de Jordaan


> Jordaan index

> Cartografische drukkerij Blaeu
> Lettergieterijen
> Zondagsscholen
> Geschiedenis van Bloemgracht 5
> Simon Vinkenoog vertelt
> Bibliotheca Philosophica Hermetica
> Hulp voor onbehuisden
> Drie Hendricken
> Modernistische nieuwbouw


tussen taal en beeld Bloemgracht


meer straatjes en grachten

< Lauriergracht
< Laurierstraat / Rozenstraat
< Hazenstraat
< Konijnenstraat
< Elandsgracht
< Elandsstraat
< Looiersgracht

> Bruggen
> Gevelstenen


[1615]
De Bloemgracht was een deftige gracht


Bloemgracht 97


De Bloemgracht is een van grachten tussen de Prinsengracht en de Lijnbaansgracht waar nog water in stroomt. Het is eveneens de oudste gracht van de Jordaan die al in 1615 bebouwd werd.
De gracht is ontstaan toen de grachtengordel in zuidelijke richting werd gegraven.
De Bloemgracht wordt wel eens de Herengracht van de Jordaan genoemd vanwege de verschillende grote, deftige, grachtenpanden.
De gracht werd bekend door de drukkerij van landkaarten en lettergieterijen en werd ook wel de Lettergietersgracht genoemd.
Er waren ook verschillende verffabriekjes en suikerfabriekjes.
Aan de zuidzijde woonden de Blaeuverwers en aan de noordzijde Couleurverwers.Er was ook een roggebroodfabriek van de familie Hermans, maar daarmee kreeg de Bloemgracht nog niet de naam Roggebroodsgracht.

Na de tweede wereldoorlog waren de meeste fabriekjes inmiddels vertrokken en werd de Bloemgracht meer op bewoning gericht.


Bekende bewoners
In de 17e eeuw woonden er belangrijke mensen aan de Bloemgracht, waaronder de beroemde anatoom en botanicus, Frederick Ruys, die op zijn 93e vanaf de Bloemgracht werd begraven.Hij stichtte het eerste anatomische museum ter wereld. Tsaar Peter de Grote bracht daar een bezoek.. Later koopt de tsaar een deel van de collectie 'onvergankelijke lichaampjes van zuigelingen op alcohol'.
De archeoloog Heinrich Schliemann,
opgraver van Troje woonde op de hoek van de Tweede Leliedwarsstraat.

Telefoonaansluiting.
Aan het eind van de negentiende eeuw hadden belangrijke mensen een eigen telefoonaansluiting zoals de stalmeester van de Amsterdamse Rijtuigmaatschappij, de directeur van de Amsterdamse Steenkolen Vereniging en Max Hulsteijn, Commissionair in Koloniale Waren.

De kunstenaars
Eén van de bekendste was de behangschilder
Jurriaen Andriessen [1742-1819] die er vanaf 1770 woonde.
Zijn werk is in het Rijksmuseum en het Paleis op de Dam te vinden. Hij woonde op de Bloemgracht. Jurriaan was als jongen vier jaar in de leer bij de historie- en decoratieschilder Anthony Elliger.
Hij werkte in verschillende behangselfabrieken. Samen met Izaäk Schmidt richtte hij in 1766 een eigen fabriek op, die zich specialiseerde in mythologische en allegorische voorstellingen. Ook behang met mooie landschappen.
Aan het einde van de 18e eeuw liep de belangstelling voor beschilderd behang terug. Als gevolg hiervan ging Jurriaan Andriessen toneeldecoraties schilderen voor de Amsterdamse Stadsschouwburg. Bovendien had Jurriaan vanaf 1805 met zijn zoon Christiaan een tekenacademie in zijn woning. Een van zijn leerlingen was D. Dupré. Deze activiteiten konden niet voorkomen dat Andriessen aan het einde van zijn leven grote financiële zorgen kende.


In de annalen over Rembrandt van Rijn staat vermeld dat hij in 1637 in een pakhuis aan de Bloemgracht atelierruimte huurde om plaats te bieden voor zijn leerlingen. Op het hoogtepunt van zijn schilderscarrière had Rembrandt ongeveer 25 leerlingen aan het werk.
Er wordt nog hier en daar gesuggereerd dat Rembrandt dit atelier nog steeds had toen hij in 1658, vanwege zijn faillissement, het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat moest verlaten en met Titus, Hendrickje en de kleine Cornelia een huurwoning aan de Rozengracht betrok. De huur daar was fl.225 per jaar. Hendrickje en Titus zetten er een kunsthandel op, waarvoor Rembrandt schilderijen maakt. Officieel zijn Hendrickje en Titius de eigenaars, zodoende ging de opbrengst niet naar de schuldeisers. Het aantal leerlingen was enorm teruggelopen omdat de 'markt' inmiddels een andere stijl wenste zoals de fijnschilderrijen van Govert Flinck en er kwamen voor Rembrandt minder opdrachten.
De laatste leerling die nog in de stijl van Rembrandt werkte was Aert de Gelder. Die kon zich dat ook veroorloven omdat hij van huis uit niet onbemiddeld was.


