs
Dit is een huis voor liefdadigheid
Door
Moeders vlyt en dienst, kleedt, spyst men d'ouderloos.
Goed is 't, die dankbaar is, en deugd omhelst altoos.
Uit liefde tot de Wees sproot dit Roomsch huisbestier.
Barmhartigheid en straf is by de Vaders hier.
[1705]
Onder de tien Platanen is een plek van rust
Tussen Elandstraat
en Lauriergracht
in het hart van de Jordaan bevindt zich het voormalig RK
Jongensweeshuis.
Het oudste gedeelte werd gebouwd rond 1550, het was een houten
woonhuis waarvan de originele constructie nog gedeeltelijk bewaard
is gebleven. Boven de hoofdingang van het weesthuis staat: haeC.
stat. Caritate DoM.Vs. De hoofdletters die in deze tekst
verwerkt zijn, CCDMV zijn het jaartal 1705, de oprichting van
dit gebouw. Nog dagelijks klinken om 9, 3 en 6 uur de klokslagen
van het uurwerk dat in het dakkapel gebouwd is. Oorspronkelijk
was dit uurwerk en de klok uit 1769, maar tijdens de restauratie
is er een poging ondernomen om de bronzen klok te stelen, waarbij
het uurwerk vernield werd. In 1997 is de klok gerestaureerd.
[1954]
Na
het vertrek van het Jongensweeshuis komt
Amstelstad, een lekentehuis voor voogdijkinderen
Het katholieke fundament brokkelt af en er komen voorzichtig ook
kinderen van andere gezindten.
[1971]
Het Ortho Pedagogisch Centrum krijgt de naam de Platanen
Na het vertrek van het laatste weeskind is het een open inrichting
voor zwakzinnigen geworden.
[1997]
Kindercentrum De Platanen
/ Jeugdtheater / woonfunctie
Het gebouw is gerestaureerd.
Jonge kinderen hebben het hoofdgebouw van het weeshuis overgenomen.
Er is een crèche voor baby's, een dagverblijf voor peuters
en een Naschoolse Opvang.
In en rond de voormalige kapel van het Jongensweeshuis komt een
jeugdtheater.
De zijvleugels, waar eens de refter van de nonnen was en waar
de slaapzalen waren, zijn verbouwd tot woonappartementen
voor senioren en HAT eenheden.
[1664]
Pestepidemieën
Amsterdam groeide van 30.000 inwoners in 1585 tot 115.00 inwoners
in 1630. In de jaren daarna woedden enkele pestepidemieën
die duizenden slachtoffers maakten. Er heerst een epidemie met
34.000 doden. Voeg hierbij de Engelse zeeoorlogen en de voortdurende
armoede van het gewone volk tijdens de Gouden Eeuw en het is duidelijk
dat er grote aantallen wezen moesten worden gehuisvest.
[1673]
Er moest katholiek weeshuis komen
Er wordt in een gehuurd huis in de Weesperstraat, 'naest
den soeten invall', een aantal weesjongens ondergebracht.
Na een speciale inzameling, 'ommegang
met sackies', had men een kapitaal van 3500 guldens
werkkapitaal bijeen en kon een weeshuis gesticht worden. Het is
uitgegroeid tot een groot en rijk Jongensweeshuis.
In een rekest van de regenten van het Weeshuis aan de burgemeesters
van Amsterdam van 1723, wordt betreffende de begindatum van het
Weeshuis gezegd, dat de roomsche gemeente binnen deze stad in
het Jaer 1673 en 1674 een aanvang makende om de weesjongens van
haere religie tot haare kosten te onderhouden, deselve Jongens
hebben gesteld onder het opsigt van twee bestierders, welke bestierders
de jongens van minder ouderdom bij de anderen hebben geplaatst
in een particulieren hujs op de Weesperstraat ten dien eijnde
gehuurd om daar als in een kostschool en van het nodige te werden
besorgt, en tot lesen en schrijven als andersints bequaam gemaakt.
[1682]
Een gedoogd weeshuis
Het katholieke initiatief was niet naar de zin van de Gereformeerde
Kerckeraad. Die beklaagde zich dat er een soort
Paaps weeshuis in de Weesperstraat was. De Papisten worden door
de Burgemeester op het matje geroepen. Ze krijgen te horen: "sulks
is in deze stad niet te dulden", maar ze worden stilzwijgend
gedoogd want de weeskinderen moesten toch ergens heen.
Een jaar later bleek dat er schooljongens en zogenoemde werkjongens
al naar de Lauriergracht verhuisd waren. Dat gebeurde zonder enige
ruchtbaarheid en tot ongenoegen van de Gereformeerden.
