
Laurierstraat
anno 1922
In
café Rooie Nelis

Blonde
Sien van Zwarte Gerrit 1970 (L) / Rooie Nelis zelf, Zwarte Riek, Blonde
Sien en Zwarte Gerrit (R)
Dit typisch Jordaanse
café voor rondborstige mannen met snorren en hoog opgetooide
blonde vrouwen, is een van de vele cafeetjes met een eigen gezicht waar
de bewoners met Jordaanse gastvrijheid ontvangen worden.
Toeristen op Yellow Bikes
maken veelvuldig een pitstop in het café.
In 1975 bracht prinses Beatrix een bezoek aan Rooie Nelis
In
het verleden, toen in het voormalige Jongensweeshuis op de Lauriergracht
mensen met een verstandelijke beperking woonden was het anders.
Rooie Sien de kroegbazin mist ze wel en kan zich herinneren dat
ze af en toe
een pakje sigaretten kwamen halen. Normaal verkopen we nooit sigaretten
buiten de deur maar zij hebben altijd een goed woordje weet je wel.
Ik vond het zo zielig om hunnie weg te sturen dus hunnie mogen sigaretten
halen. Anderen niet.
De kleine winkeltjes zijn uit de buurt verdwenen. Toen die lui
uit de Plantanen hier met zijn allen kwamen hadden de winkeltjes er
profijt van. Ze kregen zakgeld dan konden ze zelfstandig wat kopen en
dan hoorden ze er ook bij. De sigarenman is ermee opgehouden omdat ze
weggingen.
Er zijn er ook wel bij met een karretje en dan kwamen ze binnen met
hun begeleider. Daarom hebben wij die klapdeur voor hun karretjes laten
maken. Dat doen ze niet enkel in de grote gebouwen, wij hebben dat ook
geprobeerd, maar je kan hier natuurlijk weinig aanpassen daarvoor is
het hier te oud.
Café
Rooie Nelis bestaat uit een kleine donkere ruimte met wat tafeltjes
en stoelen en een toog.
Achter de bar veel rood neonlicht. Luide accordeonmuziek accentueert
de authentieke Jordaanse gezelligheid. Aan de muur foto's van klanten
van het café waaronder bekende gezichten. Tante leen, de jordaanzanger
Henk van Mokum die tegenover het café woont en koningin Beatrix
die al twee keer is geweest.

Trouwe vrienden (L) Klaas Onink met zijn paard bij de fotograaf (1918)
In
het café Rooie Nelis hangt ook een tekening van 4 trouwe vrienden
die in September 1944 door de Duitsers zijn doodgeschoten. Een van de
mannen was mijn vader Klaas Onink de ander was Henk Krabshuizen.
En natuurlijk Rooie Nelis, de man van de oude Sien die niet meer
leeft. Ik kan me de jongere Sien herinneren, dat ze nylon kousen repareerde
naast het café voor het raam. En als ik naar mijn grootouders
ging of een boodschap deed keek ik altijd hoe ze dat deed. Toen ik jong
was mocht ik daar nooit naar binnen van mijn moeder. Ik heet nu Neeltje
Wilson en woon sinds 1968 in de USA. Ik ben een paar keer in het
café geweest, maar dorst nooit een foto te maken.

Nelis met zijn beer onder de arm
Wie hier vaak komt is Nelis Vogelenzang, die heeft hier zijn
lopie. Laatst kwam Nelis binnen en zei huilerig 'ze hebben mijn pet
gestolen op de tram' 'Nou', zei mijn man, 'dan krijg je van mij wel
een ander'. Zonder
petje is Nelis Nelis niet en dan liefst een petje waaruit steun aan
het oranje-elftal blijkt. Bovendien houdt hij van decoraties. Zijn opsmuk
bestaat uit bij elkaar gewandelde Avondvierdaagse medailles, buttons
tegen de kernbewapening en voor het milieu.
Nelis die komt hier elke dag effe gedag zeggen en meestal krijgt hij
dan van ons een colaatje.
>lees
meer over Nelis
Vroom
en Dreesmann
op de hoek

Dat de Lauriergracht en omgeving een belangrijke plek was om een nering
te beginnen blijkt uit één van de eerste vestigingen van
V&D op de hoek van de Tweede Laurierdwarsstraat
en de Rozenstraat. Op de foto de zaak uiterst links.
Vroom had een winkel op Wittenburg in Amsterdam-Oost, en Dreesmann die
in de Jordaan
Vroom is in 1883 getrouwd met een zus van de vrouw van Dreesmann, Ze
waren dus zwagers. Dreesmann, en later ook Vroom, verkocht zijn spullen
tegen lage en vaste prijzen tegen contante betaling. Dat was nieuw want
In die tijd was het gebruikelijk dat men altijd korting kreeg. In het
begin deden de heren alleen samen de inkopen, maar in 1887 richten ze
het bedrijf Vroom & Dreesmann op. Hun eerste zaak was aan de Weesperstraatt.
Vroom hield zich vooral bezig met de financiële zaken en de administratie,
terwijl Dreesmann de inkoop en verkoop leidde.
De winkel in de Jordaan is nu een pizzeria.
Vreemde
beelden steken uit de muur

