de Jordaan tussen taal en beeld
> Jordaan index

> Cartografische drukkerij Blaeu
> Godsdienstig leven op de Bloemgracht
> Zondagsscholen
> Treurige geschiedenis van Bloemgracht 5
> Simon Vinkenoog vertelt


de Bloemgracht


> Bibliotheca Philosophica Hermetica
> Hulp voor onbehuisden
> Drie Hendricken
> Bruggen
> Gevelstenen



De Bloemgracht was een deftige gracht

[1615]
De Bloemgracht is een van grachten tussen de Prinsengracht en de Lijnbaansgracht waar nog water in zit.
Het is eveneens de oudste gracht van de Jordaan die al in 1615 bebouwd werd.
De gracht is ontstaan toen de grachtengordel in zuidelijke richting werd gegraven.
De Bloemgracht wordt wel eens de Herengracht van de Jordaan genoemd vanwege de verschillende grote, deftige, grachtenpanden.
De gracht werd bekend door de drukkerij van landkaarten en de verschillende verffabriekjes en suikerfabriekjes die er waren.
Aan de zuidzijde woonden de 'Blaeuverwers' en aan de noordzijde 'Couleurverwers'.

Willem Blaeu begon In 1635 zijn werkplaats voor cartografie aan de Bloemgracht.
De drukkerij werd
door Joan en later zijn kleinzoon Joan Junior werd voortgezet.

In de annalen over Rembrandt staat vermeld dat hij in 1637 in een pakhuis aan de Bloemgracht atelierruimte huurde om plaats te bieden voor zijn leerlingen. Op het hoogtepunt van zijn schilderscarrière had Rembrandt ongeveer 25 leerlingen aan het werk.
Er wordt nog hier en daar gesuggereerd dat Rembrandt dit atelier nog steeds had toen hij in 1658, vanwege zijn faillissement, het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat moest verlaten en met Titus, Hendrickje en de kleine Cornelia een huurwoning aan de Rozengracht betrok . De huur was f 225 per jaar. Hendrickje en Titus zetten er een kunsthandel op, waarvoor Rembrandt schilderijen maakt. Officieel zijn Hendrickje en Titius de eigenaars, zodoende ging de opbrengst niet naar de schuldeisers. Het aantal leerlingen was enorm teruggelopen omdat de 'markt' inmiddels een andere stijl wenste zoals de fijnschilderrijen van Govert Flinck en er kwamen voor Rembrandt minder opdrachten. De laatste leerling die nog in de stijl van Rembrandt werkte was Aert de Gelder. Die kon zich dat ook veroorloven omdat hij van huis uit niet onbemiddeld was.

[1740]
Op en rond de Bloemgracht en de Rozengracht waren de suikerraffinaderijen
In de loop der tijd zijn die allemaal verdwenen.
Het langst hebben de fabrieken van de Bruin op de Looiersgracht en die van Spakler op de Lijnbaansgracht het volgehouden.

Maar in de 17e eeuw woonden er ook al graag belangrijke mensen aan de Bloemgracht, waaronder de beroemde anatoom en botanicus, Ferdinand Ruys, die op zijn 93e vanuit de Bloemgracht werd begraven.
De archeoloog Heinrich Schliemann, opgraver van Troje woonde op de hoek van de Tweede Leliedwarsstraat.
Ook woonden er aan de Bloemgracht verschillende kunstenaars.
Eén van de bekendste was de behangschilder Jurriaan Andriessen die er vanaf 1770 woonde.
Van Andriessen hangt veel werk in het Rijksmuseum.


Bloemgracht 134-136

De lettergieterij van Nicolaas Tetterode kwam aan de Bloemgracht 134-136 te staan.
De geschiedenis van Tetterode begon toen Nicolaas Tetterode, een Rotterdamse handelaar in oliën en vetten, in juni 1851 de lettergieterij Van Broese & Co in Breda overnam. Veel steden kende toen nog lettergieterijen voor de lokale drukkerijen. Transport van de zware loden letters was duur. Omdat drukkers ook apparatuur nodig hadden om de loden letters te kunnen verwerken, begaf Tetterode zich ook op het gebied van de handel in drukkerijmachines. In 1857 verhuisde Nicolaas Tetterode de lettergieterij van Rotterdam naar de Amsterdamse Bloemgracht.
Vanaf dat moment heette de Bloemgracht ook wel de Lettergietersgracht.

Er was een roggebroodfabriek van de familie Hermans, maar daarmee kreeg de Bloemgracht nog niet de naam Roggebroodsgracht.

Bekende inwoners
Leendert van den Muijzenberg
1905-1987 ingenieur, verzetsstrijder in de WOII woonde er.
Hij verhuurde kamers in zijn huis aan onder meer uitgever Johan Polak, politicus Frits Bolkestein en psycholoog Dolph Kohnstamm.
Slauerhof huurde als eerstejaars student medicijnen in 1916 kamers op de Bloemgracht 38

Na de tweede wereldoorlog werd de Bloemgracht meer op bewoning gericht , de meeste fabriekjes waren inmiddels vertrokken.


