de Jordaan tussen taal en beeld
> Jordaan index
> Meer over de Lauriergracht

Het Jongensweeshuis aan de Lauriergracht
> Herinneringen van weesjongens
> Het verhaal van een bewoner van het OPC
> Een Jordanees kan veel verhalen
> Café Rooie Nelis



haeC. stat. Caritate DoM.Vs
Dit is een huis voor liefdadigheid


Door Moeders vlyt en dienst, kleedt, spyst men d'ouderloos.
Goed is 't, die dankbaar is, en deugd omhelst altoos.

Uit liefde tot de Wees sproot dit Roomsch huisbestier.
Barmhartigheid en straf is by de Vaders hier.

[1705]
Onder de tien Platanen is een plek van rust

Tussen Elandstraat en Lauriergracht, in het hart van de Jordaan, bevindt zich het voormalig RK Jongensweeshuis.
Het oudste gedeelte werd gebouwd rond 1550,
het was een houten woonhuis waarvan de originele constructie nog gedeeltelijk bewaard is gebleven.
Boven de ingang van het belangrijkste gebouw staat: haeC. stat. Caritate DoM.Vs.
De hoofdletters die in deze tekst verwerkt zijn, CCDMV, zijn het jaartal 1705, de oprichting van dit gebouw.
Nog dagelijks klinken om 9, 3 en 6 uur de klokslagen van het uurwerk dat in de dakkapel gebouwd is.
Oorspronkelijk was dit uurwerk en de klok uit 1769.
Tijdens de restauratie is er een poging ondernomen om de bronzen klok te stelen, waarbij het uurwerk vernield werd.
In 1997 is de klok gerestaureerd.

[1954]
Na het vertrek van het Jongensweeshuis komt Amstelstad, een lekentehuis voor voogdijkinderen

Het katholieke fundament brokkelt af en er komen voorzichtig ook kinderen van andere gezindten.

[1971]
Het Ortho Pedagogisch Centrum krijgt de naam de Platanen

Na het vertrek van het laatste weeskind is het een open inrichting voor zwakzinnigen geworden, of voor mensen met een verstandelijke beperking, zoals die tegenwoordig genoemd worden.

[1997]
Kindercentrum De Platanen / Jeugdtheater / woonfunctie
Als het gebouw afgekeurd wordt, draagt men het voor een symbolisch bedrag over aan de Gemeente. Die geeft het in exploitatie aan woningbouwvereniging Eigen Haard onder de voorwaarde dat er na een restauratie een sociaal-culturele aan gegeven wordt.
Jonge kinderen hebben het hoofdgebouw van het weeshuis overgenomen.
Er komt een crèche voor baby's, een dagverblijf voor peuters en een Naschoolse Opvang.
In en rond de voormalige kapel van het Jongensweeshuis komt een jeugdtheater.
De zijvleugels, waar eens de refter van de nonnen en de slaapzalen van de jongens waren,
zijn verbouwd tot woonappartementen voor senioren en HAT eenheden.



De geschiedenis van het weeshuis

[1664]
Pestepidemieën
Amsterdam groeide van 30.000 inwoners in 1585 tot 115.00 inwoners in 1630.
In de jaren daarna woedden enkele pestepidemieën die duizenden slachtoffers maakten.
Er heerst in dit jaar een epidemie met 34.000 doden.
Voeg hierbij de Engelse zeeoorlogen en de voortdurende armoede van het gewone volk tijdens de Gouden Eeuw
en het is duidelijk dat er grote aantallen wezen moesten worden gehuisvest.

[1673]
Geschiedenis van het Weeshuis
De roomsche gemeente binnen deze stad in het Jaer 1673 en 1674 een aanvang makende om de weesjongens van haere religie tot haare kosten te onderhouden, deselve Jongens hebben gesteld onder het opsigt van twee bestierders, welke bestieders de jongens van minder ouderdom bij de anderen geplaatst in een particulieren hujs op de Weesperstraat ten dien eijnde gehuurd om daar als in een kostschool en van het nodige te werden besorgt, en tot lesen en schrijven als andersints bequaam gemaakt.

Er moest katholiek weeshuis komen

Er wordt een huis in de Weesperstraat gehuurd, 'naest den soeten invall'.
Na een speciale inzameling, een zogenoemde 'ommegang met sackies', had men een werkkapitaal van 3500 guldens bijeen en kon een weeshuis gesticht worden. Het is uitgegroeid tot een groot en rijk Jongensweeshuis.

[1682]
Een gedoogd weeshuis
Het katholieke initiatief was niet naar de zin van de Gereformeerde Kerckeraad. Die beklaagde zich dat er een soort Paaps weeshuis in de Weesperstraat was. De Papisten worden door de Burgemeester op het matje geroepen.
Ze krijgen te horen: "sulks is in deze stad niet te dulden", maar ze worden stilzwijgend gedoogd
want de weeskinderen moesten toch ergens heen.
Een jaar later bleek dat er schooljongens en zogenoemde werkjongens naar de Lauriergracht verhuisd waren.
Dat gebeurde zonder enige ruchtbaarheid en tot ongenoegen van de Gereformeerden.
Maria Magdalena Gravin Moens
is de weldoenster die geld voor het weeshuis doneert.
Zij kent pastoor Offermans die ook kerk 'de Duif' aan de Prinsengracht gesticht heeft.

