de Jordaan


> Jordaan index

> onderwijs
> cultuur


tussen taal en beeld

Ortho-Pedagogisch Centrum
De Platanen

> Het verhaal van een bewoner van het OPC

> Een Jordanees kan veel verhalen

> Café Rooie Nelis


> Nelis, burgemeester van de Hazenstraat


 

[1971-1992]
De stille wereld van mensen met een verstandelijke beperking in de Jordaan
Een onaanzienlijke deur in een hoge blinde muur van baksteen aan de Lauriergracht geeft toegang tot een andere tijd en een andere wereld. De bezoeker stapt de drukke levendige Jordaan uit en treedt een stille wereld binnen die op het eerste gezicht sinds eeuwen nauwelijks is veranderd.
Via een halletje kom je op de monumentale binnenplaats waar, in de schaduw van tien prachtige Platanen, mannen en vrouwen frutselen aan een handwerkje of wat heen en weer lopen. Een enkeling staat stil op zijn plekje en schudt schijnbaar doelloos met het hoofd.
Er bestaat een grote kans dat je wordt aangeklampt door een bewoner die zijn kamer wil laten zien.
De binnenplaats, met een authentieke bestrating, wordt omzoomd door krachtige in sober classicistische stijl opgetrokken gebouwen waarin een zeventigtal verstandelijk gehandicapte bewoners gehuisvest zijn.

[1971]
Van weeshuis naar open internaat
Dit strenge en hermetische complex is tussen 1700 en 1740 gebouwd als rooms-katholiek jongensweeshuis en bijna drie eeuwen hebben weeskinderen hier hun domicilie gehad.
Na sluiting van het weeshuis heeft de bevlogen arts en gemeenteraadslid Dr Ben Sajet in 1964 het Orthopedagogisch Centrum opgericht en heeft in het gebouw een zwakzinnigeninrichting gevestigd.
Iemand kreeg de goede gedachte om in het florarijke jargon van de Jordaan de inrichting - toen heel idealistisch open internaat genoemd - de naam De Platanen te geven.

Op 29 mei 1971 konden de eersten van de 97 bewoners verwelkomd worden.
De bewoners kwamen onder andere uit particuliere tehuizen, uit de zwakzinnigenafdeling van de psychiatrische kliniek te Santpoort, uit het epilepsiecentrum Meer en Bosch en uit thuissituaties.
Later is het aantal bewoners van de Platanen teruggebracht tot zeventig.

Wonen onder begeleiding

Hoewel het gebouw na de weeshuisperiode een totaal andere populatie kreeg en ideeën over zeden, gewoonten, individu, maatschappij, opvoeding, zelfstandigheid, vrijheid en eigen verantwoordelijkheid in de loop der eeuwen ook hier en daar wat veranderingen hebben ondergaan, heeft het gebouw na driehonderd jaar nog steeds dezelfde functie.
Een vast aantal door toeval bijeengebrachte mensen die elders niet (meer) terecht kan, woont onder begeleiding in groepsverband en onder een zekere regelgeving in deze beschutte leefomgeving zonder dat de mogelijkheid bestaat om zonder meer te verhuizen.

[1980]
Van OPC naar Werkgemeenschap Orthopedische Zorg

Het OPC ging failliet en na ingrijpen van de gemeente Amsterdam werd de SWOZ opgericht. Deze Stichting Werkgemeenschap Orthopedagogische Zorg saneerde de OPC nalatenschap en nam het beheer van de Platanen en enkele GVT's, gezinsvervangende tehuizen, over.
Een van de taken die de SWOZ van het OPC overnam was het vervangen van de Platanen door een nieuw te bouwen inrichting. Het oude gebouw aan de Lauriergracht voldeed eigenlijk niet aan de eisen die men aan het eind van de jaren zeventig aan inrichtingen voor verstandelijk gehandicapten ging stellen.

[1992]
In Amsterdam-Noord is de grote zwakzinnigen inrichting De Werf en enkele sociowoningen gereedgekomen en is men zover dat de bewoners van de Platanen voor het overgrote gedeelte naar deze nieuwbouw in Noord kunnen verhuizen.


Wat was de Platanen?
Bij bewoners en medewerkers was de sluiting van de Platanen een grote ingreep. Sommigen keken uit naar de nieuwe werk- en woonomgeving, velen zagen de verhuizing als een zwaard van Damocles boven zich hangen.
Gastvrij heeft de Platanen een schrijver en een fotograaf ontvangen om de geschiedenis vast te leggen.
Openhartig hebben bewoners en begeleiders inzicht gegeven in hun werk en hun leven.
Als dit geleid heeft tot enige vage contouren van wat eens de Platanen is geweest, mogen wij blij zijn. Waarom zouden wij pretenderen een helder en scherp totaalbeeld gecreëerd te hebben? Per slot van rekening is de wereld van de verstandelijk gehandicapte, net als van ieder ander mens, een schimmig gebied waar angst en genot, verdriet en plezier, agressie en genegenheid het beurtelings opnemen tegen verveling en de sleur van alle dag.

Dol, onwijs, mal, dwaas, uitzinnig, wezenloos, innocent, simpel, zwakzinnig, arm van geest,
geestelijk gestoord, verstandelijk gehandicapt, imbeciel.

Deze woorden werden in de loop der tijd en afhankelijk van enige maatschappelijke correctheid aan de bewoners van inrichtingen gegeven wanneer het gaat om de medemens te voorzien van een etiket. De laatste benaming is: 'Mensen met een verstandelijke beperking' en dat blijft zo tot er weer iets anders bedacht wordt. De Jordanezen kozen naar behoefte uit bovenstaande begrippen.
Een jonge bewoner van een gezinsvervangend tehuis verklaarde: 'Ik ben niet gek of zwakzinnig of debiel, ik ben gewoon langzaam Ierend en zo wil ik genoemd worden'. Hetgeen getuigt van wijsheid.
Eén ding is duidelijk na een goed jaar ons licht te hebben opgestoken in de Platanen.
Verstandelijk gehandicapten zijn individuen met ieder een eigen karakter en eigen temperament, gevoelsleven en verstandelijk niveau.