[1605]
De beroemde Cartografische drukkerij Blaeu.

Willem Janszoon Blaeu (1571-1638), een man met kennis van zaken en een goed zakelijk instinct vestigde een drukkerij en uitgeverij van geschikte kaarten voor zeelieden en geïnteresseerde burgers op de Bloemgracht. Eerst naast de 'Cleerbesem' op nr. 74-76 en vanaf 1636 op de hoek van de derde Leliedwarsstraat.
Hij leerde het 'Caertschrijven' bij de beroemde Deense astronoom Tycho Brahe.
Vanaf zijn allereerste gedrukte kaarten uit 1605 viel hij op door kwaliteit en vernieuwingen.
Blaeu ging er niet zelf op uit om metingen te doen. Hij ontwierp zijn kaarten op basis van bestaand kaartmateriaal, aangevuld met kennis die hij haalde uit scheepsjournaals, reisverslagen en gesprekken met zeelieden.

[1637]
de Atlas Major
Na de dood van Willem Janszoon Blaeu, nam zijn zoon Joan Blaeu (1596-1673) het bedrijf over.
Hij verbeterde de drukpers, waardoor deze sneller werkte,
vervaardigde globes en mathematische instrumenten en deed landmetingen.

[1637]
Hij opent een grote drukkerij aan de Bloemgracht 76, die wereldberoemd werd.
Hij wist het familiebedrijf tot grote bloei te brengen, vooral door de uitgave van de befaamde Atlas Major, die vanaf 1662 in verschillende edities en talen op de markt werd gebracht.

Zeshonderd kaarten en duizenden pagina's beschrijvingen
De kennis van de toenmalige wereld was door ontdekkingsreizen, handelscontacten en de Atlas vastgelegd.
De atlas was voornamelijk een statussymbool, gedrukt op folioformaat, in leer ingebonden.
De kaarten, vaak al eerder uitgegeven, waren verouderd en onbetrouwbaar voor de zeevaart.
Dat was voor veel mensen geen bezwaar ze hadden een prachtig 'salontafelboek' aangeschaft.

[1670-1672]
Het bedrijf verhuist naar de Gravenstraat, het 'Blaeu erf', maar in 1672, een jaar voor de dood van Joan Blaeu, ging de drukkerij in vlammen op, waardoor een groot deel van de voorraad verloren ging.
In 1696 werd het bedrijf opgeheven.
Nog steeds zijn de atlassen en stadsplattegronden van Blaeu een geliefd verzamelobject.

naar boven


Hoe zag het Godsdienstige leven er in de Jordaan uit?

Behalve de tegenstellingen tussen de Socialisten en de Orangisten sloegen ook de Christenen elkaar op de gracht om de oren.
Ze gebruikten daar niet alleen de Bijbel
voor, maar ook straatstenen.
Hieronder een sfeerbeeld.

Het gezinsleven van de gelovigen
Als de grachten dicht lagen was het altijd een gezellige sfeer op het ijs.
Een rechtzinnige hervormde dominee had er geen bezwaar tegen dat meisjes schaatsten

Er kwam drinkwater door een leiding uit de duinen bij Haarlem.
Cholera was iets bedreigends. De meeste slachtoffers waren te vinden in de achterbuurten, waar de mensen hun drinkwater uit de smerige grachten putten. De vele glazen jenever mocht niet baten, maar maakte de zaak nog veel erger.

Als het regende was de melkboer blij, maar de kopers mopperden dan dat de melk te dun was.
De melkboer noemde de regen 'de begunstiging des hemels'.


Om 16 uur werd er warm gegeten.

Als er kermis was werd de blik angstvallig daarvan afgehouden, zo erg was dat.
De schouwburg was taboe.

De sprookjes van Andersen uit Denemarken werden wel gelezen.

Douwes Dekker, die zich Multatuli noemde,
was absoluut verboden.
Dat was een revolutionair en spotter, een gokker die de ordinaire taal van de straat gebruikte.

Je moest heel voorzichtig zijn met vuur, want brand in huis was iets verschrikkelijks, zeker in de dichtbevolkte Jordaan.

Het gezin leerde de Nederlandse Geloofsbelijdenis uit het hoofd.

Meisjes gingen in die tijd 's avonds nog niet alleen over straat.
Bij sommige gezinnen mochten de dochters binnenshuis al modern blootshoofds gaan.