Maria Magdalena Gravin Moens
is de weldoenster die geld doneert. Zij kent pastoor
Offermans die ook kerk
'de Duif' aan
de Prinsengracht gesticht heeft.
[1686]
Er wordt een huis aan de Lauriergracht
gehuurd
Wegens plaatsgebrek had men namelijk besloten ook de oudere weesjongens,
de zogenoemde werkjongens, bijeen te brengen in een gebouw met
de schooljongens. Dit samen wonen bleef zo door bijna drie eeuwen
heen, met dien verstande, dat na een uitdrukkelijke samenvoeging
van leefwijze van werk en schooljongens rond 1680, steeds meer
werkjongens buiten het Weeshuis geplaatst werden bij pleeggezinnen
of familie.

Eerste vestiging in verffabriekjes
Het weeshuis is aan de Lauriergracht gebouwd,
op de plek waar het pakhuis Venetië
en de verffabrieken De Blauwselmolen
en De Indigo's Ton
stonden. De panden waren eigendom van schepen
De Vroede.
Hier werden in 1685 door de Gereformeerde Kerkeraad de Paapse
weesjongens opnieuw 'ontdekt'
zie
plattegrond begane
grond
zie plattegrond eerste
verdieping
zie plattegrond zolderverdieping
[1705]
De eerste gebouwen voor het weeshuis
worden in gebruik genomen
Het RC Jongensweeshuis bestaat uit meerdere gebouwen en is ontworpen
door Steven
Vennecool (1657-1719), de laatste van de grote
architecten uit de 17e eeuw.
[1790]
Er wordt een stuk bijgebouwd.
[1883]
Het het laatste gedeelte is afgebouwd.
Het werk is begroot voor fl. 50.000.
Achter de drie panden aan de gracht kon het weeshuis zich rond
een binnenplaats uitbreiden, zonder dat er aan de buitenkant iets
van te zien was.
Via een poort aan de Lauriergracht kwam je door een donkere gang
met een ijzeren hek aan het eind.
Links van de gang was het huis van de pastoor. Rechts een huiskapel,
maar die mag niet door de wezen gebruikt worden omdat er een kerkscheuring
gaande is.
Het weeshuis komt in handen van een Jansenistische
priester, maar de weeskinderen hadden daar geen weet
van.
Ze worden als 'verdoolde schapen' van
de ene kerk naar de andere gestuurd.
Aan
de rechterkant van de binnenplaats is een gaanderij waar de wezen
bij slecht weer kunnen schuilen.
In die gaanderij zijn de kastjes voor de kleding en het gereedschap
van de werkjongens.
Alle weesjongen kregen éénmaal per jaar nieuwe kleren.
Naast de gaanderij zijn de kamers van de binnenvader en -moeder,
de keuken en het washuis.
De kinderen tussen de 4 en 6 jaar worden overdag in die keuken
opgevangen.
Wezen onder de vier jaar werden eerst bij een min ondergebracht.
Boven op het statige hoofdgebouw met de trap, komt een klok en
een windvaan met een zeemeermin.
Er is daar een onverwarmde eetzaal met lange banken voor de middag-
en avondmaaltijd.
Achter het hoofdgebouw is een kleine binnenplaats met een uitgang
naar de Elandsstraat.
Rond die binnenplaats was de bakkerij, kleermakerswinkel en een
washok met regenwaterpomp en stenen wasbakken.
De woonhuizen aan de Elandsstraat werden stuk voor stuk aan het
weeshuis toegevoegd.
Bijzonderheid is dat onder het complex een
gangensysteem loopt dat het weeshuis verbindt met voormalige
kloosters in de omgeving. Tijdens de oorlog werden er wapens voor
het verzet verborgen.
[1782]
Iets gezondere lucht en een kapel
De regenten besluiten om in de muur van de school van het weeshuis
een aantal gaten te hakken om de benauwde lucht weg te nemen.
De graanzolder wordt tot slaapzalen verbouwd en ze besluiten om
niet meer dan twee zieke kinderen in een eenpersoons krib te leggen.

Het belangrijkste besluit was om binnen
het weeshuis een kapel in te richten
Men wilde voorkomen dat 'de weeskinderen herwaarts en derwaarts
ter kerke moetende gaan, aan haarzelven en haar eigen bestiering
overgelaaten moeten worden en geene behoorlijke moreele educatie
kunnen genieten'
De regenten laten op de zolder van de westelijke vleugel, boven
de ingang, een kapel bouwen die alleen voor het weeshuis zal zijn.
Ze stellen een rekest aan het stadsbestuur op om zelf een pastoor
aan te mogen stellen.
Het eerste dat de pastoor deed was de ochtend- avondgebeden en
die bij de maaltijd te veranderen.