J.W. Regenhardt
Foto's: Peter van der Meer






Hé fijn dat ik je zie, ik heb je nodig

[1976]
Sidney was 55 jaar toen hij in de Platanen kwam wonen

Na het overlijden van zijn moeder heeft hij enige jaren bij zijn zuster gewoond Gezondheidsperikelen maakten deze opvang echter onmogelijk en de zuster is op zoek gegaan naar een tehuis. Een opname kan soms snel plaatsvinden.
Wat dan meespeelt is de mondigheid van de familieleden. Wachten ze maar af of gaan zij elke dag aan de bel hangen om de zaak dramatischer voorstellen dat het misschien in werkelijkheid is?
Er is een logeerweekend om te kijken of de bewoner binnen de groep past en als het goed gaat komt de bewoner komt met al zijn spullen aan en dan begint het nieuwe leven in de groep.
Toen Sidney kwam kende hij al veel Platanenbewoners van de sociale werkplaats en dat vergemakkelijkte zijn komst. Bovendien is hij iemand die zich snel aanpast. Binnen een week of vier had hij zijn eigen plekje gevonden.
Vanwege hartklachten is hij met werken gestopt. Werk houdt de mensen op de been. Gelukkig stortte Sidney zich na zijn vervroegde uittreding op het buurtleven in de Jordaan. Hij is graag onder de mensen en geniet enorm van de buurt, legt veel sociale contacten, en gaat hier en daar koffiedrinken. Hij spreekt de mensen graag aan. 'Hé, luister eens, fijn dat ik je zie, ik heb je nodig', is zijn favoriete openingszin waarmee hij de hem bekende maar ook minder bekende buurtbewoners weet in te palmen. 'Ik heb je nodig. luister. Weetje dat ik afgelopen zondag tijdens de carnavalsoptocht op de voorste wagen heb gezeten. Ik zat naast Sjakie Swart, nou dag hè. Tot ziens'.

Sidney vormt het doorgeefluik tussen de buurt en de Platanen
Verhalen over wat er in de inrichting gebeurt brengt hij naar buiten en omgekeerd vertelt hij thuis over alles wat hij ziet en hoort in het wereldje dat bestaat uit de straatjes tussen de Lauriergracht en de Elandsgracht. Hij gaat bij de lokale tapijtgigant koffie drinken en een praatje maken, informeert of er nieuwe vloerbedekking of zeil is aangekomen. Hij loopt het buurtgebouw Ons Genoegen binnen, spreekt bekenden op straat aan en verzamelt hier en daar nog wat verhalen en gebeurtenissen uit de buurt, en komt met alle nieuwtjes terug. Sidney is iemand die veel mensen kent en veel mensen kennen hem. En dat niet alleen door zijn karakteristieke uiterlijk; zijn dikke bril, zijn geprononceerde lippen, zijn langzame schuifelende tred en zijn alpinopet.

Rotgeintjes
Sidney was overstuur geraakt toen hij hoorde van de komende sluiting van de Platanen. Hij wilde die sluiting voorkomen; er moesten spandoeken gemaakt worden en iedereen in de buurt riep hij tot aktie op. De mensen moesten met petities rond en handtekeningen verzamelen. Sidney ging vreemde vragen stellen in verband met die sluiting en daar gingen de Jordanezen gretig op in. Ze spoorden hem aan om brieven naar de burgemeester te schrijven en met hun typische humor gingen ze hem opjutten waardoor hij steeds verder doordraafde. Het werd zo erg dat hij tijdelijk niet meer naar buiten kon.
De man van de bloemenwinkel nam hem vaak in de maling. Die heeft het bij hem verbruid met zijn vervelende opmerkingen. Elke keer als Sidney langs de bloemenzaak loopt roept hij: "Je bent een ouwehoer". Hij loopt steeds over ons te kletsen en dat is nergens voor nodig.

Interviews voor het huisorgaan
Sidney vindt zichzelf een journalist, iemand die vragen moet stellen en dat doet hij dan ook voortdurend.
Er was zelfs enige tijd een huisorgaan 'Onder Ons' waarin Sidney met hulp van een medewerkster van het activiteitencentrum verhalen plaatste.
Schrijven kon hij wel maar vond hij erg moeilijk.
Een merkwaardige vraag die in alle interviews terugkeerde was: "Bent u getrouwd en kost dat niet teveel geld?" "Als mensen te weinig geld krijgen, hoe kunnen ze de boel dan betalen? "Ik krijg maar 25 gulden in de week, dat is toch schandalig, daar moeten we eens tegenop komen"

Over de liefde heeft de 70-jarige Sidney een opmerkelijke opvatting
Belangrijk voor Sidney is het verzorgde uiterlijk van zijn vriendinnetjes. 'Mijn vriendin moet er altijd heel mooi uitzien. Mijn vriendin heeft een jurk aan, een gebloemde jurk. Fantastisch leuk! Je moet er netjes, behoorlijk uitzien en behoorlijk goed gekapt zijn en een goed uiterlijk hebben en mooie schoenen. Lipjes moeten geschminkt zijn en er ook mooi uitzien.
Mannen moeten er ook mooi uitzien. Mannen moeten mooie broeken dragen met riemen. Ik heb twee nieuwe broeken en zeven hemden."
Hij heeft enkele vriendinnetjes gehad. Een vriendin of vriend hebben heeft hier een andere betekenis dan die bij mensen buiten de inrichting. Het is minder aan de persoon gebonden, lijkt het. Het vaak vooral belangrijk dat er iemand is, het geeft niet wie. Iemand om hand in hand te kunnen gaan, die zij zoentjes kunnen geven en tegen wie zij kunnen aanpraten.
Sidney heeft verkering met Netty. Elke avond om half zes wacht hij haar op als ze terugkomt van haar werk op de sociale werkplaats AGO. De letters staan voor Arbeid, Gezondheid en Opvoeding.

Samen op de bank voor de televisie
Sidney en Netty zijn gek op elkaar maar zij vindt hem eigenlijk wel een oudje worden. En Sidney zegt vaak; ik heb er eigenlijk niets aan. Maar ermee kappen wil hij ook niet.
Naar buiten gaan en een stukje wandelen vindt Sidney heerlijk maar dan wel graag in zijn tempo. Hij ziet slecht, is ontzettend snel moe. Netty is een stuk jonger en enorm ondernemend en zij loopt flink door zonder rekening met hem te houden. Hij sjokt dan een paar meter achter haar aan en komt bekaf terug. Heel lief kopen ze soms een kleine attentie voor elkaar zonder dat ze het van elkaar weten en een paar avonden in de week zitten ze bij elkaar, gezellig op de bank. Sidney volgt het nieuws, hij kijkt elke avond naar het journaal en brengt de toestand in de wereld onder de aandacht van de leiding. Met de neus op het scherm volgde hij het nieuws van uur tot uur op de verschillende netten maar bij het zien van oorlogsbeelden raakt hij zo overstuur dat hij het geluid van sirenes gaat nabootsen. Hij dwaalt door de gangen van de Platanen waar het galmt alsof de sirene op het dak staan te loeien. Om geluidshinder in te dammen moest zijn portie journaal worden gerantsoeneerd. Het heeft te maken met Sidney's eigen oorlogservaringen waar hij overigens nooit over spreekt maar die voor hem een belasting zijn. Hij heeft zijn verleden opgeslagen en nooit kunnen verwerken.