De Reveilbeweging
De geest van de verlichting waait ook door de hervormde kerkgemeenschap.
De zondigheid van de mens wordt door een minder somber mensbeeld vervangen.
Zo komt de Reveilbeweging op, met mensen als Bilderdijk en Da Costa.
De beweging heeft haar basis bij de opwekkingsleer en minder bij het christelijk humanisme.
De verlichtingsgeest stuit ook op verzet en leidt in 1834 tot afscheiding van de Christelijk Gereformeerde Kerk.
Een paar decennia later leidt de Doleantie onder leiding van Abraham Kuyper opnieuw tot splitsing in de hervormde geloofsrichting.
De aanhangers van de Doleantie noemde zich een 'dolende' kerk.
Het gevolg van de toenemende verschillen in de 19e eeuw tussen orthodoxen en modernisten.
De deelnemers aan de Doleantie scheiden zich af en verenigen zich in een nieuw kerkelijk verband, de Nederduitse Gereformeerde Kerken.
In 1892 verenigt deze gemeenschap zich met het grootste deel van de uit de Afscheiding van 1834 voortgekomen Christelijk Gereformeerde Kerk tot de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Deurwaarder Wormser en de zijnen op de Bloemgracht
De Amsterdamse deurwaarder J.A. Wormser, vocht halverwege de 19e eeuw tegen lakse, liberale en buigzame dominees,
maar ook tegen strakke rechtzinnigen.
Het was een vreemde kerk waar Wormser samenkomsten hield.
Het was een Vereniging van Gelovigenaanvankelijk zonder naam, zonder gebouw, zonder organisatie, niet bedacht maar gewoon ontstaan door het opvolgen van Gods Woord.

Een afgescheiden kerkgemeenschap

Wormser was ouderling en leidde diensten en studieavonden.
Hij was een man van het Réveil, goed thuis in de Schrift en de belijdenisgeschriften, een christelijke bouwer zowel kerkelijk als sociaal. Er was verder geen kerkenraad. De diensten werden goed bezocht.
De grote meerderheid van de afgescheidenen in Amsterdam was mystiek-bevindelijk voor de bijbelkennis van Wormser.

De afgescheiden gemeente was bij het aantreden van de Wormsers in 1836 ongeveer 350 zielen groot.
Volgens de Hervormde kerkenraad waren het maar 70 personen, want die gaven graag een ongunstig beeld over de afgescheidenen. Een jaar eerder was al ten huize van makelaar Obbes, Bloemstraat 129, een afgescheiden gemeente opgericht door dominee Scholte.
Zij verwierven een pand aan de Bloemgracht 42, dat is nu nr. 90, om als kerk in te richten.
Er werd een groot gat in het plafond gemaakt waardoor een ruime galerij ontstond en het preken kon beginnen.
In dit zelfde huis was dominee van Velzen geboren.
Het was eigendom van de steenrijke weduwe van Zeelt die het aan de afgescheiden gemeente schonk.
Vrouwe Johanna Judith Zeelt
(1780-1864) woonde op buitenplaats Postwijck te Baambrugge en gaf tijdens haar leven veel financiële steun aan de in 1834 ontstane Afscheiding. Ook aan het Christelijk Gereformeerd Seminarium.

Alle afgescheiden predikanten preekten in de kerk op de Bloemgracht . Soms duurde een dienst wel drie uur lang.
Scholte, die voor de vuist weg preekte, had zelfs een keer bijna 600 kerkgangers onder zijn gehoor.

Aan het stadhuis moest gemeld worden als er kerkdiensten met 346 ingeschreven personen gehouden zouden worden. Dan werd er werd toestemming verleend. Dat gebeurde meerdere keren.

Godsdienstige onverdraagzaamheid
De vrijheid in hun kerk duurde niet lang. Als men er na verloop van tijd van afzag om de diensten steeds aan te vragen, werden de bijeenkomsten prompt verboden als er meer dan 20 personen in het huis bijeen waren.
De politie kwam vaak langs en kerkgangers moesten, van tevoren opgehaalde, toegangsbewijzen tonen.
Soms werden de diensten wreed verstoord doordat er stenen werden gegooid.
Er raakten dikwijls kerkgangers gewond, zonder dat de politie er iets aan deed.
De kerkgangers moesten zich vaak een weg banen door een woedende menigte wegens hun afvalligheid.
Er werd verteld dat een keer een afgescheiden meisje zelfs ontkleed was.
Ook zouden meisjes door ingekwartierde soldaten onteerd zijn, ze werden zwanger en kregen een 'soldatenkind'.

Een grote G op de deurpost
Het bleek dat afgescheiden voorgangers géén sacramenten mochten bedienen.
Dit moest dus in het geheim bij iemand thuis gebeuren. Als dat bekend werd volgden boetes, tot wel fl 2000,- toe.
Na elke boete werd er een speciale rondgang gemaakt langs de gelovigen en iedereen tastte dan maar weer diep in de beurs.
Er werd beweerd dat op de deurposten van de huizen van alle afgescheidenen een grote G van Gereformeerd aangebracht was, zodat ouderlingen die 's avonds op huisbezoek gingen langs de onverlichte grachten de weg konden vinden.
Vroeger was dat ook gebruik in de Hervormde kerk. Zie de L van lidmaat op de deurposten van het Rapenhofje aan de Palmgracht.

