Het
woord van God of dat van de Commercie
Elandsgracht hoek Lijnbaansgracht / oud en nieuw
/ De sigarettenreclame is vervangen door een oproep om de bijbel te
gaan lezen.
De
bocht van het proletariaat

Lijnbaansgracht hoek Rozengracht 1886, in de tijd dat fabrieksschoorstenen
in de Jordaan rookten
Het werd de 'Bocht van het proletariaat' genoemd als tegenhanger van
de 'Gouden bocht'
De
Nederlander heeft één afgod, dat is de aardappel
In de supermarkt op de Elandsgracht is duidelijk wat volksvoedsel nummer
één is. Het vak met de aardappels is goed gevuld met die
knollen in alle soorten en maten van Krieltjes tot Eigenheimers, vast
afkokend of kruimig, in plastic verpakt.
In de Jordaan waren veel aardappelhandelaren en die supermarkt was ook
begonnen als een aardappelkeldertje op de hoek van de Hazenstraat.

Hazenstraat hoek Elandsgracht / Groentehandel
Lindeman /
Van
Aardappelhandel naar Albert Heijn
Op de hoek van de Elandsgracht en de Hazenstraat begon
Simon Lindeman in 1869
een aardappelhandel.
De oude Simon kon niet bevroeden dat het familiebedrijf vijf supermarkten
zou vestigen
Hij zou zich mogelijk ook in zijn graf omdraaien als hij zag dat zijn
naam op de gevel vervangen zou worden door een AH logo, met alle blauwe
toestanden die er bij horen.
Hoewel je voor een goede aardappel bij hem terecht kon, werd begin vorige
eeuw de aardappelhandel uitgebreid met groente en fruit.
Op een sluipende manier moest Lindeman voldoen aan 'de eischen der nieuwe
tijd', uitbreiding van het assortiment met zuivel.
De tijd was voorbij dat je met je groenteboer uitgebreid kon praten
over de kwaliteit van de aardappels die in grote houten bakken klaar
lagen en die in de vroege morgen door één van de oudere
broers Lindeman persoonlijk op de Centrale Markthallen uitgezocht waren.
Aardappelboer is een vak. Vakkenvuller in een supermarkt een bijbaantje.

Hazenstraat hoek Elandsstraat
/ Aardappelhandel Blom [1919] / Dezelfde plek [2000]
Aardappelhandelaar P Blom was een concurrent
van Lindeman.
Het is bijzonder dat op korte afstand van elkaar twee gelijke neringen
konden bestaan.
Brand

Op 27 juli 1679 veroorzaakte een blikseminslag
om half een 's nachts een felle brand in de buurt van de Elandsgracht.
Het brandgevaar was groot omdat de huizen dicht op elkaar stonden en
er brandgevaarlijke bedrijfjes zoals zeepziederijen en leerlooierijen
waren gevestigd. De brand, die de huizen binnen de kortste keren in
lichterlaaie zette, is door Jan
van der Heyden, de uitvinder van de stoombrandspuit,
vastgelegd om te pleiten voor een betere brandweer.

Mocht er nog een
vage brandlucht op de Elandsgracht hangen is die afkomstig van een hamburgerbakkerij
met ecologisch verantwoord vlees.
Het
fort van Sjaco is een legende

