
Nog niet zo lang geleden
hoorde ik een van onze kamerleden klagen dat zijn collega's te vaak
inhoudsloze krachttermen gebruiken. Vooral de geachte afgevaardigde
G. Wilders gebruikt in iedere spreekbeurt 'schande'
en 'schandalig'
zonder verdere heldere onderbouwing van wat de man dan dwars zit.
Men was ook aan debatteren over de vraag of kamerleden zelf een kopje
koffie uit een Senseo moeten persen.
Al in 1973 verscheen onderstaand artikel in
het clubblad O en W Visie. van
het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, waaruit blijkt dat deze
onderwerpen geen nieuw verschijnsel zijn.
Taalarme
rijken of taalrijke armen
Door
een teveel aan vrije tijd kom ik er nogal eens toe schriftstukken te
lezen die handelen over mens en maatschappij. Je zou zeggen: Wat is
eenvoudiger? Je bent een mens en je leeft in een maatschappij, dus het
moet allemaal wel over bekende zaken gaan.
Nou, dat is niet waar.
De alternatieve taalstructuren, die de socio-, psycho- en eco- en andere
logen nodig hebben om hun projectie, concepties, problemen in een adequate
vorm te gieten vereisen een langdurige en diepgaande voorstudie van
het nieuwe vocabularium en ook van de nieuwe betekenis van reeds lang
bestaande woorden. Het lijkt mij dan ook hoog tijd, dat er een nieuw
en bij voorkeur losbladig woordenboek voor de hedendaagse maatschappijleer
en haar nevenwetenschappen wordt uitgegeven.
Losbladig. omdat er elke maand wel weer nieuwe termen worden toegevoegd.
Daar zaten en zitten namelijk verscheidene rederijke volksvertegenwoordigers
die voor, maar ook nog wel naast hun Kamerlidmaatschap de advocatuur
uitoefenden en die mensen spreken graag een woordje Latijn.
Goed, ik heb mij een boekje aangeschaft van f 1,25 en daar stond alles
in. Het bleek mij, dat voor vrijwel alle moeilijke woorden, die de geachte
afgevaardigden gebruikten heel goede Nederlandse
woorden bestaan. Die kenden ze blijkbaar niet. Ze kwamen misschien uit
kringen waar men geen gewoon Nederlands sprak of ze waren dat al pleitend,
en redevoerend vergeten.
Zoiets kan de beste gebeuren. Maar de taalarmoede van onze kamerleden
is nog niets vergeleken bij de bittere armoede waaraan maatschappijkundige
taalgebruikers lijden.
Het is misschien wel goed een actiegroep te stichten om deze
ongelukkigen in een project op te vangen en te begeleiden. Ik zou daarbij
vooral een beroep willen doen op de bevolking van de echt levende buurten
zoals de Jordaan, Kinkerbuurt, Oude Pijp.
Het potjeslatijn en het kannetjesgrieks ontbreekt. Maar het taalgevoel
is van een veelvormigheid, malsheid en beeldende kracht om van te genieten.
De woorden zijn niet allemaal 'deftig', maar deftigheid is het einde
van lenig taalgebruik. De uitspraak is niet volgens de regels van het
ABN.
Spreekt iemand die 'menee de veurzittig' beter dan een ander
die zegt: 'meneir te faursitte' ?
Het is bekend, dat de uitspraak alom verschilt van hetgeen door hoogleraren
in de welsprekendheid wordt aanbevolen. Maar
dat is ook niet belangrijk. Het gaat hier om door de rijkdom van woorden
de verfijnde schakeringen in het gevoels- en gedachtenleven tot uitdrukking
te kunnen brengen.
Luister hoe men met een enkel woord een karakterschets geeft van een
medemens, hoe men misstanden analyseert in trefzekere zinnen en oordelen
velt in klassiek aandoende bewoordingen.
De woordkunst van Querido, Kloos, Paul van Ostayen, Marsman en anderen,
de woordkunst van het levende volk, staat te weinig in aanzien.
Er blijken inderdaad teams bezig om taalarme groepen te begeleiden en
op hoger peil te brengen.
Tot mijn verbazing heb ik begrepen dat zij zich niet tot de taalarme
rijken, maar tot de taalrijke armen richten. De verkeerde wereld! Rechtsomkeert
maken, heren!
H. van Hulst
Eén
op de drie mensen is analfabeet
In hetzelfde nummer van O en W Visie wordt gewag gemaakt van het feit
dat in 1970 810 miljoen van de 2335 miljoen volwassen wereldburgers
niet kunnen lezen of schrijven.
Unesco heeft als doelstelling van het Tweede Ontwikkelingsdecennium
van 1970 - 1980 dat alle kinderen op de wereld lager onderwijs krijgen.
Maar ja, men is zwaar teleurgesteld in de rijke landen die geen cent
aan schoolboeken wil uitgeven. De hulp moet dus van schoolkinderen in
Nederland komen die een balpen of een oude schrijfmachine naar Chili
sturen.
Koffie
duurder
Ook in dat zelfde blaadje een schrijnend verhaal over de prijs van koffie
op het ministerie.
Wie vroeger twee koppen koffie en een kop thee nam moest daarvoor 25
cent betalen en dat is nu 70 cent geworden. Als de prijs een brood van
95 cent in één keer tot fl. 2,70 verhoogd zou worden zou
het land op zijn kop staan. Maar wat gebeurt er op het ministerie? niets!
Wat moet het toch erg zijn om op zo'n wreed ministerie te werken.