Berichten
uit de
Samenleving


> startpagina

> index berichten uit de samenleving


tussen taal en beeld



 


Spoorloos, opsporing gezocht

Zaterdag zat ik op een terras voor een etablissement op de Noordermarkt.
Er staan twee tafeltjes en vier stoeltjes buiten op de stoep.
De zon schijnt en ik leg mijn tas met schapenvlees en prei op één van de stoeltjes en bestel binnen een muntthee.
Als ik weer buiten kom ligt mijn tas op de grond en zit een man op de stoel.
Ik ga op de tweede stoel zitten, maar de man zegt dat die stoel bezet is en dat zijn vriendin er zo op gaat zitten.
Vriendelijk leg ik de man uit dat ik mijn tas op de stoel gelegd had om te markeren dat er iemand zat die even naar binnen gegaan was om iets te bestellen.
Mokkend legt de man zich bij mijn verklaring neer en begint een uitgebreid verhaal dat hij sowieso een pesthekel heeft aan boodschappen doen en dat hij twee zware tassen heeft en dat zijn fiets een heel eind verderop staat en dat zijn vriendin geen zin heeft om ook een tas te dragen en zo meer gemopper.

Als de man met zijn vriendin vertrokken is omdat ze er niet bij kon zitten keert de rust weer.
Nu ik buiten in de zon zit komen er regelmatig mensen langs die ik vaker op de markt ontmoet.
Vreemd genoeg is Dinie H, een collega van vroeger, er niet bij. Meestal zit ze hier ook.
Ik maak mij een beetje ongerust want ze woont op zichzelf.

Nadat ik haar in de loop van de week een paar keer zonder resultaat opgebeld had besloot ik even langs te gaan. Ze was niet thuis. Ik bel bij de buren aan en krijg te horen dat ze op de gracht waar ze woont gevallen is en haar heup gebroken heeft.
Ze is naar het OLVG gebracht, de buurman had gehoord dat haar operatie goed verlopen was en dat ze naar een revalidatie instelling gebracht was, maar welke, dat wist de buurman niet.
Ik besluit op de fiets naar het OLVG te gaan om te informeren waar ze naar toe getransporteerd is. Het is mooi weer en het lijkt me twijfelachtig om telefonisch de juiste inlichtingen te krijgen.

Bij de balie van het OLVG word ik welkom geheten op een manier die ik nog ken van de keer dat ik een nieuwe knie kreeg.
De baliedame: "Komt u voor een opname?"
"Nee hoor, ik wil graag weten waar mevrouw H. naar toegebracht is nadat ze aan haar heup geopereerd is"
De receptioniste rammelt met haar computer en zegt:
"Die informatie mag ik u niet geven, probeert u het bij de afdeling waar ze geholpen is"
"Kunt u dan even in het bestand kijken op welke afdeling ze geholpen is?"
"Daar heb ik geen gegevens meer van, want mevrouw is hier 'uitgevoerd' "

Zonder zichtbaar boos te worden ga ik in de 'lichtstraat' naar de balie 'facilitaire informatie'. De dame die daar achter haar scherm tevoorschijn komt is wat ouder dan de receptioniste en begrijpt de vertwijfelde blik in mijn ogen als ik haar naar de privacygevoelige informatie vraag van een voormalige patiënt van het OLVG met een gebroken heup die naar een andere plek gebracht is.
De dame zoekt eveneens in het dossier van mevr. H. maar dat geeft geen opheldering.
Er blijken twee plekken te zijn waar mensen met een gebroken heup terecht komen. Dat zijn de heupen die op de afdeling chirurgie komen en een andere afdeling waar ze geen operatie uitvoeren.
"Dank u wel mevrouw, ik ga verder op zoek"

Ik besluit meteen naar de revalidatie afdeling van het Flevohuis te gaan. Die hebben een aantal ziekenhuisbedden van het OLVG gehuurd voor oudjes die nog niet meteen in een verzorgingshuis terecht kunnen.
Ik weet er alles van omdat ik indertijd met mijn knie ook daar naar toe dreigde te gaan.

