[1613]
Het
Nieuwe Werck
Op de drassige weilanden, stroken land, de
'weren', die plotseling binnen de wal komen te liggen, wordt in de loop
van de 17e eeuw de Jordaan aangelegd.
De afwateringssloten worden grachten en grachten worden later tussen
1850 en 1900 weer gedempt.
Voetpaden worden straten, zoals het Pottebackerspad dat later
de Rozenstraat wordt.
De pottenbakkers waren de eerste brandgevaarlijke bedrijfjes die de
stad uitgejaagd werden.
Het Margrietenpad werd Elandsstraat op de plek waar het Margrietenklooster
stond en de Franciscanen landerijen hadden.
In tegenstelling tot de bebouwing aan de Grachtengordel, waarvoor het
zand uit het Gooi gehaald wordt, is de Jordaan niet opgehoogd. Dat hoogteverschil
is nog steeds te voelen als je bijvoorbeeld van de Prinsengracht de
Elandsgracht af fietst.

[1600]
Amsterdam trekt veel vreemdelingen aan
De stad barst uit haar voegen. Elk jaar komen er zo'n 14.000 nieuwkomers
bij, de stad groeit binnen één eeuw van 50.000 naar 220.000
inwoners.
Na de val van Antwerpen in 1585 vluchten veel inwoners naar het veilige
en rijke Amsterdam.
De rijke kooplieden
uit Spanje en Antwerpen konden zich 'inkopen' in de binnenstad, maar
de arme nieuwkomers moesten maar een plek zoeken in tijdelijke en illegale
onderkomens buiten de stadsmuur. Daar worden ze voortdurend door soldaten
opgejaagd omdat de bouwsels bij een belegering gebruikt kunnen worden
als schuilplek voor een vijand.
Een oorlog met Spanje dreigde en ook Amsterdam moest zich verdedigen
achter stevige stadswallen.
[1609-1612]
Aanleg van de Jordaan
In de oude stadskern wonen en werken de kooplieden en ambachtslieden
dicht op elkaar.
Daarom besluit de stadsregering de stad buiten de stadswal uit te breiden.
De rijke kooplieden, met hun overzeese handel, willen het liefst vaarwater
voor de deur. Voor hen wordt er om de stadskern, de beroemde, grachtengordel
aangelegd.
Het is het gebied tussen de Herengracht, de Keizersgracht en de Prinsengracht.
De arbeiders die daar wonen, worden eenvoudig verjaagd naar een stuk
weiland ten westen van de grachtengordel. Daar moet een nieuw woongebied
komen, het 'Nieuwe Werck', begrensd
door de Leidsegracht, de Brouwersgracht en de Lijnbaansgracht.
De Lijnbaansgracht was een binnengracht van de stadsverdedigingswallen
waar in lange banen al het touw voor de uitgebreide handels- en oorlogsvloot
'geslagen' werd.
Omdat de stadsregering in deze drukke bouwperiode behoefte heeft aan
veel grondwerkers, sjouwers, heiers, metselaars en timmerlieden, wordt
het poortersgeld voor hen verlaagd.
Bouwregels
Een bouwkavel mocht niet breder dan 20 voeten, van ongeveer 28 cm.,
zijn. Een gang naast de bebouwing mocht niet dichtgetimmerd worden.
Er mocht wel een een dakje over, maar dat moest zo hoog zijn dat een
man met een turfmand op zijn hoofd er nog onder paste. Dat moest opdat
de mensen die achter zo'n gang woonden nog turf voor hun kacheltjes
konden krijgen. Door die regels krijgt het Nieuwe Werck de structuur
die kenmerkend voor de Jordaan is.
Gevaarlijke bedrijfjes
De Jordaan was niet meteen volgebouwd, er zijn veel tuinen en boomgaarden.
Hierdoor behoudt de buurt een landelijk karakter. Kleine bedrijfjes
vestigen zich in de Jordaan tussen de woonhuizen. Dat is niet ongevaarlijk,
maar men moet wel want die bedrijfjes zijn in de rijke grachtengordel
niet toegestaan.
Ambachten
De wijk wordt ingedeeld in straten voor textielmensen,
pottenbakkers en leerbewerkers.
De straten krijgen namen die naar het ambacht verwijzen.