Sidney is een spreker
Regelmatig worden er in de Platanen feesten georganiseerd. Dit zijn de gelegenheden waarop Sidney zijn kans grijpt om als ceremoniemeester in het voetlicht te treden. Aan het eind van de avond grijpt hij de microfoon en begint hij aan een dankwoord. Heel officieel, in de juiste formuleringen en met geaffecteerd stemgeluid, bedankt hij iedereen die bijgedragen heeft aan de fijne avond. Hij vraagt om een ovationeel applaus en iedereen vindt het aanvankelijk prachtig wanneer hij het woord voert. Zijn speeches zijn kort en krachtig maar aangemoedigd door het succes gaat hij het gesprokene tot in den treuren herhalen. Meestal draait het er op uit dat hij met zachte dwang van het podium moet worden gehaald want na een aantal herhalingen is men zijn dankwoord zat. Sidney's hang naar de bühne komt misschien van zijn ouders. Zijn vader en moeder waren zangers die in alle theaters van Europa hebben opgetreden.

De belangrijkste persoon in zijn leven is zijn zuster
Toen hun moeder door verraad in de oorlog samen met onderduikers werd weggevoerd heeft zij zich op zeer jonge leeftijd moeten opwerpen als een soort moeder voor Sidney. Ze was 13 jaar en Sidney 23. Deze rol heeft zij, na de dood van moeder in 1972, met een niet te stuiten overgave weer ter hand genomen. Zij is zijn beschermengel en alles maar dan ook alles bespreekt hij eerst met haar. Hij gaat nu vaak hele dagen naar het activiteitencentrum van de Platanen waar hij zich uitleeft in figuurzagen, borduren of het uit papier prikken van voorgetekende dierfiguren. Omdat hij een hartkwaal heeft zet de bewegingstherapeute hem regelmatig op de hometrainer in de hoop daarmee zijn lichaam in een redelijke conditie te houden.

's Ochtends gaat Sidney onder de douche
Als het geen douche dag is, dan wast hij zich zelf. De kleren die voor hem worden klaargelegd trekt hij na het douchen zelf aan. Hij weet wel wat mooi is, maar een keuze maken vindt hij moeilijk daarom worden zijn kleren worden dagelijks door de begeleiders uit zijn kast gekozen.
Hij gaat altijd goed gekleed zoals vrijwel alle bewoners van de Platanen. Vroeger kon je zwakzinnigen al van veraf herkennen aan hun van het Leger des Heils afkomstige slobberige jassen, hoogwaterbroeken en fiks uitgevallen schoenen. Zulke stigmatiseringen worden op de Platanen vermeden. Bewoners kopen, meestal samen met een begeleider als kledingadviseur, in de modewinkels van de Kinkerstraat van hun eigen geld hun garderobe. Uiteraard hebben de bewoners in grote mate de vrijheid om zich te kleden zoals zij dat zelf willen met als gevolg dat niet iedereen met het door Peek & Cloppenburg of de Mantelspecialist voorgeschreven modebeeld door het leven gaat.

Naar Tirol
Sidney heeft een nieuwe hobby; orgelspelen. Voor zijn verjaardag kreeg hij een keyboard en zijn zuster helpt hem met de eerste stappen in de wereld van de actieve muziekbeoefening. Duitse muziek en met name de Tirolervariant vindt hij prachtig.
Met de groep is hij tien dagen op vakantie naar Tirol geweest. Voor Sidney het Hoempaparadijs. Zonder een schilling te betalen wist hij op elk feest binnen te komen. Als hij zoek was dan kon de leiding hem vlakbij het orkest terugvinden.
Na deze vakantie vraagt hij elke zaterdagavond of er nog Oostenrijkse muziek op de Duitse televisie komt. Voor hem bestaat er niets mooiers dan Dirndlmeisjes en Buben in lederhosen een dansje te zien maken op de meeslepende tonen van een Schlagerorkestje.

De vraag is hoe iemand als Sidney zich straks gaat redden in Noord.
In de Jordaan heeft hij zijn 'Iopie'. De winkels, de bekenden op straat, de gekken op straat, het buurthuis, de drumband. Een web van contacten in een klein aantal straten waar altijd wel wat gebeurt en veel valt te zien.
Sidney is vergroeid met dit wereldje tussen de Lauriergracht en de Elandsgracht.







Een Jordanees kan veel verhalen

Ed is Jordanees in hart en ziel, geboren in de Laurierstraat.
Na zijn huwelijk begon hij in de Hazenstraat een bloemenwinkel. In 1980 stapte hij over op snoep en nu verkoopt hij antiek en curiosa in de Elandstraat. Hij kan met smaak over de buurt vertellen, speciaal over de bewoners van de Platanen, of de Plantanen zoals de Jordanezen zeggen.

Mongolen, daar zijn we mooi klaar mee
In de tijd dat ik met die bloemen begon kwamen ook die gasten van de Plantanen hier. God, zeiden de buurtbewoners, we krijgen een zootje achterlijken.
Vroeger woonden er ook een paar in de buurt en daar kon je wel mee lachen, wat zou dat worden? Dat is altijd zo hè, het komt omdat ze vreemd zijn, ze werden een beetje gepest en zo.
Dus, dacht men, die rottigheid begint opnieuw. Ach vroeger werd er veel geblèrd en dan werd er afgewacht hoe het liep.
Toen kwamen ze en dat viel best mee.
Tja vroeger werden ze opgeborgen en nu worden ze tussen de mensen neergezet.
Ik had dus eerst een bloemenzaak en daarna ben ik in 1980 een snoepwinkel begonnen alles, de gekste dingen; zuurstokken in allerlei kleuren, kaneelstokken, nougatblokken, grote spekkies. Al die grote dingen die ze op de kermis ook verkopen. Die uit de Plantanen kwamen vaak snoep halen, zakken snoep. Sjonge, die snoepten hun eigen rot. Verschrikkelijk.
Ze zaten te vissen aan de wallenkant en die ene die kocht elke dag twee van die zakken.
Kijk die Nelis steekt zijn hand op en zegt hee en gedag maar verder houdt alles op. Maar er zaten erbij die konden over voetballen praten, over alles eigenlijk. Die ene uit Utrecht, Henk geloof ik, was voor Ajax en hij vertelde alles over voetbal en ik praatte maar een beetje mee want ik dacht als ik zeg dat ik geen verstand van voetballen heb dan weet hij niet meer tegen wie hij het dan moet vertellen.