In de lift ontmoet ik een vrolijke werknemer met een kar waarin kennelijk 'analoge dossiers' van de ene plek naar de andere plek getransporteerd worden.
Ik vraag hem hoe het zit met die gevoelige documenten die van afdeling naar afdeling gerold worden. Ja dat is inderdaad zijn taak, maar hij draagt geen kennis van de inhoud ervan, dus jammer genoeg kan hij mij in ieder geval niet behulpzaam zijn.
Maar zegt hij: "Die mensen van het Flevohuis op de achtste zijn heel aardig hoor"

Als ik bij de zoveelste balie aankom valt mij op dat de mensen die met gevoelige informatie werken allemaal in de diepte achter hun computer zitten.
In ieder geval tref ik nu een dame die meteen behulpzaam is.
Om te beginnen ontdekt ze dat er twee mevrouwen H. in het bestand zitten, de een is uit 1955 en de ander uit 1935, dat is de mevrouw H die ik zoek.
Dat maakt de zaak misschien wel gemakkelijker, maar helaas ook zij heeft geen toegang tot de bestanden van de uitgeschreven en vertrokken patiënten.

Maar, hoera, ze kent iemand in de centrale ICT afdeling die misschien een oogje dichtknijpt.
Ze belt haar 'mol' en krijgt de bevestiging dat mevr. H. verplaatst is, maar dat de afdeling chirurgie verzuimt heeft te vermelden naar welk verzorgingshuis mevr. H. getransporteerd is.

De dame is al meer dan een kwartier met mijn probleem bezig en is kwaad geworden op die stommelingen die vergeten zijn de bestemming van de verplaatsing in het bestand te voeren.
Haar mannelijke collega komt aansloffen met de koffie en zegt dat hij iemand bij chirurgie kent en dat ze die maar even moet bellen.
Uiteindelijk komt de verlossende informatie die eigenlijk niet aan mij doorgegeven mag worden:
Mevrouw H is naar het verzorgingshuis De Poort, op de Hugo de Grootkade gebracht.

De Poort is dicht in de buurt van mijn woonplek, dat komt goed uit.
Toch blijkt het voor mij moeilijk te vinden. Ik fiets daar regelmatig op de verschillende kades en grachten rond maar let blijkbaar niet goed op de straatnamen.
Als er een postbode met een duwkarretje aan komt vraag ik die of hij weet waar De Poort is.
Nee niet de Haarlemmerpoort, maar verzorgingstehuis De Poort.
Hij haalt zijn mobieltje tevoorschijn en gaat googelen.
"Ja dat moet hier in de buurt zijn. zie je daar in de verte die gele vrachtauto van DHL?, daar moet je rechts af. Als het goed is zie je dan een oranje gebouw en dat is het, maar je moet dan nog wel even naar de ingang zoeken want dat is daar heel ingewikkeld."
Inderdaad valt het niet mee.

Er staan veel gebouwen die in aanmerking komen, maar De Poort is er niet bij.
Ik spreek een groepje senioren aan die zich met rollators voortbewegen.
Die wonen in een ander tehuis en weten niet waar De Poort is. Ze hebben een vaag idee en verwijzen mij naar een onduidelijk omschreven straat waar ook een groot oranje gebouw staat.
De volgende die ik aanspreek is een jonge moeder die een kinderwagen voortduwt.
Ik realiseer mij dat ik steeds de weg vraag aan mensen met een karretje bij zich.
"Ja, volgens mij moet je hier de drukke straat oversteken en dan zie je in de zijstraat een gebouw waar oudere mensen in en uitlopen. Ik weet niet of het dan de juiste ingang is."
"Vriendelijk dank."

Ik steek met mijn fiets aan de hand de trambaan over en probeer een oranje gebouw te vinden.
In de verte zie ik een grote glazen ingangspartij. Ondanks dat het gebouw opgetrokken is uit een iets lichtere nieuwe steensoort dan de andere gebouwen, kan je niet spreken van een oranje bouwstijl.
Er hangen wat sigaretten rokende mannen rond en ik stel de zoveelste keer mijn vraag:
"Is dit De Poort?"
"Ja, maar dit is de achteruitgang, de hoofdingang is aan de Hugo de Grootkade."
Ik zet mijn fiets vast aan een hekje en ga door de automatisch openschuivende deuren naar binnen.
In de hal word ik verwelkomd door een Surinaamse senior in een rolstoel, die mij vrolijk iets in het Sranan Tongo toeroept dat ik niet versta.