Onkerkelijke activiteiten
Daarmee bedoelde Wormser activiteiten die individueel ontsproten waren en niet uitgingen van de kerk.
Hij doelde op het overigens goede werk dat dominee Jan de Liefde deed in de Amsterdamse achterbuurten.
Die begon in 1859 met Bijbellezingen waaruit de De Vereeniging tot Heil des Volks ontstond.
Er was ook een groep, opgericht door Theodorus Matthijs Looman, die genaamd was Vereeniging tot Verbreiding der Waarheid.
Die bestond uit hervormden die toch niet geheel wilden breken met die kerk. Ze vatten taken op die de kerkenraad liet liggen, zoals evangelisatie onder armen, een bibliotheek voor het gewone volk, brei- en naaischolen voor arme meisjes en een zondagsschool.
Even was er sprake dat er samensmelting zou komen tussen deze groep en Wormser.
Maar verrassend genoeg vond Wormser deze groep te weinig kerkelijk. Wormser had een ideaal beeld over de taak van de kerk.
Hij wilde het christelijke sociale werk vanuit de kerk als haar diaconale en evangelisatie opdracht geleid zien.
Wormser dacht in de lijn van een grote Vaderlandse kerk.


[1839]
Afscheiding in Amsterdam

Officieel werd aan de Koning Willem II erkenning voor de afgescheiden gemeente gevraagd en gekregen.
De mannen die daarbij een grote rol speelden waren de schrijvers de Clercq, Bilderdijk en Da Costa.

Willem de Clercq (1795-1844) Schrijver en dichter.
Hij was een afstammeling van een Gentse emigrantenfamilie.
Vanaf zijn vijftiende werkte hij in de graanhandel. In 1824 werd hij secretaris van de pas gestichte Nederlandse Handelmaatschappij en zelfs directeur van die maatschappij. Hij was doopsgezind maar werd in 1831 lid van de Waals-Hervormde gemeente.
Van 1834-1839 was De Clercq medewerker van het Tijdschrift Nederlandsche Stemmen onder redactie van Isaac Da Costa en H.J. Koenen. Zijn invloed is groot geweest, vooral door zijn bezielende persoonlijkheid.
Aanvankelijk was hij een aanhanger van een 18de-eeuws gekleurde zedelijke braafheidreligie, werd hij na zijn kennismaking met Da Costa, die leidde tot een vriendschap voor het leven, een vurig belijder van de nieuwe ondogmatische gevoelsreligie, die kenmerkend is voor het Réveil.

Isaac da Costa (1798-1860)
Was onder invloed van Bilderdijk bekeerd van het Joodse geloof tot het Christelijke.
Ze waren vrienden van elkaar en behoorden tot de oprichters van de Reveilbeweging, die later Anti Revolutionaire Partij werd.

De arme Da Costa werd in christelijke kringen steeds gemeden, alsof hij een melaatse was.
De Afscheiding begon weliswaar in Ulrum maar de rechtlijnigheid was ook aantrekkelijk voor de Amsterdamse conventikelgangers.
Een conventikel was een bijeenkomst om geestelijke zaken uit te wisselen.

[1836]
Scholtianen
Dominee H.P. Scholte kwam naar Amsterdam toe om een afgescheiden gemeente te institioneren, de ambten werden ingesteld.
Scholte werd door een kerkenraad gevraagd omdat hij in de Jordaan geboren was en bijeenkomsten van Da Costa aan de Rozengracht bezocht.. De Clercq en Da Costa waren niet blij met de afscheiding, maar toen de vervolgingen begonnen op grond van een oud Napoleontisch wetsartikel, werden ze milder.
Deurwaarder Wormser ging eerst niet mee in de afscheiding. Zijn oudste dochter werd zelfs nog in de Westerkerk bij ds. Wolterbeek gedoopt. Maar in 1836 kwam de beslissing: op 27 juli gingen ze over tot de afgescheidenen.
Scholtianen werden ze genoemd.
Als je als arbeider bij de afgescheidenen ging verloor je daarmee soms je baan en winkeliers raakten klanten kwijt.
Wormser had er geen last van.
Het blad De Reformatie werd opgericht, en Wormser schreef er veel artikelen voor


De Hersteld Apostolische Zendingkerk

[1880]
Bloemgracht 98-100
Op deze plek was de Schipperskerk voor diensten gericht op de vele beurtschippers die Amsterdam aandeden.
Daarna
was de Bloemgrachtkerk een Christelijk Gereformeerde Kerk, .
De kerk kwam op de plaats van Pakhuis Aken.
De kerkgangers noemden het graag een preekschuur om te benadrukken dat men voor de eredienst niet meer nodig had dan een ruimte, een kansel en een doopfont.


[1881]
Pakhuis Aken
Bloemgracht 96
Daar werden ook godsdienstoefeningen gehouden.

Theodorus van Schelluyne, predikant van de Amsterdamse Gereformeerde kerk, woonde op de Bloemgracht.
Tot de zogenoemde 'doleantie' in 1892 was de kerk Nederduits Gereformeerd. dr. Abraham Kuyper preekte er regelmatig.