Je had ook mijnheer Jansen
Hij kwam eerst 's ochtends een paar koeken eten en dan ging hij naar zijn werk. Om een uur of half vier, als de kinderen uit school kwamen, kwam hij ook en dan zei hij 'ik ga straks eten maar ik wil vast een onderlaag hebben'. Dan stond hij zo tien of twaalf van die gevulde koeken en mousselientjes weg te werken. Dan kreunde hij 'ik ben vol hoor, oh zo vol, wat ken ik eraan doen?'
'Nou,' zei ik, 'je moet een blikkie Cola nemen.
''Helpt dat?'
'Tuurlijk helpt dat.'
'Kijk dan kom ik ook een beetje van die rommel af', dacht ik.
Hij dronk dan drie of vier van die blikkies.
'lk geloof dat ik maar es naar huis ga want oei ik ben zo vol. Is daar nog wat aan te doen?'
'Dan moet je er een nuts overheen doen, weet je wel.'
'Helpt dat?'
Nou zo ging dat een paar jaar door met dat gesnoei.

Het was 'mijnheer' Jansen want hij liep altijd in een regenjas, in het begin was hij een beetje een heer. Naderhand zakte dat ook af en kwam hij in zijn korte broek en een paar grote schoenen aan. Als het stralend weer was kwam hij met een trui aan en vroeg hij mij of hij dat aan kon houden. Ik zei nee. 0, dus ik moet hem uitdoen. Ja natuurlijk het is toch veel te warm. Ja maar zou ik als ik op straat kom dan niet kou vatten. Ben je gek het is 25 graden. Dan kwam even later met een korte broek aan en liep hij bijna in zijn blote kont maar hij had wel altijd die regenjas bij zich.
Nelis en die Jansen waren wel de figuren die het meest door de buurt zwierven. Voor de rest is het allemaal best meegevallen. Ze gingen vissen bij ome Bertus Asscher aan de gracht. Hij had zijn stekkie bij de brug waar hij na het avondeten de overgebleven aardappels inkieperde. Ze hadden door dat ome Bertus de meeste vis er uit haalde. Wat hij kan, kan ik ook, dachten ze. Er zaten erbij die een vistrommel met goed spul hadden en die wisten wel wat ze aan het doen waren. Maar er zaten er ook een paar bij die wat aanklooiden met hun dobber. Die konden de rust niet opbrengen om te wachten totdat die vis een keer tegen je haak aanzwom.

Op het laatst hoorden ze er gewoon bij

Ze liepen langs de winkel, riepen hoi, staken hun hand op en gingen door naar hun werk. Ik had goede klanten aan ze. Die gozer uit Utrecht mocht na een jaar niet meer snoeien want dat werd te gek. Elke dag bijna een kilo dat ze aten, zoute drop, trekdrop, wijngums, al die dingen. Hij zei ik mag niet meer snoeien want ik doe aan de lijn, ben op dieet. Sommigen waren nog suikerpatiënt ook. Er kwam later een diëtiste die vertelde wat ze wel en niet mochten eten. Ja, toen werd het een stuk minder. Ze waren een beetje bang geworden en hielden zich aan wat zo'n witte jas had gezegd.
Je had nooit problemen met ze. Als hij me ziet vraagt hij altijd hoe het met Eddie is. Een ander zou er niet bij stil staan maar hij vraagt het.

Mijnheer Jansen vertelt veel
Over vroeger, over hoe het thuis was en hoe hij uit huis is geplaatst. Ze worden vertrouwelijk en gaan dan alles vertellen.
Het is nou wel weer zonde dat zoiets wegvalt, je bent toch weer een contact kwijt eigenlijk. En zij ook, want ik geloof niet zij het prettig vinden om naar Noord te verdwijnen.
Dat soort figuren bracht ook de levendigheid hier in de buurt en dat valt weg. Al is het maar dat goedendag zeggen. Je had een praatje en zij gingen ook een praatje maken, dat vonden zij ook prettig. Ze dachten dat zij ook weer normale mensen waren omdat ze contact hadden. Ze voelden dat zij erbij hoorden en dat zijn ze nu kwijt en wij zijn dat eigenlijk ook kwijt.
Last? Welnee, nooit hebben ze last veroorzaakt, nee hoor. Dat werd vreselijk goed in de hand gehouden. In het begin woonden er een paar jongens die erg, hoe moetje het zeggen, opstandig waren. Die werden een beetje gevaarlijk. Aan hun ogen merkte je dat ze overspannen raakten maar die zijn weer snel weggeplaatst. Voor de rest...het '
hoorde er gewoon bij. Het was eigenlijk leuk. Vooral 's zomers als ze gingen vissen in de Lauriergracht. Er zijn nog twee bankjes voor hen geplaatst.

De buurt wordt steeds leger
De scholen vallen nu ook stuk voor stuk weg. Kijk maar hoe stil het is in de straten, het lijkt wel een dorp.
Het clubhuis de Branding voor de jeugd en de ouden van dagen moest weg. Het is nu een opvangcentrum geworden, weliswaar niet voor drugsverslaafden maar goed de buurt is dat toch weer iets kwijt. Weer een contactverlies.
Zeker een keer per jaar was er op de Plantanen een groot feest. De buurt werd dan ook uitgenodigd. Vooral ouderen kwamen erop af en konden dan mee-eten. Als er festiviteiten waren, carnaval of zo, dan werd de buurt uitgenodigd en dan waren er velen van de partij. Henk van Mokum en andere Jordaanzangers traden er vaak op. Maar ik ging er niet bij zitten, nee dat vond ik nou net even te ver gaan.
Als er een feestje is ga ik er toch niet zo gauw naar toe.

Het Jordaanfestival is nog enkel maar tanken
Vroeger werd er nog gedanst op de Elandsgracht maar dat heb je ook niet meer, het is zuipen en dat is het. Er komen vrijwel alleen maar vreemden en niet meer de mensen die hier geboren zijn dus ik voel me er niet tussen passen en dan duik ik liever mijn loodsje in om wat te rommelen, wat antiek opknappen en zo. Voor mij hoeft dat niet meer.
25 of 30 jaar geleden zijn bijna alle Jordaners naar Osdorp of Geuzenveld gegaan, nou dat vond ik een verschrikking.
Wij woonden driehoog achter en toen kregen wij een huis met een tuintje in Geuzenveld aangeboden en mijn moeder vond dat tuintje lekker.
Ik geloof dat het vooral de mannen geweest zijn die het er moeilijk mee hebben gehad. Mijn vader ook, die was zijn richting kwijt. Hier kenden ze de hele Jordaan uit hun hoofd. Straatnamen werden nooit gebruikt, het was altijd 'op het hoekie waar die kromme woont' of bij tante Bep in de straat' of ze wisten de kroeg, de apotheker noem maar op. In Osdorp was alles hetzelfde. Hier op de gracht woonden de Van Koppels en die man van Van Koppel liep in Osdorp te huilen want of hij nu in het eerste of in het laatste hofje liep, het was allemaal hetzelfde en die man wist niet meer waar hij woonde. Dus hij was helemaal van slag af. Hier in de buurt was hij geboren en liep hij vrij in de rondte.