Het hek ging voor de jongens op de vrije zondag pas ná
de mis open, maar het avondverlof werd wel met een uur verlengd.
Het tekenonderwijs werd ook verbeterd. Dat was wel handig voor
de leerschool van de jongens als timmerman.
De regenten konden het bestuur naar buiten niet aan.
De weesjongens moesten behoed worden voor drankmisbruik.
Om aan drank en sigaretten te komen verkochten de weesjongens
hun boterhammen die ze voor op het werk meekregen. In de buurt
van het weeshuis woonden lieden die er een handeltje in zagen.
De weeskinderen pikten brood en beleg van de ontbijttafel en verkochten
het buiten de poort.
[1788]
Oproer op de Lauriergracht
Het zijn onrustige jaren. Het was de tijd van de inval van de
Pruisische troepen en het herstel van Stadhouder
Willem V in zijn functies. Buiten de muren van
het weeshuis zijn er de tegenstellingen tussen de
Patriotten en de Oranjegezinden.
[1753-1813]
Regent Hovius
Deze regent krijgt steeds meer macht en stelt regels op voor de
zes suppoosten, de binnenvader, de meesters, de kleermaker en
de broodsnijder.
Er waren eigenlijk maar zes personen die gezag over de weesjongens
hadden, de rest was bedienend personeel.
De jongens die buiten het huis werkten komen in aanraking met
zaken die zeker niet bij een goede opvoeding behoren.
Bij de weesmeisjes is dat minder een probleem die bleven veelal
binnen het Maagdenhuis werken.
Er waren weesjongens die niet Patriottisch waren en die dienst
genomen hadden in het leger van de Staten
van Holland om stadhouder
Willem V te verhinderen terug te keren.
Dat gaf in en rondom het weeshuis veel onrust.
De
houten bijlencompagnie
De regenten dringen er bij de hoofdofficier van de stad op aan
de houten bijlencompagnie, een stelletje hangjongeren uit die
tijd, aan te pakken.
Er mogen geen opruiende liederen, die gepeupel op de been brengen,
in de buurt van het weeshuis gezongen worden.
Maar het bleek dat er een aantal weesjongens zelf bij het houten
bijlen genootschap hoorden.
Het verderf was het weeshuis binnen geslopen.
Oproerige weesjongens werden het huis uitgegooid.
Een weeskind werd opgepakt omdat hij niet genoegzaam van oranjetekens
was voorzien.
De regenten werden op het matje geroepen en alle weeskinderen
kregen voortaan een vetleren Oranje Cocarde
te dragen als ze naar buiten gingen.
Bij de marine
Alle jongens boven de 17 jaar oud moesten zich aanmelden voor
dienst op 's Lands Vloot. Dat vonden de weesjongens wel wat. Ze
verdienden fl.12,- in de maand, gratis uitrusting en fl.25,- bij
indiensttreding. Van de zestien die zich aangemeld hadden werden
er acht afgekeurd. De rest ging aan boord van de
Batavia. Een jaar later lag het schip nog steeds
voor de rede van Texel. Het weeshuis stuurde voor fl.9,15 groente
en aardappels, koffie en thee voor de jongens.
[1811]
Leegloop
Napoleon had dringend soldaten
nodig.. Weeskinderen tussen de 15 en 19 jaar oud werden zonder
meer bij de Keizerlijke Garde
ingelijfd.
Regent Hovius probeerde op alle mogelijke manieren
de jongens te beschermen.
Dat lukte niet altijd, men kwam controleren en nam 10 kinderen
mee, vier te kleine kinderen, twee zieken, twee met een 'zeer
hoofd', eentje die ínnocent' en een die 'lam' was.
Het Jongensweeshuis moest 167 wezen uitbesteden naar het platteland,
zo werd door de Utrechtse Commissie
vastgesteld. Dat heette dan dat ze 'bedankt' hadden voor
het weeshuis. Ze verdwenen naar familie, bazen in de stad of naar
de provincie.
Zo ontkwamen de jongens met hulp van regent Hovius aan de militaire
dienst.

Bezoek
van kardinaal van Rossum
[1822]
Directeur Eberson sterft en Reemer volgt
hem op
Johannes Adam Reemer was zelf weeskind
uit het Jongensweeshuis en opgeklommen als bovenmeester.
Hij was minder hardvochtig dan Eberson
stelde dat de jongens zich meer 'broeders' van elkaar moesten
voelen. Daar maakten ze behoorlijk misbruik van. Reemer
moest ook iets aan de behuizing doen. De drie huizen die van schepen
de Vroede gekocht waren werden zo bouwvallig dat ze gesloopt moesten
worden.
Een weesjongen mocht nog wel de eerste steen voor nieuwbouw leggen
maar toen was het geld op en wordt een provisorische buitenmuur
aan de Lauriergracht geplaatst.