[1686]
Er wordt een huis aan de Lauriergracht gehuurd
Wegens plaatsgebrek had men namelijk besloten ook de oudere weesjongens, de zogenoemde werkjongens, bijeen te brengen in een gebouw met de schooljongens. Dit samenwonen bleef zo door bijna drie eeuwen heen, met dien verstande dat na een uitdrukkelijke samenvoeging van leefwijze van werk en schooljongens rond 1680 steeds meer werkjongens buiten het Weeshuis bij pleeggezinnen of familie geplaatst werden .



De verffabriekjes en de muur waarachter het weeshuis gebouwd is


Eerste vestiging van weesjongens in verffabriekjes

Het weeshuis is aan de Lauriergracht gebouwd, op de plek waar het pakhuis Venetië en de verffabriekjes De Blauwselmolen en De Indigo's Ton stonden. De panden waren eigendom van schepen De Vroede.
Hier werden in 1685 door de Gereformeerde Kerkenraad de Paapse weesjongens opnieuw 'ontdekt'.
Omdat De Vroede winst maakte met de verkoop van zijn pandjes en deel uitmaakte van het stadsbestuur, had dit protest weinig effect.

[1705]
De eerste gebouwen voor het weeshuis worden in gebruik genomen
Het RC Jongensweeshuis bestaat uit meerdere gebouwen rondom een ruime binnenplaats en is ontworpen door Steven Vennecool [1657-1719], de laatste van de grote architecten uit de 17e eeuw.

[1790]
Er wordt een stuk bijgebouwd

[
1883]
Het laatste gedeelte is afgebouwd
Het werk is begroot voor fl. 50.000.
Achter de drie panden aan de gracht kon het weeshuis zich uitbreiden, zonder dat er aan de buitenkant iets van te zien was.
Via een poort aan de Lauriergracht kwam je door een donkere gang met een ijzeren hek aan het eind.
Links van de gang was het huis van de pastoor. Rechts een huiskapel, maar die mag niet door de wezen gebruikt worden omdat er een kerkscheuring gaande is.

Het weeshuis komt in handen van een Jansenistische priester
De weeskinderen hadden daar geen weet van. Ze worden als verdoolde schapen van de ene kerk naar de andere gestuurd.
De aanstelling van een pastoor voor de kapel moest door de burgemeesters van Amsterdam goedgekeurd worden.
Het werd C. Verheul, een ,jansenistische priester.
Dat was tegen de wil van de regenten. Ze dienden een rekest in aan de burgemeesters om hun zeggingsmacht over de kapel van het Weeshuis, met name in de aanstellingen van een priester naar eigen keuze, te herstellen.
Om hun rekest te ondersteunen overleggen ze een notariële akte, waarin drie burgers verklaren getuige te zijn geweest dat enkele weesjongen een godsdienstoefening van een jansenistische priester op 5 maart 1741 verstoord hebben.

Het jansenisme is een religieuze en politieke beweging, genoemd naar de Leuvense hoogleraar en bisschop van Ieper, Cornelius Jansenius [1585-1638] Diens boek Augustinus, dat na zijn dood in 1640 verscheen, werd door de paus als ketters veroordeeld.
Kenmerkend voor de jansenisten was hun ascetische wereldverwerping en hun pessimistische ethiek.
Ze verwierpen de pauselijke onfeilbaarheid en Maria's Onbevlekte Ontvangenis en dienden de sacramenten zelden toe


Binnenplaats met rechts kastjes voor werkkleding

Werkjongens
Aan de rechterkant van de binnenplaats is een gaanderij waar de wezen bij slecht weer kunnen schuilen.
In die gaanderij zijn de kastjes voor de kleding en het gereedschap van de werkjongens, de jongens die buiten het weeshuis bij een baas moesten werken. Van hetgeen ze daar verdienden ging het grootste gedeelte naar de kas van het weeshuis.
Alle weesjongen kregen éénmaal per jaar nieuwe kleren.
Naast de gaanderij zijn de kamers van de binnenvader en -moeder, de keuken en het washuis.
De kinderen tussen de 4 en 6 jaar worden overdag in die keuken opgevangen.
Wezen onder de vier jaar werden eerst bij een min ondergebracht.

Boven op het statige hoofdgebouw met de trap, komt een klok en een windvaan met een zeemeermin.
Er is daar een onverwarmde eetzaal met lange banken voor de middag- en avondmaaltijd.
Achter het hoofdgebouw is een kleine binnenplaats met een uitgang naar de Elandsstraat.
Rond die binnenplaats was de bakkerij, kleermakerswinkel en een washok met regenwaterpomp en stenen wasbakken.
De woonhuizen aan de Elandsstraat werden stuk voor stuk aan het weeshuis toegevoegd.