Over het vertrek van de Plantanen wordt in de buurt niet zoveel gesproken
Hier in de buurt spreken we over de bewoners van de Plantanen niet over die gekken of zo.
Dat was in het begin effe zo vanwege een beetje angst over wat komt er.
Er zijn nu geen oorspronkelijke buurtbewoners meer die het zonde vinden dat ze weg gaan. Met wie moet je er eigenlijk over praten? Mensen die het vanaf het begin hebben meegemaakt zitten er niet meer. Maar ik denk wel dat ze het zonde hadden gevonden dat het wegvalt. Voor die oude buurtbewoners was contact maken belangrijk, al was het maar gedag zeggen. 's Ochtends hingen die oudjes al uit de ramen en dan was het hallo ome Jan, hallo ome Kees, tante Bep...dat is weg. En die bewoners van de Plantanen houden daar ook wel van. Altijd effe een handje opsteken, gedag knikken. Dat vonden ze prettig, dan was er toch een contact met die oudjes uit die ramen.
Ik zei tegen Nelis 'je zal het wel zonde vinden datje hier weg moet'. Hij zegt 'ja natuurlijk want wie moet ik daar gedag zeggen.' Want kunnen ze daar in Noord rondlopen? Er zijn daar grote bedrijven maar die zitten aan de overkant van de weg, ik denk niet dat ze daar komen. Het zal voor die mensen wel een domper worden, er wonen daar toch veel werkende mensen dus veel contact zal er niet wezen. Tja wat moet je er aan doen, je kan ze moeilijk hier vasthouden.

Ze zeggen dat het gebouw niet meer in deze tijd past. Dat vind ik gewoon gelul. Want het is toch voor die mensen uit de Plantanen hier veel gezelliger in het centrum. In het begin zeiden ze dat zij uit Bloemendaal en Santpoort vandaan moeten om onder de gewone mensen te wennen en nu gaan ze ze weer weghalen! Die mensen weten op het laatst ook niet meer waar ze aan toe zijn. Er zijn hier nooit klachten geweest, het is altijd zalig en leuk gegaan. En dan gaan ze tegen die mensen zeggen dat het gebouw niet meer van deze tijd is en dan moeten ze naar Noord. Ja dan kunne ze nieuwbouw uit de grond stampen en daar schijnen ze weer aan te kunnen verdienen. Want daar gaat het eigenlijk om.

Er wonen hier geen kinderen meer
Nu gaan ze in die Plantanen een crèche en wat al niet voor kinderen maken maar er zijn helemaal geen kinderen meer. Alleen maar alleenstaanden of stelletjes zonder kinderen.
Ik heb een foto van vroeger van de derde Looiersdwarsstraat gezien. daar stonden wel zestig kinderen op en wat woont er nu?
Je kan hier nog geen twintig kinderen bij elkaar krijgen. En kinderen gaan trouwens niet meer naar club. Ze gaan naar de camping. Ik begrijp ook niet waarom ze in dat PIantanen gebouw nu een club voor kinderen maken want je had kinderclubs en die moesten allemaal weg. In de Rozenstraat had je Ons Huis waar nu het COC in zit, in de Elandsstraat had je De Branding in in de Looierstraat had je ook wat. En woensdagmiddag ging je in Felix Merites voor een kwartje film kijken. Waar zie je vandaag de dag nog eigenlijk kinderen?

Je had hier in de buurt ook nog Ali, dikke Ali
Die vrouw was ook niet goed. Die vrouw had het geestelijk te kwaad gekregen nadat haar man was weggelopen. Ze heeft der eigen de klere gewerkt achter een haring kar. Om vijf uur 's ochtends al de haring schoonmaken en dan ook nog een stel kinderen erbij. Het is die vrouw in der bol geslagen. Iedereen had medelijden met haar. Je kon der ook mee lachen maar een ander hoefde maar iets verkeerds tegen haar te zeggen dan kreeg hij de halve buurt op zijn dak. Een ander kon haar niet in de maling nemen, wij wel want dat was niet erg.
Echt, een witte dikgerimpelde huid had ze. En dan had ze geen onderbroek aan en was het dansen geblazen. Dan stond ze hier op de hoek en was het warm. Geen gebit in, je kent het wel, zulke dikke lippen. En dan was het die blote kont, weet je wel. Dan zeiden wij allemaal: "Ali laat effe je kont zien". Dan had je die plooien allemaal in die huid. Ze had eigenlijk allang opgenomen moeten worden. Eten klaarmaken was er niet meer bij. Ze at bakken vla.
De kachel aansteken kon ze ook niet meer.

Dat soort dingen
De bewoners van de Plantanen werden ook wel eens in de maling genomen, dat vonden ze helemaal niet erg omdat ze dan dachten we horen er helemaal bij. Dan kan je dat maken. Normale mensen hebben ook wel eens een geintje onder mekaar.
In die snoepzakken die ze bij me haalden stopte ik wel eens wat anders.
Die jongen uit Utrecht stond uren te kletsen en zonder het te merken deed ik grote proppen papier in die zak. Hij ging met zulke grote zakken weg en pas aan de wallenkant kwam hij erachter. Dan kwam hij terug en zei hij vuile klerelijer moet je mij dat flikken? En dan zag je hem eigenlijk genieten omdat hij voelde dat hij erbij hoorde. Zij zijn net als wij, dacht hij en daar genoot hij van. Die figuren mis je nu allemaal.

Snoepen en roken
De sigarenboer Bookeman -eigenlijk heet hij Bookelman maar Bookeman is gemakkelijker -heeft hier het loodje moeten leggen, mede omdat de Plantanen wegging want dat waren goede klanten van hem die de lotto en boekjes kwamen halen.
En natuurlijk shag en sigaretten. Je hebt die ene met dat baardje die op klompen liep, dan had ie blauwe klompen dan weer klompen in een andere kleur, het was net een kabouter. Die kwam bij Henk ook een pijp bestellen en pijptabak halen. Je had er veel die behoorlijk rookten, ze konden er wat van hoor. Je had er ook eentje die zat aan de pils, in een portiekie dronk hij lekker zijn pilsje.