[1892]
Weeshuis, Oude Mannen- en Vrouwenhuis Bloemgracht 90
Dit huis eigendom van de Gereformeerde Kerk in Amsterdam.
In 1892 werden jeugd en ouderdom gescheiden.
De wezen van het huis aan de Bloemgracht overgebracht naar de Weezenstichting aan de Hugo de Grootkade.
Na de fusie met de Nederduitsch Gereformeerden in 1897 is het verplaatst naar de Nieuwe Herengracht 143.
Het pand aan de Bloemgracht voldeed ook niet meer aan de eisen voor huisvesting van oude mensen.
De kamers waren te klein, te laag, te vochtig en te ondoelmatig voor behoorlijke verpleging.
Bovendien waren de trappen bijna onbegaanbaar.

[1927]
Hersteld Apostolische Zending Kerk - stam Juda

Het kerkgebouw wordt verbouwd voor de huidige kerkgemeente.
De bouwstijl wordt tot de zogenoemde Willem II gotiek gerekend.

Samenkomsten zijn iedere zondagmorgen om 10 uur. Er is ook zondagschool en een crèche.
De Hersteld Apostolischen verwijzen naar de eerste Kerk die door de Apostelen is gesticht nadat de Heilige Geest was uitgestort.

naar boven



Bloemgracht 65-79 /


Transport van de balen papier / Afbraak en opbouw

Liefdewerk oud papier Bloemgracht 65-79
In het lage gebouw was omstreeks 1914 links een van de wijklokalen van de Lutherse Diaconessen Inrichting gevestigd.
In het rechter gedeelte zetelde de rooms-katholieke vereniging Liefdewerk Oud Papier die in tal van steden afdelingen had.
Het was een werkverschaffingsproject voor mensen met een verstandelijke beperking en armlastigen. Het papier werd in geel-wit geschilderde karren opgehaald.
De opbrengst van het verzamelde papier, touwen en dergelijke, dat met dekschuiten vol aangevoerd werd, moet aanzienlijk zijn geweest. De opbrengst was voor RK liefdadigheid. Het was papier sparen voor de Paus.

Een dilemma op de Bloemgracht? Bloemgracht 65-71
De donkere kant van het middelste rak van de Bloemgracht wordt sinds jaren ontsierd door een rij onderstukken.
Op foto's uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog was er naast Bloemgracht 65 al niet meer dan een onderstuk te zien, waar het spreekwoordelijk geworden Liefdewerk Oud Papier was gevestigd.
Op een niet precies bekend moment in de zestiger jaren van de vorige eeuw is het voorhuis van Bloemgracht 69 eveneens gereduceerd tot een onderstuk en van Bloemgracht 71 is in die periode niet meer overgebleven dan een tweelaags onderstuk, voorzien van een garagedeur en van binnen nagenoeg leeggesloopt.
Zowel 69 als 71 zijn formeel nog steeds rijksmonument.

[1925]
Tijdelijke behuizing van de St. Jozef Kapel Bloemgracht 119
Brouwer & Zn., groothandel in piano en orgelonderdelen, is er nu gevestigd.
De nieuwe St Jozefkapel kwam op de Rozengracht en die werd vervolgens weer vervangen door kerk De Zaaier.


Hoofdonderwijzer Kannegieter Bloemgracht 150
Het woonhuis van de aan de St Vincentius Tusschenschool verbonden onderwijzer.
Zijn zoon werd hoofdonderwijzer aan de Spieghelschool, maar is meer bekend van zijn boek 'De Amsterdamse Jordaan' (1956)

[1755-1923]
Kuiperij Kiesouw Bloemgracht 187

naar boven




[1865]
Nederlandse Zondagsschool Vereniging Bloemgracht 79
Op dit adres was het hoofdkantoor gevestigd. In 1973 verhuisde men naar nr. 65
In 1914 zat er nog een handelaar in lingerie en nouveautés op hetzelfde adres.
De Nederlandsche Zondagsschool Vereeniging werd in 1865 opgericht: een vereniging van en voor de zondagsscholen.
De oprichters van de NZV waren : Ds. C.S. Adama van Scheltema, die ook de stichter van het Koning Willemhuis in de Egelantiersstraat was, en T.M. Looman, de stichter van De Vereeniging tot Verbreiding der Waarheid.
Zo te zien was men weer broederlijk bijeen.
Dr. Ph. J. Hoedemaker, schreef over de begintijd: Wij kregen brieven:
`Hoe moet dat hier? (...) Wij hebben geen geld en geen plaats, maar als Mevrouw Die en Die haar orangerie nu eens wou afstaan ... och, als wij 't vragen is 't wel goed... zoudt u bereid zijn een poging te doen?'
En met Jonkheer E. van Weede van Dijkveld trok ik er dan op uit, want ik zei: `Ga mee, want gij hebt Jonkheer voor Uw naam staan en ik ben maar een student' en dan deed hij het woord in de salon en ik in de orangerie, het overige kwam vanzelf...