Bijzonderheid is dat onder het complex een gangensysteem loopt dat het weeshuis verbindt met voormalige kloosters in de omgeving. Tijdens de oorlog werden er wapens voor het verzet verborgen.

zie plattegrond > begane grond
zie plattegrond > eerste verdieping
zie plattegrond > zolderverdieping

[1782]
Iets gezondere lucht en een kapel voor de geest
De regenten besluiten om in de muur van de school van het weeshuis een aantal gaten te hakken om de benauwde lucht weg te nemen.
De graanzolder wordt tot slaapzalen verbouwd en ze besluiten om niet meer dan twee zieke kinderen in een eenpersoons krib te leggen.


Het orgel [links] en het altaar van de kapel

Het belangrijkste besluit was om binnen het weeshuis een kapel in te richten
Men wilde voorkomen dat de weeskinderen herwaarts en derwaarts ter kerke moetende gaan, aan haarzelven en haar eigen bestiering overgelaaten moeten worden en geene behoorlijke moreele educatie kunnen genieten.
De regenten laten op de zolder van de westelijke vleugel, boven de ingang, een kapel bouwen die alleen voor het weeshuis zal zijn.
Ze stellen een rekest aan het stadsbestuur op om zelf een pastoor aan te mogen stellen.

Het eerste dat de pastoor deed was de ochtend- avondgebeden en die bij de maaltijd te veranderen.
Het hek ging voor de jongens op de vrije zondag pas ná de mis open, maar het avondverlof werd wel met een uur verlengd.
Het tekenonderwijs werd ook verbeterd. Dat was wel handig voor de leerschool van de jongens als timmerman.

De regenten konden het bestuur naar buiten niet aan.
De weesjongens moesten behoed worden voor drankmisbruik.
Om aan drank en sigaretten te komen verkochten de weesjongens hun boterhammen die ze voor op het werk meekregen.
In de buurt van het weeshuis woonden lieden die er een handeltje in zagen.
De weeskinderen pikten brood en beleg van de ontbijttafel en verkochten het buiten de poort.


De weesjongens spelen op de binnenplaats omstreeks 1780


[1788]
Oproer op de Lauriergracht
Het zijn onrustige jaren. Het was de tijd van de inval van de Pruisische troepen en het herstel van Stadhouder Willem V in zijn functies. Buiten de muren van het weeshuis zijn er de tegenstellingen tussen de Patriotten en de Oranjegezinden.

[1753-1813]
Regent Hovius

Deze regent krijgt steeds meer macht en stelt regels op voor de zes suppoosten, de binnenvader, de meesters, de kleermaker en de broodsnijder.
Er waren eigenlijk maar zes personen die gezag over de weesjongens hadden, de rest was bedienend personeel.
De jongens die buiten het huis werkten komen in aanraking met zaken die zeker niet bij een goede opvoeding behoren.
Bij de weesmeisjes is dat minder een probleem die bleven veelal binnen het Maagdenhuis werken.
Er waren weesjongens die niet Patriottisch waren en die dienst genomen hadden in het leger van de Staten van Holland
om stadhouder Willem V te verhinderen terug te keren.
Dat gaf in en rondom het weeshuis veel onrust.


Regentenkamer met archiefkasten

De Houten Bijlencompagnie
De regenten dringen er bij de hoofdofficier van de stad op aan de houten bijlencompagnie,
een stelletje hangjongeren uit die tijd, aan te pakken.
Er mogen geen opruiende liederen, die gepeupel op de been brengen, in de buurt van het weeshuis gezongen worden.
Maar het bleek dat er een aantal weesjongens zelf bij het houten bijlen genootschap hoorden.
Het verderf was het weeshuis binnen geslopen.
Oproerige weesjongens werden het huis uitgegooid.
Een weeskind werd opgepakt omdat hij niet genoegzaam van oranjetekens was voorzien.
De regenten werden op het matje geroepen en alle weeskinderen moesten voortaan
een vetlederen Oranje Cocarde dragen als ze naar buiten gingen.

Bij de marine
Alle jongens boven de 17 jaar oud moesten zich aanmelden voor dienst op 's Lands Vloot.
Dat vonden de weesjongens wel wat. Ze verdienden fl.12,- in de maand, gratis uitrusting en fl.25,- bij indiensttreding.
Van de zestien jongens die zich aangemeld hadden werden er acht afgekeurd. De rest ging aan boord van de Batavia.
Een jaar later lag het schip nog steeds voor de rede van Texel. Het weeshuis stuurde voor fl.9,15 groente en aardappels, koffie en thee voor de jongens.