Schrijver en tekenaar Jacob Cats woonde met zijn vrouw Anne Homme op de Bloemgracht, vlakbij de tekenaar Gerrit Lamberts.

Andere bekende bewoners waren Leendert van den Muijzenberg 1905-1987 ingenieur, verzetsstrijder in de WOII. Hij verhuurde kamers in zijn huis aan onder meer uitgever Johan Polak, politicus Frits Bolkestein en psycholoog Dolph Kohnstamm.
Slauerhof huurde als eerstejaars student medicijnen in 1916 kamers op de Bloemgracht 38


[1605]
De beroemde Cartografische drukkerij Blaeu

Willem Janszoon Blaeu (1571-1638), een man met kennis van zaken en een goed zakelijk instinct, vestigde een drukkerij en uitgeverij van geschikte kaarten voor zeelieden en geïnteresseerde burgers op de Bloemgracht.
Eerst naast de 'Cleerbesem' op nr.74-76 en vanaf 1636 op de hoek van de derde Leliedwarsstraat.
Hij leerde het Caertschrijven bij de beroemde Deense astronoom Tycho Brahe.
Vanaf zijn allereerste gedrukte kaarten uit 1605 viel hij op door kwaliteit en vernieuwingen.
Blaeu ging er niet zelf op uit om metingen te doen. Hij ontwierp zijn kaarten op basis van bestaand kaartmateriaal, aangevuld met kennis die hij haalde uit scheepsjournaals, reisverslagen en gesprekken met zeelieden.

[1637]
De Atlas Major
Na de dood van Willem Janszoon Blaeu, nam zijn zoon Joan Blaeu (1596-1673) het bedrijf over.
Hij verbeterde de drukpers, waardoor deze sneller werkte, vervaardigde globes en mathematische instrumenten en deed landmetingen.

Hij opent in 1637 een grote drukkerij aan de Bloemgracht 76, die wereldberoemd werd.
Hij wist het familiebedrijf tot grote bloei te brengen, vooral door de uitgave van de befaamde Atlas Major, die vanaf 1662 in verschillende edities en talen op de markt werd gebracht.
De atlas bevat honderd kaarten en duizenden pagina's beschrijvingen.
De kennis van de toenmalige wereld was door ontdekkingsreizen, handelscontacten en de Atlas vastgelegd.
De atlas was voornamelijk een statussymbool, gedrukt op folioformaat, in leer ingebonden.
De kaarten, vaak al eerder uitgegeven, waren verouderd en onbetrouwbaar voor de zeevaart.
Dat was voor veel mensen geen bezwaar ze hadden een prachtig 'salontafelboek' aangeschaft.

[1670-1696]
Het bedrijf verhuist naar de Gravenstraat, het Blaeu erf'.

In 1672, een jaar voor de dood van Joan Blaeu, ging de drukkerij in vlammen op, waardoor een groot deel van de voorraad verloren ging.
In 1696 werd het bedrijf opgeheven.
Nog steeds zijn de atlassen en stadsplattegronden van Blaeu een geliefd verzamelobject.


[1605]
Lettergieterijen

Ten tijde van de beroemde drukkerij van Blaeu was de lettergieterij van Dirk Voskes op de Bloemgracht gevestigd.


Bloemgracht 134/136 Lettergieterij Nicolaas Tetterode / Banketbakkerij Haenen / tekening Misset [R]

Geschiedenis van Lettergieterij Amsterdam v/h Tetterode


Op Nr.134/136 was sinds 1841 een lettergieterij, begonnen door Jean Baptiste de Passe & Menne.
Na het overlijden van De Passe raakt de lettergieterij in verval en wordt in 1857 gekocht door Nicolaas Tetterode (1816-1894). Overgrootvader Nicolaas Tetterode werd in 1758 als hervormd predikant in Amsterdam beroepen.

Oorspronkelijk vestigde Nicolaas Tetterode zich in Rotterdam. Samen met de Pieter Johannes Kooy begon hij een importfirma van stokvis en traan. Waarschijnlijk hadden zijn twee broers al een dergelijk bedrijf in Amsterdam maar was Rotterdam een gunstiger aanvoerhaven. Waarom Nicolaas in de lettergieterij ging is niet bekend.

In 1851 nam hij de lettergieterij Van Broese & Co in Breda over. Veel steden kenden toen nog lettergieterijen voor de lokale drukkerijen. Transport van de zware loden letters was duur.
Omdat drukkers ook drukpersen nodig hadden om de loden letters te kunnen werken, begaf Tetterode zich ook op het gebied van de handel in drukkerijmachines. In 1857 voegde hij de lettergieterij uit Rotterdam en die in Breda samen en vestigdde zich in Amsterdam op de Bloemgracht.

