Strip



tussen taal en beeld
Akbar en de Gouden Bal

Een stripverhaal uit Perzië, een land waar geen memorysticks bestonden.
Of is een gouden bal toch een memorystick?

Dit verhaal is getekend door Henk van Faassen in 1955. Het verscheen in het kinderblad 'Haak In', dat nu al lang verdwenen is.
Ook voor de tekenaar was indertijd een computer met een digitaal geheugen en een memorystick onbekend.

 





In een land, hier ver vandaan, tussen de grote rivieren Eufraat en Tigris, heerste rust. Het was een vreemde rust.


Wijze mannen bogen zich het hoofd over deze rust. Het leek alsof alle mensen hun geheugen gewist hadden. Hun gedachten waren gestolen, maar door wie en wat?


In een dorp aan de rivier woonde een arme schoenlapper die zijn zoon Akbar genoemd had in de hoop dat die een groot man zou worden.


Akbar ging niet naar school maar bracht de gelapte muilen rond. Op een dag dat Akbar een duik in de rivier nam werd hij meegesleurd in de sterke stroom.

Toen Akbar na een angstige tocht weer op de oever aanspoelde zag hij daar, tussen de struiken, een goudkleurige bal die een geheimzinnig licht uitstraalde.

Akbar keek rond of hij kon ontdekken waar die bal vandaan kwam. Het enige dat hij ontwaarde was een prachtig huis in een weelderige tuin met een hoge muur er omheen.

Hij begreep dat hij deze plek snel moest verlaten. In een schuurtje vond hij oude kleren en een ladder. Daarmee kon hij zeker ontsnappen uit deze geheimzinnige omgeving.

Vlug verborg hij de bal in de plooien van zijn armzalige kleren, klom snel over de hoge muur en liet zich in een smal straatje op grond vallen.
Geen mens had hem gezien of toch...?

Akbar hoorde achter zich angstaanjagend sloffend geluid, slof, ploef, slof, ploef. Snel rende hij door de smalle straten en steegjes, maar het geluid bleef hem achtervolgen.

Na een achtervolging, waaraan geen einde leek te komen, bereikte Akbar de bewoonde wereld. De huizen zagen er vriendelijker uit. In de verte hoorde hij de geluiden van marktkooplieden.

Akbar voelde zijn maag knorren. Avontuur maakt hongerig, maar geld om ergens eten te kopen had hij niet. Eerbiedig vroeg hij een koopman of die een hulpje kon gebruiken.

Maar met een woest gebaar werd Akbar verjaagd. Het leek wel of alle mensen vergeten waren dat jongetjes ook moesten proberen hun magen te vullen.

Ten einde raad bood hij een kruikenkoopman zijn hulp aan. Die bromde: "Voer die stomme ezel maar naar mijn huis"

Akbar was blij dat hij een klusje gevonden had, maar toen hij de koopman om wat geld vroeg lachte die hem uit. "Wie heeft er iiets over betaling gezegd?"

"Maar koopman wilt u dan misschien deze bal van mij kopen?" Hebzucht straalde uit de ogen van de pottenbakker. Zo'n bal zal op de markt zeker veel geld opbrengen.
Met een ruw gebaar rukte hij de bal uit de handen van Akbar en smeet de arme schoenlapperszoon in de smerige pottenschuur.

Depottenkoopman bekeek de gouden bal nauwkeurig. Het kostbare voorwerp was bezet met twaalf kleurige edelstenen

Hij bespeurde een magische kracht die hij niet goed thuis kon brengen. Er ging iets in zijn hoofd tekeer. Het leek alsof zijn geheugen op hol sloeg.

Intussen zag Akbar kans een plank uit de muur van zijn gevangenis los te wrikken. De weg naar vrijheid leek nabij, maar eerst...

moest Akbar de gouden bal onder het bed van de pottenkoopman terugpakken. De man leek diep te slapen. Hij droomde van rijkdom na het verkopen van de bal.

Die droom werd wreed verstoord toen hij wakker schrok en zag hoe die kwajongen met de buit verdween.

In zijn nachtgoed rende hij achter Akbar aan. Maar in een wirwar van steegjes verloor hij hem snel uit het oog.