[1838]
Eindelijk neemt nieuwbouw een aanvang
Aan de Lauriergracht komt een blinde gevel met drie ingangen,
één voor de wezen, één voor de regenten
en één voor de bezoekers van de kapel die nu op
de bovenverdieping gebouwd is. Enige openheid naar buiten was
overbodig. De zijvleugels worden verlengd en worden bestemd voor
slaapzalen voor éénpersoons ijzeren bedden met houten
schotjes er omheen voor de privacy. Nu konden de jongens zich
aan en uitkleden zonder elkaar te zien, want er was nog steeds
het gevaar van homofilie.
Naar
Veenhuizen
De straffen voor onhandelbare jongens logen er niet om. Ze werden
naar Frederiksoord en de heropvoedingsinrichting
Veenhuizen verplaatst. Nog erger was als de jongens
gedwongen in zeedienst te gaan.
Overigens was het in Veenhuizen geen pretje. De jongens sliepen
in hangmatten, de hygiëne was slecht er heerste een oogziekte
en er werden door ds.Otto
Gerhard Heldring honderd knapen aangetroffen
'die door onanie tot pygmeeën waren
gekrompen'. In Veenhuizen verbleven de 'paupers' van
de gemeenschap. De inrichting werd in 1869 op last van de overheid
gesloten, maar Frederiksoord bleef in gebruik.


[1845-1900]
De Broeders van Maastricht vestigen zich
in Amsterdam
De regenten vragen een jonge congregatie van Broeders te Maastricht
een aantal broeders ter beschikking te stellen voor de dagelijkse
zorg van de weesjongens. Het voordeel is dat geestelijken niet
betaald hoeven te worden, hoewel ze wel fl.100,- per jaar toegeschoven
kregen. Maar ze mogen beslist geen onderwijs geven, vonden de
regenten.
De broeders zonden twee broeders en 5 novicen om deze taak op
zich te nemen. Die vormen een apart en geheimzinnig groepje binnen
het weesthuis. De broeders waren wel ingetogen, maar deelden af
en toe wel een doffe klap uit. Overigens was er wel sprake van
religieuze beïnvloeding want 19 Weesjongens traden in bij
de congregatie.
Ingang van 'De Voorzienigheid' in de
Elandsstraat
Dit was de plek waar de kleuters van het Jongensweeshuis verpleegd
werden.
Het viel de kinderen op dat de zusters altijd met z'n tweeën
de straat op gingen en schuin de trap afliepen.
[1856]
De wezen krijgen het iets beter
Er komt een inrichting voor stortbaden. Een anonieme schenker
geeft 400 witte borden zodat de jongens niet meer met z'n vieren
of zessen uit één bak hoeven te eten. Schoenen gaan
de klompen vervangen. Er is zelfs sprake van toneelvoorstellingen
als een regent iets te vieren had.
Er komt een nieuwe vleugel aan de Elandsstraat met een eetzaal,
een recreatiezaal voor de werkjongens en een tekenschool. Een
paar jaar later wordt een timmermanswerkplaats zelfs omgebouwd
tot een biljartzaal.
De kleuters van het jongensweeshuis gaan naar de bewaarschool
van de Zusters van de Voorzienigheid
verderop in de Elandsstraat.

Vernieuwing
van de kleding der weesjongens.
vlnr 1780; 1849; 1900; 1920
[1886]
Het Palingoproer heeft ook zijn weerslag
op het weeshuis
De geweerschoten zijn in het weeshuis duidelijk te horen.
Door werkloosheid en armoede stijgt het aantal wezen. Het is bovendien
steeds moeilijker stageplekken voor werkjongens te vinden.
Werkjongens komen in aanraking met het socialisme en bezoeken
zelfs vergaderingen in het Volkspark.
De bazen ontslaan zulke jongens, de politie brengt ze op en vervolgens
worden ze door het regentencollege naar Frederiksoord verbannen.
De broeders van Maastricht hebben het behoorlijk moeilijk met
die socialistische weesjongens.
[1900-1960]
De Zusters van De Voorzienigheid
Na 55 jaar, nemen de zusters het van de
broeders van Maastricht over. Ze zijn afkomstig van de
onderwijscongregatie 'De Voorzienigheid' die gevestigd was
in het blok tussen de Hazenstraat, de Konijnenstraat en de Lauriergracht.
De Arme zusters van het Goddelijke kind
zo werden ze genoemd.
