Taalmethode uit de
supermarkt



> startpagina

> index woorden

> lees ook:
> Opvattingen over taal en beeld en de
> toepassingen ervan in de taalmethodes
> voor het basisonderwijs


> taalmethoden die afgeleid zijn van het
> leesplankje moeten we afschaffen.


tussen taal en beeld


 


 

 


 


 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

En als alles volbracht is
worden de resultaten
netjes in een rapportboekje vastgelegd.


Het Nederlandse Basisonderwijs

Dat wordt overspoeld door taalmethoden die het de onderwijzer voor de klas zo gemakkelijk mogelijk moeten maken en het gebrek aan tijd, dat de meester of juf heeft, te compenseren.
De school moet vervolgens uit een soort supermarkt met aantrekkelijke aanbiedingen een keuze uit de taalmethodes maken.
In de schappen staan lespakketten die de fraaiste namen hebben gekregen.
Sommige pakketten zijn over de uiterste houdbaarheidsdatum heen maar worden desalniettemin toch nog gebruikt.

Wat zit er in die lespakketten?
In de vernieuwingsjaren van het onderwijs waren de methodes voornamelijk cursorisch ingesteld met veel aandacht voor spelling. Toen drong het besef van de individuele ontwikkeling van kinderen door en is er meer aandacht voor bijvoorbeeld vakkenintegratie en stellen gekomen.

Laten we eens de schappen langs lopen en kijken wat de titels van de taalpakketten ons aanprijzen.

Zo leren wij taal (1956)
Dat wil zeggen zo leren we dat met deze methode in het Christelijk lager onderwijs. Is dat een andere taal?

Taal leren door zelf corrigeren (1960)
Kinderen leren van elkaar en ruimen de fouten zelf op.

Door taal verbonden (1961)
Ja, dat zijn we allemaal per definitie. Maar de vraag is of het onderwijs die verbondenheid erkent en herkent. Meestal wordt er getoetst waarbij geteld wordt hoeveel woordjes er deze week weer bij gekomen zijn.

Taalgroei (1962)
De vraag is wie de zaadjes plant en in welke akker die terecht komen!

Taal op nieuwe leest (1962).
Schoenmaker hou je bij je leest, is een oud gezegde. De vraag is waarom de taal anders geschoeid onderwezen moet worden.

De Taaltuin (1965).
Dat klonk lekker ludiek in die tijd.

Klare taal (1966).
Dat is nog eens een 'transparante' methode.
Daarna ontstaat er meer aandacht voor een verbinding met bijvoorbeeld Dramatische vorming en Taalexpressie waarmee maatschappelijke thema's in de kinderhoofdjes geprent werden. Kringgesprekken vinden plaats en thematisch onderwijs wordt algemeen aangepakt.

Mijn taal (1969).
Ja, van wie anders! Maar als al die verschillende kinderen om zich heen kijken zitten ze allemaal met hetzelfde boek voor de neus.

En nu...taal (1969).
en wat gebeurt er daarna?

Taal voor het leven (1975).
Waar kan taal eigenlijk anders bruikbaar voor zijn dan voor het dagelijkse leven: boodschappen doen in de supermarkt.

Letterstad (1980).
Laten we nu zorgen dat een taalboek niet op een taalboek maar op een legobouwdoos lijkt.
In de jaren tachtig doen de bordrijen hun intrede in het spellingonderwijs. Men probeert mondelinge taalvaardigheid wat meer te belichten. De werkvormen worden speelser, de methodes steeds aantrekkelijker.

De nieuwe taaltuin
Omdat de oude boomgaard was kaalgeplukt.
De niet- Nederlandstalige kinderen komen de tuin in en de taalbomen worden daarop min of meer aangepast.

Taalkabaal (1981)
Een taalmethode met een beetje herrie er bij.

Van Woord tot Woord (1986)
Een analytisch synthetische leesmethode, gebaseerd op het Woord des Heeren. Daarmee leren de christelijke kindertjes die vreemde woordkeus uit de Bijbel en van de dominee te verstaan.

KleurRijker
wordt gebruikt bij ROC's, re-integratiebedrijven en taalinstituten met als doel cursisten Nederlands te leren en voor te bereiden op het inburgeringsexamen. Of dat met of zonder een methode lukt is zeer de vraag. Het is nu eenmaal zo dat je het best inburgert als je bijvoorbeeld tussen alle mensen op de markt je boodschappen doet. Dan burgeren Nederlandstalige Hollanders ook gezellig een beetje mee.