W.G.van de Hulst

Kinderboekenschrijver W.G. van de Hulst schreef over Een eeuw zondagsschoolarbeid in Nederland
Ik las liever 'In de Soete Suykerbol' een stripverhaal in de krant.

naar boven


Een treurige geschiedenis

[2002]
Een ingestort huis Bloemgracht Nr.5
Bij de voorbereidende werkzaamheden voor de ingrijpende restauratie van het pand Bloemgracht 5 is op 15 november 2002 een deel van het pand ingestort. Het Rijksmonument, dat in particulierbezit is, is over drie verdiepingen ingestort. De pui en het dak staan nog overeind. Tijdens de instorting raakte niemand gewond.
Over de oorzaak van de instorting is weinig te zeggen. De gemeente stelt een onderzoek in.
Het pand op Bloemgracht 7 wordt voor alle zekerheid gestut. De bewoners van dit pand zijn door het stadsdeel elders ondergebracht.
Stadsdeelwethouder Monumenten Guido Frankfurther: "Het allerbelangrijkste is dat er geen slachtoffers zijn gevallen. Op dit moment is het zaak om de monumentale onderdelen van het pand in veiligheid te stellen, want het gaat hier om een waardevol Rijksmonument. In een later stadium zullen we gaan bekijken of we het pand kunnen herbouwen".

Herbouw? niet dus
Herbouw van het monumentenpand ging door tegenwerking van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg niet door.
Tegen het nieuwbouwpand tekende de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad bezwaar aan, in de hoop dat de opdrachtgever in zou stemmen met de plaatsing van een oude top van de monumentenwerf op de nieuwbouw-halsgevel.
Helaas lukte dat niet. Inmiddels is de nieuwbouw met betonnen klauwstukken voltooid.

Monumentenwet overtreden
Na de instorting van het pand vroegen velen zich af hoe het mogelijk is dat een monument zomaar instort. Uit een door het stadsdeel ingesteld onderzoek bleek dat de sloop van een betonnen vloer, die ongemerkt onderdeel was gaan uitmaken van de fundering, de oorzaak hiervan was. Een kenner van Amsterdamse woonhuizen is op de hoogte van dit probleem. Bovendien was het al eens eerder gebeurd: de instorting van Keizersgracht 268 op 11 februari 1998 had precies dezelfde oorzaak. Ook hier was naar het oordeel van het stadsdeel geen sprake van opzet, wel van ernstige nalatigheid.

In december 2004 legde de politierechter aan de aannemer van Bloemgracht 5 een boete op van € 2.500, wegens overtreding van de Monumentenwet. Niet de hoogte van de straf was opmerkelijk, wel dat voor het eerst een strafbepaling uit de Monumentenwet werd toegepast.

Is een ingestort monument nog een monument?
Een betere manier om malafide aannemers te straffen voor de aantasting van monumenten is hen te verplichten de schade te herstellen. Het stadsdeel heeft echter geen actie ondernomen om de herbouw van het gedeeltelijk ingestorte pand mogelijk te maken.
De eigenares was van goede wil. Zij wilde het pand herbouwen, maar raakte gefrustreerd door het gebrek aan medewerking van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
De Rijksdienst had onmiddellijk laten weten dat het pand van de monumentenlijst zou worden gehaald.
De instorting betekende immers - in het denken van de dienst - dat het pand, althans wat ervan over was, geen monumentale waarde meer had. Herbouw zou die waarde niet terugbrengen: een herbouwd pand is immers niet authentiek. De Rijksdienst neemt de eis die de Monumentenwet aan beschermde monumenten stelt - ouder dan vijftig jaar - zeer letterlijk. Het feit dat het pand niet langer op de monumentenlijst stond, betekende ook: geen monumentensubsidie.
De herbouw zou dus geheel op kosten van de eigenares plaatsvinden.
Dat was nog wel begrijpelijk en in dit geval niet onoverkomelijk.

Geveltop uit de monumentenwerf?
De eigenares had er echter helemaal geen zin meer in toen de Rijksdienst geen toestemming gaf een geveltop van de monumentenwerf op het pand te herplaatsen.
Het betrof een achttiende-eeuwse klokgevel die het Bureau Monumenten & Archeologie geschikt achtte voor herplaatsing aan de Bloemgracht.
De Rijksdienst vond dat niet goed en de geveltop ging naar de Haarlemmerdijk.
De eigenares moet toen hebben gedacht: 'Knap die rotzooi dan zelf maar op!'


Projectontwikkelaar komt in beeld
Het gevolg van al het gedoe was dat Bloemgracht 5 werd doorverkocht aan een projectontwikkelaar die niet langer herbouw beoogde.
In zijn opdracht maakte een architect een ontwerp voor een nieuwbouwgevel.