Bij ons in de straat had je ome Dorus
Vroeger had je hier ook accordeonspelers die voor de deur allemaal gekke liedjes kwamen spelen. Wij, de buurtkinderen vroegen dan: "wat eten we vanavond, ome Dorus?" Paardepik, koeiestront dat soort dingen zei hij allemaal. Als hij kip at gooide hij de kippepootjes van driehoog, weet je wel. Je wist precies wat hij gegeten had.
Al die gekke figuren zaten er ook tussen. Dat hoorde erbij, dat was juist het levendige van de Jordaan.
Een vriend van mij z'n vader reed op Italië, maar in het weekend als hij thuis was, was hij lam. Dan gingen de platen van Willy Alberti en Johnny Jordaan draaien en dan stond ie mee te blèren. Vooral 's zondags want dan was iedereen thuis, je had toen nog geen camping, dan gingen de balkondeuren open en daar stond ome Jan Vogel te zingen. Ome Jan had een zware stem en veel operaplaten.
Je had bij ons ook nog Vonk die ging films draaien op de witgeschilderde blinde muur waarop met grote letters Sijbrands Staalconstructies stond, nu is er allemaal nieuwbouw. Hij woonde één hoog, deed het raam open en schoof zijn grote filmprojector naar buiten en wij met zijn allen films kijken.
Maar dat is er allemaal niet meer.

Vrouwenschoentjes
Die drummer die altijd in het zwart gekleed gaat, hij loopt ook wel eens in vrouwenkleren, kwam eens in mijn loods. Ik had een paar damesschoentjes staan, van die laarsjes eigenlijk. Hij zat er maar naar te kijken, hij zei nooit veel maar toen vroeg hij wat die schoenen kostte. Ik zeg vijf gulden. Passen ze mij? Ik zei tuurlijk. Hij trok ze aan en ze pasten. Ja maar ik heb geen vijf gulden. Ik zei nou neem ze dan zo maar mee. Nee dat wil ik niet, zei hij, ik kom van de week wel geld brengen. Ik zei nee, neem ze nou zo maar mee. Nou hij liep zo weg op die vrouwenschoenen. Het was eigenlijk wel een beetje vreemde jongen, niet?

Zulke figuren horen er in het leven gewoon bij
Je hebt die ene met die tanden, een oudere man die wat slepend liep. O ja Sidney. Zie je dat je ze gauw vergeet omdat je ze niet meer ziet. Die kon ook altijd zo lekker lachen, dan kwamen die grote tanden naar voren. Als die begon te lachen moest je eigenlijk ook lachen. Hij heeft zo'n guitig koppie.
Je had er één in de Bloemstraat zitten, malle Jantje. En dan nog Wout in de Laurierstraat. Vroeger zeiden ze Wout kak nog even in je broek dan krijg je een kwartje. Dan ging hij in zijn broek kakken en kreeg hij een kwartje. Kwam hij boven, zei zijn moeder; vuile klerelijer heb je weer in de broek laten schijten voor een kwartje. Dan stond ie te persen, weet je wel. Wij wisten dat zijn moeder tegen hem te keer ging, hij was al een volwassen kerel. Dat was de lol. Later zei hij ik doe het niet want dan krijg ik ruzie met mijn moeder. Nou voor een gulden dan, zeiden ze en dan begon hij weer zo te persen. Hij werd helemaal blauw.

Wat komt er in de Plantanen terug?
Ik hoop niet dat ze er een opvangcentrum voor verslaafden van maken. Op de Lauriergracht aan de overkant van de Plantanen zou een bejaardencentrum voor buurtbewoners komen, in plaats daarvan kregen we in dat gebouw stichting Lucifer met een afkickcentrum voor verslaafde kinderen, stichting Zuid Afrika en dat soort dingen.
Er werd niks voor de buurtbewoners gedaan, daarom zijn ze ook weggegaan. Degenen die hier nu komen wonen vallen grotendeels met hun neus in de boter want die komen in de nieuwbouw te zitten. Oud buurtbewoners hadden hier graag willen zitten want met die nieuwbouw hadden ze nu ook allemaal een tuintje.
Het is zonde dat al die buurtbewoners vertrokken zijn, zeg maar gevlucht zijn.

De gemeente kwam niet aan de bak
Het is altijd het plan van de gemeente geweest om de Jordaan plat te gooien. Ze wilden die band van de Jordaners uit elkaar trekken en dat is ze nu gelukt.
Als er vroeger wat was, waren al die buurtbewoners één met elkaar. Als er ruzie was kwam de politie er niet tussen. Als een woning werd ontruimd gingen de buurtbewoners er tussen staan en vaak kwam de deurwaarder voor een lege woning.
De mensen zijn blij gemaakt met een mooie woning met een tuintje ergens in een buitenwijk of in Almere.
In de jaren zestig werd iedereen gek gemaakt met een woning met een tuintje.
Ik heb al die boekjes over de Jordaan. Altijd opstand en verzet door lastige mensen die elkaar altijd hielpen. Dat kon niet, dat wouen ze niet meer. De overheid wou grip op de mensen hebben en dat hadden ze niet en daarom zijn ze gedeporteerd.

De kleine winkeltjes zijn verdwenen
Toen die lui uit de Plantanen hier met zijn allen kwamen hadden de kleine winkeltjes er profijt van. Ze kregen zakgeld dan konden ze zelfstandig wat kopen en dan hoorden ze er ook bij.
De sigarenman is ermee opgehouden omdat ze weggingen. En zo zullen er meer winkels zijn die dat zullen merken.
De Hazenstraat was altijd een gezellig stukkie straat maar nu is het niets meer. Geen enkel winkeltje houdt het hier meer uit omdat al die gezinnen verdwenen zijn. Hoeveel melkzaken had je hier niet, je werd er mee doodgegooid. En bakkers. Elk straatje had wel zo'n zaak.
De gemeente wilde die winkeltjes en bedrijven weg hebben en nu roepen ze dat ze dat weer graag terughebben. Ze hebben het helemaal doodgemaakt. Vergeleken met andere buurten vind ik deze buurt nog wel het gezelligst, dat wel. Maar nu valt de Plantanen weer weg, straks weer iets anders, het wordt te kaal.
Wat loopt er nu nog door de straten heen.
Vroeger had je bij Appie de hoefsmid waar mensen stonden te kijken naar de paarden en te kletsen. Het ene trok het andere aan. Je had een praatje, da's allemaal weg. En dan had je nog Harm, ook een zuiper maar dan net de klokkenluider van de Notre Dame. Hij kwam bij Leuring waar nu het vrouwencafé zit en bij Rooie Nelis. Harm is ook verdwenen.
Rooie Nelis had ook vreemde figuren in de kost bij hem boven. Een Chineesje die voor Nelis en Rooie Sien boodschappen deed, die is nog over de brug in het water gevallen en verzopen. Allemaal aparte types.
Dus die Plantanen...die mensen van de Plantanen, ze vielen eigenlijk niet op. Er waren er eigenlijk genoeg hier in de buurt.