Schatkist (1989)
Een methode voor kleuters om vijf dingen onder de knie te krijgen: taalgebruik, woordenschat, boeken en verhalen, vormaspecten van taal, functies van geschreven taal. Dat begrijpen de kinderen niet zonder slag of stoot, want in ieder spannend boek staat beschreven wat een schatkist is: een ouderwetse kist met hangsloten waar gouden juwelen in zitten en die op een schateiland verstopt is. Ze lezen ook dat er, zoals altijd, mensen op pad zijn die een schat te vinden. Maar nee hoor, als kleuters die kist open krijgen blijken er lesboeken in te zitten!

Zin in taal (1990)
Wie geen zin heeft gaat de gang op.

Veilig leren lezen (1991)
Je weet wel van Boom Roos Vis en nog 34 andere zogenoemde structuurwoorden. Hele generaties zijn er mee opgegroeid. Maar wat kan er nu onveilig zijn aan een boek?

Tong en Teken (1992)
Een taalmethode waarin de beginselen van het christelijk reformatorisch onderwijs, alsook het 'spreken in tongen' gestalte krijgen.

Taaljournaal (1993)
Thematisch/emancipatorische taalmethode, bestaande uit Taaljournaal-taal, Taaljournaal-spelling en Taaljournaal-tweede taal. Waar het in het Journaal zelf over gaat is niet duidelijk. Maar je kunt het dagelijkse rumoer in het leven natuurlijk niet in een methode vastleggen.

Het Zwaluwproject (1994)
Kinderen moeten met materialen van verschillende methodes zich zelfstandig door een rijstebrij van leerstofpakketten heen werken om daarna in een gewoon boek te gaan zitten lezen.

Lezen moet je doen (1994)
Een methode die eigenlijk bestemd is voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen, maar die ook in het regulier basisonderwijs gebruikt wordt. Het is niet duidelijk of alle kinderen daarmee het etiket Moeilijk Lerend op hun voorhoofd geplakt krijgen. In de methode is ook het klank-gebaren-alfabet te vinden. Het lijkt mij een vreemd gezicht om kinderen te zien lezen en daarbij vreemd te gebaren en klanken uit te stoten. Wat moeten andere lezertjes in de bibliotheek daar nu van denken?

Veilig in Stapjes (1994)
Is een aanvullend pakket voor zwakkere lezers en voor kinderen die in het speciaal onderwijs terecht gekomen zijn. Zie je wel, er zijn toch nog kinderen die te zwak op hun geletterde beentjes staan om een boom van een roos te kunnen onderscheiden.

Zo leer je kinderen lezen en spellen
Volgens de bedenkers van deze methode moet dat eerst met blokletters en later met schuine letters.

ABC- of de Lettermuur
Een wandkaart in de klas waarop alle letters van het alfabet te zien zijn. Door de muur te betrekken in taalspelletjes binnen een betekenisvolle context wordt het taalbewustzijn van kinderen gestimuleerd. Uitkijken dat de kinderen niet het gevoel krijgen tegen die muur aan te lopen.

Wat zeg je?
Een methode als de juf de kinderen niet verstaat.

Taal voor iedereen (1994)
Raamplan voor een geïntegreerde NT1/NT2-methode voor de basisschool. De kinderen moeten het gevoel hebben dat ze er echt allemaal bij horen.

Taalleesland (1995)
Methode voor taal en begrijpend en studerend lezen, bestaat uit een themapakket, een spellingpakket en uit schat-eiland en kies maar. Alles staat al goed ingepakt klaar voor een tochtje naar dat land waar uitsluitend gelezen en geschreven wordt.

De toren van Babbel (1995)
Een taalmethode voor Vlaams taakgericht taalonderwijs. De kinderen kletsen maar een eind weg in die toren, niemand verstaat ze.

Zin in taal (1996)
Er is een gedeelte taal en een gedeelte spelling. Het verschil tussen taal en spelling moet nog eens uitgelegd worden. Maar de kinderen moeten er wel zin in hebben.

Lezen doe je overal (1996)
Methode voor allochtone neveninstromers. Wat zijn dat nu weer voor kinderen? Waarschijnlijk kinderen die op een ongelegen moment een klas binnenstappen en hun eigen taal en cultuur nog moeten aanpassen.

Leesballon (1998)
dat is een Belgische structuurmethode als Vlaamse kindertjes de in de wolken zijn.

Van beginnende geletterdheid tot lezen (2001)
Beginnende geletterdheid, voor activiteiten in de kring, taalactiviteiten in diverse hoeken. In die hoeken gebeurt van alles en nog wat, maar het zou best eens kunnen zijn dat je er, als kleuter zijnde, niet rustig 'met een boekje in een hoekje' kunt zitten lezen.

Taalverhaal (2001)
Taalmethode met een verhaallijn als rode draad. Die verhaallijn is tegenwoordig vernieuwd en wordt digitaal aangeboden. Goede leerlingen hebben lol in alles wat digitaal bij hen binnen komt.