Bij de balie is een gezellig gesprek gaande tussen de receptioniste en een paar mensen die kennelijk bij de staf horen. Ze hebben een wit jasje aan en een mapje met documenten in hun hand.
Ik wacht netjes op mijn beurt, maar trek te weinig belangstelling.
Dan breek ik maar in het, volgens mij niet zo belangrijke, gesprek en vraag:
"Waar kan ik mevrouw H vinden?"
De receptioniste pakt een lijst en schud haar hoofd.
"Die is hier niet ingeschreven."
"Ja maar volgens mijn informatie is ze hier gisteren naar toegebracht"
"Oh, zeg dat dan meteen, alle nieuwe bewoners gaan naar de vierde etage.
U kunt daar de lift nemen"

Op de vierde etage aangekomen is er niemand die ik kan aanspreken in de lege gang.
Ik loop verder en kom terecht in een ruimte waar het een gezellige boel is.
Een aantal dames zitten in verschillende houdingen naar een grootbeeld televisiescherm te kijken. Een paar zijn al in slaap gevallen. Eentje wordt aan haar been geholpen. Een ander krijgt een glaasje sap dat hevig heen en weer klotst.
Verzorgsters zien mij wel staan, maar gebaren dat ze nog even bezig zijn.
Dan komt een jonge verzorgster op mij af en vraagt of ik ook iets wil drinken.
Dat aanbod sla ik af, want voor ik het weet zou ik wel eens als nieuwe bewoner ingeschreven zijn.
"Op welke kamer is mevrouw H. geplaatst?" vraag ik.
"Die ken ik helemaal niet, komt u maar mee dan zal ik even bellen"
We gaan naar een ruimte waar twee jonge stagiaires een beetje ongemakkelijk met computers in de weer zijn. Ze kunnen niets vinden. Dan maar heen en weer bellen, maar het is blijkbaar niet zo eenvoudig dat via een vaste telefoon te doen.
De verzorgster haalt een mobieltje tevoorschijn en probeert contact te krijgen.
Mensen die mobiel bellen behoren heen en weer te lopen, uit het raam te kijken, blikken met collegaatjes te wisselen en zo meer, en dat doet ze ook.
Een en ander levert geen resultaat op.

Ik leg nogmaals uitgebreid mijn vraag voor.
"Oh, is dat iemand die alleen maar een gebroken heup heeft?
Die gaan naar 'revalidatie' en dat is op de eerste etage."
Vertwijfeld roep ik uit:
"Hier word ik helemaal gestoord van!"
Een verzorgster reageert:
"Dan bent u op de goede plek, wilt u wat drinken voor het erger wordt?"

Voor de zoveelste keer vandaag sta ik in de lift. Het lampje voor de 1e etage is aan.
Traag rommelt het lifthokje en komt met een schokje tot stilstand.
Ik stap uit en sta in een lege gang. De kamers zijn allemaal halfduister. Hier en daar ligt iemand zachtjes te snurken.
Hulpeloos kijk ik om mij heen tot er iemand verschijnt.
Ik stel mijn gebruikelijke vraag.
"Dan moet u op de eerste etage zijn en dit is de zesde en hier liggen de demente senioren."
"Ja maar, ik heb duidelijk op de knop voor de 1e gedrukt"
"Dat klopt, maar de lift gaat soms eerst naar boven voor hij weer naar beneden gaat."

Opnieuw probeer ik met de lift naar de 1e etage te komen.
Dit keer lukt het.
Ik kijk rond naar mensen die mij verder kunnen helpen, maar iedereen lijkt met zichzelf bezig te zijn. Dat geldt zeker voor de mensen die in de 'gezellige huiskamer' uit het raam zitten te staren.
Eindelijk tref ik een verzorgster die weet waar ik moet zijn, maar de kamer is leeg.
Terug naar de gang en, een wonder, aan het eind van de gang zie ik Dinie achter een rollator, begeleid door een fysiotrainer, voorzichtig stappen zetten.
Verbazing: "Waar kom jij ineens vandaan?"

De oefenronde is over tien minuten afgelopen en ik ga in de huiskamer, samen met de bewoners, lekker uit het raam kijken.
Op het orgel, met echte orgelpijpen, staat op de muziekstandaard een briefje: 'hier niets opzetten'.
De meegebrachte bloemen laten de kopjes een beetje hangen, maar zullen in een vaas met schuin afgesneden stelen en het bijgevoegde zakje snijbloemenvoedsel wel weer opknappen.


Henk van Faassen