Einde van een treurige geschiedenis

naar boven


Gevelstenen aan de huizen van de Bloemgracht


Van links naar rechts: De Saaier / De Jonge Zaaier / De Eenhoorn /


Gouden Zon / Jacobs Droom /


de Ridder en de Roos / De Pelikaan / De Bouwers / De Son /


De Zingende Walvis / De Schaaf /


Van Prins geen Kwaad / Torso, kunstwerk aan de gevel /



[1962]
Simon Vinkenoog vertelt: Bloemgracht 8
Het laatste halfjaar ben ik een expert geworden in kleine, handige, zwetende, vlug-rustige verhuizingen: van Bloemgracht naar Oude Zijds Achterburgwal, in december naar de Kloveniersburgwal, drie maanden in twee kamers bij Maja aan de Leidsekade.
Eind april bundel ik de bezittingen uit deze gezamenlijke adressen bijeen, vervoer ze naar het volgende adres:
weer de Bloemgracht, waar ik een jaar lang in het huis van Willem kan wonen, die naar de Libanon vertrekt .
Op Bloemgracht 8 schreef ik in 1962 mijn boek Hoogseizoen.

In de Bloemgracht verdronk ik bijna op mijn negende jaar; ik had een fiets gehuurd in de Nieuwe Leliestraat (l0 cent per uur, hele middag een kwartje) en op de Bloemgracht zag ik jongens op straat tollen.
Ik was bang dat hun zwepen tussen mijn wielen zouden raken, en voor ik het wist lag ik in het water, waaruit ik gered werd - niet zonder dat de fiets mee opgehesen werd; ik wilde niet dat die verloren ging en terugbetaald zou moeten worden.

Het hoofd van de openbare lagere school had mijn moeder gezegd dat ik zou moeten doorleren; het werd de vierjarige MULO en de autodidactiek.
De school was aan de overkant, op de Prinsengracht, tussen brandweerkazerne en bioscoop op de hoek van de Leliegracht.

[2009]
Simon Vinkenoog is op 12 juli 2009 aan een hersenbloeding overleden nadat eerder
bij hem een been geamputeerd was vanwege vaatontstekingen.
Hij werd in 1928 geboren in Amsterdam en groeide op bij zijn alleenstaande moeder in de Pijp.
Op zijn 21ste begon hij in Parijs het literaire blad Blurp.
Daarin schreven onder anderen Hans Andreus, Armando, Hugo Claus, Jan Hanlo, W.F. Hermans en Hans Lodeizen.
Vinkenoog hoorde met Lucebert en Bert Schierbeek tot De Vijftigers.
Ze pleitten voor vrijere vormen, directe expressie en spontaniteit. In de schilderkunst kwamen die ideeën tot uiting in de Cobraschilderkunst van mensen als Karel Appel en Corneille. In de jaren zestig werd hij het boegbeeld van de de provo- en hippiebeweging in Amsterdam. Hij experimenteerde met vele soorten drugs en schreef er ook regelmatig over. Hij werd wel de wietambassadeur genoemd.

In 2004 was Vinkenoog ad interim Dichter des Vaderlands.

naar boven





Bibliotheca Philosophica Hermetica Bloemgracht 15-19
Een particuliere, maar voor belangstellenden toegankelijke, collectie hermetische literatuur.
De Bibliotheek is opgericht door zakenman Joost R. Ritman
Hermetisch is de aanduiding voor teksten die geïnspireerd zijn op de Griekse god Hermes Trismegistos,
en de Egyptische god Thot, die de mensheid het schrift schonk.
Centraal is de opvatting dat de mens in staat is tot eenwording met het goddelijke door invoeling via intuïtief vermogen.
Het universum is een tekst die gelezen en ontcijferd kan worden.
Via het concrete en bijzondere komt men tot God, niet via de ratio maar door individuele gevoelsmatige contemplatie.
Er is nauwe verwantschap met de gnosis, een stroming van sektarisch-religieus syncretisme uit de eerste eeuw, theosofisch van aard. Ook met het occultisme zijn er hechte banden.
Verder kan in deze context ook de Kabbala worden genoemd, de joodse geheimleer die gebruik maakt van getallenmystiek.

naar boven



Ter gelegenheid van het 60 jarig bestaan van HVO
wordt in 1964 een gedenksteen aangebracht

[1903-1945]
Hulp voor onbehuisden Bloemgracht 24
Het echtpaar Jonker vormt in 1897 de directie over de Amsterdamse afdeling van 'Toevlucht voor Onbehuisden'.
De Jonkers krijgen moeilijkheden met het bestuur van deze vereniging en vertrekken in 1903 met een aantal personeelsleden en 'verpleegden', naar de Bloemgracht 24.
Aangezien ik mij gedrongen gevoel mijnen arbeid onder de onbehuisde mannen, vrouwen en kinderen voort te zetten, is het noodzakelijk te trachten eene nieuwe vereeniging in het leven te roepen.
Ze richten in 1904 de vereniging 'Hulp voor Onbehuisden' op. Ze verwerven 2500 gulden voor de inrichting en huur van twee tehuizen: de Bloemgracht voor onbehuisde vrouwen en kinderen en de Haarlemmer Houttuinen voor de opvang van mannen.
Van1904 tot 1945 was de vereniging aan de Bloemgracht gevestigd.

naar boven


[1958-1966]
De Pacifistisch Socialistische Partij Bloemgracht 55
De PSP is opgericht in januari 1957 door een groep pacifisten en linkse socialisten, die het niet eens waren met de Koude Oorlogpolitiek van de bestaande partijen.
Van 1958 tot 1966 zetelde de PSP aan de Bloemgracht , deze politieke partij werd uiteindelijk in 1991 opgeheven.


