dichtregels
voorgelezen
op de
derde dinsdag van de maand


home

contact



ill. Daniela Zenika

 

tussen taal en beeld

Op de derde dinsdag van de maand
kiezen een aantal lezers uit hun boekenkast
drie verweesde dichtbundels.
Onder de platanen van het voormalig weeshuis
aan de Lauriergracht te Amsterdam,
lezen ze op willekeurige bladzijden,
een gedicht aan elkaar voor.




Ga nu maar liggen liefste in de tuin
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven


Rutger Kopland (1934-2012)
uit: Een lege plek om te blijven
1975






Dit is de 5e editie, lees ook:
01. Poézie is een steen
02. Het onderwerp ik
03. Wat nou gevoelige ziel
04. Stilte en geluid bewegend tussen woord en woord
05. Ga nu maar liggen liefste
06. Konijn met rode oren las gedichten achterstevoren
07. Een stoel zoals een stoel wacht /
08..Mijnheer Donselaer zoekt een vrouw
09. Als een boodschap in een fles
10. De cultuurgeschiedenis door en voor televisie
11. Op I. boem sat tere stout I. rouc
12. Afscheid van een eeuw
13. Op deze wijze ontstaat het gedicht

14. 'k Heb de dieren eten gegeven
15. Derde Dinsdag, even weg...

16. Het kan hier als overal
17. Alles op tafel
18. Hoe als je je



 

EEN NIEUW GEDICHT VOOR AMSTERDAM

Je ster gaat weer stralen, Am*dam
de magie gaat weer werken, Am*dam
het voorjaar komt nader, Am*dam
je wordt weer verliefd, Am*dam
je gaat je vrijer bewegen, Am*dam
er kan weer gelachen worden, Am*dam

je gaat weer mensen, en jezelf bekijken, Am*dam
wat ben je foeilelijk lieflelijk mooi, Am*dam
wat is er niet op je aan te merken, Am*dam
maar ik hou van je, Am*dam
wat er ook gebeurt, Am*dam
zes meter onder water, Am*dam

zwemmen of verzuipen, Am*dam
laat niet met je sollen, Am*dam
ik hou van je, Am*dam
en dat zal ik blijven doen, Am*dam
van je houden Am*dam.

Simon Vinkenoog (1928-2009)
Ter gelegenheid van zijn verkiezing tor Dichter des Vaderlands ad interim.
2004

 

JAPANSE KERS

Als aardbeien-roomijs,
als stapelwolken bij zonsondergang,
nee, onder de Japanse kersenbloesem
schonk jij heerlijke witte wijn
en ik bezong in haiku,
hoog als de roze bomen
jouw waaiende bloei,
een waterval van roze, geel en rood,
je bloem in je haar.

Lang na de hachelijke overtocht
uit het barre land, sneeuw en ijs.
En ik zag je weer
onder de wolkende kersenbloesem.

Merik van der Torren
Uit: 'Met jou'
2017

 

OP JE EENTJE

Toen je een tijdje op je eentje was
gingen je ogen open - je keek
naar 't vrije zeilen van het firmament,
en zag dat het een beetje op je leek -
dat het zelfs lachwekkend op je leek,
zoveel, zag je.

Hoe erger het je duizelde,
des te helderder het werd:
het uitspansel, dat was je zelf,
ook als je er zelf niet was.

Door een haag van hoongelach kwam je
te weten dat het goed was wat je deed.

Doe je niets, dat weet je,
dan wordt het nog beter

Hans Verhagen (1939)
Uit: 'Triomfantelijke Wandelingen
1996-2000


 

ELKE OCHTEND

Elke ochtend, tussen het aandoen
van zijn linker- en rechterschoen
trekt zijn hele leven even langs.
Soms komt de rechterschoen er dan
bijna niet meer van.

Judith Herzberg (1934)
uit: 'Gedichten'
1985


NIETS TWEEMAAL

Niets doet zich tweemaal voor,
nee, nooit ofte nimmer.
Wij worden dus zonder ervaring geboren
en sterven weer zonder routine.

Al was je de grootste oen
van de klas in de levensschool,
je moet niet één winter overdoen,
niet één zomer.

Geen dag kan zich herhalen,
geen nacht gelijkt op een andere,
nooit twee identieke blikken.

Gisteren nog, toen iemand je naam
liet vallen in een gesprek,
leek het mij of een roos kwam
gevallen door het open raam.

Vandaag, nu we samen zijn,
keer ik mijn gezicht naar de muur,
Een roos? Wat is een roos?
Een bloem Of is het een steen?

waarom toch, onzalig uur.
ga je met zinloze angst gepaard?
je bent - dus blijf je niet duren.
Je duurt niet - dus dat is prachtig.

We lachen, omarmen elkaar,
proberen het weer eens te raken.
hoewel we van elkaar verschillen
als twee druppel zuiver water.