Toen Akbar merkte dat hij niet langer achtervolgd werd zakte hij vermoeid en hongerig op de stoep van een huis neer en viel in een diepe slaap.

In zijn droom werd hij gevonden door een gesluierde vrouw die hem vriendelijk toesprak. Het was echter geen droom. Een vrouw schudde Akbar wakker.

Akbar volgde de vrouw naar binnen en vertelde haar zijn verhaal. Van zijn vondst en van de koopman die de gouden bal wilde stelen. En de vreemde stralen die schenen als hij de bal aanraakte.

De wijze vrouw begreep onmiddellijk hoe waardevol de vondst van Akbar was. Ze gaf hem te eten en vertelde van de onrust die in het land heerste. Van mannen die plotseling hun vrouwen gingen slaan.

Ze gaf hem de raad de bal aan de Sultan te overhandigen zodat het geheugen van alle mensen zou terugkeren. Dat de mannen weer tot hun zinnen zouden komen.

De volgende dag ging Akbar op zoek naar het paleis van de Sultan. De mensen die hij naar de weg vroeg waren verbaasd. Wat had zo'n straatjongen in het paleis te zoeken?.

Toen Akbar het paleis gevonden had werd meteen duidelijk dat het niet gemakkelijk zou zijn er binnen te komen.

Twee woeste wachters met kromzwaarden versperden hem de weg. "Scheer je weg snotneus, hier heb je niets te zoeken"

Teleurgesteld dwaalde Akbar rond tot hij de wijze man die hem eerder geholpen had weer tegen kwam. De man begreep de belangrijke boodschap die Akbar had.

Hij vertelde hem dat de Sultan iedere dag in een draagstoel rondging om te zien hoe zijn onderdanen het maakten in deze vreemde tijd van geheugenverlies.

Daar was de Sultan. Zijn gezicht stond somber bij zien van zijn volk dat aangedaan leek door een vreemde ziekte. Ze schenen zelfs hun eigen sultan niet te herkennen,

Akbar drong tussen de menigte schreeuwend dat hij een belangrijke boodschap voor de Sultan had. De lijfwachten grepen Akbar echter vast.

Welke belangrijke boodschap kan een straatjongen, in vodden gekleed, hebben? De Sultan echter merkte Akbar op en zag iets in diens ogen schitteren. Hij gaf bevel Akbar los te laten.

Toen Akbar naderbij gekomen was kon hij de gouden bal, die straalde als nooit tevoren, overhandigen. De Sultan nam de gouden bal aan en op slag leek het of het hele volk uit een vreemde droom ontwaakte.

Onmiddelijk gaf hij de Grootvizier de opdracht Akbar met de grootste eer en zorg te behandelen.

De Grootvizier bracht Akbar naar het paleis van de Sultan. De wachters, die Akbar eerst zo ruw de toegang versperd hadden, bogen eerbiedig voor deze hoge gast.

Akbar kreeg de mooiste kleren die er te vinden waren. Zo groot en belangrijk had Akbar zich nog nooit gevoeld. Stukje bij beetje kreeg hij het verhaal van de bal te horen.

Over de kracht van de gouden bal waarin het geheugen van het gehele volk opgeslagen was. Over de twaalf edelstenen in de bal, één voor iedere provincie van het gebied waarover de Sultan heerste.

Maar ook over de kwade broer van de Sultan die over de dertiende provincie heerste en die de bal gestolen had om macht over het hele land te krijgen.

De Sultan was zo gelukkig dat Akbar het land gered had dat hij hem tot Sultanzoon van de dertiende provincie benoemde. Maar Akbar wilde graag terug naar het eenvoudige leven in zijn dorp bij de rivier.

Overladen met eerbewijzen werd Akbar in de draagstoel van de Sultan terug naar zijn vader gebracht. Die wist nu dat hij Akbar niet voor niets 'de grote' genoemd had.


En zo eindigde het avontuur van Akbar. Nog lang daarna vertelden de wijze mannen het verhaal van de schoenlapperszoon die het geheugen van het volk terug bracht.

 



kamishibai


5 8 2018