[1811]
Leegloop
Napoleon had dringend soldaten nodig.
Weeskinderen tussen de 15 en 19 jaar oud werden zonder meer bij de Keizerlijke Garde ingelijfd.
Regent Hovius
probeerde op alle mogelijke manieren de jongens te beschermen.
Dat lukte niet altijd, men kwam controleren en nam 10 kinderen mee, vier te kleine kinderen, twee zieken, twee met een 'zeer hoofd', eentje die ínnocent' en een die 'lam' was.
Het Jongensweeshuis moest 167 wezen uitbesteden naar het platteland, zo werd door de Utrechtse Commissie vastgesteld.
Dat heette dan dat ze 'bedankt' hadden voor het weeshuis. Ze verdwenen naar familie, bazen in de stad of naar de provincie.
Zo ontkwamen de jongens met hulp van regent Hovius aan de militaire dienst.


Bezoek van kardinaal van Rossum

[1822]
Directeur Eberson sterft en Reemer volgt hem op
Johannes Adam Reemer, zelf weeskind uit het Jongensweeshuis, was opgeklommen als bovenmeester.
Hij was minder hardvochtig dan Eberson en stelde dat de jongens zich meer 'broeders' van elkaar moesten voelen. Daar maakten ze behoorlijk misbruik van. Reemer moest ook iets aan de behuizing doen.
De drie huizen die van schepen de Vroede gekocht waren werden zo bouwvallig dat ze gesloopt moesten worden.
Een weesjongen mocht nog wel de eerste steen voor nieuwbouw leggen maar toen was het geld op en wordt een provisorische buitenmuur aan de Lauriergracht geplaatst.

[1838]
Eindelijk neemt nieuwbouw een aanvang
Aan de Lauriergracht komt een blinde gevel met drie ingangen, één voor de wezen, één voor de regenten en één voor de bezoekers van de kapel, die nu op de bovenverdieping gebouwd is. Enige openheid naar buiten was overbodig. De zijvleugels van het weeshuis worden verlengd en zijn bestemd voor slaapzalen met éénpersoons ijzeren bedden met houten schotjes er omheen voor de privacy. Nu konden de jongens zich aan en uitkleden zonder elkaar te zien, want er was nog steeds het gevaar van homofilie.


Naar Veenhuizen
De straffen voor onhandelbare jongens logen er niet om.
Ze werden naar Frederiksoord en de heropvoedinginrichting Veenhuizen verplaatst.
Nog erger was het als de jongens gedwongen werden in zeedienst te gaan.
Overigens was het in Veenhuizen ook geen pretje.
De jongens sliepen daar in hangmatten, de hygiëne was slecht er heerste een oogziekte. Er werden door ds.Otto Gerhard Heldring honderd knapen aangetroffen die door onanie tot pygmeeën waren gekrompen.
In Veenhuizen verbleven de 'paupers' van de gemeenschap.
De inrichting werd in 1869 op last van de overheid gesloten, maar Frederiksoord bleef in gebruik.


De binnenplaats omstreeks 1900 / rechts: Eerwaarde moeder overste


De broeders van Maastricht / rechts: de binnenplaats omstreeks 1930

[1842-1900]
De verzorging van de weesjongens
De huishoudelijke zorg werd uitgeoefend door leden van de Broederscongregatie van Maastricht, van 1900 tot 1960 door religieuze zusters van de congregatie der Arme zusters van het Goddelijk Kind, 'De Voorzienigheid' en na 1960 is de verzorging in lekenhanden.
De regenten vragen een jonge congregatie van Broeders te Maastricht een aantal broeders ter beschikking te stellen voor de dagelijkse zorg van de weesjongens.
Dat heeft als voordeel dat geestelijken niet betaald hoeven te worden, hoewel ze wel fl.100,- per jaar toegeschoven kregen.
Maar ze mogen beslist geen onderwijs geven, vonden de regenten.
Twee broeders en 5 novicen kwamen naar Amsterdam om deze taak op zich te nemen.
Ze vormen een apart en geheimzinnig groepje binnen het weesthuis.
De broeders waren wel ingetogen, maar deelden af en toe wel een doffe klap uit.
Overigens was er wel sprake van religieuze beïnvloeding want 19 Weesjongens traden in bij de congregatie.


Ingang van 'De Voorzienigheid' in de Elandsstraat

Dit was de ingang in de Elandsstraat waar de kleuters van het Jongensweeshuis verpleegd werden.
Het viel de kinderen op dat de zusters altijd met z'n tweeën de straat op gingen en schuin de trap afliepen.

[1856]
De wezen krijgen het iets beter
Er komt een inrichting voor stortbaden.
Een anonieme schenker geeft 400 witte borden zodat de jongens niet meer met z'n vieren of zessen uit één bak hoeven te eten. Schoenen gaan de klompen vervangen.
Er is zelfs sprake van toneelvoorstellingen als een regent iets te vieren had.
Er komt een nieuwe vleugel aan de Elandsstraat met een eetzaal, een recreatiezaal voor de werkjongens en een tekenschool.
Een paar jaar later wordt een timmermanswerkplaats zelfs omgebouwd tot een biljartzaal.
De kleuters van het jongensweeshuis gaan naar de bewaarschool van de Zusters van de Voorzienigheid verderop in de Elandsstraat.


