Taal dit en Taal dat



naar startpagina

Taal representeert de werkelijkheid en is het beeld ervan
of
Taal is een spel dat we gebruiken om verschijnselen te verklaren


Het Nederlandse onderwijs wordt overspoeld door taalmethoden die het de onderwijzer voor de klas zo gemakkelijk mogelijk moeten maken het gebrek aan tijd, dat de meester of juf heeft, te compenseren.
Daarmee worden de leerkrachten min of meer aan de kant gezet en heeft een papieren-, of de laatste tijd, een digitale manier van lesgeven het overgenomen.

naar boven

tussen taal en beeld


Taal uit de supermarkt

Iedere school moet uit een supermarkt met aantrekkelijke aanbiedingen een taalmethode kiezen.
In de schappen staan lespakketten met de fraaiste namen:

Taal Totaal / Taal Actief / Taalkabaal / Taaljournaal / Mijn Taal / Taalgroei / Zin in Taal / Taaltoren / De Toren van Babbel / Taaltrapeze / Taal op nieuwe leest / En nu...Taal / Door Taal verbonden / De Taaltuin / Taal voor het leven / Taalbasis / Jouw Taal, mijn Taal / Letterstad / Balans / Taaltijd / Taalleesland / Taal op maat / Balans / Taalverhaal / Taal in beeld / Allemaal Taal / Taal voor Iedereen / Tong en Teken / Zin in taal / Allemaal Taal / Kansrijke taal / Zo leren wij Taal / Taal naar aanleg en tempo / Klare Taal Praatspel / Wie dit leest / Leessleutel / KlikKlakBoekje / Letterschuif / Veilig leren lezen / Estafette / Luisterlezen / Goed Gelezen / Puk en Ko / Doos met gevoelens / Spreekbeeld / Zelfstandig spellen / HandSchrift / SchrijfDans / Taalfontijn / KleurRijker / Taalvorming / Taaldrukken /

Oer Hollands
Taalmethodes zijn voornamelijk gemaakt voor kinderen met Nederlands als moedertaal. Voor veel andere kinderen zijn, volgens de deskundigen, een heleboel woorden en zinsconstructies te moeilijk. Die kinderen hebben een zo genoemde taalachterstand. Dat is natuurlijk niet echt waar, ze hebben alleen een achterstand ten opzichte van de Nederlandse taal.
Taalmethodes zijn voornamelijk gericht op het bevorderen en sturen van de taalontwikkeling van Nederlandssprekende Oer-Hollandse kinderen. Die taalmethodes zijn niet, of onvoldoende, gericht op taalverwerving. En dat is nou net waar al die geïmporteerde Nederlandertjes het in de eerste plaats van moeten hebben. Overigens moeten Hollandse Nederlandertjes ook vaak aan het taalverwerven slaan als ze bijvoorbeeld in Oost Groningen of in de Achterhoek opgegroeid zijn.

Visuele discriminatie
Om te kunnen lezen moet je de informatie, die je met je ogen waarneemt, goed uit elkaar kunnen houden. Kinderen moeten leren het verschil tussen letters en lettercombinaties te herkennen. Dat schijnt voor sommige leerlingen moeilijk te zijn want ze halen op elkaar lijkende letters door elkaar. Dat is, volgens mij, eigenlijk niet zo erg want er zijn in het leven van jonge kinderen wel meer verwarrende dingen. En toch komt er steeds een moment dat alles precies op z'n plek valt. Dat kinderen op eigen kracht leren begrijpen wat ze zien en dat die rare kriebels letters zijn die ze kunnen lezen en schrijven. Geen paniek dus. Maar juffen maken er wel een punt van en vinden dat kinderen al vroeg bijvoorbeeld alle verschillen tussen twee plaatjes moeten kunnen vinden. Vaak vinden ze er veel meer dan de juf er in weggemoffeld heeft. Dat heeft dan weer te maken met een zeer actieve verbeeldingskracht van de peuters.

Wat zit er in die lespakketten?

Taalfontein (2005) is een taalmethode voor het christelijk basisonderwijs. Het schijnt nodig te zijn dat de christelijke kindertjes een andere taal leren dan de goddeloze kinderen of de mohammedaanse peuters.

Van Woord tot Woord (1986) Dit is een analytisch synthetische leesmethode, gebaseerd op het Woord des Heeren. Daarmee leren de christelijke kindertjes die vreemde woordkeus uit de Bijbel en van de predikant te verstaan.

KleurRijker wordt gebruikt bij ROC's, re-integratiebedrijven en taalinstituten met als doel cursisten Nederlands te leren en voor te bereiden op het inburgeringexamen. Of dat met of zonder een methode lukt is zeer de vraag. Het is nu eenmaal zo dat je het best inburgert als je bijvoorbeeld tussen alle mensen op de markt je boodschappen doet. Dan burgeren Nederlandstalige Hollanders ook gezellig een beetje mee.

Taalvorming en Taaldrukken horen in deze opsomming helemaal niet thuis. Het zijn werkwijzen van levende mensen die met kinderen aan hun taal werken zonder daarbij een papieren- of een digitaal hulpmiddel te gebruiken. Die mensen gaan uit van hun eigen competenties en die van de kinderen.

Spreekbeeld is een methode voor buitenbeentjes. Het is een leermiddel voor kinderen waarvan logopedisten vinden dat ze dyslectisch zijn. Het werkt met plaatjes, de spreekbeeldjes. Zo'n spreekbeeldje is een tekening waarin een letter of lettercombinatie is verwerkt. Bij elk spreekbeeldje hoort een verhaaltje en een gebaar. Die plaatjes en de gebaren zijn zo raar dat ik me afvraag wie er nu dyslectisch zijn, de juffen of de kinderen.