Tetterode werd een NV onder de naam Lettergieterij Amsterdam vh N Tetterode en vertrok eind 1902 van de Bloemgracht. Het was er te krap, aankoop van buurpanden was te duur. Er werd een geheel nieuw bedrijfspand gebouwd tussen de nieuw aangelegde Bilderdijkstraat en de Da Costakade.
Een uitgebreide typografische bibliotheek, waarvan de inrichting door de architekt KPC de Bazel werd ontworpen, maakte deel uit van het complex.

Nicolaas Tetterode was bevriend met de fotograaf Jacob Olie.
Ze richtten samen in 1861 een ambachtsschool voor arbeidersjongens op. Tetterode vanuit een club van gegoede burgers, de 'Vereeniging tot verbetering van den werkenden en dienstbaren stand' later 'Maatschappij van den Werkenden Stand'.
Nicolaas was er van overtuigd dat arme stadskinderen, behalve voedsel, ook lucht, licht en beweging nodig hadden. Daarom ontwierp hij een speeltuin voor 600 kinderen in het 2e Wetering plantsoen. De kinderen mochten er alleen in als ze konden aantonen dat ze behalve spelen ook konden leren.
Er kwamen tussen 1880 en 1902 zeven speeltuinen.
Tetterode was ook lid van het Burgerlijk Armbestuur en ouderling in de Engelse Kerk.

Nicolaas Tetterode, directeur van de lettergieterij op de Bloemgracht, woonde van 1857 tot 1878 aan de Rozengracht, op de plaats waar nu de Fatih moskee is. Het zal hem niet erg hebben bevallen dat zijn vroegere huis werd gesloopt voor de bouw van 'Constantia' het vergadergebouw van de socialisten.
In 1890 leidde de bewustwording van de arbeiders er namelijk toe dat de lettergieters weigerden dat een niet-lettergieter door de directie, Nicolaas en zijn zoon Jan, tot hun chef werd benoemd. De directie concludeerde dat er gestaakt werd en collectief ontslag volgde, wat Domela Nieuwenhuis in het partijblad Recht voor Allen deed schamperen dat dat wel erg makkelijk was: je ontslaat de stakers en er is geen staking meer.

De lettergieterij ontwikkelt zich ondanks deze strubbelingen tot één van de belangrijkste ondernemingen op dit gebied in Nederland en later van de hele wereld.
Nicolaas Tetterode maakte de verhuizing naar de Bilderdijkstraat niet mee, hij overleed begin 1894.


Confectieatelier De Calkoen


Bloemgracht 134/136

De lettergieterij Tetterode
en het bijbehorend pand aan de 3e Leliedwarsstraat zijn verkocht en in 1904 gesloopt. Er kwam het confectie-atelier van Govers en Striethorst voor in de plaats.
Het pand was oorspronkelijk in 1641 gebouwd in opdracht van Claes Calkoen. Hij noemde zijn nieuwe pand De Calkoen en vestigde er een 'laken en saaij-verwerij' tot 1840.
Boven een poortje dat toegang gaf tot het achterterrein kwam een gevelsteen met de afbeelding van een kalkoen. De oude gevelsteen met de kalkoen werd herplaatst tussen de ramen op de tweede etage.


[1880]
Schipperskerk Bloemgracht 98-100


De Hersteld Apostolische Zendingkerk

De Schipperskerk was bestemd voor diensten gericht op de vele beurtschippers die Amsterdam aandeden.
Daarna was het een Christelijk Gereformeerde Kerk.

[1881]
Pakhuis Aken Bloemgracht 96

Daar werden ook godsdienstoefeningen gehouden.

De kerk kwam op de plaats van het pakhuis
De kerkgangers noemden het graag een preekschuur om te benadrukken dat men voor de eredienst niet meer nodig had dan een ruimte, een kansel en een doopfont.


Theodorus van Schelluyne, predikant van de Amsterdamse Gereformeerde kerk, woonde op de Bloemgracht.
Tot de zogenoemde 'doleantie' in 1892 was de kerk Nederduits Gereformeerd. dr. Abraham Kuyper preekte er regelmatig.


[1892]
Weeshuis, Oude Mannen- en Vrouwenhuis Bloemgracht 90
Dit huis eigendom van de Gereformeerde Kerk in Amsterdam.
In 1892 werden jeugd en ouderdom gescheiden.
De wezen van het huis aan de Bloemgracht overgebracht naar de Weezenstichting aan de Hugo de Grootkade.
Na de fusie met de Nederduitsch Gereformeerden in 1897 is het verplaatst naar de Nieuwe Herengracht 143.
Het pand aan de Bloemgracht voldeed ook niet meer aan de eisen voor huisvesting van oude mensen.
De kamers waren te klein, te laag, te vochtig en te ondoelmatig voor behoorlijke verpleging.
Bovendien waren de trappen bijna onbegaanbaar.

[1927]
Hersteld Apostolische Zending Kerk - stam Juda

Het kerkgebouw wordt verbouwd voor de huidige kerkgemeente.
De bouwstijl wordt tot de zogenoemde Willem II gotiek gerekend.