[1945]
Verzetsstrijders Bloemgracht 82
Het is de plek waar op 25 april 1945, aan het eind van de oorlog, nog drie ondergedoken verzetsstrijders zijn vermoord door de Duitsers.
Er is een gevelsteen geplaatst

naar boven



De Drie Hendricken

[1642]
"De Drie Hendricken" Bloemgracht 87-89-91
Ooit heeft de stad vol gestaan met dit soort gevels.
Boven de puibalk zijn jaartalstenen en drie gevelstenen in de fries gemetseld: De Steeman, De Landman en De Zeeman.
Dit zijn de eigenlijke huisnamen, maar de drieling wordt ook wel De Drie Hendricken genoemd.
De 17de eeuwse houten onderpui en de kruiskozijnen met glas-in-lood en luiken zijn teruggebracht in 1946/47.
Dankzij deze restauratie is een buitengewoon gaaf beeld van een 17de eeuwse trapgevel-drieling ontstaan.
De huisjes zijn een goed voorbeeld van een zogenoemd zaalhuis met verdiepte binnenhaard met een insteek boven de binnenhaard.
Er is ook een insteek boven de zijkamer in het voorhuis. Onder het voorhuis bevindt zich een kelder.
Bij de restauratie in 1946/47 werd de splitsing in beneden- en bovenwoningen en dus ook de dubbele toegangsdeuren ongedaan gemaakt. Hierdoor kon het 17de eeuwse voorhuis in ere worden hersteld.

naar boven


Voormalig Karmelietenklooster Bloemgracht 99
Nu is er onder andere het bezinningscentrum Carnac, voor uitgebluste managers, gevestigd.


Gevelsteen met de laatste woorden van Griet Manshanden

[1917]
Griet Manshanden
Bloemgracht 116

De schrijver Jan Mens laat Griet Manshande, een hoofdpersoon uit een van zijn vele boeken, verhuizen naar de Noordermarkt, de Oude Schans, de Raadhuisstraat en de Bloemgracht.
Op die plek wordt zij, inmiddels 44 jaar oud, doodgeschoten tijdens het Aardappeloproer van 1917.
In het tweede boek eindigt Griet zeer verbitterd en cynisch, maar de lezers, dominee Buskes voorop, namen haar die onchristelijke houding zo kwalijk dat Mens haar twee vervolgdelen lang een loutering laat doormaken, zodat haar laatste woorden zijn: 'God alleen d'eere!'.
Al is dat toevallig ook de naam van haar laatste huis, Bloemgracht 116.

Kunsthuis "Marc Chagall" Bloemgracht 134
Het werd in juli 1999 gesticht door de eigenaar, Leo Verdegaal.
De galerie is voortgekomen uit een verzameling die gedurende zo'n 15 jaar werd opgebouwd.
Het werk van Chagall bleek zo uitgebreid en gevarieerd, dat elke nieuwe vondst, op vaak buitenlandse zoektochten, tot nieuw enthousiasme leidde.
De galerie is drie dagen per week geopend, op donderdag, vrijdag en zaterdag van 12.00 tot 18.00 uur.

naar boven


Bruggen over de Bloemgracht

De Bullebaksluis
De oude doorgang onder de stadswal bij de Raampoort.
Volgens een legende leefde onder dit gewelf aan het eind van de Bloemgracht een afschuwelijk monster, een watergeest.
Wie te dicht bij de waterkant kwam liep de kans meegesleurd te worden de diepte in.
Moeders beweerden, als de kinderen stout waren, dat ze het monster al zagen zitten.
De brug heet nu nog de Bullebaksluis.


Links: Kees de Jongenbrug / rechts: Rosa Overbeekbrug


Twee Rosa's bij de opening

Kees de jongenbrug en Rosa Overbeekbrug
De bruggen nr. 123 en nr. 121
In februari 2001 vroeg de Stichting Theo Thijssen de gemeente om de twee bruggen te vernoemen naar Kees de jongen en Rosa Overbeek.
Op zaterdag 8 maart 2003 legde stadsdeelwethouder Guido Frankfurther uit waarom ook de gemeente de bruggen graag naar Thijssens romanfiguren wilde noemen.
Bij de opening las acteur Hans Dagelet fragmenten voor over de ontluikende liefde tussen Kees en Rosa en werden de bruggen simultaan geopend door jonge acteurtjes die de filmrollen van Kees en Rosa gaan vertolken.
Jan Eilander
zong daarbij het lied van de Zwembadpas.

naar boven


Aanvullingen en verbeteringen ontvang ik graag hier
Bewerkt 13 08 10

terug naar overzicht