De Leessleutel (2002) Wie een sleutelwoord in handen heeft kan twee keer per jaar een taalpoortje open maken. Wat er in tussentijd moet gebeuren weet ik niet. Ik ken alleen maar kinderen die met een eigen taalsleuteltje op zak rondlopen en er zelf steeds meer interessante taaldeurtjes mee open maken. Daar helpt geen lieve leesjuf aan, dat gaat vanzelf.

Het Zwaluwproject (1994) Kinderen moeten met materialen van verschillende methodes zich zelfstandig door een rijstebrij van leerstofpakketten heen werken om daarna in een gewoon boek te gaan zitten lezen.

Lang zullen ze lezen! (2002) Leestechniek en leesbeleving gaan hand in hand zegt men. Aan de hand van vertelplaten wordt een verhaal verteld. Hieruit wordt een kerntekst gekozen en uit de kerntekst wordt weer een ankerwoord geïsoleerd. Mijn leesbeleving zou met die kernwoorden en ankerwoorden wel eens ernstig achteruit kunnen gaan. Ik wil, gewoon, lekker lang, op mijn eigen plekje, lekker lezen

Leesballon (1998) dat is Belgische structuurmethode als Vlaamse kindertjes netjes willen leren lezen.

Leeshuis (2002) Bevat onderdelen voor technisch, begrijpend, studerend en waarderend lezen. Technisch lezen is dan dat je tussen een berg letters een woord herkent. Vervolgens moet je begrijpen wat dat woord betekent. En als je dat allemaal achter de rug hebt kun je alle mogelijke en onmogelijke lesopdrachten begrijpen en het leuk vinden dat je weet waar de meester en de juf je naar toe stuurt in het leven. Begrijpend lezen leren kinderen overigens het beste zonder methode, op eigen kracht, als ze wegdromen in hun zelfgekozen boeken uit de bieb.

Leeslijn en de Leesweg (2004) Een activiteitenlijn waarin kinderen met behulp van materialen zichzelf leren lezen. Een prima idee. De Leesweg is dan voor de wat zwakkere lezers. Er zijn dus blijkbaar verschillende soorten kinderen op pad. Wat sterk en zwak in dit verband is valt moeilijk te meten. Meestal hebben de 'zwakke' kinderen even wat meer tijd nodig en is de 'sterke' juf een beetje ongeduldig.

Lezen doe je overal (1996) Methode voor allochtone neveninstromers. Wat zijn dat nu weer voor kinderen? Waarschijnlijk kinderen die op een ongelegen moment een klas binnenstappen en hun eigen taal en cultuur nog moeten aanpassen.

Lezen moet je doen (1994) Een methode die eigenlijk bestemd is voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen, maar die ook in het regulier basisonderwijs gebruikt wordt. Het is niet duidelijk of alle kinderen daarmee het etiket Moeilijk Lerend op hun voorhoofd geplakt krijgen. In de methode is ook het klank-gebaren-alfabet te vinden. Het lijkt mij een vreemd gezicht om kinderen te zien lezen en daarbij vreemd te gebaren en klanken uit te stoten. Wat moeten andere lezertjes in de bibliotheek daar nu van denken?

Van beginnende geletterdheid tot lezen (2001) Beginnende geletterdheid, voor activiteiten in de kring, taalactiviteiten in diverse hoeken. In die hoeken gebeurt van alles en nog wat, maar het zou best eens kunnen zijn dat je er, als kleuter zijnde, niet rustig 'met een boekje in een hoekje' kunt zitten lezen

Veilig leren lezen (1991) Je weet wel van Boom Roos Vis en nog 34 andere zogenoemde structuurwoorden. Hele generaties zijn er mee opgegroeid.

Veilig in Stapjes (1994) Is een aanvullend pakket voor zwakkere lezers en voor kinderen die in het speciaal onderwijs terecht gekomen zijn. Zie je wel, er zijn toch nog kinderen die te zwak op hun geletterde beentjes staan om een boom van een roos te kunnen onderscheiden.

Zo leer je kinderen lezen en spellen: Volgens de bedenkers van deze methode moet dat eerst met blokletters en later met schuine letters.

ABC muur of de Lettermuur. Een wandkaart in de klas waarop alle letters van het alfabet zijn te zien. Door de muur te betrekken in taalspelletjes binnen een betekenisvolle context wordt het taalbewustzijn van kinderen gestimuleerd. Uitkijken dat de kinderen niet het gevoel krijgen tegen die muur aan te lopen.

Wat zeg je? Een methode als de juf de kinderen niet verstaat.

Schatkist (1989) Een methode voor kleuters om vijf dingen onder de knie te krijgen: taalgebruik, woordenschat, boeken en verhalen, vormaspecten van taal, functies van geschreven taal. Dat begrijpen de kinderen niet zonder slag of stoot, want in ieder spannend boek staat beschreven wat een schatkist is: een ouderwetse kist met hangsloten waar gouden juwelen in zitten en die op een schateiland verstopt is. Ze lezen ook dat er, zoals altijd, mensen op pad zijn die schat te vinden. Maar nee hoor, als kleuters die kist open krijgen blijken er lesboeken in te zitten!




iedere keer als ik een letter wil schrijven
komt er een rare kriebel op papier.
Is dat nou een letter?
Het lijkt meer op een raar tekeningetje
.



Ik ben interactief aan het kijken en jij bent interactief aan het schrijven,
maar het moet nog interactiever, veel interactiever.



Kijk,
deze beesten staan nu netjes op hun lijntje,
die zijn schoongeschreven.



Wy fan
'Praat mar Frysk'
sjogge graach
hoe't oaren har yn it swit wurkje!



wij zijn dichter bij de werkelijkheid dan we denken, hoewel het mogelijk iets duidelijker kan

omhoog >>
vervolg >>