Zuster Isfrida
Net zoals de andere zusters, is zr. Isfrida
in het geheel niet voor het werk met jongens is opgeleid. De hardvochtige
en onpersoonlijke benadering van de jongens paste wel in het katholieke
patroon maar was verre van 'Goddelijk'. De zusters hebben een streng
regime. Het troosten van jongens als ze gevallen waren was er niet
bij. De zakken van de jongens worden dichtgenaaid. Ze moeten met
hun zwembroek aan onder de douche. Ondanks dat worden er verschillende
onzedelijkheden ontdekt, er werden twee jongens naakt bij elkaar
in bed aangetroffen. De zusters hebben zelf geen idee hoe ze de
seksualiteit moesten benaderen. Denken aan onkuisheid was voor hen
al onkuis op zichzelf.
Daar tegenover proberen de zusters met een St. Nicolaasfeest, uitstapjes
en zelfs een vakantie in een vakantiekolonie in Dieren een beter
opvoedingsklimaat te scheppen.
Ze richten in het weeshuis zelfs een 'Vereniging
voor Eer en Deugd op.
De
Broeders van Maastricht vertrekken
in burgerkleding met de noorderzon terug naar Maastricht.
Er zitten nu 70 wezen en 9 zusters in een veel te groot gebouw.
[1905]
Van opvangen naar opvoeden
In dit jaar werden de Kinderwetten
aangenomen, waardoor er een Voogdijraad
ontstond die het opvoedingsbelang van kinderen moest
waarborgen.
[1921]
De Kinderrechter en de ondertoezichtstelling
worden ingevoerd
Tot ongeveer 1950 bleven de inrichtingen geïsoleerde organisaties
die zo modern waren als het bestuur of de directie toelieten.
Men gaat na verkregen rijksgoedkeuring over tot verzorging en
opvoeding van voogdijkinderen.
Eerder naar voren gebrachte ideeën worden algemeen erkend
zoals: ontplooiing van de eigen persoonlijkheid, vermijden van
hospitalisatie, bevorderen van gezinssfeer, coëducatie, contacten
buiten bevorderen en differentiatie van aanpak.
Als je het beleid van de regenten van het Jongensweeshuis en het
Maagdenhuis vergelijkt valt meteen op hoe verborgen het Jongensweeshuis
was gebouwd. Aan de grachtkant was slechts een bescheiden ingang
zichtbaar, verder dichtgemetselde ramen.
Pas in 1907 werden er WC's met waterspoeling aangelegd. In 1917
komt er elektriciteit en in 1923 wordt de keuken grondig gerenoveerd.
Het
Aloysiusgesticht in de Elandsstraat
en de
binnenplaats ervan.
Het gebouw bestaat niet meer. Er is een modern
Regionaal Opleidings Centrum (ROC) voor koks
voor in de plaats gekomen.
[1922]
Twee weeshuizen
Er zijn in de Elandsstraat nu twee weeshuizen
schuin tegenover elkaar. Het 'Aloyisius'
en het RK Jongensweeshuis.
Na een paar jaar onderhandelen wordt besloten samen te gaan werken.
Als de Aloysianen binnen komen huppelen is het knokken geblazen
tussen de jongens. Er zijn nu 22 zusters nodig om de zaak in zedelijk
gareel te houden.
Een echte fusie wordt het niet.
Het aantal weesjongens bleef minstens na het begin van de 20e
eeuw zodanig slinken, dat het karakter van het huis moest gaan
veranderen. Het aantal der voogdijkinderen werd voortdurend groter
en wanneer men na 1957 eraan gaat denken de oudbouw aan de Lauriergracht
te verlaten, is de naam `weeshuis' inmiddels zo goed als verdwenen.
De officiële naam is dan `Huize
Amstelstad'.
[1927]
Francois Fontaine wordt
directeur van het weeshuis.
Hij is een aanhanger van Jan
Ligthart en al sinds 1914 onderwijzer
en hoofdonderwijzer. Veel verbeteringen worden onder zijn bewind
ingevoerd. Hij schorst een onderwijzer als die onpedagogisch gedrag
vertoont en de jongens zelfs mishandelt. De jongens hoefden niet
meer met hun zwembroek aan onder de douche of met hun handen boven
de dekens slapen.
De economische crisis van deze tijd raakt ook het weeshuis. Het
is steeds moeilijker pleeggezinnen te vinden en werkloze oud-wezen
doen een beroep hun voormalige 'gezin', zoals Fontaine het noemt..
Het
koeren van een eenzame houtduif *)
Joop
Martin (geboren 9 april 1931)
is een van die jongens die in dit gesticht opgenomen werd.
Hij schreef het verhaal dat hij eigenlijk had willen verzwijgen
en wegstoppen.
Hoe het hem als weesjongen in de Jordaan verging, geleid, of misleid,
door de harde gevoelloze handen van de nonnen. De zusters die
eigenlijk de moederliefde moesten vervangen maar dat niet konden,
het was hen door de "kloostergelofte" niet toegestaan.
