Tussen
de Elandsstraat en de Lauriergracht
Dit gebied werd in het begin van de 17de eeuw bij
de stad getrokken.

De Konijnenstraat
in 1930, gezien vanaf de Elandstraat in noordelijke richting.

Archeologische opgraving
Langs de Koorndragersgang, rechts op de foto, zijn een rij beerputten
te zien die zich oorspronkelijk in een houten gebouwtje bevonden.Die
werden door de bewoners gemeenschappelijk als toilet gebruikt.
Een archeologische opgraving was bedoeld
om informatie in te winnen over de eerste huizenbouw, maar vooral over
de landinrichting en de activiteiten ter plekke voor de aanleg van de
de Jordaan.
Midden in het opgravingterrein werd een sloot aangetroffen, de Gasthuissloot
die de noordgrens van het verkavelingperceel, het Margrietenpad,
de huidige Elandsstraat, markeerde.

Onder in de sloot lag laat-16de-eeuws materiaal.
De perceelscheiding bleek met zand en een pakket biezen en rijshout
te zijn gedempt, vermoedelijk vanwege de herinrichting van het gebied
tijdens de stadsuitbreiding van 1612.
Na de demping van de Gasthuissloot werd het terrein opgehoogd en bebouwd.

In de sloot zijn enkele hoornpitten van geiten en een stierenschedel
met slachtsporen gevonden.
Aan de zuidzijde van de sloot lag tegen de beschoeiing een omvangrijk
pakket leerafval.
Deze overblijfselen houden verband met de ambachtelijke activiteiten
in dit gebied van leerbewerkers en huidhandelaren.
Behalve de Konijnenstraat herinneren hier nog verschillende andere straatnamen
aan, zoals de Hazenstraat, de Berenstraat en de Wolven- en Huidenstraat.
De Koorndragersgang werd eveneens aangelegd.

Luthers Diaconiehofje
In de tweede helft van de zeventiende eeuw zijn
er plannen om op de hoek van de Konijnenstraat en de Lauriergracht een
tweede Lutherse kerk te bouwen. Na veel gedoe wordt echter besloten
om de Ronde Lutherse kerk aan de kop van de Singel te bouwen
en de grond op het Konijnenerf krijgt een andere bestemming.
De Lutherse diaconie krijgt de helft van het erf om er Armenhuisjes
op te bouwen.
Het eerste Lutherse diaconiehofje krijgt de naam Konijnenhofje.
Er waren acht huisjes, bedoeld voor behoeftige vrouwen.
Nieuwbouw heeft de hofjes verdrongen. Van de originele bouwsels is niets
bewaard gebleven.
Een
zanger uit de Konijnenstraat
De Jordanese beroemdheid Careltje Verbrugge, artiestennaam Willy
Alberti, werd op 14 oktober 1926 in de Konijnenstraat geboren.
Moeder Fie van Musscher en vader Ko Verbrugge hadden 8
kinderen. Careltje was het derde kind. Fie schilde aardappelen en uien
voor de firma Loman en pa werkte in het café van Nelis
de Moor aan de Prinsengracht. Ko was de eerste zingende kelner van
Amsterdam. Daar had Careltje zijn gouden stem vandaan. Hij zong in een
matrozenpakje boven op het biljard en kreeg daar een kogelflesje, een
frisdrankje, voor. Maar snel verdiende hij er ook geld mee en werd zijn
artiestennaam Willy Alberti vanwege zijn Napolitaanse repertoire
.
De familie Verbrugge, rechts
Willeke
Tijdens de crisis van de jaren dertig trok het gezin Verbrugge van de
steun en ze moesten eten halen uit de 'snertloods' een gymnastieklokaal
op de Elandsgracht. Toen Careltje zeven jaar was brak het Jordaanoproer
uit.
Careltje ging naar dezelfde school als zijn neef Jantje van Musscher.
Samen zongen ze bij de terrassen van het Rembrandtplein en het Leidseplein.
Ook zongen ze voor de mensen die in de rij voor het Asta-theater, hèt
uitgaanscentrum van de Jordaan aan de Rozengracht, stonden te wachten.
Ome Henk Schwarz, een vaste bezoeker van de cafés, raadde de
ouders van Careltje aan hem zangles te laten nemen.
Aan de Westertoren is een bronzen plaquette aangebracht ter herinnering
aan de zanger die in 1985 is overleden.
Aan de voet van die mooie Wester heb ik vaak in gedachten gestaan
ik heb er dikwijls staan te dromen van die mooie die fijne Jordaan.
Nieuwbouw
Altra College

Het Altra College
in de Konijnenstraat is een bijzondere school voor voortgezet onderwijs.
Leerlingen die problemen hebben in de omgang met medeleerlingen en leraren,
of bepaalde psychiatrische problemen hebben kunnen er terecht. Die leerlingen
redden het, tijdelijk, niet meer in het gewone voortgezet onderwijs.
Door extra zorg te besteden aan die moeilijk opvoedbare pubers, geeft
het Altra College ze een nieuwe kans om weer op de rails te geraken.
Stegen
en gangen in buurt FF
Officieel mocht
op binnenerven niet gebouwd worden, maar in de Jordaan trok men zich
daar niets van aan. Huisjesmelkers bouwen goedkope pandjes achter de
bestaande huizen die te bereiken zijn via stegen en gangen van nog geen
meter breed.
In de 18e eeuw zijn er in de Jordaan 972 gangen naar 1690 achterhuizen,
waarin 3795 families wonen. In buurt FF, waar de Lauriergracht het middelpunt
van was, waren 33 van die gangen. Tijdens de bouwperiode werd vaak bezuinigd
op heipalen, waardoor verschillende huisjes begonnen te verzakken.
Een bouwkavel mocht niet breder dan 20 voeten, van ongeveer 28 cm.,
zijn.
Een gang naast de bebouwing mocht niet dichtgetimmerd worden. Er mocht
wel een dakje over, maar dat moest zo hoog zijn dat een man met een
turfmand op zijn hoofd er nog onder paste. Dat moest opdat de mensen
die achter zo'n gang woonden nog turf voor hun kacheltjes konden krijgen.
Gangen
aan de Konijnenstraat die nu verdwenen zijn: Koorndragersgang
en Rapengang
|