Elandsgracht 71-77 / het
Fort van Sjaco [1891] / Sjaco, gevangen, met een houten kraag om de
hals
Sjaco leeft in de Jordaan voort als
de held die steelt van de rijken en geeft aan de armen.
Een boef die opereerde vanuit zijn 'fort' op de Elandsgracht, maar er
in werkelijkheid nooit gewoond heeft. Een
'fort' was vroeger de naam van armoedige huizen waar heel veel gezinnen
boven en achter elkaar in woonden.
De schrijver Jacob van Lennep voert Sjaco op in zijn roman 'Ferdinand
Huyck' als de leider van de 'Zwarte Bende'
Een oude buurtbewoner vertelt aan de schrijver Justus van Maurik
dat de vader van zijn grootvader Sjaco nog persoonlijk gekend had.
De tekenaar Johan C. Braakensiek maakt een tekening van de bedstede
waaronder het begin van ontsnappingsgangen moest liggen.
Zijn pistool en een inbrekersladdertje worden in het Amsterdams Historisch
Museum als 'echt' bewaard.
De feministische schrijfster Helene Mercier, begaan met het lot
van de arme Jordanezen, vult de legende aan.
In zijn proefschrift haalt rechtshistoricus Dr Frans Thuijs al
die verhalen onderuit. Hij heeft de geschiedenis onderzocht en in geen
enkel archief is Jakob Frederik Muller alias Sjaco te vinden.
Wel ene Jacquo Balck, inbreker van beroep. Muller blijkt de naam van
diens moeder te zijn en die gebruikte Sjaco onder een gerechtelijk document.
Sjaco woonde ook niet op de Elandsgracht maar ondermeer in herberg
De Vergulde Wagen op het Haarlemmerplein.
Zo is de legende van Sjaco ontstaan, een geheel van gerechtelijke kronkels
en tendentieuze overleveringen. In 1885 werd het fort gesloopt. lees
verder >>
[1931]
Bioscooptheater hét of dé Edison
Elandsgracht / bioscooptheater De Edison / later
garage Koperberg, [1953] daarna tapijthandel /
Israel
Querido schreef:
"Komt ge in deze volksbioscoopjes op de vrije schoolmiddagen,
dan slaat u een walm tegemoet; een bende gierende, lachende of huilende
en krijtende kinderen is daar een ganschen middag voor een dubbeltje
of twaalf centen opgeborgen."
Dé Edison zeggen de mensen uit de buurt.
Beroemde Jordaners traden in dit volkstheater op: Heintje en Louis
Davids, Leo Fuld, Willy Derby, Lou Bandy en Mie en Ko, Johnny Jordaan
en tante Leen.
Het bleef tot 1952 een theater om te eindigen als een vloerbedekkingwinkel.
Of dit het definitieve eind zal zijn weten we niet.
Er zijn plannen om er een hotel van te maken. Daar zijn natuurlijk veel
bezwaren tegen.
Men hoopt dat het gebouw, teruggebracht in de oorspronkelijke vorm,
een bestemming als Jordaanmuseum kan krijgen.
[1887]
Van
Water & Vuur naar Aardewerk & Porselein