[1933]
Einde van de school in het Jongensweeshuis
De school in het Jongensweeshuis, die 232 jaar dienst gedaan heeft
wordt gesloten. De grote kinderen gaan nu aan de overkant van
de Elandsstraat naar school, waar ze onder het regiem van de broeders
vallen. De Aloysiusschool
was een zogenoemde 'buitenschool', er zaten ook kinderen uit de
gewone maatschappij op.
De weesjongens beweerden dat ze die buitenjongens konden ruiken
omdat die minder vaak gewassen werden. Die jongens waren ook brutaler
en riepen al snel: "Ik ga m'n vader halen", iets wat
de weesjongens schokte.
De kleuters gingen naar de Mariaschool,
de bewaarschool van de Zusters bij het klooster 'de Voorzienigheid'.
Dat was ook een buitenschool, daar hadden de jongetjes zelfs 'vriendinnetjes'.
[1940]
De Oorlogstijd
Er komen na het bombardement van Rotterdam 23 vluchtelingen als
'halfwezen'
in het weeshuis terecht.
Het voedsel werd schaars. De boterham 'tussendoor' verviel en
maakte plaats voor een baksel samengesteld van afval van de hostieproductie.
Suikerbieten- en bloembollensoep doen hun intrede.
Het begrip 'surrogaat' dringt ook tot de jongens door als ze oude
telefoonboeken moeten verwerken tot wc papier. Aan hun voeten
'kleppers' van houten plankjes met een papiertouwtje vastgemaakt.
Het ministerie van Justitie keurt het weeshuis goed voor de verpleging
van voogdijkinderen waardoor er weer 140 kinderen zijn.
[1948]
Viering van het 250 jarig bestaan van het jongensweeshuis
Uit het 'jubileumfonds' met de opbrengst van een loterij, met
een Ford automobiel als hoofdprijs,
worden verbeteringen aangebracht zoals een oliegestookte centrale
verwarming en de herbestrating van de binnenplaats in oud-Amsterdamse
stijl.
Bezoek
Koningin Juliana
[1953]
H.M.Koningin Juliana neemt
een kijkje in het weeshuis om te zien hoe het gaat met de nieuwe
pedagogie.
Een zuster speelt op de mondharmonica en de koningin danst met
de kinderen 'In Holland staat een huis'.
Dat is wel een verschil met de aubades die de kinderen moeten
brengen als er een hoge kerkelijke prelaat op bezoek kwam.
V.l.n.r. de grote binnenplaats, de ingangspoort aan de Elandsstraat
55 uit 1747 en de kleine binnenplaats

Zaal voor jonge kinderen en een van de slaapzalen
[1954]
Het Jongensweeshuis heet nu kindertehuis
Amstelstad
Er wordt sexuele voorlichting gegeven door de kapelaan. De kinderen
krijgen 10 cent zakgeld per week en ze hoeven niet, zoals vroeger,
al het snoepgoed dat ze er voor kopen bij de eerwaarde moeder
in te leveren.
Kinderen mogen uit logeren gaan bij gastfamilies en kinderen krijgen
de beschikking over een eigen servies en bestek. Ze mogen plaatjes
op de muur plakken en eigen spullen op hun kastjes neer zetten.
Dit alles is het gevolg van de komst van mej.
Lindner als directrice. Ze is
van huis uit maatschappelijk werkster. Een en ander gaf wel de
nodige strubbelingen tussen haar en de eerwaarde
moeder Birgitta,
die wel een moderne hoofddoek is gaan dragen maar verder
de ouderwetse katholieke opvoedingsprincipes aanhangt.
De zusters waren veel te streng en hadden ook geen opvoedkundige
opleiding gehad.
Zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven verdwenen de laatste
zusters in 1960 en nam lekenpersoneel hun taken over.
Hiermee is dan een einde gekomen aan het R.K.Jongensweeshuis.
[1955]
De laatste weesjongen verlaat het weeshuis
Herinnering
van een weesjongen:
"Vader fluisterde met de ijskoude moeder-overste en ik liep
naar één van de hoge ramen. Er stond een grote waterpomp
met een zwarte hendel op de binnenplaats en in mijn fantasie beklom
ik de pomp en bereikte het hoogste punt".
>
lees verder >
[1960]
Het weeshuis wordt een lekentehuis voor
voogdijkinderen
Het katholieke fundament brokkelt af en er komen voorzichtig ook
kinderen van andere gezindten. De meeste kinderen worden geplaatst
vanuit een sociaal zwak milieu waar een uitgebreid en verdrietig
verhaal bij hoort.
Er worden ook kinderen met een verstandelijke beperking opgenomen.