Samenkomsten zijn iedere zondagmorgen om 10 uur. Er is ook zondagschool en een crèche.
De Hersteld Apostolischen verwijzen naar de eerste Kerk die door de Apostelen is gesticht nadat de Heilige Geest was uitgestort.


Liefdewerk oud papier


Bloemgracht 65-79 /


Transport van de balen papier / Afbraak en opbouw


In het lage gebouw was omstreeks 1914 links één van de wijklokalen van de Lutherse Diaconessen Inrichting gevestigd.
In het rechter gedeelte zetelde de rooms-katholieke vereniging Liefdewerk Oud Papier die in tal van steden afdelingen had.
Het was een werkverschaffingsproject voor mensen met een verstandelijke beperking en armlastigen. Het papier werd in geel-wit geschilderde karren opgehaald.
De opbrengst van het verzamelde papier, touwen en dergelijke, dat met dekschuiten vol aangevoerd werd, moet aanzienlijk zijn geweest. De opbrengst was voor RK liefdadigheid. Het was papier sparen voor de Paus.

Een dilemma op de Bloemgracht?
De donkere kant van het middelste rak van de Bloemgracht wordt sinds jaren ontsierd door een rij onderstukken.
Op foto's uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog was er naast Bloemgracht 65 al niet meer dan een onderstuk te zien, waar het Liefdewerk Oud Papier was gevestigd.
Op een niet precies bekend moment in de zestiger jaren van de vorige eeuw is het voorhuis van Bloemgracht 69 eveneens gereduceerd tot een onderstuk en van Bloemgracht 71 is in die periode niet meer overgebleven dan een tweelaags onderstuk, voorzien van een garagedeur en van binnen nagenoeg leeggesloopt.
Zowel 69 als 71 zijn formeel nog steeds rijksmonument.


[1925]
Tijdelijke behuizing van de St. Joseph Kapel


Bloemgracht 119

Groothandel in piano- en orgelonderdelen, Brouwer & Zn., is er nu gevestigd.
De nieuwe St Jozefkapel kwam op de Rozengracht en die werd vervolgens weer vervangen door kerk De Zaaier.


St Vincentius Tusschenschool


Bloemgracht 150

Dit is het woonhuis van de aan de school verbonden Hoofdonderwijzer Kannegieter
.
In de kelder van het pand is het schooltje gevestigd.

De Sint Vincentiusschool Letter A, stond in de Leliestraat, maar daar was de ingang van de Sint Vincentius Armenschool. Die was gelijkvloers en werd de 'benedenschool' genoemd.
De kinderen van de 'bovenschool' gingen door een poort met grote deuren op de Bloemgracht nummer 152 en over een binnenplaats naar hun klassen. Verschil moest er zijn en daarvoor betaalden men 2 dubbeltjes per week en de armen geen rooie cent.
Het woord Tusschen blijkt voornamelijk te slaan op het schoolgeld.
Zijn zoon werd hoofdonderwijzer aan de Spieghelschool, maar hij is meer bekend van zijn boek De Amsterdamse Jordaan (1956)



Bloemgracht 105-169


Bloemgracht 122-110


[1755-1923]
Kuiperij Kiesouw


Bloemgracht 187

Tonnen waren nodig voor het bewaren en vervoeren van bier, wijn en drinkwater ten behoeve van de scheepvaart.
Maar ook de visserij moest de gevangen vis tussen lagen zout opslaan tot men weer een haven aandeed. Daarom zijn er in de buurt van scheepswerven in de zestiende en zeventiende eeuw altijd kuiperijen te vinden. De nieuwe kuipen werden in de gracht gegooid om daar de delen goed bij elkaar te voegen.


[1865]
Nederlandse Zondagsschool Vereniging


Kinderboekenschrijver W.G. van de Hulst schreef over Een eeuw zondagsschoolarbeid in Nederland

De Nederlandsche Zondagsschool Vereeniging werd in 1865 opgericht: een vereniging van en voor de zondagsscholen. De oprichters van de NZV waren : Ds. C.S. Adama van Scheltema, die ook de stichter van het Koning Willemhuis in de Egelantiersstraat was, en T.M. Looman, de stichter van De Vereeniging tot Verbreiding der Waarheid. Zo te zien was men weer broederlijk bijeen.

Dr. Ph. J. Hoedemaker, schreef over de begintijd:
`Hoe moet dat hier? (...) Wij hebben geen geld en geen plaats, maar als Mevrouw Die en Die haar orangerie nu eens wou afstaan ... och, als wij 't vragen is 't wel goed... zoudt u bereid zijn een poging te doen?'
En met Jonkheer E. van Weede van Dijkveld trok ik er dan op uit, want ik zei: `Ga mee, want gij hebt Jonkheer voor Uw naam staan en ik ben maar een student' en dan deed hij het woord in de salon en ik in de orangerie, het overige kwam vanzelf...

Bloemgracht 79
Op dit adres was het hoofdkantoor gevestigd. In 1973 verhuisde men naar nr. 65
In 1914 zat er nog een handelaar in lingerie en nouveautés op hetzelfde adres.