Nr 80 toen en nu
De aardewerk-, glas-
en porseleinwinkel van de firma J.J. Kuyper
De geschiedenis van deze bijzondere buurtwinkel gaat terug tot 1887,
toen Johannes Jurriaan Kuyper een water- en vuurwinkeltje overnam
op de Elandsgracht 80. Jan Kuyper werkte in de suikerfabriek aan de
Haarlemmerweg. Toen daar in 1887 gestaakt werd begon hij het winkeltje.
Pas in 1891, toen de gracht werd gedempt was en de Groenmarkt er was
begon zijn nering te lopen. De marktkooplui hadden heet water en vurige
kooltjes nodig.Op vuurpotten werd het water verhit en een emmer vol
kostte een halve cent. In de jaren vijftig werd de winkel uitgebreid
met het naastgelegen pand nr.78, op de hoek van de Hazenstraat. De nadruk
lag nu op aardewerk en op de drogisterij, die in het souterrain een
plaats kreeg.
Tegenwoordig verkoopt men op deze plek zogenoemde 'Retro spullen'
Kunst
om naar te kijken en kunst om van te smullen
Op tegenoverelkaar
liggende hoeken van de Elandsgracht zijn winkels met een prachtig exterieur
te bewonderen. Op de ene hoek verkoopt men taarten die er als kunstwerkjes
uitzien en op de andere hoek lijst men die kunstwerken in.
De
beeldentuin van Jordanese muzikanten
Het zogenoemde Johnny Jordaanplein
Johnny Jordaan, Tante Leen, Manke Nelis en Johnny Meyer. Er zijn
plannen om er ook een beeld van Willy Alberti bij te zetten.
Een beeld van Bolle Jan en Tante Mien wordt onthuld. Dit beeld
wordt betaald door zoonlief René Froger die er ook smakeloze
groene heggen omheen laat zetten.Op
de verjaardag van René staat daar het beeld van zijn overleden
vader en moeder op het pleintje. Waarom dat is zal een raadsel blijven.
Het tweetal had overal café's maar niet in deze buurt. Als accordeonnist
begeleide Bolle Jan wel eens artiesten zoals Johnny Jordaan en Willy
Alberti, maar dat rechtvaardigt nog niet een plaats op dit illegale
pleintje.
Toen het witkarstation verdween is de parkeerplaats min of meer illegaal
omgedoopt tot Johnny Jordaanplein.
De toenmalige wethouder Guusje Terhorst,
die schuin tegenover de plek woonde, opende het pleintje. Er ging wel
enig rumoer aan vooraf. Boze tongen beweerden dat de wethouder door
een buurtbewoner onder druk gezet is. Wat was namelijk het geval, er
was een plan om het beeld van Johnny, gemaakt door Kees
Verkade, op het Frederik Hendrikplantsoen, waar Johnny
lang gewoond heeft, te plaatsen. Maar de Jordanezen waren daar tegen.
Tante Leen over de ruzie: "Johnny heeft hier zelfs zijn
auto nooit geparkeerd´. Hoewel hij in de buurt geboren is heeft
Johnny de Elandsgracht nooit bezongen. Het enige dat de Elandsgracht
met de zanger bond was dat hij in 1957 een maand lang, voorafgaande
aan de hoofdfilm, in de Edison heeft gezongen.
lees
verder >>
[1968]
Om
de luchtvervuiling tegen te gaan was er de Witkar

De Witkar draait de Lauriergracht op / Het Witkarstation
op de Elandsgracht
Het ding zag er
uit als een kruising tussen een fietstaxi en de Pausmobiel. Het had
drie wielen, twee zitplaatsen en een 24 volt elektromotor. Maximum snelheid:
30 kilometer per uur.
Het waren deelautootjes voor tien cent per minuut, alleen voor abonnementhouders.
In 1974 opende de bedenker, Luud
Schimmelpennink, het eerste Witkar-station op het
Amstelveld.
Er kwam ook een station aan de Elandsgracht.
De Witkar had één bezwaar: je kon er niet langer dan een
half uur mee rijden. Na een half uur was de accu leeg en moest je hem
opnieuw opladen.
In 1988 verdween de laatste Witkar. Er wordt nog eentje in het Amsterdams
Historisch Museum bewaard.

Op het terras van
Café De Eland kijken de bezoekers naar de groepen toeristen
die met een invulformulier en een huurfiets een speurtocht door die
mooie Jordaan maken. Niet zelden worden de drinkers op het terras lastig
gevallen met de vraag: "Wat was de werkelijke naam van Manke Nelis?"
of: "Waar is het Anne Frankhuis?"

Wie Café de
Eland zoekt volgt de borden
Elandsstraat
[1939]
Regelmatig
moet de smid de hete ijzers passen
Elandsstraat 123 / De hoefsmid
Het beslaan van een paard ging gepaard met een hevige rookontwikkeling
en de geur van schroeiend eelt.Blauw donkerrood heet paste de smid het
hoefijzer in dikke wolken rook. Het paard ging erg te keer. Trok zijn
hoofd op, hinnikte en steigerde en sloeg met zijn benen. De smid stopte
pas wanneer het paard begreep dat hij het moest opgeven
[Herinnering van weesjongen Joop Martin]