[Februari
1966]
Burgemeester van Hall slaat
de eerste paal van de nieuwbouw
van Amstelstad aan de prinses
Irenestraat en eind 1967 worden de gebouwen aan de
Lauriergracht verlaten.
[1968]
Het weeshuis krijgt een moderne locatie
aan de Fred Roeskestraat
Er zijn nu twee stichtingen Amstelstad met aparte besturen voor
Weeshuis en Jeugdhulpverleningcentrum.
Twee jaar blijft het oude weeshuis aan de Lauriergracht leeg staan.
Als het daarna verbouwd wordt voor het Ortho
Pedagogisch Centrum vinden de aannemers
nog waardevolle postzegelcollecties van de zusters. Een antiquair
haalt de hele inventaris van de kapel en regentenkamer weg. Zelfs
een geschilderd portret van de weldoenster van het huis, de
gravin Moens,
verdwijnt.
Daarmee lijkt de geschiedenis van het weeshuis uitgevlakt.
[1971]
Het Ortho Pedagogisch Centrum 'de Platanen'
Het weeshuis is een inrichting voor zwakzinnigen geworden.
Het OPC is in 1964 opgericht door de bevlogen arts Ben
Sajet.
De etiketten die de bewoners door de buurtbewoners en de gemeenschap
opgeplakt krijgen zijn gevarieerd: Dollen
/ Onwijzen / Mallen / Dwazen / Wezenlozen / Debielen / Innocenten
/ Simpelen van geest / Zwakzinnigen / Geestelijk gestoorden /
Verstandelijk gehandicapten.
Tegenwoordig is de politiek correcte benaming
'Mensen met een verstandelijke beperking'.
De agogische functie staat boven de medische.
De bewoners van de Platanen worden ondanks dit alles in de buurt
net zo behandeld als 'gewone' Jordanezen die bij gelegenheid op
de hak genomen worden.
De afdelingen krijgen namen als: 'De
Waterpomp' en 'Het Geveltje'.

Nelis Vogelenzang
is een bijzondere figuur uit
het huis
Hij woont tegenwoordig in een inrichting in Amsterdam Noord waar
geen aanspraak in de buurt te verwachten is. Vandaag de dag dwaalt
hij nog, met zijn speelgoedbeer onder zijn arm, door de buurt.
Hij stapt bij café
Rooie Nelis en alle galeries en winkels in de
Hazenstraat en op de Elandsgracht, waar een deur maar open staat,
naar binnen. Voor de gelegenheid wil hij nog wel eens zijn oude
'Platanenkleren' aantrekken. Samen met een begeleidster schrijft
hij zijn autobiografie.
Weeskleren
zijn een ruitjesbloes
Ik heb mijn vader nooit gekend. En weet heel weinig over mijn
moeder. Ik mocht af en toe wel naar huis komen.
Mijn moeder had bruin haar. Ze was klein. Ze was niet lief ze
was vals.
Mijn vader dronk bier achter elkaar door. Ook jenever. Later is
mijn vader door de politie aangehouden in een auto.
Ik woonde in een weeshuis in de buurt van de Koninginneweg. Bij
het Vondelpark.
Ik heb zo'n 12 jaar in dat weeshuis gewoond.
Ik ging toen naar school. Ik had altijd weeskleren aan. Weeskleren
zijn een ruitjesbloes en een kort broekie en
ruitjessportkousen. Op zondag witte sportkousen en een wit overhemd
en een blauwe jas.
Op zondag droeg ik lakschoenen. Door de week gewone schoenen.
Bruine.
Er waren zusters in dat weeshuis met kappen op het hoofd. Het
waren Rooms Katholieke zusters.
De zusters waren wel lief. Met 16 jaar ging ik uit het weeshuis.
Stratenmakers helpen. Stenen aangeven.
Daarna naar de Platanen in de Jordaan.
[1980]
Stichting Werkgemeenschap Ortopedische
Zorg
Het OPC de Platanen kan het ingewikkelde financiële beleid
dat de Overheid van deze min of meer idealistische instelling
verlangt, niet rond krijgen en gaat failliet. De inrichting voldoet
niet aan de normen. Er wonen teveel mensen die niet in een inrichting
thuis horen. Die gaan naar gezinsvervangende tehuizen.
De gemeente kan onmogelijk alle bewoners op straat zetten en richt
de Stichting Werkgemeenschap Orthopedische Zorg op.
[1992]
Sociowoningen "de Werf"
De SWOZ de Platanen gaat naar een nieuwe locatie 'De
Werf' in Amsterdam Noord.
Een sociowoning en een gezinsvervangend tehuis zien er van buiten
niet uit als een inrichting.