Vernieuwing van de kleding der weesjongens. vlnr: / 1780 / 1849 / 1900 / 1920 /

[1886]
Het Palingoproer heeft ook zijn weerslag op het weeshuis
De geweerschoten zijn in het weeshuis duidelijk te horen.
Door werkloosheid en armoede stijgt het aantal wezen.
Het is bovendien steeds moeilijker stageplekken voor werkjongens te vinden.
Werkjongens komen in aanraking met het socialisme en bezoeken zelfs vergaderingen in het Volkspark.
De bazen ontslaan zulke jongens, de politie brengt ze op en vervolgens worden ze door de regenten naar Frederiksoord verbannen.
De broeders van Maastricht hebben het behoorlijk moeilijk met die socialistische weesjongens.




[1900-1960]
De Zusters van De Voorzienigheid
Na 55 jaar, nemen de zusters de verzorging van de weesjongens van de Broeders van Maastricht over.
Ze zijn afkomstig van de onderwijscongregatie 'De Voorzienigheid' die gevestigd was in het blok tussen de Hazenstraat, de Konijnenstraat en de Lauriergracht.
Arme zusters van het Goddelijke kind, zo werden ze genoemd.

Zuster Isfrida

Net zoals de andere zusters, is zr. Isfrida in het geheel niet voor het werk met jongens is opgeleid.
De hardvochtige en onpersoonlijke benadering van de jongens paste wel in het katholieke patroon maar was verre van 'Goddelijk'.
De zusters volgen een streng regime. Het troosten van jongens als ze gevallen waren was er niet bij.
De zakken van de jongens worden dichtgenaaid om onwelvoeglijke handelingen te voorkomen.
Ze moeten met hun zwembroek aan onder de douche.
Ondanks dat worden er verschillende onzedelijkheden ontdekt, er werden zelfs twee jongens naakt bij elkaar in bed aangetroffen.
De zusters hebben zelf geen idee hoe ze de seksualiteit moesten benaderen. Denken aan onkuisheid was voor hen al onkuis op zichzelf.
Daar tegenover proberen de zusters met een St. Nicolaasfeest, uitstapjes en zelfs een vakantie in een vakantiekolonie in Dieren een beter opvoedingsklimaat te scheppen.
Ze richten in het weeshuis zelfs een Vereniging voor Eer en Deugd op.

De Broeders van Maastricht vertrekken in burgerkleding met de noorderzon terug naar Maastricht.
Er zitten nu 70 wezen en 9 zusters in een veel te groot gebouw.

[1905]
Van opvangen naar opvoeden
In dit jaar werden de Kinderwetten aangenomen, waardoor er een Voogdijraad ontstond die het opvoedingsbelang van kinderen moest waarborgen.

[1921]
De Kinderrechter en de ondertoezichtstelling worden ingevoerd
Tot ongeveer 1950 blijven de inrichtingen geïsoleerde organisaties die zo modern zijn als het bestuur of de directie toelieten.
Men gaat na verkregen rijksgoedkeuring over tot verzorging en opvoeding van voogdijkinderen.
Eerder naar voren gebrachte ideeën worden algemeen erkend zoals: ontplooiing van de eigen persoonlijkheid, vermijden van hospitalisatie, bevorderen van gezinssfeer, coëducatie, contacten buiten bevorderen en differentiatie van aanpak.

Als je het beleid van de regenten van het Jongensweeshuis en het Maagdenhuis vergelijkt valt meteen op hoe verborgen het Jongensweeshuis was gebouwd.
Aan de grachtkant was slechts een bescheiden ingang zichtbaar, verder dichtgemetselde ramen.
Pas in 1907 werden er Wc's met waterspoeling aangelegd.
In 1917 komt er elektriciteit en in 1923 wordt de keuken grondig gerenoveerd.



Het Aloysiusgesticht in de Elandsstraat en de binnenplaats ervan

[1922]
Twee weeshuizen
Er zijn in de Elandsstraat nu twee weeshuizen schuin tegenover elkaar.
Het Aloyisiusgesticht en het RK Jongensweeshuis.
Na een paar jaar onderhandelen wordt besloten samen te gaan werken.
Als de Aloysianen binnen komen huppelen is het knokken geblazen tussen de jongens.
Er zijn nu 22 zusters nodig om de zaak in zedelijk gareel te houden.
Een echte fusie wordt het niet.
Het aantal weesjongens bleef minstens na het begin van de 20e eeuw zodanig slinken, dat het karakter van het huis moest gaan veranderen.
Het aantal der voogdijkinderen werd voortdurend groter en wanneer men na 1957 eraan gaat denken de oudbouw aan de Lauriergracht te verlaten, is de naam `weeshuis' inmiddels zo goed als verdwenen.
De officiële naam is dan `Huize Amstelstad'.

Het gebouw van het Aloysiusgesticht bestaat niet meer
Er is een modern Regionaal Opleiding Centrum [ROC] voor koks voor in de plaats gekomen.

