Kort verhaal



tussen taal en beeld


 

Foto's waar geen woorden voor zijn
en woorden die geen beeld oproepen

Stel je voor:
Een tafel met twee mensen.
Ze praten eigenlijk niet met elkaar. Hun woorden druppelen via rare microfoontjes op hun wang naar een donkere zaal vol mensen die kijken naar een tafel met twee twee mensen die praten.
De mensen in de zaal kunnen geen antwoord geven want ze zijn niet aangesloten op het systeem. Zoveel rare microfoontjes zijn er niet beschikbaar.

Op de voorste rij zit een fotograaf.
Hij maakt foto's van twee sprekende mensen die elk een andere taal spreken.
Achter de fotograaf zit een man die af en toe de een en dan de ander achter de tafel kan zien.
Als de fotograaf een sprekend mens fotografeert kan de man ineens niet verstaan wat er gezegd wordt ondanks de rare microfoontjes.
Af en toe zakt een vleeskleurige bolletje van een microfoontje af en schiet er een helpster ter hulp om het weer in de buurt van de sprekende mond te schuiven. Dat is een beetje lastig voor de man omdat de woorden op zo'n moment veranderen in geknisper. De betekenis van geknisperde woorden is niet algemeen bekend.

Hoe zit het dan, denkt te man, met gesproken taal die je wel kunt horen maar waarvan je de bron niet kunt zien?
Op een beeldscherm is dat keurig geregeld. Daar zorgen meerdere camera's er voor dat wie er aan het woord is in beeld blijft en wat die te vertellen heeft duidelijk te horen is. Als het een beetje langdradig verhaal dreigt te worden krijgt de man iets anders te zien, de handen van de spreker die met zijn pen zit te spelen of dat de spreekster haar benen netjes gekruist heeft en haar rokje nog eens recht trekt.
Als er iets in een afwijkende taal gezegd wordt verschijnen onder het beeld de vertaalde woorden.
Dat wijst er op, vermoedt de man, dat de beelden tevoren gemaakt zijn zodat de vertaler de tijd krijgt af en toe in een woordenboek te kijken. Je moet wel een talenwonder zijn, denkt de man, om af en toe, nog voor de vreemdeling uitgesproken is, zijn woorden al netjes uit te typen en onder het beeld te plakken.
Als de fotograaf klaar is en zijn foto in de krant komt staat er altijd een korte verklarende tekst onder.


Lydia Davis, koningin van het ultra korte verhaal,
in gesprek met Wim Brands.
Foto gemaakt door Jan Boeve.


De man kijkt verbaasd naar het portret. Hij weet wie het is en wat zij te vertellen heeft en dat zij dat allemaal als hele korte verhalen in een boek opgeschreven heeft. Meer niet.
Wat de schrijfster op dat moment zegt blijft verborgen. Dat heeft de fotograaf misschien wel gehoord, maar die was te druk bezig met het maken van een mooi portret.
De man heeft het wel gehoord maar niet verstaan omdat het gezicht van de schrijfster afgedekt werd door de rug van de fotograaf die de foto maakte die de man nu zit te bekijken. Dan moet de man maar eens het boek gaan zitten lezen.

De man bekijkt een foto in de Groene Amsterdammer


Klant bij het afhaalloket in coffeeshop Nemo in Rotterdam
Foto door Jan de Groen.

Het is, denkt de man, op deze foto wel overduidelijk te zien wat er gebeurt en waar dat is. Maar wat die klant precies vraagt staat er niet bij. Over welke groene plant gaat het?
Dan moet de man maar eens het hele artikel in de Groene gaan zitten lezen.

Is er een beeldtaalboek?
Het gaat allemaal over beeldtaal, waarbij de man de foto moet associëren met iets anders dat hij eerder gezien heeft. Als dat lukt dan kan hij bijna horen wat er gezegd wordt.
Dat is het verschil tussen de taal van fotoprent en de taal van woorden die je al van je babytijd op je bordje krijgt. Toen de man een puber was hadden zijn woorden soms meerdere betekenissen, maar uit het zinsverband kon de man dan wel opmaken waar het verhaal over ging.
Als de man nu naar foto's kijkt blijkt dat hij niet van jongs af aan geleerd heeft een foto te verknippen in tekens zoals dat met de lettertekens wel het geval is.
Stukjes foto's zijn niet in een beeldtaalboek op te zoeken om ze voor een andere foto te gebruiken.


Lydia Davis legt aan de man uit hoe het schrijven van korte verhalen gaat.
Foto: Jibriël (6 jr.)

De man heeft wel eens gehoord dat fotografen ook schrijvers zijn maar dan schrijvers met het licht.
Dat gaat zelfs sneller dan het schrijven van een kort verhaal.
Maar volgens de Franse filosoof en semioticus Roland Bartes (1915-1980) is een foto een mechanische herhaling van wat zich in werkelijkheid nooit kan herhalen.
Daar moet de man het mee doen.


lees ook:


Lydia Davis:
De taal van dingen in huis


naar boven

20 10 2017