Wevers en textielververs
Rond de Raamstraat en Bloemstraat zaten de wevers en ververs, die hun
geverfde wollen lappen op een raamwerk spanden en buiten de stadsmuur
te drogen legden. Voor dit ambacht was één poort in de
stadsmuur beschikbaar, de Raampoort.
Leerbewerkers
De leerlooiers vestigden zich rond de Elandsgracht, Passeerdersgracht
en Looiersgracht.
De elanden leverden huiden die geschikt zijn voor zeemleer, de passeerders
waren de ambachtslieden die het leer zacht maakten en er waren tevens
zwartmakers die bokkenvellen tot Spaans leer bewerkten.
De handelaren verkochten eerst de ruwe huiden aan de Loyers en kochten
later de bewerkte huiden weer op.
Pottenbakkerijen
De tegel- en pottenbakkers werkten rond de Anjeliersgracht, nu Westerstraat,
en de Tichelstraat.
Ze gebruikten dezelfde vuren die voor het gieten van kanonnen en ander
bronzen voorwerpen gebruikt werden. De Gietersstraat verwijst er naar.
Suikerbakkers
De suikerfabrieken stonden aan de Rozengracht en de Lauriergracht.
Touwslagers
De touwslagerijen waren te vinden aan de de Lijnbaansgracht.
Bierbrouwers
Aan de Brouwersgracht zorgden de brouwers voor een geregelde aanvoer
van bier, voornamelijk voor de bevoorrading van de handelsvloot.
Bakkers
Beschuitbakkerijen op de Anjeliersgracht bakten scheepsbeschuit.
De ambachtslieden zorgden voornamelijk voor spullen die de handels-
en oorlogsvloot nodig had.
Bedrijvigheid
In de 19e eeuw neemt in Amsterdam de handel en scheepvaart verder af.
In de Jordaan ontstaat hierdoor steeds meer armoede. Meer lege woningen
en achterstallig onderhoud is het gevolg.
De Palmgracht, Goudsbloemgracht, Lindengracht, Anjeliersgracht, Rozengracht
en Elandsgracht worden wegens stankoverlast gedempt.
Een op de drie Amsterdammers leeft dan onder de armoede grens waarvan
meer dan de helft in de Jodenbuurt of de Jordaan wonen.
naar boven
De
naam van de Jordaan
Er is veel en vaak gezocht naar de oorsprong van
die naam
Voor 1716 komt de naam Jordaan niet voor. Men
spreekt over 'Het Nieuwe Werck' en 'Over de Princegraft'
Alle speculaties
op een rij:
1.
De Prinsengracht werd al langer Jordaan genoemd naar de Bijbelse rivier.
Alles wat aan de andere kant van de Prinsengracht lag werd daarmee 'Overjordaans'
genoemd.
2.
De naam is een verbastering van Jardin.
In 1685 werd het Edict van Nantes opgeheven. Lodewijk XIV jaagt de Hugenoten
weg.
De Protestanten vinden een veilig onderkomen in Holland.
De vluchtelingen komen in de Jordaan terecht en ze noemden die landelijke
buurt daarom waarschijnlijk 'Jardin' .
De andere inwoners spraken nog niet zoveel Frans, vandaar dat het Jordaan
werd.
3.
In Frankrijk, in het Massif du Cantal, stroomt een riviertje met de
naam Jordane.
Het zou mogelijk zijn dat er Hugenoten uit die streek die naam geïmporteerd
hebben.
4.
Het is een verbastering van Gordijn, een verbinding tussen twee
bolwerken op de stadswal, Slotermeer en Karthuyser.
5.
Het is een verbastering van Jurisdictie, Jordisky, een rechtsgebied
buiten de bebouwde kom.
6.
De naam is afgeleid van Jerde, een oude Friese lengtemaat.
Er waren korte en lange jerden. Met een beetje slordig taalgebruik zijn
het al snel Jorden.
7.
Er staat huis genaamd Jordaan.
Aan de Lindengracht tussen nr. 80 en 86, was een Jordanegang
naar dat huis genoemd.
8.
De Jordaan is spottend zo genoemd omdat het tegenovergestelde waar was.
De Bijbelse Jordaan is een heldere rivier waarin gelovigen gedoopt werden.
De grachten in de Jordaan waren modderpoelen waarin afval en poep ronddreef
.
naar
boven
|