[1927]
Francois Fontaine
wordt directeur van het weeshuis
Hij is een aanhanger van Jan Ligthart en al sinds 1914 onderwijzer en hoofdonderwijzer.
Veel verbeteringen worden onder zijn bewind ingevoerd.
Hij schorst een onderwijzer als die onpedagogisch gedrag vertoont en de jongens zelfs mishandelt.
De jongens hoefden niet meer met hun zwembroek aan onder de douche of met hun handen boven de dekens slapen.
De economische crisis van deze tijd raakt ook het weeshuis.
Het is steeds moeilijker pleeggezinnen te vinden en werkloze oud-wezen doen een beroep hun voormalige 'gezin',
zoals Fontaine het noemt.



Feest ter ere van directeur Fontaine / In cirkel Joop Martin [8 jaar]

Het koeren van een eenzame houtduif *)
Joop Martin [geboren 9 april 1931] is een van die jongens die in dit gesticht opgenomen werd.
Hij schreef het verhaal dat hij eigenlijk had willen verzwijgen en wegstoppen.
Hoe het hem als weesjongen in de Jordaan verging, geleid, of misleid, door de harde gevoelloze handen van de nonnen.
De zusters die eigenlijk de moederliefde moesten vervangen maar dat niet konden, het was hen door de kloostergelofte niet toegestaan.

[1933]
Einde van de school in het Jongensweeshuis
De school in het Jongensweeshuis, die 232 jaar dienst gedaan heeft wordt gesloten. De grote kinderen gaan nu aan de overkant van de Elandsstraat naar school, waar ze onder het regiem van de broeders vallen. De Aloysiusschool was een zogenoemde 'buitenschool', er zaten ook kinderen uit de gewone maatschappij op.
De weesjongens beweerden dat ze die buitenjongens konden ruiken omdat die minder vaak gewassen werden. Die jongens waren ook brutaler en riepen al snel: "Ik ga m'n vader halen", iets wat de weesjongens schokte.
De kleuters gingen naar de Mariaschool, de bewaarschool van de Zusters bij het klooster 'de Voorzienigheid'. Dat was ook een buitenschool, daar hadden de jongetjes zelfs 'vriendinnetjes'.


[1940]
De Oorlogstijd
Er komen na het bombardement van Rotterdam 23 vluchtelingen als halfwezen in het weeshuis terecht.
Het voedsel werd schaars. De boterham tussendoor verviel en maakte plaats voor een baksel samengesteld van afval van de hostieproductie. Suikerbieten- en bloembollensoep doen hun intrede.
Het begrip 'surrogaat' dringt ook tot de jongens door als ze oude telefoonboeken moeten verwerken tot wc papier.
Aan hun voeten 'kleppers' van houten plankjes met een papiertouwtje vastgemaakt.
Het ministerie van Justitie keurt het weeshuis goed voor de verpleging van voogdijkinderen waardoor er weer 140 kinderen zijn.


De weesjongens met de foto van de hoofdprijs van de loterij

[1948]
Viering van het 250 jarig bestaan van het Jongensweeshuis

Uit het 'jubileumfonds' met de opbrengst van een loterij, met een Ford automobiel als hoofdprijs, worden verbeteringen aangebracht zoals een oliegestookte centrale verwarming en de herbestrating van de binnenplaats in oud-Amsterdamse stijl.


Bezoek Koningin Juliana

[1953]
H.M.Koningin Juliana neemt een kijkje in het weeshuis om te zien hoe het gaat met de nieuwe pedagogie.
Een zuster speelt op de mondharmonica en de koningin danst met de kinderen 'In Holland staat een huis'.
Dat is wel een verschil met de aubades die de kinderen moeten brengen als er een hoge kerkelijke prelaat op bezoek kwam.



V.l.n.r: / de grote binnenplaats / de ingangspoort aan de Elandsstraat 55 uit 1747 / de kleine binnenplaats


Eetzaal voor jonge kinderen en een van de slaapzalen

[1954]
Het Jongensweeshuis heet nu Kindertehuis Amstelstad
Er wordt sexuele voorlichting gegeven door de kapelaan. De kinderen krijgen 10 cent zakgeld per week en ze hoeven niet, zoals vroeger, al het snoepgoed dat ze er voor kopen bij de eerwaarde moeder in te leveren.
Kinderen mogen uit logeren gaan bij gastfamilies en kinderen krijgen de beschikking over een eigen servies en bestek. Ze mogen plaatjes op de muur plakken en eigen spullen op hun kastjes neer zetten.
Dit alles is het gevolg van de komst van mej. Lindner als directrice. Ze is van huis uit maatschappelijk werkster. Een en ander gaf wel de nodige strubbelingen tussen haar en de eerwaarde moeder Birgitta, die wel een moderne hoofddoek is gaan dragen maar verder de ouderwetse katholieke opvoedingsprincipes aanhangt.
De zusters waren veel te streng en hadden ook geen opvoedkundige opleiding gehad.
Zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven verdwenen de laatste zusters in 1960 en nam lekenpersoneel hun taken over.
Hiermee is dan een einde gekomen aan het R.K.Jongensweeshuis.