Elandsstraat 125 / Elanden op de gevel /
Bewaren
van kinderen

Elandsstraat
84 / Vereeniging ter Verbreiding
van de Waarheid
De
orthodox protestantse levenswijze was een belangrijk punt voor de bewaarschool
van de Vereeniging
ter Verbreiding van de Waarheid.
Oprichter ervan is de Godsdienstonderwijzer T.M. Looman, bijgenaamd
'dominee scheefnekje'. Die wilde graag dat de kinderen de zuivere waarheid
uit den Bijbel leerden kennen.
In tegenstelling tot de bewaarscholen die door de stichting tot Heil
des Volks voor de arme kinderen in de Jordaan opgericht werden, was
deze bedoeld voor de gegoede burgers.
In vergelijking met de Matressenschooltjes hadden de bewaarscholen betere
lokalen met goede hygiëne en meestal ook goed opgeleide leidsters.
Toch zaten de kinderen met velen in een klas samengeperst.
Het gebouw in de Elandsstraat had zalen voor naai- en breilessen. Op
zolder werd schrijf- lees en tekenonderwijs gegeven.
Er was een goede bibliotheek en een grote zaal met een orgel en glas
in lood ramen.
Moeders,
wat zegt ge er van?
Naast God, zijt gij deze heilzame inrigting aan uwe gegoede medeburgers
verschuldigd.
[1670]
Venetiaehofje Elandstraat 102-142

Poortje met gevelsteen: Vrede zij deezen Huize
/ Venetiaehof / De bewoners in 1952
Op 7 maart 1670 kocht de Amsterdamse koopman Jacob Stoffels een
tuin met opstal in de Elandsstraat 'daer Venetia voorstaet' en stichtte
er een hofje met dertien woninkjes voor arme vrouwen.
De gedachte dat het hofje 'Venetia' zou zijn genoemd vanwege handelsbetrekkingen
met de stad Venetië is niet juist. Wel stond in het verlengde van
het hofje aan de Lauriergracht tot 1842 een 17e eeuws pakhuis dat ook
'Venetiae' heette. Die naam is op de Lauriergracht nog te lezen op Nr.
97 op de plek waar een achteruitgang, via de voormalige Hoedenmakersgang
uitkwam. Deze steeg werd alleen gebruikt voor begrafenissen. Er
was daar ook een spreuk: 'Memento Mori' geplaatst.
In 1699 en 1704 voegde Van Maerloop 17 woningen bij de 13 van
Jacob Stoffels.
Hierdoor werd het hofje in de loop der tijden ook wel
Van Maerloops hofje genoemd. lees
verder >>
Stegen
en gangen in buurt FF

Hartshoorngang anno nu
Officieel mocht
op binnenerven niet gebouwd worden, maar in de Jordaan trok men zich
daar niets van aan. Huisjesmelkers bouwen goedkope pandjes achter de
bestaande huizen die te bereiken zijn via stegen en gangen van nog geen
meter breed.
In de 18e eeuw zijn er in de Jordaan 972 gangen naar 1690 achterhuizen,
waarin 3795 families wonen. In buurt FF, waar de Lauriergracht het middelpunt
van was, waren 33 van die gangen. Tijdens de bouwperiode werd vaak bezuinigd
op heipalen, waardoor verschillende huisjes begonnen te verzakken.
Een bouwkavel mocht niet breder dan 20 voeten, van ongeveer 28 cm.,
zijn.
Een gang naast de bebouwing mocht niet dichtgetimmerd worden. Er mocht
wel een dakje over, maar dat moest zo hoog zijn dat een man met een
turfmand op zijn hoofd er nog onder paste. Dat moest opdat de mensen
die achter zo'n gang woonden nog turf voor hun kacheltjes konden krijgen.
Gangen
aan de Elandsstraat:
Smidsgang
Kaatsballengang
Hartshoorngang
Danswijkersgang
Metselaarsgang
Bakkersgang
Spookengang
Sleepersgang
Gang naar Salamandershofje
Slagtersgang
Rapengang
|