Een treurige geschiedenis


Bloemgracht Nr.5

[2002]
Een ingestort huis
Bij de voorbereidende werkzaamheden voor de ingrijpende restauratie van het pand Bloemgracht 5 is op 15 november 2002 een deel van het pand ingestort. Het Rijksmonument, dat in particulierbezit is, is over drie verdiepingen ingestort. De pui en het dak staan nog overeind. Tijdens de instorting raakte niemand gewond.
Over de oorzaak van de instorting is weinig te zeggen. De gemeente stelt een onderzoek in.
Het pand op Bloemgracht 7 wordt voor alle zekerheid gestut. De bewoners van dit pand zijn door het stadsdeel elders ondergebracht.

Stadsdeelwethouder Monumenten Guido Frankfurther: "Het allerbelangrijkste is dat er geen slachtoffers zijn gevallen. Op dit moment is het zaak om de monumentale onderdelen van het pand in veiligheid te stellen, want het gaat hier om een waardevol Rijksmonument. In een later stadium zullen we gaan bekijken of we het pand kunnen herbouwen".

Herbouw? niet dus.
Herbouw van het monumentenpand ging door tegenwerking van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg niet door.
Tegen het nieuwbouwpand tekende de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad bezwaar aan, in de hoop dat de opdrachtgever in zou stemmen met de plaatsing van een oude top van de monumentenwerf op de nieuwbouw-halsgevel.
Helaas lukte dat niet. Inmiddels is de nieuwbouw met betonnen klauwstukken voltooid.

Monumentenwet overtreden.
Na de instorting van het pand vroegen velen zich af hoe het mogelijk is dat een monument zomaar instort. Uit een door het stadsdeel ingesteld onderzoek bleek dat de sloop van een betonnen vloer, die ongemerkt onderdeel was gaan uitmaken van de fundering, de oorzaak hiervan was. Een kenner van Amsterdamse woonhuizen is op de hoogte van dit probleem. Bovendien was het al eens eerder gebeurd: de instorting van Keizersgracht 268 op 11 februari 1998 had precies dezelfde oorzaak. Ook hier was naar het oordeel van het stadsdeel geen sprake van opzet, wel van ernstige nalatigheid.

In december 2004 legde de politierechter aan de aannemer van Bloemgracht 5 een boete op van € 2.500, wegens overtreding van de Monumentenwet. Niet de hoogte van de straf was opmerkelijk, wel dat voor het eerst een strafbepaling uit de Monumentenwet werd toegepast.

Is een ingestort monument nog een monument?
Een betere manier om malafide aannemers te straffen voor de aantasting van monumenten is hen te verplichten de schade te herstellen. Het stadsdeel heeft echter geen actie ondernomen om de herbouw van het gedeeltelijk ingestorte pand mogelijk te maken.
De eigenares was van goede wil. Zij wilde het pand herbouwen, maar raakte gefrustreerd door het gebrek aan medewerking van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
De Rijksdienst had onmiddellijk laten weten dat het pand van de monumentenlijst zou worden gehaald.
De instorting betekende immers - in het denken van de dienst - dat het pand, althans wat ervan over was, geen monumentale waarde meer had. Herbouw zou die waarde niet terugbrengen: een herbouwd pand is immers niet authentiek. De Rijksdienst neemt de eis die de Monumentenwet aan beschermde monumenten stelt - ouder dan vijftig jaar - zeer letterlijk. Het feit dat het pand niet langer op de monumentenlijst stond, betekende ook: geen monumentensubsidie.
De herbouw zou dus geheel op kosten van de eigenares plaatsvinden.
Dat was nog wel begrijpelijk en in dit geval niet onoverkomelijk.

Geveltop uit de monumentenwerf?
De eigenares had er echter helemaal geen zin meer in toen de Rijksdienst geen toestemming gaf een geveltop van de monumentenwerf op het pand te herplaatsen.
Het betrof een achttiende-eeuwse klokgevel die het Bureau Monumenten & Archeologie geschikt achtte voor herplaatsing aan de Bloemgracht.
De Rijksdienst vond dat niet goed en de geveltop ging naar de Haarlemmerdijk.
De eigenares moet toen hebben gedacht: 'Knap die rotzooi dan zelf maar op!'


Projectontwikkelaar komt in beeld
Het gevolg van al het gedoe was dat Bloemgracht 5 werd doorverkocht aan een projectontwikkelaar die niet langer herbouw beoogde.
In zijn opdracht maakte een architect een ontwerp voor een nieuwbouwgevel.
Einde van een treurige geschiedenis.


Simon Vinkenoog vertelt:

[1962-2009]
De VijfTigers
Het laatste halfjaar ben ik een expert geworden in kleine, handige, zwetende, vlug-rustige verhuizingen: van Bloemgracht naar Oude Zijds Achterburgwal, in december naar de Kloveniersburgwal, drie maanden in twee kamers bij Maja aan de Leidsekade.
Eind april bundel ik de bezittingen uit deze gezamenlijke adressen bijeen, vervoer ze naar het volgende adres: weer de Bloemgracht, waar ik een jaar lang in het huis van Willem kan wonen, die naar de Libanon vertrekt .
Op Bloemgracht 8 schreef ik in 1962 mijn boek Hoogseizoen.