[1955]
De laatste weesjongen verlaat het weeshuis

Herinnering van een weesjongen:
"Vader fluisterde met de ijskoude moeder-overste en ik liep naar één van de hoge ramen.
Er stond een grote waterpomp met een zwarte hendel op de binnenplaats
en in mijn fantasie beklom ik de pomp en bereikte het hoogste punt".
> lees verder >

[1960]
Het weeshuis wordt een lekentehuis voor voogdijkinderen
Het katholieke fundament brokkelt af en er komen voorzichtig ook kinderen van andere gezindten.
De meeste kinderen worden geplaatst vanuit een sociaal zwak milieu waar een uitgebreid en verdrietig verhaal bij hoort.
Er worden ook kinderen met een verstandelijke beperking opgenomen.

[Februari 1966]
Burgemeester van Hall
slaat de eerste paal van de nieuwbouw van Amstelstad aan de Prinses Irenestraat
Eind 1967 worden de gebouwen aan de Lauriergracht verlaten.

[1968]
Het weeshuis krijgt een moderne locatie aan de Fred Roeskestraat
Er zijn nu twee stichtingen Amstelstad met aparte besturen voor Weeshuis en Jeugdhulpverleningcentrum.
Twee jaar blijft het oude weeshuis aan de Lauriergracht leeg staan.
Als het daarna verbouwd wordt voor het Ortho Pedagogisch Centrum vinden de aannemers nog waardevolle postzegelcollecties van de zusters. Een antiquair haalt de hele inventaris van de kapel en regentenkamer weg. Zelfs een geschilderd portret van de weldoenster van het huis, de gravin Moens, verdwijnt.
Daarmee lijkt de geschiedenis van het weeshuis uitgevlakt.



[1971]
Het Ortho Pedagogisch Centrum 'de Platanen'
Het weeshuis is een inrichting voor zwakzinnigen geworden.
Het OPC is in 1964 opgericht door de bevlogen arts Ben Sajet.
De etiketten die de bewoners door de buurtbewoners en de gemeenschap opgeplakt krijgen zijn gevarieerd:
Dollen / Onwijzen / Mallen / Dwazen / Wezenlozen / Debielen / Innocente / Simpele van geest / Zwakzinnigen / Geestelijk gestoorden / Verstandelijk gehandicapten.

Tegenwoordig is de politiek correcte benaming: mensen met een verstandelijke beperking.
De agogische functie staat boven de medische.
De bewoners van de Platanen worden ondanks dit alles in de buurt net zo behandeld als 'gewone' Jordanezen die bij gelegenheid op de hak genomen worden.
De afdelingen krijgen namen als: 'De Waterpomp' en 'Het Geveltje'.


Nelis in het café Rooie Nelis / rechtsNelis in zijn 'Platanenkleren'

Nelis Vogelenzang is een bijzondere figuur uit het huis
Hij woont tegenwoordig in een inrichting in Amsterdam Noord waar geen aanspraak in de buurt te verwachten is. Vandaag de dag dwaalt hij nog, met zijn speelgoedbeer onder zijn arm, door de buurt. Hij stapt bij café Rooie Nelis en alle galeries en winkels in de Hazenstraat en op de Elandsgracht, waar een deur maar open staat, naar binnen. Voor de gelegenheid wil hij nog wel eens zijn oude 'Platanenkleren' aantrekken. Samen met een begeleidster schrijft hij zijn autobiografie.

Weeskleren zijn een ruitjesbloes
Ik heb mijn vader nooit gekend. En weet heel weinig over mijn moeder. Ik mocht af en toe wel naar huis komen.
Mijn moeder had bruin haar. Ze was klein. Ze was niet lief ze was vals.
Mijn vader dronk bier achter elkaar door. Ook jenever. Later is mijn vader door de politie aangehouden in een auto.
Ik woonde in een weeshuis in de buurt van de Koninginneweg. Bij het Vondelpark.
Ik heb zo'n 12 jaar in dat weeshuis gewoond.
Ik ging toen naar school. Ik had altijd weeskleren aan. Weeskleren zijn een ruitjesbloes en een kort broekie en
ruitjessportkousen. Op zondag witte sportkousen en een wit overhemd en een blauwe jas.
Op zondag droeg ik lakschoenen. Door de week gewone schoenen. Bruine.
Er waren zusters in dat weeshuis met kappen op het hoofd. Het waren Rooms Katholieke zusters.
De zusters waren wel lief. Met 16 jaar ging ik uit het weeshuis. Stratenmakers helpen. Stenen aangeven.
Daarna naar de Platanen in de Jordaan.

[1980]
Stichting Werkgemeenschap Orthopedische Zorg
Het OPC de Platanen kan het ingewikkelde financiële beleid, dat de Overheid van deze min of meer idealistische instelling verlangt, niet rond krijgen en gaat failliet. De inrichting voldoet niet aan de normen.
Er wonen teveel mensen die niet in een inrichting thuis horen. Die gaan naar gezinsvervangende tehuizen.
De gemeente kan onmogelijk alle bewoners op straat zetten en richt de Stichting Werkgemeenschap Orthopedische Zorg op.

