Berichten
uit de
Samenleving


> startpagina

> index berichten uit de samenleving


tussen taal en beeld





 


Boreling en sterveling

Die ochtend ging ik met de pont naar de overkant van het IJ om een nieuwe boreling te bekijken.
Toen ik terug voer lag er op de zitplaats voor invaliden (waar ik op ga zitten als er nergens anders plaats is) een enveloppe waarop geschreven was:
'Een brief voor jou'.
Ik maakte die open en las een tekst over de zon en mensen die aardig voor elkaar moesten zijn en zo meer. Het kinderlijke handschrift was versierd met veel hartjes en de afzender was Sam.

Naast mij zaten twee gekleurde Nederlandse Meisjes in hun iPhones te koekeloeren.
Ik vroeg of ze mijn bericht in geschreven taal ook wilden lezen. Verlegen schudden ze hun hoofd.
T
oen de pont weer aangelegd had liet ik de brief achter voor iemand anders.
Opgewekt fietste ik weer naar huis.

Die middag stapte ik met mijn handen op mijn rug, mijn windjack opengeritst, de straat op.
In de Hazenstraat waren stratenmakers bezig op een zeer luidruchtige manier de geul die ze eerder opengemaakt hadden met een machine weer dicht te stampen. Ik keek één van de mannen aan en deed mijn wijsvinger voor mijn getuite lippen. De man lachte, wees met twee vingers naar zijn oren en schudde zijn hoofd. Hij kon mijn teken voor stilte niet verstaan.

Even verderop, op de Elandsgracht, waren vier jongetjes met een geschatte leeftijd van tien jaar, luidruchtig bezig te vieren dat de school uit was. Ze duwden elkaar in alle richtingen en hun schoolrugzakjes bungelden slordig om hen heen. Eentje had een een iPhone in zijn hand.
Met zijn andere hand trok hij een roze kinderfietsje, met slot en al, van de lantarenpaal weg en probeerde er op te rijden.

Ik blokkeerde hun weg, stak mijn handen in mijn zakken en keek de jongetjes met rollende ogen aan. "Ik dacht dat ie niet op slot stond" stotterde het knaapje. Met een hoofdgebaar dwong ik hem het fietsje weer terug te zetten. De andere jongens keken op veilige afstand toe hoe het af zou lopen.
Ik wilde nog wel weten "wat dit allemaal te betekenen had", maar de boefjes namen de benen.

Ik vervolgde mijn wandeling en zag voor de deur van de koffieshop een jongetje in tranen.
Hij snikte: "Ik weet het echt niet meer, echt niet".
Ik zei: "Ik weet het wel" en wees naar zijn moeder die een stukje verderop stond te wachten.
Ik gaf hem een hand en begeleidde hem naar zijn moeder, die verontschuldigend naar mij haar schouders ophaalde.
Ze wist het ook niet meer.

Nadat ik wel een glaasje Afflichem verdiend had stapte ik weer op weg naar huis.
In de verte zag ik een meisje met een geel fluorescerend jasje aankomen.
Toen ze mij passeerde zei ik:
"Wat een mooie jas heb je aan"
"Dank je" antwoordde ze beleefd en huppelde verder.

Die avond waren er uitzendingen op TV over de plotselinge dood van Wim Brands.
Een van de programma's die herhaald werd was het interview van Brands met Lydia Davis in de Balie. Daar was ik indertijd ook bij aanwezig.
Tot diep in de nacht lag ik te luisteren naar het radioprogramma 'Nooit meer slapen' waarin alle verhalen over Brands verteld werden.

Ik werd pas wakker toen mijn huishoudelijke hulp binnenkwam stommelen.
Ik kon haar geruststellen dat ik nog leefde.

Henk van Faassen