In café Rooie Nelis

Rooie- of blonde Sien is eigenaresse van café Rooie Nelis. Dit typisch Jordaanse café voor rondborstige mannen met snorren en hoog opgetooide blonde vrouwen, is een van de vele cafeetjes met een eigen gezicht in de buurt van de Platanen waar de bewoners met Jordaanse gastvrijheid ontvangen werden.
Nu de mensen met een verstandelijke beperking verhuisd zijn, nemen toeristen op Yellow Bikes hun plaats in.

Rooie Sien vertelt
Ik vind het jammer dat de Plantanen weg gaat, vooral voor hen... nou ze waren helemaal eigen. Het is hetzelfde als je een oude boom verplant, precies hetzelfde, ja toch.
Het zal daar in Noord wel heel erg wennen worden. Zo mooi ken het daar niet wezen dat ze het hier niet gaan missen.
Hier zegt die en die ze gedag en ze komen het café effe binnen, komen een pakje sigaretten halen. Normaal verkopen we nooit sigaretten buiten de deur maar zij hebben altijd een goed woordje weet je wel. Ik vind het zo zielig om hunnie weg te sturen dus hunnie mogen sigaretten halen. Anderen niet.
Er zijn er ook wel bij met een karretje en dan komen ze binnen met hun begeleider. Daarom hebben wij die klapdeur voor hun karretjes laten maken. Dat doen ze niet enkel in de grote gebouwen, wij hebben dat ook geprobeerd maar je kan hier natuurlijk weinig aanpassen daarvoor is het hier te oud.

Café Rooie Nelis bestaat uit een kleine donkere ruimte met wat tafeltjes en stoelen en een toog. Achter de bar veel rood neonlicht. Luide accordeonmuziek accentueert de authentieke Jordaanse gezelligheid. Aan de muur foto's van klanten van het café waaronder bekende gezichten. Tante leen, de jordaanzanger Henk van Mokum die tegenover het café woont en koningin Beatrix die al twee keer is geweest.

Rooie Sien praat met vertedering over enkele bewoners van de Platanen -Plantanen zeggen ze in de Jordaan -die haar café bezoeken. Een man aan de bar en de barjuffrouw, die Co wordt genoemd, onderstrepen wat Sien over de vrienden uit de Platanen vertelt. De vaste kliek van café Rooie Nelis heeft een zwak voor 'Zoet beest Buurman' en 'Nelis met de petjes' en de anderen uit het grote huis aan de Lauriergracht 103.
Sien neemt met weemoed afscheid.

Nelis met zijn petjes en zijn beertjes
Wie hier elke dag komt is Nelis Vogelenzang, die heeft hier zijn lopie. Afijn Nelis krijgt altijd petjes van Gerrit, mijn man. Laatst kwam Nelis binnen en zei huilerig 'ze hebben mijn pet gestolen op de tram' 'Nou', zei mijn man, 'dan krijg je wel een ander'. Heb die weer een ander gehad, tja".


Nelis stelt zijn uiterst persoonlijke outfit samen uit aankopen op het Waterlooplein en bij tweedehands kledingwinkels. Zijn uitdossingen spotten met elk mode- en kleurgevoel worden gecompleteerd door een petje. Zonder petje is Nelis Nelis niet en dan liefst een petje waaruit steun aan het oranje-elftal blijkt. Bovendien houdt hij van decoraties. Zijn opsmuk bestaat uit bij elkaar gewandelde Avondvierdaagse medailles, buttons tegen de kernbewapening en voor het milieu.

Nelis die komt hier elke dag effe gedag zeggen. Altijd. 'Hij was hier vanmorgen nog', weet de man aan de bar. 'Hij ging vandaag een daggie uit'. 'Ja een daggie uit', vult Co vanachter de bar aan.
Oh was die er al, zegt Sien. Zie je, hij komt elke dag en meestal krijgt hij dan van ons een colaatje, en een gulden.
Hij krijgt altijd een gulden, hij kost me zeven gulden in de week en daarbij krijgt hij van die nog es wat en van die nog es wat. Ja, ja hij heb niet alleen ons, hij heeft heel veel winkeltjes. Op de markt ook hoor. Allemaal adresjes waar hij een gulden krijgt.

Ik zeg wel eens tegen hem: mijn kind

Gerrit zegt altijd: mijn zoon, daar heb je mijn zoon. Oh dat vindt Nelis zo mooi.
Als ze op vakantie naar Spanje gaan, komme ze gedag zeggen. Krijgen ze wel eens wat zakgeld. Daarvoor sturen ze ook een kaartje. Ze zijn niet gek, dat bedoel ik!! Dat zakgeldje laten ze niet lopen.
Bij Cootje Blokzijl uit de Bloemstraat die op de Albert Cuyp staat krijgt Nelis ook altijd zakgeld. En er zijn er nog wel meer waarvan die geld krijgt. Ze weten precies hun eigen plekkies. Hij koopt er poppen en beren van.
Nelis is vijftig, laatst zei die dat hij vijftig was geworden.
Nee er zit niks geen kwaad aan hem, helemaal niet. Hij is lief.

Voor Nelis hebben wij de meeste zwak hoor
Nelis zegt: je zal me niet missen want ik kom vaak. Dan zeg ik: ja, je laat je zakgeld niet lopen. Dan moet ie lachen.
Altijd wandelen, hè. Hij doet altijd mee aan de Avondvierdaagse, Ja, altijd. Ja, daar doet ie altijd aan mee. Dan komt hij altijd effe laten zien dat ie zo'n dingetje heb gehad en dan heb die bloemetjes in zijn handen. Nu ja, wie hebben ze nou anders om dat te laten zien.
Die begeleiders daar zalle weinig tijd voor ze hebben. En hij heb eigenlijk geen begeleider nodig want hij doet alles wat hij doen wil, hij kan alles alleen doen. Hij is niet invalide, hij loopt niemand in de weg.
Een lekker kereltje, mijn man is ook gek met hem. Ik denk ook wel dat hij blijft komen en hij zal ook naar de Cuyp blijven gaan, naar Cootje Blokzijl want dat laat ie niet schieten. 'Ik weet wel welke trams ik moet nemen.', zegt hij.