[1992]
Sociowoningen 'de Werf'
De SWOZ de Platanen gaat naar een nieuwe locatie 'De Werf' in Amsterdam Noord.
Een sociowoning en een gezinsvervangend tehuis zien er van buiten niet uit als een inrichting.
De twintig overgebleven bewoners van de Platanen passen moeilijk in het nieuwe concept.
Hun materiele omgeving is wel veel beter maar ze missen de sigarenboer om de hoek in de Hazenstraat.
De begeleiding van de mensen met een verstandelijke beperking blijkt op vele punten te kort te schieten.
Deze mensen horen in het hartje van de Jordaan thuis in plaats in een project aan de buitenrand van de stad.

Meer over de Platanen als Open Inrichting > hier


[1997]
Renovatie van de Platanen

De Gemeente draagt de Platanen over aan Woningbouwvereniging Eigen Haard die begint met een renovatie die in 1997 voltooid is.

Sociaal-culturele bestemming
De Gemeente Amsterdam heeft De Platanen voor een symbolisch bedrag overgenomen van de regenten onder voorwaarde dat er altijd een sociale functie en een culturele bestemming aan gegeven zal worden.

De kinderen van Kindercentrum De Platanen
Jonge kinderen hebben nu het hoofdgebouw van het weeshuis overgenomen.
Er is een crèche voor baby's, een dagverblijf voor peuters en een Naschoolse Opvang.
Er wordt gewerkt volgens de idealen van de Reggio Emilia werkwijze.
Kenmerkend voor die werkwijze is de aanwezigheid van kunstenaars, de Atelierista,
die in de werkplaatsen voor kinderen uitdagende beeldende activiteiten uitvoeren.

Voor kinderen is de natuur er om te beleven
Daarom staan er planten bij de trap die ze kunnen ruiken, waar ze met hun vingertjes aan kunnen komen, waar ze zich tussen kunnen verstoppen. Onder de planten leven de beestjes die de kinderen soms in een potje, met een vergrootglas in het dekseltje, stoppen om ze beter te leren kennen. Zo krijgen kinderen respect voor plant en dier.
Hun wereld is meer dan een stenen binnenplaats met tien bomen en een pomp waar af en toe water uit stroomt.

Theater de Toneelmakerij
Toneelgezelschap Huis aan de Amstel
bestaat sinds 1990.
In 2009 fuseert het gezelschap met toneelgroep Wederzijds.
Regisseurs Liesbeth Coltof en Ad de Bont. de spelers en de technische staf gaan samen verder onder de naam de Toneelmakerij.
De theatergroepen maken voorstellingen voor kinderen, jongeren én volwassenen.
Voorstellingen die geworteld zijn in het kijken naar de wereld om ons heen.
Huis aan de Amstel was vooral geïnteresseerd in hoe veranderingen in die wereld ingrijpen op het leven van mensen en hun directe omgeving.
De oorspronkelijke kapel van het Weeshuis is nu een prachtige theaterzaal met een kleine honderd zitplaatsen. De afmeting waarborgt intimiteit en verkleint de afstand tussen spelers en publiek met behoud van de technische mogelijkheden en de sfeer van een groter theater.


Wonen in de Platanen
Een deel van het weeshuis, de zijvleugels, waar eens de refter van de nonnen was en waar de slaapzalen van de jongens waren wordt verbouwd tot woonappartementen voor senioren en HAT eenheden.
De bewoners richten geveltuinen met potplanten in om de historische binnenplaats kleur te geven.



Muziekuitvoeringen
Op de binnenplaats van de Platanen worden regelmatig muziekuitvoeringen gegeven in het kader van
het Grachtenfestival
, Werkgroep Kunst en Cultuur, Open Podium onder de Platanen en Fête de la Musique.

naar boven



> De geschiedenis van het Jongensweeshuis: aanvragen tekst

> Aanvullingen en verbeteringen ontvang ik graag hier


bijgewerkt 10 08 10


terug

Bronnen:
Ir.R.Meischke, Het R.C.Jongensweeshuis aan de Lauriergracht in het eind van de achttiende eeuw.
J.L. de Jager, In Een Ander Thuis
J.Th. Engels, Kinderen van Amsterdam
Jan Willem Regenhardt, De Platanen De laatste inrichting voor verstandelijk gehandicapten in hartje Amsterdam
C.M. Winnubst, Systemen van opvoeding in inrichtingen In Nederland

*) Joop Martin, "Het koeren van een eenzame houtduif" .
Zijn boek is april 2009 opnieuw uitgebracht met daarop aansluitend het tweede deel van zijn leven, hoe het hem is vergaan in de maatschappij.
"Ik wilde mij geborgen weten", ISBN: 978 90 8954 079 9
Te koop bij Uitgeverij Elikser B.V. Postbus 2532 8901 AA Leeuwarden