Gevelstenen
Voormalig Grafisch Atelier
Stichting het Amsterdams Grafisch Atelier (AGA) is een ambachtelijke
werkplaats en atelier voor professionele beeldende kunstenaars en vormgevers
al sinds 1958.
Het AGA ontwikkelde zich van een ambachtelijke werkplaats tot een multidisciplinair
grafisch productiecentrum voor hedendaagse kunstenaars en vormgevers.
Door een groot internationale netwerk met collega instituten ontstaan
vele uitwisselingsprogramma's in de vorm van artist-in-residences, gastkunstenaars,
presentaties en tentoonstellingen. Het ideaal is te groeien tot een
laboratorium voor de kunsten.
Het Amsterdams Grafisch Atelier heeft een voorbeeldfunctie op het gebied
van milieuvriendelijk drukken.
Door alle bezuinigingen moest het atelier flink bezuinigen. De huur
in de Laurierstraat kon er niet meer vanaf en het atelier is verhuisd
naar de Roos van Dekemaweg 7 in Amsterdam West.

Laurierstraat
62, geboortehuis van pater Roothaan, generaal van de Jezuieten 1814

De haringwinkel
van de heer Koot op de hoek van de Prinsengracht (1965)
Space
invader in de Laurierstraat
Op
onopvallende plekjes in de stad
kom je ze tegen.
Met verbaasde oogjes kijken ze je aan.
Space invaders zijn buitenaardse pixelwezentjes die door een anonieme
kunstenaar op de tegeltjes gemaakt zijn. De kunstenaar zelf noemt zijn
werken 'A gift to the city'. Ze eisen niet de ruimte of aandacht op,
zoals Graffiti dat doet, maar lokken op een subtiele manier nieuwsgierigheid
en ontdekkingsdrang uit.
Sinds 1998 duiken de Space Invaders op in onder andere Parijs, New York,
Bangkok, Tokyo, Mombasa, Ljubljana, Londen.
En sinds 2000 ook in Amsterdam. Ze verschijnen op gebouwen, aan de zijkant
van bruggen, en op allerlei onmogelijke plekken.
Een van de eerste plekken was op de hoek van de Hazenstraat en de Lauriergracht.
De
eerste autobom in de Jordaan
Het is 24
november 1994. Beeldend kunstenaar Rob
Scholte en zijn partner Micky Hoogendijk
stappen in hun BMW, die geparkeerd staat in de Laurierstraat.
Micky had de avond tevoren een zwangerschapstest gedaan die een positief
resultaat opleverde.
Zij wilde naar de huisarts om te laten controleren of ze inderdaad in
verwachting was.
Als ze alleen was gegaan, zou ze de BMW niet hebben gebruikt.
Rob ging met haar mee naar de dokter omdat hij zelf last had van voetschimmel.
Als ze wegrijden horen ze drie tikken en op het moment dat Rob na ruim
50 meter rechtsaf slaat, volgt er een enorme explosie. Iemand had een
handgranaat onder de auto bevestigd. Tijdens het rijden werd de pin
er automatisch uitgetrokken.
Micky heeft geen verwondingen en kan de wagen via het rechterportier
verlaten. Rob probeert ook naar buiten te komen en merkt dat zijn benen
niet meewerken. Hij valt ruggelings op straat zonder pijn te voelen.
In het ziekenhuis moeten zijn beide benen worden geamputeerd.
De voeten waren na de aanslag nog geheel in tact.
Scholte beweert dat hij door een politieman is gebeld. "Wat wil
je dat er met je voeten gebeurt?" "Die wil ik bewaren"
zei hij. Later bleken ze te zijn weggegooid. Rob is boos, want hij had
er nog iets mee willen doen. Micky
kreeg een miskraam toen ze 's avonds in bad lag.
Het mysterie is nooit opgelost
Van liquidaties in de onderwereld kijkt nu niemand meer op, maar déze
bom is tot op de dag van vandaag spraakmakend.

Expositie van Rob Scholte in Arti
et Amicitiae

Het Schoone Weespad
in 1905 en hoe het er nu uitziet
Stegen
en gangen in buurt FF
Officieel mocht
op binnenerven niet gebouwd worden, maar in de Jordaan trok men zich
daar niets van aan. Huisjesmelkers bouwen goedkope pandjes achter de
bestaande huizen die te bereiken zijn via stegen en gangen van nog geen
meter breed.
In de 18e eeuw zijn er in de Jordaan 972 gangen naar 1690 achterhuizen,
waarin 3795 families wonen. In buurt FF, waar de Lauriergracht het middelpunt
van was, waren 33 van die gangen. Tijdens de bouwperiode werd vaak bezuinigd
op heipalen, waardoor verschillende huisjes begonnen te verzakken.
Een bouwkavel mocht niet breder dan 20 voeten, van ongeveer 28 cm.,
zijn.
Een gang naast de bebouwing mocht niet dichtgetimmerd worden. Er mocht
wel een dakje over, maar dat moest zo hoog zijn dat een man met een
turfmand op zijn hoofd er nog onder paste. Dat moest opdat de mensen
die achter zo'n gang woonden nog turf voor hun kacheltjes konden krijgen.
Gangen aan de Laurierstraat:
Kramersgang
Pompenmakersgang
Wijnborgergang
Rammenassengang
Klokkengang
Hammengang
Hoedenmakersgang [?]
Sakkelijnengang
Gruttersgang
aan
de 1e Laurierdwarsstraat:
Kramersgang
|