In de Bloemgracht verdronk ik bijna op mijn negende jaar; ik had een fiets gehuurd in de Nieuwe Leliestraat (l0 cent per uur, hele middag een kwartje) en op de Bloemgracht zag ik jongens op straat tollen. Ik was bang dat hun zwepen tussen mijn wielen zouden raken, en voor ik het wist lag ik in het water, waaruit ik gered werd - niet zonder dat de fiets mee opgehesen werd; ik wilde niet dat die verloren ging en terugbetaald zou moeten worden.

Het hoofd van de openbare lagere school had mijn moeder gezegd dat ik zou moeten doorleren; het werd de vierjarige MULO en de autodidactiek.
De school was aan de overkant, op de Prinsengracht, tussen brandweerkazerne en bioscoop op de hoek van de Leliegracht.

Vinkenoog werd in 1928 geboren in Amsterdam en groeide op bij zijn alleenstaande moeder in de Pijp.
Op zijn 21ste begon hij in Parijs het literaire blad Blurp.
Daarin schreven onder anderen Hans Andreus, Armando, Hugo Claus, Jan Hanlo, W.F. Hermans en Hans Lodeizen. Hij hoorde met Lucebert en Bert Schierbeek tot De Vijftigers.
Die pleitten voor vrijere vormen, directe expressie en spontaniteit. In de schilderkunst kwamen die ideeën tot uiting in de Cobraschilderkunst van mensen als Karel Appel en Corneille.
In de jaren zestig werd hij het boegbeeld van de de provo- en hippiebeweging in Amsterdam.
Hij experimenteerde met vele soorten drugs en schreef er ook regelmatig over. Hij werd wel de wietambassadeur genoemd.
In 2004 was Vinkenoog ad interim Dichter des Vaderlands.
Hij is op 12 juli 2009 aan een hersenbloeding overleden nadat eerder bij hem een been geamputeerd was vanwege vaatontstekingen.


Bibliotheca Philosophica Hermetica


Bloemstraat 13-19 / Bloemgracht 15-19

Deze particuliere, maar voor belangstellenden toegankelijke, collectie hermetische literatuur.
De Bibliotheek is opgericht door zakenman Joost R. Ritman
Hermetisch is de aanduiding voor teksten die geïnspireerd zijn op de Griekse god Hermes Trismegistos, en de Egyptische god Thot, die de mensheid het schrift schonk.
Centraal is de opvatting dat de mens in staat is tot eenwording met het goddelijke door invoeling via intuïtief vermogen. Het universum is een tekst die gelezen en ontcijferd kan worden.
Via het concrete en bijzondere komt men tot God, niet via de ratio maar door individuele gevoelsmatige contemplatie. Er is nauwe verwantschap met de gnosis, een stroming van sektarisch-religieus syncretisme uit de eerste eeuw, theosofisch van aard. Ook met het occultisme zijn er hechte banden.
Verder kan in deze context ook de Kabbala worden genoemd, de joodse geheimleer die gebruik maakt van getallenmystiek.

De bibliotheek werd gesloten omdat Ritman in grote financiële problemen verkeerde. De Friesland Bank heeft beslag laten leggen op de collectie. Een groot deel van de wereldberoemde boekencollectie is weer terug in Amsterdam. De boeken zijn toch niet per opbod verkocht.
Ongeveer driehonderd buitengewoon kostbare boeken zijn wel verdwenen uit de collectie. Het gaat om zogeheten incunabelen of wiegendrukken - vóór het jaar 1501 met losse letters gedrukte boeken - waaronder het 'Corpus Hermeticum' uit 1471, dat dialogen bevat over uiteenlopende filosofische en religieuze thema's, zoals alchemie, astrologie, magie, gnosticisme en neoplatonisme.
Ook de ridderroman 'De Graal van Rochefoucauld', die algemeen wordt gezien als een van de prachtigste middeleeuwse werken en onder meer de legenden bevat van koning Arthur, Merlijn en de Ridders van de Ronde tafel, is van de hand gedaan.

De overheid zou helpen, maar dat is nooit gebeurd. Ondertussen heeft Ritman wel voor miljoenen euro's geïnvesteerd in de bibliotheek, die toenmalig minister van Cultuur Maria van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap "een unieke en wereldvermaarde private bibliotheekcollectie op het gebied van de christelijk hermetische filosofie"

De Bibliotheca valt onder de Wet Behoud Cultuurbezit en mag niet aan het buitenland worden verkocht.

Per aspera ad fontes
Via tegenspoed naar de bronnen, zo sprak prof. Wouter Hanegraaf, hoogleraar Westerse Esoterie, en heropende de bibliotheek december 2011. Het lukte weer fondsen te vinden, maar de 359 handschriften van na 1500, 25 getijdenboeken, 44 incunabelen en 3961 oude drukken tot het jaar 1800 die in Rijksbezit gekomen zijn blijven in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.