Wislawa Szymborska (1923-2010)
Nie dwa razy
Uit: 'Dichters van nu 13
2001


TIJD STELT NIETS VOOR

vorig jaar vergat ik mijn leeftijd,
vorige maand vergat ik een stap tussen bladeren,
vorige week vergat ik de vuilniszak,
gisteren vergat ik te zingen in de kring,
vandaag vergat ik een bosje koriander,
morgen zal ik vergeten
hoe de wolken dreven,
hoe die eend achterna gezeten werd door een waterhoen,
hoe een touw nutteloos aan een gevel hing,
hoe een kind zijn moeder tot last was.

er komen meer dagen,
zij zullen vol zijn met gebeurtenissen
en herinneringen.
die van mij zijn er bij

Henk van Faassen (1931)
uit: 'The Nothing Notebook'
1996 .


*

Talloos de liederen, talloos
al die nog niet geschrevene:
ook de nu nog niet levenden
zetten de dankzegging voort.

Later geborenen weten
later gebeurende dingen -
eens te meer zullen zij zingen:
God in het mensenbestaan,
o zie ons aan!

Willem Barnard (1920-2010)
Uit: 'Liedboek'
1973


WINTER

Het wintert gramstorig in de vlakte.
Vlagen ijs bijten zich vast.
Dan breekt de dooi de knellende band,
nog verstoppen zich de kleuren,

maar ergens in dit verwaaide land
heeft een hand een bloem gestrooid,
decoreert stilletjes het barre tij
en grondvest het idee voor later,

waar de zon lachende op zinspeelt.

Merik van der Torren
Uit: 'Grondvest'
2004


GEDICHTENWEEK

Leg de gedichten in de week,
dag, daag ze uit,
de regels en het rijm
de liefde en de pijn
het knarsen van het hart.
Week ze los uit je ziel,
zet je valkuil in een sonnet
vang het zonlicht in een haiku.
Hagel regels, al jouw regels
naar de hemel en de mensen..

Annemarie Weggelaar
Ongepubliceerd


MA MÉRE

Ma mère komt uit een geslacht des femmes fortes
zoals haar moeder en grootmoeder
zij dragen de wereld op hun heupen en hun nageslacht als hoofdtooi
ze is gebouwd uit cactusbladeren en het lijfje van een bijenkoningin
ze werd door de Franse nonnen gekneed
mijn moeder kan niet vergeten laat staan vergeven
kan huizen bouwen van lucht en honing
zegt dat haar psychiater gek is omdat hij met haar flirt
de stem van mijn moeder snijdt in de tijd
ma mère is een natuurlijk bestrijdingsmiddel van taboes
mama est une boite de vitesse des langues
ze slaapt overal behalve in haar eigen bed en eet lopend
gaf haar eerste kind aan haar moeder
draagt gouden merkzonnebrillen
bijt haar kroost in de nek en draagt ze duizenden kilometers naar haar vaderland
mijn moeder houdt niet van koffie
ze schreeuwt in het Tamazight omdat ze leeft, zegt ze
mama heeft mitrailleurs achter haar kiezen en een atoombom aan haar huig hangen
ze stelt haar vizier zorgvuldig af op organen en schiet enkel op je ogen
vloekt genadeloos wa li liha liha
mama is een wolkbreuk in Brabant
zegt dat god in haar hart zit en niet in haar haar
eist waar ze recht op denkt te hebben en waar ze geen recht op heeft
klaagt als ze pijn heeft en ook als ze geen pijn heeft
zegt dat ze haar leven heeft verspild aan kinderen
vindt overal mannen en vindt mannen niets
mijn moeder zette mijn vader schaakmat
kan al haar bezit weggeven als ze wordt geraakt door een illusie
heeft een hekel aan politiek en stemt ook niet meer
mama is een vreemdelingenlegioen
komt uit een gezin van tien
is een dochter van de Atlantische kust maar wil in Brabant begraven worden
mijn moeder is vuur en baart as
ma mère.

Nisrine Mbarki
Uit: De Gids
2019


DE STENEN

De stenen die wij gooiden hoor ik
vallen, glashelder door de jaren heen.
In het dal fladderen de verwarde handelingen van het ogenblik,
krijsend van boomtop naar boomtop, komen tot zwijgen
in een ijlere atmosfeer dan het heden, glijden
als zwaluwen van bergtop
naar bergtop tot aan
de uiterste plateaus,
rakend aan de grens van ons bestaan Daar zakken
al onze daden
glashelder
naar geen andere bodem
dan onszelf.

Tomas Tranströmer (1931-2015)
Uit: '17 Gedichten'
vert. J.Bernlef
1954


RONDOM MIJN WONING

Op een kruis en windwijzer
zitten kraaien
aan de Egelantiersgracht,
op een even nummer.

Meeuwen daarboven
met hun gladde vleugels
schijnen alles te weten
over thermiek.

Maar kraaien
klapwieken vlijtig
met de franje
aan hun vleugels.

L.Th. Lehmann (1920-2012)
Uit: 'Wat boven kwam'
2000




 
             
 



cinegrafiek: Henk van Faassen

 



Samen met Annemarie kwam Merik de binnenplaats oplopen.
Annemarie wist niet dat Merik er zou zijn.
Merik wist niet dat Annemarie een gedicht van hem ging voorlezen.

Deze keer hebben we ook één zelfgeschreven gedicht voorgelezen.

Jibriël was er niet bij, hij was op een Skateboard Zomerkamp, daar lezen ze elkaar geen gedichten voor.

Wijsheid:
Luister ingespannen naar het voorlezen van poëzie,
maar zet wel eerst je fiets op slot.