De twintig overgebleven bewoners van de Platanen passen moeilijk
in het nieuwe concept. Hun materiele omgeving is wel veel beter
maar ze missen de sigarenboer om de hoek in de Hazenstraat. De
begeleiding van de mensen met een verstandelijke beperking blijkt
op vele punten te kort te schieten.
Deze mensen horen in het hartje van de Jordaan thuis in plaats
in een project aan de buitenrand van de stad.
Meer
over de Platanen als Open Inrichting > hier
[1997]
Renovatie van de Platanen
De Gemeente draagt de Platanen over aan Woningbouwvereniging
Eigen Haard die begint met een renovatie die in 1997
voltooid is.
Sociaal-Culturele
bestemming
De Gemeente Amsterdam heeft De Platanen overgenomen van de regenten
onder voorwaarde dat er altijd een sociale functie en een culturele
bestemming aan gegeven zal worden.
De
kinderen van Kindercentrum De Platanen
Jonge kinderen hebben nu het hoofdgebouw van het weeshuis overgenomen.
Er is een crèche voor baby's, een dagverblijf voor peuters
en een Naschoolse Opvang.
Er wordt gewerkt volgens de idealen van de
Reggio Emilia werkwijze.
Kenmerkend voor die werkwijze is de aanwezigheid van kunstenaars,
de Atelierista, die in de
werkplaatsen voor kinderen uitdagende beeldende activiteiten uitvoeren.
Voor
kinderen is de natuur er om te beleven
Daarom staan er planten bij de trap die ze kunnen ruiken, waar
ze met hun vingertjes aan kunnen komen, waar ze zich tussen kunnen
verstoppen. Onder de planten leven de beestjes die de kinderen
soms in een potje, met een vergrootglas in het dekseltje, stoppen
om ze beter te leren kennen. Zo krijgen kinderen respect voor
plant en dier.
Hun wereld is meer dan een stenen binnenplaats met tien bomen
en een pomp waar af en toe water uit stroomt.
Theater
de Toneelmakerij
Toneelgezelschap Huis aan de Amstel
bestaat sinds 1990. In 2009 fuseert het gezelschap met toneelgroep
Wederzijds en gaande regisseurs Liesbeth
Coltof en Ad de Bont
en de de spelers en de technische staf samen verder onder de naam
de Toneelmakerij.
De theatergroepen maken voorstellingen voor kinderen, jongeren
én volwassenen. Voorstellingen die geworteld zijn in het
kijken naar de wereld om ons heen. Huis aan de Amstel was vooral
geïnteresseerd in hoe veranderingen in die wereld ingrijpen
op het leven van mensen en hun directe omgeving.
De oorspronkelijke kapel van het Weeshuis is nu een prachtige
theaterzaal met een kleine honderd zitplaatsen. De afmeting waarborgt
intimiteit en verkleint de afstand tussen spelers en publiek met
behoud van de technische mogelijkheden en de sfeer van een groter
theater.

Wonen
in de Platanen
Een deel van het weeshuis, de zijvleugels, waar eens de refter
van de nonnen was en waar de slaapzalen van de jongens waren
wordt verbouwd tot woonappartementen voor
senioren en HAT eenheden.
De bewoners richten geveltuinen met potplanten in om de historische
binnenplaats kleur te geven.
Muziekuitvoeringen
Op de binnenplaats van de Platanen worden regelmatig muziekuitvoeringen
gegeven in het kader van het Grachtenfestival
, Werkgroep Kunst en Cultuur, Open
Podium onder de Platanen en
Fête de la Musique.
Bronnen:
Ir.R.Meischke, Het R.C.Jongensweeshuis aan de Lauriergracht
in het eind van de achttiende eeuw.
J.L. de Jager, In Een Ander Thuis
J.Th. Engels, Kinderen van Amsterdam
Jan Willem Regenhardt, De Platanen De laatste inrichting
voor verstandelijk gehandicapten in hartje Amsterdam
C.M. Winnubst, Systemen van opvoeding in inrichtingen In Nederland
*) Joop Martin, "Het koeren van een eenzame houtduif"
. Zijn boek is april 2009 opnieuw uitgebracht met daarop aansluitend
het tweede deel van zijn leven, hoe het hem is vergaan in de maatschappij.
"Ik wilde mij geborgen weten",
ISBN: 978 90 8954 079 9 Te
koop bij de boekhandel Xantippe Unlimited op de Prinsengracht
of bij: Uitgeverij Elikser B.V. Postbus 2532 8901 AA Leeuwarden
>
De geschiedenis van een weeshuis in de Jordaan:
aanvragen
tekst
>
Aanvullingen en verbeteringen ontvang ik graag
hier
> Bijgewerkt 30 01 10
naar
boven
terug
|