Vormen
in druk


> startpagina

> index beelden


tussen taal en beeld
indrukken in woorden

Deze vormen zijn gemaakt met rubberdruk en sjablonen.
De indrukken zijn geschreven door naar de vormen te kijken en te bedenken of je iets hebt meegemaakt dat op die vorm lijkt.







Ik fiets in de regen over het plein. Op de tramrails staan rode flappen. Het water druipt in mijn kraag. De tram duwt de flappen opzij en gaat verder over kale rails.




Ik zit aan tafel. Rond mijn bord liggen tijdschriften, brieven en kaarten
Tussen twee happen door slik ik woorden in




Het schilderij was blauw en oranje. Het hing boven mijn hoofd. Er stonden veel mensen bij te kijken. Ik kreeg er hoofdpijn van




In het zwembad met mijn nichtje. Ik ging van de glijbaan. Toen nam ik een duik in het diepe. Er waren veel mensen. Die maakten ruzie.




Op het paard Klavier zit ik heel hoog.
Op het paard Lana heel laag.
Eén ruiter viel van zijn paard.
Ik niet, ik voelde me prettig.




Ik had mijn muis geaaid. Het was donker en het ging regenen. Ik hoorde de golven van de zee. Ik was daar met mijn vader en moeder. Ik was gelukkig




Er lag een dode krab op het strand tussen de stenen en de rotsen. Ik stopte hem in een zakje. Toen voelde ik dat hij nog leefde. Ik liet hem vallen
.




Beneden was het donker maar wel gezellig. Boven hoorden we geluiden en herrie. Hele harde geluiden. Ik vond het eng en spannend tegelijk. Ik voelde me blij




Legosteentjes zijn behalve leuk bouwmateriaal voor kinderen ook materiaal dat vormen uitlokt. Die vormen kunnen dan weer gecopieerd
worden.



Ik dacht dat ik mannetjes zag lopen in Legoland en dat ik daar ook was. En dat ik in een huisje woonde dat ik zelf gebouwd had.



Ik kwam langs een fabriek maar ik moest maar raden wat daar gemaakt werd. Het stonk erg en er waren rare geluiden.



Het was in de supermarkt. Op een winkelpaard zat een klein meisje. Ze wou er niet af. Ik liep maar door en het meisje ging huilen.



Ook spullen die in huis rondslingeren kunnen tot een compositie bij elkaar gelegd
worden.



Tijdens de verbouwing was het bij ons een bende, een geweldige troep.



Ik zag een rat tussen de rommel in de schuur. En niet zo'n kleine ook. Maar opeens was hij weg.



Ik moest naar het ziekenhuis. Er waren daar veel mensen.Mijn been moest in het gips, het deed erg veel pijn.



Er lagen veel blikjes op de grond die al leeg waren. Mijn blikje was nog vol.



Er was gisteren iets ontploft. Het was helemaal vernield en het rook ook heel erg naar brand.



We gingen met de auto naar het Amsterdamsebos. Daar gingen we spelletjes doen. We kregen een blikje sinas.




Ik was een keer op het strand, bij vloed. Opeens kwam er in de verte een schip langs varen. Ik kon me bedenken hoe het op dat schip was. Ik werd er al een beetje misselijk van.



sjablones in de sneeuw

2 11 2017