De eerste gedrukte Hebreeuwse afbeelding van de Sefirot.
De tien emanaties van God (1516)


De Amerikaanse auteur Dan Brown schenkt in 2016 300.000 euro aan de Bibliotheca Philosophica Hermetica.
De schrijver is een groot bewonderaar van de bibliotheek vol mystieke, filosofische, religieuze en esoterische boeken uit de 15de eeuw tot heden. Brown kwam er verscheidene malen om inspiratie op te doen voor zijn boeken Het verloren Symbool en Inferno.

Een schat aan ‘ancient wisdom’
De bibliotheek zal het geld gebruiken om de kerncollectie van 4.600 vroege drukken en 300 oude handschriften volledig te digitaliseren. Geïnteresseerden over de hele wereld kunnen deze teksten vanaf voorjaar 2017 via internet inzien. „Dan Brown trof in onze bibliotheek een schat aan ‘ancient wisdom’ aan”, zegt directeur Esther Ritman, dochter van de oprichter. „Die schat willen wij niet verborgen houden, maar delen met de hele wereld.” Ook het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft een bijdrage toegezegd, van 15.000 euro.


Hulp voor onbehuisden


Bloemgracht 24
Ter gelegenheid van het 60 jarig bestaan van HVO
wordt in 1964 een gedenksteen aangebracht

[1903-1945]
Het echtpaar Jonker vormt in 1897 de directie over de Amsterdamse afdeling van 'Toevlucht voor Onbehuisden'. De Jonkers krijgen moeilijkheden met het bestuur van deze vereniging en vertrekken in 1903 met een aantal personeelsleden en 'verpleegden', naar de Bloemgracht 24.
Aangezien ik mij gedrongen gevoel mijnen arbeid onder de onbehuisde mannen, vrouwen en kinderen voort te zetten, is het noodzakelijk te trachten eene nieuwe vereeniging in het leven te roepen.
Ze richten in 1904 de vereniging 'Hulp voor Onbehuisden' op. Ze verwerven 2500 gulden voor de inrichting en huur van twee tehuizen: de Bloemgracht voor onbehuisde vrouwen en kinderen en de Haarlemmer Houttuinen voor de opvang van mannen.
Van1904 tot 1945 was de vereniging aan de Bloemgracht gevestigd.



Bloemgracht 55

[1958-1966]
De Pacifistisch Socialistische Partij
De PSP is opgericht in januari 1957 door een groep pacifisten en linkse socialisten, die het niet eens waren met de Koude Oorlogpolitiek van de bestaande partijen.
Van 1958 tot 1966 zetelde de PSP aan de Bloemgracht 55, deze politieke partij werd uiteindelijk in 1991 opgeheven.


[1945]
Verzetsstrijders


Bloemgracht 82 / vlnr: Ko Stevense, Jan Keune, Dick Wolters

Op 25 april 1945, aan het eind van de oorlog, zijn drie ondergedoken verzetsstrijders door de Duitsers opgepakt.
Bloemgracht 82 werd gebruikt als wapenopslagplaats voor het verzet en onderduikadres. Stevense en Keune kwamen net van een actie teruig en brachten verslag uit aan hun commandant Wolters toen de Duiters binnenvielen. De zaak was kennelijk verraden.
Durk Wolters was een Groningse vrachtwagenchauffer die als communist op de Bloemgracht ondergedoken zat. Ko Stevense was typograaf en kwam uit Zeeland. Hij dook onder toen hij in Duitsland moest werken. Jan Keune was een Amsterdammer en werkloos. Ze zaten in de Raad van Verzet en namen regelmatig deel aan gewapende acties.

Durk Wolters, Ko Stevensen en Jan Keune werden op de Lammetjeswei bij het Spartelmeer, ten noorden van de Bloemendaalse Zeeweg, gefusileerd en begraven. Vlakbij die plek werd een week eerder Hannie Schaft doodgeschoten, en zo slordig begraven dat haar rode haar boven de grond stak. Ze rusten nu op de Eerebegraafplaats Bloemendaal.


"De Drie Hendricken"


Bloemgracht 87-89-91
(L) De Drie Hendricken / (R) Voor de restauratie, in 1946, zag het er nog zo uit.

[1642]
Ooit heeft de stad vol gestaan met dit soort gevels.
Boven de puibalk zijn jaartalstenen en drie gevelstenen in de fries gemetseld: De Steeman, De Landman en De Zeeman.
Dit zijn de eigenlijke huisnamen, maar de drieling wordt ook wel De Drie Hendricken genoemd.
De 17de eeuwse houten onderpui en de kruiskozijnen met glas-in-lood en luiken zijn teruggebracht in 1946/47.
Dankzij deze restauratie is een buitengewoon gaaf beeld van een 17de eeuwse trapgevel-drieling ontstaan.
De huisjes zijn een goed voorbeeld van een zogenoemd zaalhuis met verdiepte binnenhaard met een insteek boven de binnenhaard.
Er is ook een insteek boven de zijkamer in het voorhuis. Onder het voorhuis bevindt zich een kelder.
Bij de restauratie in 1946/47 werd de splitsing in beneden- en bovenwoningen en dus ook de dubbele toegangsdeuren ongedaan gemaakt. Hierdoor kon het 17de eeuwse voorhuis in ere worden hersteld.