De Leessleutel (2002)
Wie een sleutelwoord in handen heeft kan twee keer per jaar een taalpoortje open maken. Wat er in de tussentijd moet gebeuren weet ik niet. Ik ken alleen maar kinderen die met een eigen taalsleuteltje op zak rondlopen en er zelf steeds meer interessante taaldeurtjes mee open maken. Daar helpt geen lieve leesjuf aan, dat gaat vanzelf.

Lang zullen ze lezen! (2002)
Leestechniek en leesbeleving gaan hand in hand zegt men. Aan de hand van vertelplaten wordt een verhaal verteld. Hieruit wordt een kerntekst gekozen en uit de kerntekst wordt weer een ankerwoord geïsoleerd. Mijn leesbeleving zou met die kernwoorden en ankerwoorden wel eens ernstig achteruit kunnen gaan. Ik wil, gewoon, lekker lang, op mijn eigen plekje, lekker lezen.

Leeshuis (2002)
Bevat onderdelen voor technisch, begrijpend, studerend en waarderend lezen. Technisch lezen is dan dat je tussen een berg letters een woord herkent. Vervolgens moet je begrijpen wat dat woord betekent. En als je dat allemaal achter de rug hebt kun je alle mogelijke en onmogelijke lesopdrachten begrijpen en het leuk vinden dat je weet waar de meester en de juf je naar toe stuurt in het leven. Begrijpend lezen leren kinderen overigens het beste zonder methode, op eigen kracht, als ze wegdromen in hun zelfgekozen boeken uit de bieb.

Taaltrapeze (2004)
Een taalmethode voor het Speciaal (Basis) Onderwijs met veel aandacht voor interactie en sociaal-communicatieve vaardigheden. Het tempo ligt op 75% van de leersnelheid van het reguliere basisonderwijs. Maar die kinderen zwaaien wel hoog in de lucht terwijl ze zo graag vaste grond onder de voetjes hebben.

Leeslijn en de Leesweg (2004)
Een activiteitenlijn waarin kinderen met behulp van materialen zichzelf leren lezen. Een prima idee. De Leesweg is dan voor de wat zwakkere lezers. Er zijn dus blijkbaar verschillende soorten kinderen op pad. Wat sterk en zwak in dit verband is valt moeilijk te meten. Meestal hebben de ‘zwakke’ kinderen even wat meer tijd nodig en is de ‘sterke’ juf een beetje ongeduldig.

Taalfontein (2005)
Is een taalmethode voor het christelijk basisonderwijs. Het schijnt nodig te zijn dat de christelijke kindertjes uit een andere taalbron drinken dan de goddeloze kinderen of de mohammedaanse peuters.

STaal (2013)
maakt kinderen sterk in taal en spelling, is opbrengstgericht en laat kinderen smullen van taal door naar veel filmpjes te kijken. Kom op, ze kijken al genoeg naar YouTube. De titel van deze methode sluit prachtig aan bij Twitteren op de iPhone van de kinderen, waarbij zoveel mogelijk letters weggelaten worden.

Taal actief (2013)
Dit is een methode die grip geeft op de les en op de resultaten. Nou dat is je geraje ook zou mijn moeder zeggen. Het woord 'actief' wordt meestal ook voor schoonmaakmiddelen gebruikt.

Taal op maat. (2013)
Met gemak naar het beste resultaat! Helemaal afgestemd op nieuwe referentieniveaus. Leerlingensoftware en Digibordsoftware ondersteunen de lessen interactief. Hoe je ook je taal- en spellingles wilt geven, de nieuwste inzichten zijn verwerkt in een compacte, flexibele en opbrengstgerichte methode.
Op papier én digitaal verkrijgbaar.
Want niets is zo erg als knoeien met pen en inkt.

Regelmatig een brief met de hand schrijven
helpt ons moreel te overleven in een steeds harder wordende 21ste eeuw,
meent socioloog Kees Schuyt.


naar boven

bewerkt 2 11 2017




iedere keer als ik een letter wil schrijven
komt er een rare kriebel op papier.
Is dat nou een letter?
Het lijkt meer op een raar tekeningetje.




Ik ben interactief aan het kijken en jij bent interactief aan het schrijven,
maar het moet nog interactiever, veel interactiever.




Kijk,
deze beesten staan nu netjes op hun lijntje,
die zijn schoongeschreven.




Wy fan
'Praat mar Frysk'
sjogge graach
hoe't oaren har yn it swit wurkje!




wij zijn dichter bij de werkelijkheid dan we denken, hoewel het mogelijk iets duidelijker kan


spijkerschrift