Berichten
uit de
Samenleving


> startpagina

> index documenten



tussen taal en beeld




Wanneer zijn de eerste gesprekken gevoerd
om elkaar te leren
hoe je moet overleven?


Met andere woorden wanneer zijn de eerste taallessen gegeven?
Dat zou wel eens ongeveer twee miljoen jaar geleden gebeurd kunnen zijn toen onze voorouders elkaar uitgelegd hebben wat ze nodig hadden om te overleven en welke gereedschappen daarbij nuttig waren.



Met stenen vlees snijden

Wie een paar miljoen jaren geleden vlees wilde snijden en de botten van een gevangen mammoet moest kraken had daar gereedschap voor nodig.
Dat gereedschap werd in die tijd van steen gemaakt.
Met harde stenen sloeg men scherpe splinters van minder hard gesteente af. Die splinters werden door hedendaagse wetenschappers Oldowan gereedschap genoemd naar de plek in Tanzania waar ze voor het eerst, naast menselijke resten, gevonden werden.

Een miljoen jaren later werden ze ook in Frankrijk en Georgië aangetroffen.
We mogen dus wel nieuwsgierig zijn hoe mensen elkaar geleerd hebben die vuistbijlen en andere handige spullen te maken en over de wereld te exporteren.
Daar heb je taal voor nodig om elkaar te instrueren en kennis uit te wisselen. Van enige handelsexport van vuistbijlen zal nog geen sprake geweest zijn.
Onderzoekers hebben uit het feit dat het zo lang duurde alvorens die techniek verspreid werd, opgemaakt dat in het paleolithicum de mensen niet met elkaar praatten. Als ze wel taal hadden gehad zouden ze sneller al die nieuwe technieken van elkaar kunnen leren.

Het is wel denkbeeldig dat ze tegen elkaar gekrijst of gebromd hebben en dat is ook een manier van lesgeven. Die aanpak wordt overigens heden ten dage nog steeds toegepast in lessen en debatten.
Volgens Thomas Morgan van de Californische Universiteit gebruikten ze geluiden en gebaren om 'Ja en Nee' of 'Hier en Daar' over te brengen, dat was voldoende.

Wetenschappers hebben een en ander onderzocht door 184 studenten stenen te laten hakken op verschillende manieren.
Mondeling onderwijs leverde in de kortste tijd de meeste scherpe bijlen op.
Dat ging beter dan voordoen zonder woorden te gebruiken.
Op die manier zou je kunnen stellen dat de ontwikkeling van een taal net zo noodzakelijk was als het jagen en verzamelen.

De filosoof Pauwel Slurink, die de evolutie bestudeert, vind het een redelijk overtuigend onderzoek.
Taal is geëvolueerd ten behoeve van sociale communicatie.
Lesgeven in het vak werktuigkunde is noodzakelijk.
Maar we blijven toch steken bij het feit dat bij het onderzoek naar de menselijke anatomie taal pas geëvolueerd is nadat er al overal stenen werktuigen te vinden waren.
In zo'n geval zeggen de archeologen dat de kunst van het vlees snijden met scherpe steensplinters een aangeboren menselijke eigenschap was.

Maar ja om het brein klaar te maken voor het uitvoeren van complexe vaardigheden zijn extra eiwitten nodig.
Daar moeten dan weer extra mammoeten voor gevangen en geslacht worden.
En daarmee is het niet duidelijk geworden wanneer onze voorouders behalve rechtop gingen lopen ook een simpele taal gebruikten.
Behalve dat was er ook een speciale taal tussen mannen en vrouwen nodig. Een soort nestzorg opdat de kinderen langdurige bescherming en voedsel kregen.
Daaruit volgt dat niet alleen de jacht, maar eerder de ontdekking van het vuur en het koken voor de extra voedingsstoffen voor het brein zorgden.
Werd daarmee ook de basis voor een rolverdeling tussen man en vrouw gelegd?

Het klimaat
Was er ook verband tussen tussen de weersomstandigheden en de klanken die mensen in hun leefgebied uitstoten? Amerikaanse taalonderzoekers gingen dat uitzoeken.
In droge gebieden klinken de talen monotoon en hoor je minder hoge en lage klanken dan in een vochtig klimaat.
Taalkundigen dachten dat de leefomgeving van mensen geen invloed op hun taal had. Maar er zijn zoveel dingen die mensen in extreme kou en zengende hitte anders doen, waarom zou dat voor taal en spraak niet zo zijn?

Onderzoekers gingen met recorders op pad en verzamelden duizenden taalkenmerken over de hele wereld.
Ze vonden duidelijke verbanden tussen de verschillen in toonhoogten in de talen van woestijngebieden, plaatsen hoog in de bergen of in vochtige lage landen.
In Azië bepalen verschillen in toonhoogte de betekenis van woorden. In gebieden met een lage luchtvochtigheid of in droge woestijnverschillen heeft dat meteen invloed op de woordklanken.
Daarmee is het niet onwaarschijnlijk dat daaruit misverstanden ontstaan.
Gevonden werd dat lichamelijke invloeden bij langdurige droogte een rol spelen.
Stembanden en strottenhoofd kunnen de woorden minder genuanceerd voortbrengen en ingewikkelde klanken moeilijk uitspreken.(vlg. Sean Roberts)
Het blijft voorlopig nog wel een onderwerp voor onderzoek.




Kapucijnaapjes maken toevallig ook vuistbijlen

Kapucijnaapjes zijn handig met stenen, ze gebruiken ze om harde noten te kraken. Maar ze slaan de stenen ook stuk op elkaar waardoor er scherpe scherven ontstaan. Precies zoals de vroege mens zijn eerste werktuigen maakte. Alleen gaat het de aap niet om die scherven, hij laat ze gewoon op de grond vallen.

Dat stemt tot nadenken, schrijven biologen in het vakblad Nature.
Het vermogen om stenen werktuigen te vervaardigen leek voorbehouden aan de mens.
Volgens die theorie vereist het de nodige handigheid en intelligentie om een steen zo te bewerken dat er scherven afbreken waarmee je kunt snijden of vlees van botten kunt schrapen. Het waren juist deze vaardigheid en deze vooruitziende blik waarmee de eerste mensen zich van het dierenrijk onderscheidden.

De apen pakken regelmatig ronde keien op en slaan ze tegen elkaar of tegen een rotswand. Daarbij breken stukken af maar daar was het de apen niet om te doen. De biologen vermoeden dat de dieren uit waren op de mineralen want telkens als ze een steen gespleten hadden, likten ze het vrijgekomen oppervlak af. (uit: dagblad Trouw 20 10 2016)


Bronnen: Sean Roberts van het Max Planck Instutuut voor Psychollinguïstiek in Nijmegen en Samian Blasi van hetzelfde instituur in Leipzig. Caleb Everett, University of Miami. Gepubliceerd in het Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift PNAS (Proceedings of the National Academy of Sciences)
Joep Engels in Dagblad Trouw