Voormalig Karmelietenklooster Bloemgracht 99
Nu is er onder andere het Bezinningscentrum Carnac, voor uitgebluste managers, gevestigd.
Yoga in Carnac is niet zweverig en leert de zakenmensen niet alleen op hun hoofd-, maar vooral met beide benen op de grond, te blijven staan. De lessen worden gegeven in de kapel van het voormalige klooster.



Modernistische nieuwbouw


Bloemgracht 51

Gevelbeeld aan de woning, atelier, galerie en het kantoor van architect Spreeuwenberg.
Zijn motto is een tekst van de dichter Gerrit Kouwenaar:

en dat het goed is verder te gaan
en een huis te bouwen
denkend aan steen en vlees
voorbij zijn vorm en zijn inhoud


Bloemgracht 104

De van dit pand archtect heeft zich enorm uitgeleefd, waarbij de trap schuin op het straatniveau komt te staan.
In de stalen steunbalken is de tekst: GESTEUND, GESTOORD gelast. Met de datum van de nieuwbouw: ONNA 1993 (sic!)
Er is het 'Hotel van Onna' gevestigd. Zo genoemd naar de eigenaar Loek van Onna die in het oorspronkelijke pakhuis, uit 1644, geboren is.


[1917]
Griet Manshanden

De schrijver Jan Mens laat Griet Manshande, een hoofdpersoon uit een van zijn vele boeken, verhuizen naar de Noordermarkt, de Oude Schans, de Raadhuisstraat en de Bloemgracht.
Op die plek wordt zij, inmiddels 44 jaar oud, doodgeschoten tijdens het Aardappeloproer van 1917.
In het tweede boek eindigt Griet zeer verbitterd en cynisch, maar de lezers, dominee Buskes voorop, namen haar die onchristelijke houding zo kwalijk dat Mens haar twee vervolgdelen lang een loutering laat doormaken, zodat haar laatste woorden zijn: 'God alleen d'eere!'.

Al is dat toevallig ook de naam van haar laatste huis.


Bloemgracht 116

Gevelsteen met de laatste woorden van Griet Manshanden


Bruggen over de Bloemgracht

De Bullebaksluis
De oude doorgang onder de stadswal bij de Raampoort.
Volgens een legende leefde onder dit gewelf aan het eind van de Bloemgracht een afschuwelijk monster, een watergeest.
Wie te dicht bij de waterkant kwam liep de kans meegesleurd te worden de diepte in.
Moeders beweerden, als de kinderen stout waren, dat ze het monster al zagen zitten.
De brug heet nu nog de Bullebaksluis.


Links: Kees de Jongenbrug / rechts: Rosa Overbeekbrug


Twee Rosa's bij de opening

Kees de Jongen-brug en Rosa Overbeek-brug
De bruggen nr. 123 en nr. 121
In februari 2001 vroeg de Stichting Theo Thijssen de gemeente om de twee bruggen te vernoemen naar Kees de jongen en Rosa Overbeek.
Op zaterdag 8 maart 2003 legde stadsdeelwethouder Guido Frankfurther uit waarom ook de gemeente de bruggen graag naar Thijssens romanfiguren wilde noemen.
Bij de opening las acteur Hans Dagelet fragmenten voor over de ontluikende liefde tussen Kees en Rosa en werden de bruggen simultaan geopend door jonge acteurtjes die de filmrollen van Kees en Rosa gaan vertolken.
Jan Eilander zong daarbij het lied van de Zwembadpas.


Brand
Op 22 november 1892 is er een grote uitslaande brand Bloemgracht 63, in pakhuis 'De Palm' met tabak, turf, houtwaren e.d. Oorzaak is onbekend. Geblust met 22 stralen.

Op 3 december 1893 een grote uitslaande brand in een woonhuis Bloemstraat 68. De oorzaak is een kat die tegen de brandende petroleumlamp aangelopen is. Geblust met 6 stralen.

Op 21 december 1981 om 16.43 uur is er een binnenbrand Bloemgracht 191, verffabriek A. Bok & Zn.
Henk Bok: Toen hebben we een keer hebben we kortsluiting gehad. Er ontstond brand, maar die breidde zich niet uit naar de andere etages vanwege de dikke eikenhouten vloerdelen. Het vuur kon eenvoudig niet uitbreiden omdat de vloer geen lucht doorliet. De vlammen smoorden als het ware in hun eigen koolstof. We hebben zelfs de vloer nooit hoeven vervangen.


naar boven

> Jordaan index

Aanvullingen en verbeteringen graag hier

Bronnen
o.a.
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, IISG /