Nelis Vogelenzang is 21 augustus 2014 op 74-jarige leeftijd na een kort ziekbed overleden.

> Meer over Nelis


En verder heb je Buurman
Ja, Buurman, zoet beest. Die komt altijd binnen en zegt dan: ben ik een zoet beest? Ja, ik ben hartstikke zoet! Hij is hartstikke bang voor honden, oh hij is zo bang voor honden. Ja Adriaan -ben ik een zoet beest?? -Buurman. Hij komt binnen en dan kleedt hij zich eigen helemaal tot op zijn overhemd uit. Ook als het heel koud is doet hij alles uit.
Nee, niet alles natuurlijk, zijn broek en zijn hemd houdt hij aan, maar zijn jas en zijn das en zijn vest doet hij uit en dan gaat hij aan de kant zitten. Dan zitten wij natuurlijk te gieren. 'Zijn trui doet hij ook uit', vult Co de barjuffrouw enthousiast aan. 'Ik roep dan Buurman doe dat nou niet'.
Hij wil wel zestien ijsklontjes in zijn glaasje prik en in zijn koffie blijft hij roeren. We hebben wel eens meegemaakt dat hij tachtig keer roerde. Dan zitten we te gillen natuurlijk. We hebben wel eens gehad dat hij twee koffie en drie sinas had gehad, daarna lieten wij hem aankleden en vroegen hem dan: moet je nog een sinassie Buurman? Ging hij zich weer helemaal uitkleden voor een sinassie'
De man aan de bar ligt in een deuk terwijl hij die geschiedenis ophaalt. 'Dan gaat die voor de spiegel staan. Ik doe zijn jas goed of hunnie helpen hem, we laten hem niet voor schut lopen natuurlijk. En dan zegt ie zit het goed?
Laatst zegt ie: ben ik gek dat ik al zoveel jaar verliefd ben op Corry? Ik zeg: hoe lang is dat al geleden? Vijftig jaar, zegt ie. Ik zeg: heb je het wel eens met haar gedaan? Hij zegt: ikke niet maar ik ben nog altijd verliefd op haar, ben ik dan gek?
'Nee hoor je bent alleen gek verliefd!', zei ik.

''Vreet een leeuw je op, Sientje?'
'Hoe heet die grote ook weer. Die zit ook in dat huis. Die komt alleen om een pak shag en ze vraagt altijd hoe het met mijn moeder is. 'Hoe is het met mevrouw Ruwaard van Eck?', zo heet mijn moeder.
Als ie binnenkomt zegt hij; ben ik een zoet beest. Appie zoet is, zo noemt hij zich. Hij meent het, het is geen grapje.
Dan zeg ik, ja hoor je bent heel lief. Echt? Vraagt ie dan.
Hij is doodsbang voor honden, al zijn ze zo groot als dit luciferdoossie. En voor leeuwen. Ja dat je bang is voor leeuwen kan ik me begrijpen.
Hij stuurt als hij met vakantie is een kaart hoor. Ik krijg altijd een kaart. Van Nelis ook. Nelis komt ook altijd wat brengen met moederdag en met vaderdag. Een kop en schoteltje of wat dan ook. Ja, ik denk dat hij dit toch als een tweede huis ziet. Ja, een plantje heb die ook zo pas gebracht. Dat is toch hartstikke lief. Kejje nagaan dat ze toch weten. Zoiets. Dat bedoel ik, ze hebben ergens een hele... en met andere dingen zijn ze stil blijven staan.
Dus ze zijn niet gek.

Ja wij hebben allemaal bijnaampies bij ze.
Hij noemt mij nooit bij mijn naam. Zoet beest en Kopie. Of osselap, zo noemt hij ons. Jawel. Laatst zeg ik tegen hem; U zegt altijd zoet beest tegen mij, weet u eigenlijk wel hoe ik heet.
Ja natuurlijk, zegt hij: Sientje.
En dan heb je die andere, die doofstomme. Droeem aww droemmmm. Een bakkie droeemm, vraagt hij altijd.
Er komt altijd eentje die ook niet kan praten met een papiertje waarop staat wat ie moet hebben. En daar wijst die dan op.
Die grote, die grote die altijd zo scheef staat. Die grote is ook aardig. Hoeveel keer zegt hij wel niet gedag. Wel twintig keer zegt ie ons gedag als die weggaat.
Je hebt ook nog zo'n heel magertje, zo'n klein kereltje die komt altijd shag halen.
Vanaf het begin van de Plantanen komen ze bij mij in het café. Het hoort er gewoon bij, vind ik. Lopen ze voorbij met een ploegje, zeggen ze gedag, weet je wel. Dat hoort er toch allemaal bij. Ik zal ze wel missen.

Altijd even keurig
Ze zien er allemaal goed uit, goed verzorgd, allemaal nette kleren, schoon. Dat kan ik goed zien. Ik heb ze nog nooit met vuile broeken gezien. Altijd gepoetste schoenen. Je ziet hoe goed verzorgd ze zijn. Niet van: trek ze maar wat aan want ze benne toch niet goed. Jawel jawel dat mag wel eens gezegd worden, vind ik.
Ze mogen overal naar toe en aan alles meedoen. Ze worden een paar keer per jaar meegenomen. Dan gaan ze acht dagen daar naar toe, en dan acht dagen daar naar toe. Dat vind ik prachtig, dat was vroeger toch niet met die mensen.
Meestal stopten ze ze weg en dan werden ze hoe langer hoe gekker. Nu krijgen ze de kans om hun ergens in te ontwikkelen.
Als een normaal iemand wordt opgesloten en met ze eigen bezig moet zijn dan wordt ie ook gek. Nee ik vind dat wel prachtig werk wat ze doen. Ik heb wel respect voor ze.
Je ziet wel eens van die heel zielige figuurtjes die er ook zitten. Die niet kunnen lopen enzo en dan zie je die jonge jongens en die jonge meiden ermee lopen. Het geduld wat ze hebben, echt waar hoor.
Ik hoop voor ze dat die meegaan want als ze ook nog allemaal nieuwe mensen krijgen '


bewerkt4 8 2016



> naar boven

> terug
> Jordaan index


Aanvullingen en verbeteringen graag hier

Bron:
De laatste inrichting voor verstandelijk gehandicapten in hartje Amsterdam. Door J.W.Regenhardt met foto's van Peter vd Meer. Elandprodukties 1992